Het nieuwe weten
Het begint te duizelen
De grond onder onze voeten
De godsdienst van de toekomst
Volwassen Geloof                                                                                          Hoofdstuk 18

        


Ik kan me geen God indenken die de handelingen van individuen direct beïnvloedt, of die persoonlijk oordeel velt over de schepselen van zijn schepping. Mijn religiositeit bestaat uit een nederig bewonderen van de oneindig superieure geest die zich openbaart in het weinige dat we van de werkelijkheid met ons zwakke en tijdelijke begrip bevatten kunnen. Ethisch handelen is bijzonder belangrijk –maar voor ons, niet voor God.
[Albert Einstein]









Het nieuwe weten

Niets is voor de toekomst van de godsdienst zo doorslaggevend als de kennis die de mens in de laatste eeuwen heeft opgedaan op het gebied van de astronomie. Keer op keer komen mijn gedachten hier op terug. Met de gedachte van de oneindigheid, de ver boven al onze begrippen gaande indrukken van de nieuwe werkelijkheid, valt alles wat in duizenden jaren gezegd is over God in het niet. We blijven op z’n best beteuterd staan met een handjevol goudstof -een nederig bewonderen, zoals Einstein het onder woorden brengt; de hoofdgedachte die bij ieder mens steeds prominenter zal worden met het toenemen van kennis is dat we zo weinig weten. Het maakt onszelf nietig, maar toch ook blij verwonderend. Het leven is een veel groter wonder dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. En de kennis van het heelal laat niets over van bloederige gedachten over een primitieve God die straf eist, oordeel velt enz. Lees met deze moderne kennis het verhaal van de verleiding van Jezus in de woestijn door de Satan. Satan biedt Hem, die ons wordt afgeschilderd als de Schepper van het al, ‘de gehele wereld aan’. We moeten glimlachen: alsof dit stofdeeltje in het heelal dat we aarde noemen enige unieke betekenis heeft in het immense geheel. Satan wist niet wat hij zei. Dit glimlachen nu bezegelt het lot van de traditionele godsdienst; we kunnen er niets meer mee doen. Maar de glimlach verdwijnt van ons gelaat bij de gedachte aan eindeloze uitgestrektheid van het universum en onze ervaring verandert bij het verkrijgen van dit inzicht in een gevoel van overweldiging en ontzag. De verpletterende ervaring van onze menselijke nietigheid en de verpletterende ervaring van de grootsheid van het bestaan: het heelal is de brandende braamstruik waar de heiligheid van God voor de mens van de 21ste eeuw verschijnt. In de kathedraal van de toekomst zou men slechts reuzenbeeldschermen hoeven plaatsen, die ons een virtuele reis door het heelal aanbieden, om ons diepe religieuze ervaringen te schenken. Woorden zijn daarbij overbodig, het heelal vervult ons met eerbied, maar slaat ons met stomheid. God zal daarom steeds meer de Onnoembare worden, dat waar niet over gesproken mag worden. De vroomheid van de toekomst is juist dit: stil zijn over God, omdat al het andere God omlaag haalt.


Zo zullen heel wat oude denktranten volledig opnieuw geëvalueerd moeten worden, wanneer we maar eerlijk en onbevooroordeeld durven denken met de kennis die de moderne mens heeft. Met buitengewone kracht komt dit op ons af wanneer we het korte magnifieke verhaaltje uit het bundeltje Fact and Fiction lezen van Bertrand Russel, geschreven in 1961, met als titel The Theologian’s Nightmare. De tekst is zo subliem dat ik me maar met moeite bekwaam genoeg acht er een mooie vertaling van te maken. Voor een ieder die het engels beheerst is het een genot dit in de oorspronkelijke kostelijke taal te lezen (bijvoorbeeld op het internet). NB let tijdens het lezen over kaartsystemen op hoe de wereld in korte tijd alweer volkomen veranderd is!



De Nachtmerrie van de Theoloog


De eminente theoloog Dr. Thaddeus droomde dat hij stierf en zijn weg vervolgde naar de hemel. Zijn studie had hem goed voorbereid en hij had dan ook geen problemen om de weg te vinden. Hij klopte op de hemeldeur, en werd begroet met een kritischer onderzoek dan hij verwacht had.
-‘Ik verzoek om toegang’, zei hij, ‘omdat ik een goed mens was en mijn gehele leven wijdde ter meerdere glorie van God’.
-‘Mens?’ zei de portier. ‘Wat is dat voor iets? En hoe zou het mogelijk zijn dat zo’n grappig wezentje als u iets ter meerdere glorie van God zou kunnen doen?’ Dr. Thaddeus stond even verbaasd.
-‘U vertelt mij toch niet dat u geheel onwetend bent over de mens? Het zal u toch bekend moeten zijn dat de Mens het hoogste is dat de Schepper gemaakt heeft!’
-‘Wel, wat dat betreft’, zei de portier, ‘moet ik uw gevoelens jammergenoeg teleurstellen, want wat u me nu vertelt is helemaal nieuw voor mij. Ik betwijfel het ten zeerste dat iemand hierboven ooit over zoiets als wat u ‘mens’ noemt, gehoord heeft. Maar goed, aangezien u er nogal beroerd uitziet, zal ik u echter toch de kans geven om onze bibliothecaris te consulteren.’

De bibliothecaris, een bolvormig wezen met wel duizend ogen en één mond, richtte een paar van zijn ogen op Dr. Thaddeus.
-‘Wat is dat nou?’, vroeg hij de portier.
-‘Dit’, antwoordde de portier, ‘zegt dat het behoort tot een soort dat ‘mens’ genoemd wordt en op een plaats ‘Aarde’ genaamd woont. Het leeft in de rare veronderstelling dat de Schepper een voorliefde heeft voor deze plaats en zijn soort. Ik dacht dat u hem wellicht enigzins zou kunnen voorlichten.’
-‘Jazo’, zei de bibliothecaris vriendelijk tegen de theoloog. ‘Kunt u me ietwat helpen door mij te vertellen waar deze plaats die u ‘Aarde’ noemt zich bevindt?’
-‘O’, zei de theoloog, ‘het maakt deel uit van het Zonnestelsel’.
-‘En wat is het Zonnestelsel, als ik vragen mag?’, vroeg de bibliothecaris.
-‘O’, zei de theoloog ietwat verontrust, ‘ik werkte op het gebied van de Sacrale Kennis, maar de vraag die u stelt behoort tot de Profane Kennis. Ik heb echter wel genoeg van mijn astronomiecollega’s geleerd dat ik u met stelligheid kan zeggen dat het Zonnestelsel deel uitmaakt van de Melkweg’.
-‘En wat is de Melkweg?’, vroeg de bibliothecaris weer.
-‘O, de Melkweg is een van de Sterrennevels waarvan er, zo zegt men, wel honderd miljoen zijn.’
-‘Nou, nou’, zei de bibliothecaris, ‘u verwacht toch niet dat ik me er één kan herinneren uit zo’n groot aantal! Maar als u met ‘Sterrennevel’ een Galaxy bedoelt, kan ik u zeggen dat ik daar wel eens van gehoord heb. Ik geloof zelfs dat een van onze onder-bibliothecarissen in Galaxies gespecialiseerd is. Laten we hem eens oproepen en kijken of hij kan helpen.’

Na niet lange tijd verscheen de galactische onder-bibliothecaris. Van vorm was hij een dodecahedron, een twaalfhoofdig wezen. Het was duidelijk dat hij ooit helder van voorkomen was geweest, maar het stof van vele boekenplanken had hem dof en ondoorschijnend gemaakt. De bibliothecaris legde hem uit dat Dr. Thaddeus zijn afkomst trachtte te verklaren door Galaxies te noemen, en dat men nu hoopte enige informatie te verkrijgen uit de galactische afdeling van de bibliotheek.
-‘Welnu’, zei de onder-bibliothecaris, ‘het lijkt me toe dat dit op den duur wel mogelijk zal zijn, maar aangezien er wel honderd miljoen zijn, en elk beschreven wordt in een afzonderlijk deel, zal het wel even duren voordat het desbetreffende deel gevonden wordt. Over welke Galaxy heeft dit vreemde molecuul het?’
-‘Het is er één die de naam Melkweg heeft’, antwoordde Dr. Thaddeus stotterend.
-‘OK’, zei de onder-bibliothecaris, ‘we zullen het vinden als het mogelijk is.’

Ongeveer drie weken later kwam hij terug. Hij legde uit dat de buitengewoon efficiënte kaartenindex in de galactische afdeling van de bibliotheek hem in staat stelde de Galaxy te identificiëren als QX 321.762 .
-‘We hebben al onze 5000 boekhouders in de galactische afdeling aan het werk gezet met dit onderzoek. Wilt u misschien de boekhouder spreken die de Galaxy in kwestie localiseerde en ervan afweet?
Men liet de boekhouder komen en het bleek een octahedron, achthoofdig wezen, te zijn, met één oog in elk hoofd en een mond in één van de hoofden. Hij was verrast en knipperde met zijn ogen toen hij zich opeens in zoveel licht bevond, ver weg van de vergetelheid van zijn boekenplanken. Zich vermannend vroeg hij nogal verlegen,
-‘Wat is het dat u wenst te weten over mijn Sterrennevel?’ Dr. Thaddeus sprak met luide stem:
-‘Wat ik wil is informatie over het Zonnestelsel, een verzameling van planeten die om een ster uit deze Sterrennevel draaien. De ster waar het hier om gaat heet Zon.’
-‘Hmmm’, zei de bibliothecaris van de Melkweg, ‘het was een hele toer om op de juiste Galaxy te komen, maar om uit deze Sterrennevel de juiste ster te vissen is veel en veel moeilijker. Ik weet dat er in de Melkweg zo’n 300 miljard sterren zijn, maar ik heb zelf geen kennis waarmee ik de één van de ander kan onderscheiden. Ik geloof dat er wel ooit eens door de Administratie opdracht is gegeven een lijst van alle 300 miljard aan te leggen, en deze lijst moet nog ergens onder in de kelder liggen. Indien het u de moeite waard toeschijnt, zal ik er speciale werkkrachten van de Andere Plaats om vragen een onderzoek in te stellen na deze ster.’

Aangezien dit geval zich nu eenmaal voorgedaan had en aangezien Dr. Thaddeus overduidelijk last had van benauwdheid, besloot men dit voorstel wijselijk op te volgen.

Verscheidene jaren later verscheen een zeer uitgeputte tetrahedron, vierhoofdig wezen, voor de galactische onder-bibliothecaris.
-‘Ik heb’, zei hij, ‘eindelijk de betreffende ster gevonden, waar informatie over gevraagd is. Maar ik heb geen flauw idee waarom men hiervoor zo’n sterke belangstelling heeft. Het is vrijwel hetzelfde als menige andere ster in dezelfde Galaxy. Het heeft een middelgrote omvang, en eenzelfde temperatuur als vele anderen en wordt omcirkeld door een aantal veel kleinere lichamen die men ‘planeten’ noemt. Na zeer gedetailleerd onderzoek heb ik ontdekt dat sommigen ervan parasieten bevatten, en ik denk dat dit ding dat deze vragen stelt er één van is.’

Op dit punt aangekomen barstte Dr. Thaddeus uit in een gepassioneerde en verontwaardigde klaagzang:
-‘Waarom, o waarom heeft de Schepper van ons arme aardbewoners altijd verborgen gehouden dat het niet om ons was dat Hij de Schepping maakte? Mijn gehele leven heb ik Hem ijverig gediend, in de hoop dat Hij mijn dienst op zou merken en belonen zou met Eeuwige Zaligheid. En nu ziet het er naar uit dat Hij niet eens van mijn bestaan afwist. U vertelt mij dat ik een oneindig klein animalecuul ben wonend op een hele kleine planeet die om een ster draait waar er driehonderd miljard van zijn in een Sterrennevel waar er miljoenen van zijn. Ik kan het niet verdragen, en ik kan mijn Schepper niet meer aanbidden’.
-‘Het zij zo’, zei de portier, ‘u kunt nu doorgaan naar de Andere Plaats’.

Op dit moment werd de theoloog wakker.
-‘De macht van de Satan over onze inbeelding tijdens ons slapen is om bang van te worden’, stamelde hij.









Het begint te duizelen

Ik kijk weer eens naar mieren, die overal altijd druk om me heen lopen hier in Finland. Gisteren liep er nog een over m'n computertoetsenbord; moeilijk lopen was het met al die heuvels en dalen. In vergelijking met mieren zijn wij God. We staan op een voor hen onvoorstelbare hoogte. Wie weet hebben mieren met duizenden jaren van briljant mierendenken zich een beeld gevormd van God. Ze weten misschien dat hij vijf tenen heeft en een enorm zwaar achterlijf waarmee Hij een kleine mier van tijd tot tijd volkomen verplettert. Ook gebruikt God van tijd tot tijd andere manieren om te straffen: vuur, gifwolken, stokjes die mierenhopen verwoesten en wat al niet. Af en toe verwent Hij mieren met jam en suiker. Maar je weet het nooit met God, opeens kan Hij op een zomerse dag een schoteltje bier voor je neerzetten. Je drinkt ervan, maar gaat dood aan de gif die erin zit.


Denk er slechts een moment over na: het verschil tussen de fabelachtig grote God die het universum geschapen heeft en de mens die daarin een kleiner stofdeeltje is dan een mier op aarde, is oneindig veel groter. Probeer voor een moment de grootsheid van het universum te doorgronden. De afstand van onze aarde tot de zon is 150 miljoen kilometer. De afstand tot Pluto 4500 miljoen kilometer. En dit zijn slechts de luttele afstanden in ons kleine zonnestelsel, een stip in het geheel, waarvan er in de melkweg miljarden zijn. De afstanden tussen zonnestelsels is voor ons begrip onvoorstelbaar. Het voor ons dichtsbijzijnde volgende zonnestelsel bevindt zich op een afstand van 4,3 lichtjaren, dwz de afstand die het licht in vier jaren aflegt, 4,3 x 9460 miljard km = (ongeveer) 40.000 miljard (40 biljoen) kilometer! En denk je dan eens in één voor één de miljarden sterren bij langs te gaan. Pik er slechts een paar uit:


Aldebaran

De ster alpha Tauri behoort tot de helderste sterren van de hemel. Schijnbare magnitude (=schijnbare helderheid) + 1,06, afstand 57 lichtjaren, spectrum K5. Verdere gegevens: temperatuur 3400 graden Celsius, diameter (zon=1) 43, lichtkracht (zon=1) 105, massa (zon=1) 4, dichtheid (zon=1) 0,00005. Aldebaran is een rode reus.


Antares

De ster alpha Scorpii, een der helderste sterren aan de hemel en een visuele dubbelster. De hoofdster is rood, de begeleider is groenachtig (schijnbare magnitude 1,2 en 6,8). De begeleider is moeilijk te zien door het sterke licht van de hoofdster. De hoofdster is een superreus (spectrum M1) met een diameter van 330 zonsdiameters en een veranderlijke met een periode van enige honderden dagen. Absolute magnitude -3,2, temperatuur 3100 graden Celsius, lichtkracht (zon=1) 15, dichtheid (zon=1) 0,0000004.


De Melkweg

is de naam voor het spiraalvormig sterrenstelsel of spiraalstelsel van middelmatige grootte waarin ons zonnestelsel zich bevindt. Van opzij gezien ziet de Melkweg eruit als een schotel met een verdikte kern. De spiraal heeft een doorsnee van 100.000 lichtjaren. Het stelsel bevat oude en nieuwe sterren, stof en moleculaire gaswolken. Het bestaat uit een centrum, vier 'armen' en een halo. Het Melkwegstelsel, waar ons Zonnestelsel dus een klein deeltje van is, is zo uitgestrekt dat licht er honderdduizend jaar over doet om van de ene naar de andere kant te vliegen met een snelheid van 300.000 km/s !


Het centrum van de Melkweg is waarschijnlijk balkvormig en geelwit van kleur, heeft een doorsnee van 6000 lichtjaar en een dikte van 2000 lichtjaar; ze bevat 15 miljard sterren (zonnen) in een dichte concentratie. Ons zonnestelsel bevindt zich ongeveer aan de rand van het centrum van de Melkweg.


Het Melkwegstelsel heeft behalve een kern vier 'armen', die van binnen naar buiten lopen. De twee hoofdarmen zijn de Sagittariusarm en de Perseusarm; de andere twee, de Norma- en de Scutum-Cruxarm zijn in feite zijtakken, die zich op 15.000 lichtjaar van het centrum, vanuit een breed front van stof- en gaswolken, losmaken uit de Sagittariusarm. De armen bestaan uit stofwolken, nebula's, jonge en oude sterren.


De halo is een 'bolvormige ruimte' om de Melkweg heen.


Sterrenstelsels (Eng. Galaxies) vormen zelf ook weer groepen, clusters genoemd. De Melkweg maakt deel uit van de z.g. Lokale Groep van ongeveer 30 stelsels, waartoe ook het veel grotere Andromedastelsel (M31), de M33 in het sterrenbeeld Driehoek en de Magelhaense Wolken behoren. De Lokale Groep bestaat verder voor het grootste deel uit dwergachtige, onregelmatige of elliptisch gevormde stelsels. Het dichtsbijgelegen cluster is het Virgo Cluster. Zowel de Lokale groep als het Virgo Cluster zijn onderdeel van het Lokale Supercluster, een van de gigantische groepen van clusters van sterrenstelsels in het universum.


De Melkweg bevat onder andere relatief kleine bolvormige clusters, elk bestaande uit zo'n 100.000 overwegend vrij oude sterren met een vrij kleine massa. Behalve zwaartekracht en een zeker dynamo-effect vermoedt men dat een grootschalig astrofysisch magnetisch veld, wat ook aanwezig is in de Melkweg, een sterrenstelsel intact houdt.

Tot de 20-er jaren van de 20e eeuw was het niet bekend dat er zich buiten onze Melkweg nog andere sterrenstelsels bevinden, hoewel de filosoof Immanuel Kant (1724-1804) al een suggestie in die richting deed.



De straal van het zichtbare Heelal is nu zoiets als 15 miljard lichtjaren. Licht en andere informatie dat van grotere afstanden naar ons op weg is heeft ons nog niet kunnen bereiken, reizend met de lichtsnelheid. Het werkelijke Heelal is nog VEEL groter, het zichtbare deel is maar een miniem deeltje ervan, maar vanwege de zogenaamde waarnemingshorizon kunnen we de rest niet zien.


(Wikipedia encyclopedie)


KOSMISCHE CURIOSA Govert Schilling

Door het gehele heelal zweven vreemde objecten. Van pulsars tot MACHOs, het Universum bevat oneindig veel verassingen. Zo veel zelfs, dat we nog lang niet alle soorten objecten hebben gevonden. In het Universum komen dingen voor waar onze natuurkunde-wetten geen oplossing voor bieden. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat er ergens in het Heelal er een planeet bestaat die helemaal uit pindakaas is opgebouwd. Om een indruk te geven wat het Universum allemaal aan curiosa te bieden heeft, geven we hieronder een korte samenvatting.


Pulsars zijn kleine heel snel rondtollende sterren, die soms wel enkele honderden malen per seconde om hun as draaien. Ze hebben een afmeting van niet meer dan 40 kilometer, maar zijn waanzinnig zwaar. Pulsars ontstaan als een ster al zijn brandstof heeft opgebruikt. Dan valt de ster onder zijn eigen gewicht ineen, door deze hoge druk krijgt de ster nog een laatste opleving waarin hij zwaardere stoffen gaat verbranden, maar daarna valt de ster verder ineen. Naar gelang de grootte van de ster, verandert hij in een neutronenster of pulsar bij een kleine afmeting of een zwart gat bij een grote afmeting.


Zwart gat

Ze zuigen sterrenhopen op met grote kracht. Zwarte gaten zijn bekend geworden als de grote donkere diepten van het universum. Zwarte gaten kunnen echter alleen licht en hemellichamen opzuigen die zich op een bepaalde afstand van het zwarte gat bevinden. Onstaan na de dood van een grote ster, worden zwarte gaten gevormd als sterren worden gecombineerd op een punt. Dan stoppen ruimte en tijd en worden massa, volume en tijd een niet bestaand fenomeen in het centrum van het zwarte gat of een singulariteit. Op een bepaalde afstand van de centrale singulariteit is de gravitatiekracht van het zwarte gat zo sterk dat zelfs licht er niet van ontsnapt. De gebeurtenishorizon bepaalt de grootte van een zwart gat en is het point-of-no-escape voor alles en iedereen die deze onzichtbare grens passeert. Hoe groter de singulariteit van het zwarte gat des te groter de gebeurtenishorizon. Zwarte gaten zijn zwart. Als lichtstralen van andere hemellichamen schijnen op een zwart gat, worden ze of afgebogen of raken ze gevangen in de zwaartekracht van het zwarte gat. Al het licht dat een zwart gat zou kunnen beschijnen wordt in de gebeurtenishorizon gezogen.


Quasars

Afkorting van quasi-stellar radio-objects. Sterachtig hemellichaam op zeer grote afstand. Vroeger dacht men dat quasars zeer heldere sterren waren, maar het zijn waarschijnlijk de extreem heldere kernen van sterrenstelsels aan de rand van het Universum, die een zeer grote hoeveelheid radiostraling uitzenden.


Jet

Een reusachtige straal van snel bewegende elektronen van enkele tienduizenden lichtjaren lang. Deze straal wordt uitgezonden door een sterrenstelsel dat wordt opgeslokt door een in zijn centrum aanwezig superzwaar zwart gat.


MACHO

MAssive Compact Halo Objects. MACHO is een verzamelnaam voor verscheidene hemellichamen. Bruine Dwergen, Witte Dwergen en andere uitgebrande sterren, kortom alles wat zwaar en donker is wordt een MACHO genoemd. MACHOs zouden huizen in de grote halo's rond sterrenstelsels. Ze zijn bedacht als oplossing voor de ontbrekende materie. Deze zou kunnen worden opgevuld met normale deeltjes, die slecht waarneembaar zijn (MACHOs) of exotische deeltjes waar wij het bestaan niet van kennen (WIMPs). Helaas is er nog steeds geen één gevonden en gaat de zoektocht naar de ontbrekende materie gewoon door.


Neutrino

Een neutrino is een elementair deeltje zonder elektrische lading en waarschijnlijk zonder massa. Het neutrino is een kandidaat voor de oplossing van het probleem van de ontbrekende materie. Neutrino's vertonen haast geen wisselwerking met ander deeltjes en vliegen overal dwars doorheen. Daarom schieten de "oerneutrino's" die tijdens de oerknal ontstonden nog steeds rond. Ookal hebben ze haast geen massa, te samen wegen ze behoorlijk wat en zouden zo een verklaring kunnen zijn voor de donkere materie.


Ons eigen sterrenstelsel wordt met een enorme grote snelheid richting het sterrenbeeld Centaur getrokken. Men was van mening dat daar een grote massa moest zijn en noemde deze Grote Aantrekker. Op de positie van de Grote Aantrekker is later een zeer grote supercluster van sterrenstelsels ontdekt, die inderdaad de oorzaak is voor onze beweging richting het sterrenbeeld.


WIMP Weakly Interacting Massive Particle De WIMP is net als de MACHO kandidaat voor de Donkere Materie. Het enige verschil is dat deze deeltjes niet-baryonisch zijn. Dat wil zeggen, het zijn exotische deeltjes die wij niet kennen, en tot nu toe nog niet kunnen waarnemen. Tot nu toe is er nog geen WIMP waargenomen.









De grond onder onze voeten

Het is interessant op te merken hoe we ons menselijk bestaan tegenwoordig van twee zo volkomen verschillende perspektieven kunnen benaderen. De wetenschap richt zich op alles wat buiten ons is, en komt daarmee tot op miljarden lichtjaren van ons verwijderde werkelijkheid. Wat er van de godsdienst nog over is gebleven richt zich daarentegen op de mens binnen in ons, onze gedachten en gevoelens. Waar de eerste op uitkomt zal altijd waarheid blijven, maar de tweede komt altijd uit op denkbeelden, visies, opinies, die een volgende generatie weer verwerpt of moet bijstellen, of die iemand uit een andere cultuur, of uitgaande van een andere denkwijze, of levend in een andere tijd, betwist. Een godsdienst die een naam heeft is een overgeven aan een zienswijze met een basis dat in de oudheid geschapen is. Zoiets laat een mens altoos op drijfzand en verzinsels lopen als ook in gevangenschap van het denken. Godsdienst is belangrijk voor ons gevoel, maar geen werktuig om de objektieve werkelijkheid mee te leren kennen. Wanneer de godsdienst dit tracht te doen (bijvoorbeeld door geloof in godswonderen of satanische machten) staat ze niet slechts op losse schroeven, maar maakt ze zich veelal ronduit belachelijk. Al honderden jaren heeft de wetenschap de godsdienst telkens voor schut gezet. Voortdurend dwingt de wetenschap de godsdienst over bepaalde dingen voorgoed te zwijgen, de wetenschap dikteert het perspektief van waaruit wij de godsdienst bedrijven; en zo hoort het ook, want wetenschap is weten en geloof het tegendeel daarvan. Uiteindelijk zullen we zien dat de wetenschap onze ultieme godsdienst is, want zij voedt de mens op tot volwassenheid. Tot op dit moment in de geschiedenis heeft de wetenschap ons gemengde gevoelens gegeven, omdat zij ons weliswaar van alles aanbiedt waar een ieder wat aan heeft, maar ons tegelijkertijd ook al het oude ontneemt en dus voor ontgoocheling zorgt. Er heerst bij sommigen ook een zekere scepsis ten opzichte van de wetenschap omdat zij vroeger vaak naief als werktuig gezien werd waarmee automatisch een soort heilstaat opgebouwd zou worden (dit idealisme is tegenwoordig volledig verdwenen) en omdat de wetenschap soms over de schreef gaat wanneer theorieën voor feiten worden aangezien. Maar deze dingen mogen ons niet laten afleiden van de kern: de wetenschap is de basis voor ons cognitieve weten, voor ons inzicht in de aard en werking van de werkelijkheid, voor het zicht krijgen op de waarheid. De wetenschap heeft alle zekerheden die de godsdienst dacht te bieden volledig ontmaskerd. Nu ineens dit oneindige heelal zich voor onze ogen ontvouwt (en op dezelfde manier kunnen we naar het microscopisch kleine kijken) zien we dat alles anders is.

De verontrustende gedachte die bij ons, de volwassen wordende mensheid, gestaag is bovengekomen is van de volgende strekking: de mier maakt zich bij wijze van spreken voorstellingen van een God genaamd de mens. Hij zou zich zelfs kunnen indenken dat deze God er in principe uitziet als een mier, een Mierpersoon die eigenlijk bestaat om zich over mieren te ontfermen, die zich onophoudelijk met mierenhopen bezighoudt, zelfs het leven van iedere afzonderlijke mier geheel overziet, alles met het oog op het mierenbestaan in bepaalde banen leidt en wellicht op een gegeven moment een goddelijke Mierenverlosser naar de aarde moet sturen om de zondeschuld van de altijd maar oorlogvoerende mieren te vereffenen... Laten we er mee ophouden, is de gezonde conclusie. Wat heeft de mier het bij het verkeerde eind! Voor zover de mens al goddelijke inbreuk maakt op het leven van de mier, zelden of nooit gaat het om bovengenoemde zaken: de mens heeft wel wat anders aan zijn hoofd!


In de verre toekomst zal de macht van de wetenschap nog groter worden. Zij opent niet alleen onze ogen, maar zal ook steeds meer de rol van therapeut gaan spelen. Ze zal ongetwijfeld het karakter van godsdienst - de voorstellingen en beleving van de godsdienst - volledig bepalen, zoals bovenstaande uitspraak van de wijze Albert Einstein al laat zien. Dit betekent dan niet het einde van religiositeit -men zou bijvoorbeeld met een religiositeit in de trant van Spinoza verder kunnen- , maar wel het einde van alle godsdienst die gebaseerd is op het verleden, uitspraken in antieke religieuze boeken, traditionele dogma's en bijgeloof (geloof in het bovennatuurlijke). Iemand die daadwerkelijk wetenschappelijke kennis opdoet ziet namelijk in dat 'geloof' in de religieuze betekenis van 'zeker weten' (Hebreeënbrief) een grote absurditeit is, een propagandistische stunt die totaal niets om het lijf heeft. Geloof is uitsluitend en per definitie gebaseerd op niet-weten, het tegendeel van weten. Wanneer geloof in 'weten' omslaat is het per definitie geen geloof meer. Traditioneel 'geloof' behoort dan ook bij de ontwikkelingsfase van de mensheid toen wetenschap nog niet beoefend werd. Alle geloof stamt uit een tijd dat men geen zekere kennis omtrent de natuur en natuurwerkingen had. Alle voortschrijdende kennis die wij via het ontwikkelen van de wetenschap in de toekomst zullen opdoen, zal niets anders doen dan steeds duidelijker maken dat geloof in een persoonlijke God die af en toe bovennatuurlijk ingrijpt, een onzinnige en onverantwoorde bezigheid is. Deze ontwikkeling is onherroepelijk en onvermijdelijk.


De God die concreet handelt in de wereld is met de opkomst van de wetenschap zo goed als geheel verdwenen, maar de modern christelijk-gelovige mens blijft zich vaak nog steeds een voorstelling van God maken door in zichzelf naar binnen te kijken en dan erop los te gaan fantaseren met zijn eigen gevoelens: uiteindelijk rechtvaardigt iedereen zijn dogmatische geloof door zich te beroepen op ‘wat God doet in mijn hart’. Zoals Feuerbach aantoonde is dit de essentie van het geloof. Waar de traditioneel gelovige volledig de fout ingaat is zijn gevoelens te gebruiken om er zijn geloof in de bijbel mee te bevestigen. De naievere mensen doen er nog een schepje bovennatuurlijke wonderen die ze zogenaamd in hun eigen leven ervaren bovenop, om het nog meer gewicht te schenken. Men schijnt er nooit bij stil te staan dat al deze zaken totaal niet als bevestigingen van de bijbel gezien kunnen worden; 'God', of whatever, doet zo ook alle andere, onmogelijk met elkaar in overeenstemming te brengen wonderen, en inspireert alle zienswijzen en alle geloven in de wereld. Christelijke en andere metafysische overtuigingen zijn niet meer dan luchtkastelen. 'Geloof' in de traditionele zin is het voor zeker aanvaarden van zaken die op geen enkele manier kunnen worden aangetoond of gerechtvaardigd. Het staat diametraal tegenover onze moderne wereld die op weten gebouwd is. Geloof is altijd de vijand van weten, de vijand van rationeel denken. Geloof weigert altijd zich aan de controle van het gezond verstand te onderwerpen. Boekgodsdienst en zienswijzen die regelrecht tegen de wetenschap in gaan (bijvoorbeeld geloof in door God of Satan veroorzaakte bovennatuurlijke wonderen), maken godsdienst tot een banale en absurde zaak. Heeft iemand eenmaal zo'n gekleurde zienswijze aangenomen, dan zit hij zijn gehele verdere leven maar een dik boek, dat hij 'goddelijke openbaring' moet noemen. Terwijl hij dat boek dagelijks maar doorbladert doet hij niets anders dan maar achterom kijken naar een ver, wazig en mistig verleden, vanwaaruit allerlei onbenullige en pertinent onware overtuigingen komen. Hierop het etiket God te plakken is juist het tegendeel van godsdienst. Het is niets minder dan godsverduistering en godslastering.

Nog steeds hebben velen het volste vertrouwen in het denken van verre voorvaderen, mensen die Heilige Oorlogen voerden, oorlellen met bloed bestreken, vogeltjes in rook als een lieflijke reuk verbrandden ‘voor het aangezicht’ van hun God, na hun dood dachten ‘neder te dalen’ naar een dodenrijk of ‘op te varen’ naar een hemel, mensen die dachten dat God een huis nodig had, dat die God de kleuren van het gordijn en het aantal planken van de vloer in zijn huis voorschreef (Ex. 25-27), en het afsnijden van voorhuiden gebood. Velen vertrouwen nog steeds op mannen Gods die zo even vuur uit de hemel konden bestellen om honderd onschuldige mensen mee te doden (Elia, 2 Kon. 1) of die wanneer ze in de strijd met de vijand hun hand ophieven hiermee de overhand konden schenken en wanneer ze er vanwege vermoeidheid mee ophielden de vijand weer de overhand lieten krijgen (Mozes, Ex. 17: 9-16). Eeuwenlang hebben mensen hun vertrouwen gesteld op de goddelijkheid van een boek waarin zoiets als dit staat: "Jedutuns zes kinderen waren Gedalja, Seri, Jesaja, Chasabja en Mattitja." (1 Kron. 25:3)! En op boeken die zelfs een aandachtige vijfjarige al in gefrustreerde vertwijfeling doet uitroepen: 'Wil de echte schoonvader van Mozes nu eindelijk eens opstaan!' (Jetro, Ex.3:1, Reüel, Ex.2:18, Raguël, Num.10:29, Jeter, Ex.4:18; en om het circus compleet te maken wordt in Richteren 4:11 de zoon van deze man, Chobab (zie Num. 10:29) ook nog voor Mozes' schoonvader uitgemaakt!) Van zulke erbarmelijke schrijvers hebben we instrumenten in Gods hand gemaakt, eeuwige woordvoerders van God! In werkelijkheid waren het mensen die niet eens van het bestaan van hersenen afwisten! Maar hebben gelovigen ooit zelf van de mogelijkheid tot het gebruik van het verstand overwogen? Hebben ze er ooit bij stilgestaan hoe een Egyptische prinses een jongetje uit de Nijl opvist en hem een naam geeft gebaseerd op een woordspel in de Hebreeuwse taal? ("Ze nam het kind aan als haar eigen zoon. Ze noemde hem Mosheh, ‘want,’ zei ze, ‘mesheti [=ik trok, haalde] hem uit het water’.") En hebben ze er ooit over gedacht hoe onmogelijk het was dat Jozef tegen de Farao zei "uit het land van de Hebreeën" ontvoerd te zijn (Gen 40:15)? (Er bestond toen helemaal nog geen Hebreeuws volk en het land kon pas 500 jaar later zo genoemd worden.) Hele boeken schrijven amerikaanse gelovers in Intelligent Design over "The Collapse of Evolution", om maar te kunnen blijven geloven in een slang die sprak, een zondeval die de dood op aarde bracht, cherubim die met flikkerend zwaard de toegang tot een paradijs ontzeggen, in het ontstaan van de aarde vóór de zon en sterren, en planten vóór het scheppen van de zon. Ze zien niet eens in hoe onmogelijk het al is enig Intelligent Ontwerp te ontwaren in de twee absoluut tegenstrijdige scheppingsverhalen waar de bijbel mee begint.


God is en blijft ook in onze moderne wereld voor velen als een uitvergroot Man zoals we die hebben leren kennen in ons gewelddadig verleden. Dit beeld kan, met het oog op het grootse van het universum, niet op waarheid berusten en zal de moderne mens volledig moeten opgeven.

Dit opgroeien gebeurt in de huidige maatschappij op alle levensgebieden. Hoe meer bijvoorbeeld de vrouw van zich laat horen in onze moderne wereld, des te meer we ons er ook van bewust worden hoezeer de bijbelse godsdienst een mannencreatie is uit patriarchale tijden. Met het toenemen van onze kennis worden we ons ook steeds meer bewust van ons kinderlijke naïeve gedrag dat ons in de bijbel aangeleerd wordt. Als de kleine mens God bidt om dit of dat (dat hij toch alstublieft door dit examen mag komen, dat God hem maar uit zijn financiële nood moge helpen, dat de rechtvaardige oorlog maar gewonnen moge worden, dat Annelies toch maar op tijd een studentenkamer mag vinden) gedraagt de moderne gelovige zich op precies dezelfde manier als de toverdokter, regenmaker en shaman van vroegere primitieve tijden. De wereldbeschouwing van de meeste gelovigen is nog steeds een kinderlijke wereldbeschouwing, omdat zij modern denken niet toelaat en niet toestaat conclusies te trekken uit het moderne weten. Een veel dieper geloof is geheel ophouden met bidden (vragen om bepaalde zaken) en eenvoudig dit motto te hebben in het leven: ‘niet mijn wil, maar Uw wil geschiede’, want op deze manier laten we zien bewust te zijn van onze nederige plaats in het geheel, en het leven te aanvaarden zoals het is, zoals het komt. Maar wanneer we om gunsten vragen, gedragen we ons als kinderen die in de Sinterklaastijd bij de schoorsteen zingen.


Heidi Liehu, de Finse filosofe die monumentale boekwerken schrijft begint een boek van 1200 bladzijden (Perhosten Valtakunta, Het Rijk der Vlinders) zo:


‘Het vreemdste is niet dat wat we niet begrijpen, of wat we nooit begrepen hebben. Het vreemdste is dat te verliezen waarvan we altijd dachten het te begrijpen. Dat wat vanzelfsprekend was verandert opeens in iets onbegrijpelijks. De vreemdheid vermenigvuldigt zich dan veelvoudig. En dit kan gebeuren met iedere zaak of verschijnsel waar we over denken. Zelfs de eenvoudigste waarheid kan door de mand vallen en veranderen in een vraagteken.’


Iets van deze strekking ervaar ik, nu ik opnieuw met de godsdienst bezig ben. Alles is anders nu ik van 'bijbelgetrouw christen' verander in modern geestelijk volwassen mens. Niet de hemel, en al het onzichtbare, waar ik totaal niets over weet en waarover het volkomen nutteloos is de aandacht op te richten, maar het zichtbare heelal en het leven op aarde is het grootste wonder, het meest verhevene, het meest hemelse.
Dat boekgeloof in de maatschappij nog steeds kan doorgaan voor een aanvaardbare vorm van overtuiging is slechts begrijpelijk door het te zien als een nasleep van eeuwenlange tirannie van de godsdienst en als gevolg van domheid en levensbenardheid van sommige mensen, iets wat nu eenmaal in meer of mindere mate bij het leven hoort, maar waar we ons best voor moeten doen om de wereld zoveel mogelijk van te bevrijden. De sleutel hiertoe is opgroeien tot geestelijk volwassen mens. Ik zie opeens een toekomst die de volwassen mens bewust zelf zal scheppen. Een verre toekomst. Zoals de mens nu duizenden jaren achterom kan kijken, kan hij zich tegenwoordig ook naar de toekomst begeven en die bewust gaan scheppen. Nieuwe gezichten vertonen zich. Nieuwe landschappen die zich op natuurlijke wijze ontwikkelen met het volwassen worden van de mens:









De toekomst van de godsdienst

Zoals we ons allang niet meer een primitieve God kunnen voorstellen die via oorlogshandelingen ‘verheerlijkt’ wordt, zo zal niemand in de toekomst zich nog een God meer kunnen voorstellen die op andere manieren bloed wil zien of de wereld met vernietiging zou willen bedreigen. "Gereinigd worden in het bloed van Jezus" is een godsverduisterende, absurde uitspraak.
De mens zal de partner van God worden, de uitvoerder van zijn plannen. De wereld van de analytische en gewelddadige man –en daarmee ook ons godsbeeld- zal steeds meer worden omgebogen met de opkomst van de vrouwelijke eigenschappen, het gevoel, de harmonie, het verzorgen. In feite is dit al voor een groot deel gebeurd met het christendom zoals ze vandaag de dag in de praktijk haar gezicht laat zien.
De oorlog zal uiteindelijk door de mens zelf worden uitgebannen. De reden zal zijn dat uiteindelijk de globalisatie de wereld geleidelijk zal ontdoen van nationale staten en tegenstellingen scheppende verschillende godsdiensten terwijl de techniek de economische verschillen tussen mensen steeds meer zal verkleinen. Helaas zal dit wellicht nog honderden jaren duren, maar de richting die de mensheid opgaat is nu al duidelijk.


Ach, hoe weinig mensen om me heen leven vanuit bovenstaande visie. Hoevele ontelbaren leven met doemdenken. Hoevelen zullen meteen na bovenstaande uitspraak klaar staan met kritiek en pessimisme, of met complottheorieën om de wereld van de antichrist te laten verschijnen. Het zij zo, het is de domme en ontmoedigende wereld waarin ik geboren ben. Onze moderne wereld lijdt aan de ziekte van het nergens meer in geloven, behalve aan doem, verschrikking en ondergang. De christengelovigen lopen trouwens voorop hiermee. Hun geloof is de uiting van het niet meer zien zitten in het leven. Zij bieden ons een zogenaamde positieve boodschap van redding aan, maar de basis waarop ze staan is dat we als wereld die redding juist nodig hebben omdat dit aardse bestaan verfoeilijk en armetierig is, in de ban van satan ligt, alles alleen maar erger wordt, en we het nooit zelf kunnen klaren. Een door en door negatief wereldbeeld. De gelovigen zullen elke dag hun haat tegen de mens en het aardse bestaan versterken. Zolang de wereld in de ban van traditionele godsdiensten zal staan, zullen de historici van latere eeuwen deze tijd beschrijven als tijden van vermoeidheid, cultuurpessimisme en doemdenken, het leven in grote angst voor wat de toekomst zal brengen. Ik weet na een half leven geïndoktrineerd te zijn door dit geloof hoe moeilijk het is om op gezond denken te komen. Gezond in de betekenis van dit aardse bestaan te waarderen als positief, als een godsgeschenk dat niet beter had kunnen zijn, zelfs wanneer je aan het opbouwen ervan zelf ten gronde gaat. En dát is juist waar ik in mijn leven op wil uitkomen, want daarin is de hoogste menselijkheid gelegen. De postmoderne tijd ís geen ineenstorten van alles wat mooi en waardevol is, het ís niet de goddeloze eindtijd (die er nooit zal komen), het ís niet een poel des verderfs met mensen die steeds beestachtiger te keer gaan. Het ís niet de tijd van de chaos en wanhoop in het menselijk denken. Al deze beschrijvingen van onze tijd horen we uit de monden van hen die de primitieve God van Eisen, Angst, Straf en Oordeel preken. Zij preken zo negatief, omdat ze hun oude wereldbeeld ineen voelen storten en zich vreselijk benauwd voelen. Dit is ook de reden waarom we in onze tijd van zovele kanten horen over een herleving van het fundamentalisme: het traditionele geloof is gewikkeld in een doodsstrijd. De bijbel ligt in rafels naast ons, zijn bladzijden zijn vergeeld of hij staat er maar in de boekenkast een laag stof te vergaren. De fundamentalisten, die het nog steeds zien als hun enige troost in het leven, zijn het die in verdrongen chaos leven. Ze klampen zich verkrampt aan een strohalm vast, waarvan ze weten dat hij straks afbreekt. Sommigen worden er agressief van. Ze zijn echter in een hopeloze strijd verwikkeld. Er is geen kans meer op de herleving van het religieuze wereldbeeld dat gebaseerd was op niet-weten (af en toe wonderen, grillig handelen van God, blind geloof). Mensen die nog steeds in wonderen geloven leven in een benauwde wereld. Het zijn mensen die naast de werkelijkheid leven, die de wereld niet kunnen aanvaarden voor wat hij is. Zo vinden we bij een christenfundamentalist als Hal Lindsey de volgende, een helder beeld op zijn denken werpende uitspraak aan:


“Ik ben er volkomen van overtuigd dat UFOs bestaan...Ze worden bediend door buitenaardse wezens van grote intelligentie en macht...Ik geloof dat deze wezens niet alleen buitenaards zijn maar bovennatuurlijk van oorsprong. Om het kort en krachtig te zeggen, ik denk dat het demonen zijn...onderdeel van een satanisch plan.” (Planet Earth –2000 AD)


Mensen met dit soort overtuigingen zien niet in dat ze pas gelukkig worden wanneer ze de werkelijkheid onder ogen durven te zien, dwz de wetenschappelijke feiten, in plaats van hun ingebeelde religieuze angsten.

God heeft ons niet verlaten, zoiets kan helemaal niet in het universum, Hij heeft onze ogen geleidelijk aan geopend. In werkelijkheid ruimt onze moderne tijd ontelbaar veel overbodige lasten op, schept ze vrijheid en een feitelijk, wetenschappelijk universum waarin we leven, het begin van een volkomen nieuw wereldbeeld. Het wetenschappelijke wereldbeeld is niet goddeloos, maar precies het tegenovergestelde: het geeft ons voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid een vaag idee van de werkelijke grootsheid van God, het buitengewoon majestueuze van de schepping en het ongelooflijke wonder dat ieder mens is. Zo biedt de 'enige ware godsdienst' de mens altijd een benauwde wereld aan, waar een paar rechtvaardigen rondlopen in een zee van goddelozen die allemaal naar de verdoemenis gaan (=de kleine stuntelige god), terwijl het nieuwe godsbeeld God overal laat zijn, op dezelfde manier als God in de dag en de nacht is (=de God die nooit groot genoeg gemaakt kan worden). Moderne geloofwaardige godsdienst is goed onder woorden gebracht door de theoloog Bonhoeffer:


We leven in een door en door seculiere wereld, waarin God niet te vinden is – maar in die wereld leven wij voor God; er rest een radicaal besef van verantwoordelijkheid omdat wij in vrijheid zijn gesteld.


Zelfs al zien we de toekomst van de wereld zwart in (dit noemt men doorgaans realisme), is het verschil tussen het oude religieuze wereldbeeld en het nieuwe wetenschappelijke eenzelfde verschil als tussen hysterisch, grillig, benauwend, irrationeel, onbuigzaam aan de ene kant en kontroleerbaar, voorspelbaar, berekenbaar, plooibaar aan de andere kant. Dit kan voor sommigen een verschil betekenen als tussen psychisch ziek en psychisch gezond zijn.

Het is ook het verschil tussen een land als Haïti, waar je een vrouw aan een boom vastgebonden kan zien (als gevolg van hysterische mensen die haar vastgebonden hebben vanwege haar zogenaamd vliegen van het dak van het ene huis naar het andere en het zich voornamelijk bezighouden met het opzuigen van kinderbloed) en een land als Finland, met behulp van de wetenschap in ongeveer drie generaties opgeklommen van het armste land van Europa tot één van de meest voorspoedige, vreedzame, humane en technologisch leidinggevende maatschappijen.



Harm Goris: Christelijk fundamentalisme


Onze nietigheid in het heelal


Onze nietigheid in het heelal