Tot op het bot geseculariseerde tijd
Een warme achtergrondkleur
Volslagen ongeloofwaardig
Het Zweedse christelijke circus
De waarde van het geloof
Volwassen Geloof                                                                                               Hoofdstuk 15

        

















Vreemd is onze situatie op aarde. Een ieder van ons komt maar voor een korte tijd, hij heeft geen idee waarom, en toch ziet hij vaak een goddelijk plan. Vanuit het dagelijks leven bezien is er echter maar één ding dat we zeker weten: de mens is hier ten behoeve van de medemens –bovenal ten behoeve van hen van wier glimlach en voorspoed ons eigen geluk afhankelijk is.

Ik kan me geen God indenken die de voorwerpen van zijn schepping beloont en straft, en wiens handelen gebaseerd is op ons eigen handelen, in andere woorden een God die slechts het evenbeeld van de fragiele mens is. Ook kan ik me niet indenken dat het individu de dood van zijn lichaam overleeft, hoewel menige kleine ziel zulke gedachten uit vrees of uit egoïsme koestert.

[Albert Einstein]




Tot op het bot geseculariseerde tijd

Het evangelie zoals het eeuwenlang gepredikt is, is daar nog plaats voor in de 21ste eeuw? Lees hoe er altijd wel mensen zijn die zo’n vraag zullen afdoen als onzin, omdat voor hen de tijd nooit verandert. Deze mensen zitten soms met vragen die bij een modern denkend mens met geen mogelijkheid zouden kunnen opkomen:


Vraag: "Is internet bruikbaar voor het verspreiden van het Evangelie?

Antwoord: Het World Wide Web is de virtuele wereldmarkt. In de kerkgeschiedenis is de markt altijd een plaats geweest waar de Kerk zich geroepen wist het evangelie te verkondigen. Het feit dat men dit deed, betekende niet dat men blij was met wat er allemaal op die markt te vinden was. Men ging er echter vanuit dat daar de mensen te vinden waren en dat juist daar het evangelie verkondigd moest worden.
Daarom moet de Kerk van de 21ste eeuw nu juist haar plaats innemen op de virtuele wereldmarkt, zodat al de mensen die daar toch aan het surfen zijn, ook in de weg van Gods voorzienigheid met het evangelie in aanraking kunnen komen; mensen die waarschijnlijk anders nooit met het evangelie in aanraking zouden komen. Ook wij zijn geroepen om aan het bevel van Christus gehoorzaam te zijn: "Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde." (Lukas 14:23) Dat betekent daarom dat ook wij onze plaats op de virtuele wereldmarkt in moeten nemen en daar het zaad aan vele wateren moeten zaaien. 
De duivel lacht erom als wij het web niet gebruiken om het evangelie aan alle creaturen te verkondigen. Hij zal dan van dit communicatiemiddel al te meer gebruik maken om de mensheid te vergiftigen." (PrekenWeb - Achtergrond)


Dít is de kern van het rasechte christendom: omdat deze godsdienst de enige weg tot God is moeten mensen desnoods gedwongen worden ‘in te gaan’. Er moet via zendingsdrift maar steeds gewedijverd worden met de duivel omdat de duivel het anders wint en de mensheid op aarde afgezien van het evangelie slechts gif voorgeschoteld krijgt. Merk bij het doorlezen van bovenstaande tekst uit een website ook de andere kenmerken op waaraan je rasecht christendom altijd kunt herkennen:


Maar dit rasechte christendom is in Europa op sterven na dood. Het leeft alleen nog voort in zeer kleine groeperingen. Het volgende citaat laat de toestand zien waarin het christendom als geheel zich overal bevindt aan het begin van de 21ste eeuw:


"Hoe overleef je als dominee in deze tot op het bot geseculariseerde tijd? Komende vrijdag praat Op Goed Gerucht, platform van jonge predikanten, erover op zijn tiende studiedag. Dan verschijnt ook de bundel 'Pamflettheologie'. Evert Jan de Wijer schrijft daarin over het verlangen naar een vrolijk, stoer, sexy, weinig schuw predikantschap.
Laten wij ons uitgangspunt nemen in de al vaker herhaalde these dat wij zelf geheel en al deel uitmaken van de postmoderne, geseculariseerde samenleving van de 21ste eeuw. Deze generatie predikanten, zo rond de jaren zestig geboren, vond elkaar in de collectieve ervaring het einde van alle ideologieën meegemaakt te hebben. Het was hun onmogelijk nog langer te geloven dat de wereld te begrijpen was als een eenvormig verhaal, met een eenduidige God van klassiek orthodoxe snit.
Door de secularisatie is een type predikant ontstaan dat in de noodzaak om zich te bezinnen op zijn raison d'être een dermate grote nieuwe vreugde en nieuw elan heeft gevonden dat hij zich ook veel vrijmoediger dan voorheen in de samenleving presenteert. Er is geen schaamte en geen schutkleur meer. Hij laat zich niet reduceren tot een politiek activist, een psycholoog, een mystagoog of een maatschappelijk werker -al zal er wel wat bij zitten- maar insisteert op zijn klassieke rol als uitlegger der Schriften. Al een tijdlang niet meer tot zijn verbazing, constateert hij dat de wereld dit ook van hem verwacht en dat dit woord in het openbaar debat te lang afwezig was.

De (her)ontdekking van de vreugde, de vrijheid en de vrijmoedigheid die gelegen is in het predikantschap blijft evenwel op gespannen voet verkeren met de institutionele kerk die deze predikanten willen dienen. Er blijft een discrepantie bestaan tussen de marsroute uit de malaise en de feitelijke situatie van de kerken die helaas gekenschetst moet worden als restauratief, oubollig, besluiteloos en weinig inspirerend.( Skandalon)


Samenvattend betekent dit bovenstaande dat christelijk geloof allang het christelijke geloof niet meer is, en in de toekomst het steeds minder zal zijn. De naam zal natuurlijk blijven bestaan, maar modern christendom heeft weinig of niets meer te maken met het christendom van alle vroegere eeuwen. Bovendien zul je in iedere kerk weer wat anders horen, genoeg keus voor iedereen om ergens een groepering te vinden waar juist gezegd wordt wat jezelf wíl horen. Hoor hoe één soort christelijk geloof zich dan kan uitlaten over een ander soort christelijk geloof: "Orthodoxie is de milieuverontreiniging van de kerken." (H.M Kuitert). Als tegenreactie zullen de fundamentalisten steeds agressiever en extremer de orthodoxe boodschap benadrukken (hier een voorbeeld) en vervreemden van het moderne leven. Eenzelfde tweedeling zien we in de moslimwereld. Dát is de 21ste eeuw.


De 21ste eeuw zal leven met het dogma dat er geen eenduidige waarheid is, en alle kleuren van de regenboog er mogen zijn. Gelovigen die zich christen blijven noemen zullen je zelfs zeggen dat de bijbel (tenslotte 66 boeken uit verschillende tijden) helemaal geen aanleiding tot uniforme godsdienst geeft. Hoe meer kleuren, hoe beter. Hoe vager, des te beter. Live and let live. Niemand -behalve natuurlijk de Jehova-getuigen en Mormonen die van tijd tot tijd bij je aan de deur komen- zal zich meer druk maken over welke kleur nou eigenlijk jouw kleur is. De meesten zullen het niet eens meer kunnen zeggen welk kleur pak ze nu eigenlijk dragen. ‘Leven in meervoud’ is de prachtige term die iemand ervoor heeft bedacht. (Protestantisme en Postmodernisme)









Een warme achtergrondkleur

God zal overal en altijd ergens diep en vaag aanwezig zijn in het menselijk denken, maar de 21ste eeuw zal volkomen afscheid nemen van de god van de bijbel. Het is een lang proces dat 350 jaar geleden begon met de gedachten van Spinoza, vanaf de Franse Revolutie in een stroomversnelling kwam, en in de zestiger jaren van de vorige eeuw het denken van de meerderheid van de bevolking bereikte. In deze eeuw zal het proces definitief afgemaakt worden. Sommige mensen zullen het radikaal doen en anderen zullen lang net doen alsof ze met de oude god nog steeds van doen hebben. Hun bijbel blijft in hun achterzak, nog waarschijnlijker op de boekenplank, maar het geloof zullen ook deze bijbelvereerders beleven op een volkomen moderne manier. In feite is het heel gemakkelijk. Christenen hebben al 2000 jaar bijvoorbeeld het boek Leviticus maar zo goed als dichtgelaten. In deze eeuw gaan er nog een hoop andere boeken en teksten voorgoed dicht, en velen zullen het niet eens merken. Eeuwenlang is het christendom beleefd zonder dat mensen de bijbel lazen. En nu men hiertoe wel gemakkelijk in staat is wijst een enquete uit dat bijvoorbeeld slechts 4 op de 10 amerikaanse gelovigen weten dat de Bergrede iets met Jezus te maken heeft. De bijbel grondig bestuderen doet slechts een fractie (Bijbelonkunde). In de kerken die de gelovigen bezoeken heeft de dominee net altijd een mooie tekst voor de week opgevist. En waarom zou je zelf ook aan bijbelstudie moeten doen om erachter te komen wat de dominee achterwege laat? Wat is er heerlijker dan in onzalig onweten over de keerzijde van het geloof te leven? In Scandinavië is bijna iedereen bij de kerk ingeschreven, maar gaat slechts 3% zelfs maar naar de kerk. Voor hen die nog wel wat willen beleven in de kerk zullen nieuwe liedjes van huuboosterhuizen en uit Amerika voortdurend inspelen op de vraag en actuele verkondiging van de dag. Het is bij godsdienst precies zo als bij muziek: de muziek is beslissend, de woorden doen er eigenlijk niet veel toe. Af en toe pikken we er iets uit wanneer het ons aanspreekt, maar ook zonder het begrijpen van de tekst kunnen we heerlijk van muziek (=godsdienst) genieten. Zo heeft een vrome moslim, christen en hindoe veel meer gemeen dan ze zich ooit indenken.


Gisteren beluisterde ik tijdens het autorijden de radio. Er kwam een voor Finland ongewoon praatprogramma waarin een atheïst en een christen aan het woord waren. In Finland (het land waar ik woon) doe je niet zoiets de frisse lucht bedervends als met elkaar in discussie gaan over wereldbeelden en levensvisies. Het ging er dan ook niet om elkaar te overtuigen, maar om een beeld te schetsen van hun geloof, denken en levenswijzen. De atheïste was een jonge vrouw, een studente, pas getrouwd. Ze vertelde een christelijke opvoeding te hebben gekregen, maar op de leeftijd van vijftien aangekomen had ze er over nagedacht en was ze tot de conclusie gekomen dat ze geen enkele reden zag om in God te geloven. Ze had zich uit de kerk laten uitschrijven. Het had op zeer veel weerstand van de ouders gestuit, hoewel die nooit een kerk binnenkwamen, maar in de tien jaren daarna zei ze er ook nooit een reden voor het geloof in God bij gekregen te hebben, zodat ze nu zeker weet dat het een goede beslissing was. De christen was in dienst van de lutherse kerk en deed jongerenwerk. Hij legde uit dat het geloof de basis is voor een gelukkig leven en liet ook meteen weten dat hij zich beschouwt als een zeer rationeel persoon.

Deze enkele introduktiezinnen gaven mij lang stof tot nadenken. Ten eerste gaf de atheïste met één zin aan wat de kern van de crisis in de godsdienst is: velen zien geen reden meer om gelovig te zijn. In feite is dit de allerzwaarste kritiek aan het adres van God: Hij heeft ons in de steek gelaten. Hij laat op geen enkele duidelijke en onomstootbare wijze merken dat Hij handelt, mensen en gebeurtenissen leidt en gelukkig maakt, iets te zeggen heeft anders dan onze eigen inbeeldingen en waangedachten. Met de kennis die we hebben –van onszelf, de natuur, de geschiedenis, de ‘geinspireerde goddelijke schriften’- lijkt het er eerder op dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de dingen zijn zoals ze in de traditionele godsdienst worden voorgesteld.

De christen liet in zijn introduktiewoorden zien dat hij dan wel gelovig is, maar met zijn klemtoon op het rationele (blijkbaar bedoeld om zich meteen te verdedigen tegen de atheïste hoewel de gesprekspartner het nog met geen woord had gehad over ‘denken met je eigen verstand’) gaf hij er onmiddellijk blijk van niet meer te geloven op de traditionele manier. Zijn geloof is gebaseerd op het zich gelukkig voelen, dus een gevoel, een soort geborgenheid dat de bron is voor de basis waarop het ik staat. Precies dat is moderne godsdienst.

De atheïste liet verder horen dat atheïsme niets te maken heeft met immoreel leven (ook al een opmerking zonder dat de gesprekspartner de beschuldiging had uitgesproken. Bijkbaar geven we steeds commentaar op een tijd die al lang en voorgoed voorbij is, maar waarvan de schim nog steeds in onze psyche rondwaart.) 'Integendeel', zei ze, 'ik heb uitermate hoge ethische maatstaven zodat ik er vaak last van heb'. De hoge ethische maatstaven komen uit haar eigen hart. Even later maakte de christen opmerkingen dat voor hem het ethisch handelen nooit de bijgedachte heeft dat met tegengesteld handelen de toorn van God wordt opgewekt. Ook hij doet het omdat hij in zijn hart voelt dat hij zo wil handelen.

Ook het vervolg van het programma liet zien dat de twee personen in kwestie zowel in grote lijnen als in details verbluffend dezelfde opvattingen en levenswijzen hebben. Aan de basis van ons moderne leven staat de minimalisering van al het boven-natuurlijke. Zodoende kan de godsdienst nog steeds een plaats hebben in het leven van de mens, maar als een soort warme achtergrondkleur van alles. De godsdienst gloeit af en toe wat warmer op, wanneer er een terroristen-aktie is geweest, een oorlog komt of de ziekte toeslaat in je leven, maar voor de rest merk je er niet veel van. Dit voortgaande proces waarin de godsdienst niet afgeschaft, maar wel steeds meer geminimaliseerd wordt, heeft men "de neutralisering van de godsdienst" genoemd. Zo laten de statistieken van Finland zien dat ongeveer 87% van de bevolking tot een of andere kerk behoort (85% tot de Lutherse), en maar 7% durft zich atheïst te noemen. Ik zeg ‘durft’, omdat tezelfdertijd maar 50% zegt in een god te geloven! Slechts 28% zegt ‘ongeveer’ zo te geloven als de kerk het leert. Slechts 3% gaat zoals gezegd echter regelmatig naar de kerk. En minder dan 1% zou je een correct antwoord kunnen geven op simpele vragen die bijbelkennis vereisen, zoals ‘in welke volgorde leefden Jesaja, Jona, Jezus, Mozes, Jacob, Ezra?’. Maar ieder die de Koran leest, merkt op dat Mohammed dat ook niet kon. Dus wie weet doet dat er ook niet toe. Tenslotte zijn er ook veel meer mensen die af en toe bidden (75%) dan die in God geloven! waar het hier om gaat is in te zien dat spiritualiteit op honderd en één manieren kan worden ingevuld en de tijd het aan dogma's of bepaalde vormen van godsdienst te verbinden voorgoed voorbij is.


Aangezien de godsdienst tegenwoordig op een persoonlijke manier en veelal zonder gedetailleerde uitspraken ervaren wordt, kan de maatschappij het zich niet meer veroorloven met systemen van ‘enige en unieke waarheid’ te werken. Het is volkomen van ondergeschikt belang, omdat de atheïst en de gelovige in wezen dezelfde mensen zijn. Gelovigen die toch blijven vasthouden aan ‘de enige weg tot zaligheid’ worden juist de oorzaak voor het in discrediet brengen van religiositeit, het creëren van disharmonie, en oogsten dus precies het tegendeel van wat ze schijnbaar beogen (de liefde en het dienen van God). Deze situatie van ‘een beetje godsdienst is OK, maar niet te veel’ is dus niet maar een uiting van een in ontbinding zijnde religieuze cultuur, maar van een overgang naar een heilzamere vorm van godsdienst. De godsdienst wordt verinnerlijkt, en in het innerlijk mag en kan het net zoveel beleefd worden als vroeger. Maar de waarheid voor ons mensheid als geheel in de omgang met elkaar is slechts "dat wat daadwerkelijk werkt". De atheïste en de gelovige jongen zitten gezellig aan dezelfde tafel en beogen precies hetzelfde. Voor hen werken verschillende innerlijke uitgangspunten, maar in de praktijk van het leven heeft dit niets te betekenen, omdat ze daar op hetzelfde uitkomen. Mensen die echter met een uitgesproken eenzijdige waarheid komen en afwijkende inzichten betitelen als ‘dienen van de satan’, werken mee aan het afbreken van de aarde, aan verdeeldheid, aan liefdeloosheid, aan onbegrip, aan het niet respecteren van anderen. Dit wordt goed geillustreerd door een voorval waarover ik een tijdje geleden las in de krant. Zoals gezegd behoort de overgrote meerderheid van de bevolking tot de Lutherse kerk in Finland, en godsdienstonderwijs wordt een uurtje per week gegeven op school. Er wordt de kinderen dan voornamelijk verteld dat God de wereld geschapen heeft en dat Jezus je vriend is en ons heeft geleerd anderen te vergeven. Tot zover mag je gaan, want dit zijn dingen die wij mensen allemaal op onze eigen manier kunnen begrijpen.

Nu kwam er op een lagere school een zendelingsechtpaar vertellen van hun werk ergens in Taiwan. Na vijf minuten weken ze van het afgesproken programma ('internationale bewustwording') opeens af en begonnen ze de kinderen het evangelie uit te leggen. Er werd uitgelegd dat alle mensen in de zonde leven en dat iedereen bekeerd moet worden. Op de zonde staat de doodstraf, maar Jezus’ onschuldig bloed heeft gezorgd voor de verzoening. Nu moeten we in Hem geloven, dan spreekt God ons vrij. En zo we dit niet doen, dan staat ons de verdoemenis te wachten...Na dit verhaal gingen vele kinderen met schokkende verhalen naar huis. Sommigen konden niet meer slapen van de angst. De ouders belden op naar school, vroegen om uitleg. Psychologen werden erbij gehaald. Overal stonden ingezonden stukken in kranten. Het hoofd van de school stond met zijn mond vol tanden. Wekenlang werd er heftig in het plaatselijke krantje op gereageerd en deden anderen hun best de gemoederen maar te kalmeren. De meeste mensen waren van mening dat zoiets als dit niet past in onze moderne maatschappij. De evangelisatie werd veelal gezien als verfoeilijke bangmakerij, vooral omdat het hier ging om kinderen. Een paar bijbelgetrouwe christenen reageerden door erop te wijzen dat volgens de wet de school bijbels onderricht mag geven. Door dit alles werd wel duidelijk dat ‘de wet’ tientallen jaren achter de huidige denkpatronen aanloopt!


Nu is deze nieuwe vorm van godsdienst beleven, waarbij alle dogma's weggestreept zijn, natuurlijk nog steeds niet de enige mogelijke keuze in onze tijd. Er zijn nog ‘getrouwen’, maar ze zullen steeds meer lijken op mensen die in Ufo’s of Nostradamus geloven. Vorige week hoorde ik op de radio een deel van de kerkdienst in een pinkstergemeente. Aan de stroeve, verlegen en stille finnen stond met enorm enthousiasme een warmbloedige predikant uit Afrika het verhaal van een enerverende gebeurtenis te vertellen. Hij vertelde hoe hij ernstig ziek werd. Hij werd in doodsstrijd naar het ziekenhuis vervoerd. Hij vertelde hoe de ambulance letterlijk de lucht in steeg en naar het ziekenhuis vloog. Aan zijn zijde verschenen engelen. In het ziekenhuis aangekomen werd hij echter voor dood verklaard, maar hij zei dat hij daar niets van gemerkt had. Hij raakte in gesprek met de engelen. Hij sprak met een begeestigd vuur en schreeuwen dat het voor mij moeilijk maakte hierop positief te reageren omdat het alweer deed denken aan die rotduitser die we allemaal liever willen vergeten. De predikant vervolgde in vervoering met beschrijvingen van de kleren van engelen, die hij aangeraakt had, en de hemel. De engelen gaven hem nog boodschappen mee om aan de mensen op aarde te vertellen, en uiteindelijk kwam hij weer terug uit de dood. Zijn huilende vrouw zag hij naast zich. Hij was al twee of drie dagen dood geweest. ‘Zo doet God ook vandaag wonderen’, was de boodschap. Mijn eigen gedachten waren: Als God zo wonderen doet, dan doet hij ze waarschijnlijk alleen voor de armsten van geest, want hoewel ik het zou willen geloven, ik kan het niet. Zo zit de wereld niet in elkaar. Ik heb in mijn leven geschiedenis gelezen. Ik weet over Auschwitz en heb de dagboeken van Etty Hillesum en Victor Klemperer gelezen. Ja, er zijn natuurlijk ook redelijker mensen onder de gelovigen, maar wat ze ook aan christelijks te bieden hebben, het lijkt op een kaartenhuis. Dit alles zal dan ook onherroepelijk uitsterven in de komende eeuw.









Volslagen ongeloofwaardig

De voorstellingen van de bijbel zijn hard op weg om volslagen ongeloofwaardig te worden. Het ironische is dat zowel ‘de afstrepers van dogma's’ (term die ik las om de modern theoloog Kuitert te karakteriseren), als de fundamentalistische christenen aan dit proces evenhard meedoen. Dat ze de doodsvijanden van elkaar zijn onderstreept het afsterven van een godsdienst: er is geen mogelijkheid meer om het in leven te houden. De orthodoxe en liberale interpretatie van het geloof zijn onderling volkomen tegengestelde krachten. Hun aan de weg timmeren om een oplossing te zijn voor de christelijke geloofscrisis mondt uit in de grootst mogelijke verdeeldheid onder de gelovigen en versterkt daardoor juist de ongeloofwaardigheid van beide groepen. De hopeloze innerlijke verdeeldheid van het moderne christendom wordt welbespraakt en helder uit de doeken gedaan door professor van Ruler in een artikel uit 1970, genaamd Ultra-gereformeerd en vrijzinnig. De verschillen tussen christenen zijn zo groot dat ze ten diepste ontmoedigend zijn en de geloofwaardigheid van het gehele christelijke geloof voor onze moderne tijd volledig kapot gemaakt hebben. Van Ruler, bijna veertig jaar geleden, heeft nog de kracht om op te roepen tot een middenweg, te blijven vasthouden aan een soort van gezonde orthodoxie, ‘echte innerlijke vroomheid’, maar ik, een produkt van de volgende generatie, kom uit op gedachten als ‘volkomen hopeloze zaak gezonde godsdienst uit het christendom op te bouwen’, juist vanwege de eerlijkheid waar van Ruler in zijn artikel wel grote lof voor heeft, maar die hij zelf niet toelaat zich uit te laten strekken tot de kernzaken van het christelijk geloof. ‘Lichaam van de Levende Christus’ is in onze moderne tijd een grotesk denkbeeld; ‘echte innerlijke vroomheid’ en ‘gezonde othodoxie’ zijn twee dingen die onmogelijk eerlijk aan elkaar kunnen worden gelijmd. Aan ‘scherp toekijken, diep door de dingen heenkijken, een flinke dosis geestelijke moed verzamelen’ kwam van Ruler nog niet toe. Daarvoor moet men de moed en scherpte van een Nietzsche hebben, die er met niets-ontziende eerlijkheid mee worstelde. Dat dit alles van een mens vraagt maakt het natuurlijk wel begrijpelijk dat mensen maar liever steeds ergens in niemandsland of luilekkerland willen blijven zitten met hun ‘waarheden’ over het geloof.



"Mijn stelling dat de ketterijen van de vrijzinnigheid kinderspel zijn vergeleken bij die van de ultra-gereformeerdheid berust in de eerste plaats op de ietwat formele overweging dat de ultra-gereformeerde ketterijen plegen voorgedragen te worden onder de mantel van de echte vroomheid en de zuivere orthodoxie. Het is vreemd gesteld met het rechtse. Het wil steeds rechtser worden. Het is nooit rechts genoeg. Hoe rechtser hoe mooier. Dat wil zeggen: hoe rechtser men denkt en leeft, des te beter rechts lijkt men te zijn.
Dat is trouwens met het linkse ook het geval. We zien dat tegenwoordig in de politiek, in de beruchte sociale geëngageerdheid. Als men eenmaal de moed heeft gevat, zich "links" te noemen, pleegt men meteen door de onweerstaanbare neiging overvallen te worden, radicaal-links te gaan denken en spreken. Men wordt tenslotte zo absoluut democratisch, dat men tot de ontdekking komt, dat men eigenlijk anarchistisch is. De democratie is in de anarchie opgeheven. Er is kennelijk een grens aan de linksheid. Daar slaat zij om in rechtsheid. Een kleine anarchistische minderheid is zomaar bereid, een harde dictatuur te vestigen. In het kerkelijke en theologische hebben we dat ook gezien. Wie helemaal vrijzinnig wordt, wordt tenslotte zo vrijzinnig, dat hij geen plaats meer heeft voor een christologie, een leer aangaande Christus. Hij ontdekt dan, dat hij van pure vrijzinnigheid bezig is, het christelijke kwijt te raken.
Zoals er een grens is aan het linkse, zo is er kennelijk ook een grens aan het rechtse. Het is slechts schijn en gezichtsbedrog, dat men steeds rechtser wordt, als men inderdaad steeds rechtser wordt. De orthodoxie kan ook hyper-orthodox worden. Dat is dan te veel van het goede. Maar dat is het ergste niet. Erger is, dat de hyper-orthodoxie niet meer orthodox is. Zij raakt ook zo maar buiten de grenzen van het christelijke. In het vervolg hoop ik dat met de stukken aan te tonen. Intussen speelt deze schijn van de rechtsheid van het ultra-rechtse, de schijn van de orthodoxie van het hyper-orthodoxe ons lelijk parten. Onwillekeurig zijn we er allemaal diep van onder de indruk. Die ultra-gereformeerden, die zijn pas echt gereformeerd! Zij trekken alle consequenties! Zij maken volledig ernst met de zaak! Zij zetten alles op de ene kaart van de eeuwige verlorenheid of het eeuwige behoud! Niet, dat wij ons bij de zwarte-kousen-gemeente voegen. Het is ons daar veel te benauwd. Cultureel en zedelijk kunnen we er niet ademen. Maar echt rechts en echt orthodox, echt gereformeerd zijn ze wel. Daar durft men nauwelijks wat op aan te merken.
De vrijzinnigen zijn in dit opzicht altijd anders geweest. Zij hebben zich altijd uitgegeven voor wat ze waren. Ze noemden zich vrijzinnig. Dat betekent altijd ook uitdrukkelijk: niet-orthodox. Met het dogma en de belijdenis van de kerk lagen zij duidelijk overhoop. Zij distantieerden zich er met zoveel woorden van. Er is zelfs te spreken van een duidelijke afkeer, vijandschap en haat aan vrijzinnige zijde tegen de orthodoxie en de orthodoxen. Vrijzinnigen plegen altijd keurige, beminnelijke en deugdzame mensen te zijn. Maar als het tegen de orthodoxie gaat komt er iets fanatieks, en haatdragends in hun houding. Dat zal wel aan de ervaringen uit het verleden liggen.
Dit maakt evenwel een enorm verschil tussen ultra-gereformeerden en vrijzinnigen. De eersten varen onder de vlag van de orthodoxie en de echte, innige vroomheid. Ook al is hun lading nog zo ketters, nog zo volstrekt in strijd met de grondstructuren van het dogma, het dogma zelf blijft hoog aan de mast wapperen. De vrijzinnigen daarentegen hebben deze vlag naar beneden gehaald. Hun lading is, gemeten aan het dogma van de kerk, rijkelijk ketters. Men denke aan de triniteit, aan de incarnatie, aan het offer van de verzoening, aan de opstanding, aan de sacramenten, aan de preadestinatie. Wat is er in de vrijzinnigheid eigenlijk nog over van het dogma van de kerk? Maar de vrijzinnigen komen er openlijk voor uit, dat wat zij leren in strijd is met wat de kerk van eeuwen leert.
Dat de vrijzinnigen met een merkwaardige hardnekkigheid vasthouden aan de christennaam is misschien te begrijpen. Maar dat zij met een even grote hardnekkigheid aan de kerk vasthouden is beslist niet te begrijpen. De kerk is toch de kerk van de eeuwen. Ze heeft toch - als kerk! als het lichaam van de levende Christus! - haar belijdenis. De kérk is toch orthodox; niet een groep in de kerk. Hoe kunnen de vrijzinnigen daar zo hardnekkig aan vasthouden? Maken zij geen misbruik van de kerk?
Maar dat is hun zaak. Wat zij doen is misschien niet eerlijk. Zij doen het echter op een eerlijke manier. Zij komen er voor uit, dat hun lading ketters is. Dat doen de ultra-gereformeerden niet. Integendeel. Zij stellen het altijd zo voor, dat zíj pas echt de ware orthodoxie vertonen, dat zij de ware kerk zijn. Dat maakt hun ketterijen zo moeilijk. Men moet al scherp toekijken, diep door de dingen heenkijken, een flinke dosis geestelijke moed verzamelen, om te ontdekken en openlijk te zeggen, dat datgene wat als de zuivere gereformeerde waarheid wordt uitgegeven net niet meer gereformeerd is, zelfs niet meer christelijk is. De verborgen ketterij is altijd veel gevaarlijker dan de openbare. Ze pleegt ook dieper ketters te zijn. Het geestelijke leven in de christelijke zin van het woord wordt er ernstiger door aangevreten en op den duur zelfs verwoest."



Indien ik -een generatie later- de laatste zin van Van Ruler zou uitspreken, zou mijn formulering de volgende zijn: "Het geestelijke leven in de christelijke zin van het woord is de laatste decennia zo ernstig aangevreten door tegengestelde zienswijzen -die alleen extremen als keuze overlaten-, dat dit proces tenslotte de grootste illustratie is geworden van de ongeloofwaardigheid van het christelijk geloof." (zie hieronder: het Zweedse christelijke circus).

Maar ik kan er natuurlijk naast zitten wat de snelheid betreft waarop het christendom zal instorten. Ongeloofwaardigheid in religie is tenslotte nooit een reden geweest voor het volledig verdwijnen van die religie. De Grieken hadden honderden jaren een godsdienst waarvan ieder ontwikkeld mens wist dat het onzin was. De Romeinen hadden goddelijke keizers, maar iedereen wist dat je dat 'goddelijk' maar met een korreltje zout moest nemen. Onze eigen cultuur heeft met vele absurde dogma's en handelingen van het Katholicisme al 500 jaar geleden afgerekend, maar het heeft de Katholieke kerk er niet van weerhouden op aarde een tweemaal zo grote aanhang te hebben als de Protestantse kerken! Ik schrijf dat de voorstellingen van de bijbel 'hard op weg zijn om volslagen ongeloofwaardig te worden', maar sommige denkers waren al 200 jaar vóór mij tot dit inzicht gekomen. En hoe verklaar ik het dat ik er als jong mens ook tientallen jaren heilig in heb geloofd?
Op het ongeneeslijk religieus zijn van de mens zullen we in een later hoofdstuk nog uitgebreid terugkomen.
De mensheid zal het christendom en de islam pas volledig de rug toekeren wanneer we als mensheid een duidelijk betere weg kunnen aanwijzen om te gaan. En uit het oude zullen altijd dingen overblijven die we naar de toekomst mee willen blijven nemen.


Hieronder een korte ontmoeting met de twee gepeperde commentaren op het christendom, die de twee alternatieven waaruit we in deze moderne tijd kunnen kiezen goed laten zien. De stellingen van een modern geloof, in taal die iedereen kan begrijpen, en de beschrijving van het orthodoxe geloof door iemand die er grote moeite mee heeft en modern denkt. De nieuwe vrijzinnige vorm van het christendom en de traditionele opvattingen hebben onderling niets meer met elkaar gemeen, behalve het etiket ‘christelijk’! Bij het lezen ervan kunt u zich afvragen welke van de twee groeperingen het uiteindelijk zal winnen, of overdenken of ik gelijk heb door te stellen dat zowel vrijzinnig christelijk geloof als traditioneel evangelische opvattingen aankondigingen zijn van het afsterven van het christelijk geloof.

Een anglicaanse amerikaanse bisschop verwoordt de moderne theologie op de volgende manier:


‘De beste manier om alles kwijt te raken is wanhopig dat vast te houden wat met geen mogelijkheid letterlijk opgevat kan worden. Christenen die alles letterlijk nemen zullen leren dat een God of geloofssysteem dat men dagelijks moet verdedigen uiteindelijk helemaal geen god of geloofssysteem is. Ze zullen leren dat elke god die gedood kan worden ook gedood móet worden. Uiteindelijk zullen ze ontdekken dat alles wat ze voor historische, traditionele en bijbelse waarheid uitmaken, de opmars van de kennis niet tegen kan houden. Deze kennis zal iedere historische aanspraak op een letterlijk geloofssysteem op z’n minst in twijfel trekken, op z’n ergst als volslagen ongeldig en ongeloofwaardig verklaren.’

1. Theisme, het geloof in een persoonlijke God, is dood. Dit betekent dat theologisch spreken over God voor het merendeel zinloos is. Er moet een nieuwe manier gevonden worden om over God te spreken.

2. Omdat God niet meer in persoonlijke termen voorgesteld kan worden, heeft het geen zin Jezus te zien als de incarnatie van de persoonlijke Godheid. De Christologie van de voorbije eeuwen is failliet.

3. Het bijbelse verhaal van de volmaakte en afgemaakte schepping die geschonden werd door menselijke zonde is pre-Darwiniaanse mythologie en post-Darwiniaanse onzin.

4. De maagdelijke geboorte, begrepen als letterlijk biologisch gegeven, maakt de goddelijkheid van Christus, zoals die traditioneel is voorgesteld, onmogelijk.

5. De wonderen in het Nieuwe Testament kunnen in een wereld na Newton niet langer geinterpreteerd worden als bovenaardse gebeurtenissen uitgevoerd door een vlees geworden godheid.

6. De veronderstelling dat Jezus’ kruisigingsdood een offer was voor de zonden van de wereld is een barbaars idee dat berust op primitieve godsvoorstellingen en moet worden verworpen.

7. De opstanding is een handelen van God. God deed Jezus opstaan in de zin dat Hij de betekenis van God werd. Het kan niet een letterlijke herrijzing uit de doden zijn, eenmaal in de menselijke geschiedenis voorgekomen.

8. Het verhaal van de hemelvaart veronderstelt een wereld die gezien wordt als hebbende drie verdiepingen en kan daarom niet vertaald worden in post-Copernicaanse termen van moderne ruimtevaart.

9. Er bestaat geen uitwendige, objektieve, geopenbaarde standaard in geschrift of gehouwen in steen dat ons ethisch gedrag voor alle tijden bepaalt.

10. Gebed kan niet betekenen het verzoeken van een persoonlijke godheid om in menselijke geschiedenis in te grijpen op een bepaalde manier.

11. De hoop op een leven na dit leven moet voor altijd gescheiden worden van gedragsmanipulatie gebaseerd op het ontvangen van loon of straf. De Kerk moet daarom ophouden met het gebruiken van schuld als motivatie voor gedrag.

12. Ieder mens draagt het stempel van het beeld van God en moet daarom gerespecteerd worden voor wat hij of zij is. Daarom kan geen enkel uitwendig facet van zijn wezen, hetzij gebaseerd op ras, afkomst, geslacht of seksuele oriëntatie gebruikt worden als reden tot afkeur of discriminatie.

Zo zet ik deze geloofsstellingen de christelijke wereld voor, en ben ik bereid verantwoording te doen van elk afzonderlijk punt.’ [1]



Nog iemand die het denken van velen in treffende helderheid onder woorden brengt:


Christelijke waanzin door Hendrik Gommer

In veel brievenbussen in Nederland is onlangs het boekje ‘Levensbelangrijke vragen’ gevallen. Omdat ik niet het geld heb om een tegengif op dezelfde manier te verspreiden, zou ik graag langs deze weg in de vorm van een recensie reageren. Uit alles blijkt dat de schrijver van dit boekje vooringenomen is, zo vooringenomen dat hij zijn ogen sluit voor alle argumenten die tegen zijn standpunt in te brengen zijn. Het moet maar eens gezegd worden: iemand die zo met verve het bestaan van de hel verkondigt, is een gevaar voor de mensheid.

De auteur is als iemand die zijn hele leven lang naar de grond heeft gekeken. Zijn rug is gekromd en hij kan niet meer zien wat er om hem heen gebeurt. Hij denkt werkelijk dat de hele wereld slechts uit schaduwen en benen bestaat. Dat de schaduwen afkomstig zijn van echte mensen, dieren, bomen en huizen kan en wil hij niet geloven.

Zijn vorm van christelijk geloof is als de leer van die schaduwen. Het is niet altijd onjuist, maar het is zeker niet de hele waarheid. De schrijver van dit boekje beweert nu dat de schaduwen de échte werkelijkheid zijn en de oorsprong van die schaduwen, de mensen, dieren en bomen, slechts verzinsels.

Bij een dergelijk boekje zijn er voor mij slechts twee mogelijkheden. Of ik ga me wild ergeren of ik glimlach om zoveel naïviteit. Ik kies voor het laatste omdat dat beter voor mijn hart is.

Om de evolutietheorie en Big Bang theorie af te doen in twee zinnen, zoals in dit boekje gebeurt, is kinderlijk, simplistisch, naïef, dom en polariserend. De twee zinnen geven bovendien aan dat de schrijver niets van beide theorieën begrijpt. Het bijzondere van de Big Bang is nu juist dat er inderdaad op dat moment uit ‘niets’ ‘iets’ ontstond. In één klap was er licht: ‘en er was licht’. Bijbelser kan het niet zou ik zeggen. Het mooie van deze theorie is dat mede hierdoor zelfs wetenschappers beseffen dat er bepaalde geheimen zijn die de mens nooit zal ontrafelen en dat mag je bescheiden maken. De schrijver van dit boekje is absoluut niet bescheiden. Hij denkt dat hij God is. Hij weet het precies, hij heeft de Wijsheid, de Kennis en het Inzicht in pacht.

Bij iedere regel valt een kanttekening te plaatsen, want zo simpel als wordt voorgesteld kan de werkelijkheid natuurlijk niet zijn. ‘De mens kan onderscheiden wat goed en wat kwaad is’ staat er op pagina 5. Was dat maar waar! Wat voor de één goed is, is voor de ander kwaad. Sterker nog: in al het goede is het kwade aanwezig. Ieder kind dat geboren wordt (de geboorte van een kind is een prachtige gebeurtenis, het goede zou je zeggen) zal ook lijden en leed veroorzaken, zal sterven en gemis met zich meebrengen. Of het omgekeerde: ziekte is niet zelden een ramp, maar kan tegelijkertijd tot verdieping en inzicht leiden. De mens onderscheidt dus goed en kwaad in een wereld waarin goed en kwaad niet eens bestaan. Goed en kwaad zijn slechts simpele indelingscategorieën die ieder mens verschillend aanbrengt. Ik vind dit boekje iets van het Kwade, omdat het angst aanjaagt en angst is het ergste wat een mens kan overkomen. Maar de schrijver zal mijn woorden als het Kwade zien, omdat ze onzekerheid zouden kunnen brengen.

Bewijzen zijn er niet in dit leven, niet in de wetenschap, niet in de godsdienst. Het zijn steeds keuzen die je zelf maakt. Je gelooft iets omdat je er iets mee kunt, of je gelooft het niet.

De profetieën in de bijbel die uitgekomen zijn, zijn altijd profetieën die achteraf zijn opgeschreven, dat weet iedereen die openstaat voor de wetenschap om de bijbel heen. Dat is gemakkelijk profeteren. Maar nu de terugkomst van Jezus. Dat is een profetie die we kunnen controleren. Binnen een generatie zou hij terugkeren, staat er letterlijk... En wat te doen met de tegenstrijdigheden in de evangeliën? Als de evolutietheorie niet waar is, dan is de bijbel zeker niet ‘waar’. Woorden, teksten en passages kunnen toch nooit de Werkelijkheid bevatten? Ieder woord is toch multi-interpretabel? Kijk maar eens hoe vaak een brief verkeerd wordt uitgelegd. Dat er nog nooit iemand één uitspraak van de bijbel heeft kunnen weerleggen, zoals wordt beweerd, is niet waar. Ik zou de schrijver willen uitdagen. Ik kan minstens 100 uitspraken uit de bijbel weerleggen. Maar ongetwijfeld worden mijn argumenten niet rechtsgeldig geacht, want dat is alleen datgene dat klopt met de bijbel en ziedaar de cirkelredenering die door het hele boekje loopt.

Er wordt een prima stuk over God geschreven, geen speld tussen te krijgen. Ik ben het met de schrijver eens dat God onbeschrijfelijk is en dat het zeer verstandig is om daar ook geen poging toe te doen, jammer is het dan dat toch nog de aardse titel ‘koning’ wordt gebruikt, maar het zij hem vergeven.

‘Zijn rijkdom, wijsheid en kennis zijn onmeetbaar’ staat er op pagina 10. Maar als Hij zo onmeetbaar wijs is, waarom zou hij dan ons onbeholpen, kleinzielige, simpele mensen gaan stráffen omdat we het niet altijd goed doen, zoals tevens wordt beweerd. We zijn volstrekt onvolmaakt, gaan iedere dag de fout in, zijn zondig voor mijn part, maar daar ga je toch niet eeuwig voor straffen? Met welk doel? Uit wraak? Zo kleinzielig kan God niet zijn, want Hij is onmetelijk wijs! Ik zou Hem persoonlijk de raad willen geven iedereen in de hele wereld te vergeven. Dat scheelt een hoop bureaucratie, geweeg (wat is zwaarder ‘goed’ of ‘kwaad’?) en jaloezie (hij zit wel in de hemel en ik niet en ik was nog wel zo lief voor mijn zusje). Eigenlijk is dat mijn stellige overtuiging: God heeft iedereen al vergeven op het moment van de Big Bang. Had hij helemaal geen Jezus voor nodig. Kom nou, een God die zo onmetelijk is, heeft daar geen kruisgang voor nodig. Hoogstens kun je zeggen dat de ménsen het nodig hadden: anders wilden ze het niet geloven. Er moest iemand gekruisigd worden, vanwege het ongeloof van de mensen. En wat doet deze ‘christen’ anno 1997? Hoewel er ooit het verhaal ontstaan is van een Christus die gestorven is voor de mensen [om ze te verlossen], gaat hij datzelfde verhaal weer ontkrachten met zijn bangmakerij. De duivel in schaapskleren zou je kunnen zeggen.

‘Hij doet machtige en onbegrijpelijke dingen’. Precies! En daarom hebben ze destijds in de bijbel die onbegrijpelijke fenomenen van Big Bang en evolutie (die nog steeds onbegrijpelijk zijn, maar gewoon wat andere namen hebben gekregen) omschreven in de vorm van een scheppingsverhaal, maar het had net zo goed het scheppingsverhaal van de Inca’s kunnen zijn. Dat is net zo waar, of onwaar zo u wilt.

En dan krijg je in het volgende hoofdstuk, hoe paradoxaal, de uitspraak: ‘En God schiep de mens naar Zijn Evenbeeld’. Welk evenbeeld? Ik dacht dat we het er net over eens waren dat er van God geen beeld te vormen was, dat hij alle vormen te boven ging. Dat kun je van de mens toch niet zeggen! Nu blijkt opeens dat God toch in (zij het abstracte) beelden te vangen is als: geestelijk, rationeel (alsof rationaliteit altijd zo positief is), moreel, onsterfelijk en volmaakt.

Dood en zonde horen bij elkaar, ook daarin kan ik de schrijver volgen. Was de mens niet uit materie opgebouwd, dan maakte hij misschien geen fouten en zou hij ook nooit sterven. Maar dan volgt weer een hopeloze simplificatie. Alsof God, die onmetelijke Wijze, die hoopjes ellende nog ellendiger zou gaan maken, domweg omdat ze een keer ongehoorzaam waren. Wij gooien onze kinderen toch ook niet het huis uit als ze een keer niet luisteren, sterker nog: al zouden ze bijna nooit luisteren dan nog zouden we ze waarschijnlijk niet het huis uit zetten. Langzamerhand gaat er nu een beeld ontstaan van een enorm gefrustreerde, jaloerse, wraakzuchtige, haast duivelse God.

‘In Gods ogen zijn alle zonden even ernstig’. Ik dacht dat er sprake was van een God die een onmetelijk inzicht had en de schrijvers menen nu dat ze dat onmetelijke inzicht in één boude uitspraak kunnen samenvatten. Het gewone leven is al niet zo simpel, laat staan de beoordeling van ons handelen.

Dat de mens zondig is tot in zijn botten geloof ik direct. Ik ben het in elk geval wel. Alle vreselijke dingen zijn mijn fantasieën al gepasseerd en veel ervan heb ik begaan en dan ben ik nog wel een ‘brave’ domineeszoon. Maar nogmaals, ik leef in de overtuiging dat ik ook maar mijn best doe en dat, als er een God is, dit alles vergeven en vergeten is, al voordat ik de fouten gemaakt heb. In zekere zin was immers de grootste fout dat ik geboren werd, en daar ben ik nou net niet verantwoordelijk voor.

Vanuit de visie van de schrijvers zou het beter zijn als er geen mensen meer geboren zouden worden. Ik zou tenminste geen kind meer op de wereld willen zetten, als ik wist dat er een kans was (als was het maar 1%) dat het dan voor eeuwig (dat is oneindig lang, tijdloos!) zou branden in een hel. Dat wens ik niemand toe, zelfs Hitler niet, en zeker niet mijn kinderen!!!

Niks opzettelijke rebellie, zoals de lezer tussen de regels door verweten wordt. Ik kan niet anders, ik ben maar een gewoon mens, ik ben niet volmaakt, want als ik dat wel was, was ik geen mens. Als ik ooit oog in oog met een God zou komen die ook maar één haar van een mens (dat de hel van het leven, van geboorte tot dood heeft kunnen doorstaan) zou krenken, zou ik hem tot in de eeuwigheid blijven aanklagen! Zo’n God kan en mag niet bestaan!

Ongetwijfeld bestaat de hel. Ik ben er meerdere malen geweest, maar gelukkig is het altijd maar tijdelijk en in het uiterste geval word je ervan verlost door de dood.

Religie is er inderdaad voor de mens, ook daarin heeft de schrijver gelijk. Het kan hem steun geven, niet meer en niet minder. God heeft geen religie nodig, maar God hoeft ook niet tevreden gesteld te worden. Het is niet een ontevreden kind of zo, waarvan wij met zijn allen de behoeften moeten bevredigen, Hij is immers onmetelijk.

Jezus hield zich aan de wet. Geweldig! En toch werd hij gekruisigd. Gemeen hé. Wat naíef. Iedere dag lijden er mensen, hoewel ze zich zo goed houden aan de regels van gezin, kerk en vaderland. Elke dag worden er mensen gemarteld, vermoord of verkracht, hoewel ze ‘niets verkeerd’ deden. Jezus bestreed de schijnheiligheid, de mensen die het zo goed wisten, hij was een revolutionair, een profeet. Juist die mensen worden vandaag de dag ook nog hard aangepakt. En dat geeft inderdaad aan hoe onzinnig onze vorm van rechtvaardigheid is. We straffen de mensen waar we het niet mee eens zijn. Zo onbenullig zal God niet zijn, want die weet in zijn onmetelijke wijsheid vast dat in ieder woord waarheid aanwezig is.

Lezer, wees gerust, om gered te worden hoeft u de bijbel niet te lezen, u hoeft niet naar de kerk te gaan, u hoeft zelfs niet te bidden of u te bekeren tot één of andere dominee. U bent al gered, al voordat u geboren was, al voordat de wereld geschapen was. God is wijzer, dan 10 miljard mensen bij elkaar. Je bent niet christen om aan de hel te ontsnappen, ook niet omdat het de enig juiste weg is, maar simpelweg omdat het je tot steun kan zijn. Dat is meer dan genoeg! Het getuigt overigens van kortzichtigheid te denken dat andere levensovertuigingen niet evenzeer die steun kunnen bieden.

Jammer dat er in het boekje zoveel aandacht besteed wordt aan vragen die zo snel te beantwoorden zijn, terwijl er nog zoveel vragen blijven liggen, die veel gecompliceerder zijn. Zoals hoe moet ik anderen benaderen zonder mezelf of hun geweld aan te doen? Hoe moet ik voor mijn waarheid uitkomen zonder anderen te kwetsen? Hoe moet ik mijn kinderen opvoeden opdat ze gelukkig worden? Hoe moet ik met vrienden omgaan zonder hen tekort te doen? Etc.

Al jaren noem ik mezelf niet christelijk meer, stel je voor dat iemand me met dit soort mensen zou verwarren. Ergens diep weg voel ik me wel christen, overtuigd zelfs, maar dat heeft hier absoluut niets mee te maken!!!

Het is een geluk voor de schrijver dat ook mensen die geen berouw tonen, vergeven kunnen worden, want hij weet niet wat hij zegt. Ongetwijfeld zal dit oordeel aan mijn adres geretourneerd worden, maar met een andere boodschap: Ik kom in de hel. Dat laatste is dan maar goed ook, want ìk zou het niet kunnen verdragen om vanuit de hemel te moeten aanzien hoe anderen voor eeuwig moeten lijden. (De auteur is docent Levensbeschouwing, November 1997)









Het Zweedse christelijke circus

Niets illustreert het instorten van het christelijk geloof zozeer als de situatie in Zweden anno 2006. Wanneer u het volgende doorleest zult u wellicht niet weten of u moet huilen of lachen.

Zoals bekend heeft Zweden vaak vooraan gelopen bij maatschappelijke vernieuwingen. Zo werd in de Lutherse staatskerk, waartoe vanouds vrijwel alle Zweden behoren, al in 1958 vrouwen toegestaan dominee te worden. In 2008 viert Zweden het duizendjarig bestaan van het christendom in het land. Vraag is of het niet een afscheidsfeest wordt, en tijdens alle plechtigheden ook de laatste kaars uitgeblazen zal worden.

Laten we beginnen met de verkiezingen van de nieuwe aartsbisschop. Het tegenwoordige hoofd van de Zweedse staatskerk Karl Gustav Hammar treedt af in het voorjaar van 2006. Hij stond bekend om zijn zeer radikale opvattingen, die heel wat stof hebben doen opwaaien. Zelfs de vorige Paus -bij wie figuren zoals Fidel Castro en Putin wel over de vloer kwamen- wenste hem in 1998 niet in het Vatikaan te ontvangen! Ook de Russisch Orthodoxe kerk heeft alle verbindingen met de Zweedse kerk verbroken. Hammar sprak in 2002 in het openbaar uit dat men niet meer in al die wonderverhalen van de bijbel hoeft te geloven, en om goed christen te zijn behoeft men geen enkel dogma te onderschrijven!

Nu hij aftreedt staan zowel zijn oudere broer als zijn jongere zuster te popelen om zijn opvolger te worden. Andere kandidaten schijnen geen kans te maken, en velen wilden zich niet eens kandidaat stellen voor deze ondankbare taak. Het vreemde van deze religieuze familie Hammar is dat de oudere broer bekend staat als aartsconservatief, hetgeen zich vooral uit in een felle afwijzing van het inzegenen van homoparen, terwijl de jongere zuster een openlijk lesbische dominee is! Laatsgenoemde heeft een geregistreerde relatie met een andere vrouwelijke dominee, Ninna Beckman, een vrouw die bekend staat vanwege haar 'radikaal feministische theologie'. Beckman heeft ergens een godin Sofia opgevist, -wie weet uit één of andere Dan-Brown-roman- die zij van harte aanbeveelt aan alle christenen, naar keuze óf als aanvulling op de drie-eenheid, óf als alternatief op de drie-eenheid, en heeft de kerkelijke zegening van haar huwelijk in de eerbiedwaardige domkerk van Uppsala weten te bemachtigen, via de vrouwelijke bisschop van Lund. In veel Zweedse kerken bidt men het OnzeVader zo: "Onze Vader, Moeder, die in de hemelen zijt... (niet oneerlijker trouwens dan de Nederlandse Nieuwe Bijbelvertaling die het bijbelse "Mannen Broeders" vertaalt met "Broeders en Zusters"). In de Sofiakerk in Stockholm zijn recentelijk nieuwe kerktextielen opgehangen waarop Jezus als vrouw wordt uitgebeeld. En in het kader van de ecumene is men nu bezig met het opstellen van een nieuwe liturgie, waarin frases uit het moslimgeloof worden overgenomen om de gemeenschappelijke basis te benadrukken. Alle theologische tegenstellingen tussen oude en nieuwe opvattingen worden in een miniatuuroorlog uitgestreden tussen de drie Hammars. Hun onderlinge relatie is buitengewoon stroef, en dat is groot feest voor de media, behalve voor de vaandeldrager Svenska Dagbladet, die schreef dat de verkiezing van de nieuwe aartsbisschop in een grap dreigt te veranderen, die de gehele Zweedse kerk in de wereld ten spot stelt.

Uiteraard bestaat er een minderheid van conservatieve geestelijken en gelovigen die hun buik van dit alles vol hebben. Zij hebben een paar jaar geleden de Lutherse bisschop uit Nairobi over laten vliegen om eigenhandig een rivaliserende aartsbisschop, Arne Olsson, uiteraard een zeer conservatieve theoloog, aan te stellen. Olsson op zijn beurt doet nu zijn best zoveel mogelijk 'andersdenkende theologen' tot dominee in te zegenen. Ook de Finse theologen die zich niet kunnen schikken in de moderne Finse synodebesluiten (betreffende vrouwelijke voorgangers en zegenen van homoparen), komen hun inzegening bij hem halen. De Finse en Zweedse officiële kerken erkennen deze dominees echter niet, zodat er in de praktijk nu twee rivaliserende kerken onder dezelfde naam fungeren, op voet van oorlog met elkaar. Men verwacht dat de verdeeldheid binnenkort ook naar Finland overslaat. In Finland werd het toestaan van vrouwelijke voorgangers twintig jaar geleden ingevoerd. De tegenstanders gaf men tot nu toe altijd de mogelijkheid met 'een beroep op het geweten' samenwerking met vrouwelijke voorgangers te weigeren. Maar de vrouwen zijn het nu beu telkens weer in het verdomhoekje te moeten staan. De kerk bereidt zich voor een besluit te nemen dat men zich niet meer mag verzetten tegen vrouwelijke voorgangers.

Indien men zich afvraagt hoe al deze capriolen mogelijk zijn, is het eerlijke antwoord dat het niemand wat kan schelen wat er in de kerk gebeurt. De gemiddelde Zweed gaat 0,7 keer per jaar naar de kerk. 600.000 Zweden hebben hun lidmaatschap in de afgelopen tien jaar opgezegd. Indien de trend doorzet heeft de kerk over enkele decennia ook op papier geen aanhangers meer. Dat is jammer voor de kerk, want de kerk maakte afgelopen jaar via het automatisch lid zijn van nog 7 miljoen inwoners van het land, een winst van meer dan een miljard kronen. De Zweedse kerk behoort tot de rijkste kerken van de gehele wereld. Aangespoord door het onderwijs van Jezus heeft zij goed met haar talenten weten te woekeren. Zij heeft een flinke hoop geld geïnvesteerd in aandelen van Nokia, Ericsson en Skandia. Wie weet zal zij daarom zelfs zonder leden kunnen voortbestaan! Maar om de daling van het ledental zoveel mogelijk tegen te gaan heeft de Zweedse Lutherse kerk het lidmaatschap zo gemakkelijk mogelijk gemaakt: men behoeft niet meer gedoopt te worden of confirmatie te doen. Als gevolg hiervan wordt tegenwoordig maar 68% van de babies gedoopt, en doet maar 37% belijdenis, het merendeel op het platteland. In de steden hebben de meeste 'lutheranen' er geen eens meer weet van wat deze rituelen betekenen. Met de Zondagschool is het nog erger, op een paar na zijn ze allemaal opgehouden te bestaan.









Modern denken over God en geloof

Internetdiscussies van jongeren over God zijn een goede graadmeter om te zien waar religie in de toekomst op afstevent. Hier een greep uit intelligent denken over de waarde van het geloof. De strekking van deze verzameling zal duidelijk zijn:
1) In de 21ste eeuw heeft het christelijk geloof zijn geloofwaardigheid volledig verloren.
2) De wereld die men 'postmodern' noemt (=het zoeken naar absolute waarheid heeft opgegeven) gelooft wel degelijk in de absolute waarheid van wetenschap en in voortschrijdende ware kennis.
3) Indien er nog aanhangers van 'het ware geloof' gevonden zullen worden, zullen ze óf 'freaks' zijn (=nooit meedoen aan een discussie), óf er alle moeite voor doen dit brandmerk te vermijden door het aan te passen aan modern verstandelijk denken. Dit laatste houdt in a) opgeven van geloof in woordelijke goddelijke openbaring en b) het opgeven van het geloof in een persoonlijke God alsof het om een uitvergroot mens gaat.


-Nu de technologie zich in een hoog tempo ontwikkelt en we steeds verder in de ruimte kunnen kijken/komen lijkt het me ook geen gek idee dat we ergens niet heel ver in de toekomst de echte reden van ons ontstaan zullen vinden (die eigenlijk al in aannemelijke theorieën onthuld wordt). Godsdiensten zullen dan waarschijnlijk (in ieder geval in het westen) verworpen worden. Maar ik denk niet dat extreem-gelovigen dit zullen accepteren. Wellicht zal het terrorisme dan toenemen, met name in het midden-oosten lopen ze EEUWEN achter en zijn ze blind voor alles wat niets met de islam te maken heeft. De woede die de moslims op dit moment uiten vanwege wat tekeningen zijn een goed voorbeeld hiervan.

-Vroeger weten de Germanen onweer aan de Goden. M.i. is dit puur en alleen op basis van onwetendheid en boden goden een plausibele verklaring voor dat fenomeen. Nu gaat het niet over onweer, maar over ontstaan van aarde en mens en leven na de dood. Hetzelfde principe is hierbij in werking: Onwetendheid (en traditie?) zorgen ervoor dat veel mensen de verklaring bij iets religieus zoeken.

-Geloof is afwezigheid van kennis. Zodra men in de gaten heeft dat een pilletje beter werkt dan een geflipte medicijnman is het gedaan met de geflipte medicijnman.

-Ik zie een religie als een set van levenslessen die ervoor moeten zorgen dat je een gelukkig leven leidt, zowel individueel en als in een groep. Maarja de meeste nemen alles te letterlijk met alle gevolgen van dien.

-Ik zelf geloof niet in de verhalen die beschreven zijn in de bijbel, koran en andere 'heilige boeken'. Maar ik ben er van overtuigd dat er een "hoger" iets is, waardoor alles begonnen is. Simpele reden hiervoor is dat het me onmogelijk lijkt dat het universum uit het niets is ontstaan. Mocht alles ontstaan zijn door de oerknal, dan heeft iets er voor gezorgd dat dit zou gebeuren.

-Je gelooft omdat je 'simpelweg' denkt: Stel er is een hoger iets, wie heeft dat hogere iets dan gemaakt? Etcetera, etcetera. Kortom, 'een hoger iets' heeft hetzelfde probleem als God; hoe is het ontstaan? Dus je redenering klopt niet, je vult slechts gaten met je fantasie. Het heeft geen zin over God te denken omdat er geen antwoord komt.

-Het universum is er altijd al geweest. Het is niet gemaakt. Het is eeuwig. Er is geen begin en geen eind. Denk er ook maar niet over na want dan kom je nergens meer aan toe. Ook zijn er natuurlijk andere wezens dan alleen wij want het heelal is oneindig.

-Er zullen altijd gelovigen blijven. Geloof gaat namelijk niet alleen over de aanwezigheid van een God/Allah/[vul hier naam van jouw favoriete heilige in], of het ontstaan van de aarde. Het gaat ook om het behoren tot een bepaalde groep en wat volgens mij ook meespeelt is angst voor de dood.

-Mensen in het algemeen stoppen nooit met geloven, omdat geloof een fysiologisch onderdeel is van de hersenen. In het heel kort: de hersenen hebben een mechanisme dat interne stimuli scheidt van externe. Als het eerste 'uitgezet' wordt, blijft dus een gevoel over van 'het al', 'god', etc.

-Ik denk dat "god" vertaald kan worden in een kracht waar je meer dan gewoonlijk in vertrouwt. Op die manier kan je als atheïst ook in een god geloven, bijvoorbeeld in jezelf. Dat heeft niks met egoïsme te maken, meer met het idee dat geen buitenmenselijke godheid nodig is om goed te doen tegenover anderen, maar dat dit vanuit jezelf kan komen. En als er hersenfuncties zijn die deze "noodzaak" sterker maken, denk ik dat je dit moet gebruiken om je zelfvertrouwen, je eigen mogelijkheden veel breder te zien. De oude grieken beschouwden zichzelf gelijk aan hun goden, of zelfs hoger... Jezelf nietig voelen tegenover een God was een teken van zwakheid. Ik vind daarom "geloven" op zichzelf niet verkeerd, als dit maar niet betekent dat je eigen waarde opeens zich moet verhouden tegenover een almachtige "fantasie". Misschien moeten christenen leren zichzelf gelijk te stellen aan God, dan komen ze nog dichter bij de oorspronkelijke godheid die de Israelieten aanbeden...

-Geloven onttrekt zich vanuit welke redelijke bewijsvoering dan ook, God wordt daarom steeds persoonlijker, iets voor het gevoel van het individu. Een absolute God wordt steeds abstracter, onzegbaarder. God beantwoordt nu enkel nog aan het gevoel, en wetten en logica staan in de weg; wetenschappelijke feiten zijn tegenstrijdig met het gevoel, maar veel mensen stellen aan het gevoel een hogere waarde dan aan feiten.

-Misschien moeten mensen eens leren accepteren dat er mensen zijn die een god nodig hebben in plaats van altijd maar te moeten bewijzen dat zij echt veel slimmer zijn.

-Er bestaat een heel duidelijke negatieve correlatie tussen opleidingsniveau en religie. Hoe meer kennis, des te minder religie. Religie is voor veel mensen uit arme gebieden het enige waarmee ze kunnen bogen op een rijke historie en culturele identiteit, iets dat in de buurt van de macht van het westen komt. Met de kloof tussen arm en rijk die blijft of groter wordt, zal de religie dus nooit verdwijnen.

-Religieus denken heeft vooral te maken met waar je je aandacht op hebt gericht. Wie veel wetenschappelijke bladen leest zal minder geneigd zijn te geloven dan iemand die alleen maar de bijbel leest. Hoe breder de interesse, des te minder gelovig men kan zijn, omdat men dan wel moet relativeren. Als een geloof achteruit gaat betekent het dat mensen hun aandacht richten op andere zaken dan hun geloof. En omgekeerd, hoe geloviger, des te minder oog men heeft voor de rest.

-Geloof kan voor mensen een hulpmiddel zijn bij het leven. Ik heb een christelijke achtergrond, maar me zo'n 10 jaar helemaal niet voor geloofszaken geïnteresseerd. Sinds enkele jaren verandert dat, hoewel ik mezelf niet als aanhanger van een bepaalde religie beschouw. God bevindt bevindt zich naar mijn idee overal. Ik geloof in de goddelijke kern die in ieder wezen zit, en die in meer of mindere mate versluierd is. Door op aarde te leven en hier je ding zo goed mogelijk te doen, kun je die kern langzaamaan bloot leggen en aan godsbesef winnen. Dat kan je een gelukkiger mens maken.

-Lees "the demon haunted world" van Carl Sagan en je bent in één klap genezen van je geloof.

-God is synoniem voor het gebod: Gij zult niet denken.

-Wat zo jammer is, en dat is zowel de gelovigen als de ongelovigen te verwijten, is dat het geloof en God altijd worden gezien als de concurrent van de wetenschap. Zelfs wanneer alle wetenschappelijke vragen zijn opgelost, blijven er nog steeds (en waarschijnlijk de belangrijkste) vragen over, nl. die op het gebied van ethiek, moraal, kunst, zingeving, liefde, dood.

-Maar ethiek kan niet van boven worden opgelegd, zinvolle zingeving kan niet via een sprookjesboek gegeven worden, liefde hoeft niemand uit goddelijke openbaringen te leren, het hiernamaals of een laatste oordeel te zien als antwoord op de dood is een belediging voor het aardse leven. -Moderne gelovige levensovertuigingen lijken gebaseerd op smaak, terwijl in werkelijkheid God bestaat of niet bestaat. Dat heeft niets met smaak te maken. Dat is iets wat telkens weer terugkomt in discussies en zo overduidelijk een slecht argument is. Dus jouw god is niet blauw en de mijne zwart en het is allebei waar. Dat is eenvoudig onmogelijk. Het is gewoon een heel slecht non-argument. Toch is dit slechte denken blijkbaar onuitroeibaar.

-Onuitroeibaar, omdat het alternatief is dat alle godsdiensten op voet van oorlog staan met elkaar, en dit als nog grotere onwenselijkheid wordt ervaren.

-Als de zaken die in de bijbel staan conflicteren met wat men ondertussen op basis van waarneming heeft kunnen vaststellen, redeneren gelovigen opeens alsof het 'kleine feitjes' zijn, van te verwaarlozen belang. Dan lijkt het er op dat de gelovige het lastig vindt dat je met die waarnemingen aankomt. Hij zal de confrontatie altijd vermijden door die zaken te bagatelliseren. Dat is prima, maar een reisgids waarin staat dat een stad 10 jaar oud is, terwijl bij aankomst allerlei waarnemingen aangeven dat de stad veel ouder is, wordt direct bij het oud papier gedaan. Maar de bijbel mag blijkbaar vol staan met kleine pietluttige onwaarheden. Maar waarom dan tóch onverkort aan de bijbel blijven vasthouden? Zelfs alle christenen die in de evolutietheorie geloven laten het genesisverhaal onverkort in hun bijbel staan. Raar!

-Als ik jou een tientje geef en zeg dat het er 100 zijn, maar dat ik alleen dat maar kan zien, zul je me raar aankijken, en terecht. Maar ineens, ergens is deze logica voor een godsdienst niet toepasbaar en mag je daar wél zeggen dat een tientje voor jou toch 100 is. En dat zonder één enkel bewijs, terwijl er een hoop aanwijzingen bestaan die laten zien dat het oorspronkelijke boek over tientjes niet klopt. Is het dan zo moeilijk te begrijpen dat ik daar niet aan mee doe, en diegenen die ik het wel zie doen voor gek verklaar?

-Waarom moet ik respect hebben voor iemand die gelooft in een of ander fabeltje en het vertikt om ooit kritisch hiernaar te kijken?

-Het is lastig te accepteren dat een schijnbaar logisch redenerend iemand gelooft wat overduidelijk niet waar is. Wat drijft iemand er dan toe om dat wat niet waar is toch als 'waarheid' in zijn wereldbeeld te accepteren? Die paradox maakt het lastig te begrijpen. Ik snap het in ieder geval niet. En het is te makkelijk om dan maar te denken dat gelovigen dom zijn, of vanwege hun eigen onzekerheid op zoek zijn naar verklaringen en daar dan maar even God voor bedacht hebben. Als ik kan beredeneren dat godsdienst flauwekul is dan kan ieder ander normaal intelligent mens dat ook. En inderdaad, ik begrijp niet waarom niet iedereen dus het geloof verwerpt. Ik ben overigens natuurlijk wel zeer benieuwd naar de reden en een uitleg voor religie...



Het evangelie van de 21ste eeuw

De euthanasie van de christelijke theologie




             

















[1]"The best way to lose all is to cling with desperation to that which cannot possibly be sustained literally. Literalistic Christians will learn that a God or a faith system that has to be defended daily is finally no God or faith system at all. They will learn that any god who can be killed ought to be killed. Ultimately they will discover that all their claims to represent the historical, traditional, or biblical truth of Christianity cannot stop the advance of knowledge that will render every historic claim for a literal religious system questionable at best, null and void at worst."
[Bishop John Shelby Spong, Episcopal (Anglican) Bishop of Newark, NY, in Resurrection: Myth or Reality? pg. 22]

1. Theism, as a way of defining God, is dead. So most theological God-talk is today meaningless. A new way to speak of God must be found.
2. Since God can no longer be conceived in theistic terms, it becomes nonsensical to seek to understand Jesus as the incarnation of the theistic deity. So the Christology of the ages is bankrupt.
3. The biblical story of the perfect and finished creation from which human beings fell into sin is pre-Darwinian mythology and post-Darwinian nonsense.
4. The virgin birth, understood as literal biology, makes Christ's divinity, as traditionally understood, impossible.
5. The miracle stories of the New Testament can no longer be interpreted in a post-Newtonian world as supernatural events performed by an incarnate deity.
6. The view of the cross as the sacrifice for the sins of the world is a barbarian idea based on primitive concepts of God and must be dismissed.
7. Resurrection is an action of God. Jesus was raised into the meaning of God. It therefore cannot be a physical resuscitation occurring inside human history.
8. The story of the Ascension assumed a three-tiered universe and is therefore not capable of being translated into the concepts of a post-Copernican space age.
9. There is no external, objective, revealed standard writ in scripture or on tablets of stone that will govern our ethical behavior for all time.
10. Prayer cannot be a request made to a theistic deity to act in human history in a particular way.
11. The hope for life after death must be separated forever from the behavior control mentality of reward and punishment. The Church must abandon, therefore, its reliance on guilt as a motivator of behavior.
12. All human beings bear God's image and must be respected for what each person is. Therefore, no external description of one's being, whether based on race, ethnicity, gender or seksual orientation, can properly be used as the basis for either rejection or discrimination.

So I set these theses today before the Christian world and I stand ready to debate each of them as we prepare to enter the third millennium.
John Shelby Spong, Episcopal (Anglican) Bishop of Newark, NY