Bij Paulus op bezoek
Wees slechts trouw aan jezelf
Volwassen Geloof                                                                                           Hoofdstuk 14

        







Medelijden, ontferming, bewogenheid, is de wortel van alle ethiek. Zij kan alleen tot zijn volheid uitgroeien als het alle medeschepselen omvat, zelfs die schepselen die niet tot het menselijk ras behoren.

Één ding weet ik zeker: de enigen onder u die gelukkig zullen zijn, zijn degenen die het dienen in hun leven gezocht en het in de praktijk gebracht hebben.

[Albert Schweitzer]




Bij Paulus op bezoek

Na wat bladeren door het Nieuwe Testament belanden we uiteindelijk op de mooiste passage uit de hele bijbel, 1 Kor. 13, het loflied op de Liefde. Lees het nog eens door, welk een mooie woorden. Onovertrefbaar in wijsheid, schoonheid en perfektie. Eindelijk zijn we aangekomen op de hoogste trede van de ladder tot de hemel. Dit is het waarom ik op m’n zestiende christen werd!


Stel je eens voor een diepzinnige Romein te zijn. Op een dag hoor je verhalen van opgewonden mensen over een charismatische prediker die in de stad is aangekomen. Hij vertelt wonderlijke dingen. Over de opstanding en de waarheid over de enige ware God. Je bent altijd al geinteresseerd geweest in geestelijke dingen, want het leven is zo vol van lijden en moeite en verdriet. Je besluit meteen hem eens op te zoeken. Zo klop je na wat zoeken bij hem aan. Z’n secretaris doet open en zegt dat Paulus het druk heeft met het dicteren van zijn nieuwe brief. Je dringt aan en zegt alleen maar heel stil te luisteren op de grond in de hoek. En zo kom je net deze woorden te horen:


‘Al ware het dat ik met de talen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware een schallende gong, of rinkelende cimbaal.
Al ware het dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik zou helemaal niets zijn.
Al ware het dat ik al wat ik heb uitdeelde aan mensen die verhongeren, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets.
De liefde is verdraagzaam, de liefde is vriendelijk, zij is niet jaloers, zij schept niet op, ze is niet slecht gemanierd, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe.
Zij is niet blij over ongerechtigheid, maar is blij met de waarheid. Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij. De liefde vergaat nimmermeer.’


Je hebt nog nooit zoiets moois gehoord, zoiets inspirerends. Je weet dat de hemel nu voor je opengaat. Dit is waarachtig een woordvoerder voor God! Je barst in tranen uit. Hierom heb je willen leven. Dit is waar je je hele leven naar verlangd hebt. In de armen van zo’n God zou je willen vliegen. Paulus gaat verder maar de woorden fladderen je allemaal voorbij. Je weet dat je leven op dit moment veranderd wordt. Dan hoor je opeens doodsstil het vervolg aan. Paulus staat als in vervoering te dicteren met een plechtige stem, zijn ogen gericht naar boven, op het oneindige:


‘Zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood waar is uw overwinning? Dood waar is uw prikkel?’ (1 Kor. 15:54).


En dan houdt Paulus op met dicteren en loopt op de scribent af.

Je ontwaakt uit je eigen magische trance. Je voelt je overgelukkig, je kijkt met stralende ogen en klapt in je handen. Je wil hem nu duizend en één dingen vragen. Zou hij nog wat tijd voor je hebben?

Paulus buigt zich over de brief en besluit als volgt. Hij spreekt de woorden al even krachtig uit als hij ze schrijft:


‘Een eigenhandige groet van mij, Paulus. Indien iemand de Here niet liefheeft, hij zij vervloekt.’(1 Cor 16:24).


Je hoort het en je gezicht verbleekt. ‘Vervloekt?’ Hoor ik dat goed? Hoe kan dat nou? Je kijkt hem in totale verwarring aan en ziet hem na het woord ‘vervloekt’ zijn blik opslaan en hem naar jou kijken met gefronste wenkbrouwen. Je verstijft, je wordt met stomheid geslagen. De wereld is gek. Iedereen is geschift. Je hele leven zweef je tussen hemel en hel. Je vlucht het huis uit en wil niets liever dan het gezapige leventje van morgen. Morgen bak je weer vroeg brood, laat je je hond uit en ga je weer de hele dag schoenen maken. Godsdienst is voor fanatiekelingen.

Even later hoor je hijgend een man je achterna lopen. Je kijkt om en ziet dat het de assistent van Paulus is. Hij roept je toe: ‘Loop niet weg, vertel waarom je zo vreemd doet! Luister naar wat Jezus voor mij heeft gedaan!’

Je raakt met hem in gesprek en ziet dat het Sylvanus is, die man, waar iedereen over sprak toen hij rijk werd omdat hij met paardenrennen een keer een hoop geld won.

-Herken je me niet?, zegt hij.

-Ja, maar pas nu, want je loopt erbij in lompen en onverzorgd, helemaal niet meer zoals ik je vroeger rond zag lopen.

-Ja, maar ik ben dan ook een heel ander mens geworden. Jezus heeft me gered en ik heb al m’n geld weggegeven en verfoei nu al het aardse. Maar vertel me nu waarom je zo ineens in paniek wegliep. Waren het niet de mooiste woorden die je ooit gehoord had?

-Ik hoorde de vervloeking van mensen zoals ikzelf.

-Oh, dát was het. Nou, joh, je moet weten dat die Paulus uit het Midden-oosten komt. Hij is een jood. Hun Heilige Geschriften staan vol met vervloekingen, maar dat moet je met een korreltje zout nemen. Je kent dat slag mensen toch wel uit die warmbloedige landen. Opeens worden ze ziedend, maar even later kloppen ze je weer joviaal op je schouder. Je moet die Paulus eens rood zien aanlopen en verwoed het stof van zijn kleren zien schudden, wanneer hij kwaad wordt! Maar kijk, ze spreken en doen op deze manier om te laten zien hoe belangrijk hun boodschap is. De ware God is namelijk heilig en laat niet met zich spotten. Jezus zei dat hij het zwaard bracht tussen vader en zoon. Hij bedoelde dat de geestelijke dingen belangrijker zijn dan al het andere. Maar je moet niet alles zo letterlijk opvatten. Hun koning Saul had ook eens een vervloeking uitgesproken over iedereen die ook maar iets at voordat de vijand verslagen was, en toen later bleek dat zijn eigen zoon zich hieraan schuldig gemaakt had, moest hij sterven, maar men liet hem uiteindelijk toch gaan, want hij was een held. Begrijp je?’

-Nee, ik begrijp zoiets niet. Ik zal die oosterlingen nooit begrijpen. Ik heb wel eens gehoord dat hun heiligste profeet, een of andere Mozes, oorspronkelijk een moordenaar was.’


En zo kom je weer thuis. Je wil tot rust komen, maar het lukt je niet. Je twee zonen zijn thuisgekomen en staan te popelen om je het evangelie te prediken.

-Luister Pa, we hebben vandaag die Paulus horen spreken, en het was werkelijk fantastisch zoals die man spreekt! We geloven van nu af aan in Jezus. Hij is de zoon van God en neemt al onze zonden weg. Neem Hem ook aan als je verlosser.

-Hoezo, verlosser? Wat heb ik voor zonden gedaan? Jullie weten toch dat ik nooit de keizer geëerd heb, maar altijd stiekem gelachen om dat soort onnozele godsdienst. Ik heb altijd geweten dat er maar één God is, en dat men God niet naief onder de mensen moet gaan zoeken. En wanneer ik de machtige zee hoor bruisen, of de geur van viooltjes opsnuif of van de vroege morgenstond met zijn gouden zon en vogelconcert mag genieten dank ik Hem voor alles wat Hij gemaakt heeft. En ik heb in m’n leven niets anders gedaan dan maar trouw brood gebakken voor mijn familie en schoenen gemaakt, en nooit heb ik mensen opgelicht. Of bedoelen jullie die ene keer dat ik ooit heb gegokt? Ik won er toch nog een beetje geld mee! En daarvan heb ik ook voor jullie nog een cadeautje gekocht. Waar beschuldigen jullie mij van?

-Ja, maar ga toch eens die Paulus beluisteren. Je begrijpt het nu nog niet, maar Jezus heeft je lief! Alleen door zijn genade kun je gered worden. Hij redt je van je verslaafdheid aan de duivel.

-Één of andere onzichtbare jood heeft mij lief en ik moet genade krijgen van iemand die ik in het geheel niet ken? Maken jullie mij uit voor een slaaf van de duivel? Zijn dit mijn eigen intelligente zonen die op de griekse school hebben gezeten die tegen mij spreken? Houdt toch op! Ik kan jullie woorden niet verdragen! Ik héb Paulus beluisterd. En ik hoorde dat hij al z’n tegenstanders vervloekt! Hebben we niet al genoeg bloed om ons heen elke dag? Kunnen jullie zelfs niet de vrede in ons eigen huis eerbiedigen? Wat is er erger in het leven dan dit vreselijke zwaard van verdeeldheid in je eigen familie te ondervinden? En dat allemaal vanwege onzichtbare en vreemde geheimenissen.

-Nee, Pa, we weten nu dat we God meer moeten gehoorzamen dan onze vader. En Jezus heeft gezegd dat wie niet voor Mij is, is tegen Mij.

-Alsjeblieft, jongens, laten we toch geen ruzie maken. Jezus heeft het bij het verkeerde eind. Ik heb echt niets tegen op die Jezus, en hij hoeft echt niet boos te zijn op mij en met een zwaard te dreigen. Ik zal hem en niemand anders echt geen pijn willen doen, geen strobreed in de weg zitten. Ik ken hem niet eens en wil ook helemaal niets meer over hem weten. Ik laat hem liever volledig met rust, want ik heb een beetje moeite met mensen die het volkomen normaal vinden te zweren bij de kracht van de liefde, en iemand anders tezelfdertijd staan te vervloeken. Een beroemde Griekse filosoof heeft zoiets schizofreen genoemd en vindt het niet passen bij geestelijk gezonde mensen. Ik wil mezelf dan ook hoeden voor dat soort ziekten.









Wees slechts trouw aan jezelf

Dat Paulus deze ongezonde manier van denken in zich had en het niet opmerkte wordt overduidelijk wanneer we in Romeinen 12: 14 zijn eigen woorden lezen: ‘Zegent en vervloekt niet’! Zo gaan we nog eens terug naar dat schriftwoord in Romeinen 2 over de uitverkiezing. Heeft u toen ik dit in het begin aanhaalde en erover schreef eroverheen gelezen dat Paulus hier het lef heeft te zeggen dat God haat wie Hij haat (om maar een dogma van uitverkiezing te kunnen aanhangen), net zoals Hij liefheeft wie Hij liefheeft, en dat Hij daar recht op heeft en het goed is, omdat Hij God is? Of hebt u er toen bij stilgestaan dat hij met deze uitspraak van God een barbaar maakt en hij maar de vloer aanveegt met het gebruik van de menselijke rede, het kostbaarste wat wij mensen hebben. Ach, deze godslastering van Paulus zij hem vergeven, zijn logica ging gewoon niet ver genoeg, hij zag het eenvoudigweg niet. Het zal echter duidelijk zijn dat ‘Ezau heb Ik gehaat’ pas in het laatste boek van het Oude Testament staat, en natuurlijk slaat op het leven dat Ezau leidde, achteraf bezien. God haatte hem (en niemand anders) volstrekt niet toen hij uit de moederschoot kwam! Paulus was zo verstrikt in vuur en vlam en gloeiend fanatisme voor de goede zaak die hij dacht voor te staan, dat hij volkomen blind was voor de keerzijde van zijn boodschap. Zo raakt Paulus ook af en toe verstrikt in dreigementen (=zijn eigen haat) tegen de joden:


‘Zij zijn het ook die de Heer Jezus en de profeten hebben gedood en ons hebben verjaagd. Ze behagen God niet en maken zich bij alle mensen gehaat door ons te verhinderen aan de heidenvolken bekend te maken hoe ze gered kunnen worden. Zo maken ze zich steeds weer de maat van hun zonden vol. Maar nu is het uit: Gods toorn is tegen hen losgebarsten’. (1 Thess. 2: 15, 16).



Ik ben geboren op dit punt van de geschiedenis. Ik wil trouw zijn aan mijzelf, zelfs als ik voor God sta wil ik slechts mijn eerlijke eigen gedachten eerbiedigen. Ik weet het nu geheel zeker. Ik kan en wil niet leven met deze primitieve God van oorlog, straf, ‘losgebarsten toorn’ en hel en nog primitievere gedachten van een satan en demonen om me heen. Ik leg de tiran van m’n leven, die dikke bijbel, nu volledig naast me neer, doe hem dicht. Ik weet na een half leven eindelijk waarom hij bijna altijd een zwarte kaft heeft.

In ieder geval heb ik deze definitieve keuze gemaakt in mijn leven. Zoals Christus zei heer over de sabbat te zijn zeg ik dat ik baas wil zijn in eigen hoofd, ja, baas over de bijbel.


Zo dit godslastering is, zo ik een ketter van de grootste orde ben, zo ik dwaal, mijn eigen glorie zoek, mensen op een dwaalweg zend, mijn gedachten verderfelijk zijn, zo moge de God van de bijbel mij met oud- of nieuwtestamentisch bliksemvuur of Fins noorderlicht uit de hemel verteren, zo moge Hij de wereld ervoor behoeden ooit deze woorden te lezen.

Maar zo de bijbelse god het maaksel van mensen is en zo ik de God van liefde predik, en de God van hemel en aarde eer aan doe, zo moge Hij deze gedachten onder duizenden fundamentalistische gelovigen vermenigvuldigen, zo moge Hij dit boek de wereld doen rondgaan. Laat mensen later mijn kinderen vragen hoe het met mij en mijn boek afliep en laat dat een teken zijn.