Genadeloze ondertoon
De hel uit de doeken gedaan
Het ontstaan van de hel
Gedachtenkronkels
De gevolgen van gedachtenbarbarisme
Volwassen Geloof                                                                                              Hoofdstuk 10

        



                                                                                 

"You've got a Methodist Coloring Book and you color really well, but don't color outside the lines, or God will send you to hell"
[Dead Milkmen, 'Methodist Coloring Book']











Genadeloze ondertoon

Mattheüs 22: 1-14:


‘Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis: 'Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaren erop uit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!’” Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen. De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen erop af, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: “Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.” De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had, en hij vroeg hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen. Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt. Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”’


In andere woorden, een eenvoudig man, die er geen idee van had uitgenodigd te worden op een bruiloft wordt erheen gesleept. Wanneer men vervolgens ziet dat hij er geen kleren voor heeft, wordt hij daarvoor gestraft! Velen zijn geroepen, zegt Jezus, maar weinigen uitverkoren. Dit is al een zeer strenge uitspraak. Maar dit is nog strenger: deze man was niet eens geroepen! Hoe kon het zijn fout zijn niet klaar te zijn voor de bruiloft? Dit verhaal heeft een ondertoon van schrik en angst. De gelijkenis leert dat wanneer de tijd rijp is, mensen onverwachts opgeroepen zullen worden voor iets waarvan ze wellicht geen idee hebben. Dan zullen zij in de buitenste duisternis geworpen worden. Voorwaar een wreedheid die we in het OudeTestament niet zijn tegengekomen! Iedereen die niet gelooft in Jezus zal veroordeeld worden is de boodschap van het Nieuwe Testament.

Eenzelfde genadeloze ondertoon horen we ook op andere plaatsen, bijvoorbeeld in de gelijkenis van de talenten (Matth.25:14-30). Een man gaat op reis en vertrouwt zijn bezit toe aan zijn slaven. Hij heeft weet van de grote verschillen in kunde, ervaring, intelligentie en energie tussen de verschillende werkkrachten, zodat hij aan één vijf talenten, aan een ander twee, en aan de derde één talent geeft. De twee beste werkkrachten weten zijn bezit te verdubbelen en krijgen dank en eer van de heer, wanneer hij terugkomt, en mogen op een feest komen. De derde slaaf echter, die maar weinig toevertrouwd krijgt, begraaft alles. Hij legt later uit waarom:


‘Heer, ik wist van u, dat u een hard mens bent, die maait, waar u niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar u niet hebt uitgestrooid. En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen. Hier hebt u het terug.’


De heer wordt bij het horen van zulk een domheid heel boos. ‘Kwam je niet eens op het idee om het op de bank te zetten, sufferd!’, is zijn reaktie, ‘dan zou ik er nog rente van hebben gehad’. Daarna wordt de onnutte slaaf alles ontnomen wat hij heeft, en in de ‘buitenste duisternis’ geworpen worden. ‘Daar zal het geween zijn en het tandengeknars.’


Het is vaak moeilijk te verzinnen wat Jezus met sommige vreemde gelijkenissen bedoelde. Je kunt er een hoop uitleggers bij halen die er vanalles over kunnen zeggen. ‘Woekeren met je talenten’, ‘Risico’s durven nemen’, ‘Getrouwe dienaren zullen beloond worden’ staan als eersten in de rij van uitleggingen. Maar waar ik hier op wil wijzen is waar gewoonlijk overheen gelezen wordt: de keerzijde van het verhaal. Een arme man die het allemaal niet goed aanpakt, weinig talenten heeft, niet durft, bang is voor zijn veeleisende baas, wordt daarvoor ongenadig gestraft, terwijl hij toch niet onoprecht is geweest. Hij roeide met de beperkte riemen die hij had, en was niet oneerlijk. Hij had zelfs groot gelijk: zijn heer was inderdaad een hard mens om bang van te worden. Vreemd dit soort leringen met zo’n sinistere ondertoon. Waarom doet Jezus toch voortdurend aan dit bangmaken?


Zo blijven we voor eeuwig leven met de Angst voor God. De schrik voor God zit er nu eenmaal zo ingebakken voor ieder die bekend is met de bijbel, dat die er met geen mogelijkheid meer uitgeband kan worden. We zien dat zelfs Jezus dit niet kan. Integendeel, Hij verhoogt de spanning tot een bijna absurd niveau, want we blijven met honderd vraagtekens zitten, en hebben bovendien te kampen met de kwestie van een onzeker lot in het hiernamaals. De psychische ontreddering van ons innerlijk neemt toe door voortdurend te ervaren in een mengsel van liefde en straf te zwemmen. Dit is de kern van de cultuur van het midden-oosten waar dankzij het christendom en de islam de gehele wereld nu slaaf van is geworden. Af en toe worden we gerustgesteld. We lezen hele mooie teksten:


‘Komt allen tot Mij die vermoeid zijt, want mijn juk is zacht’, ‘Indien dan gij die slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden’


maar onmiddellijk daarna komt de schrik er weer in:


‘Gaat in door de enge poort, want wijd en breed is de weg die tot verderf leidt, en velen zijn er die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden’. (Beide uitspraken uit Matth. 7)


Jezus leert dus dat het merendeel van de mensen verloren gaat! En we herinneren ons meteen de stokslagen van de slaveneigenaar waarmee we in hoofdstuk 5 van deze site bedreigd werden (Lucas 12:47-48). En we weten natuurlijk allemaal hoe Jezus dacht over zijn tegenstanders, de Farizeeërs, die het niet eens waren met hem. Voor Sodom en Gomorra zou het aangenamer zijn in de hel dan voor hen! Adderengebroed was het. Witgewassen grafzerken waren het. Huichelaars, schijnheiligen! ‘Gaat weg van mij naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.’ En voor goddeloze steden als Tyrus en Sidon en Sodom en Gomorra zal het in de Dag des Oordeels ook draaglijker zijn dan voor de steden Chorazin, Betsaïda en Kapernaüm, waar Jezus tekenen gedaan had en de mensen toch blijkbaar niet tot bekering kwamen
(Matth.11: 20-24). Zo spreekt God. Ook in het Nieuwe Testament.









De hel uit de doeken gedaan

We zijn hiermee gekomen op een onderwerp dat in onze tijd bepaald niet populair is. Wanneer we willen weten wat die hel nu eigenlijk is moeten we dat niet vragen aan evangelisten van tegenwoordig. De ware gelovigen zullen u zeggen erin te geloven, maar om er iets over te zeggen is voor hen teveel gevraagd. Ze zijn er doodstil over. Ze hebben er namelijk net zoveel moeite mee als andere moderne mensen die zich beschaafd noemen. Het beste bewijs hiervan is dat je ze bij de evangelisatie campagnes gratis Johannes-evangelies ziet uitdelen! Ook jonge gelovigen die zich hopeloos bedolven vinden in een vreemd vuurspuwend Oud Testament worden er meteen op gewezen dat ze beter met het Johannes-evangelie kunnen beginnen. Wat een slinkse streek! Want als de gelovigen eerlijk zouden zijn zouden ontelbaar veel mensen voor de misleiding behoed geworden zijn als ze maar op bladzijde één van de bijbel zouden zijn begonnen. Nu echter worden ze met de mooie woorden van Johannes ingepalmd, en wanneer ze volkomen gehersenspoeld zijn, krijgen de gelovigen na een aantal jaren de details van de God van Gruwel en Gramschap, Heilige Oorlog en Eeuwige Verdoemenis voorgeschoteld. [1] En dan nemen ze alles maar in zich op, ze zijn vanwege de angst krachteloos zich tegen dit gedachtenbarbarisme van zovele andere gedeelten van de bijbel te weren. Een mens wringt zich dan in alle bochten om alles toch tot een mooi sluitend geheel te maken.


Het Johannes-evangelie is, voor de niet-insiders onder ons, geschreven door de beschaafste man uit het Nieuwe Testament, al kunnen we vreemdgenoeg ook de christelijke jodenhaat tot zijn evangelie terugleiden. Johannes is de man waarvan gezegd wordt, dat Jezus van hem hield. Hij zag in dat het in het leven om Liefde gaat en laat dit centraal staan in zijn evangelie. Hij moet dan ook helemaal niets hebben van Gods straffen en een hel die heet opgestookt klaarstaat. Hij spreekt met geen woord over de hel. Hij moet ook niets hebben van dat Oude Testament. Terwijl hij en Jezus zelf Joden zijn, noemt hij nota bene z’n hele evangelie door de tegenstanders van Jezus ‘de Joden’. Neem bijvoorbeeld het dispuut dat Jezus had met de schriftgeleerden over werken op de sabbat. Nu was dit in het geheel geen kleinigheid. Iemand die zo opzettelijk de Wet van Mozes op één punt verachtte, had volgens de Joodse godsdienst de gehele wet overtreden. Jezus gooit nog olie op het vuur door zichzelf te verdedigen met te zeggen dat God ook op de sabbat werkt en bovendien dat God zijn Vader is. Even later in Joh. 9 ‘werkt’ Jezus weer eens op de sabbat. Hij wordt door ‘aanhangers van de wet van Mozes’ als zondaar bestempeld, maar de man die Jezus op de sabbat beter maakte zegt eenvoudig de waarheid: God verhoort zondaars niet; maar is iemand godvruchtig, dan verhoort hij gebed. Ik werd beter, dus Hij kan geen zondaar zijn! De officiële godsdienst duldt dit soort gezond-verstand-uitleg van eenvoudige leken natuurlijk niet, dat doet ze ook vandaag de dag niet. Jezus wordt uiteindelijk dan ook veroordeeld omdat hij gezondigd had tegen de Joodse wet (zich aan God gelijk gesteld had Joh. 5:18, 8:58-59, 10:22-39, 19:7) en zo zal ze mij veroordelen omdat ik me boven Jezus verhef wanneer ik zeg dat de hel helemaal niet bestaat.

Johannes spreekt ook geen woord over het einde van de wereld met z’n vreselijke benauwdheid en godsoordelen. Ook heeft hij niets te zeggen over demonen, waar de andere evangeliën vol van staan. Alles bij Johannes is geestelijk: het water des levens, het brood, de wijn. Hij brengt nieuwe ideeën zoals ‘de waarheid’, ‘het Woord’, de Geest van God als Trooster. In feite zouden we het Marcus en Johannes evangelie naast elkaar kunnen lezen en ons afvragen of het wel over dezelfde persoon Jezus kán gaan! Ja, als het christelijk geloof geheel gebaseerd zou zijn op het evangelie en de brieven van Johannes, en de rest van de bijbel vergeten of verworpen zou zijn, dan was ik een geheel ander mens, dan zou dit boek niet geschreven zijn, dan zou ook mijn oom nog geleefd hebben en als liefdevolle dokter zijn werk gedaan hebben, dan zou wellicht de christelijke geschiedenis volledig anders zijn!


Maar laten we weer op zoek gaan naar die hel.

Wanneer u wil weten waar we het over hebben moet u gewoon wat in de 2000 jaar lange christelijke geschiedenis gaan wroeten. Pas dan zullen uw ogen opengaan. U kunt allereerst naar Dante gaan, de Inferno, u weet wel, om een goed beeld te krijgen van de waarden waar ons Europa op gebouwd is. Wanneer u dit te barbaars klinkt, leest u dan een paar preken van de machtige prediker Spurgeon door. Deze man leefde in de tweede helft van de 19e eeuw, het laatste tijdvak waarin men nog met opgewektheid en grote stelligheid ‘de waarheid over de hel’ kon verkondigen. Hij behoort tot de groep meest charismatische predikers aller tijden, en wordt door miljoenen evangelische gelovigen in hoge ere gehouden.


Uit de preek ‘Sympathie voor twee werelden’:


‘Onmogelijk is het zich de diepten van de hel voor ogen te stellen. Verborgen voor ons met een zwarte sluier van donkerheid, kunnen we de horror van deze afgrijselijke kerker vol verloren zielen niet beschrijven. Gelukkig heeft het gekerm van de verdoemden ons nooit opgeschrikt, want het geluid van duizend stormvloeden is als het gefluister van een klein meisje vergeleken met één uitgesproken klaagzang van een veroordeelde geest. Het is onmogelijk de folteringen van deze zielen te zien, die voor eeuwig in een benauwdheid verkeren die nooit verlicht zal worden. Onze ogen zouden tot donkere ballen verschrompelen, wanneer we zelfs maar één ogenblik iets zouden opvangen van deze afschuwelijke plaats van kwelling. De hel is verschrikkelijk, we mogen er zeker van zijn dat geen mens het ooit heeft gepresteerd deze verschrikkingen die God bereid heeft voor hen die Hem haten in zijn hart te krijgen, na te bootsen of zich die zelfs maar in te denken.’


Uit de preek ‘De hoop van toekomstige zaligheid’:


‘De rechtvaardigen in de hemel zullen volkomen tevreden zijn met de veroordeling van hen die verloren gaan. Vroeger dacht ik dat als ik de veroordeelden zou kunnen zien in de hel, ik hen wellicht zou gaan bewenen. Zou ik hun geklaag horen, hun vreselijk lijden zien, ik zou medelijden met ze krijgen. Maar zulk een sentiment is er niet in de hemel. De gelovige zal zo volkomen tevreden zijn met de uitvoering van Gods wil, dat hij de verlorenen volledig zal vergeten, in de gedachte dat God de uitvoerder is van al het goede, dat hun oordeel te danken is aan hun eigen kwaad, en dat God oneindig rechtvaardig is. Zouden mijn ouders mij zien in de hel, dan zouden ze er geen traan om laten, want ze zouden zeggen: Gij zijt rechtvaardig, en Uw rechtvaardigheid zal geloofd worden gelijk uw genade. Ze zouden ervaren dat God zo ver verheven is boven ons schepselen, dat ze tevreden de vernietiging van alle schepselen zouden aanschouwen als dit ter meerdere glorie van God zou zijn.

In de hemel zullen we eindelijk op de juiste manier denken over ‘de mannen van aanzien’. Hier zien mensen er soms machtig uit, maar in de hemel zullen diezelfden zijn als kruipende insekten die door een landbouw-machine omvergemaaid worden. Vanuit het gezichtspunt van de hemel zullen de mensen niet meer zijn dan slechts stofdeeltjes, of als een wespennest dat weggevaagd wordt vanwege het kwaad dat ze gedaan hebben.’


Uit de preek ‘Opstanding uit de doden’:


‘Weest niet bevreesd voor hen, die wèl het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in hel.’ (Matth. 10:28)

Hieruit leren wij dat hel een plaats voor lichaam en ziel is. Er is een letterlijk vuur in de hel, net zo letterlijk als u nu gewaar bent van uw lichaam. Het vuur zal er net zo uitzien als hier op aarde, met dit verschil: het zal u niet verteren, maar u voor eeuwig kwellen. Ons opstandingslichaam zal zijn als asbest. Het wordt roodgloeiend in het vuur, maar wanneer je het eruit haalt is het ongeschonden.
Vertelde onze Heiland fabeltjes wanneer Hij het over het vuur van de hel had, waar zowel lichaam als ziel in geworpen zou worden? Waarom zou er een diepe poel nodig zijn als er geen lichamen meer bestonden? Waarom ook zou er over ketenen gesproken worden? Kan een vuur de ziel aantasten? Kan een geest opgesloten worden? Nee, putten en vuur en ketenen zijn voor lichamen. Ongelovige, u zult een kleine tijd slapen in het stof der aarde, en voor een tijd zal alleen uw ziel gefolterd worden in de hel. Maar op de dag der opstanding zal uw ziel zich verenigen met uw lichaam en u zult een tweevoudige hel ondergaan. En elk van deze zal tot de rand toe gevuld met pijn zijn. Uw ziel zal zweten tot op uw laatste druppels bloed, en uw lichaam van top tot teen jammeren van pijn. Uw geweten, uw eigen oordelen, uw herinneringen, alles zal gekweld worden, maar meer nog, uw hoofd zal onbeschijfelijke pijn voelen, bloed zal uit uw ogen sijpelen, niets dan afschrikwekkende dingen zullen ze zien. Uw oren zullen vreselijke krijsen horen. Uw hart zal hevig van koorts kloppen, uw hartslag zal als een gek te keer gaan, uw gebeente zal kraken zoals het gebeente van de martelaren op de brandstapel. En toch zal u niet opbranden.
U zult zich bevinden in een pot hete olie, en toch er ongedeerd uitkomen. Al uw bloedvaten zullen wegen zijn waarlangs onmetelijke pijn overal naar vervoerd wordt. Iedere zenuw zal een snaar zijn waarop de duivel onophoudelijk zijn diabolische melodie van ‘de Onuitspreekbare Klaagzang van de Hel’ speelt.’


Een andere prediker, Thomas Boston, doet niet voor Spurgeon onder:


‘Stelt u zich eens voor het geval van een man die tezelfdertijd alle kwalen en ziekten van de mensheid had. De kwelling die zo’n man zou ondergaan zou niets zijn in vergelijking tot de kwellingen van de verdoemden. Want zoals in de hel een volledige afwezigheid is van al het goede en wenselijke, zo zal het ook een verzamelplaats zijn van al het denkbare kwaad. Al het resultaat van de zonde en de vloek zal er na het laatste oordeel in verzameld worden.
De verdoemden zullen moeten leven in het gezelschap van duivels, want er staat geschreven ‘Gaat heen in het vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is’. Wat een verschrikkelijk gezelschap! Zelfs als men zich op de mooiste plek ter wereld zou bevinden, zou zulk een gezelschap van de duivel een kwelling zijn. Hoe zal het dan zijn wanneer men het gezelschap van de duivel moet smaken terwijl dat gebeurt in de meest gruwelijke plaats van opsluiting.’


En dan nog een pittig preekje van ene Don Fortner, een amerikaanse baptistendominee uit onze tijd met een enorme energie en geweldige gave om ter meerdere glorie van God te leven en geheel in dienst van de liefde voor zijn medemens:


‘En wie niet opgeschreven was in het boek des levens, hij werd geworpen in de poel des vuurs.’ (Openb. 20:15)
‘Ik moet u waarschuwen, u die zonder Christus leeft: indien u niet luistert, indien u Hem niet wil aanvaarden, zult u de eeuwige verdoemenis ingaan! U zult spoedig geworpen worden in deze vreselijke poel des vuurs. Iedereen die schuldig gevonden zal worden aan de zonde zal erin geworpen worden. Daar zult u de eeuwige niet aflatende toorn en het oordeel van God ervaren. Eén voor één zullen alle zondaren voor Zijn troon verschijnen, en hij zal tegen u zeggen: ‘Gaat weg van mij, gij vervloekte!’ Hij zal tegen zijn engelen zeggen: ‘Bindt hem, neemt hem mee, werpt hem in de buitenste duisternis’. Er zal geen genade meer voor u zijn. Niemand zal nog over u rouwen. Er zal geen enkele hoop meer voor u zijn. U zult nooit het einde ondervinden. U verdient de hel, naar de hel moet u gaan en naar de hel zult u gaan! Tenzij u nu uw toevlucht tot Christus neemt zodat u een schuilplaats heeft wanneer de dag des oordeels is aangebroken. Zo doe ik nu een beroep op u: laat u verzoenen met God, stel uw geloof op zijn geliefde Zoon.’


Nu zult u in de regel gelovigen horen zeggen dat bovenstaande denkbeelden in de middeleeuwen ontstaan zijn, en niet tot het eigenlijke christelijke gedachtengoed behoren. Niets is echter minder waar. Deze denkbeelden over de hel behoren tot het alleroudste christelijke gedachtengoed. Justinus Martelaar, Tertullianus, Clemens van Alexandrië, Cyprianus en Augustinus waren voorstanders van een werkelijk brandende hel. Slechts Origenes was humaan genoeg om te leren dat de kwellingen van de hel toch niet eeuwig konden zijn, maar dat ze tot loutering zouden leiden, zodat uiteindelijk iedereen behouden zou worden. Een leuke vondst, maar deze 'genadige behandeling' werd volkomen afgewezen door de kerk; men begreep dat zo'n prediking de boodschap van de kerk ondermijnde.


Het beste bewijs om op te maken welke gedachten de allereerste christenen erop nahielden over de hel is de Openbaring (Apocalyps) van Petrus, een stukje literatuur waar bijna niemand van weet, maar daarom des te belangrijker is. De Openbaring van Petrus was oorspronkelijk iets langer dan de brief aan de Kolossenzen (in de bijbel). In de vroege kerk werd dit geschrift voor Gods woord aangenomen, hoewel sommigen het niet geschikt achtten om het in de kerkdienst te lezen. De apocalyps wordt al aangehaald door Clemens van Alexandrië, ca. 200 na Chr. en is opgenomen in de Codex Claromontanus (lijst van aanvaarde heilige schriften) uit de zesde eeuw. Later is het geschrift in onbruik geraakt, waarschijnlijk doordat het verbonden werd met het Evangelie van Petrus. (Dit apocryfe evangelie genoot ook grote authoriteit, maar moest uiteindelijk verworpen worden omdat het op teveel punten in tegenstrijd was met de evangeliën die in de bijbel werden opgenomen.) Methodius (ca. 311) en Macarius Magnes (ca. 400) halen de Openbaring van Petrus nog aan als zijnde Gods Woord, maar daarna horen we er eeuwenlang niet meer van en schijnt het van de aardbodem verdwenen te zijn. In 1880 werd in Egypte (Akhmim) echter een fragment van de Openbaring van Petrus gevonden (daterend uit ca. 800) dat het middendeel ervan bevat. De Apocalyps behoort tot de alleroudste christelijke geschriften; het wordt gedateerd op ca. 100-135 na Christus. De volledige tekst van het fragment is in het engels op het internet te lezen. Ik laat hier een vertaling volgen van het gedeelte dat betrekking heeft op de hel:


20 En ik zag een andere, vuile plaats; het was de plaats van straf. En degenen die er gestraft werden, en ook de engelen die straften, waren gehuld in donkere gewaden, zoals ook de omringende lucht donker was.
21 En sommigen van hen waren opgehangen aan hun tong. Dat waren zij die de weg der rechtvaardigen bespot hadden. En onder hen brandde een vuur dat hen kwelde.
22 En er was een poel van vuur, waarin zich mannen bevonden die rechtvaardigheid veracht hadden, en kwelengelen pijnigden hen.
23 En er waren ook anderen, vrouwen, opgehangen aan hun haar, hangend boven de kokende vuurzee. Dat waren zij die zich hadden opgemaakt om overspel te bedrijven. En de mannen die zich met hen verontreinigd hadden waren opgehangen aan hun voeten, terwijl hun hoofden in de vuurzee gedompeld waren. En ik zei: ik kan het niet geloven dat ik op deze plaats zou mogen komen.
24 En ik zag de moordenaars en diegenen die met hen samenspanden. Zij waren geworpen op een vlakke plaats waar kwaadaardige slangen kropen. Zij werden als straf voortdurend gebeten door die slangen, en kronkelden heen en weer. En ook wormen en wolken van duisternis kwelden hen. En de vermoorde zielen stonden naar de bestraffingen van de moordenaars te kijken en riepen uit: O God, Uw oordeel is rechtvaardig.
25 En nabij die plaats zag ik een andere plaats, die volstroomde met het bloed en uitwerpselen van hen die gestraft werden, totdat het tot een meer uitgroeide. Er zaten vrouwen in, tot hun nek in het bloed, en tegenover hen zaten kinderen die op ongepaste tijd geboren werden. En vonken van vuur ontsproten aan hen en kwamen terecht in de ogen van de vrouwen. Dit waren de vervloekte vrouwen die zwanger geworden waren en abortus hadden opgewekt.
26 En andere mannen en vrouwen brandden tot aan hun middel en werden geworpen op een duistere plaats, waar ze geslagen werden door boze geesten. Hun ingewanden werden door wriemelende wormen opgegeten. Dit waren zij die de rechtvaardigen vervolgd en overgeleverd hadden.
27 En nabij dezen waren weer vrouwen en mannen die vanwege kwellingen hun eigen lippen kapot beten. Een roodgloeiende pook werd in hun ogen geduwd. Dit waren zij die de weg der gerechtigheid gelasterd en beschimpt hadden.
28 En tegenover die mensen weer mannen en vrouwen, die op hun tong beten en vlammend vuur in hun mond hadden: dit waren de valse getuigen.
29 En op een andere plaats waren kiezelstenen, scherper dan enig zwaard of mes, roodgloeiend, en vrouwen en mannen in gerafelde kleding rolden hierop voor straf. Dit waren de rijken die op rijkdom vertrouwden en geen medelijden hadden met weduwen en wezen, en die het gebod Gods verachtten.
30 En in een ander uitgestrekt meer, vol pek en bloed en kolkende vuurzee, stonden mannen en vrouwen tot aan hun knieën. Dit waren de woekeraars en zij die rente op rente eisen.
31 En andere mannen en vrouwen werden vanaf een stijle rotswand geworpen. Wanneer ze beneden aangekomen waren werden ze door hen die toezicht hielden weer naar boven gedreven, en vandaar weer opnieuw naar beneden gegooid. Zij hadden nooit rust van deze straf. Dit waren de mannen die hun lichamen verontreinigden en als vrouwen handelden, en de vrouwen die met elkaar lagen zoals een man met een vrouw ligt.
32 En naast deze afgrond was een plaats vol vuur. Daar stonden mannen die met hun eigen handen gesneden afgodsbeelden hadden gemaakt. Naast dezen stonden andere mannen en vrouwen met stokken in hun hand. Zij ranselden elkaar af en hielden nooit op met deze straf.
33 En weer anderen, dichtbij hen, waren vrouwen en mannen die zich brandden en zich draaiden aan het spit. Dit waren zij die de weg van God verlaten hadden.


Bovenstaande teksten bevatten de allerafschuwelijkste denkbeelden die ik ooit onder ogen heb gehad. Woorden zijn niet toereikend de weerzin en schok die ik ervaar uit te beelden. Deze schok is des te groter, wanneer ik me bedenk dat de meest afschuwelijke menselijke wraakgedachten die er op aarde maar gevonden kunnen worden juist via de christelijke godsdienst ontstaan zijn, en in de christelijke literatuur te vinden is. Zonderling dat de christenen in vele opzichten de hel die we in heidense godsdiensten tegenkomen overtroffen hebben (bijvoorbeeld door straf een eeuwigheid te laten duren, of gelijksoortig gruwelijke straf te bedenken ongeacht de zwaarte van de overtreding). Het zal duidelijk zijn dat alle eeuwenlange variaties op de hel, in zowel het christendom als in de islam, uit de tekst van de Apocalyps van Petrus geput hebben. Geen enkel modern humanistisch-christelijk praten over de hel kan deze lugubere denkbeelden wegpoetsen, bijstellen of afzwakken. De beelden van vuur, eeuwige pijn, leed en duisternis komen tenslotte ook in de bijbel voor en nog wel in de woorden van Jezus zelf. De psychische kwellingen die dreiging met hel en verdoemenis en eeuwige straf in twintig eeuwen van prediking hebben veroorzaakt, zijn onnoemlijk in aantal, onmeetbaar in omvang. De wereld zal er pas van verlost worden wanneer de wereld verlost wordt van de tyrannie van de bijbel en de koran.









Het ontstaan van de hel

Wanneer we op zoek gaan naar de oorsprong van dit geloof in hel als een plaats van eeuwige straf en pijn moeten we merkwaardigerwijze tot de conclusie komen dat dit gedachtengoed in de Joodse godsdienst is geslopen in de lange tijd tussen het Oude en Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament is dan ook in grove tegenstrijd met het Oude, in het bijzonder met de Thora (de boeken van Mozes), de kern van de oude godsdienst. In het Oude Testament wordt regelmatig over Sheol gesproken, waarmee eenvoudig ‘het dodenrijk’ wordt bedoeld, de plaats waar alle mensen heengaan na hun sterven. We zouden Sheol met het woord ‘graf’ kunnen vertalen. In de oude wereld verbeeldde men zich dat Sheol diep onder de grond was. Het Oude Testament kent geen ideeën over een leven in het hiernamaals in een hemel voor de vromen en een hel voor de goddelozen. Deze ideeën zijn pas geleidelijk ontstaan in de laatste vijf eeuwen voor onze jaartelling.

In het Nieuwe Testament wordt over de Sadduceeën en Farizeeën gesproken. Dit laat duidelijk zien dat niet iedereen meedeed met nieuwe ontwikkelingen. Zoals in elke tijd en elke cultuur had ook Palestina zijn kleine groepering die vasthield aan de oude meningen, zoals bijvoorbeeld over het dodenrijk. De Sadduceeën, de partij van de elite, hield vast aan de oorspronkelijke Sheol, het eeuwige dodenrijk voor iedereen. Ongetwijfeld zal ‘zo staat het in de geschriften’ als een belangrijk argument zijn gebruikt. De Sadduceeën waren de meest behoudende groep. De Farizeeën echter geloofden wel in een tweedeling ‘goddeloos en rechtvaardig’. Ook Jezus sloot zich wat dat betreft aan bij de groep van Farizeeën, zoals we kunnen nalezen in Lucas 16, waarin Jezus spreekt over een onoverkomelijke kloof die de twee afdelingen van het hiernamaals scheidt. Hier zien we invloed van de hellenistische tijd, namelijk dat de zielen van rechtvaardigen niet meer voorlopig in het dodenrijk moesten verblijven maar direct naar de hemel gaan. Deze mening vinden we ook bij de Essenen, een andere groepering ten tijde van Jezus, waartoe misschien Johannes de Doper ook behoorde.

Jezus geeft als reden voor zijn geloof in de opstanding dat God zich aan Mozes introduceerde met de woorden ‘Ik ben de God van Abraham, Isaak en Jacob’. Hieruit trok Hij de conclusie dat God geen God van doden is maar van levenden.

De ongedeelde Sheol bleef in het Oude Testament lang intact. Daar waar in omringende culturen al een tweedeling in het dodenrijk was ingetreden bleven de Joden lang vasthouden aan één Sheol waar alle mensen naar toe gingen. In Spreuken 2 staat dat niet één persoon die naar het dodenrijk gaat terug zal keren (deze tekst spreekt overigens het geloof in een letterlijke opstanding van Jezus tegen). In psalm 6 kunnen we lezen dat de doden in het dodenrijk God niet meer kunnen loven. Prediker stelt zelfs dat mens en dier in de dood gelijk zijn, ‘waarbij de mens niets voor heeft boven de dieren’. In een later hoofdstuk schrijft hij dat een zelfde lot de rechtvaardige en de goddeloze treft, dat de doden geen loon meer te wachten hebben, en dat er geen kennis of wijsheid in het dodenrijk bestaat (Pred. 9: 5). Dit staat er zo duidelijk dat verontruste fundamentalistische christenen de waarheid wel moeten verdraaien om uit deze tegenstrijdigheid in de bijbel te komen: in een voetnoot van C.I. Scofield beweert hij in zijn bijbel met aantekeningen dat dit de persoonlijke conclusie van de schrijver van het boek Prediker was en dus niet een geïnspireerde uitspraak!

In het boek Daniël is de Sheol in de bijbel voor het eerst geen onverdeeld en onveranderlijk dodenrijk meer. De opstanding doet voor het eerst haar intrede: vele doden zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot versmading. (Dan. 12: 2) Ook in andere jonge oudtestamentische geschriften vinden we aanwijzingen in de richting van een tweedeling.

Maar de ideeën dat goddelozen in een hel met vuur terechtkomen zijn volkomen vreemd aan het Oude Testament. Deze leer wordt geheel onverwachts geïntroduceerd in de woorden van Jezus. Zij worden in het geheel niet verklaard en schijnen in de joodse maatschappij van het Nieuwe Testament algemeen als geldig gezien te zijn.

Als onbetwistbaar zullen we moeten aanvaarden dat de ideeën van de omliggende volkeren de geloofsopvattingen van de Joden in de honderden jaren intertestamentaire periode grondig hebben beïnvloed. Zo kent de oude Perzische religie van Zarathoestra (600-700 voor Christus) al een anti-god (Ahriman, ook wel Angra Mainush, God van duisternis), die, nadat hij verslagen wordt door de oppergod Ahura (=God van licht) Mazda (= de wijze), uit de hemel verbannen wordt en daarna zijn woonplaats heeft in de onderwereld ‘van de leugen’, temidden van drek en stank. Deze godsdienst van Zarathoestra is naar men meent een poging om het te gecompliceerde meergodendom van het Hindoeïsme te vereenvoudigen. De indeling van de werkelijkheid in twee, in zwart en wit is zo eenvoudig en clear-cut dat de gedachte zich over de gehele antieke wereld snel verbreidde. Ze paste ook gemakkelijk in op het denken van vele omliggende culturen. Zo stond Heraclitus al een filosofie voor gebaseerd op het dualisme: ‘De strijd tussen tegengestelden geeft geboorte aan al wat volgt. Soms lijkt de spanning opgeheven, maar dit is slechts tijdelijk. De strijd is eeuwig.’ Ook de Kanaänitische goden Belial, een god van demonen, had zijn verblijf ‘in de afgrond’. De afschrikwekkende god Moloch, waaraan kinderoffers gedaan werden was een god in een onderwerelds koninkrijk waar alles met kokende lava bedekt was. Al dit soort angst- en gruwelgedachten, waartoe ook gedachten van pijn, straf en foltering behoorden, werden in het joodse denken geleidelijk aan met Sheol, ‘het graf’, verbonden. De overgang is zeer natuurlijk, wanneer men bedenkt hoe als vanzelf de gedachte van een schaduwachtig en naargeestig rijk Sheol droefenis en somberheid oproept.

In de tijd van Jezus aangekomen heeft deze plaats een eigen naam: het Gehenna. Jezus spreekt hierover wel zes of zeven maal. Het wordt beschreven als een vreselijke plaats van pijn en straf. We lezen over rokende zwavel, vuur, geween en tandengeknars. In Mattheus 5:29,30 wordt gesproken over ‘het hele lichaam’ dat in de hel gegooid wordt. In Marcus 9:42-48 lezen we:


Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, zou beter af zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee gegooid werd. Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna te moeten gaan, naar het onblusbare vuur. Als je voet je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee voeten in de Gehenna geworpen worden. [Andere handschriften hebben een extra vers: ‘[46] waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft’]. En als je oog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden, waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft.


Ach, iedere gelovige heeft deze woorden ontelbare keren gelezen. De barbaarse extremiteit ervan dringt niet meer tot ons door. De woorden ‘waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust’ zijn een aanhaling van Jesaja 66:24, waar het beeldspraak is. Het feit dat Jezus zegt dat we beter een voet of hand kunnen afhakken en verminkt het leven binnengaan dan in de Gehenna geworpen te worden laten goed zien dat het denkbeeld van de hel niets te maken heeft met zoetsappige modernchristelijke opvattingen zoals 'spijt hebben', 'eeuwig zonder God moeten leven' enz. Het woord Gehenna komt van een plaats, ‘vallei van Hinnom’ waar letterlijk slachting plaatsvond, en dode lichamen van ter dood veroordeelden werden verbrand.


Het is natuurlijk wel te begrijpen dat beschaafde mensen vanwege de gruwelijke ideeën die aan de hel zijn verbonden, de eeuwen door hun toevlucht hebben gezocht tot een niet-letterlijke opvatting van de hel. Hiervoor zijn ook andere redenen, zoals uit de volgende vraagtekens blijkt.

Iets wat ons van frustratie de haren uit ons hoofd kan doen trekken, is het feit dat deze kolossale geloofswaarheid van de eeuwige verdoemenis (eeuwige straf) zo geheel als een donderslag bij heldere hemel op ons af komt. Nergens worden we in de bijbel er met een plechtigheid van een openbaring zoals op de berg Sinaï van zo’n kardinale waarheid op de hoogte gesteld. Jezus introduceert de hel in Mattheüs 5, alsof dit voor iedereen al eeuwenlang duidelijk is, alsof Hij er geen idee van heeft dat zulk een lering onafzienbare gevolgen heeft voor de toekomst van de mensheid, en zijn toehoorders halen er niet eens hun schouders over op, ze schijnen allemaal ja en amen te zeggen. De hel wordt ook niet geïntroduceerd als een belangrijke nieuwe doctrine, maar wordt als het ware tussen neus en lippen aangehaald, glipt er even in om de belangrijkheid van de boodschap van het evangelie te onderstrepen. De Joden hadden gezegd dat een moordenaar het oordeel over zich uitgesproken zou krijgen, maar de reaktie van Jezus is dat zelfs hij die zonder grondige reden boos is op zijn broeder al in gevaar van dit oordeel is. Dan schroeft hij de duimschroeven nog verder aan en zegt: ‘wie tegen zijn broeder zegt Jij Gek, zal al in het gevaar van het hellevuur zijn’, een op z’n zachtst gezegd nogal onfatsoenlijke uitspraak.

Nog vreemder wordt het wanneer we in het Nieuwe Testament doorlezen en zien dat het hele Gehenna woord maar één keer voorkomt in de rest van de bijbel (Jacobus). Paulus schijnt ook helemaal niets te weten over een hel, want hij rept er met geen woord over (maar wel over Gods straf voor goddelozen in dit leven).



Laten we vervolgens eens op zoek gaan naar de Satan. Het is al precies eenzelfde verhaal. De Thora kent helemaal geen Satan, en in latere delen komt hij ook maar een paar keer voor. Maar in het Nieuwe Testament speelt hij een hoofdrol, en wordt dit heerschap geïntroduceerd alsof hij er altijd al geweest is en overal om ons heen als een godheid vanalles uitspookt wat God niet wil. Ditzelfde geldt voor demonen. In de oudste boeken horen we heel af en toe over een boze geest die over iemand komt. Maar deze boze geest is van God. In 1 Samuël 16:14 lezen we bijvoorbeeld:


‘Maar van Saul was de Geest des Heren geweken, en een boze geest die van de Here kwam, joeg hem angst aan.’


In Richteren 9:23:


‘Toen Abimelek drie jaar over Israël geregeerd had, zond God een boze geest tussen Abimelek en de burgers van Sichem’.


Hier zouden we kunnen denken aan verpersoonlijking van abstract denken, de oeroude manier om eenvoudig te zeggen ‘God deed tweestrijd ontstaan’. Maar in het Nieuwe Testament zijn boze geesten overal, hun naam is soms letterlijk ‘legio’, en het zijn duivelse wezens die aangesproken kunnen worden en een woonplaats hebben.

In het Oude Testament lezen we in Ezechiël 28 het oordeel en een klaaglied over de koning van Tyrus. Met een enorme tour de force wordt hiervan later de Satan gemaakt! Op dezelfde manier lezen we in Jesaja 13 en 14 een tirade over de val van Babel. Van Jes. 14:12-14 wordt later een hele hoop achtergrondinformatie over de Satan gemaakt. Zo krijgen we fantastische theorieën over een engel genaamd Lucifer, de Lichtdrager, die zeer schoon, machtig en intelligent geschapen werd, een overste van miljoenen engelen. En deze engel nu schijnt op een zekere tijd de tegenstander van God te worden, op aarde geworpen te worden, met al zijn handlangers (stel je voor, na een oorlog in de hemel! In de hemel?? Openb. 12:7), en hier al het kwaad uit te richten wat we maar als kwaad kennen. Job 1:7 laat zien dat hij maar ronddoolt op aarde. Af en toe komt hij bij God verslag doen. Op deze plaatsen in het Oude Testament berust dan de hele denkwereld van het Nieuwe, voor zover we hier kunnen spreken over berusten op de bijbelse godsdienst. Deze absurde leringen berusten net zo stevig op de bijbel als de ‘uitleggingen van het profetische woord’ die tegenwoordig door geinspireerde mannen als Hal Lindsey worden gegeven, wanneer ze de Sovjet-Unie en de Europese Unie en Rood China overal in de profetenboeken vinden. Voor een ieder die oren heeft om te horen en ogen om te kunnen zien zal het overduidelijk zijn dat alle nieuwtestamentische ideeën van hel en satan en demonen oorspronkelijk uit heidense gruwelgodsdiensten zijn gekomen en niets maar dan ook niets met de originele godsdienst van Mozes te maken hebben. In de originele godsdienst zijn ‘geesten’ juist zo volkomen afwezig omdat het een kardinaal geloofspunt is dat men zich op geen enkele manier mag bezighouden of op een of andere manier contact krijgen met ze (Dt. 18: 10-12). Ze kunnen dus niet eens aangesproken worden of uitgedreven worden zoals dit in het Nieuwe Testament aan de lopende band gebeurt. De oudtestamentische godsdienst is tot in het extreme monotheïstisch. Zij aanvaardt noch een satan die halfgod is, noch een mens die tot God wordt uitgeroepen. Het Nieuwe Testament is dan ook een grove en ook naieve heidense verbastering van het joodse geloof. Voor iemand die een begrip wil krijgen voor het ontstaan en de ontwikkeling van de bijbelse denkbeelden en mythen is dit artikel een eye-opener.



Laten we, om bovenstaande goed te begrijpen, eens in detail onder de loep nemen wat het Oude Testament te zeggen heeft over Satan. Lees de teksten en bedenk hoe je ze zou kunnen vertalen:



Er is geen vast woord om het hebreeuwse woord sa-tan te vertalen. In de eerste drie teksten kunnen we ‘vijand’ of ‘tegenstander’ vertalen, in de vierde tekst wellicht ‘kwaadspreker’, in de vijfde tekst misschien een duivel, maar het kan ook gewoon een synoniem, een verpersoonlijking, van ‘de toorn van God’ zijn (nb de identieke tekst in 1 Samuël). In de laatste twee teksten betekent het gewoon weer ‘vijand’ of ‘aanklager’ in de contekst van een rechtzitting. Nergens wordt over een Satan gesproken als in het Nieuwe Testament, als een onafhankelijke persoon die al het kwaad belichaamt, zoals bijvoorbeeld in Openbaringen 12: 7-9


‘En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon niet standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd op aarde geworpen, de oude slang die genaamd wordt de duivel en Satan, die de gehele wereld verleidt’.


In de oudtestamentische godsdienst is Jahweh waarlijk één, Hij heeft geen tegenstander, van Hem komt zowel het goede als het kwade, zoals we op vele manieren dit hebben kunnen lezen in het voorafgaande en zoals we in Klaagliederen en Jesaja zelfs heel letterlijk kunnen lezen.


Klaagliederen 3:38 ‘Komt niet uit de mond des Allerhoogsten het kwade en het goede?’


Jesaja 45:7: ‘Ik ben de Here en er is geen ander; die het licht formeer en de duisternis schep, die de vrede/het heil/het goede bewerk en het kwade/ongeluk schep.’


Heeft u moeite met dit vers? Lees wat ‘Levende Islam’ erover zegt op het internet: ‘Vraag: Om welke reden zou Allah kwaad scheppen als het tezelfdertijd zondig is? Antwoord: Iemand heeft eens gezegd: ‘Wie zal het weten?’. We moeten ons niet aanmatigen de geest van God te kennen. We zijn maar simpele mensen. Maar er is één ding dat we wel weten: Als wij zijn schepselen zijn, zijn wij Zijn eigendom en kan Hij doen met ons wat Hij wil. Wij moeten ons onderwerpen aan de feiten in het leven en niet ertegen in opstand komen.’ Mooi gezegd, he, slechts de reformatorische theologie van de oude stempel zou het zo helder uit kunnen leggen! Dan moet je de theologen van tegenwoordig, die in hun jeugd voor het merendeel Donald Duck gelezen hebben, erover horen. Ze zullen eerst kanttekeningen maken, erop wijzen dat ‘kwaad’ ook onaangename gebeurtenissen kan betekenen en het in geen geval moreel kwaad kan betekenen, omdat God goed is; dan zouden ze –u raadt het toch wel- de contekst erbij halen: Merk op hoe het woord ‘kwaad’ als onheil uitgelegd kan worden, net zo als ‘het goede’ vertaald kan worden met ‘vrede’. En dan lepelen ze een mooie theorie met behulp van de wijde contekst op hoe God de vijand (Kores), dus het kwade, gebruikt als instrument in Zijn hand.(Dr. Wayne Jackson MA). Bent u, bijbelgetrouw gelovige, weer gerustgesteld? Of raakt u enigszins in de war omdat u zich nog herinnert dat God Kores liefhad en hij dus eigenlijk zo kwaad niet kan zijn? Uw probleem is wellicht dat u de bijbel te goed begint te kennen.


Het godsdienstige denken van het Oude Testament is eenvoudig te begrijpen, zoals men het in de Islam nog leert. In de bijbel lezen we vele malen dat God zegent met kinderen of een vrouw onvruchtbaar laat. In beide gevallen komt alles uit Gods hand. Job had deze eenvoudige les al lang voor zijn beproeving geleerd. In antwoord op de kritiek van God door zijn vrouw, zei hij ‘Zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?’ We kunnen velen horen uitroepen ‘Godslastering!’ bij zo'n gedachte, want voor het kwade hebben we een satan tegenwoordig en het kwade aan God toe te schrijven is natuurlijk de grootste list van de satan... Maar het bijbels commentaar is, ‘In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet’ (Job 2:10).


Maar in het Nieuwe Testament leven we opeens in een totaal andere wereld. En omdat Jezus nu eenmaal God is, en de gelovigen bovendien het Oude Testament voor het merendeel aan hun laars lappen, slikken de gelovigen elk woord dat over deze uit het luchtledige tevoorschijn getoverde ‘antigodwereld’ staat. Satan en zijn handlangers worden in het Nieuwe Testament bloemrijk omschreven alsof ze de hoofdrol in de wereld spelen. Satan is de schepper en oorsprong van het kwaad, de duivel, de aanklager, de grote draak, de boze, de vader van leugens, de moordenaar, de slang, de god van deze wereld, de prins der demonen, de prins van duisternis, de verleider, Beelzebub, de overste van de macht der lucht, een brullende leeuw die weet dat hij niet veel tijd heeft enz. Heeft een troeteldier ooit zoveel liefkozingsnamen gehad? Het is treurig dat ons denken sterker beïnvloed is door de heidense filosofieën uit het verleden, dan door het Oude Testament, dat ons werd toevertrouwd, want hoe barbaars het ook is, het kent geen demonen en helstraffen en doet ons in alles richten op alleen God. Een buitenstaander, die voor het eerst met het Christendom te maken krijgt, moet echter uit de gangbare christelijke literatuur wel tot de conclusie komen dat er twee sterke machten zijn die worstelen om de heerschappij, een goede en een kwade, en dat de kwade niet slechts nu de overhand op aarde heeft, maar ook eeuwig het grootste succes boekt. Want slechts een zeer klein deel wordt eens uit zijn klauwen gered. In feite zeggen vele gelovigen ook nog dat de Satan het in de eindtijd zelfs nog dreigt te winnen door bijna iedereen te verleiden. Iedereen die niet gebonden is aan voorschriften hoe je moet geloven kan niet anders dan uit dat theologische systeem de conclusie trekken, dat het in werkelijkheid om twee goden gaat, die in een machtsstrijd tegen elkaar verwikkeld zijn. Uiteindelijk wint de goede God het net op het nippertje, geheel volgens het schema van alle Hollywoodfilms. Bovendien zal de buitenstaander concluderen dat het Christendom een afscheiding van de Zarathoestra cultus is, of van de daaraan verwante culten is afgeleid.


Ongeacht of we nu geloven in een letterlijke poel van vuur of niet, we zullen moeten toegeven dat de hel iets verschrikkelijks is, en dat Jezus als enige met de hel dreigt. En dat terwijl we juist tot de conclusie waren gekomen dat Jezus een boodschap van liefde predikte en ons in een liefdevolle Vader wil doen geloven! Hiermee zijn we gekomen op het allergrootste opstakel in het Christelijke geloof. Ieder modern mens zal zijn keuze moeten bepalen: óf hij ontkent de werkelijkheid van een hel en daarmee de goddelijkheid van Christus, óf hij vervormt en verdraait al zijn gedachten over liefde en gerechtigheid om ook deze weerzinwekkende gedachten onder te brengen in zijn geloof. Het is duidelijk dat de eerste keus het gehele christelijke geloof ondermijnt, en de andere keus de schizofrenie van de gelovige mens naar het hoogtepunt brengt, van de mens en zijn godsdienst een barbaar maakt, zoals de geschiedenis ons keer op keer laat zien. Zodoende zullen de meeste mensen een middenweg of uitweg zoeken. Je kan er hele boeken over lezen, hoe je in een hel kunt geloven die toch eigenlijk niet bestaat. Maar ik voor mij kan niet meer leven met zulke kronkelgedachten. Ik móet een keus maken: of de bijbel heeft gelijk, of hij staat vol van primitieve gedachten, zo niet gevaarlijke onzin.

Twee dingen doen mij voor dit laatste kiezen:









Gedachtenkronkels

Hoor hoe evangelische predikers de meest fundamentele waarheden, de meest eenvoudige begrippen zoals liefde, goedheid, rechtvaardigheid en eerlijkheid, zoals een kind ze kan begrijpen, volkomen verkrachten, lees hoe men zich in alle kronkels wringt om de gedachte aanvaardbaar te maken en zie hoe een mens al zijn mede-menselijkheid opoffert om in zijn geloof de touwtjes aan elkaar te binden:


‘Niemand stuurt mensen naar een hel. God doet alles om mensen uit de hel te houden. Wij zijn en worden nooit robots. We hebben de macht om ja of nee te zeggen. Mensen brengen zichzelf in de hel. Soms hoor je mensen zeggen: ’God kan nooit toelaten dat zijn kinderen naar de hel gaan’. Natuurlijk doet God dat niet, want zodra we door geloof in Christus zijn kind zijn, behoren we bij Gods familie. Kan een God die liefde is iemand naar de hel sturen? Je kunt net zo goed vragen: Kan God ziekte toelaten in ons leven, in de wereld? Laat God gevangenissen toe of de electrische stoel? Laat God oorlog toe? Alles is het gevolg van onze rebellie, of van hebzucht, egoïsme en machtswellust. We weten een waslijst aan zonden op te noemen. Denk maar aan verkrachting, incest, moord. En wat doen we? We maken gradaties in die zaken. Het ene is erger dan het andere. Toch, als je alle verkeerde dingen op een hoop zou gooien, dan zou dat nog niet zo vreselijk zijn als het buitensluiten van Jezus in ons leven. Het is toch al te gek dat we zomaar de draak kunnen steken met Jezus en daar dan niet gestraft voor worden? Wat kunnen mensen er toch vreemde gedachtenkronkels op na houden. Mensen krijgen toch straf voor veel kleinere zaken. Zo zit het leven nou eenmaal in elkaar. Vuur brandt nou eenmaal. Zwaartekracht doodt. Water kan doen verdrinken. En jij maar roepen: ’God is liefde, God is liefde, God is liefde...’ tot je een ons weegt. Water blijft altijd gevaarlijk, vuur zal altijd pijn doen. Evenzo zal de zonde altijd verdoemen, hoe hard je ook roept dat God een liefhebbende God is. Zo heeft God nu eenmaal alles geschapen. Hij maakte de spelregels, de handleiding voor het leven. Breken we die wetten dan moeten we de konsekwenties ervan dragen.’ (Christian answers op het internet).


‘Ik geloof zeker dat de vervloekten, om zo te zeggen ‘succesvolle rebellen’ zijn, die blijven waar ze willen zijn. Ieder die in de hel is heeft er zelf voor gekozen. Zonder die eigen keuze zou er geen hel zijn.’ (C. S. Lewis)


‘Er is geen leerstuk dat ik als ik dat kon liever uit het christendom zou willen verwijderen dan het leerstuk over de hel’. (dezelfde C. S. Lewis)


‘In zekere zin geeft het concept van de hel betekenis aan ons leven. Het houdt in dat de morele keuzes van elke dag betekenis hebben voor de eeuwigheid. Zonder de overtuiging van absolute gerechtigheid zal de moraal van de mens ontaarden’. (Chuck Colson, de man die in de gevangenis tot bekering kwam)


‘En als men met het argument komt dat het toch maar vreselijk is, dat vervloekten eeuwig hun trieste lot moeten ondergaan dan kunnen we stellen: ja, maar dat is niet anders. De dood is nu eenmaal niet het einde van ons bestaan, we zijn geschapen voor de eeuwigheid. Hetzij in de hemel of in de hel.’ (Dave Hunt)


‘Nu, wie in de bijbel spreekt het meest over de hel? Jezus zelf. De meest liefdevolle mens sprak het hardste woord. Er staan niet minder dan 75 uitspraken over de hel in de synoptische evangeliën. En je kunt niet zeggen ‘wat Jezus zegt over de hemel geloof ik, maar wat Hij over de hel zegt geloof ik niet’. We moeten Jezus vertrouwen. Om te beginnen: Jezus spreekt altijd in beelden over de hel net zoals over de hemel in beelden wordt gesproken. De kern van de hel zoals we in Lukas 16 zien, is scheiding tussen u en God. De hel is leven zonder God. Wanneer mensen daar zijn hebben ze er zelf voor gekozen.

Gaan dan alle ongelovigen, bijvoorbeeld kleine babies die dood gaan naar de hel? Dat laten we maar aan God over, die niet alleen heel rechtvaardig is maar ook barmhartig.

Is het niet erg intolerant, erg exclusief, onverdraagzaam, dat christelijk geloof? Waarom komen alleen christenen in de hemel en waarom niet ook moslims, die goed leven? Deze vraag is heel begrijpelijk en helemaal van deze tijd. Maar er is een antwoord op deze vraag en het antwoord toont u direkt ook het hart van het christelijk geloof.

Mensen, die de God van de Bijbel niet willen, willen ook niet in de hemel.

Niet het christelijk geloof is onverdraagzaam en intolerant, maar de andere godsdiensten. Waarom? Omdat het in alle andere godsdiensten gaat om een goed leven, goede werken. Goede mensen komen in de hemel en slechte mensen niet. Maar dat is pas exclusief! De mensheid wordt opgedeeld in goede en slechte mensen. Goede mensen mogen binnen, slechte mensen niet.
Maar: wanneer ben je goed genoeg? Wat is echt goed? Mag een moordenaar binnen? Een overspelige vrouw? Een tollenaar? Nee, zeggen mensen, want die leven slecht. Ja, maar wie is dan goed genoeg?n En dat is de bevrijdende boodschap van de Bijbel: Niemand is goed genoeg! Niemand zou binnen mogen. Maar daar is Jezus nu juist voor gekomen. Door Hem is er genade. Het christelijk geloof is niet exclusief: iedereen mag in de hemel komen.’ (Pete Gifford, evangelische gemeente van Gent)


‘Zonder hel geen gerechtigheid.’ (Prof.dr. Bram van de Beek, 2005).


Merk op: In de bijbel stuurt God mensen de hel in, in de preken van de evangelischen marcheert iedereen er uit vrije wil naar toe. Wanneer de hel te heet wordt, wordt hij wat afgekoeld en spreekt men over ‘beeldspraak’ en ‘afwezigheid van God’. Als het nog moeilijker wordt, zeggen we eenvoudig ‘dat laten we maar aan God over’. Men verkondigt de kracht van de liefde, maar heeft de hel nodig om de zonde te bestrijden en de morele regels hoog te houden. Men blijft in dit alles geloven, maar zou het liefst alles schrappen. Men moet in de hel geloven omdat men in de hemel wil geloven. Men heeft het over de hel, maar weet alles zo om te draaien totdat er zelfs uiteindelijk een ‘bevrijdende boodschap’ uit komt, een professor maakt het zelfs een synoniem van 'gerechtigheid'! En dan beschuldigen ze ertussendoor liefdevolle en logische mensen die de hel afwijzen nog van ‘gedachtenkronkels’ ook!









De geschiedenis van de hel

“Tweeduizend jaar van christendom heeft gezorgd voor een ongekende bloei van de hel. Eeuwenlang heeft de kerk de nadruk gelegd op een God die dol is op pijnigen en die met een bijna satanisch genoegen talrijke mensen na hun dood promoveerde tot brandstof voor de hel.
De kennis over de hel werd steeds groter. Origenes, met Augustinus de grootste bijbelgeleerde uit de oudheid (derde eeuw nChr.), wist bijvoorbeeld dat de straf van slechte mensen slechts tijdelijk is en dat er na verloop van tijd een volledig herstel (apokatastasis) plaatsvindt. Overigens, hij schrijft ook hoe hij er nu al van geniet zijn tegenstanders in de hel te zien branden. Drie eeuwen later, in de zesde eeuw dus, werd Origenes door de synode van Constantinopel vervloekt omdat men inmiddels weer wat meer kennis van de hel had, en nu zeker wist dat de straf wel eeuwig is. De vele theologen die het met Origenes eens waren werden mee veroordeeld. Er kwam zo heel wat brandhout bij voor de hel, want dat was het wat ‘vervloeking’ in die tijd betekende.
Behalve de eeuwigheid van de straffen kwam men ook te weten wanneer die eeuwige straffen ingingen: zo snel mogelijk. Benedictus XII bepaalde in de veertiende eeuw dat God de zielen van de zware zondenaren onmiddellijk na de dood naar de hel stuurde om daar gepijnigd te worden door helse (wat anders!) kwellingen. In de vijftiende eeuw was men te weten gekomen dat alleen katholieken in de hemel kwamen. En even voor de goede orde: het protestantisme bestond toen nog niet en dus was katholiek in die tijd in de westerse wereld synoniem aan christen.
Een andere wetenswaardigheid over de hel kwam in de vijfde eeuw aan het licht door toedoen van Augustinus. Het was kennelijk bekend geworden dat het grootste deel van de mensen niet in de hemel terecht zou komen, maar naar de hel zou gaan. Het algemeen voorkomende joodse geloof dat God uiteindelijk vrijwel iedereen zou redden, verandert in het christendom in een godsdienst waarin God voornamelijk bezig is mensen eeuwig te vervloeken.
Augustinus wist nog meer te vertellen over hemel en hel. Zo krijgen ongedoopte kinderen het hellevuur te voelen. Maakt niet uit hoe of wat: ongedoopt is ongedoopt en blijft ongedoopt. En dus wacht de hel. Bisschop Julianus van Eclanum ging tegen het gedachtengoed van Augustinus in en noemde de God van Augustinus een ‘vervolger van pasgeborenen die kleine zuigelingen in het eeuwige vuur werpt’. Overbodig om te zeggen dat deze bisschop tot ketter werd uitgeroepen, want Augustinus was op Paulus na toch wel de pienterste theoloog, en het staat duidelijk in de bijbel: je moet geloven en gedoopt zijn.
En nu de nieuwste inzichten in de hel. Of eigenlijk gezegd: de veranderingen die de twintigste eeuw in de hel zijn doorgevoerd volgens de mensen die het kunnen weten. We hadden gezien dat men in de vijftiende eeuw te weten was gekomen dat alleen katholieken in de hemel kunnen komen. Inmiddels is men overstag gegaan en kunnen ook mensen die ‘buiten hun schuld’ niet christelijk zijn naar de hemel toe. De mensen die door eigen schuld geen christen zijn gaan nog wel naar de hel. In hoeverre deze groepen in toekomstige eeuwen dispensatie krijgen is natuurlijk koffiedik kijken.
De reeds genoemde veroordeling van ongedoopte zuigelingen tot de hel kreeg ook nog een vervolg. In de achttiende eeuw wist de toonaangevende moraaltheoloog Alfons van Liguori al te melden dat indien er sprake is van een risico op het sterven van een baby tijdens de geboorte (dus vóór de doop), de moeder verplicht is om het opensnijden van haar buik te ondergaan teneinde het kind te dopen. De moeder moet haar mogelijke dood door opensnijding aanvaarden wanneer daardoor het kind vlak voor zijn sterven nog gedoopt kan worden. Zo niet, dan gaan zowel moeder als kind naar de hel. In 1967 heeft een toonaangevende moraaltheoloog Häring het nog eens dunnetjes overgedaan. Hij onderschreef hetgeen Van Liguori reeds meldde en weet het met de huidige medische kennis te preciseren: wanneer de doop niet gegarandeerd kan worden is de moeder verplicht zich indien noodzakelijk aan de volgende operaties te onderwerpen: keizersnede, doorsnijden van het bekken, doorsnijden van de schaamvoeg, operaties die, ondanks bepaalde gevaren voor de moeder, moeten worden uitgevoerd om het kind te redden. Sneu voor de moeders natuurlijk, maar wel Gods uitdrukkelijke wil.
In de twintigste eeuw is voor hardlerigen die in de katholieke traditie staan eindelijk duidelijk geworden dat het vuur in de hel geen metafoor is voor de pijniging van de hel, maar dat het gaat om echte vlammen die echt pijn doen. De theoloog Schmaus weet dat dit zo is want het hoort al eeuwenlang bij de kerkelijke traditie.” (De geschiedenis van de hel).


Billy Graham, de beroemde Amerikaanse evangelist, bracht hetzelfde als volgt onder woorden: ‘De leerstelling van een letterlijke hel vindt men in de geloofsbelijdenissen van alle belangrijke kerken. . . . God achtte de hel reëel genoeg om Zijn enige Zoon naar de wereld te zenden ten einde mensen van de hel te redden.’ Hij zei met betrekking tot deze leerstelling ook: ‘Ik geef toe dat het de moeilijkst te aanvaarden leer van alle leerstellingen van het christendom is.’

Een zeer oude opvatting over de hel is dat die plaats getypeerd kan worden door het ontbreken van God. Bij de katholieke kerk is de hel in deze beschaafde tijd officiëel een plaats geworden waar God niet aanwezig is. Paus Johannes-Paulus II verklaarde dat de hel niet door God als straf wordt opgelegd, maar dat het een natuurlijk gevolg is van de keuze van een persoon om gescheiden van God te leven.

Zoals we al lazen doet deze gedachte ook in andere kerken en bij gelovigen van allerlei slag opgang, sommigen gaan zelfs zover te stellen dat dit de enige betekenis van de hel is. Op deze manier klinkt de hel namelijk een stuk beschaafder! Hiervoor moet natuurlijk wel gewaarschuwd worden: In het door het Vaticaan goedgekeurde blad La Civiltà Cattolica verklaarden Italiaanse jezuïeten dat ze bezorgd waren dat er een tendens is in de Katholieke Kerk om met geen woord meer te reppen over de veronderstelde realiteit van het hellevuur en de pijnigingen ervan. Zij hekelen bijvoorbeeld een catechismus voor jonge mensen waarin nog niet één bladzijde wordt gewijd ‘aan het mysterie van de straf op het kwaad’. De jezuïeten houden vol dat het ‘vuur’ van het hellevuur niet alleen maar ‘buitensluiting van de tegenwoordigheid van God of de wroeging van de verdoemden’ is, maar dat het in plaats daarvan de pijniging als straf voor de op aarde bedreven zonden behelst. Zij roepen theologen, priesters en catechisten op over de hel te spreken, en wel in het bijzonder met jongeren. Maar zo u niet tot de Katholieke Kerk behoort, wie weet is dit de oplossing voor u indien de angst voor God het u belet de liefde in u daadwerkelijk gestalte te geven, en met een krachtige worp uw geloof in de hel voor eens en voor altijd te verwerpen! U krijgt er alleen een klein probleem bij: hoe dit verenigd moet worden met de alomtegenwoordige God is voor zover ik weet tot nu toe niet opgelost. Misschien is God weliswaar alomtegenwoordig maar is hij op sommige plaatsen meer alomtegenwoordig dan op andere plaatsen. Wie weet komen we eens een boek tegen waarin een theoloog met diepgang het eens scherp formuleert. Net zo scherp als de heilige drieëenheid indertijd werd geformuleerd en de uitverkiezing net zo waar is als tegelijkertijd de vrije wil van de mens. [2]









De gevolgen van gedachtenbarbarisme

Het geloof in de hel is niet alleen het droevige dieptepunt van de geloofsstellingen van de mensheid, het leidt ons ook op de weg naar barbaarsheid in de praktijk van het leven. We lazen daarnet al hoe Origenes ‘genoot’ van de straf die zijn tegenstanders zouden ondergaan. Dit is, naast de angst om Gods woord tegen te spreken, dan ook de diepste reden van het geloof in een hel. Een mens heeft wraakgevoelens, maar omdat hij zich machteloos voelt, laat hij de wraak aan God over. Vele malen is er ook op gewezen dat het geloof in de hel en straf van God mensen genadeloos kan maken. De historicus Joseph McCabe heeft in zijn boek ‘de geschiedenis van het folteren’ erop gewezen dat er geen cultuur in de gehele geschiedenis van de mensheid heeft bestaan die zoveel gefolterd heeft als de christelijke middeleeuwen, en de paar eeuwen daarna. Hij schrijft hierover dat pausen en kerkleiders vaak redeneerden dat als God zijn tegenstanders straft met eeuwige foltering in de hel, zij dit ook mogen doen met iedereen die het juiste geloof ondermijnt. Van de 16e eeuwse koningin Mary, die bekend staat als ‘Bloody Mary’, wordt gezegd dat ze de uitspraak deed: ‘Als de zielen van ketters voor eeuwig in de hel zullen branden, dan betaamt mij niets zo goed dan deze goddelijke straffen hier op aarde al met verbranden na te volgen’. Van Luthers grote vriend Melanchton wordt gemeld dat hij als volgt dacht over gevangenen: ‘Waarom zouden wij ze beter behandelen in dit leven dan dat God hen behandelt in het volgende?’ Een ander argument dat sommige mensen gebruikten was dat door ketters met folteringen een voorproefje van de hel te geven men ze misschien zou kunnen behoeden voor dit laatste oordeel: alleen op deze manier zouden ze nog bekeerd kunnen worden (lugubere details). Afgezien van deze barbaarse opinies heeft het geloof in de hel ook tot gevolg dat het mensen ongevoelig maakt. Zoals we in de uitspraken van bovengenoemde evangelisten al lazen, horen we redeneringen als ‘u kunt roepen ‘God is liefde’ tot u een ons weegt, het is nou eenmaal zo’; en ‘God zal men zelfs kunnen danken om dit alles!’ Kan er een godsdienstig denkbeeld uitgevonden worden weerzinwekkender en ziekelijker dan dit? Zulk een dogma doet niet anders dan het meest bestiale uit het menselijk karakter op te roepen. Zo putten de moslim zelfmoordterroristen hun kracht oa uit het geloof dat een martelaar niet het vagevuur in hoeft te gaan!


Het idee dat God mensen zou veroordelen tot eeuwige folteringen is zo walgelijk dat velen hierdoor hun geloof in God en de kerk hebben verloren. Zo iemand was Charles Darwin. In zijn biografie schreef hij: ‘Uiteindelijk, langzaamaan verloor ik mijn geloof en op het laatst werd ik totaal ongelovig … Ik kan moeilijk geloven hoe iemand kan verlangen dat het christendom waarheid is; want het is zo, de geschriften schijnen te onderwijzen dat degenen die niet geloven … eeuwig gestraft zullen worden. En dit is een vervloekte leerstelling.’ Uiteindelijk werd Darwin een verbeten atheïst die op zoek ging om bewijzen te vinden dat God niet bestaat! Men kan misschien wel stellen dat de evolutietheorie ontstond dankzij de leer van een vurige hel.

Een atheïst op het internet schrijft hoe hij in zijn leven voortdurend deze opmerkingen hoort van gelovigen:


-Er zal een tijd komen dat je je hiervoor zult moeten verantwoorden
-Eens zal het afgelopen zijn met je praat
-Je zult er een eeuwigheid over kunnen jammeren hoe fout je was
-Speel het spelletje dat je wil spelen, maar er zal een Dag des Oordeels komen


Hoe beklagenswaardig zijn de christenen die zo spreken!

Net zo beklagenswaardig is de volgende christen die in een internet discussie mensen op de ‘bijbelse waarheid’ wees. Hij kreeg van een gelovige een volgende reaktie:


‘Omdat het idee van ‘eeuwige verdoemenis’ een enorme hoeveelheid menselijk lijden in de wereld teweeg brengt, zou ik je willen vragen om in overweging te nemen dat er een mogelijkheid is dat de bijbel dit idee niet noodzakelijkerwijs leert. Of, tenminste lezers erop te attenderen dat er alle eeuwen door ook christenen geweest zijn die er anders over gedacht hebben. In 1966, toen ik 28 jaar oud was, kreeg ik een zenuw-instorting. Ik lag daarna verscheidene weken op bed in een staat van totale ontreddering en geestelijke pijniging. De oorzaak hiervan was mijn angst dat ik God niet genoeg of op de goede manier liefhad, en Hij mij daarvoor zou kunnen straffen na mijn dood. Het duurde 12 jaar voordat ik volledig over deze zenuwinzinking heen kwam.’(Rodger Tutt)


En hier de reaktie van de bijbelgetrouwe christen:


‘Het spijt me voor je, maar de hel is een realiteit. En geloven in God is niet genoeg om eraan te ontkomen. De Satan gelooft ook in God. Ik ontkom aan de hel omdat ik God om vergeving voor mijn zonden vraag. Doet u dat ook! Indien mensen zich zo verhard hebben dat niets anders meer helpt dan bangmakerij en het dreigen met de hel, dan zij het gebruik van deze middelen geoorloofd!!’


Het is voor iemand zoals ik die zo volkomen is opgegaan in het christelijk geloof, en de boodschap van de liefde op alle mogelijke manieren opgezogen heeft, dan ook immer een onbegrijpelijke zaak geweest dat praktisch geen christen er ooit ’s nachts wakker van ligt dat hij in een wereld leeft waar volgens de godsdienst die hij aanhangt het merendeel van de mensen een eeuwige straf van God zullen moeten ondergaan. Veelvuldig ben ik in mijn leven de houding tegengekomen zoals hierboven geschetst, die ik het toppunt van hardheid en ongevoeligheid noem. Ik denk dat het concept van de hel, de eeuwige straf, het oordeel van God na dit leven, de uiteindelijke reden is waarom ik het christendom vaarwel zeg: geen enkele lading ‘blijde boodschap’, ‘liefde’, ‘medelijden’, ‘goedheid’ enz kan nog serieus genomen worden zolang ook dit concept een rol speelt (hoezeer ze ook door de verlichte moderne gelovigen wordt verdoezeld) en met mensen die zo'n stompzinnig denkbeeld als eeuwige straf aanhangen voel ik op geen enkele manier gemeenschap. Ik ervaar het geloof in de hel en eeuwige verdoemenis als de hoogste godslastering waartoe een mens in staat is.

Op vele manieren is het christelijk geloof een aanslag op de psychische gezondheid van de mens. Zelf hebben deze mensen niet door hoe verhard hun eigen hart is. Wanneer u de psyche van een evangelische, orthodoxe of fundamentalistische gelovige wilt analyseren kunt u dit doen door het boek 1 9 8 4 van George Orwell te lezen. U zult dan lezen over Dubbelspraak, Dubbeldenken en Nieuwspraak. ‘War is Peace’ ‘Freedom is Slavery’ ‘Ignorance is Strength’, slogans opgeschreven en onderwezen door het Ministerie van Waarheid dat in een gebouw huist van wel 3000 kamers bovengronds en eenzelfde aantal ondergronds! Orwell beschrijft op meesterlijke wijze hoe mensen geestelijk hun denken verwringen wanneer ze slaaf geworden zijn van een terreurideologie die geen tegenspraak duldt. ‘Thoughtcrime does not entail death. Thoughtcrime IS death.’ gaat er voortdurend door hun gedachten. En hoewel Orwell het over het communisme heeft, is het voor mij in mijn eigen leven overduidelijk geworden dat dit ook voor fundamentalistische godsdiensten geldt.
Zie hoe de doorsnee gelovige met dit aspect van zijn geloof in een immer onbevredigende beklemmende situatie zit (christenen onder elkaar op een internetforum):


Christen no 1 (nadat iemand een link naar deze pagina geeft): Ik ga geen studies doen over de hel... Ik heb er niets mee te maken!! Ik ben van Jezus!

Christen no 2: Dat je geen studies over de hel gaat doen kan ik me in vinden, maar dat je er niets mee te maken hebt is niet helemaal juist volgens mij, ik bedoel je hebt constant te maken met de hel, kijk om je heen, besef dat de meeste mensen naar die plek gaan... daarom hebben wij christenen hier zeker weten mee te maken, wij hebben de waarheid van God gekregen om uit te delen aan anderen, en op die manier kunnen andere mensen behouden worden van de hel.. En ik denk ook dat we er persoonlijk constant mee bezig meoten zijn, en constant alert moeten blijven, je hebt de waarheid in ieder geval al gekregen door Jezus, maar dat wil niet zeggen dat satan nu ophoudt ons te misleiden; hij blijft het proberen, en ik heb er laatste tijd ook serieus last van (ander verhaal), maar nu besef ik het juist, en vroeger vond ik het normaal.., Dus niks ermee te maken hebben is beetje vaag eigenlijk, we zitten immers constant in strijd?

Christen 1: Maar ik denk niet dat ik alle mensen moet gaan vertellen hoe de hel is. Ik weet het niet, ben er nog nooit geweest. Ik vertel liever over Jezus liefde dan over de hel!

Christen 2: Ja maar ik zeg ook niet dat je mensen bang moet praten, maar omdat wij weten wat er na de dood is zijn we er juist mee bezig om mensen te vertellen over Gods liefde etc, daarom moeten wijzelf het [=de realiteit van de hel] beseffen en er ook mee bezig zijn vind ik.


De christen heeft dus twee opties: de hel en verdoemenis zoveel mogelijk te verdringen uit zijn gedachten, of het denkbeeld te gebruiken om zichzelf ermee te kwellen. Een boek waar men uit zou kunnen lezen wat de psychische gesteldheid is van deze fundamentalistische gelovigen is een psychologieboek met als onderwerp de geestesgesteldheid van een vrouw die leeft in een huwelijk waarin geweld voorkomt. Je ziet haar de omgang met de wereld mijden op alle mogelijke manieren. Je ziet haar de deur uitgaan met een blauw oog. En wanneer je er discreet met haar over wil spreken en haar oproept zich vrij te maken, zal ze antwoorden: ‘Oh, je begrijpt er niets van, wij zijn gelukkig getrouwd. Hij is wat je noemt gepassioneerd.’ Precies. Hetzelfde woord zijn we al eerder tegengekomen (zie hoofdstuk 2b). Ook de synoniemen kunt u opzoeken. Christenen (en Moslims) leven in juist zo’n huwelijk met God. [3]



Op een internetforum waar een dialoog plaatsvindt tussen christenen en moslims:

Vraag (van moslim): Hoe oordeelt God over een christen die een ander geloof aanneemt?

Antwoord (van christen): Hoi, ik ben Christen en ik wil graag reageren...Het doet God pijn wanneer mensen bij Hem weg gaan (of zogezegd, in Zijn Zoon niet meer willen geloven). God zal uiteindelijk de mensen die Hem wel gekend hebben maar niet geloofden of niet meer wouden geloven, zwaarder zal oordelen dan de mensen die Hem nooit gekend hebben. Hoe zo'n zwaarder oordeel eruit ziet dat weet ik niet.

Moslim: Met de islam is het ook zo, dat degene die hebben geloofd in Allah en Mohammed (vzmh) en deze daarna verwerpen dat hun een zeer zware straf te wachten staat.

Modern Gelovige: De hel is een belangrijk punt van discussie binnen het christendom. Vele christenen, zoals ikzelf, hebben hierom het christendom verlaten. Uit onderzoeken blijkt dat de helft van de christenen heden ten dage niet meer in de hel gelooft. Zoals meerdere concepten die vroeger essentieel waren in het christendom betwijfeld worden. Vele christenen geloven niet meer in de goddelijkheid van Christus, zijn opstanding uit de doden en Hemelvaart, in navolging van bijvoorbeeld Kuitert. De christen beweegt zich richting deïsme (het geloof in een goddelijke kracht die niet geopenbaard wordt in de “Heilige Geschriften”). Dit is wat mij betreft een verheugende ontwikkeling.

Moslim: Zelf heb ik ook zo mijn gedachten over de hel, maar geloof ik erin omdat het duidelijk in de Koran vermeld staat. Bij mezelf heb ik ook vele vragen over de hel. Je hebt ongelovigen die heel hun leven goed doen (soms zelfs beter dan sommige gelovigen) en toch worden gestraft voor hun ongelovigheid.

Christen: Volgens de Bijbel is de hele wereld strafwaardig voor God en het oordeel waardig. Geen mens is in zichzelf waardig of in staat de hemel te verdienen, door meer goede daden dan slechte daden. Zelfs al zou men nooit zondigen, komt men nog in de hel, omdat men als zondaar geboren is, wat de islam zoals bekend is, ontkent. Het heeft dus met afkomst te maken, niet met daden. Dat komt omdat in Christus, het hele Adamitische mensenras (ook wel de eerste mens genoemd) aan het kruis is veroordeeld en ter dood gebracht, om nooit weer te herrijzen of herstellen. Christus stond op uit de dood als Hoofd van een nieuw mensenras, men moet dus lid worden van Zijn geslacht om als het ware straks aan de goede en zondeloze kant van het graf te herrijzen. Volgens de Bijbel is een ieder die buiten Christus is, voor eeuwig verloren.



"De Schepper zal niet rusten voordat de mens de bestemming heeft bereikt waartoe Hij hem geschapen heeft. Het is uitgesloten, dat God de mens zijn wil bekend maakt, en tegelijk wil dat de mens niet komt tot het dóen van die wil."

Bovenstaande zijn sublieme uitspraken op een christelijke site die blijkbaar van geen hel wil weten. En ziehier de reacties van christenen:

"Ik schrok even toen ik in het gastenboek las, dat iemand het heeft over de 'alverzoening'. Laten we heel duidelijk zijn. Jezus Christus is voor ieder persoonlijk aan het kruis gestorven, Hij heeft daar Zijn bloed vergoten voor al mijn zonden. Ik zal Hem dus moeten aannemen als mijn persoonlijke verlosser! Laat het geen 'Alverzoening' worden."

"Ópdat een ieder die in Hem gelooft, eeuwig leven heeft...(Joh. 3). U moet het Evangelie niet mooier willen maken dan het is, dan misleidt u uzelf en anderen. Jezus Christus heeft zeer ernstig gewaarschuwd dat we voor eeuwig verloren kunnen gaan."

"Het is erg jammer dat heel veel mensen niet meer naar God luisteren, maar haast de duivel aanbidden. Dat is ook de oorzaak van alle ellende in deze wereld."

"Als het in de waarheid staat dan zie je mij terug op je site, is het dwaalleer dan hoop ik dat er niet te veel mensen je site zullen vinden. Je hoort mijn mening in overleg met mijn Grote Vader en Zijn Zoon de Here Jezus Christus.. mvg Henk"

"Zou u nu ook eens een artikel willen maken over wat er gebeurt met hen die in pure vijandschap weigeren Gods liefde te aanvaarden en in die vijandschap sterven? Geloof me ,ik heb ze gekend."

"Die ruime blik zal velen tot valse rust brengen. Zou wel lekker zijn als alles uiteindelijk wel goed zou komen, maar zo ligt het dus niet."

"Mooie site. Alleen de alverzoeningsleer, daar klopt niks van. Niet alle mensen worden zomaar behouden zonder eerst tot overgave aan Christus te komen. Ik vind het altijd zo jammer dat mensen de bijbel soms verkeerd lezen of verkeerd uitleggen. De mensen die jezus niet aanvaarden als hun Heer zullen voor eeuwig geoordeeld worden. Het staat echt zo in zijn woord. Het is zo helder als glas. De alverzoeningsleer klink heel mooi: Wie wil niet dat alle mensen behouden worden? Toch is deze leer niet naar de schrift en staat er nergens in de bijbel enige verwijzing naar de alverzoeningsleer. Alverzoeners zoeken wel naar teksten en zijn gek op woordjes! Meestal worden deze teksten totaal uit hun verband gerukt of verwijzen deze teksten simpelweg niet naar de alverzoeningsleer!"



Tegen al deze bovenstaande christenen zou ik de woorden van Jezus willen aanhalen, die Hij uitsprak tegen de 'onnutte slaaf': "Sufferds, hadden jullie dan niet beter maar helemaal stil kunnen zijn over de hel en het denkbeeld maar gewoon in een bankkluis op kunnen sluiten? Dan had jullie gepraat over liefde tenminste nog enige rente opgeleverd in de wereld. Maar nu hebben jullie liefde in de moderne wereld waarin jullie leven volkomen verkracht, vertrapt en geridiculiseerd. Huichelaars, jullie geven toe dat er mooiere gedachten zijn dan jullie godsdienstige overtuigingen, maar 'het staat echt zo in de schrift' is voor jullie dwaze mensen belangrijker dan de godgegeven schrift van de liefde die op jullie hart geschreven staat. Jullie zijn slaven van een antieke tekst, jullie noemen vals wat goed is, jullie hebben je hart verkocht aan een afgod."









Waar een "Independent Non-denominational, Self-governing Local Church" christen in de VS voor naar de hel kan gaan.
Klik op de reisroute naar keuze (NB ook Calvinisten mogen mee):


Click your Choice








            











[1]De volgende traptrede van de schizofrene christelijke religie: Er is een ‘evangelisatie’ theologie voor de buitenstaanders: ‘God heeft een geweldig mooi plan voor jouw leven, kom tot bekering, je zult vergeving voor alles krijgen, geen zonde is te groot, je zult opnieuw geboren worden, je zult je eindelijk gelukkig voelen’. Zodra mensen eenmaal stevig ‘erbij horen’ zwaait de theologie opeens om en verandert in de ‘vrome’ theologie voor insiders: ‘Jij hebt God niet gekozen, maar God jou! Jij bent volkomen zondig en verrot van binnen. Sommigen zullen de hel ingaan al zeggen ze Here, Here. Laat je geloof zien door goede werken te doen. Vrees de Here, want zijn straf op zonde is verschrikkelijk.’



[2]‘Hemel en hel’-denkbeelden zitten ook met andere problemen. Hoe kunnen we het ons bijvoorbeeld voorstellen dat mensen in de hemel niet meer kunnen zondigen? Een mens is alleen maar mens als hij de keuze tussen goed en kwaad altijd behoudt. Bovendien heeft er volgens de bijbel al eens eerder een oorlog in de hemel plaatsgevonden. En indien de Satan een gevallen engel is, waarom zou deze opstand eenmalig moeten zijn, en er niet op elk moment weer eens een nieuwe satan kunnen verschijnen; of omgekeerd, waarom zouden de gevallen engelen niet eens tot inkeer kunnen komen en om vergeving vragen? En indien het spelletje van God en Satan al vaststaat, waarom duurt de ontknoping duizenden jaren, en waarom is de Satan zo dom om niet te weten dat hij verliest. Allemaal naieve vragen natuurlijk, maar niet vanwege de vragen, maar vanwege eerst een onmogelijke mythe te scheppen en die voor waarheid te laten doorgaan.
En wat de hel betreft, indien het ‘slechts’ de afwezigheid van God inhoudt, hoe moeten we ons dit voorstellen indien het blijkbaar mogelijk is eeuwig als mens zonder Hem te leven? Men zal hierop antwoorden dat dit leven mensonterend en immer lijden is, maar wat wordt daarmee bedoeld? Een mens zal ook mens in de hel moeten zijn. En bovendien: is dan ook het leven van atheïsten hier op aarde niet mensonterend en eeuwig lijden? Maar veel atheïsten schijnen er toch best tevreden mee te zijn en sommigen van hen leggen grotere liefde aan de dag dan sommige christenen. Heel wat dingen die de mens uitgevonden heeft zijn door de godsdienst als ‘mensonterend’ of ‘zondig’ bestempeld, terwijl de mensen die eraan deden er niets anders dan plezier van ondervonden en zich erdoor gelukkig voelden (te denken valt aan duizenden dingen die met genot te maken hebben).



[3] Dit kan op de volgende wijze geïllustreerd worden: hieronder volgt een gedeelte uit een interview met de Finse hoofdinspectrice van het ministerie van Sociale zaken en Gezondheid, Helena Ewalds, waar zij uitlegt hoe geweld in het huwelijk te werk gaat. Daarna laat ik hetzelfde verhaaltje volgen maar wordt de man verwisseld door God/geloof/kerk en de vrouw verwisseld met het woordje 'gelovige'.

"Wanneer over geweld binnen het huwelijk wordt gesproken gaat het in bijna alle gevallen om de man als pleger van het geweld en de vrouw als het slachtoffer. De al oudere vrouw heeft zich in de regel vanaf het begin onderdanig opgesteld, en de onderwerping aan de man is een deel van haar leven en persoon geworden. In de beginfase heeft ze er vanwege de euforie van het verliefd-zijn niet zo erg in gehad dat de man steeds alle touwtjes in handen wenste te hebben en op alles controle uitoefende. Uiteindelijk durft de vrouw geen enkele beslissing meer zelf te nemen. Dit wekt weer meer controle op van de man, en vaak lokt dit ook fysiek geweld uit. Het slachtoffer is dan niet meer in staat zich hiertegen te verzetten, aangezien ze volkomen afhankelijk is geworden van de man. De vrouw heeft zo'n minderwaardigheidscomplex opgebouwd dat ze in de regel eerder zichzelf beschuldigt dan haar man. Voor de buitenstaander is het onbegrijpelijk waarom ze zich onderwerpt en zich niet vrijmaakt. Waarom stapt ze niet op? Allerlei redenen spelen op de achtergrond. Waar zou ze heen moeten? Hoe zou ze alleen moeten leven? En ze voelt wel degelijk ook nog iets van begrip en sympathie, zelfs van liefde voor de man. Het is bijzonder moeilijk in deze situaties in te grijpen, aldus Ewalds."

"Wanneer over geestelijk geweld in het geloof wordt gesproken, gaat het bijna altijd om het geweld dat gepleegd wordt door de leer van de godsdienst of door de geestelijke leiders als representanten ervan, en om eenvoudige en oprechte gelovigen als slachtoffers. De persoon die al lang gelovig is heeft zich in de regel vanaf het begin onderdanig opgesteld; de onderwerping aan de geloofsleer is een deel van zijn leven en persoon geworden. In de beginfase heeft de gelovige vanwege de euforie van het bekeerd-zijn er niet zo'n erg in gehad dat het aangenomen geloof steeds alle touwtjes in handen wenste te hebben en op alles controle wilde uitoefenen. Uiteindelijk durft de gelovige geen enkele beslissing meer via eigen denken te nemen. Hoe vromer men wordt, des te meer controle het geloof uitoefent. Vaak lokt dit dan ook geestelijk geweld uit. Het slachtoffer is niet meer in staat zich te verzetten tegen welke aanslag dan ook die op zijn eigen menszijn gepleegd wordt, aangezien de gelovige volledig afhankelijk is geworden van het geloof. De gelovige heeft zo'n minderwaardigheidscomplex opgebouwd dat hij in de regel eerder zichzelf beschuldigt van zonde dan zijn geloof/godsdienst. Voor de buitenstaander is het onbegrijpelijk waarom hij zich onderwerpt en zich niet vrijmaakt. Waarom geeft hij zijn geloof niet op? Allerlei redenen spelen op de achtergrond. Waar zou hij heen moeten? Hoe zou hij alleen moeten leven? En hij voelt wel degelijk ook nog iets van begrip en sympathie, zelfs van liefde voor zijn godsdienst. Het is bijzonder moeilijk in deze situaties in te grijpen, aldus psychologen..."






































[V1]20 Toen begon Hij de steden, waarin de meeste krachten door Hem verricht waren, te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden:
21 ‘Wee u, Chorazin, wee u, Betsaïda! Want indien in Tyrus en Sidon die krachten waren geschied, welke in u geschied zijn, reeds lang zouden zij zich in zak en as bekeerd hebben. 22 Ik zeg jullie: op de dag van het oordeel zal het lot van Tyrus en Sidon draaglijker zijn dan jullie lot.
23 En jij, Kafarnaüm, denk jij hemelhoog verheven te worden? Je zult afdalen tot in het dodenrijk! Want als in Sodom de wonderen gedaan waren die bij jou gedaan zijn, zou het nu nog bestaan! 24 Maar ik zeg je dat op de dag van het oordeel het lot van Sodom draaglijker zal zijn dan jouw lot.’


[V2]Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde.

 

[V3]Jezus zei: ‘Ik verzeker u: voordat Abraham er was, was ik er: ik ben.’

 

[V4]27 ‘Mijn schapen luisteren naar mijn stem; Ik ken ze en zij volgen mij. 28 Ik geef hun eeuwig leven, en ze zullen nooit verloren gaan; niemand zal ze uit mijn hand roven.29 Wat mijn Vader mij gegeven heeft, is groter dan alles, en niemand kan iets uit zijn hand roven. 30 De Vader en ik zijn één.’

 

[V5]‘Wij hebben een wet,’ antwoordden de Joden, ‘die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich heeft uitgegeven voor de Zoon van God.’

 

[V6]De levenden weten tenminste, dat zij sterven moeten, maar de doden weten niets; zij hebben geen loon meer te wachten, zelfs hun nagedachtenis is vergeten.

 

[V7]Velen van hen die rusten in het dodenrijk, zullen ontwaken, sommigen om voor altijd te leven, anderen om voor altijd te worden veracht en verafschuwd.

 

[V8]Heel de mensheid zal naar Jeruzalem komen en zich voor mij in aanbidding neerbuigen, elk nieuwemaansfeest en elke sabbat. Dit zijn mijn eigen woorden. 24 Wanneer zij de stad verlaten, zullen zij de lijken bezien van hen die zich tegen Mij hebben verzet [andere vertaling: die van Mij afvallig geworden zijn.]
De wormen die aan hen knagen, sterven niet. Het vuur waarin zij branden, is niet te blussen en zij zullen voor al wat leeft een afgrijzen wezen..’

 

[V9]12 Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! 13 En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; 14 ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.
(vers 15 wordt dan natuurlijk in de regel weggelaten: 15 Integendeel, in het dodenrijk wordt gij neergeworpen, in het diepste der groeve.)

 

[V10]7 Toen ontbrandde er in de hemel een strijd. Michaël en zijn engelen vochten tegen de draak, die met zijn engelen terugvocht. 8 Maar de draak werd verslagen, hij en zijn engelen hadden hun plaats in de hemel verloren. 9 De grote draak werd eruit geworpen, de oude slang, die ook wel de duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Hij en zijn engelen werden op de aarde geworpen.

 

[V11]10 Duld niet dat iemand zijn zoon of dochter door het vuur laat gaan. Laat ook geen waarzeggers, wichelaars, voorspellers, tovenaars 11 en bezweerders toe, noch personen die de geesten van doden kunnen oproepen en raadplegen. 12 Want ieder die deze dingen doet, is Jahweh een gruwel, en ter wille van deze gruwelen drijft Jahweh, uw God, hen voor u weg.