Een christelijke atoombom
De onvergeeflijke zonde van het christendom
Volwassen Geloof                                                                                          Hoofdstuk 11

        







Godslastering is het naamkaartje dat bijgeloof geeft aan alle vormen van gezond verstand. Wie de godsdienst onder de loep neemt zoals ieder ander onderdeel van wetenschap zal godslasteraar genoemd worden. Wie een dominee of priester tegenspreekt; wie de vermetelheid heeft gebruik te maken van zijn eigen verstand; wie zijn eerlijke gedachten durft uit te spreken, hij is een godslasteraar. Wanneer een zendeling met minachting spreekt over het afgodsbeeld van de inboorlingen, zullen zij hem godslasteraar noemen. Als je in Contantinopel lacht om de pretenties van Mohammed, zal het vreselijke godslastering zijn. Als je in de St. Pieter Mohammed uitroept tot Profeet Gods zal het evenzeer vreselijke godslastering zijn. Er was een tijd dat het verkondigen van de goddelijkheid van Jezus in Jeruzalem godslastering was. Tegenwoordig is het ontkennen hiervan godslastering in New York.
[Robert Green Ingersoll, 19e eeuw, Interviews]





Een christelijke atoombom

We hebben de hel achter de rug, kan het nog erger worden? Indien we een vergadering zouden houden met als onderwerp foltermethodes in de godsdienst uit te vinden om mensen altoos maar in de ban van de angst te laten leven [1] zouden we op het volgende idee kunnen komen: we kunnen inderdaad nog wat olie op het vuur doen door iets uit te vinden wat zo vreselijk is dat dit met geen mogelijkheid vergeven kan worden! Niet in deze wereld, noch in de toekomende! De angst voor zo’n doodzonde zal bovendien effectief tot in het oneindige blijven doorwerken, ja, zich zelfs uit zichzelf vergroten, wanneer we de toehoorders ietwat in het onzekere laten wat betreft de inhoud van deze doodzonde. Juist dit nu is wat Jezus ons, ongetwijfeld net zo weinig vermoedend als Noach in zijn uitspraak, aandoet in het evangelie. Hij geeft als naam aan deze doodzonde: ‘de lastering tegen de Heilige Geest’. Gewoonlijk wordt over ‘de zonde tegen de Heilige Geest’ gesproken.


‘Daarom zeg ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering van de Geest zal niet vergeven worden. Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar spreekt iemand tegen de Heilige Geest, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende.’ (Mattheüs 12: 31, 32)


In het evangelie van Marcus staat het indien mogelijk nog in sterkere bewoordingen:


‘Dit zeg ik jullie: er is geen zonde en geen godslastering die de mensen niet vergeven kan worden, maar wie lastert tegen de Heilige Geest, die kan nooit vergeving krijgen, want die is schuldig aan een onuitwisbare zonde. Dit zei Hij omdat ze beweerd hadden dat Hij bezeten was van een boze geest.’


Johannes schrijft later in zijn brief:


‘Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, moet hij bidden en God zal hem het leven geven, hun namelijk, die zondigen niet tot de dood. Er bestaat een zonde tot de dood: daarvoor zeg ik niet dat hij moet vragen. Alle ongerechtigheid is zonde, en er bestaat zonde niet tot de dood.’


Dit schriftwoord laat zien hoe de uitspraak van Jezus al in de eerste begintijd de gemoederen bezighield en het klamme zweet deed uitbreken. Heel vreemd dat Johannes het sinistere van de uitspraak vergroot door er alleen vaag naar te verwijzen. ‘Er bestaat een zonde tot de dood’. Voor iemand die die zonde heeft begaan kun je of mag je niet eens bidden. Het is afschuwelijk.


De schrijver van de Hebreeënbrief schrijft de volgende angswekkende verzen:


‘Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren. Indien iemand de wet van Mozes heeft terzijde gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen. Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal hij verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waarmee hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft? Want wij weten wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden! En nog een keer: De Here zal zijn volk oordelen. Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God!’ (Hebr. 10:26-31)


Hiermee zijn wij weer beland op precies dezelfde God en op precies hetzelfde denken als in het Oude Testament. Deze gruwelijke verzen hebben de eeuwen door onuitspreekbare angstgolven opgewekt in de psyches van ontelbare gelovigen. Hypergevoelige mensen hebben hierdoor letterlijk in doodsangst geleefd. Anderen hebben de verzen gebruikt om lastige andersdenkenden te overreden, te overtuigen of angst aan te jagen. Weer anderen hebben de dreigementen gebruikt om mensen als machteloze prooi in de scherpe tanden van de religie vast te houden. In psychiatrische inrichtingen was de diagnose ‘beschuldigt zichzelf van zonde tegen de Heilige Geest’ algemeen bekend. Het kon tot volslagen waanzin leiden. De eeuwen door hebben barmhartige predikers van het evangelie de gelovigen geprobeerd gerust te stellen door te zeggen dat een gelovige zo’n doodzonde toch niet kan begaan. Aardig van ze, maar onbegrijpelijk hoe ze met het lot van ongelovigen totaal niet bewogen schijnen te zijn. Maar wat deze praat tegen gelovigen betreft, hoe overtuigend klinkt dit voor een ieder die de bovenstaande passage uit de Hebreeënbrief leest? We lezen over mensen die eens geheiligd waren, mensen die de Geest van God eens ervaren hebben. Zo komen we weer op de tweede traptrede in de schizofrenie van de gelovige: hij weet door de werking van Gods Geest een nieuwe schepping te zijn, maar leeft tezelfdertijd als een zondig mens in een zondige wereld. In een eerlijke bui zal een gelovige staan te rillen van de angst om af te vallen.


Zo sprak Abraham Kuyper over dit onderwerp:


‘Dit woord van Christus is van God gegeven om zielen op hun hoede te doen zijn. De zielen van de heiligen, opdat zij het Woord van God niet met koudheid, onoplettendheid en onverschilligheid behandelen; de zielen van valse leraren en dwaalleraren, die in de hoedanigheid van theologen hun afkeer uitspreken van ‘bloedtheologie’, en zo godslasterlijk de hoogste uiting van de goddelijke liefde tot een gruwel maken; de zielen van hen die de waarheid eens kenden en het nu verworpen hebben en hooghartig de nog gelovige broeders bestempelen als onwetende fanatiekelingen. Voor al deze lieden zal het oordeel inderdaad vreselijk zijn.’


En als iemand die tot alle drie de categorieën behoort kan ik de lezer hiervan verzekeren: indien ik niet zo’n rotsvast geloof in de gezondheid en buitengewone kracht van mijn eigen geest had, zou ik al jaren geleden vanwege het christelijk geloof in een psychiatrische inrichting beland zijn.


We kunnen stellen dat Jezus met deze doodzonde bedoelt dat mensen zo’n grove zonde begaan wanneer zij duidelijk geconfronteerd worden met de kracht Gods en dit dan gaan uitleggen alsof het de kracht van de Satan is. Het slaat op mensen die zwart maken wat wit is (lees het verband van de uitspraak).

Alweer, we zullen vele slimme uitleggers tegenkomen die de eer van het evangelie en de bijbelgod proberen te redden door, net als in het geval van de hel, te zeggen dat zulke mensen zo verhard zijn dat er voor hen totaal geen kans is tot bekering te komen. God zou ze wel tot bekering willen zien komen, maar het is onmogelijk. Ze hebben zelf voor deze onmogelijkheid gezorgd. Alweer, dit is oneerlijke bijbeluitleg, zo spreekt de bijbel nu net niet. Het gaat hier duidelijk om de onmacht van God om al het kwaad met het goede tot inkeer te laten komen; maar dat de gelovigen voor deze simpele waarheid volkomen blind moeten zijn is begrijpelijk.


Hoewel de hierboven in het kort gegeven uitleg van de doodzonde duidelijk is, is het aan de andere kant volstrekt niet duidelijk. Zondigen tegen de Heilige Geest is wel even iets neveligers dan bijvoorbeeld moord of incest of marteling of eten van varkensvlees. Het is als een geestelijke atoombom. De eeuwen door zijn er dan ook eindeloze debatten over geweest. Ook iedere dominee uit onze tijd zal kunnen zeggen dat men hem er wel tientallen malen over gevraagd heeft. Tegenwoordig kun je alleen al in het engels bijna ontelbare duizenden sites op het internet over dit onderwerp lezen! (op google: 'blasphemy against the holy ghost'= 17.000, 'sin against the holy ghost'= 28.000, 'sin against the holy spirit' = 19.000, 'unpardonable sin' = 156.000 enz). Wat je dan al niet tegenkomt, wat mensen zich al in hun hoofd halen, je zult het niet voor mogelijk houden! Zelfs de mormonen doen er aan mee en leggen -blijkbaar om de angst er goed in te houden- nog even duidelijk uit dat het hier niet om ongelovigen, maar juist om gelovigen gaat!


"De profeet Joseph Smith legde uit: "Niemand kan de onvergeeflijke zonde begaan na de ontbinding van dit lichaam, noch in dit leven zolang hij de inwoning van de Heilige Geest niet ontvangen heeft. Om deze zonde te begaan moet een persoon eerst de Heilige Geest ontvangen hebben, de hemel voor hem open zijn gegaan zodat hij van God weet heeft, en daarna zondigen. Wanneer hij dan tegen de Heilige Geest zondigt is er geen vergeving voor hem meer mogelijk. Het is het ontkennen van Jezus Christus en het goddelijke plan tot behoud terwijl iemands ogen er geheel geopend voor zijn."


W. Ouweneel geeft dit geruststellende antwoord voor de gelovigen:


Eigenlijk is elke zonde mede een zonde tegen de Heilige Geest, want de Geest is God. Wat men met de uitdrukking bedoelt, is de lastering van de Geest (Matt. 12:31v.), dus bewust kwaadspreken van de Geest, bijv. door Hem een demon te noemen. Dit is een daad van doelbewuste rebellie tegen God, die bij een ware gelovige ondenkbaar is. Juist de gelovige die zich er zorgen over maakt de Geest gelasterd te hebben, geeft daarmee een aanwijzing deze zonde niet begaan te hebben — want de echte rebel máákt zich daar geen zorgen over. Gelovigen wijs te maken dat zij de zonde tegen de Geest begaan hebben, is niets anders dan een list van Satan.


Let op hoe slinks het christendom werkt: de bijbeluitlegger laat geheel links liggen dat de Farizeeën die de zonde begingen juist de allervroomste mensen waren! Zij leefden volkomen in de overtuiging God enkel en alleen eer aan te willen doen! Ouweneels eerste opmerking is trouwens alle zonden tot zonde tegen de Heilige Geest te classificeren, met de pientere redenering dat de Heilige Geest God is. Waarom doet hij zoiets? Om mensen bang te maken of om slechts zijn geweldige logica te laten zien? Blijkbaar toch om het laatste, want meteen wordt erachteraan gezegd dat het kwaadspreken over de Heilige Geest betekent. Vervolgens legt hij uit dat zoiets voor een ware gelovige ondenkbaar is, want een gelovige rebelleert niet tegen God. Hoe pienter is deze gelovige? Met dezelfde geweldige logica waarop Ouweneel alle zonden tot zonde tegen de Heilige Geest bestempelt zou bijvoorbeeld een achtjarige al kunnen opmerken dat alles in het universum uit en door God is, en daarmee God waterdicht tot auteur van al het duivelse uitgeroepen kan worden; maar zoiets zul je Ouweneel weer niet horen zeggen. En het enige wat hij met zijn redeneringen tegen christengelovigen zegt is dat ze zo'n zonde nooit kunnen begaan omdat ze besloten hebben nooit met denken te zullen beginnen, nooit de Bijbelgod te zullen tegenspreken; men is slaaf van de bijbel, equivalent aan slaaf van de angst voor straf van God. De angst voor de bijbelgod en voor de onvergeeflijke zonde laat zien dat iemand uitstekend gelovig christen is! En degene die zo'n zonde wél begaat is iemand die zich nergens zorgen over maakt, dus een volkomen onwetend of zwakbegaafd persoon! Hoe hoogstaand is het beschuldigen van zulke mensen? Maar de insider weet dat het helemaal niet om deze personen gaat. Wat Ouweneel eigenlijk bedoelt te zeggen, is dat dit vers juist slaat op mensen zoals ik: iemand die als gelovige de grens is overgestoken, die zich niet langer laat tiranniseren door wat het christelijk geloof ons oplegt, maar zich er volkomen uit bevrijdt. Ik bega in dit boek talloze malen de zonde tegen de bijbelse Heilige Geest. Zoals de lezer zich zal herinneren heb ik parallellen gezien tussen het machtige ingrijpen van God in het volk Israël en in het optreden van Hitler. Ik heb gezegd dat Simsons doodslaan van mensen ‘in de kracht van de Geest’ spotten met God is. Ik zei dat de werking van de Geest Gods in koning Saul gelijk stond aan een schrikbewind. Ik schreef dat Jefta zijn idiote belofte aan God deed nadat de Geest Gods over hem kwam. In het artikel Waarom ik geen christen meer ben bega ik de ultieme godslastering die Abraham Kuyper hierboven aanstipte, door 'bloedtheologie', die christenen de hoogste uiting van Gods liefde noemen, aan te klagen als de hoogste gruwel en menselijke waanzin. Ik heb dus van het bijbelse wit volkomen zwart gemaakt. Het hele punt van mijn schrijven is te laten zien dat de bijbel zwart voor wit laat doorgaan! Indien het u nog niet helemaal duidelijk is zal ik een paar alinea's hieronder op de meest ontegenspreekbare manier nogmaals de zonde tegen de Heilige Geest van het christendom begaan. Maar begrijpt Ouweneel dat ik dit doe juist omdat ik tientallen jaren lang een 'waar gelovige' ben geweest, omdat ik precies weet wat de kernzaken van het christelijk geloof zijn, omdat ik de bijbel, de christelijke geschiedenis en denkwereld goed ken? Natuurlijk begrijpt hij dat, maar hij zal nooit kunnen toegeven dat ik een ware gelovige was, want hij moet mij schijngelovige noemen (antwoord op vraag 8 van de link naar Ouweneel). Hij legt nog uit dat schijngelovigen voor een tijd ‘deel’ kunnen hebben aan de Heilige Geest, maar dat de Heilige Geest permanent in een waar gelovige leeft. Zijn geweldige logica zou hem er toch op attent moeten maken dat iedere gelovige in dat geval tot zijn laatste ademtocht niet weet of hij wel een ware gelovige is of niet (vooral een gelovige die mijn teksten heeft doorgelezen!), en alle ware gelovigen dus dood zijn. Waar Ouweneel het lef vandaan haalt om het verleden van mij het leven van een schijngelovige te noemen zal hij zelf moeten overpeinzen. Ik kijk op mezelf terug als een volkomen oprecht persoon. Maar nu achteraf geef ik deze definitie van 'waar christengelovige': iemand die tientallen jaren lang alle fundamentele vraagstellingen en bedenkingen die het eigen eerlijke denken maar voorschotelt, onderdrukt en wegmoffelt.
In werkelijkheid is 'waar gelovige' precies het omgekeerde van wat christenen prediken: iemand die zijn innerlijke eigen stem hoger acht dan alle van buitenaf opgelegde leringen, óók de leringen van Jezus. Voor mij -iemand die het christendom van binnen en buiten kent- betekende het uiteindelijk dat ik de zonde tegen de Heilige Geest zou begaan indien ik me stil zou houden en het christendom niet zou aanklagen.


Zo mag iedere lezer het volgende overdenken: is de volgende onschuldige gedachtengang een zonde tegen de Heilige Geest of laat de Heilige Geest mij dit juist zien? Ik heb me mijn hele leven erover verwonderd dat de Heilige Geest niet in staat schijnt te zijn het voor een ieder duidelijk te maken: de christenen staan met kop en schouders op een moreel hoger niveau dan de niet-christenen. Wanneer, zoals Jezus stelt, een mens geboren moet worden uit de Geest, en dit alleen kan gebeuren via het geloof in Christus (Joh. 3), dan zou het toch overduidelijk zijn voor iedereen. Christenen zijn een nieuwe schepping, zo uniek in hun liefde en onderling gedrag, dat iedereen er jaloers op zou worden en zich bij hun aan zou sluiten. Maar vreemd, zo is de werkelijkheid helemaal niet, en iedereen weet het. Het 'geweldige christelijke leven' duurde precies vijf verzen lang (Hand. 2:43-47), de rest van de geschiedenis is een totaal ander verhaal! Christenen als groep zijn totaal niet te onderscheiden van welke andere godsdienstige of niet-godsdienstige groep met idealen dan ook. Als we naar extremen gaan zoeken dan komen we ‘lichtende voorbeelden’ net zo goed in andere culturen en godsdiensten tegen dan in de onze. Laten we eens een lichtend voorbeeld nemen van iemand die niet-christen was, Mahatma Gandhi, die eenvoudige advocaat uit India, die zo gegrepen werd door het onrecht dat hij om zich heen zag - rassentegenstellingen, de overheersing van zijn vaderland door de Engelsen - dat hij z'n hele leven daarvoor omgooide en uitgroeide tot de onbetwiste leider van zijn volk. Maar het bijzondere van Ghandi was dat hij deze strijd tegen het onrecht absoluut geweldloos voerde en zich nooit liet meeslepen door gevoelens van haat voor de tegenstander, door ongeduld, door de verleiding om hard terug te slaan. Van hem zijn die grootse woorden bewaard gebleven: ‘Ik ben bereid voor mijn ideaal te sterven; ik ben niet bereid ervoor te doden!’ Hoewel hij geen christen was, had hij die woorden van Jezus uit het evangelie beter begrepen dan menig christen: ‘Als men u op de ene wang slaat, keer dan ook de andere toe’. De vraag is nu: indien Mahatma Gandhi Gods Geest niet had, wiens Geest had hij dan? Als het slechts zijn eigen geest was, wat zou Gods Geest er nog aan toe kunnen voegen? Werkt Gods Geest liever op de manier van onze 80-jarige (godsdienst)oorlog in samenwerking met onze vrome geuzen? Of werkt God in de vroom-gelovige president Bush die de wereld ingaat met een oorlog hier, een oorlog daar, om het kwaad maar uit te roeien? Gandhi heeft groot gelijk als hij zegt dat er helemaal geen christendom geweest is in het Westen, anders waren er niet de verschrikkelijkste oorlogen gevoerd. En indien hij gelijk heeft bestaat het hele christendom niet als unieke kracht in de wereld, maar spreekt God net zo goed tot ons in de woorden van een niet-christen. Maar als u God niet in Gandhi's woorden hoort spreken, als het slechts zijn eigen geest was, dan vraag ik de gelovige: Wat heeft Gods Geest aan u, christen, toegevoegd, wat niet al uw eigen geest was, iets exceptioneels –dus goddelijks- wat alle ongelovigen (zoals Gandhi) te boven gaat en waar alle ongelovigen van onder de indruk zijn? Ach, u bent nederig? Hoe bestaat het dat ieder ander mens altijd anders over u denkt, en denkt u echt dat zoiets buiten het christendom niet bestaat? Oh, u kunt in tongen spreken? Geweldig, wat goddelijk! (maar dat doen ze in sommige moslimgroeperingen ook en bovendien hebben ze daar ook alle godswonderen die u van de ware godsdienst maar zou kunnen verwachten.) U hebt alles weggegeven en leeft in armoede, zoals Jezus van zijn discipelen verlangde? Nu moet ik echt mijn hoed voor u afnemen, maar waar woont u? Voor zover ik weet niet in Europa. Overigens is ascese vanwege religieuze overtuigingen ook al iets wat uit het verre oosten komt -en niet bepaald uit het Oude Testament-, en al eeuwenlang bestond voordat het christendom dit element uit het heidendom overnam.

De waarheid over het christendom is dus zo gemakkelijk als wat om in te zien: er is in onze christelijke geschiedenis en cultuur geen enkele aanwijzing dat de christelijke Heilige Geest positieve bijdragen aan de mensheid heeft geleverd die we niet ook aantreffen in alle andere culturen. En vrijwel al het positieve wat onze huidige cultuur te bieden heeft (wetenschap en techniek, vrijheid van meningsuiting en verdraagzaamheid ten opzichte van andersdenkenden, mensenrechten, gelijkheid en democratie, bloeide op uit alles wat zich tegen de godsdienst verzette; al die genoemde zaken ontwikkelden zich op de meest pijnlijke manier, begeleid door eeuwenlange felle tegenwerking van de godsdienst. Maar het tegendeel van 'heilige geest' -gruwelijke zaken zoals geloofsvervolging- is in onze christelijke cultuur zelfs ongeëvenaard aanwezig geweest in vergelijking met alle andere culturen. Mijn conclusie is dat de Heilige Geest in de christelijke cultuur voor het merendeel de Geest van Waanzin is geweest (er zijn talloze boeken over geschreven waarin men dit kan nalezen, hier een opwarmertje in het internet). Ik zou het ook een Demon kunnen noemen, ware het niet dat ook het denkbeeld van demonen een zielig door de godsdienst geschapen fantoom is. Ik heb voor de christelijke Heilige Geest van alle eeuwen wel nog de volgende equivalenten: de Geest van Bijgeloof, de Geest van Slavernij, de Geest van Fanatisme, de Geest van Hysterie, de Geest van Bangmakerij, de Geest van Verdeeldheid en Tweespalt, de Geest van Autoritaire Machtswellust, de Geest van de Mannelijke Arrogantie.


Aan de basis van het hele probleem van de lastering tegen de Heilige Geest staat ongehoorzaamheid, het niet-slaaf van God, godsdienst, autoriteiten en heilige teksten willen zijn. De onvergeeflijke zonde is uiteindelijk een zonde die geen daad is, maar een denken, het mondig denken, het basisdenken van dit boek. En mondig denken is nu juist iets wat ieder modern mens wil en moet doen. In feite kán de moderne mens niet anders, we hebben overal al zo’n jaar of tien leerplicht in onze maatschappijen. De onvergefelijke zonde in onze moderne maatschappij is juist het onmondig denken, het slaaf zijn van opgelegde denkpatronen en het ontbreken van de moed jezelf te zijn.









De onvergeeflijke zonde van het christendom

Met deze kwestie van de doodzonde zijn we gekomen op een fundamenteel mankement aan de christelijke godsdienst: de godsdienst van de bijbel maakt het voor iedere gelovige volkomen onmogelijk zijn onbevooroordeelde rede te gebruiken. Een gelovige móet blind geloven (als het even kan zonder twijfel), anders volgt de straf. Hij mag nooit onbevooroordeeld, logisch denken, zelf conclusies trekken. Daarom zal óf de angst voor de straf van God óf slaafs voorgeprogrammeerd denken een trouw metgezel zijn van iedere gelovige. Dit zal dan ook in deze nieuwe eeuw ongetwijfeld de doodsteek worden voor de traditionele godsdienst.


Om gelovigen te laten zien hoe ongerijmd hun speculaties zijn over deze doodzonde zal ik de zaken voor hen totaal omdraaien: De zonde tegen de Heilige Geest is het je onderwerpen aan de christelijke leer. Het is je verzetten tegen de boodschap die ik predik. De zonde tegen de Heilige Geest is niet een moedig mondig denken, een opstandigheid tegen de bijbelgod, zoals Ouweneel en alle andere propagandisten van het christelijk geloof het uitleggen, een opstandigheid waarvan ik het ultieme voorbeeld ben omdat ik hier de christelijke Heilige Geest aanklaag, maar integendeel, is een volledig slaafs denken dat het denken met de eigen gezonde rede verbiedt en daarom uitkomt op perversie. Zoals het bijbelverhaal vertelt, zijn het juist conservatieve farizeeërs die zich schuldig maken aan zulk een fatale zonde. En waarom en hoe begaan zij die zonde? We moeten goed begrijpen dat de oorzaak van hun zonde juist ligt in een geloofsopvatting volkomen overeenkomend met die van alle bijbelgetrouwe christenen van tegenwoordig: deze farizeeërs, de vroomste gelovigen, hielden zich strikt aan de godsdienst van het Oude Testament, de traditie en overleveringen. Ze wisten met zekerheid gelijk te hebben, en beriepen zich voor iedere overtuiging op de bijbel, net zoals christenen die zekerheid menen te moeten hebben en zich daarvoor beroepen op hun bijbel en hun leringen. Toen de vrome gelovigen uit Jezus' tijd zagen dat het optreden van Jezus met de overgeleverde ‘ware godsdienst’ van Mozes in vele opzichten in strijd was, -net zoals christenen in hun leven opmerken dat de werkelijkheid en talloze nieuwe inzichten geheel in strijd zijn met hun antieke opvattingen- móesten ze het wel veroordelen, al deed Jezus ook goede dingen. Hun slaafse gehoorzaamheid aan de dode letter van de godsdienst maakte het voor hen overduidelijk dat Jezus een valse leraar was. Zij zal mij en mijn teksten op dezelfde manier veroordelen als de farizeeërs Jezus. Ik mag dan wel met mooie woorden over de liefde praten, een God van Liefde prediken, maar omdat het niet met de oude vertrouwde leer en het onfeilbare woord van God in overeenstemming is, en ik de bijbel, de Heilige Geest en zelfs Jezus aan de kaak stel, is het allemaal praat dat door de Duivel ingegeven wordt: "Gelovigen wijs te maken dat zij de zonde tegen de Geest begaan hebben, is niets anders dan een list van Satan." (Ouweneel op bovengenoemde site). Wat een uitspraak! Duik de geschiedenis in meneer Ouweneel! Bekijk de christelijke geschiedenis vanaf de zijlijn, zie de vrome gelovigen de Ariërs, de Gnostici en de Joden verketteren, de mond van de grootste denkers snoeren, de kruistochten maken, de aflaten verkopen, de brandstapels aansteken, de theologie van de apartheid ontwikkelen, de slavenhandel drijven, gehele werelddelen uitbuiten!


"De Farizeeën hadden lange tijd de zondeloosheid van Jezus opgemerkt en zagen Hem ontegenzeggelijk wonderen doen die toch op z'n minst van goddelijke kracht getuigden. En al deze indrukwekkende wonderen werden gedaan uit pure goedheid en liefde en richtte zich op mensen die duidelijk te lijden hadden of gruwelijk kwaad ondervonden.
Maar de Farizeeën hadden hun hart erop gelegd Jezus niet te aanvaarden als Messias, zodat ze de overduidelijke waarheid pervers verkrachtten om daarmee de mensenmassa te beïnvloeden. Zij legden deze dingen uit door het aan de duivel toe te schrijven." (christian answers op het internet)


Nu vraag ik aan iedere bijbelgetrouwe christen hoe u zou reageren als er iemand om ons heen zich voor God verklaart en wonderen doet en zomaar zegt 'er is jullie geleerd zus en zo, maar Ik zeg jullie doe het anders!' Op elk moment van de geschiedenis zijn die mensen wel ergens te vinden. Geeft u er gehoor aan? 'Nee', zegt u dan, 'omdat iemand die zich voor God uitgeeft en zich boven 'Zijn geopenbaarde woord' stelt niet uit God kan zijn'. 'Het is duidelijk in tegenspraak met wat ons geleerd wordt in de bijbel' (tekst 1, 2 & 3 wordt aangedragen). 'Het is zelfs voorspeld dat er valse christussen zullen komen', vervolgt u dan triomfantelijk (met de 'zie je wel, de bijbel heeft toch gelijk'-uitdrukking op uw gezicht). U komt vervolgens uit op precies dezelfde reactie als de vrome farizeeën: 'die zogenaamde wonderen van de heer X zijn allemaal bedrog of worden door de satan gedaan om Gods werk te blokkeren en mensen te verleiden'. Het staat daarom buiten kijf dat de dogmatische, orthodoxe christenen van alle tijden de eeuwige farizeeën zijn (was het Dostojewky die daar een mooi verhaal over heeft geschreven, over Jezus die in cognito op aarde terugkwam en door geen christen herkend werd?).

Ik leer u dit: een eens geopenbaarde heilige schrift is een vloek voor de mensheid.
Ik leer u dit: geloof in een boekreligie is de eigenlijke doodzonde; vervuld te willen worden van de Heilige Geest doodt uw menselijke gezonde geest en vervult u met de Geest van Fanatisme en Waan.
Ik leer u dit: je overgeven aan een openbaringsgodsdienst is godsverduistering, godsverachting, het zicht op God voorgoed verliezen.


En nu, beste christenen, nu ik deze fatale zonde van lastering tegen uw Heilige Geest en tegen het boek dat door Hem geïnspireerd is, heb begaan, is het voor uw God nu werkelijk onmogelijk mij ooit nog te bereiken? Is Hij echt zo onmachtig? Is Jezus nu heel boos op mij? Ga ik nu definitief naar de hel? Zegt Jezus later tegen mij: "Je bent vervloekt! Verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want ik wilde de wereld zo graag verlossen, maar je gaf niet om bloedoffers, ik was verknocht aan een uitverkoren volk in het Midden Oosten, wonende op de navel der aarde, maar je liet slechts Westerse ideeën binnen en ging wonen in de nagel van de kleine teen, in het godverlaten uiterste Noorden, je zag de naakte waarheid over de bijbel, maar deed niet zoals alle goede christenen je best om het te verdoezelen, ik zat heerlijk rustig op geknakt riet in de gevangenis van waanideeën, maar jij gaf alleen om lopen in alle Finse natuurvrijheid naar een onbekende bestemming. Je staat nu een eeuwige bestraffing te wachten." (Matth. 25:41-46) Heb ik het nu echt verdiend? Wel, als goede moderne Noorderling sta ik u toe me vanalles in het gezicht te werpen, maar ik op mijn beurt zal u mijn weerwoord geven: ik vind dat u zich voor uw heilige geest en uw navelstarende god die slechts kan vergeven als Hij bloed aan de deurposten ziet, en al op zijn tenen getrapt is wanneer iemand het lef heeft in deze wereld geboren te worden, zou moeten schamen. En wanneer ik later in het gezelschap van Spinoza en Nietzsche mijn verdorven eeuwigheid zal doorbrengen, zal er uit de hel onvergelijkelijk meer licht stralen dan uit uw met walmende vlaspitten verlichte hemel. Maar indien u mijn goddeloos schrijven tot dit punt hebt kunnen lezen zal ik ook dit van u zeggen: u bent de slechtste nog niet, misschien heeft uw heilige geest nog een sprankje Humane Geest in u heel gelaten.


Hoelang nog moet ik me bezighouden met deze bittere materie van deze onverkwikkelijke godsdienst van het boek? Toen ik aan dit karwei begon, de ontleding van mijn eigen godsdienst, besefte ik niet dat het zoveel van mijn psyche zou vergen. Ik ben doodmoe van de godsdienst, en met elke bom die de islamieten laten afgaan wil ik minder te maken hebben met een god uit een boek en wil ik nog noorderlijker gaan wonen. Ik ben voor godsdienst, heilige geesten en heilige profeten nu bijna volkomen allergisch geworden. God, het was toch Uw bedoeling het Evangelie, de Goede Boodschap, bij mensen te brengen? Maar de Heilige Geest is Geestelijk Geweld dat op een mens gepleegd wordt.
Hoe is alles zo fout gegaan? Hoe hebben wij mensen het duizenden jaren klaargespeeld onze barbaarsheden uit te roepen tot Uw optreden op de wereld? Hoe hebben we het klaargespeeld dwang, bijgeloof, waanideeën, angst en fanatisme door te laten gaan voor de hoogste menselijkheid?


Mijn God, mijn God, waarom hebt U ons verlaten?
U bleef ver weg en redde ons nooit, ook al schreeuwden we het uit.
Mijn God, riepen miljoenen overdag, en U antwoordde nooit,
's nachts, en zij vonden geen rust.
U ging altijd door voor Heilige,
maar wist van Israël slechts een spektakel van eeuwige haat en oorlog te maken.

Op U hebben onze voorouders vertrouwd,
zij steunden op U, maar werden door andere aanhangers van U vervolgd,
zij riepen tot U, maar vonden slechts redding in een vlucht naar een ander continent,
op U vertrouwden wij eeuwenlang,
tot onze cultuur beschaamd achterom keek, en U nergens te zien was.

Nu zijn wij wormen en geen kroon der schepping meer,
gelovigen worden door denkers versmaad, door het volk veracht,
allen die ons zien, bespotten ons,
ze schudden meewarig hun hoofd:
'Ze bidden nog steeds tot hun ingebeelde God!
Hij geeft ze nog steeds verlossing van de ingebeelde straf,
hij schenkt eeuwig bevrijding van hun zelf aangekweekte dwaze angsten,
en hij laat ze eeuwig in de waan van het gelijkhebben rondzwemmen.'

Hoe kan het ook anders,
Toen ik uit de buik van mijn moeder gehaald werd stond U al naast haar,
U vertrouwde mij aan haar christelijke borsten toe,
bij mijn geboorte stond U al op mij te wachten,
van de moederschoot af aan ben ik ondergedompeld geweest in de verhalen over U.

Maar ditmaal laat ik mijn hart niet wegsmelten als was,
ditmaal laat ik mijn geestelijk welzijn niet meer aanranden,
mijn kracht laat ik niet opdrogen als een potscherf,
mijn tong zal ik niet bedwingen en uitgedroogd aan mijn gehemelte laten kleven.

Leg me voor mijn part neer in het stof van de dood,
doorboor mijn handen als U zo'n behoefte heeft aan straffen,
tel mijn beenderen als U vermaak en genoegdoening wilt,
kijk voor eeuwig maar met leedvermaak toe,
hoe naakt ik sta in het bestaan dat U geschapen hebt.

Maar dit beloof ik U:
U zult geen vrome bijbellezer meer zien,
die het verwacht van Uw bloedige verlossing.
Ik zal me nooit meer vullen met de waanideeën over uw geest
en zijn onbegrijpelijke daden,
maar geheel zelf wat aan mijn persoon doen:
ik zal eindelijk opgroeien tot een Volwassen Mens
die in zijn denken, dwz zijn eigen Heilige Geest,
volledig afgedaan heeft met de terreur van boekgodsdienst.

Een nieuw geslacht zal de aarde dienen,
en aan de kinderen vertellen over het hoogste en het grootste.
Aan het volk dat nog geboren moet worden,
zal dit nieuwe geslacht de waarheid vertellen:

Hij was alles
behalve een God van daden!
Hij was alles,
behalve één die het predicaat God verdient.
Gelukkig de wereld die voorgoed met heilige boeken afrekent.


(Psalm 22 van de 21ste eeuw)


Hier zijn de grootste en hoogste woorden die ik in mijn leven ben tegengekomen -jammergenoeg pas op middelbare leeftijd- woorden die alles wat de godsdienst van de bijbel mij kan bieden mijlenver overtreffen, de Johannes 1 van de nieuwe tijd, de boodschap van de Hoogste Geest: [2]


"Ik leer jullie de Bovenmens. De mens is iets om overwonnen te worden! Wat hebben jullie gedaan om hem te overwinnen? Alle wezens tot nu toe hebben iets geschapen dat boven henzelf uitging: en jullie willen de eb van deze grote vloed zijn en liever nog terugkeren tot het dier dan de mens overwinnen?
Wat is de aap voor de mens? Een voorwerp van spot of van pijnlijke schaamte. En juist dat zal de mens voor de Bovenmens zijn. Jullie hebben de weg van worm naar mens afgelegd, en veel is in jullie nog worm.
Alwie onder jullie de grootste wijze is, ook hij is enkel tweespalt en tweeslachtigheid van plant en spook...
Eens was lastering van God het grootste vergrijp, maar God stierf, en daarmee stierven ook deze lasteraars. Nu is het vreselijkste de aarde te lasteren en de ingewanden van het onnaspeurlijke hoger te achten dan de zin der aarde.
Eens zag de ziel vol verachting op het lichaam neer: en deze verachting was toen de hoogste. Zij wenste zich het lichaam mager, afzichtelijk, uitgehongerd. Zo dacht zij aan lichaam en aarde te ontglippen. O, deze ziel was zelf nog mager, afzichtelijk, uitgehongerd: en wreedheid was deze ziel tot wellust!
Maar ook jullie, mijn broeders, zegt mij nog: wat getuigt jullie lichaam over jullie ziel! Is jullie ziel niet armoe en vuil en erbarmelijk welbehagen?
Voorwaar, een vuile stroom is de mens. Men moet wel een zee zijn om een vuile stroom op te nemen zonder onrein te worden.
Zie, ik leer jullie de Bovenmens: hij is deze zee.
Wat is het grootste dat jullie kunt beleven? Dat is het uur van de grote verachting. Het uur waarin ook jullie geluk [lees: godsdienst!] je tot walging wordt, en zo ook jullie verstand en jullie deugd.
Het uur waarin jullie zeggen: 'Wat doet mijn geluk ertoe! Het is armoe en vuil en erbarmelijk welbehagen. Het bestaan zelf te rechtvaardigen, dát is mijn geluk.'
Het uur waarin jullie zeggen: 'Wat doet mijn verstand ertoe!' Verlangt het naar weten, als de leeuw naar zijn voedsel? Het is armoe en vuil en erbarmelijk welbehagen!'
Het uur waarin jullie zeggen: 'Wat doet mijn deugd ertoe! Nog heeft ze mij niet tot razernij gebracht. Het goed en kwaad dat in mij is, hoe ben ik het moe! Dit alles is armoe en vuil en erbarmelijk welbehagen!'
Het uur waarin jullie zeggen: 'Wat doet mijn rechtvaardigheid ertoe! Ik zie niet dat ik gloed en kool zou zijn. Maar de rechtvaardige is niet anders dan gloed en kool!'...

De mens is een koord, geknoopt tussen dier en Bovenmens, -een koord boven een afgrond. Een gevaarlijk naar-de-overkant, een gevaarlijk onderweg, een gevaarlijk achteromkijken, een gevaarlijk huiveren en staan-blijven. Groot aan de mens is dat hij een brug is en geen doel: te beminnen aan de mens is dat hij een overgang is en een ondergang.
Hen heb ik lief die niet weten te leven, tenzij als onder-gaanden, want dit zijn de over-gaanden.
Deze grote verachters heb ik lief, want zij zijn de grote vereerders [van God] en pijlen van verlangen naar de andere oever.
Hem heb ik lief die zijn God kastijdt omdat hij zijn God liefheeft: want hij moet aan de toorn van zijn God te gronde gaan.
Hem heb ik lief wiens ziel diep is, ook in de verwonding, en die aan een klein gebeuren te gronde kan gaan: zo gaat hij over de brug.
Hem heb ik lief wiens ziel overvol is, zodat hij zichzelf vergeet en alle dingen in hem zijn: zo worden alle dingen zijn ondergang.
Hem heb ik lief die vrij van geest en vrij van hart is: zo is zijn hoofd enkel het ingewand van zijn hart, doch zijn hart drijft hem tot ondergang.
Allen heb ik lief die als zware druppels zijn, één voor één vallend uit een donkere wolk die boven de mensen hangt: zij verkondigen dat de bliksem komt, en gaan als verkondigers te gronde.
Zie, ik ben een verkondiger van de bliksem, en een zware druppel uit de wolk: deze bliksem heet Bovenmens." (Friedrich Nietzsche)





            

















[1] Polybius ( ca. 200-118 v Chr.) Griekse staatsman en historicus: ‘Aangezien de mensenmassa’s vol met niet aan banden te leggen passies behebt zijn, moeten ze met angst in het gareel gehouden worden. De ouden deden er daarom goed aan de goden uit te vinden en het geloof in straf na de dood’. (Historiën, ca. 125 vChr.)
Vgl. De uitspraak: ‘Één priester kan meer mensen in bedwang houden dan een leger politieagenten’.



[2]Uit de voorrede van het boek Aldus sprak Zarathoestra, van Nietzsche. Het gehele boek is van begin tot eind één en al zinspeling, commentaar op en tegenstelling met de bijbel en het christelijk geloof. Dit boek opent zich dan ook slechts voor mensen die door en door vertrouwd zijn met de bijbel en het christelijk geloof. Voor mensen die met het christelijk geloof in de knoop zitten en diepzinnige taal en gedachten aankunnen is dit boek de grootst mogelijke dynamiet en wellicht het beste middel aller tijden om tot ander denken te komen en van dogmatisch christendom bevrijd te worden.

'De voorrede' heeft eerst vijf gedeelten die een zinspeling zijn op de voorrede in het Johannes-evangelie:

  1. Waar Jezus zijn optreden met 30 jaar begint, wacht Zarathoestra, dwz Nietzsche, wijselijk nog 10 jaar voor hij zijn wijsheden overal rondstrooit. Hij leeft zijn leven op een eenzame berg, totdat hij 'weer mens wil worden' om 'weg te geven en uit te delen' aan de mensheid. Daarna begint zijn ondergaan, zijn 'afdalen in de diepte' (in de bijbel: de vleeswording van het Woord, 'incarnatie')

  2. Zarathoestra ontmoet eerst een eenzame man in de bossen (=wildernis in de bijbel) die wortels eet (Johannes de Doper). De eenzame vraagt hem of hij komt om 'vuur naar de dalen te dragen' (in de bijbel: Hij die zal dopen met vuur).
    Het eindigt met de hoeksteen van Zarathoestra's nieuwe boodschap: "Toen Zarathoestra evenwel alleen was, sprak hij aldus tot zijn hart: 'Zou het mogelijk zijn! Deze oude heilige heeft in zijn bos nog niet vernomen dat God dood is!"

  3. In Johannes 1:4 wordt 'redding, verlossing' aangeboden. Zarathoestra biedt het overwinnen van de armetierige mens aan, hij roept op tot het afleggen van al het primitieve en de zucht tot welbehagen in de mens.

  4. De mens is niet de kroon van de schepping, maar slechts een brug naar de Bovenmens. Hij die dit beseft en op alle manieren werkt aan de komst van de toekomstige Bovenmens gaat eraan ten gronde, maar leeft het hoogste menszijn. (Joh. 1:7)

  5. Johannes 1:10 'Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend.' Deze tekst krijgt zijn parallel op deze manier: Zarathoestra: 'Zie ze daar staan, zie ze lachen: ze verstaan mij niet'. Vervolgens een uitweiding over 'de laatste mens' als voorwerp van verachting (vgl. de bijbelse verwijzingen naar 'de eerste mens', Adam). 'De laatste mens' is de mens zoals we hem kennen: zijn naastenliefde is slechts een behoefte aan welbehagen en warmte, ziek worden ziet hij als straf van God, 'wij hebben het geluk uitgevonden' is zijn stokpaardje, hij werkt wel, maar past op dat hij zich niet vermoeit, iedereen wil hetzelfde, iedereen is gelijk, wie anders voelt gaat vrijwillig naar het gekkenhuis.

Hierna laat Nietzsche weten: 'En hier eindigde de eerste rede van Zarathoestra, die men ook wel 'de voorrede' noemt. Een duidelijke zinspeling op de voorrede in Johannes die op dit punt stopt.
Hierna vervolgt het boek met het optreden van Zarathoestra.

6. De volgende paragraaf laat ons letterlijk de gevallen mens zien, 'de zondeval', een koorddanser die naar beneden valt en als laatste woorden tegen de hulpbiedende Zarathoestra zegt: 'Ik wist al lang dat de duivel mij ooit beentje zou lichten. Nu sleept hij mij naar de hel: wil jij hem dat soms beletten?' Hierop antwoordt Zarathoestra: 'Op mijn woord van eer, vriend, dat alles is er niet waar jij over praat: er is geen duivel en geen hel.

-De man sloeg wantrouwend zijn ogen op. 'Als jij de waarheid spreekt', zei hij toen, 'verlies ik niets wanneer ik het leven verlies. Ik ben niet veel meer dan een dier dat men heeft leren dansen, met slaag en karige brokken.'
'Welnee, sprak Zarathoestra, 'jij hebt van het gevaar je beroep gemaakt, daar is niets verachtelijks aan. Nu ga je aan jouw beroep te gronde: daarvoor wil ik jou met mijn beide handen begraven'.




[V1]22 Men bracht een bezetene bij Jezus die blind was en niet kon praten. Jezus genas hem, zodat hij weer kon spreken en zien. 23 Alle mensen stonden versteld en zeiden: ‘Als dat niet de Zoon van David is!’ 24 Maar de Farizeeën zeiden toen ze dat hoorden: ‘Hij kan de demonen alleen maar uitdrijven dankzij Beëlzebul, hun aanvoerder.’ 25 Jezus wist wat ze dachten en zei: ‘Elk rijk waarin verdeeldheid heerst, gaat te gronde, en elke stad of familie die onderling verdeeld is, houdt geen stand. 26 Als dus Satan Satan uitdrijft, dan is zijn rijk innerlijk verdeeld. Hoe kan het dan standhouden? 27 Als ik dankzij Beëlzebul de demonen uitdrijf, dankzij wie drijven uw mensen ze dan uit? Daarom zullen zij u zelf veroordelen! 28 Het is dankzij de Geest van God dat ik de demonen uitdrijf, en dat betekent dat het koninkrijk van God bij u gekomen is. 29 Hoe kan iemand het huis van een sterke man binnendringen en er zijn spullen weghalen? Eerst zal hij die sterke man moeten vastbinden en dan kan hij zijn huis leeghalen. 30 Wie niet vóór mij is, is tegen mij, en wie mij niet helpt om de schapen bij elkaar te drijven, jaagt ze uiteen. 31 Daarom zeg ik u: alle kwaad en elke godslastering zal de mensen vergeven worden, maar een lastering van de heilige Geest zal niet vergeven worden.