De wereld van de hoogvlieger
Friedrich Nietzsche
Groeien en bewustwording
Nawoord
Volwassen Geloof                                                                       Hoofdstuk 21b

        




















De wereld van de hoogvlieger

Rereformed viel hierop vermoeid in slaap en kreeg op zijn beurt een nachtmerrie:


-Wat zullen we nou hebben? Jij hier in het midden van de nacht? Je zou toch echt moeten slapen nu, het is het hart van de nacht en morgen moet je weer naar je werk, zei God als een vader toen hij Rereformed om kwart over drie ’s nachts in de hemel zag komen voor een gesprek.


-God, ik kan niet slapen, ben zo moe, ik vlieg zo hoog, niemand begrijpt me. Iedereen die me ziet schiet pijlen op me af. Ze denken dat ik hoogmoedig ben, niemand kan het verdragen dat ik hoog vlieg en dichter bij de zon sta. Niemand wil leven met een Bovenmens, het maakt ze groen van jaloezie. Ze schieten en schieten, dat is hun enige gedachte, ze willen pronken met hun buit, en genieten van het neerstorten van een hoogvlieger, maar begrijpen het nooit. Als ik Jeremia was zou ik het nu zeggen net als hij dat deed: laat ze dan maar doodgaan, ze hebben het verdiend, hun miezerig bestaan, hun triestheid. Al twee jaar heb ik het geprobeerd ze duidelijk te maken. Maar mensen willen in hun leven niet vliegen. Mensen verdragen het niet wanneer ik hun de waarheid vertel.


-A propos, viel God Rereformed in de rede, kun je je indenken dat Ik tot in de details met dezelfde problemen zit en je daarom goed kan begrijpen? Maar ga door met wat je op je hart hebt.


- De enige waarheid die onze gehele cultuur ziet en ons allemaal van kinds af aan ingepompt is, is dat er geen waarheid is. Dat is de enige waarheid die voor de moderne mens heilig is. Gelovigen maken een wanhoopssprong omdat ze niet met deze realiteit kunnen leven en klampen zich tegen beter weten in vast aan allerlei ongerijmde leerstellingen en overtuigingen. Godsdienst is voor mensen een gratis drug om high mee te worden. Rereformed gooit ze met grote kracht weg, maar blijft aan U vasthouden om ons bestaan op te bouwen. Dat is mijn boodschap. Maar ik ben zo volkomen alleen. De grootste heiligschenner is Rereformed die zegt het beter te weten, een boodschap te hebben die gehoord moet worden, waarin geloofd moet worden, iemand die zich opwerpt als een woordvoerder voor God. Mensen schijnen nooit in te zien dat Pilatus al 2000 jaar geleden wist dat er geen waarheid was, en hij daarom de grootste schurk uit de geschiedenis werd, voor altoos het voorbeeld van hoe je het niet moet doen in het leven. Altijd weer, duizenden malen herhaald in het leven: ‘en denk jij de waarheid in pacht te hebben’? Dat is hun enige denkwerk wat ze verrichten, in gesprek na gesprek, na gesprek, of ik nu met gelovigen of atheïsten praat. En dan denkt men wijs te zijn, groot inzicht te hebben. Men houdt verbeten God in z'n hand in het waandenken dat zoiets mogelijk is, of werpt God smalend weg als een waardeloos wegwerpartikel alsof je zoiets kan doen zonder je hoogste menszijn te verliezen.


-En waarom kom je nu hier? Uithuilen?, vroeg God aan Rereformed. Hij zei het slechts om het van Rereformed te horen, want in werkelijkheid wist Hij zoals gewoonlijk het antwoord natuurlijk al van tevoren.

-Nee, om van U een stukje hersens te vragen die me nog intelligenter maken, die me maken tot Rereformed voordat hij uit het raam viel, die mij nog meer boven de rest doen uitsteken, onmenselijke intelligentie om toch maar iets te vinden om het ze te kunnen uitleggen. Zodat ik het voor eens en altijd voor iedereen in deze nieuwe eeuw duidelijk maak. Ik neem geen genoegen met een boek lang preken en verstaan te worden op precies de tegenovergestelde manier als ik het bedoelde. Ik neem geen genoegen met een wereld die in de luiers ligt. Iedereen moet leren vliegen. Mensen moeten uit hun denken gered worden net zo als U mij redde. Geef me nog meer arrogantie, geef me nog meer hersens. Geef me de laatste kracht van Simson, maar dan omgekeerd: om de wereld op te bouwen!


En God, altijd goed en rechtvaardig en voor sommigen ondoorgrondelijk, zei, alweer geheel zoals Hij gewoon was, niets, maar glimlachte slechts om de mens die zo vol van buitensporige gedachten zit en altijd maar God voor zijn karretje wil spannen. God zag dit hoopje mens aan, de kroon van zijn schepping, en riep uit tegen alles wat zich in de hemel bevond:
-Zie de mens!
en niemand in de hemel wist of hierop moest worden gelachen of geweend.


Rereformed werd van benauwdheid wakker, alsof hij wist dat de grootste nachtmerrie nog komen moest. Opeens wreef iedereen in de kamer zijn ogen uit. De kastdeur ging namelijk open en een vreemde geelgrijze schim liep sluipend de kamer door, gebogen en naar de grond kijkend. Rereformed schrok het meest. Hij kende de schim namelijk goed, maar dacht dat die allang dood was.


-Wie ben jij?, vroeg Rereformed om het voor de anderen duidelijk te maken.


De schim bleef maar rondlopen, stoorde zich aan niemand, maar ging geheel op in zijn eigen bestaan. De vloer kraakte akelig bij elke stap die hij deed.


Wie ben jij? schreeuwden alle aanwezigen nu nog eens.


De schim keek ze langzaam en doordringend allemaal één voor één aan.


-Iedereen weet wie ik ben, doe maar niet zo onnozel. Ik ben de Waarheid en mijn naam is Dodelijke Zelfkritiek. Men noemt mij ook wel Nihilist, ook wel Atheïst, ook wel de Ongenadige Verlichter, ook wel de hel die jezelf schept. Ik kom even langs om het laatste woord te krijgen. Ik ben de god van de 21ste eeuw, wie weet van alle komende eeuwen. Ik ben ook Johan als hij niet voor het christendom gekozen had.


-Wel, zei Rereformed, welke woorden wil je tot mij spreken, want ik raad wel voor wie jij nu gekomen bent. Blijkbaar kom ik nooit van je af, al word ik 100.


Dodelijke Zelfkritiek:

-Hoe meer ik van je lees hoe meer ik denk van je te begrijpen -daarom kwam ik nu ook even langs- ik moet je er meteen wel eerlijkheidshalve bij vertellen dat het beeld dat na het lezen van dit boek van jou bij mij ontstaat verre van ideaal is... Mijn mening over Rereformed, en neem me op voorhand niet kwalijk als het ongezouten op je overkomt -is de mening over iemand die ik zeurderig vindt- bijna zielig... Wat heeft hij niet al moeten doorstaan, en wat zijn wij -niemand uitgezonderd- daarbij vergeleken toch maar onbeholpen zuigelingetjes!

Is het in het hoofd van Rereformed wel eens opgekomen dat een ieder -en vergeef me op voorhand de muffe gelovige taal die ik spreek- z'n eigen kruis draagt?... Hetgeen niet wil zeggen dat je niet zou mogen aangeven hoe zwaar je het hebt (gehad), maar het krampachtige monopolie op het eigen leed vind ik geenszins verheffend... Van iemand die door zoveel leed is gegaan -en nogmaals waarom zou je de enige zijn die dit heeft moeten doorleven- zou je toch mogen verwachten dat hij milder is geworden, lichter en minder bezwaard van gemoed, dan Rereformed zijn lezers voorschotelt.

Ik zou mezelf, als elke ander, vanzelfsprekend en geheel in stijl van Rereformed, ook kunnen ledig houden met mijn loodzwaar verleden maar wat schiet ik er mee op! Hoogstens zou ik anderen -zeker als ik niet zou aangegeven hoe ik een en ander een plek binnen mijn leven heb weten te geven- hiermee onnodig bezwaren... En Rereformed -niet dat ik daar ook maar enigszins op uit zou zijn- ik kan je verzekeren dat het nog geen uitgemaakte zaak is, wie met het oog op jou en mij uiteindelijk dieper en zwaarder heeft geleden - en nog steeds lijdt!...Ik ben al een leven lang levensmoe en heb alle ziekten en teleurstellingen in het leven moeten ervaren. Ik heb al een levenlang zonder God en troost moeten leven. Het leven is zinloos. Maar je zult mij er niet over horen naar de buitenwereld toe. Dat is de hoogste mensheid!


Jouw verweer komt mij -zeker wanneer je jezelf steeds maar weer beroept op je zogenaamde 'status aparte'- over als een onhebbelijke vorm van zelfbeklag; een kwijnende soort van geestelijke zelfcastratie en lijfelijke zelfverminking, het ultieme en vrijwillige martelaarsschap, dus!...

Dacht je nou werkelijk dat door het slaken van dollemanstaal op de manier van dit boek zulke diepe trauma’s in jezelf opgelost worden? Laat ik eens -geheel tegen m'n gewoonte in- stellig zijn en je aanraden dit persoonlijk drama van binnenuit onder ogen te zien, en trachten vervolgens de pijn en het leed die daarbij voor het geestesoog verschijnen, met een onbezwaard hart en gemoed te verwerken... Je niet langer nodeloos blindstaren op de uiterlijke symboliek; je dus niet steeds weer op werpen als een doolridder á la Don Quichot... Het zijn immers brede schouders die de last kunnen dragen... En hoe kun je anderen tot gids zijn als je hopeloos in jezelf schijnt te zijn verdwaald?...

Hoe is het te verklaren dat wanneer men ferm op jouw terugkaatst, je jezelf vaak terugtrekt in een veilige schulp van zelfontkenning en -medelijden? Is dat wat men volgens jou onder een volwassen dialoog dient te verstaan? Het doet me denken aan schelmen die belletje trekken om vervolgens hard weg te hollen!... Voor een keer leuk, maar niet als opmaat naar een meer consistente en inhoudelijkere communicatie... Het lijkt bovendien dat je hiermee in feite telkens weer een nadere discussie wenst te ontlopen, namelijk steeds weer, wanneer het je te heet onder de voeten dreigt te worden; hoe volwassen!...Als dit volgens jou in tune zijn is met de Schepper, dan is die Schepper van jou ronduit een angsthaas!...


En dan laat je nog zo fijntjes af en toe doorschemeren dat je een profeet bent! Wat een lef heb jij, wat een verwaandheid! Wat een hoge dunk van je intelligentie! Het zal mij benieuwen, of je überhaupt bij machte bent achter deze door jou zelfopgeworpen fascade vandaan te komen, en alsdan daadwerkelijk de durf weet op te brengen je ware aard te tonen... We hoeven ons niet beter voor te doen dan we zijn – immers dat is namelijk goed genoeg... Er is geen noodzaak voor jezelf én ten overstaan van anderen verstoppertje te spelen. Voor mij is dat bovendien een ondankbaar spel omdat mijn speurzin altijd recht op het doel afgaat en al gauw doorheeft of iemand poppenkast speelt, en de schone schijn ophoudt!...


De Dodelijke Zelfkritiek hield eindelijk op. Deze woorden waren niet leuk te horen voor Rereformed. Zijn gezicht verstrakte en verbleekte. Hij dacht dat hij in zijn lange leven nog wel zoveel wijsheid had opgedaan dat hij hier allemaal boven zou staan, maar nu kwam er onverwacht kritiek van een spreker die sprak over dingen die hij in dit boek zoveel mogelijk had willen verzwijgen, dingen die hij liever zijn gehele leven in de kast had willen opsluiten. De Dodelijke Zelfkritiek maakte hem kleiner dan ooit. "Het onvermijdelijke en welhaast collectieve besef van zinloosheid, berusting, ontmoediging, en pessimisme...", het badwater waarin hij opgegroeid was, kwam weer opnieuw uit de kraan en dreigde altoos zijn leven te verzieken. En zijn reacties in het leven om de nare droom immer maar af te zweren hadden ook ziekte tot gevolg...als een dolleman, status aparte, zelfbeklag, zelfmedelijden, verstoppertje spelen, fascade, poppenkast, voor profeet spelen...aan welke ziekte leed hij niet? Hij vroeg zich af hoe zelfs de Nihilist er weer uit was gekomen. Hij dacht dat hij daar in de schooltijd al mee had afgerekend. "Het ontbreken van een levensvatbaar hoger doel manifesteert zich zeer nadrukkelijk, vanwege een toenemend gevoel van desolaatheid in onze naar redelijkheid en kennis dolende moderne tijd..." hoorde hij nog als een eeuwige echo een geleerde man met gefronste wenkbrouwen zeggen. Hij had de kast van die gedachten nog zo op slot gedaan toen hij christen werd. Hij begreep dat het ermee te maken had dat hij zijn oude Anker in het leven had verloren. Met het wegvallen van zijn geruststellende geloof, zijn slaapmiddel, zijn kalmerende medicijn, zijn zoete muziek, had de Nihilist een nieuwe kans gekregen. Rereformed wist dat hij op de Dodelijke Zelfkritiek nooit een weerwoord had. Hij bleef maar stil voor zich uitstaren en overdacht het verbranden van al zijn woorden en gedachten. Wat waren ze uiteindelijk zinloos, nutteloos, wat waren ze net zo leeg als al het andere op deze aarde. Maar opeens zag hij in opperste verbazing hoe een Schone Vrouw zich voor de Dodelijke Zelfkritiek stelde en hem met deze woorden toesprak:


Schone Vrouw:

-Ik denk dat je het verkeerd begrepen hebt, Dodelijke Zelfkritiek. Ik heb zelf overigens ook wel eens overhoop gelegen met Rereformed. De grap is echter dat waar Jij, All-Bright en Rereformed voor staan vrijwel gelijk is. Het enige wat verschilt is dat de auto waar All-Bright in rijdt een hele hoop ballast bij zich heeft, en jouw auto weer te weinig bagage, jij gooit namelijk altijd alles weg. Wat iemand ook maar positief naar voren wil brengen, om het even wat, val jij aan en gooi jij omver, maak jij vies en onbruikbaar.

Het geloof houdt zichzelf eeuwig in stand met geloven. Het grootste probleem voor onze tijd is dat de link tussen God en bijbel wordt gelegd, en de link tussen bijbel en normen/waarden. Frappant detail hierbij is dat christenen vaak wel genoeg te kankeren hebben op moslims, terwijl de Koran en Bijbel een vergelijkbare inhoud hebben (zelfs met een flinke kennis van de boeken kun je je nog simpel vergissen wanneer je een tekst voorgeschoteld krijgt).


Om in God te geloven is helemaal geen bijbel nodig, voor normen/waarden is bijbel noch God nodig. De bijbel bevat veel moois, zoals ‘Gij zult niet oordelen’, ‘Loflied op de liefde’, en zo kan ik dit rijtje nog veel langer maken. De kern is echter dat de bijbel een God projecteert die in strijd handelt met datgene wat de bijbel siert. De bijbel bevat een hoop dat ons volledig op het verkeerde spoor zet.


De agressie van Rereformed begin ik steeds beter te begrijpen als ik zie hoe christendom vooruitgang tegenhoudt, hoe eenvoudig er met een enkele zin en referentie naar de bijbel iemand veroordeeld wordt (‘Nee, dat is geen oordeel! Ik vermaan in liefde’ hoor je dan), hoe eenvoudig iemand simpelweg de grond in getrapt kan worden (‘Nee, ik wens daar geen rekening mee te houden, het is een illusie, de bijbel zegt namelijk...’), hoe eenvoudig iemand zichzelf naar het leven kan gaan staan. Het meest erge hiervan is dat de meest slechte dingen gebeuren onder de noemer ‘uiterste liefde’. Zo heeft Rereformed ervaren dat zijn eigen christelijke zoon tegen hem zegt: ‘Indien je je niet bekeert zul je naar de hel gaan’. Welk een vader kan het christelijk geloof vergeven voor deze aanslag op het leven? En dit terwijl de christenen in wezen goede mensen zijn, zoals ieder mens dit van nature is. Zij zien zelf niet in hoe een ‘buitenstaander’ hen ervaart. Anderszijds kunnen de meeste buitenstaanders christenen ook niet begrijpen, waardoor de christenen zelf de slachtoffer-rol aannemen.

Met het verhalen over je zware verleden schiet je inderdaad niets op, maar anderen kunnen er wel door gewaarschuwd worden. Rereformed doet het denk ik ook niet voor zichzelf, hij heeft geen redding nodig.

Ik denk dat iedereen wel in meer of mindere mate lijdt. Uiteindelijk is het zaak om het verleden te laten wegwaaien, en schoon aan een toekomst te beginnen. Een grotere puinhoop kan echter langer duren om op te ruimen. Rereformed schrijft juist om zijn puinhopen op te ruimen.


En hoe kun je anderen tot gids zijn als je hopeloos in jezelf schijnt te zijn verdwaald?

Wel, je conclusie over Rereformed dat hij verdwaald is, is nogal voorbarig, wellicht boort hij diepere gebieden aan dan mensen in de regel bereid zijn onder ogen te zien. Maar zelfs al zou het zo zijn: hij kan het effect hebben dat anderen die dezelfde kant op zijn gegaan, gaan signaleren dat ze rechtsomkeert moeten maken! Hij schrijft bijvoorbeeld voor zijn zoon, zodat hij dit later kan lezen en dan ook kan lezen dat zijn vader hem zijn onbezonnen geloofsuitspraken al vergeven had op het moment dat hij ze uitspak. Rereformed was als jongeman net zo gehersenspoeld als nu zijn zoon. Hij draagt zelfs dezelfde naam. Hij klaagt slechts de evangelische fundamentalistische prediking aan.

Wat de Schepper van Rereformed betreft, anders dan de angsthaas die jij nu schildert, zie ik Hem meer overkomen als een vastberaden Schepper die weet waar Hij aan begint, geen eisen stelt, en niets nodig heeft, die alle mensen liefheeft, ongeacht waar ze in geloven of op welke manier ze leven, die alles weer terug tot de Oorsprong doet gaan.

En tenslotte je opmerking: ‘we hoeven ons niet beter voor te doen dan we zijn’. Ik ben stellig van mening dat Rereformed dit nooit doet. Soms lijkt het juist meer op het tegendeel. Hij lijkt zelfs zichzelf af en toe te vervloeken...Geloof me, ik weet hoe hij is, ik ken hem.


Dodelijke Zelfkritiek:

-De agressie -ik blijf het liever onbehouwen zelfbeklag noemen- kan ik ook wel begrijpen, maar wens er menselijk gesproken geen begrip voor op te brengen. Het is me wat te gemakkelijk om louter op grond van de door jou aangehaalde en door bijbelaars gebruikte ‘tegenargumenten’ agressie in woord en schrift te rechtvaardigen... Er zijn meer verfijnde en subtielere methoden om zulke argumenten van afdoende repliek te dienen... Liefde kweek je niet met agressie maar met een onbevreesde en ontwapenende levenshouding, en dat kan door middel van een gezonde stevige discussie worden bewerkstelligd. Je moet echter wel op enig moment willen inzien én aanvaarden, dat jouw bedoelingen hoe welgemeend ook, desondanks niet altijd door anderen zullen worden omarmd. Het laatste wat je dan zou moeten doen is tegen beter weten in het heil van anderen willen redden. Als men jouw argumenten niet wenst te accepteren, hoe helder ook, dan houdt het gewoonweg op. Zet je ondanks dit gegeven alles op alles, om de ander alsnog tot jouw standpunten over te halen, ontaardt het uiteindelijk in eenzelfde onontwarbare kluwe, gelijk het christelijk net waar je de ander nu juist uit wenst te bevrijden... Inzien dat voor sommigen elke redding te laat komt, getuigt in hoge mate van een grote levenservaring en mensenkennis...

Mijn stelling: ‘De mate waarin men anderen wenst te redden, is men zelf eender reddeloos’... Trouwens wat is er op tegen, (mits de baby- en peuterfase ontgroeid is) dat iemand door schade en schande wijzer wordt?... Met deze vraag geef ik min of meer m’n eigen opvatting hieromtrent weer - en probeer me zo ver mogelijk te houden van enige dwingende belering van het type ener moraalprediker!...Ik geef toe, zonder het tegengif van de ambitie leidt denken tot apathie. Het ideale denken is echter toch dit: de ander zoveel mogelijk aanvullen. En waar het nodig is met argumenten de ander te bestrijden moet het gedaan worden zonder de intellectuele geldingsdrang de ander te moeten overwinnen, anders is geen enkele (vruchtbare) verstandhouding überhaupt mogelijk.


Een grotere puinhoop kan langer duren om opgeruimd te worden.’ Daar heb ik ook nadrukkelijk op gewezen; zij het met ‘n ietwat galgenhumor... Met betrekking tot de omvang van iemands (geestelijke zowel lichamelijke) ballast is niets gezegd over de duur dat iemand daarvoor nodig heeft dit uit zijn leven weg te ruimen. Sommige dingen zijn gewoonweg niet te verhelpen en - hoe hard het ook klinkt; daar moet je dan mee leren leven. Het leven is een constante leerschool zonder dat je ooit zult leren waartoe te leven; voor de een is het liefde, voor de ander is het God en voor een derde is het leegte... Het zijn uiteindelijk allemaal ‘grammaticale vertroostingen’ al dan niet -zo als Rereformed terecht eens opmerkte- overgoten met een theologisch sausje van barmhartigheid en naastenliefde, en zijn dus op de keper beschouwd zonder absolute geldigheidswaarde! Zo is ook de mooie boodschap die Rereformed af en toe gebrekkig probeert naar voren te brengen een illusie... Hoe iemand met deze schijnwereld leert te leven, bepaalt in grote mate de kracht en energie waarmee hij zichzelf van zijn ketenen kan bevrijden, hoe hij het hoofd weet te bieden aan tegenslagen en teleurstellingen, hoe hij uiteindelijk met zichzelf en zijn leven vrede kan krijgen...Overigens, het enkele feit dat iemand denkbeeldige gesprekken met God opschrijft, bevestigt de stelling dat God niets meer of minder is dan projectie!


Wat jouw opmerking over ‘rechtsomkeert maken’ betreft, waar ligt volgens jou de grens waar iemand zijn rechte pad verlaat, en het pad der dwaling opslaat? Is dat soms het geloof van een christen in het hiernamaals; zijn boodschap van een eeuwig beter leven aan gene zijde; als inlossing en hemelse tegemoetkoming voor het aardse, God-onwaardige-lijden?


Ik vermaak me liever over mezelf, of drijf soms opzichtig de spot met mijzelf en terloops met anderen... Ik zie echter niet in waarom iemand zichzelf zou moeten vervloeken, en al helemaal niet dat dit een deugd zou zijn die iemand zou sieren! Bovendien je schrijft het zelf al ... ‘lijkt’... dus, je weet het maar nooit!...


Rereformed:

De ontleding van Rereformed.


-De waarheid over mezelf. Ik moet toegeven dat Dodelijk Zelfkritiek het bijgeloof van astrologie verheft tot buitengewoon geloofwaardige en scherpe methode van zelfanalyse. Mijn horoscoop is namelijk Vissen, vissen en nog eens vissen, en voor insiders van astrologie is de preek van Dodelijke Zelfkritiek terug te vinden in de beschrijvingen van het vissenbestaan. Men zou het ook anders kunnen uitleggen: in de astrologie is het christendom de uiting van het Vissen-sterrenbeeld. En Rereformed heeft dit tot in al zijn cellen tot zich genomen.


De kern van het christendom, net als de kern van het boeddhisme, is een uiterste gevoeligheid voor lijden, het walgen van de wereld en het leven. Maar dan gaat het bewustzijn verder: het bewustzijn dat de mens de ellende zelf veroorzaakt komt naar voren. Zo vervolgt de mens met diep walgen van zichzelf, want een mens met een beetje ontwikkeling zal inzien dat het niet slechts aan de anderen ligt. Wanneer de mens hierbovenuit wil stijgen vervolgt hij natuurlijk met ‘het goede doen’. Het merendeel van de mensheid komt vrij gemakkelijk tot dit inzicht. Het christendom komt echter -als je het maar flink en lang genoeg op je laat inwerken- uit op een altoos meer en dieper walgen van jezelf, omdat de mens op zijn voortdurend mislukken blijft staren, de mens zich altijd krachteloos ziet staan, en vooral vanwege de leer dat voor God niets wat de mens doet ooit goed genoeg kan zijn. God roept men uit tot alles wat de mens niet kán zijn en de mens roept men uit tot een wezen dat God al vanaf zijn allereerste ademzuchten krenkt.

Dit was het dilemma van de vrome Paulus, de man die zich totaal wil overgeven aan de godsdienst, maar tegelijkertijd er niet mee kan leven omdat de last ervan te zwaar is.

Paulus snakt naar verlossing. ‘Wie kan mij verlossen uit dit lichaam des doods?’ Met een stroke of genius vindt hij het evangelie uit om het dilemma op te lossen: ‘Met Christus ben ik gestorven, en voor zover ik nog in het vlees leef, leef ik niet meer, maar Christus in mij’. De christen komt dus uit op een totale negatie van het leven en zichzelf. Hij sterft af voor deze wereld; hij wordt verlost door de vereenzelviging met Christus en gaat op in mystiek, leeft ahw ergens op Venus. Met Christus is hij gekruisigd. Hij offert zichzelf letterlijk op, op de letterlijke daad van de zelfmoord na. De zelfmoord doe je ahw in levende lijve. Je geeft jezelf volkomen weg aan anderen als een moederteresa. Als alternatief kun je hiervoor kiezen: boosaardige anderen zorgen er wel voor dat je vervolgd of doodgemaakt wordt, want de wereld wordt het liefst zo kwaad en donker gemaakt als maar enigszins mogelijk is. Waar het om gaat is een bloedoffer te zijn en in rook op te gaan ‘als een lieflijke reuk voor het aangezicht des Heren’. ‘Het krampachtige monopolie op het eigen leed’ is niet zozeer krampachtig als wel het zwelgen in het leed. De uiterste consequentie van het goed genoeg willen zijn is van jezelf het bloedoffer te maken dat God eist om alles goed te maken.

De paradox is natuurlijk dat de uiterste vorm van vroomheid hetzelfde is als de meest verminkte vorm van leven. Uiterste vroomheid staat gelijk aan zwelgen in alles wat het tegengestelde is van het godgegeven natuurlijke leven op aarde, iets wat je op elke bladzijde van de godsdienstige geschiedenis kunt lezen.


Op een gegeven moment gaat dit Vissenbestaan weer een fase verder: hij doorziet de waarheid van de vorige zinnen. Let op wat er dan gebeurt: opeens gaan zijn ogen open en ervaart hij dat de hoogste vroomheid de grootste godslastering is! Als de godsdienst begint met ‘het leven is lijden’, ‘de mens is zondig’ enz dan begint het dus met het vervloeken van God die de wereld gemaakt heeft en het vervloeken van alles wat natuurlijk is. Wanneer dit vervolgens nog aangevuld wordt met Gods eis van een bloedoffer om alles weer goed te maken, dan maken we van Hem nog een barbaar ook. En in tijd van een mum heeft Rereformed een heel boek met allemaal dingen die het mooie sprookje waar hij in wilde leven volkomen bederven. Wit wordt zwart. Mooi wordt lelijk. Hij voelt oneindige pijn dat het sprookje wat de mooiste kleuren zou moeten hebben, nu hij zijn ogen opendoet, een sprookje blijkt te zijn waar de boze wolf en de heks niet te onderscheiden is van de onschuldige roodkapje en de jonge prins die de onschuldige doornroosje opwekt. Hij schreeuwt zijn verontwaardigdheid de wereld in. Het lijkt net of hij boos is op iemand of op bijna iedereen, maar in werkelijkheid is hij slechts boos op zichzelf: hij geloofde in een sprookje dat pervers was, dat leed toebrengt aan mensen! Hoe had hij ooit zo dom kunnen zijn. De bijbel heeft notabene altijd een zwarte kaft gehad, maar hij had het niet opgemerkt! Hij moet er nu alles aan doen om mensen maar tegen zulk gif te beschermen. Hij moet tezelfdertijd een nieuw sprookje ontwerpen, een sprookje waar de mooiste kleuren in staan maar geen enkel vleugje zwart.

Het meest in het oog springende kenmerk van wat we maar 'het Vissendenken' zullen noemen is dat het slechts extremen kent. Dat is de kern van mijn gehele optreden in het eerste deel van dit boek. Rereformed wordt heen en weer geslingerd tussen extremen die vaak zo extreem zijn dat anderen er niet eens bewust van zijn dat zulke extremen bestaan. En iedereen die er weet van heeft en bovendien een greintje gezond verstand, houdt zich er verre van.


Mijn optreden is dan ook ahw een dialoog tussen de extremen die wellicht alleen ikzelf ervaar. Rereformed moet heel hard schreeuwen om het de Rereformed die aan het andere uiterste staat te laten horen. Rereformed zwemt in oceanen waar veel mensen om zich heen geen weet van hebben. Hij komt zelf ook zelden iemand tegen die hem wat te vertellen heeft. Alles heeft hij al gezien en gehoord. Hij bergt namelijk alle andere mensen in zich. Hij moet altoos op zoek naar zijn eigen avontuur, ergens waar nog niemand anders geweest is. Hij zwemt vaak zo diep dat het volkomen donker om hem heen is, en hij zelf ook geen licht meer ziet. En wanneer hij af en toe boven water komt zie je hem met weinig schatten van de bodem terugkomen, maar wel met een hoop zeewier waarin hij verstrikt is.

Rereformed heeft mensen die met beide benen op de vaste wal staan nodig. Mensen die er voor zorgen dat hij niet over the cliff gaat en voorgoed in het niets verdwijnt. Maar die landbewoners hebben Rereformed nodig om het onmogelijke te creëren, de mooiste dromen, de beste fantasieën, de zoetste muziek. Rereformed schept die dingen, hij doet niets anders dan leven in illusies, bij het inzien van zijn eigen illusies stelt hij de illusie zonder omwegen aan de kaak en gaat hij weer op zoek naar een nog hogere illusie, één die niet omver geworpen kan worden. Hij heeft de gave te denken dat de illusie de realiteit is. Voorwaarde is dat de moderne illusie moreel en rationeel boven kritiek verheven staat. Een bijna onmogelijke opdracht. Maar Rereformed heeft er volkomen onschuldig geen idee van dat hij geen God is. Hij gooit zijn illusies voortdurend de wereld in en glimlacht als anderen die fonkelende sprookjesgezichten als waarheid in de hand houden. Rereformed weet best dat hij ergens op de bodem van een onmetelijke oceaan in volkomen duisternis zal sterven, maar hij doet niets liever dan vertellen dat mensen heel zeker naar de zon, het licht zullen gaan en ze afstand moeten doen van al hun zwarte en zware denken.


Ik heb mensen wel eens aan me horen vragen: zou de ware Rereformed nu eindelijk wel eens willen opstaan? Maar hij kan zoiets niet. Hij is profeet in de zin van kunstenaar. (Overigens, het enkele feit dat iemand geen denkbeeldige gesprekken met God opschrijft, bevestigt slechts de stelling dat niet iedereen ontdekt heeft getalenteerd kunstenaar te zijn. Het feit dat hij ze leest geeft wel hoop op wat komen gaat.)

Rereformed is alles, hij zou niets minder willen wezen. Hij vertelt mensen arrogant wat ze wel en niet moeten geloven, maar dat kan hij doen omdat hij zich vereenzelvigd heeft met de tijdgeest, dwz de collectieve geest van iedereen om hem heen. Hij is niet arrogant, maar vertelt ze slechts waar ze naar toegaan, de dingen die ze zelf eigenlijk willen horen. Hij neemt het uiterst serieus op allemaal, omdat hij de vernietigende boodschap van 'eeuwig verloren gaan' tot in al zijn levenscellen ervaart en er wanhopig door wordt, maar hij kan optreden zoals hij doet omdat hij er tezelfdertijd weet van heeft dat alles ook slechts een spel is en mensen met hun denken slechts hun eigen wereld scheppen. Hij komt op de bodem van de oceaan te liggen omdat hij weet dat de Nihilist gelijk heeft en alles zinloos is, maar hij trekt z'n schouders nonchalant op omdat hij ook op de beste wolk komt te liggen met mooiste harp en zonneschijn, omdat hij weet dat God bestaat en oneindig goed is en elk detail van het leven zin heeft. Hij is iemand die alles wil begrijpen, juist omdat hij volkomen weet dat een mens slechts de allereerste beginselen begrijpt. Alles kan hij in een oogwenk omdraaien tot het omgekeerde. Niets kun je in je hand hebben. Alles is altoos in beweging. Niets is waar, niets is af. Iedereen heeft een beetje gelijk. Hij staat aan beide kanten van de extremen en naast iedereen. Trek je aan zijn staart dan verandert hij in iets anders dat geen staart meer heeft. Zeg je dat hij blauw is dan wordt hij groen. Hij is altoos ongrijpbaar, omdat hij de regenboog wil zijn. Het vervelendste dat hij kan verzinnen is iets waar je vat op kan hebben. Iets dat eenvoudig is is de grootste leugen. Het liefste wat hij daarom doet is onmogelijke dilemma's scheppen.


Maar het grootste dilemma waar hij in zijn leven mee te maken heeft is niet door hem geschapen, maar door het christelijk geloof: wat kan namelijk een groter dilemma zijn dan te voelen hoe de geloofskwesties een wig drijven tussen bloedverwanten, het leven verzieken? Voor Rereformed kán het niet betekenen dat ‘het laatste wat je zou moeten doen is tegen beter weten in het heil van anderen willen redden’. Indien zijn kinderen blijven geloven op de evangelische manier is het christelijk geloof ervoor verantwoordelijk dat ze hun vader kwijt zijn. Zowel vader als kind zal een levenlang door dit geloof gekweld worden! ‘Als men jouw argumenten niet wenst te accepteren, hoe helder ook, dan houdt het gewoonweg op’ is gewoon niet waar wanneer het om de relatie tussen vader en kind gaat of tussen man en vrouw. ‘Zet je ondanks dit gegeven alles op alles, om de ander alsnog tot jouw standpunten over te halen, ontaardt het uiteindelijk in eenzelfde onontwarbare kluwe, gelijk aan het christelijk geloof waar je de ander nu juist uit wenst te bevrijden.’ Dit laatste mag dan zo zijn, dit moet ingezien worden: Óf het christelijk geloof heeft gelijk, óf de verwerping van het geloof heeft gelijk. Er is geen tussenweg, hoezeer christenen in dit leven ook proberen sluipweggetjes te bewandelen en het met ‘aangepast’ geloof proberen te verdoezelen. Wees welke kleur van de regenboog dan ook, maar zie in dat de regenboog geen zwart bevat.


De nachtmerrie van de christen is het christelijk geloof waarvan hij denkt juist de verlossing en vervulling van zijn leven te krijgen. Verlossing en verzoening bestaat alleen bij de gratie van zonde, verdoemenis en straf.


Dodelijke Zelfkritiek:

-Rereformed die zich opwerpt als een valse theoloog, en mensen kennelijk maar al te graag met een schuldcomplex opzadelt...

Het is thans wel duidelijk dat je voor een echt inhoudelijke discussie bij Rereformed niet hoeft aan te kloppen - hij geeft gewoon niet thuis... Hij stelt vragen en schotelt bijbelteksten voor niet uit menselijke interesse, maar als lokaas, om anderen uit hun tent te lokken, om een monoloog af te steken . Als een ware roofvis zwemt en cirkelt deze ‘sluipmoordenaar onder de theologen’ bloeddorstig rond zijn prooi, om uiteindelijk in een onbewaakt ogenblik vernietigend toe te happen!...Hij zál en móet gelijk hebben. Hij is een verholen diktator. Waarom zouden mensen jou, om je onbehouwenheid wel moeten vergeven, en zou jij anderen vanwege een soortgelijke onbehouwenheid mogen verketteren? Dodelijke Zelfkritiek voorziet dat Rereformed nog meer - dan dit thans al het geval is in zijn zelfgenoegzaamheid en vermoorde onschuld verstrikt zal raken!...


Glansvlieg:

-Wat een prachtig toneelstuk wordt hier opgevoerd. Wederom applaus. Het lijkt wel of hier een klassiek drama herschreven wordt, maar voor wie?

Met de uitgebreide monologen in reactie op elkaar wekken jullie de schijn de argumenten van de ander serieus te nemen en hier daadwerkelijk op in te gaan, maar dienen deze werkelijk enig ander doel dan het strelen van de eigen ego en het ten toon spreiden van de eigen welbespraaktheid?

Maar nogmaals, ik vind het prachtig, ga vooral zo door, wie weet kan er later nog eens een theatervoorstelling van gemaakt worden, en verdienen jullie er nog eens wat aan.


Rereformed:

-Ga weg van mij, Dodelijke Zelfkritiek. Ik heb er recht op deze geloofskwesties te behandelen, ik heb er recht op uitgebreid te schrijven hoe ik eronder lijd. De keerzijde van de godsdienst, wat de godsdienst op zijn geweten heeft, moet wel degelijk de wereld in gebazuind worden. Wij mensen moeten wel degelijk strijden voor een meer leefbare wereld, voor een humanere wereld. Wij bijbelgetrouwe gelovigen van 2004 hebben er ook recht op de wereld van 2000 jaar geleden eindelijk van ons af te schudden omdat het ons anders doet stikken in innerlijke schizofrenie.

Het dilemma van het christendom zal altijd hetzelfde zijn: Ga in gesprek met welke ‘echte bekeerde’ dan ook en je zal dit te horen krijgen: er is maar één weg, je gaat alleen naar de hemel als je Jezus vergeving vraagt voor je zonden en Hem aanneemt als je redder. En als bonus krijg je een hele vracht aan antieke, onmogelijke, achterhaalde, wrede of onbenullige denkbeelden over God en het menselijk leven...


Rereformed had tranen in zijn ogen van innerlijke kwelling –2 miljard mensen worden door deze antieke gedachten voor de gek gehouden, door de worsteling van oud en nieuw denken in de wurggreep gehouden. Hij moest denken aan een brief die hij had ontvangen van een lezer van zijn teksten: "Op 14-jarige leeftijd heb ik besloten afscheid te nemen als belijdend christen; jarenlang heb ik nooit de moed durven vatten om een en ander eens echt ter discussie te stellen. Ik drukte alles zo goed mogelijk weg, want ik was bang. Neemt niet weg dat ik al die jaren meer of minder bewust door heb gebracht in angst vanwege het opgeven van mijn geloof: wat een gevecht is dat geweest! -Vooral toen ik nog wat jonger was heb ik jarenlang soms nachten niet kunnen slapen uit doodsangst voor demonen en alles wat daarbij hoort, en nog steeds heb ik 's nachts wel eens nachtmerries." Zijn overpeinzing hield opeens op. Opeens trad namelijk volkomen onverwacht een andere persoon naar voren. Hij had er de hele tijd maar stil bijgestaan, en niemand had hem opgemerkt of enige aandacht aan hem besteed. Hij leek wel een verlegen Fin ofzo.


-We hebben een Brug nodig tussen geloof en ongeloof, zei hij bedeesd.


Allen keken hem verwonderd aan.


-Wie ben jij nou weer? vroeg Rereformed.


-Ik ben de Fin in jou. Ik ben dat wat je hier in 25 jaar van het leven in Skandinavië in je opgenomen hebt. Ik ben wat je noemt de Geseculariseerde Gelovige.


-De wat? Vroeg de Simpele Ziel.


-De gelovige twijfelaar, de ingenieur, de chemicus, de natuurkundige die wel wat in God ziet, de man die af en toe wel eens vrijblijvend een kerk in wil maar niet door vromen lastig gevallen wil worden, zei de Geseculariseerde Gelovige.


-Wel, vertel wat je op je hart hebt, zei Rereformed, hoewel hij het best al wist natuurlijk; vervolgens veegde hij met enige hoop zijn tranen weg.


Finse Gelovige:

-Ik ben gelovige. Bijna niemand weet het omdat ik zoiets niet rondbazuin, en ook omdat ik eigenlijk niet weet waarin precies ik allemaal geloof of niet. Maar als de christenen maar bereid zijn mij te accepteren zou ik me best af en toe bij hen willen aansluiten. In mijn gehele leven worstel ik met de vraag of ik, naar God zoekende twijfelaar, er ook bij mag horen. Ik stel veel vragen, geef weinig antwoorden, maar wil er toch bij horen. Ik ben in een christelijke atmosfeer opgegroeid en heb van een heleboel dingen intellectueel afstand moeten nemen, maar er toch een basis voor het leven aan overgehouden waarin ik geloven wil. Ik ben ingenieur en heb ruim kennis genomen van de wetenschap. Ik ben altijd op modern rationele manier bezig de touwtjes aan elkaar te knopen. Lange tijd zat ik met onoverkomelijke tegenstrijdigheden. Overal om me heen vlogen de vonken er van af. Mensen waren fel voor of tegen of probeerden alle dilemma’s zoveel mogelijk te ontwijken. Maar met deze houdingen kon ik niets. Ik zag dat zij die nooit vragen, nooit twijfelen, iets hadden om jaloers op te zijn. Maar ik zag ook dat we de feiten van het moderne leven onder ogen moeten zien.


Ik ben voor compromis. Ik houd niet van extremen. Maar ik houd ook niet van ergens half bijhoren of half verwerpen, half aannemen. Ik weet dat het lastig blijft, maar ik heb het geloof toch niet in zijn geheel weg willen werpen. Als ingenieur vind ik het een trieste zaak dat men tegenwoordig alleen rationeel denken tegenkomt en met het opgeven van het geloof ook alle positieve aspecten ervan overboord gegooid heeft. We blijven staan in een koude maatschappij. Het geloof gaf ons saamhorigheid, aandacht voor elkaar, vertrouwen op elkaar. Het was een grote kracht om voor te leven. En nu hebben we dat alles verloren en blijft er niets anders over dan materialisme, onverschilligheid, kilte.


Ieder mens heeft verlangen naar het Heilige. Geloof behoort tot de allerdiepste behoeften van een mens. Ik kan het niet wetenschappelijk onderbouwen, maar mijn intuïtie zegt het. Ontzag voor het mysterie, het behoren tot het groter geheel, het ervaren van diepzinnige gevoelens. Ik weet eigenlijk niet hoe je het zou moeten omschrijven.

O, wat zou ik willen dat onze maatschappij weer eens een geestelijke opleving zou meemaken! Wanneer mensen geestelijk voedsel zouden krijgen zou het overal zijn gevolgen hebben, op het werk, in het huwelijk, in de vergaderzaal enz.

Maar begrijp me goed, ik doel hiermee niet op een charismatische opwekking. Al dat fundamentalistisch dogmatisch gedoe vind ik maar kinderachtig, dweperig, ongezond, fanatiek en naief.


Mijn intuïtie zegt mij op te roepen tot geloof, maar tezelfdertijd tot voortdurend vragen blijven stellen, voortdurend blijven twijfelen.


Maar ja, ik blijf toch veelal maar op de achtergrond. Ik breng mijn inzichten niet zo naar voren. Ik wil op niemands tenen gaan staan, aan niemand aanstoot geven. Ik heb ook niet zo heel veel te verkondigen. Ik ben wat dat betreft voorzichtig. Liever dan twisten met anderen zou ik het positieve in ieder willen zoeken, ook in het christelijk geloof.


Simpele Ziel:

-Maar waar geloof jij nu eigenlijk in? Het klinkt aardig wat je hier zegt, maar wat is nu de inhoud van dit geloof?


Finse Gelovige:

-Wel, ik moet nederig zeggen dat geloof niet in woorden is uit te drukken. De definitie van geloof is voor mij: dat wat je niet in woorden kunt omschrijven. Ik houd van de woorden van Meester Eckhart: ‘Alles wat je over God zegt is onjuist.’ Daarom ben ik ook in de regel zo stil. Geloof is dat wat niet gevangen kan worden, niet uitgesproken kan worden, dat wat je niet in de hand kan hebben. Maar mijn geloof is heel reëel en is een brug tussen rationaliteit en mystiek, rede en intuïtie. Mijn geloof is de helende factor in mijn leven, het antwoord op de levensmoeheid en de zinloosheid van het leven.

Over God spreek ik liever niet. Wel kan ik proberen iets onder woorden te brengen van de geloofservaring die ik af en toe heb. Verder kom ik niet.

Een vriend van mij zei me eens dat hij het woordje ‘God’ vaak door het woordje ‘Leven’ vervangt. Uitdrukkingen als ‘Ik geloof in het leven’, ‘het leven doet een appèl’, ‘het leven heeft zaken in petto’, ‘het leven is soms hard, dan weer om dankbaar voor te zijn’ enz. zijn precies hetzelfde als waar vorige generaties het woordje God voor invulden. ‘Je moet op het leven vertrouwen’ betekent tegenwoordig de toevalligheid van het leven accepteren, je erdoor laten meevoeren, je eraan overgeven, er niet bang voor zijn. Sommigen noemen dit ‘de religie van het leven’ en stellen voor dat dit de religie van de toekomstige wereld is. God staat ahw achter dit woordje leven, maar we durven het niet meer uit te spreken. Sommige ‘geseculariseerde gelovigen’ hebben ‘de overzijde’ volkomen achterwege gelaten, ze kunnen van alles over religie zeggen, behalve dat het wat te maken heeft met geloofsvoorstellingen die verwijzen naar een objectief bestaande, hogere werkelijkheid, maar ikzelf zou niet zover gaan.


Johan:

-Nu, ik vind bovenstaande woorden maar zweverig, een vaag verhaal. Wat moet je nou met zo’n schraal geloof? Dat berust toch nergens op! Dat heeft toch helemaal geen inhoud!


Finse Gelovige:

-Integendeel, mijn geloof is de allerhardste kern van godsdienst. Iets wat nooit omver gegooid kan worden. Iets wat langer stand zal houden dan alle traditionele godsdiensten, omdat het alleen díe dingen bevat die bij het menszijn behoren. En geloof me, het is genoeg. Een mens heeft benevens dit weinige dat ik uitsprak en waarop ik sta, niets nodig. Dat hele kleine zaadje geloof draagt jouw gehele leven, maakt er een prachtige gebeurtenis van. En denk je eens in. Je hoeft nooit meer te redetwisten met anderen over dogma’s. Je kunt eindelijk werkelijk iedereen liefhebben en God eren in je leven.

Godsdienst is eeuwig, maar het wereldraadsel is onmetelijk vergroot in onze moderne tijd. Daarom wordt godsdienst logischerwijs onmetelijk vager. We kunnen geen details meer invullen. Maar het wordt tegelijkertijd ook mooier. We zullen bijvoorbeeld onze godsdienstige verdeeldheid –de grootste gesel van ons menselijk bestaan- uiteindelijk kwijtraken.


Rereformed:

-Ik moet eerlijk zeggen dat ik van je onder de indruk ben. Ik wil van je leren! Zie je wel, het is niet vergeefs geweest dat ik mijn leven in Finland moest verslijten!


Finse Gelovige:

-Welnee, mijn geloof is niet fins, je vindt het overal in onze moderne wereld. Overal zijn theologen, halve theologen, diepzinnige denkers en godsdienstwetenschappers die het hierover hebben. Ga Don Cupitt lezen bijvoorbeeld, of hier een site met iets minder radikale, maar toch soortgelijke en opbouwende gedachten (Prof. Juliaan van Acker). Overal springt dezelfde gedachte op: de strijd tussen geloof en wetenschap is voorbij. We laten zowel het traditionele geloof als de fanatieke bestrijding van elke vorm van religie achter ons. Er komt een nieuwe volwassen vorm van religie voor in de plaats. Lees Testing God.


Rereformed:

-Ja, ik weet het. Ik begrijp nu opeens welke boodschap ik voor mensen heb. Ik ben wellicht radikaler dan jij, maar ik wil er geen punt meer van maken. De nieuwe godsdienstbeleving heeft vele gezichten, maar één doorslaggevend gezamelijk aspect. Ik heb slechts één boodschap, dat ene aspect waarin we elkaar allemaal zullen kunnen vinden, en laat iedereen de vrijheid de rest voor zichzelf verder in te vullen.


Maar omdat ik niet gemakkelijk begrepen word, wilt u, beste lezer, meedoen aan een intelligentietest? Zien of u als denker een zuigeling bent, een peuter, een kleuter? Zien of u Rereformed uit de lucht naar beneden schiet? Zien of u van Rereformed iets te leren hebt? Niet verplicht mee te doen natuurlijk, want het is gevaarlijk, u zou de waarheid over uzelf wellicht niet kunnen verdragen. Maar voor de roekelozen, de dartelende spelers die overmoedig aan het aas bijten, volg de volgende instructies op:


Lees de volgende zin:


Volgens Rereformed heeft de mens die opgroeit tot volwassenene God niet meer nodig.


Sluit dan uw ogen en herhaal de zin nog eens, om goed te kunnen denken.Vraag u vervolgens af wat u nu met kennis van bovenstaande zin over Rereformed kunt zeggen.



*        *        *



Wel, lang genoeg over nagedacht? Wat zijn zo de antwoorden?

Hebt u het volgende gezegd?


-Rereformed is een atheïst geworden. Hij heeft op zich wel gelijk, ik ben ook van mening dat je die flauwekul over God nu maar eens overboord moet gooien. Maar waar het om gaat is dat hij maar niet inziet dat we zoiets wel weten nu. Hij blijft maar zo zeurderig doordrammen. Ik begin er doodziek van te worden. Ik wou dat hij er nu maar eens mee ophield. Het wordt steeds erger met die jongen...(atheïstische denker)


Hebt u het volgende gedacht?


-Rereformed gelooft niet meer in God. Hij is z’n geloof kwijt geraakt. En om zich te redden blaast hij zich op tot het toppunt van arrogantie. Het is wel erg om aan te zien. Hij verloochent God nu al in alle toonaarden, tot cis kleine-terts toe, tot aan de diabolica in musica toe. Hij beseft niet dat hij in de ban van de satan is, godslasterend bezig is op een vreselijke manier. En dan denkt hij nog serieus genomen te moeten worden! Niets heeft hij van God begrepen! (christelijke denker)


Wel, indien u op deze manier over mij dacht, aan u het diploma kleuterdenken uitgereikt!

Misschien zou u het diploma zelf kunnen inkleuren.


Wat is dan het diploma hoogvliegen, intelligent?

Wel, het is slechts een kleine traptrede verder denken. Van het ene op het andere moment groei je op van kleuter tot volwassene, van denker waar de wereld en jezelf aan ten gronde gaat tot denker die de wereld van morgen opbouwt, die gelukkig is! Dus geloof me, als je net een diploma kleuterdenken in je handen hebt gekregen, dan kun je straks ook zo het diploma van lid van de mensaclub van me krijgen.


Die ene zin had men slechts op een andere manier moeten lezen. Het zal iedereen in een oogwenk duidelijk zijn wat het denken van Rereformed is, indien men een aardse parallel had gemaakt, de zin om te overdenken zo had overdacht:

Volgens Rereformed heeft iemand die opgegroeid is tot volwassene zijn aardse vader en moeder niet meer nodig.

We zouden dan meteen uitroepen: ‘Natuurlijk heeft een volwassene zijn vader en moeder niet meer nodig! Het zou verschrikkelijk zijn indien hij ze eeuwig nodig had!’


Een volwassene hoeft niet meer vragen of hij een snoepje mag. Hij hoeft niet meer tegen zijn vader op te kijken alsof die superman is, of anders, alsof hij angstaanjagend is. Een volwassene wast zijn eigen kleren, verdient zijn eigen brood, dekt zelf de tafel, doet zonder angst het licht uit wanneer hij gaat slapen, loopt op straat zonder bang te zijn voor boze mannen, gaat niet op schoot zitten bij zijn moeder, maar gaat een relatie aan met zijn naaste. Een volwassene loopt verstandig rond en weet wat hij doet. Hij leeft in de realiteit, geniet van de fantasie, maar heeft geleerd ze uit elkaar te halen. Een volwassene gaat niet naar z’n vader en moeder om te zeggen dat die en die gemeen is. Hij zorgt zelf voor het oplossen van de problemen. Een volwassene doet ook niet stiekem iets, wat zijn ouders beslist niet mogen zien, een volwassene gooit geen ramen in, waarna zijn vader hem weer eens onder handen moet nemen. Of, wanneer een volwassene wél iets doet wat zijn vader en moeder niet gedaan zouden hebben, dan doet hij het heel bewust, omdat hij inziet dat de wereld van vader en moeder niet perfect was en het anders of zelfs beter kan.

Maar dat alles betekent niet dat hij zijn ouders ‘overboord gooit’, zijn ouders verliest, uitscheldt, of tot onbenulligheid degradeert! Natuurlijk niet! Je bent uit je ouders geboren, hoe kun je die ooit ongedaan maken? Nee, een volwassene vindt zijn ouders pas, hij begint ze eindelijk pas te begrijpen, hij zal altijd naar ze luisteren omdat ze al zoveel langer in de wereld staan. Pas een volwassene beseft eindelijk voor het eerst wie en wat zijn ouders werkelijk zijn! Hij kan er voor het eerst mee praten, er van gedachten mee wisselen (wetenschap, ethiek). Hij aanvaardt het natuurlijke en de authoriteit, zowel in hemzelf als buiten hemzelf.

Volwassen geloof is zonder enige vrees en frustratie leven met God. Een volwassene heeft alles van zijn Vader opgezogen, hoe je het niet moet doen, en hoe je het wel moet doen! Hij is er niet perfect door geworden, maar wel wijs. Wijselijk voedt hij zichzelf op, wijselijk vergeeft hij ook zichzelf en wijselijk doet hij het anders. Hij houdt van zijn vader en moeder, hoe ouder hij wordt hoe meer hij ziet dat hij eigenlijk precies zo is als zijn ouders! (blijf de parallel doordenken!)

Hij geniet van de relatie (ach wat hebben wij mensen dat nodig!), maar beseft bij tijden ook dat hij zijn unieke moderne leven leidt waar zijn ouders hem niet zullen navolgen, noch hij de dingen kan doen en denken zoals zij gewend waren.

Hij heeft geen voorschriften meer nodig, geen fabels waarin geloofd moet worden, geen twijfel of sinterklaas bestaat, hij hoeft zijn bord vol antieke heilige schriften niet meer leeg te eten. Een volwassene heeft zelf verantwoordelijkheden. Hij moet en tegelijkertijd wil voor zijn kinderen zorgen, de toekomst. En hij gelooft in zijn kinderen. Hij gelooft dat ze later nog succesvoller zijn dan hij geweest is! Dít alles is ware, diepzinnige en waardevolle godsdienst.



Nietzsche

Rereformed:

Om te beginnen zou men Nietzsche kunnen gaan lezen. Aldus sprak Zarathoestra. Dat was de doorbraak van de volwassen mens. Ik voel dat ik precies begrijp wat deze grote profeet heeft bedoeld. Dit is de sleutel tot Nietzsche: je moet eerst het gedachtengoed van de christen tot in je botten hebben doen laten indringen. Je moet het in je opgezogen hebben als je hoogste menszijn. Je moet net als hij en ik van het niveau van de christen starten. Nietzsche is door velen niet begrepen omdat zij niet die christelijke basis en de hoge ethische wereld hadden. Dan kom je met zijn ‘God is dood’ en ‘Wil tot macht’ bij een Hitler uit, of een dergelijke perversie wat je het Über-dier kunt noemen. Nietzsche moet je lezen om tot goddelijk menszijn op te stijgen, dát bedoelde hij met Bovenmens. Het is hetzelfde wat ik even hiervoor probeerde te zeggen met de implicaties van volwassen worden: voor het eerst als partner met God te leven, voor het eerst iets van Hem te begrijpen. Je eerbiedigt God, maar eerbiedigt óók jezelf als opgegroeid volwassen mens.

Het wordt me steeds duidelijker dat dat de juiste lezing van Nietzsche is. Hij laat voor iedereen die maar een beetje fijne neus heeft zien dat hij juist verwant is aan de dominee. Hij schrijft het zelfs letterlijk in het tweede deel van Zo sprak Zarathoestra (Over Priesters/Dominees):


"Hoewel ik hun vijand ben, ga hun stil voorbij en trek uw zwaard niet naar ze uit...Want mijn bloed is verwant aan hun bloed; en ik wil dat mijn bloed nog geëerd wordt zelfs in hun bloed."


In feite is het gehele boek Aldus sprak Zarathoestra op elke bladzijde een dialoog met het Nieuwe Testament. Het verwerpt dit Nieuwe Testament omdat het erbovenuit wil groeien.

Iemand vroeg mij eens: maar waarom gaat Nietzsche zo te keer tegen medelijden? Het antwoord is dat het niet goed genoeg is:


"Medelijden heeft niet genoeg respect voor de lijder! En wanneer ik medelijden betoon wend ik mijn gezicht af of doe ik het van verre, zodat niemand zich 'dankbaar' hoeft te voelen." (Over hen die medelijden hebben)


Medelijden als godsdienstig dogma is verwant aan in je schik zijn met jezelf, verwant aan hoogmoedig boven de ander, de stakker, staan. Medelijden komt ook voort uit een wereldbeeld dat gekenmerkt wordt door een eeuwige zwarte wolk van ellende, lijden. Men ervaart het lijden in principe als iets waarin je moet berusten en als iets wat er nu eenmaal altijd is. Men ‘moet’ dan zo goed en zo kwaad als het maar mogelijk is ‘wat’ licht laten schijnen in deze sombere brei van tranen, om het ondraaglijke lijden tot draaglijk lijden om te buigen. Zo komt christendom uit op een negatief wereldbeeld en op het volgende:


"Vanaf de tijd dat er mensen zijn geweest heeft de mens veel te weinig blijdschap gehad: dat alleen, mijn broeders, is onze erfzonde!"


In alles is Nietzsches agressiviteit niets anders bedoeld dan bij het verlaten van het christendom op iets hogers uit te komen, iets wat in zijn visioenen uiteindelijk uit zal lopen op de hoogste zonnestand in de geschiedenis van de mensheid. Zijn God is dood uitspraak betekent niet dat God dood is, slechts de dood van de bijbelse God, de traditionele godsdienst.

Zelfs het schreeuwerige van hem voel ik tot op mijn botten (ik verlaag me er af en toe ook toe): hij wil de zaken veel te snel doen opschieten tot een conclusie. Hij is al zo ver boven zijn tijd uitgestegen dat hij zich voor de mensheid schaamt, dat hij zich er af en toe gruwelijk aan ergert enz. Het heeft niets met haat en agressiviteit te maken, maar alles met onbegrepen te voelen zijn, zich op de verkeerde plaats verloren te voelen, frustratie, zich een paar honderd jaar te vroeg geboren te voelen, lijden omdat de schitterende uitzichten waar hij op komt niet begrepen worden, omdat de wereld maar triest voort blijft modderen, niemand zijn prachtige landschappen serieus neemt.


De tragedie van vele moderne mensen is dat bij het wegvallen van hun vertrouwde geloof ze verzakken tot nihilisme, in een situatie verzeilen waarin niets meer zin heeft. Op die manier is het verliezen van je geloof een verlies, een trieste zaak.


Geheel anders staat de mens in het leven die van godsdienst bevrijd is, voor het eerst de waarde van het aardse leven en zijn eigen persoon ziet, zichzelf en het leven mag liefhebben, maar tegelijkertijd toch God in zijn denken behoudt. Hij weet dat deze ommezwaai in zijn denken niets met egocentriciteit te maken heeft, niets met je ergens wanhopig aan vastklampen, in het geheel niet op hoogmoedigheid berust, enz, maar heel eenvoudig een feit van zijn leven is: hij is eindelijk opgegroeid, hij is opgeklommen tot iets hogers.

Gevolg: blijdschap om het aardse leven, geen angst meer voor God, geen voortdurende zelfbeklag en zelfbeschuldiging, geen constant draaien om de zonde, om maar even wat te noemen wat me meteen te binnen schiet.

De godsdienst teleurgesteld de rug toekeren is niet genoeg, zelfs al ben je honderd maal overtuigd van je gelijk. Dan blijf je een trieste zaak.


Je moet op iets hogers uitkomen dan wat het christendom je ooit te bieden heeft gehad. Dát is de sleutel tot ons moderne menszijn en ook de sleutel tot modern geloof.


Om een voorbeeld te geven van hoe je zoiets kunt doen volgt hier een gedeelte uit Nietzsches boek ‘Aldus sprak Zarathoestra’, met als titel ‘Voor zonsopgang’, met bijgevoegde ‘schriftuitleg’ zoals Rereformed hem leest en begrijpt. Lees de tekst meerdere malen en laat de kracht van deze unieke woorden geheel tot je doordringen; besef dat elk woord een kostbaar juweel is om het leven mee door te gaan:


"O hemel boven mij, o reine, diepe hemel! O afgrond van licht! Jou aanschouwend huiver ik van goddelijke begeerten. Mijzelf in jouw hoogte te werpen - dat is mijn diepte! Mezelf in jouw reinheid te brengen - dat is mijn onschuld!

God wordt verhuld door de schoonheid van de hemel: zo verberg je jouw sterren. Jij spreekt niet: zo verkondig je mij jouw wijsheid.
Geruisloos ben jij boven de bruisende zee vandaag opgekomen, jouw liefde en jouw schaamte spreken openbaring tot mijn bruisende ziel.
Dat je schoon, gehuld in jouw schoonheid, tot mij kwam, dat je woordeloos tot mij spreekt, openbaart je in je wijsheid.
O, hoe zou ik niet al de schuchterheid van je ziel raden! Vóór de zon ben je tot mij, eenzaamste, gekomen. Wij zijn vrienden van begin af aan: wij hebben gramschap en afgrijzen en grond gemeen; ook de zon hebben wij nog gemeen.
We spreken niet tot elkander omdat we te veel weten: we zwijgen tegen elkander, we glimlachen elkander ons weten toe.
Ben jij niet het licht voor mijn vuur? Heb jij niet de zuster-ziel voor mijn inzicht?
Samen leerden we alles; samen leerden we boven ons opklimmen tot onszelf en wolkenloos glimlachen.
Wolkenloos neerwaarts glimlachen uit lichtende ogen en uit mijlenverre verte, wanneer beneden ons dwang en doel en schuld als regen dampen."


Probeer het eens: ga de natuur in, geheel alleen (Ach, arme nederlanders, hoe weinig ervaren jullie dat!). Word wakker wanneer een nieuwe dag begint, kijk naar boven, naar de uitgestrekte prachtige azure hemel, en je wordt opeens vervuld van de heerlijkste gedachte in het leven: dit leven is iets zo groots, iets zo fantastisch! Ik heb er geen woorden voor. Wanneer ik van deze grootsheid ook maar iets probeer te begrijpen dan huiver ik, dan weet ik dat ik op hetzelfde moment dat ik er iets van ontwaar contact heb met het goddelijke. Het gehele leven, het gehele Universum is de openbaring Gods. Op hetzelfde moment dat ik er iets van begin te begrijpen voel ik dat ikzelf verander in de hemel, ik ‘stijg op’, ik voel opeens de volheid van het menszijn, het deel hebben aan het goddelijke. Menszijn is iets even groots als de uitgestrekte hemel waarnaar ik kijk.

God is niet een persoon met wie je praat. Hij is veel groter, Hij omvat het Alles. Je hoeft maar even op te kijken naar die prachtige blauwe hemel, en je weet alles van Hem. God spreekt niet en juist op die manier openbaart Hij zich, spreekt Hij zijn grootsheid en verkondigt Hij zijn wijsheid tot mij. Ik leef hier als in een kolkende zee. Maar dan wordt het geruisloos dag. Ik kijk op en zie dit grootse spektakel, en weet dat God juist tot mij, eenzame mens, spreekt in dit gebeuren: het aanbreken van de zonovergoten dag is als schuchtere liefde en verlegenheid, maar geeft alles wat ik in mijn bruisende ziel nodig heb. In de woordeloosheid van dit grootse gebeuren schuilt namelijk de allergrootste kracht: alles moet zijn zoals het is; bovendien is het onmogelijk dat de nacht de dageraad tegenhoudt.
Opeens voel ik dat ik één ben met deze wereld, één met de hemel. Ik hoef geen woorden, ik begrijp opeens alles. De schepping is licht, ik ben vuur. De schepping om mij heen is het equivalent van mijn eigen persoon. Alles is één groots geheel. Wanneer je dat begrijpt zie je opeens in dat het leven wolkenloos is. Je staat namelijk opeens overal boven en wanneer je dan naar beneden kijkt hoef je slechts te glimlachen om het alles. Je leeft op de hand van God.


Bovenstaande is wat men noemt Natuurreligie. Dit is de hoogste godsdienst die er bestaat. Zie tot welk een verheven gevoelens en gedachten zij ons kan voeren. En deze godsdienst ligt universeel voor het oprapen, zij is door iedereen te ervaren, het is de stem van God die tot iedereen spreekt.
Maar daal weer eens naar beneden. Beneden op aarde heeft men voor zichzelf een leven geschapen doordrenkt van ‘dwang’, ‘doel’ en ‘schuld’. Wat een armetierige vertoning! Deze vorm van mensenleven begon met het optreden van Zarathoestra, de eerste die een heel wereldbeeld opbouwde met als centraal gegeven het dualisme, het indelen van alles in goed en slecht. Dit is de wortel van al het armoedige denken, het moeras waar wij mensen ons al duizenden jaren in bevinden. Daarom neemt Nietzsche Zarathoestra juist als spreekbuis voor zijn eigen moderne gedachten: Zarathoestra was de eerste die tot dit denken verviel, en is dus (in de vorm van een moderne Zarathoestra, Nietzsche) de eerste die dit denken weer te boven komt en opstijgt tot het hogere!


"En al mijn trekken en beklimmen van bergen: noodzaak was het slechts en een zich behelpen van een onbeholpene. Enkel vliegen wil heel mijn wil, in jou binnen vliegen!
En wie heb ik ooit meer gehaat dan jagende wolken en al wat jou bevlekt? Zelfs mijn eigen haat haatte ik nog, omdat hij jou bevlekte! De jagende wolken wekken mijn gramschap, deze sluipende roofkatten: ze ontnemen jou en mij wat we gemeen hebben -het ontzaglijke en het onbegrensde Ja- en Amen-zeggen."


Een mens zwoegt en ploetert, maar wat hij werkelijk wil is hoogvliegen. Opstijgen tot aan de hemel boven hem. De mens zucht naar eenwording met de schepping, met het goddelijke. En daarom haat ik alles wat de hemel (=het bestaan) vies maakt, zelfs wanneer ik er soms in een triest ogenblik zelf aan meedoe. Al het gezeur over in zonde geboren worden, duivel, satan, genade aan zielige rotte mensen, toorn van een grillige god enz. ontluisteren het leven. Het leven ten volste leven is leren ja te zeggen tegen alles in het leven, amen te zeggen tegen het leven, dwz het geheel te aanvaarden zoals het is, sterker nog, het te willen zoals het is.


"De jagende wolken: deze half-en-halven, die noch kunnen zegenen, noch geleerd hebben te vloeken uit de bodem van hun hart, wekken onze gramschap op.
Liever nog wil ik onder dichtgetrokken hemel in een ton zitten, liever zonder hemel in de afgrond zitten, dan jou, hemel van licht, met jaagwolken bevlekt te zien!"


Hier komen we op de kern van Nietzsches denken: het leven ten volste leven, het volkomen te aanvaarden, staat in volkomen tegenstelling tot het leven van de doorsnee sleurmens die altijd genoegen neemt met gezapigheid, het vertrouwde wereldje waar alles zo rustig voortschommelt, waar niemand zich vooral ergens druk over maakt, waar alles op zijn plaats staat, niemand zin heeft zich in zijn denken en handelen uit te sloven, nooit dieper wil graven, over elk boek met enige diepgang en lengte klaagt, het leven waar niemand moeite neemt de hemel te bestormen, waar hoogvliegen verboden is, waar alles zo voorzichtig mogelijk gedaan moet worden om de zonde maar te vermijden, waar men niemand toestaat spelbreker van de gezapigheid te zijn, maar middelmatigheid uitroept tot hoogste zaligheid.


"Want liever nog wil ik lawaai en donder en onweersvloeken dan deze omzichtige twijfelende kattenrust; en ook onder de mensen haat ik het diepst alle zachtlopers en half-en-halven en weifelende, talmende jaagwolken.
En wie niet kan zegenen, moet leren vloeken!- deze klare leer viel me toe uit de klare hemel, deze ster staat ook in zwarte nachten nog aan mijn hemel.
Doch ik ben een zegenende en een ja-zegger, als jij me maar omhuift, o reine hemel! Lichtende hemel! Afgrond van licht! In alle afgronden draag ik nog mijn zegenend ja-zeggen.
Een zegenende ben ik geworden en een jazegger. Lange tijd worstelde ik en was ik een worstelaar, opdat ik eens de handen vrij kreeg om te zegenen."


Dit is als uit mijn modern leven gegrepen. Worstelen met het leven deed ik zolang ik christen was, zolang ik in de wereld leefde die anders moest zijn dan ze is, zolang ik iemand was die zich heeft overgegeven aan grillige goden, eeuwige schuld, wetten van in-zonde-leven, hel of hemel verdienen, overal het kwade op de loer zien staan, wanhopig het goede proberen te doen maar altijd te kort schieten, de boze te moeten weerstaan, maar altijd te falen enz. Maar iemand die één wordt met de schepping, iemand die ja-zegger tegen het leven wordt, stijgt op tot een nieuwe vorm van menszijn, hetwelk niets te maken heeft met een negatief schoppen tegen vroegere waarden, het vroegere christenzijn, maar een vrijmaking is van alles wat omlaag drukte, van alles dat opgelegd werd, en een nieuwe kracht geeft tot de grootste idealen die een mens maar in zich kan hebben, een opstijgen tot ongekende hoogten.


"Dit is mijn zegenen: boven elk ding te staan als zijn eigen hemel, als zijn koepeldak, zijn azuren stolp en eeuwige zekerheid."


De mens in zijn geesteswereld dus als het evenbeeld van de hemel boven ons. Dit met ‘eeuwige zekerheid’ te kunnen doen getuigt overigens van een diep geloofsvertrouwen op God.


"Zalig is hij die zo zegent!
Want alle dingen zijn gedoopt in de bron der eeuwigheid en aan gene zijde van goed en kwaad. Goed en kwaad zelf echter zijn slechts tussenstations en vochtige triestigheden en jaagwolken. Voorwaar, een zegening is het en geen laster, wanneer ik leer: ‘Boven alle dingen staat de hemel! De hemel Toeval, de hemel Onschuld, de hemel Onvoorzien, de hemel Overmoed.’
’Ridder Onvoorzien’ dat is ‘s werelds oudste adel, die ik hergaf aan alle dingen, die ik bevrijdde uit hun horigheid aan het doel."


Substitueer voor het woord ‘hemel’ het woordje God. Nietzsches gehele wereldbeeld is slechts het doden van de kleine grillige god van de bijbel, niet de godsdienst. God is zo groot en onvatbaar dat hij Hem niet eens meer bij naam noemt, wij zien het bestaan slechts onvolkomen alsof het allemaal toeval is. Maar hij stijgt met zijn denken uit totdat hij opgaat in God. Op dat punt ervaart de mens dat God in het onvoorziene is, in de toeval, de overmoed, in het overal. Hij ervaart op dat moment volkomen zekerheid, bevrijding van angst, streven, onderhorigheid aan het doel enz. De ware verlossing waar de christen strompelend naar streeft.


"Deze vrijheid en hemelse blijdschap zette ik, als azuren stolp, boven alle dingen, toen ik leerde dat geen ‘eeuwige wil’ boven alle dingen en door alle dingen heen wil. Deze overmoed en zotheid zette ik voor die wil in de plaats, toen ik leerde: In alles is slechts één onmogelijkheid - verstandigheid.
O zeker, een beetje verstand, een zaadje wijsheid, gezaaid van ster tot ster, deze zuurdesem is gemengd in alle dingen: om zotheids wille is wijsheid gemengd in alle dingen.
Een beetje wijsheid is wel mogelijk; maar deze zalige zekerheid heb ik gevonden in alle dingen: dat ze liever nog op de voeten van het toeval - dansen.
O hemel boven mij, o reine hemel! Hoge hemel! Dit nu is jouw reinheid, dat er geen eeuwige verstandsspinnen en verstandsspinnenwebben zijn; dat je een dansvloer bent voor goddelijke toevalligheden, dat je een godenmaaltijd bent voor goddelijke dobbelstenen en dobbelaars!"


Wie zegt dat Nietzsche ongelovig en goddeloos is, maakt dezelfde fout als hij die Rereformed voor ongelovige en goddeloze uitmaakt! Nietzsche en Rereformed leren het leven te aanvaarden alsof het allemaal toeval is: je kunt het leven namelijk niet uitdokteren met je verstand. Dit is de paradox waarin wij leven. Het geloof blijft noodzakelijk, omdat uiteindelijk slechts geloof in de eenvoudige basisbetekenis van ‘diep vertrouwen’ je geluk schenkt. Het geloof dat je de zekerheid verschaft zelf deel uit te maken van een goddelijke dansvloer. Jouw leven en denken is als het steeds gooien van goddelijke dobbelstenen. Aanvaarden van het leven mondt uit in dansen, dwz natuurlijk leven zoals je gemaakt bent, het leven leven zoals het geleefd moet worden, zoals het bedoeld is, waartoe alles behoort. Deze paradox is ontdaan van zijn gemene prikkel, van zijn wanhoop, van zijn verkrampte strijd in de dualistische wereld. Het is de paradox die slechts nodig is om geluk te schenken. Dit inzicht bevrijdt ons tevens van onze naieve verstandsspinnenwebben die we opbouwen om het allemaal ‘uit te leggen’ (zoals goede god versus kwade god enz).


"Maar je bloost? Heb ik iets onuitsprekelijks uitgesproken? Heb ik gelasterd terwijl ik jou wilde zegenen?"


Nietzsches leer is het vergoddelijken van de mens en het leven, de grootste lastering volgens de oude godsdienst: iemand die van de mens en het leven iets moois, geweldigs en groots wil maken is de grootste vijand van de traditionele bijbelse godsdienst, lees het verhaal van de torenbouw van Babel maar weer. Daarom heeft de vroege kerk bijvoorbeeld ook tot bloedens toe gevochten om ‘gnostiek’ en esoterische leringen uit te roeien. Dit is dan ook de grootste reden waarom ik verder moet gaan dan de Finse Gelovige. Modern denken kán niet samengaan met christendom.


"Gebied je mij te gaan en te zwijgen omdat de dag aanbreekt? De wereld is diep, dieper dan de dag zich ooit gedacht heeft. Niet alles mag ten overstaan van de dag worden verwoord."


Je bent misschien in vervoering geraakt door mijn visie, maar je vraagt je af hoe je hier nu mee omgaat in het dagelijks leven. Wat je moet inzien is dat de diepste inzichten in het leven niet in twee drie zinnen kunnen worden uitgelegd. Wees er dus zuinig op, strooi deze inzichten niet te hooi en te gras voor de voeten van mensen; ze zullen het niet begrijpen, en als ze denken het te begrijpen, dan zal het in de regel een verkrachting zijn van je inzichten.


Nietzsche moet je lezen als het tegengif wanneer je in je leven doordrenkt bent geweest van de christelijke godsdienst. Daarom spreekt het mij op een bijzondere manier aan. Ik kan me voorstellen dat voor iemand zonder godsdienstige achtergrond of aspiraties Nietzsche hol of vreemd of arrogant en agressief klinkt. Nietzsche leefde als eenling in een wereld vol christelijke moraal en denktranten. Tegenwoordig zou hij weer anders moeten spreken, omdat de ‘miezerigheid van het mensdom’ tegenwoordig ook volop in atheïstische verpakking rondloopt. Nietzsche is de kunstenaar van de allermooiste gezichten, gezichten voor de toekomst van de mensheid (‘de zonovergoten namiddag van de mensheid’) en de prachtige landschappen die je in je eigen persoonlijke leven gezicht kan geven. Zijn filosofie werkt als goddelijke inspiratie, en lijkt daarom op godsdienst; het is eraan verwant:


Van de kleinmakende deugd:

Toen Zarathoestra weer op het vasteland was, stormde hij niet regelrecht op zijn gebergte en zijn grot af, maar maakte vele omwegen, velerlei vragen stellend en velerlei uitvorsend, zodat hij van zichzelf schertsend zei: ‘Zie aan, een stroom die in vele kronkelingen terugvloeit naar de bron!’


Dit is zijn verborgen religiositeit: dit leven in de tweeheid is een voortdurende reis op weg naar de bron, God.


Hij wilde te weten komen wat er in de tussentijd geschied was met de mens: of de mens groter of kleiner was geworden. En eens zag hij een rij nieuwe huizen; en hij verwonderde zich erover en zei: Wat hebben deze huizen nu om het lijf? Voorwaar geen verheven ziel zette ze neer, zichzelf tot gelijkenis!
Haalde een onnozel kind ze wellicht uit zijn speeldoos? Stopte een ander kind ze toch in zijn doos terug!
En deze hokjes en kamertjes: kunnen mannen daar in en uit? Ze lijken me meer gemaakt voor zijden poppen.
Tenslotte zei hij bedroefd: alles is kleiner geworden!
Overal zie ik lagere deuren: wie van mijn aard is, gaat er nog doorheen, maar moet wel flink bukken. O wanneer kom ik weer in mijn land van herkomst?


Ofwel, wanneer kan ik het leven met andere mensen leven zoals het bedoeld is: om er iets groots, goddelijks, van te maken, waar ik niet meer bukken hoef voor hen die klein zijn.


En Zarathoestra zuchtte en staarde in de verte (=de verre toekomst). Diezelfde dag hield hij zijn rede over de kleinmakende deugd (=de praktijk van het christendom).


Ik ga onder dit volk en houd mijn ogen open: ze vergeven mij niet dat ik niet afgunstig ben op hun deugden. Ze happen naar mij omdat ik zeg: voor kleine luiden zijn kleine deugden nodig - en omdat het er bij mij moeilijk in wil dat kleine luiden nodig zijn. Ik ben als een haan op andermans erf, naar wie ook de kippen pikken; maar ik neem het ze niet kwalijk. Ik doe beleefd tegen hen, als tegen alle kleine ergernis. Stekelig te zijn tegen wat klein is, schijnt me een wijsheid toe voor egels. (=ik ben aristocratisch, mondig, geëmancipeerd denker).
Ze spreken allen over mij wanneer ze ‘s avonds om het vuur zitten, -ze spreken over mij, maar niemand denkt aan mij. Dit is de nieuwe stilte die ik leerde: hun kabaal om mij spreidt een mantel over mijn gedachten uit. Ze (=de christenen) maken onderling kabaal: ‘Wat wil deze sombere wolk van ons? Laat ons toezien dat ze ons geen plaag brengt’ (=mensen begrijpen Nietzsche volkomen verkeerd, ze denken dat hij hen slechts alles wil ontnemen en hijzelf een nihilist is, met lege handen staat).
En onlangs drukte een vrouw haar kind tegen zich aan, dat naar mij toe wilde gaan: ‘Haalt de kinderen weg!’ riep zij. ‘Zulke ogen verzengen kinderzielen!’ (= de manier waarop vrome mensen tot op de dag van vandaag reageren: Nietzsche, net zoals dit boek Volwassen Geloof, is zelfs te zondig om je erin te verdiepen, lees het vooral niet!).
Ze hoesten wanneer ik spreek: ze menen dat hoesten een argument is tegen sterke winden. (hoesten = vooral niet luisteren; ook niet aankomen met een krachtige tegenwind, maar het slechts overstemmen met lawaai). Ze raden niets van het ruisen van mijn geluk (doen mensen nog steeds niet wanneer ze aan Nietzsche denken; veel mensen hebben Nietzsche nog steeds niet begrepen).
’We hebben nog geen tijd voor Zarathoestra’ -zo werpen zij tegen; maar wat doet een tijd ertoe voor iemand die geen tijd heeft voor Zarathoestra? (=zulke mensen zullen het nooit begrijpen).
En zo ze me zelfs roemen: hoe zou ik goed kunnen inslapen op hun roemen? Een doornen gordel is mij hun lof: hij kriebelt nog wanneer ik hem afleg (=een steek tegen mensen die Nietzsche-fan zeggen te zijn, maar doorleven in hetzelfde sleur- en middelmatigheiddenken van de overgeërfde wereld, mensen die zijn filosofie niet in de praktijk kunnen brengen in hun machteloze leven).
Ik ga onder dit volk en houd de ogen open: ze zijn kleiner geworden en worden alsmaar kleiner -en dat komt door hun leer van geluk en deugd (=het christendom).


Zie waar hun godsdienst op uitloopt:


Ze zijn immers ook in de deugd bescheiden -want ze wensen welbehagen.


De kern van traditioneel geloof: innerlijke behoefte aan welbehagen.


Doch bij welbehagen past enkel de bescheiden deugd.

Wel leren zij op hun manier te stappen en vooruit te stappen: dat noem ik hun strompelen. Daarmee geven ze aanstoot aan ieder die haast heeft.
En menigeen van hen loopt vooruit en kijkt tegelijk achterom, met stijve nek: hem loop ik graag tegen het lijf. Voet en ogen mogen niet liegen, noch elkander logenstraffen. Doch er is veel leugenachtigheid bij de kleine luiden.
Sommigen van hen willen, doch de meesten worden enkel gewild (=zijn slaven). Sommigen van hen zijn echt, doch de meesten zijn enkel toneelspelers.
Er zijn toneelspelers onder hen die het niet weten, en toneelspelers die het niet willen. De echten zijn altijd zeldzaam, vooral de echte toneelspelers.
En deze huichelarij bevond ik onder hen het ergst: dat ook zij die bevelen, de deugden huichelen van hen die dienen.
Ik dien, jij dient, wij dienen’ -zo bidt hier ook de huichelarij van hen die heersen.
Ach ook in hun huichelarij vloog de nieuwsgierigheid van mijn oog zich wellicht zoek. Goed heb ik al hun vliegengeluk geraden en al hun zoemen om zonovergoten vensterruiten.
Zo veel goedheid, zo veel zwakheid zie ik. Zo veel gerechtigheid en mededogen, zo veel zwakheid.
Rond, rechtschapen en goedig zijn ze met elkander, zoals zandkorrels rond, rechtschapen en goedig zijn. Bescheiden een klein geluk omarmen -dat noemen zij ‘overgave’! En tegelijk scheelogen ze bescheiden reeds naar een klein nieuw geluk.
Ze willen in hun onnozelheid eigenlijk één ding het liefst: dat niemand hen pijn doet. Dus zijn ze tegen eenieder voorkomend en doen hem wel.
Maar dit is lafheid, ook al heet het deugd. Deugd is voor hen wat bescheiden maakt en tam, daarmee hebben zij van de wolf een hond gemaakt en van de mens zelf ‘s mensen beste huisdier.


Ik ga onder dit volk en laat menig woord vallen: maar zij weten te nemen noch te behouden.
Het verwondert hen dat ik niet ben gekomen om lusten en ondeugden te lasteren. En voorwaar, ik ben ook niet gekomen om te waarschuwen voor zakkenrollers (=laat je niet weer beduvelen door te denken dat ik het hier slechts heb om uitwassen van het geloof. Ik meen met mijn kritiek op het christendom het de doodsteek te geven). Het verwondert hen dat ik niet bereid ben hun schranderheid nog snediger en spitser te maken: alsof zij nog niet genoeg spitsvondigheid hebben wier stemmen als griffels op mij krassen! (=ze verwonderen zich erover dat ik mijn inzichten niet gebruik om hun godsdienst op te krikken tot nog grotere hoogten). En roep ik: ‘Vervloekt al de duivels die in jullie zijn, die gaarne zouden kermen en de handen vouwen en bidden’, dan roepen zij: ‘Zarathoestra is goddeloos!’. En vooral roepen zulks hun leraren van overgave (=de evangelische, piëtistische predikers die de mens in alles uitroepen tot een hoopje ellende en altijd weer oproepen tot ‘onvoorwaardelijke overgave’ aan God en zo ons eigen leven uitdoven). Doch juist hen schreeuw ik gaarne in het oor: ‘Ja, ik ben Zarathoestra, de goddeloze!’ (maar in werkelijkheid ben ik helemaal niet goddeloos; in feite zijn jullie dat met jullie negatieve denkbeelden) Deze leraren van overgave! Waar het maar klein en ziek en schurftig is, daar kruipen ze heen, als luizen. Welaan! Dit is mijn preek voor hun oren: ik ben Zarathoestra, de goddeloze die spreekt: ‘Wie is goddelozer dan ik, dat ik me kan verheugen in zijn onderricht?’ Ik ben Zarathoestra, de goddeloze, waar kan ik mijns gelijke vinden? En al diegenen zijn mijns gelijken, die zichzelf hun wil geven en alle overgave afleggen. Ik ben Zarathoestra, de goddeloze: ik kook elk toeval nog in mijn pan. En pas wanneer het gaar is gekookt, heet ik het welkom, als mijn spijs. (Van deze zin geniet Rereformed het meest) En voorwaar, menig toeval kwam bazig tot mij: maar baziger sprak tot het toeval nog mijn wil, -en reeds lag het smekend op zijn kniën. Maar wat praat ik waar niemand mijn oren heeft! En dus zal ik het roepen naar alle windstreken: Jullie worden steeds kleiner, o kleine luiden! Jullie brokkelen af, o comfortzoekers! Jullie zullen nog eens ten gronde gaan aan jullie vele deugdjes, aan jullie vele verzuimpjes, aan jullie vele overgaafjes! Te veel sparend, te veel toegevend: zo is jullie aardrijk! Opdat de boom echter groot wordt, daartoe wil hij om harde rotsen harde wortels slaan! Ook wat jullie verzuimen, weeft aan het weefsel van alle mensen-toekomst. Ook jullie niets is een spinnenweb en een spin die leeft van het bloed van de toekomst.

‘Het loopt wel los’ -dat is ook een leer van overgave. Doch ik zeg jullie, o behaaglijken: het loopt tegen en zal al meer en meer jullie tegenlopen! Ach, dat jullie al het halve willen toch aflegden en vastbesloten waren tot traagheid zowel als daad.
Ach dat jullie mijn woord toch begrepen: ‘Doet voor mijn part wat jullie wilt, -doch weest eerst mensen die in staat zijn te willen! Hebt voor mijn part jullie naasten lief gelijk jezelve -doch weest eerst mensen die zichzelf liefhebben’! Maar wat praat ik, waar niemand mijn oren heeft. Het is nog een uur te vroeg voor mij. Mijn eigen voorloper ben ik onder dit volk, mijn eigen ochtendkraaien door donkere stegen. Doch hun uur komt. En ook het mijne komt! Met het uur worden ze kleiner, armetieriger, onvruchtbaarder. Armetierig kruid, armetierig aardrijk!


En dan richt Nietzsche zich persoonlijk tot mij, modern mens, 120 jaar later, voorspelt hij het levensverhaal van de schrijver van dit boek:


En spoedig zullen ze erbij staan als dor gras en steppe, en voorwaar! zichzelf beu -en méér nog dan naar water smachtend naar vuur! Lopende vuren zal ik eens nog van hen maken en verkondigers met vlammende tong: -verkondigen zullen zij eens nog met vlammende tong: hij komt, hij is nabij, de grote middag!



Groeien en bewustwording

De Nachtmerrie van de Christen is omvangrijk, Nietzsche kan je jarenlang stof tot nadenken geven. De dwaalleringen van het vrijzinnige christelijke geloof zijn slechts een zijtakje in het geheel. Meer ruimte dan die er in dit boek aan gegeven is, is dit denken niet waard, zoals ook Nietzsche de moderne christelijke theologie behandelde met slechts één kleine verhandeling (Oneigentijdse Beschouwingen no 1). Via vele andere aspecten van de nachtmerrie die behandeld moesten worden komen we in dit hoofdstuk langzamerhand uit op het slot, oftewel de vraag ‘wat dan?’

In het kort: alle boekgodsdiensten die de wereld heeft voortgebracht zijn in volkomen strijd met het basisgegeven van ons moderne menszijn: de menselijke rede, het mondig voor jezelf denken. Dát is de ultieme doodsteek voor elk godsdienstsysteem. Boekgodsdienst is onderwerping aan het verleden. Hoe losjes je dat ook doet, hoe gezond je het ook denkt te kunnen doen, het is niet in overeenstemming te brengen met de natuurlijke behoefte van de moderne mens: als een vrije vogel hoog te vliegen over de landschappen die jezelf kiest, die steeds veranderen naar gelang onze wetenschappelijke inzichten groter worden. Traditionele godsdiensten zijn voor de moderne mens een blok aan het been. Dat is het voor vrijzinnige christenen ook, maar ze schijnen het veelal niet te willen toegeven. All-Bright liet me eens weten: ‘Ik voel me niet zo thuis bij de ismen, uiteraard wel in een bepaalde traditie.’ Het grappige is dat hij juist die traditie helemaal niet eert, maar op alle mogelijke manieren ermee in strijd is, maar het niet wil toegeven. En het denken dat hij zelf aanhangt heeft helemaal geen traditie, het is in de afgelopen anderhalve eeuw uitgevonden door de moderne mens die last had van de christelijke traditie, maar om de een of andere reden niet van het christendom af kan komen. Vrijzinnige christenen zijn niet eerlijk genoeg en willen deze kanttekening niet erkennen.

Vrijzinnige christenen zijn een schakel in de rij, want het merendeel van de christenheid is hun kant opgegaan. Het is een schakel die een stap verder is dan de vroegere orthodoxvrome Johan. Maar Rereformeds ogen zijn opengegaan, hij wil zijn tijd niet meer verdoen met in een moeras van aangepast christendom te stappen. Hij heeft nu haast en slaat die fase mooi over. Ik stap meteen naar de schakel van het menszijn van de toekomst, de wereld waarin mijn kleinkinderen zullen leven.
Om de een of andere reden is die traditie voor veel mensen iets heiligs, en ontgaat het hen dat mensen die niet veel om traditie geven de traditie wel degelijk ook eren, maar er in het geheel geen punt van maken. Zoiets als ‘dat is vanzelfsprekend, voor zover het verleden me iets moois biedt’. Zo mag ik nog zo opnieuw gevormd zijn, ik draag mooi en natuurlijk van alles moois uit de traditie met me mee. Maar ik merk het nauwelijks, ik hoef er niet voortdurend op te staren en hoef me niet bezig te houden met het oppoetsen ervan; traditie is slechts een hulpmiddel, een stukje gereedschap. Onze blik moet op de toekomst gericht zijn; dát is het gezonde moderne leven.


Dodelijke Zelfkritiek:

Na het lezen van dit boek in zijn geheel krijgt Dodelijke Zelfkritiek een steeds helderder beeld van de gevoelens van deze schrijver, die hem uiteindelijk nopen te reppen van een ‘christelijke nachtmerrie’. Ik bespeur zowaar enig gevoel van onbehagen, Rereformed herhaaldelijk als een trauma-theoloog te hebben geïnterpreteerd; maar ik zie nu dat daar uiteindelijk geen reden toe is. Maar deze uitdrukking legde wel zo kernachtig mogelijk de vinger op een zere plek die de lezers toch ook moesten zien.
Steeds weer zag Rereformed zich in zijn leven als gelovige geconfronteerd met een ombarmhartige kerkelijke houding van zelfgenoegzaamheid en kilhartigheid, met een (christelijk) geloof dat een zielsverschroeiende uitwerking tot gevolg had.

Daarbij ook de hypocrisie en dubbelhartigheid van veel individuele christenen opgeteld; een typische slag gelovigen dus, die eigengerechtig zijn, en zich nauwelijks iets laten gezeggen en een chronisch gebrek vertonen, zich op een meer intensieve wijze toe te leggen op de geestelijke aspecten van het geloof; hun overdreven onderhevigheid voor zogenaamde heilsfeiten, hun overgevoeligheid voor de goddelijke voorbestemming; hun volstrekte ondankbaarheid voor al het aardse; hun overmatige bezorgdheid over de verkeerde dingen; hun opdringerigheid in het gesprek, dat zij als enig middelpunt al gauw wensen te beheersen en naar hun hand wensen te zetten, met een onstuitbare begerigheid voor het hiernamaals en de volmaakte hemelse zaligheid; hun ongezonde aversie ten aanzien van sex en sexualiteit, en de obsessieve nadruk die ze daar vervolgens op leggen; hun geringe vermogen tot zelfloutering, omdat ze doorgaans snel ontmoedigd raken; hun geestelijk onvermogen waar het de vervulling van de leer betreft, maakt hen onbekwaam, zelfs ongelukkig - om zonder zalvende tussenkomst van een of andere heilige - onvoorwaardelijk op God te vertrouwen - daartoe moeten de gelovigen steeds weer middels een prediking van parabelen en verhalen tot een onherroepelijk gehoorzamen aan God worden gemend en aangespoord...

Zulke christen betonen zich doorgaans erg met zichzelf ingenomen, en zijn al gauw geneigd te overdrijven om aldus (met hun geloof) indruk te willen maken; hun kritiek jegens medegelovigen is vaak van azijn doordrenkt; ze zwemen en pochen maar al te graag met hun christelijke voorzienigheid, en diens ‘goddelijke’ bescherming tegen al het kwaad; ze houden zich vaker ledig met vervloekende, bestraffende en belasterende taal, dan dat zij zich vullen en laven aan zegenen en uitdelen; en tot slot zijn ze overgevoelig voor naijver, theologische twistzucht en jaloezie...

Rereformed heeft zich na een lange innerlijke strijd -waarvoor Dodelijke Zelfkritiek hem steeds meer begint te bewonderen- voorwaar uit deze gordiaanse knoop van de christelijk moraal en zijn praktijk van een benepen zedenleer weten te bevrijden - al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen, dat hij nog wel degelijk sporen van deze christelijke indoctrinatieleer bij Rereformed gewaarwordt - maar hij ziet ook tevens dat hij daar uit alle macht tegen strijdt - opdat hij steeds beter in staat is zichzelf en anderen in het ‘gezonde’ onderwijs te bemoedigen, en zich geestelijk te wapenen tegen degenen die daar hun stem tegen verheffen...

Dodelijke Zelfkritiek merkt -overigens zonder enig verwijt- op, dat Rereformeds woorden en de boodschap die hij daarmee verkondigt niet zozeer op filosofische beschouwingen zijn gestoeld, maar hoofdzakelijk op de kracht en strekking van Gods eigen Woorden teruggrijpen - dat kan de verwarring bij sommigen verklaren; hoe iemand die zo hartstochtelijk ten strijde trekt tegen het christelijk geloof, ogenschijnlijk nog een innige band met diezelfde God onderhoudt!

Om in de woorden van Paulus te spreken: heeft Rereformed door de gaven die hem door God zijn gegeven, de instrumenten in handen (gekregen) om als een vakbekwame aannemer het fundament van een betere wereld te leggen?


Rereformed:

Hou op en wees alweer stil Dodelijke Zelfkritiek! Verre van mij om de christenen zo te beschuldigen zoals jij nu doet en zoiets belabberds als 2 Petrus 2 weer eens opnieuw te schrijven, maar nu met als doelwit de christenen. Wij mensen zijn allemaal hetzelfde, of we nu gelovig zijn of niet. Op alles en iedereen is vanalles aan te merken, maar ik wil daar niet aan meedoen. Dezelfde kritiek die je geeft zou je trouwens naar het adres van vele niet-christenen kunnen versturen.

Ik wil niet trappen tegen christenen. Ik lijd slechts onder hun leringen. Ik moet me eruit bevrijden voor zover het schadelijk is, voor zover het ons mensheid belet op te stijgen en te vliegen. En ik blijf meedragen dat wat ik niet kwijt kan raken, uiteindelijk omdat ik dat niet kwijt wil raken.

Ik kom niet met de ontwarring van de gordiaanse knoop. Ik weet dat het leven een altoos voortdurend proces is, ons altijd met knopen bezig doet houden. Ik hoef niet méér te ontwarren dan mijn eigen knoop. En ook dat mag ik met een schouderophaal van ‘ik ben maar een mens’ lekker voor een deel in de knoop laten zitten.

Ook ben ik niet gediend van je vleierige toon waarmee je eindigt. Iedereen is een vakbekwame aannemer om de wereld waarin hij leeft op te kunnen bouwen.


Simpele Ziel:

-Ah. Ik wil nu wel eens heel concreet vragen naar hoe jij deze wereld denkt op te bouwen. Om hiermee maar te beginnen: hoe ziet jouw moderne God eruit? Is hij/zij een Entiteit die bestaat buiten de mens? Is het een onpersoonlijke ‘Kosmische Energie’? Is het een Concept, een Idee, dat alleen kan bestaan in gedachten van mensen? Een soort van Überpsychologie. Je kunt het nooit uitleggen, Rereformed. Je blijft maar teleurstellend.

Afhankelijk hiervan zou ook nog steeds het standaard rijtje levensvragen beantwoord moeten worden... Een levensvisie die het Christendom, of wellicht andere religies zou vervangen, zou toch minstens de vragen moeten beantwoorden die een religie zegt te beantwoorden? Waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe, waarom? etc etc. Of staat het zelfs boven deze vragen? Zijn deze vragen niet meer relevant?


Rereformed:

-Hoe ziet mijn God eruit? Snap je niet dat jouw vraag een vraag uit de steentijd is en mijn antwoord het antwoord van de verre toekomst? Het loopt inderdaad uit op 'Überpsychologie'. Het is zelfs logisch: Wanneer je de God van de bijbel wegdoet uit je leven, omdat hij een God is die men verkleind heeft tot het niveau van mens, hoe zou men op weer een God kunnen uitkomen die in menselijke bewoordingen te vatten is? Jou zo'n antwoord te geven zou teleurstellend zijn!

Niks uit standaard levensvragen weer een kant en klaar antwoord zien te wringen. Uiteindelijk blijft een mens met diep ‘geloof’, ‘vertrouwen’. De vragen zijn wel relevant, maar het antwoord is slechts ‘vertrouwen’, ‘hoop’, ‘moed om te geloven dat het uiteindelijk is zoals je intuïtief weet (dwz door de grootsheid van het bestaan onderwezen wordt) dat het is’, niet een kant en klaar pakket. Juist de kant-en-klare pakketten die ons voorgeschoteld zijn zijn juist daarom teleurstellend.


Simpele Ziel:

-Hmm, nouja, deze nieuwe God zou niet compleet te (be)vatten zijn in menselijke bewoordingen; dat was de oude ook niet. Dat neemt niet weg dat je over ‘hem’ zou kunnen spreken, of dat hij zich deels zou kunnen laten kennen, zich openbaren, wanneer hij daar zin in zou hebben. Zo logisch vind ik je conclusie dus niet.

Mijn vraag was eigenlijk, is deze God iets of iemand buiten de mens, of is hij een product van de menselijke geest, die een bepaald denkniveau bereikt. Dat laatste dus, volgens jou, als ik het goed begrijp.

In dat geval is er geen Schepper, is een mens een geëvolueerd dier, heeft hij geen eeuwige ziel, is er geen reïncarnatie, is het afgelopen na je pakweg 80 jaar op aarde. Dat soort conclusies moet je dan trekken, lijkt me.


Zoiets vaags zal trouwens nooit kunnen concureren met de (schijn)zekerheid die de boekreligies bieden.


Rereformed:

-1) 'Hij is niet te bevatten, dat was de oude God ook niet'. Het punt van verschil is dat de oude God juist veel te veel te bevatten is! Hij is te veel mens, te weinig God. Juist dáárom verliest Hij zijn geloofwaardigheid en gaat Hij dood. Zo de ‘nieuwe’ God al een creatie van de mens is, dan is Hij toch wel een God die zo groot is dat we zo ongeveer wél kunnen ophouden met over Hem te spreken. Begrijp je welk een wereld van verschil? Begrijp je hoeveel beter het nieuwe inzicht is?


-2) Wij kunnen slechts over God spreken zoals Hij zich in ons mensen openbaart, dus via ons denken. Hij openbaart zich in ons denken. Niet in de vorm van de overgeleverde ‘openbaringen’ aan geselecteerde mensen, als ‘handelen’ buiten de natuurwetten om, visioenen, rokende bergen, vuur uit de hemel, geloofshelden die tegen een verlamde zeggen sta op en wandel enz. De traditionele ‘openbaring’ van God verkleint Hem ook in dit denken tot een onbenulligheid. Hiermee bedoel ik dit: traditionele godsdienst biedt één glaasje water aan voor degene met wie hij medelijden heeft (Hagar) of om de een of andere reden tot zijn favorieten behoort (Simson), en de rest laat Hij aan hun lot over of doodgaan in de woestijn of in Auschwitz. Of ook dit: een historische gebeurtenis waar in geloofd moet worden en waarvoor je deur tot deur evangelisatie moet doen, en indien je niet in het verhaal wil geloven ga je een hel in. Deze vorm van godsdienst is het vermoorden van God. Ware godsdienst is geopenbaard door de grootse schepping en kennis van God wordt onderwezen door de wetenschap.


-3) God is het produkt van de menselijke geest, maar wellicht ook een objectieve Entiteit. Waarom kan het niet allebei? ‘Het produkt van de menselijke geest’ is natuurlijk een afbeelding, een uitdrukking, een stempel, een voetspoor van God. Daarom verandert het ook steeds, naarmate de mens opgroeit, moet het zelfs veranderen om aan God eer te doen. De uiteindelijke Entiteit waar het om gaat is voor de mens echter nooit te bevatten, zoals een bacterie in jouw buik niets kan begrijpen over de entiteit 'Mens'. We kunnen God geeneens ‘wezen’ (persoon) noemen, omdat we met 'wezen' ahw een bacterie bedoelen. God is geen wezen in de betekenis die wij kennen. God kan niet worden opgemerkt als verschijning of als ingrijpen in deze wereld, alsof Hij buiten de schepping staat. Vanouds heeft men geleerd dat de mens naar het gelijkenis van God geschapen is. Wanneer de mens in zijn lange geschiedenis begint op te merken dat hij niet meer dezelfde is als de antieke mens, dan kan het niet anders of ook God verandert (in werkelijkheid dus ons zicht op God). God is niet een supervergroting van slechts onszelf, maar van alles in het universum. Voor ons moderne mensen staat God in de praktijk van ons leven niet meer als een entiteit buiten de schepping, maar is Hij in alles en in allen. Alles in de schepping is God. De eenheid van alles en allen in God te beseffen is het begin van godsdienst en de meest verhevene godsdienst. Zij brengt je tot in het oneindige. Deze eenheid strekt zich namelijk niet alleen uit over alle materie en processen op hetzelfde moment (op zichzelf al een ons begrip te boven gaande gedachte), maar ook naar de eeuwigheid terug en vooruit. Maar dit inzicht brengt je ook tot de hoogste traptrede in ons menselijk handelen. God is het bestaan. Dus alle processen, alle mensen om je heen, al wat leeft en niet leeft, is heilig, ben je zelf. En omdat wij mensen ons onderscheiden door rationeel te zijn, spoort ons inzicht altijd aan tot het bereiken van het hoogste, de limiet van ons denken en kunnen.


-4) Wat je conclusies betreft zou je voorzichtig moeten zijn. Aangezien de moderne God alleen maar groter wordt, zie ik niet in waarom hij ons slechts een klein leven gegeven zou hebben, dwz waarom elk moment van de geschiedenis op zich staat, apart van elk ander moment. Integendeel, de wetenschap heeft ons bijvoorbeeld geleerd dat zelfs een mier een ongelofelijk wonder is, te vergelijken met een mens. Zelfs een mier is in de nieuwe godsdienst eeuwig en heilig, iets waar men in de traditionele godsdienst geen oog voor had. Zo is het bewustzijn van de mens een onderdeel van het bewustzijn van God zelf, en ieder moment van wat wij tijd noemen (of een verschijning in de tijd die we persoon noemen) dus eeuwig. Met dit denken kun je vele kanten op, je kunt bijvoorbeeld ook tot de conclusie komen dat onze individualiteit (in de traditionele terminologie onze 'ziel') wellicht slechts een illusie is. Ik zie dan ook niet in waarom je over een hiernamaals zou moeten speculeren. Wat schiet je op met het speculeren over dit soort zaken? Zelfs als orthodox christen heb ik er nooit over gedacht. Zelfs toen kon ik er al niets mee. Waar je niets van kunt weten heeft het ook geen zin om je in uitdrukkelijke geloofsleerstellingen over uit te spreken. Ten hoogste zou je het kunnen doen als onderdeel van onze fantasie om er (levens)kunst van te maken. Maar het allerbelachelijks en allerbeledigends voor God wat je in je leven kan doen is huis aan huis evangelisatie om de 'unieke weg tot eeuwig behoud' aan te bieden aan anderen. Fantasieën zoals hemel en reïncarnatie zou je natuurlijk kunnen gebruiken om het voor jezelf duidelijk te maken hoezeer je verbonden bent met en verantwoordelijk bent voor de verre toekomst. Wie weet heb je deze fantasieën nodig omdat het anders niet goed tot je doordringt en het moeilijker is om je leven zo te leven dat het de grootste eerbied voor het leven laat zien. Maar laat het voor ons mensen duidelijk zijn dat we met onze fantasie bezig zijn en het hier niet gaat om duidingen van de realiteit (zoals dit in de traditionele godsdiensten wordt gesteld). Modern geloof zit dus helemaal niet in de maag met vragen zoals traditioneel geloof die stelt en komt ook niet met antwoorden die nep-antwoorden zijn; ze dient slechts dit godgegeven leven, is slechts een stil vertrouwen en een altijd op reis zijn naar het diepere inzicht. Dit doet de mens via het ontwikkelen van de wetenschap en met gebruik making van al zijn rationaliteit die de mens maar in zich kan vinden.


Je laatste conclusie is volkomen onwaar. Juist omdat de nieuwe godsdienst vaag is, of beter gezegd 'allesomvattend' is, wint ze het van de traditionele boekgodsdiensten. Die gaan allemaal dood omdat hun antwoorden en vragen geleidelijk aan in een grap veranderen, of volslagen onbegrijpelijk worden, geen relevantie meer hebben voor de mens van vandaag. De oude godsdiensten splitsen de mensheid slechts op in tegenpolen, scheiden God en mens slechts van elkaar af, laten ons in eeuwige angstvisioenen leven, dan weer Gods toorn, dan weer de verleiding van de satan, dan weer de macht van het zondige ego. Bovendien hebben deze traditionele godsdiensten geen enkel oog voor het opbouwen van deze wereld, de wereld die in deze eeuw ten gronde gaat indien wij mensheid niet op radikale manier ingrijpen. Christendom doet niets anders dan maar wachten op dit einde om triomfantelijk gelijk te kunnen hebben. Zij is niet begaan met het uitsterven van dier- en plantsoorten, zij roept niet op tot eenheid en eendracht van het gehele menselijke ras en tot gebruik making van de menselijke kracht om de aarde te behouden. Zij is begaan met slechts één ding: hun godsdienst is de unieke waarheid en daar moet men iedereen van overtuigen.


Je zit nog steeds met het gevoel van ‘vaag’, alsof je niets in je handen hebt gekregen. Het tegendeel is waar. Je krijgt juist alles. Voor het eerst krijgt de mensheid zicht op God en de zin van het bestaan. Denk na over het volgende:


-God is de kosmische ervaring van de grootsheid van de schepping.

-God is alles.

-God is het leven.

-God is de ander.

-God is jezelf.

-God is je verantwoordelijkheid voor het in stand houden van de schepping.

-God is je onderwerping aan het dienen van het Grote Geheel.

-God is een eeuwig proces.

-God is ons hoogste menszijn dat steeds hogerop wil klimmen, steeds dieper wil begrijpen.

-God is ons diepste verlangen, ons diepste bewustzijn.

-God is


Simpele Ziel:

-Wie ben jij toch Rereformed?


Rereformed:

-Ik ben jij die dit leest. Ik ben de mens van de 21ste eeuw. Ik vertel aan het begin van deze nieuwe eeuw aan een ieder welk gezicht deze eeuw zal laten zien. Ik ben de denkbeelden die er over 100 jaar zullen zijn.


De traditionele godsdiensten zullen volkomen instorten vanwege hun eigen extremiteit, naïviteit en onmacht zich aan te passen aan het moderne leven.


De 'aangepaste' kerken zullen nadat ze de afgelopen decennia al leeggelopen zijn nóg leger lopen vanwege een oneerlijk omgaan met de oude boodschap en de daaropvolgende ongeloofwaardigheid. De meest behoudende en fundamentalistische kerken zullen uitsterven omdat ze geen boodschap voor de moderne mens meer hebben die serieus genomen kan worden. En de charismatische christenen zullen gelijk staan aan de mensen die zich aan middeleeuws bijgeloof hebben overgegeven en nooit volwassen wensen te worden.


Alleen op modern denken zal men nog kunnen bouwen. Alleen modern rationeel denken kan onze wereld redden.


Alle oude boekgodsdiensten zullen in deze nieuwe eeuw wegsterven of voort blijven leven als -meer of minder onschuldig- gebeuzel en spannend vermaak of sentimentele troost, zoals astrologie, ufo-geloof, Lourdes-genezingen, kaarsenbranden voor heilige beelden en geesten oproepen.


Het moderne denken zal globaal zijn en wetenschappelijk.


Zij zal veel filosofische gedachten uit het Boeddhisme overnemen -omdat die het minst door antieke voorstellingen geplaagd worden en streven naar een steeds groter maken van God (totdat Hij zelfs verdwijnt)- en ook veel westerse humanistische gedachten, die op hun beurt weer uit het christelijk geloof gedestilleerd zijn.


De nieuwe godsdienstbeleving zal niet gauw een naam krijgen die de lading dekt, omdat de lading op allerlei manieren ingekleurd kan worden en ook omdat de godsdienst van nu af aan voornamelijk individueel beleefd zal worden en wij gedwongen worden steeds stiller over God te zijn. Bepaalde trekken van de oude godsdiensten zullen we algemeen mee blijven nemen. Maar vele andere denkbeelden –zoals een pratende God, of een God die af en toe via bidden moet ingrijpen om iets voor ons te doen- zullen volkomen verdwijnen.


Mogelijkerwijs zullen bepaalde christelijke kerken zich volledig aanpassen op nieuw denken en zich nieuwe namen geven. Het christendom zoals het eeuwenlang geleerd is zal ophouden te bestaan om op te gaan in een algemene religiositeit. Geloven in groepsverband volgens voorgeschreven stramien zal echter steeds minder mogelijk worden, omdat we in een individualistische wereld leven, in de wereld van de mondige mens, de mens die er niet voor terugdeinst en er ook niet bovenmatig onder lijdt eenling te zijn in zijn opinies.


Godsdienstig denken zal natuurlijk ook in de nieuwe eeuw een plaats hebben, maar de invloed van godsdienstig denken op de maatschappij zal onderhuids geschieden. Op het dagelijkse leven zal de godsdienst nauwelijks meer invloed uitoefenen. Steeds meer dingen worden als details gezien. Godsdienstig denken van de toekomst is niet een aanhangen van leerstellingen, geloven in bepaalde gebeurtenissen en voortdurende opvoering van bepaalde rituelen, maar een diep bewustzijn van de heiligheid van het gehele leven, een intuïtief (in ons diepste bewustzijn geworteld) hoog ethisch handelen in de wetenschap van de eenheid van het alles, het eerbiedigen van de natuur om ons heen, het zoeken naar je hoogste menszijn.


De godsdienst van de toekomst werkt als onderstroom, als verborgen diepste beweegreden voor iemands handelen en denken, als een soort overkoepelende grootheid, veel te groot om het in details uit te spellen.


De godsdienst van de 21ste eeuw zal zo weinig mogelijk metafysica bevatten, zo weinig mogelijk geloofsstellingen, zo weinig mogelijk geconcentreerd zijn op een macht buiten onszelf, buiten de schepping, zo weinig mogelijk respect hebben voor autoriteiten buiten onszelf, en zo weinig mogelijk ervaren worden in groepsverband dat zichzelf afscheidt van de rest van de mensheid.


Daarvoor in de plaats komt godsdienst als gereedschapskist om het leven te aanvaarden, om ja te leren zeggen tegen het leven, om onszelf te leren kennen, om grenzen te zien aan onze grenzeloze vrijheid, om op te klimmen naar onze hoogste potentie, om onze roeping tot hoogste menszijn te ervaren.


Eerst moet je op het punt komen de consequenties te durven trekken uit het moderne denken. Wanneer je eindelijk op dat punt komt waarop je de bijbel weggooit, hem niet meer als bindend ziet en autoriteit, dan hoef je de bijbel heus niet meer weg te gooien. Je kun hem dan opeens weer opendoen. Je leest hem nu net zoals kinderen allerlei fantasieverhalen en sprookjes lezen. Je weet nu hoe je het moet lezen, zoals een kind al weet hoe je Harry Potter moet lezen. Je weet dat het hier gaat om beelden, om diepe inzichten, als inzichten over hoe de mens was en dacht en handelde, niet als objectieve informatie, maar als subjectieve beleving van de diepe roerselen in ons denken. De bijbel is een symbolische representatie van ons bestaan, één bepaalde belichting ervan, één vorm van begrijpen ervan, de vorm die achter ons ligt. Het geeft inzicht in ons verleden: je leert eruit begrijpen uit welke diepten van ellende, naïviteit en onvolwassenheid wij zijn verlost. Zo lees je ook allerlei andere godsdienstige en niet godsdienstige geschriften.


Filosofie is ons denkvermogen pijnigen tot het uiterste. Het is een werktuig. De godsdienst van de toekomst is er om daar een spel van te maken, een kunstwerk. Filosofie is als wiskunde, godsdienst als muziek (toegepaste wiskunde om er een spel van te maken). Filosofie is het denken wetenschappelijk bestuderen. Godsdienst is de roman die we schrijven over ons denken.


Ons zicht op de wereld zal in de eerste plaats gericht zijn op het grote geheel. De antwoorden op het leven zullen wij in ons eigen bewustzijn zoeken. We zullen de wereld steeds meer gaan zien als de plaats die wijzelf op een steeds hoger niveau zullen brengen. Dit historisch proces gaat voortdurend gepaard met schermutselingen, tegengestelde krachten, maar we rekenen erop dat die uiteindelijk steeds meer zullen conformeren tot een synthese, concensus. Wijzelf hebben de verantwoordelijkheid van God overgenomen. Voor ons moderne mensen is de schepping nooit af. Met steeds grotere snelheid zal alles veranderen. Één mensenleven betekent nu al een nomadisch proces. Zowel fysiek als innerlijk zijn we altijd in een proces van verandering.


Het bovennatuurlijke verdwijnt volkomen en daarvoor in de plaats komt een steeds beter begrijpen en gebruik maken van het natuurlijke.


Simpele Ziel:

-Ik vind alles zo gecompliceerd worden, ik begrijp het niet helemaal. Ben je dus van mening dat God helemaal niet direct ingrijpt in de wereld?


Rereformed:

-God grijpt in op elk moment dat je ademt, in elke handeling die je verricht, in elke bloem die er voor je ogen verschijnt, elke zonnestraal of sneeuwkristal dat verschijnt.
Mensen die met ‘boekgodsdienst’ in hun hoofd lopen hebben het gevoel iets moois in hun handen te hebben: ‘Direct ingrijpen van God in de wereld’. Bewijs, iets concreets! Maar open je ogen hiervoor: dit geloof is juist het omgekeerde van iets moois! Het betekent dat je deze wereld als een puinhoop beschouwt, waarin God slechts als ‘af-en-toe’ een lichtpuntje schenkt. Het betekent dat je het leven ervaart alsof God normaal gesproken afwezig is en alles verkeerd gaat, en je je kracht moet krijgen uit een bijzonder geval van ‘direct ingrijpen’. Het betekent dat God spreekt tot Abraham en de rest van de wereld maar in onweten laat. Het betekent dat God zo even het zonnestelsel laat stilstaan om Jozua de overwinning aan de vijand te geven of een koning Hizkia even een teken te geven. Het betekent dat Hij wanneer Hij in een goede bui is zo even een verlamde laat lopen, maar indien Hij de pest aan iemand heeft zo even met melaatsheid kan straffen. Het betekent ook dat Hij voor het merendeel zich niet bekommert om de miljoenen melaatsen. Het betekent tot slot ook dat je dan uitkomt op een God die mensen straft door bijvoorbeeld aardbevingen. Iemand die in wonderen gelooft zou God werkelijk moeten vragen waarom Hij dit in de regel nalaat te doen. Zo’n God heeft namelijk geen excuus voor onze klachten!


Wanneer je je dan nog indenkt dat dit ‘wonderbaarlijke direct ingrijpen' allemaal al duizenden jaren achter ons ligt, in de tijd dat het helemaal niet zo wonderbaarlijk was, en je je dan als modern christen moet behelpen met allerlei ‘wonderen’ die voor het merendeel in Afrika gebeuren of in Pinkstergemeentes met flauwvallende en deels hysterische mensen en het moet zien in wonderen die voor het merendeel onbenullig zijn...of die je moet zien in ‘het einde van de wereld’ dat boven je hoofd hangt (‘zie je wel, het is al voorspeld in de bijbel’) dan zul je bemerken dat het inderdaad een schamele troost is in zo’n God te geloven! De schamele troost wordt nog versterkt wanneer je je afvraagt hoeveel het weer uitloopt op schade voor jezelf: je wordt namelijk weer meteen schuldig gemaakt wanneer je de ‘godswonderen’ om je heen niet opmerkt. Je bent dan bijvoorbeeld meteen weer eens zondig en fout en niet goed genoeg wanneer je hebt gebeden om beter te worden, maar er gebeurt niets...Tevens mag je je telkens afvragen waarom je niet in allerlei wonderen buiten de christelijke godsdienst gelooft maar die allemaal moet afdoen door ze toe te schrijven aan bedrog of werk van demonen.

‘Direct ingrijpen’ van God op de traditionele manier begrepen is geloof als pleister op een wonde, het is het verkleinen van God tot een zalfje op de wonde. Het is voor mensen die er niet tegen kunnen hun portemonnee te verliezen. Ze moeten het met een godswonder weer terugkrijgen. Het is voor mensen die bijgelovig zijn, mensen die als kinderen in het leven staan. Het allermooiste van ons moderne leven is juist dat er geen wonderen (in de traditionele betekenis) bestaan. Op deze manier zijn we eindelijk afgekomen van de grilligheid van het bestaan en de angst voor zowel God als de duivel. Nee, al de traditionele wonderen bestaan niet. Maar daarvoor in de plaats is een duizendmaal groter wonder gekomen: het wonder van de Schepping.


Vandaag kwam ik op school en sprak ik met opgewonden meisjes van 11 jaar. Ze kwamen me in paniek een verward verhaal vertellen. In de kelder hadden ze een ruimte waar ze in hun bandje muziek konden spelen. Ze durfden er echter niet meer naartoe te gaan omdat de piano zonder speler een deuntje had gespeeld. Opeens hoorden ze allemaal wel een noot of 5. ‘Er waart een geest rond’ was de algemeen gedeelde opinie. Ik legde met een brede glimlach uit dat het natuurlijk een electrische piano was en er wel een sequencer in het apparaat zal zitten. Maar de uitleg werd niet geloofd. Het was inderdaad een electrische piano maar volgens de meisjes stond het apparaat uit. ‘Onzin’ was mijn commentaar. Maar aan de gezichten van de meisjes zag ik dat het voor hen bittere ernst was.

Hoe kom je van deze waangedachten af? Ik bedacht uiteindelijk niets anders dan een stel ‘flinke’ zesdeklassers mee te nemen, naar ‘het hol van de geest’ te gaan en daar met z’n allen in koor te zingen: Ha, ha, ha, ha!!! Na enig vermaak kwamen we weer naar boven: niets aan de hand. Maar angst verbiedt het de meisjes nog steeds er nog naar toe te gaan! Pas door opgroeien zullen ze uiteindelijk van hun dwaze gedachten, bijgeloof en angsten verlost worden. Misschien helpen de volgende gedachten nog als je er moeite mee hebt:


Christenen die over wonderen verhalen alsof het hun geloof bewijst, schijnen niet te begrijpen dat wonderen om de haverklap gebeuren onder de hindoes in India en ook in de moslimwereld en vooral in animistisch Afrika. In die werelden worden er natuurlijk wel de desbetreffende goden voor bedankt. Ofwel dit is het bewijs dat het God echt niks uitmaakt wie waar in gelooft, maar overal met evenveel plezier voor ons goedgelovigen even een wondertje doet, ofwel hebben we hier het bewijs dat er geen verschil zit tussen geloof en bijgeloof, geloof en domheid.

Wonderen kan iedereen zien gebeuren. Je hoeft maar een magazine bij de kiosk op te halen en je krijgt elke maand weer een stapel nieuwe. Op het internet kun je tot je dood meer dan twee miljoen sites over 'miracles' lezen. Begin bij de eerste om een idee te krijgen. Je kunt er oa lezen over The White Buffalo en The Holy Mother en The Hindu Milk Miracle. Als room op de taart doet God in een speciaal vermelde afdeling Peace Miracles! Wonderen zijn dus nogal gemakkelijk voor God. Zoals wonderen gemakkelijk zijn voor alle andere wezens ook die zich in ons universum bevinden en zich aan ons laten zien. Het gemakkelijkst zijn ze voor mensen die er in willen geloven. Ufonauten halen ook allemaal streken uit op aarde en een beetje geest kan op z'n minst wel kloppen op zolder.

De waarheid van het christendom aan de meerderheid van de wereldbevolking te laten zien, dat lukt God niet, hoewel hij er al 2000 jaar z'n best op doet! Wat dat betreft moet hij het altijd afleggen tegen de satan. Ook heeft God nog nooit iemand een geamputeerd been teruggegeven (= een buiten kijf staand, door iedereen te constateren en te bevestigen wonder). De reden waarom mensen moeite hebben met het afstand doen van het bovennatuurlijke is omdat we dan een crisis in ons denken, ons gehele wereldbeeld ondersteboven moeten halen. Het geloof in wonderen houdt voor een groot gedeelte natuurlijk ook stand omdat we houden van spannend vermaak. Maar om de realiteit te begrijpen moet een mens opgroeien. Het gemakkelijkst dringt het nieuwe wereldbeeld door tot kinderen die van kinds af aan al gespeend blijven van bijgeloof en een lange scholing krijgen. Daarom zijn Europa en Japan de meest geseculariseerde delen van de wereld. De rest van de wereld zal langzaamaan volgen.

Waardevol geloof is gezond door het leven gaan. Het is God in alles te zien. Het is inzien dat er geen moment kan zijn waarop God niet ingrijpt. Dat er niets gebeuren kan zonder dat Hij het gewild heeft. Dat je niet bidden hoeft, omdat Hij alles al weet en je geen moment zonder Hem leeft, je geen wonder nodig hebt, op geen enkel moment van je leven.

Gods ‘direct ingrijpen in de wereld’ is dat Hij jou op aarde heeft gezet. Het is alles wat je doet en zegt, alles wat je ziet en opmerkt, alles wat is. Wanneer je dit begint in te zien ga je daadwerkelijk zélf aan het werk in deze wereld om te redden wat er nog te redden valt. De traditionele God zal het een zorg zijn of er nog een derde wereldoorlog komt. Het zal Hem ook een zorg zijn of er elk jaar een paar duizend levenssoorten op aarde uitsterven of niet. Alleen wij bewuste mensen kunnen de aarde vormen en omvormen, haar tot een onbewoonbare woestenij omturnen of haar bewaren en opbouwen.


Johan:

-En ik moet dus nog groeien in mijn geloof natuurlijk.


Rereformed:

-Ja, inderdaad. Sorry Johan, ik wil je voor geen goud beledigen, daarom zeg ik er meteen achteraan: en ik moet ook steeds maar groeien. Iedereen moet groeien. Ik zal je een voorbeeld geven en je een gedachte geven die volkomen automatisch uit het moderne weten groeit, maar die je nog nooit onder ogen hebt gehad, omdat je vastgeroest zit in kinderlijk denken uit de brons- en ijzertijd: Bidden is (uitgedrukt in taal waarmee we vertrouwd zijn) godslasterlijk. Bidden, dwz opgevat op de traditionele manier is namelijk in woorden praten tegen God. Iemand die zoiets doet maakt automatisch een beeld van God, hij behandelt God alsof het om een uitvergroot mens gaat. Bidden is dus op dezelfde manier godslasterlijk als zichtbare beeldjes van God maken. Het is ook op een tweede manier schadelijk: het is eenzelfde vorm van megalomanie als de claim maken dat God tot jou praat: het zielig (zowel naief als arrogant) vergoddelijken van de mens, waaraan onze wereld ten gronde gaat. Het is godsdienst gebruiken om maar gelijk te hebben en om maar je zin te krijgen. Zie je hoe moderne inzichten de traditionele opvattingen volkomen ontmaskeren en hoe ze je op weg kunnen helpen naar een hoogwaardiger vorm van godsdienst?

Opgroeien moeten we op honderd en een manieren en snel! Besef je wel hoe cruciaal deze nieuwe eeuw in de geschiedenis van de mensheid is? Hoe we op de rand van de afgrond staan, terwijl we ook onze eerste stappen op weg naar een Gouden Eeuw hebben gezet? We kunnen alle kanten nog op, maar spoedig niet meer. Indien de kracht van ons kinderlijke en primitieve denken het deze eeuw wint kunnen we de gouden eeuw voor de mensheid wel vergeten.
Maar wat onze denkbeelden betreft, lees de Nachtmerrie van de Theoloog nog maar eens een keer. Ik dacht in dit boek juist naar voren te willen brengen dat wij mensen zo klein zijn dat het nauwelijks zin heeft te discussiëren over wie groot of klein is in zijn denken. Maar de gedachte dat wij voortdurend moeten groeien, altoos op weg zijn naar hoger en dieper inzicht, is een centraal gegeven in ieders leven.

Ik kom in het leven niet verder dan het inzicht dat alles anders is dan ons vroeger is verteld. Mijn God spreekt zich niet nader uit over de dingen dan in dat wat Hij van zich laat zien in het universum om ons heen. En ik besef dat het slechts een detail ervan is wat we met ons beperkte waarnemingsvermogen kunnen bevatten. Het gaat mij voor het merendeel allemaal te veel boven mijn hoofd. Het maakt me letterlijk sprakeloos over God. En dat is een veel hogere en eerbiediger levensinstelling dan de vrome godsdienstigheid die ons met alle mogelijke naïviteit zogenaamd geopenbaarde zekerheden over God, het bestaan en de wereld om de oren slaat.

Deze visie werpt zich niet zozeer op tot superioriteit, maar integendeel, wil in de eerste plaats duiden op de wijsheid van het je nederig opstellen in het uitstrooien van wijsheden.

Er moet echter wel op gewezen worden dat wij moderne mensen over de werkelijkheid wel onvoorstelbaar meer weten dan de mens op welk punt dan ook in de geschiedenis voor ons. Dit moderne weten moet mijns inziens dan ook het uitgangspunt zijn voor onze denkbeelden. Zij geeft ook duidelijk het recht om traditionele voorstellingen te herzien, vooral wanneer we zien dat in de zogenaamde ‘openbarings-godsdiensten’ over het merendeel van wat we weten wordt gezwegen of er zelfs mee in tegenstrijd is.


Het fundamentele bezwaar tegen christelijke ethiek bestaat hieruit dat het bepaalde handelingen als ‘zonde’ bestempelt en andere handelingen als ‘deugd’ op gronden die geheel onafhankelijk zijn van de sociale consequenties. Ethiek die niet gebaseerd is op bijgeloof vraagt zich eerst af welke sociale effekten het wenst te zien en welke het liever wenst te vermijden.
Daarna zal het pas beslissen, zo goed als onze kennis ons daarbij kan helpen, welke handelingen de gewenste gevolgen promoten. Zulke handelingen worden bijgevolg geprezen en handelingen die neigen naar het tegenovergestelde effect zullen worden veroordeeld. (Bertrand Russell)


Hetzelfde moet mijns inziens gezegd worden van geloof. Eerst moeten we kijken naar wat de werkelijkheid om ons heen vertelt, daarna ons pas gaan afvragen welk geloof erbij past. In de traditionele geloven wordt dit omgekeerd: eerst de ‘ervaring’ van de bekering, en dan krijgt men er op de koop toe een wereldbeeld en ethiek, en ziet men alles door deze bril. Juist dit is

Omdat je met de meeste gelovigen niet rationeel kan praten vraag ik me altijd af wat de beste manier is om met ze van gedachten te wisselen. Ik had gisteren een gesprek met een gelovige van 42 jaar. Deze probeerde me ‘terug te brengen op de goede weg’ waar ik van afgedwaald ben. Op een gegeven moment vroeg ik haar of ze het Oude Testament wel eens doorgelezen had. Dat had ze nooit gedaan! 25 jaar gelovige geweest!

Gelovigen zijn ingekapseld in een spinnenweb dat met duizend-en-één draden aaneen wordt gehouden. Het zijn stuk voor stuk allemaal tere draadjes, maar als er één van kapot gaat houden de andere 1000 het geheel nog evengoed inelkaar. Enige suggesties? Jij bent tenslotte mijn vroegere ik, en op de één of andere manier ben je later in je leven veranderd in je denken.


Johan:

-Ik waardeer je zorgen Rereformed, ik bedoel dit niet sarcastisch, ik meen het echt. Toen ik de Nachtmerrie van de Theoloog las heb ik er eerlijk gezegd ook best even over nagedacht. Jij zal het...


Rereformed:

-Even erover nagedacht? Dat is het nu precies! Even erover nadenken is niet genoeg! Het is hetzelfde als naast je neer leggen, het negeren. Wees elke dag bezig met de oneindigheid van het universum. Doe werkelijk eens feitenkennis op en trek dááruit je conclusies!


Johan:

-Laat me uitspreken. Je zal het waarschijnlijk op mijn onvolgroeidheid en naïviteit steken maar ik kan echt geen andere conclusie trekken dan de volgende: we zitten niet op hetzelfde spoor Rereformed, we hebben niet hetzelfde meegemaakt met God. Ik weet dat je gevoelens en emoties niet kan vergelijken, het is namelijk moeilijk onder woorden te brengen. Zeker in zaken als deze. Wat ik voor mezelf weet is dat de werking van Gods Geest een bepaalde emotie is, of beter gezegd, teweeg brengt. Het is eigenlijk een gevoel wat de normale emoties zoals verliefdheid te boven gaat. Het enige wat ik kan doen is het ondergaan en mezelf gelukkig voelen.

Het is niet voor niks dat de Emmaüsgangers zeiden: ‘Was ons hart niet brandende in ons?’ Zij merkten hierdoor de aanwezigheid van God, en zo is het. Ze waren niet gewoon gelukkig of verliefd, nee ze voelden echt iets anders, iets speciaals. Alsof hun hart in brand stond. Het is beeldspraak maar het komt dicht in de buurt van de realiteit. Zo voelt het echt. Het was niet zomaar een blij of opgewekt gevoel, maar iets unieks.

Het geloof wordt ook wel eens vergeleken met een klein vonkje in je hart waar zo nu en dan door God olie op gegoten wordt. Dit vind ik een mooie vergelijking. Het is als een steekvlam.

Je theorie klinkt mooi. Je schetst een prettig beeld van de God zoals jij Hem ziet. Je brengt je theorie alsof je het allemaal tot in de puntjes uitgedacht hebt en zelf een gelukzalig en heerlijk bestaan leidt. Dat geloof ik niet. Je denkt dagelijks na over je bestaan en hebt evenveel, zo niet meer, vragen dan ik. Maak mij niet wijs dat je geen terugkerende twijfels hebt over je keuzes tot dusver.

Ik begrijp je levensweg wel. Hoe je eerst zo enthousiast was over het geloof en de Bijbel en dat je daar van losgeweekt bent. Je bent, inderdaad net zoals ik, niet iemand die snel iets zonder verdere argumentatie onder de grond zal schoffelen. Dit is ook de reden dat je niet zomaar het geloof zonder meer aan de kant hebt gezet. Nee, je hebt voor jezelf iets beters verzonnen. Iets wat prettig aanvoelt en wat minder zorgen zou moeten geven.

Ik zal eerlijk zijn, ik herken dit maar al te goed. Ik zelf heb ook vaak de neiging om dingen zo te schikken dat ze mij beter uitkomen. En vaak weet ik hier nog prachtige argumenten voor te verzinnen ook. Een meisje zei eens tegen me: ‘Je zou advocaat moeten worden, ik weet dat je geen gelijk hebt maar kan niet zeggen waarom’. Dat is me altijd bij gebleven.

Misschien Rereformed, misschien heb je wel gelijk over mij. Nu ik er over denk geef ik je best een kans. Een kans dat ik straks net zoals jij ben. Dat ik terug denk aan toen ik 20 was en zo vol was van het geloof, de Bijbel en God. Dat ik later een veel betere theorie heb dan toen, iets waar ik me beter bij zou moeten voelen.

Maar wat ik wel zeker weet is dat ik dan zou twijfelen. Iedere dag zou ik mezelf afvragen of mijn argumenten nou echt zo goed in elkaar steken. En iedere keer als ik de Bijbel zou openen zou ik mezelf af vragen of het toch misschien niet wél waar is. Uiteraard, ik zou altijd blijven zeggen dat er een God bestond. Daarvoor heb ik net zoals jij teveel meegemaakt. Maar het zou dan mijn eigen God worden. Ik zou de God uit de Bijbel, de God die spreekt door zijn woord verliezen. Daarom probeer ik de Bijbel erbij te houden. En steeds als ik de woorden van Jezus lees word ik geraakt door Zijn boodschap. Ja, ik geloof de Bijbel, van de eerste tot de laatste letter.

Ik denk dat het beter is wanneer jij een stukje rechtsomkeert maakt en je geweten permissie geeft vrijuit te spreken. Dat stemmetje achter in je hoofd vertelt je wel hoe het zit, daar maak ik me geen zorgen om. Ik weet dat je dan meer rust zal vinden..


Rereformed:

-Mooi geschreven Johan, zo zou ik het ook geschreven hebben toen ik twintig was. Ik denk dat je begrijpt dat het mij er niet om te doen is superieur over te komen of op naïviteit te wijzen. Integendeel, omdat jij mijn jeugdige ik bent, wil ik met je discussiëren om bijvoorbeeld beter mezelf te begrijpen. Ik zie dan dat alles in jouw opvattingen slechts berust op gevoel. Je beseft het zelf, maar rechtvaardigt dit door het ‘echt’ te noemen, met de betekenis ‘niet voor discussie en rede vatbaar’.

In werkelijkheid heb ik zeer wel hetzelfde ervaren als jij. Het is echt een beetje gemeen om over het geloof van de ex-gelovige altijd te insinueren dat het niet echt was, niet diep genoeg ging, niet vergeleken kan worden met jouw zogenaamd ‘ware’ geloof. Ik heb deze redenatie uit de mond van vele christenen gehoord.

Maar juist omdat ik Johan geweest ben weet ik dat een mens bij zo’n diepe emotionele ervaring zijn rationaliteit volkomen opgeeft, kan ik dit -op middelbare leeftijd aangekomen- niet een leven lang volhouden. Ik wil zover als het mogelijk is de feiten in het leven onder ogen zien, vooral wanneer het de godsdienst betreft.


Er is niets zo erg als het door de godsdienst bedrogen worden. Indien het christendom ‘de enige en unieke weg tot God’ is, en indien God via het christendom in de wereld werkt, dan is de enige conclusie die je hieruit kan trekken deze: God laat het merendeel van de bevolking op aarde van eeuw tot eeuw in totaal onweten en Hij is een stumper. Het lukt Hem zelfs niet om de boodschap overal te laten horen. Zelfs na 2000 jaar zijn er nog grote delen van de wereld waar mensen geen woord over Hem gehoord hebben. Een ongelovige zou het nogal vreemd vinden dat het ware geloof (christendom) in 2000 jaar minder dan een derde van de wereldbevolking heeft bereikt, en God dus alle tijden door de meerderheid van de wereldbevolking maar wat aan laat rommelen in volkomen onweten over Hem, maar de christenen doen zelfs daar altijd nog een schepje bovenop. Welke groep (kerk) je ook neemt, ze zullen een groot gedeelte van het christendom waar ze niet toe behoren afschrijven als valse leer en dus door satan geïnspireerd of op z’n minst geen onderdeel van ‘het werk van de Heilige Geest’. Zo zegt Jezus dat je de boom aan de vrucht herkent, maar bekijken de christenen de geschiedenis van hun ‘boom’, en wassen ze altijd volledig hun handen schoon aan het merendeel van alles wat de boom opgeleverd heeft. Altijd weer hoor je ‘dat is niet de schuld van het christendom, maar van mensen die zich slechts uitgaven voor christen’ enz. Zo moet God het met lede ogen aanzien dat 2/3 van de wereldbevolking geen idee van Hem heeft en zijn geweldig aanbod van liefde/Jezus/verzoening/weder-geboorte/vergeving van zonden/vruchten van de Geest enz enz enz, terwijl bovendien een groot deel van wat voor christenheid doorgaat ook niet veel van zijn aanbod heeft begrepen. De protestanten kijken meewarig naar de valse leringen van de Katholieke kerk, en de ‘moederkerk’ kijkt meewarig naar de onderlinge ruzies van de protestanten en de oosters orthodoxe kerk kijkt meewarig naar allebei, en de Pinkstergemeente meewarig naar alledrie, en de huiskerk ergens op zolder van een zeer vroom iemand kijkt meewarig naar alle 2 miljard andere christenen... Niets is zo veelzeggend over het werk van de Heilige Geest op aarde als deze kluwe volledig in de war zittende draden, waar niemand meer een touw aan vast kan knopen, behalve het touw dat zegt dat God de dingen wel bijzonder stuntelig doet op aarde en christenen uitmunten in ruziezoeken. Hier een tekst uit de mond van mensen die tot de 'Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt' behoren (opgevist uit het GKV-forum):


Christen 1: Ik weet dat het predikaat dat de GKV jarenlang heeft gehad, "enige ware kerk" te zijn, aan het vervagen is. Men kijkt meer en meer om zich heen naar andere Christenen. Zo zijn er genoeg dominees die durven te zeggen dat ze in de Christelijk Gereformeerde kerken ook "broeders en zusters in Christus" zien. Een enkeling durft datzelfde te zeggen over de Nederlands Gereformeerde kerk. Maar ik geloof ook dat er in evangelische kringen "ware Christenen" zijn! Dominees kúnnen dat natuurlijk niet toegeven, net zoals ze hun twijfels over de doop of ander punten in de gereformeerde leer niet openlijk kunnen ventileren. Dan raken ze hun baan kwijt! Het doet mij pijn als vanaf de kansel wordt verkondigd dat je fout bent als je naar jongerenkerken gaat, en dat evangelischen verkeerd zijn. Waarom moet er altijd over de ruggen van andere Christenen het evangelie worden verkondigd? Ik heb meegemaakt dat een dominee voorbede deed voor een zuster die zich had gevoegd bij de baptistengemeente, alsof ze nu helemaal verloren was! Of God haar maar tot inkeer wou brengen van deze slechte weg, en dat de gemeente haar maar mocht proberen haar naar zich terug te trekken, zodat er nog hoop voor haar was! Maar aan de andere kant... het kan ook niet anders... Alles is zo vastgelegd in onze belijdenisgeschriften. Je kunt "andere" Christenen ook niet accepteren als broers en zussen in Jezus. Zodra hun leer, of uitvoering van de sacramenten niet overeenkomt met wat wij in onze belijdenisgeschriften hebben staan, zijn ze niet goed bezig. Dan hebben zij een dwaalleer, die niet overeenkomt met wat de Bijbel zegt! (Wat eigenlijk het geval is, is dat hun leer niet overeenkomt met ónze).

Christen 2: Zou dit specifiek voor de GKV zijn? Volgens mij is het gewoon overal zo. Weleens opgevangen hoe in evangelische kringen over de 'traditionele kerken' gesproken wordt. Daar heeft de Geest zich in ieder geval uit terug getrokken. 'k zou helaas niet weten hoe je dit zou kunnen veranderen. Het lijkt me iets algemeen menselijks.


De bijbel gaat natuurlijk nog verder. Daar laat God de gehele wereld maar in grote onwetendheid, en pikt Hij er op een gegeven moment één mens uit waar Hij wat mee gaat doen. Wat zegt dit over de ‘geweldige liefde’ die Hij voor de mens heeft?


Definitie van christen: iemand die Gods schepping ziet als grotendeels (nu en voor eeuwig) mislukt, God als een stumper, maar door zijn geloof geboden wordt Hem toch perfect te noemen. Definitie van christen: iemand die God de meest gruwelijke, kinderachtige en onbenullige dingen laat doen en Hem tóch liefdevol, wijs en rechtvaardig noemt.


Dit gegeven is onbegrijpelijk, tenzij je een geloof hebt dat werkelijk gelooft dat er slechts een heel smalle weg tot behoud is (zoals het ons door Jezus wordt voorgesteld), en maling heeft aan het feit dat het overgrote merendeel van de mensheid blind zijn weg door de menselijke geschiedenis vervolgt. En maling heeft aan intellectuele eerlijkheid. Het zijn juist de eerlijkheid en het edele van mijn denken die me gebieden alle eerdere opvattingen op te geven. Ik word erdoor gedwongen.

Ik heb dan ook vaak een gevoel van bedrogen te zijn door het christendom. Er is mij via de verkondigers van het christendom een verdraaide werkelijkheid voorgespiegeld.

En toch wil ik mijn vertrouwen in God, in het leven niet kwijt. Mijn enige antwoord is dat God niet in de bijbel spreekt, maar in het hoogste denken van mijzelf. En hetzelfde doet Hij in ieder ander.


Je laat in bovenstaande reactie trouwens goed zien hoe een bijbelgelovige in elkaar zit. Je hebt mijn teksten gelezen, en een stem in jou geeft toe dat je het later ook zo zal zien. Je eerlijkheid gebiedt het je toe te geven, maar de angst verbiedt het je de consequenties er daadwerkelijk aan te verbinden. Ik heb ook geworsteld met de godsdienst, maar kan je zeggen dat ‘twijfel’, waar je het over hebt, alsof het iets negatiefs is, iets dat aan je knaagt, op geen enkele manier in mijn leven gevonden kan worden. Twijfel aan geloof is namelijk iets dat ieder mens juist MOET hebben, en waar ik bijzonder blij om ben en als kostbare schat in mijn handen houd. Juist iemand die geen twijfel heeft is een beetje ongezond en onnozel. Maar ik begrijp je best. Je uitspraak legt weer precies de kern van het christelijk geloof bloot. Voor christenen is twijfel namelijk een synoniem van angst voor God. Ze hebben het nooit door, en zullen het zelden toegeven. Twijfelen mag niet in het christendom. Weer zo’n vreemde karakteristiek van verwrongen mensheid, een mensheid vastgebonden in de kleverige pap van gedachten waar ze zich maar nooit aan kunnen ontworstelen. Bevrijd worden van de dwangbuis waarin het geloof je heeft vastgebonden is een kolossale klus. Ik ben er jaren mee bezig geweest. Maar de moeite waard, want het is een verademing, alsof je opeens weer boven water komt; het is een terugkeren tot het menszijn, een ervaring waar oneindig veel meer vreugde aan vastzit dan aan geloof. Overigens, na dit lange proces van eerlijk denken over godsdienst is er geen haar op mijn hoofd die er nog over twijfelt of het christelijk geloof misschien toch waar is.


Het is vreemd dat je eindigt met een beroep te doen op mijn geweten. Juist omdat ik naar mijn geweten geluisterd heb, moest ik de bijbel dicht doen, en ben ik weer mens geworden, kan ik weer de werkelijkheid onder ogen zien, dingen aannemen of verwerpen zonder schuldgevoelens te hebben, twijfelen en me daarbij juist goed voelen, geloven op een geloofwaardige manier.

Wie weet doe je dat beroep op ‘teruggaan’ omdat je ‘de rust’ als grootste waarde ziet in het leven. Augustinus liep ook ‘als een dolle’ rond en genoot van die rust toen hij eindelijk bekeerd was. Wie weet was dat een waarheid voor Augustinus (hij was een playboy voordat hij tot geloof kwam), maar ik denk dat dit denken juist funest is voor een mens die zich in zijn tienertijd bekeert tot het juiste geloof en de rest van zijn leven maar van de rust geniet. Hij heeft dan volgens mij niets van het leven begrepen. Hij heeft slechts zijn denken op non-aktief gezet!

Leven is altijd op weg zijn naar een eindpunt dat we niet eens kennen. Niets rust, niets ‘uiteindelijke waarheid’. Het gaat helemaal niet om gelukzaligheid en een heerlijk leven. Het is allemaal stromen, veranderen, groeien, opbouwen, laten gaan, weer opnieuw beginnen, alles zien mislukken, ondergaan enz. Volgens mij is dat leven ook veel waardevoller. Het is eerlijker, het doet recht aan het leven van jezelf.


De allergrootste nachtmerrie van een theoloog is toch wel de volgende: de soort mens die zich in het leven concentreert op de antwoorden. Hij beeldt zich in het merendeel van de antwoorden, zo niet praktisch alle antwoorden, te hebben ontvangen. Dit komt hem wel van pas, omdat hij eens (vaak in een benauwende tienertijd) een besluit genomen heeft dat vragen maar vervelend zijn en er voor eens en altijd antwoorden op moeten worden gevonden. Dit noemt men een ‘born again experience’.

Vragen hebben te maken met iets dat er niet is, maar er volgens ons zou moeten zijn. Antwoorden zijn in het denken van dat soort mensen zó belangrijk, dat wat er zou moeten zijn beter maar gecreëerd kan worden dan onbeantwoord blijven. Voor het gemak hebben zulke mensen alle duizenden reële vragen en toekomstige mogelijke vragen allemaal mooi gebundeld tot één vraag, waar de born again ervaring één antwoord op geeft. Zo zijn zij voorbeelden van efficiënt en kundig handelen! Zij zijn dan ook altijd van mening dat wij andersdenkenden aan hun een voorbeeld moeten nemen.

In het leven van zo’n mens komen vragen na de bekering alleen nog maar sporadisch voor op die gebieden waar zijn antwoorden nog niet de tijd hebben gehad er met hun gelukzalige uitwerking overheen te gaan. ‘Zoeken we ff op’ is altijd de eerste gedachte die er door het hoofd van zo’n denker gaat als hij weer eens een vraagje als onkruid boven de grond ziet opkomen. Indien er in de naslagwerken echter niets over vermeld staat is negatie de toepasselijke en heel effektieve manier om vervelende vragen het hoofd te bieden.

Je zou het als volgt kunnen omschrijven: voor een fundamentalistisch gelovige is het volstrekt niet belangrijk of er aan de speen ook een melkfles zit. Zoals iedereen weet zijn wij mensen ook volkomen tevreden als die melkfles ontbreekt. Als we maar zuigen kunnen.

Ik heb me afgevraagd welke karakterisering voor bovengenoemd motto beter opgaat: domheid of arrogantie?



*        *        *



Op dit moment kwam er zowaar een Echte Christen de kamer binnenlopen. Hij legde uit dat hij stiekem dit gehele boek gelezen had en het toch oneens blijft met Rereformed:

Ik begrijp gewoon een andere boodschap. Jij begrijpt een boodschap die bij jou tot verbittering leidt. Ik begrijp een boodschap die een samenleving leefbaar maakt. Ik lees in de bijbel over ‘de vruchten van de Geest’ (liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.)(Gal. 5:22), ik lees over ‘draagt elkanders lasten’, over ‘oordeelt niet’.


Omdat Rereformed een heel boek vol had geschreven en met deze opmerking weer op ‘af’ was, voelde hij ergernis door zich heengaan en kwam hij met deze felle bewoording:


-Bovenstaande praat om het kwaad dat ik aanstip weer recht te praten laat juist het afschuwelijke van de orthodoxchristelijke boodschap zien. Omdat de bijbel een conglomeraat van boeken, zienswijzen, opinies en weerslag van duizenden jaren is, is er voor iedere tekst die iemand aanhaalt een tegentekst te bedenken die hetgeen eerst geopperd werd weer weerlegt. Het gevolg hiervan is dat de aanhangers van het christendom tot in het oneindige verdwaald blijven in een labyrint. Ze zullen nooit uit hun doolhof, hun wirwar en tegenstrijdig denken verlost worden, en nooit hun bewustzijn kunnen vergroten met nieuwe, betere en hogere inzichten!

Neem uit bovenstaande het volgende frappante. Ik haalde in mijn boek een tekst aan uit Galaten waarin Paulus andersdenkenden vervloekt. De boodschap is overduidelijke taal voor iedereen. Komt er een reaktie van een christen die notabene uit dezelfde brief een mooie tekst haalt waar het over liefde gaat, en dan zegt hij: zie je wel, je hebt het mis! Of zie hetzelfde onderwerp zo: Paulus vervloekt mij (Rereformed die een ander evangelie predikt dan het christendom), en de christen zegt doodeenvoudig dat ik de vervloeking over mezelf haal, het mezelf aandoe; ik ben ‘verbitterd’. Is oneerlijker en wreder denken mogelijk? Rereformed is wel degelijk een mens. Ik moet met deze uitspraken, die mijn oude geloof doet over mij, leven! Ik heb in dit boek christenen laten zien hoe het orthodoxe geloof op deze manier mensen tot psychische wanhoop kan drijven. Om deze mensen kracht te geven schrijf ik dan ook alles wat ik schrijf. (Ik ben voor mijn oom Marcus in de plaats gekomen in deze wereld, ik zal in mijn leven de woorden zeggen die hij gezegd zou hebben, had hij er de kracht voor gehad door te leven. Als ik mezelf zou willen redden zou ik me kilometers ver van het christendom moeten houden.) Altijd krijg je dan van christenen dezelfde platvloerse, gevoelloze en volkomen de plank misslaande reaktie te horen: je kiest er zelf voor, maar je kunt altijd terugkomen! Alsof wij niet-christenen de hel en de verdoemenis uitgevonden hebben! Alsof wij door het omdraaien van een knopje logica, de ervaringen van ons leven, de duidelijke uitspraken van de bijbel, kunnen omdraaien tot het omgekeerde!

In werkelijkheid wringt het christendom zich op deze manier ontelbare keren uit het kolossale probleem waar ze in zit. Haat en liefde staan doodgewoon naast elkaar in het christendom. Vervloeking en ontferming staan rustig naast elkaar zonder dat ze elkaar in de weg zitten. Wanneer iemand op de haat wijst, komt de christen met een andere tekst waarin het over liefde gaat. Wanneer iemand op de vervloekingen wijst, komt geheid iemand met een tekst over niet-oordelen. Deze christen wijst erop dat God volgens de bijbel een God van vrede is. Hij heeft gelijk, zo wordt Hij onder meer beschreven; maar dan doet hij net alsof zijn neus bloed wanneer hij bijvoorbeeld volkomen de God van het Oude Testament weglaat, die juist weer een oorlogsheld is. Het christelijk tegenstrijdig denken kun je overal tegenkomen. Vraag hoe ze over homo’s en vrouwen denken als dominees of priesters. Je zult meteen twee kampen vinden die elkaar met tegengestelde teksten om de oren slaan. Af en toe lijkt het erop dat we mogen kiezen: het christendom is het toppunt van triestheid of het toppunt van comedie in ’s mensen denken.

Het vreemde is nu dat mensen zo verblind zijn (of wie weet slaperig) dat ze niet de logische en gezonde conclusie hieruit kunnen trekken (Paulus spreekt met liefde in de ene zin en vervloeking in de andere zichzelf tegen, is dus een mens net zo als iedereen, de bijbel spreekt zichzelf tegen waaruit blijkt dat het hier dus niet gaat om goddelijk geïnspireerde teksten, maar de gedachten van de mens over God), maar in plaats daarvan de kritiekgever gaan uitmaken voor iemand die van het christendom een karikatuur maakt. Wat een smerige streek, zoiets te zeggen tegen iemand die 40 jaar lang een oprecht christen is geweest, die zijn bijbel tot in de details kent (hoeveel christenen hebben ooit hun gedachten laten gaan over 2 Kon 3 waar ik het over heb gehad?). Christenen, houdt toch op met insinuaties alsof ik een slachtoffer ben van een of andere duistere sekte of me overgegeven heb aan de duivel. Ik heb gewoon de bijbel gelezen zoals ieder ander dat kan doen. Je hebt er geen extreme christelijke opvoeding of duister sectarisch denken voor nodig om de boodschap zoals ik die naar voren heb gehaald eruit te kunnen halen. Ik spreek namens miljoenen mensen die kunnen lezen. Het merendeel van de bijbel is heldere en klare taal.

Het is alweer een voorbeeldig voorbeeld van waar dit christelijk denken altoos in verstrikt is: van oneerlijk zowel het één als precies het tegenovergestelde als wapen te gebruiken om de andersdenkende maar het zwijgen op te leggen. Als ik ex-gelovige iets opmerk waar geen weerwoord op is dan ben ik het slachtoffer van een trieste duistere secte die het helaas maar niet begrijpt. En wanneer een van huisuit ongelovige iets opmerkt interpreteert men hem altijd als een Amerikaan die denkt Irakezen te kunnen begrijpen. Ja, ja, alleen de christenen zullen het geloof op de juiste manier begrijpen, zo wordt het ze zelfs in de bijbel geleerd; ook daar hebben ze weer hun tekst voor.

In werkelijkheid is bijbels godsdienstig denken in deze moderne tijd een karikatuur van het gezonde denken in het leven. Want deze grabbelton van tegenstrijdigheden komt juist iedereen van pas in het geloof. Omdat je uit de bijbel alles kunt halen mondt het uit in aanhangers die zo glad zijn als palingen. Iedere aanhanger heeft zijn eigen teksten en opvattingen eruit gevist, wast zijn handen schoon van het optreden en de opinies van andere christenen, en smoort de kritiek door het geheel van de bijbel slechts door zijn eigen eenzijdige lens te bekijken. Zo zul je in de geschiedenis zowel de beul op het schavot als het slachtoffer dat onthoofd wordt als voorbeeldige christenen door het leven zien gaan. Op dezelfde manier zul je zolang het christendom bestaat de christen op het slachtveld zien strijden voor God en vaderland tegen de christen die de andere kant op vecht voor God en vaderland.

Het is niet Rereformed die eenzijdig met de bijbel bezig is. Ik zal de boodschap van de liefde in de bijbel niet ontkennen. Ik geef grif toe dat mijn leven erop gebaseerd was, dat het de voedingsbodem van mijn leven is geweest en dat ik hierop nog steeds voortborduur in mijn leven. Het verschil tussen mij en de christenen is dat ik de tegenstrijdigheden onder ogen durfde te zien en er mijn conclusies uit getrokken heb: de boodschap van de liefde in de bijbel gaat niet ver genoeg; de boodschap van de liefde wordt bovendien verkracht door het te vermengen met vervloeking, verdoemenis, goddelijke straf enz. Het ‘bijbelgetrouw’ denken is een blok aan het been voor iedereen die in de wereld liefde wil doen laten groeien en geweld de wereld uit wil bannen. Als je werkelijk God eer aan wil doen, laat je eigen denken het doen, zet je in om deze aarde te redden, en doe de bijbel dicht of gebruik hem ten hoogste zoals we ook Plato en Philo of de verhalen over Boeddha lezen, als springplank voor je eigen denken.


Echte Christen:

-OK, er is een hoop dat mij aan het denken zet, maar toch weet ik dat mijn geloof in Jezus de juiste is. Ik ervaar Hem. En ik zou je nu dit willen vragen: waarom kun je dit niet gewoon accepteren, en mij in mijn waarde laten? Waarom moet je op zo’n felle manier als in dit boek tegen me tekeer gaan?


Rereformed:

Ik zou jou ten eerste willen vragen te eerbiedigen dat iemand opkomt voor de slachtoffers van het christelijk geloof. Mijn oom heeft vanwege de extreme innerlijke beklemdheid die hij vanwege dit geloof kreeg er zelfmoord om gedaan.

Ten tweede wil ik je er nogmaals op wijzen dat het christendom komt met de claim de unieke weg tot God te zijn. Indien het deze claim niet zou maken zou niemand er een tegenwoord aan hoeven te verspillen, maar met zo'n claim liggen de zaken precies andersom: zij vereist een grondige behandeling. Het is dus 'de unieke weg tot behoud' dat op zo'n felle manier tegen ons tekeer gaat. En het toppunt van onnozelheid is de zaken dan omdraaien en iemand die voor het blok gezet wordt een keuze te maken te beschuldigen wanneer hij een onderlegde uitspraak doet. En wat anders is een felle verdediging van iemand die met eeuwige verdoemenis wordt bedreigd, dan terecht? Dat christenen de onbeschaamdheid van zo'n bedreiging -een aanslag op iemands leven- niet begrijpen is een hoogst kwalijke zaak, maar dat ze de zaken ook nog omdraaien en iemand die het christendom aanklaagt dan gaan beschuldigen van christenen niet in hun waarde te laten is ten hemel schreiend.
Ten derde, alles is in ons moderne leven anders als voorheen. Mijn schrijven wil in het geheel niet bezig zijn met afschrijven en tegenstaan van anderen, maar slechts worstelen met begrijpen van het moderne leven, de werkelijkheid waarin we leven. Ik heb veel geschreven over hoe wij mensen met de kennis van vandaag ‘met het bovennatuurlijke’ kunnen omgaan in de moderne wereld, hoe we van onze innerlijke tegenstrijdigheden af kunnen komen. Iedereen weet het antwoord al (er is geen ‘bovennatuurlijk’ in onze wereld), maar sommigen moeten kracht en rede aangeboden krijgen om het in te zien, of om hun angsten voor het opgeven van oude ‘waarheden’ te kunnen overwinnen. In werkelijkheid is zulk praten (en dat is het, het zijn slechts woorden!) geen ‘aanval’ op anderen, maar slechts met denkbeelden bezig zijn. Sommige denkbeelden zijn nu eenmaal waardevoller dan andere. En het zoeken en uitspreken van betere denkbeelden mag niet als onverdraagzaamheid en arrogantie worden bestempeld, maar is juist ons mensenbestaan pogen op te bouwen. Gooi ze gerust weer omver met nog hoger denken als het je lukt! Dat is de moderne invulling van hoogste waarheid. Maar onze maatschappij is allergisch geworden voor het uitspreken van waarheden en zal daaraan ten gronde gaan als ze er mee doorgaat. Want oneindige tolerantie, gelijkwaardigheid van alle denkbeelden, mondt uit in oneindige onverschilligheid.
Als er iets is waar ik op dit punt van mijn leven op een zeer ingrijpende manier mee bezig ben dan is het wel bewustwording. We willen allemaal dingen ‘weten’, maar telkens wordt ons weten weer omgekegeld. En als je daar af en toe moe van wordt, wel, dat is het leven. Daar moet je niet boos om worden, maar om die reden eet en drink je, om dat denken weer te boven te komen met nieuwe kracht.

Maar bewustwording is tóch waar het om draait, want hoe meer dit plaatsvindt, des te hoger en verhevener je denken wordt.

Neem een voorbeeld:

Er vindt een vreselijk tragisch ongeluk plaats, een kettingbotsing vanwege mist en gladheid. Vele mensen komen om het leven. Nu heb ik letterlijk deze uitspraken gevonden van gelovigen die het overleefden:


-Ons gezin begon de dag in gebed en gaf zich volkomen over aan God. Wij weten wie ons gered heeft.

-Ik stond een tijd te liften. Eindelijk nam iemand mij mee. We praatten urenlang over het geloof en de bestuurder bekeerde zich. Meteen daarna kwam het ongeluk dat hij niet overleefde. Ik weet dat God dit alles bestuurde.


Er vindt weer een ongeluk plaats. Een vliegtuig vol toeristen gaat de lucht in vanuit Tenerife en stort neer. Honderden doden (zeventiger jaren). Christen-gelovige tegen mij:


-Ik was toen niet gelovig. Om de één of andere reden had ik mijn vlucht uitgesteld, en mijn vliegticket omgeruild. Ik hád dus moeten sterven, maar God gebruikte dit gebeuren om in mijn leven te komen. Ik wist vanaf nu dat God er is en een plan met mijn leven heeft.


Wat doen we nu met deze uitspraken? Een atheïst die zich hierover uitspreekt maakt de volgende kanttekeningen:


-Waarom liet God de ongelukken gebeuren?

-Gingen de anderen dood omdat ze hun dag niet in gebed waren begonnen?

-Is de gelovige zich ervan bewust dat indien hij zijn gebedstijd achterwege had gelaten hij wat eerder zou zijn vertrokken, en hij dus het gehele ongeluk niet had hoeven meemaken?

-Is de gelovige die door het ongeluk bekeerd werd zich ervan bewust dat er iemand anders in het vliegtuig stapte die juist na veel wikken en wegen tot geloof was gekomen toen het vliegtuig vertrok, en omkwam? Of dat iemand die zijn gehele leven gelovig was geweest juist na veel wikken en wegen zijn geloof opgegeven had toen het vliegtuig vertrok, en ook hij omkwam?

-Is de gelovige die door het ongeluk bekeerd werd zich ervan bewust dat als hij uit een arabische cultuur kwam zich tot Allah bekeerd zou hebben?

-Is de gelovige zich ervan bewust dat bijvoorbeeld in China en India ook elke dag ongelukken gebeuren die sommigen overleven zonder daarvoor in Jezus te geloven of van de christelijke God afweten? Zij bedanken er natuurlijk hun goden of beschermgeesten voor.

-Is de gelovige zich ervan bewust dat er een paar overlevenden zijn in de kettingbotsing die hun dag met dezelfde vroomheid in gebed begonnen, maar vanaf nu het leven als invalide moeten tegemoet gaan?

-Is de gelovige zich er bewust van dat de fout waardoor de botsing ontstond gemaakt werd door een gelovige die zo in de kracht van de Heilige Geest leefde dat hij bijbelverzen overdacht tijdens het rijden en niet erg oplette?

-Is de gelovige zich ervan bewust dat hij dan ook een uitspraak moet doen over dit geval: in één auto zat een ongelovige gelovige bestuurder (hij wist het niet zo precies wat hij nu was) die het overleefde. Zijn gelovige vrouw en lieve dochtertje van 12 overleden op slag en hun kindje van twee jaar overleefde het ongeluk voor 24 uur. (De overlevende wist tot het eind van zijn leven nog steeds niet wat hij nu eigenlijk was, maar hij neigde naar ongeloof, zijn leven was kapot).

-Is de gelovige zich ervan bewust dat er een atheïst is die het overleven in de atheïstenkrant uitlegde. Hij wist waar hij zijn redding aan te danken had (een beetje geluk en aan het snel, besluitvaardig en kundig optreden van omstanders en het ambulancepersoneel.)

-Is de gelovige zich ervan bewust dat er één van een identieke tweeling omkwam als gevolg van dit ongeluk, en dat 20 minuten later de andere identieke tweeling tijdens een verkeersongeluk dat elders plaatsvond om het leven kwam? (veel aantoonbare soortgelijke voor ons onmogelijk te verklaren fenomenen zijn in onze moderne tijd aan het licht gekomen).


Indien iemand als ingezonden stuk in de krant de uitspraken van de gelovigen op deze manier van commentaar zou hebben voorzien zou de volgende dag weer deze ingezonden stukken in de krant staan:


-Wat een klassiek voorbeeld van wrede, smakeloze intolerantie tegenover christenen. Ik heb echt medelijden met de atheïst die zo door zijn gedachten van haat ten opzichte van gelovigen bestuurd wordt.

-Als God echt zo zou zijn als deze godslasteraar Hem beschrijft dan zouden we allemaal ongelovig zijn. Maar hij geeft een volledig verdraaid beeld van het christendom.

-De tirade van de atheïst tegen gelovigen is beledigend. Hoe lijden en pijn in deze wereld met een liefdevolle God gerijmd kan worden is bepaald geen onderwerp waar gelovigen met gemak overheen gaan. Het is voor hen net zo'n worsteling als voor anderen, maar ze ervaren Gods aanwezigheid in de gebeurtenissen.

-Ongelukken zijn nooit een uiting van Gods bijhouden van de boekhouding. De extreme en bombastische uitleg van de atheïst is betreurenswaardig.


Waar het in deze kwestie nu om gaat is dat mensen zich niet bewust zijn van veel zaken en de draagwijdte van hun uitspraken. De atheïst zou de volgende dag weer als ingezonden stuk kunnen opmerken dat het hem er geenszins om te doen was om gelovigen voor schut te zetten, maar slechts om bewustwording van de realiteit waarin wij leven. De gelovige is zich niet bewust van het onbezonnene van zijn uitspraken. Zijn uitspraak is niets anders dan het zichzelf levensmoed inspreken. De onmacht om de woorden van de atheïst serieus te nemen komt voort uit de onwil hem te zien zoals hij is: een atheïst is een mens die tot op de bodem eerlijk in zijn denken wil zijn. De gelovige denkt dat de criticus met haat in zijn hart zit, terwijl dit volkomen bezijden de waarheid kan zijn. De gelovige denkt slechts in termen van ‘hier is een aanval op het moois dat ik heb; wat een gemenerik!’ Zijn tegenaanval heeft dan ook nooit tot doel het begrijpen van de realiteit van het bestaan of zelfs maar het begrijpen van de medemens die het oneens is met hem, maar heeft als werkelijke drijfveer het verdedigen van zijn eigen zielsrust, het zoveel mogelijk vermijden van lastige dilemma’s voor zijn psyche. Terwijl in werkelijkheid de gehele gedachte van de atheïst precies dezelfde was als de uitspraak van de gelovige: als God zó is dan zouden we allemaal ongelovigen willen zijn.

De gelovige zit met dit probleem: hij weet diep in zijn hart dat het maar om ervaren gaat (en dit noemt hij dan ook altijd als laatste verantwoording van zijn gedachten), maar geeft nooit toe dat hij daarom geen conclusie hieraan mag verbinden ‘ik weet dat ik gelijk heb’. Zijn geloof eist dat hij er zeker van moet zijn dat het geloof slechts op de manier zoals die in de bijbel uitgespeld wordt waar kan zijn en beleefd moet worden. Daarom is de vroomgelovige (of hoe we hem dan ook noemen) zich minder bewust dan de twijfelaar of ontkenner. Hij is ook minder eerlijk, maar verzet zich tegen betere bewustwording.

Maar nu één woord voor de godlozen. De grootste twijfelaars en ontkenners zitten met dit probleem: wat positiefs en inspirerends doet u en denk jij om dit leven tot een prachtige ervaring te maken voor jezelf en voor anderen? Indien u tot een groots antwoord komt, als het even kan de antwoorden van dit boek overtreft, kunt u er zeker van zijn dat het mijn levendige belangstelling zal hebben.



*        *        *


Nawoord

Indien u, christengelovige, na de honderden bladzijden uit dit boek niet overtuigd bent geraakt door de talloze serieuze redeneringen, dan rest er voor mij niets anders dan u mee te nemen naar de verre toekomst, en de zaken eens vanuit dat jaar te bezien:


In het jaar AD 7589 kwamen de bijbelgetrouwe theologen van het Eurazisch Bijbelgenootschap bijeen om hun met Nano III-techniek verrijkte knappe koppen bij elkaar te steken om de al zolang gewenste Nieuwe Vertaling van het woord van God te produceren. Men had afgesproken dat het indertijd zo bijzonder mooie en eeuwenlang de tand des tijds doorstaan hebbende Nieuwste Testament (de boeken van Nietzsche) in ieder geval in zoverre aangepast moest worden dat men niet meer de woorden ‘sirocco’, en ‘Hyperboreeërs’ zou gebruiken.

Eenmaal aangekomen op Petrus’ argument om het uitblijven van de wederkomst van Christus uit te leggen kwam men op deze bijbelgetrouwe eigentijdse vertaling van het verkwikkende Woord van God:



2 Petrus 3:

3 Vergeet vooral dit niet: aan het eind van de tijd zullen er apen komen die hun geïmplanteerde chips de vrije loop laten, en u spottend vragen: Hij heeft toch beloofd te komen?
4 Waar blijft hij nu? Onze ouders sterven praktisch niet meer, en niets blijft zoals het van het begin van de schepping is geweest.
5 Ze gaan bewust voorbij aan het feit dat de melkweg dan wel miljoenen jaren oud is, maar er vanalles is gebeurd sinds die tijd. De aarde, door oneindige processen ontstaan uit en door de elementen genoemd in ons aards periodiek systeem,
6 is door water al eens een keer overstroomd en ten onder gegaan, [en werd door een kernoorlog ten tweede male vernietigd].
7 Maar de tegenwoordige hemel en aarde worden, ook [bij wijze van spreken] door het woord van God, in stand gehouden, maar ditmaal om uiteindelijk aan een zwart gat prijsgegeven te worden op de dag van het oordeel; dan zullen ook de laatste schadelijke bacteriën en virussen ten onder gaan.
8 Verlies één ding niet uit het oog, vrienden: voor de Heer is één dag als miljoen jaar en miljoen jaar als één dag.
9 De Heer stelt wat hij heeft beloofd, niet uit, zoals sommigen denken. Hij heeft alleen maar geduld met u. Hij wil niet dat er ook maar één worm verloren gaat, maar dat allen evolueren tot Bovenmens.
10 Maar de dag van de Heer zal komen, onopgemerkt door telescopen op Pluto en ruimteschepen buiten ons zonnestelsel. Dan zullen de hemelruimten met een dof gedreun vergaan en de elementen vlam vatten en in een zwart gat verdwijnen, en de aarde met al haar werken zal zich voor God moeten verantwoorden.
11 Als dat allemaal zo verdwijnt, hoe ontwikkeld en aangepast aan de allermodernste technieken moet u dan niet leven!
12 U hoeft niet gespannen uit te zien naar de dag van de Heer; u kunt de komst ervan echt niet bespoedigen – die dag waarop de hemelruimten in vlammen zullen opgaan en de elementen wegsmelten door de hitte.
13 Maar hij heeft ons een nieuwe hemel en een nieuwe aarde beloofd, waar volledige beheersing van de natuurwetten zal heersen, en daar zien we verlangend naar uit.
14 In afwachting daarvan moet u, vrienden, uw best doen, om in Gods ogen efficiënt en zonder technische defecten te zijn en in vrede met hem leven.
15 Bedenk dat het geduld dat de Heer met ons heeft, onze redding is [aangezien de wetenschap nog duizenden jaren nodig heeft om alles na te vorsen]. Gebruik makend van het inzicht dat hem gegeven is, heeft ook onze geliefde broeder Nietzsche u in die trant geschreven.
16 Trouwens, zo doet hij in al zijn boeken waarin hij over dit onderwerp spreekt. Zijn boeken bevatten een aantal moeilijke dingen. Mensen [zoals de eens verslagen antichrist Rereformed] die niet onderlegd zijn en onstandvastig zijn, geven er tot hun eigen ondergang een verkeerde uitleg aan. Hetzelfde doen ze trouwens met de andere boeken van de Schrift.


Vervolgens nog de wijsheid van een kindersprookje. Zoals u weet zijn kindersprookjes niet kinderachtig, maar bevatten ze de allerdiepste lagen die de mens maar in zijn bewustzijn kan vinden. Luister dus heel aandachtig naar het volgende sprookje waar de hoofdrol gespeeld wordt door de gelovige bijbelgetrouwe christen:




Het verhaal van de krokodil die vaalgroen werd


Er was eens een krokodil die zijn gehele leven het liefst stil in zijn bed lag en naar het mooie behang van zijn slaapkamer keek. Van uur tot uur, van dag tot dag. Hij was zo blij met zijn mooie behang! Het kwam niet in hem op dat hij ooit een reden zou kunnen vinden die hem zou nopen zijn bed uit te komen.

-Kijk toch hoe mooi alle bloemetjes gerangschikt staan! Niet één ervan staat scheef, niet één ervan op de verkeerde plaats. Alles is in perfecte symmetrie en rangorde.

-Lieve schat, zei mevrouw krokodil toen ze lopend in de tuin het open slaapkamerraam voorbij kwam, je ligt veel te veel in je bed. Stap er toch eens even uit en kom toch eens kijken in mijn mooie tuin! De zon schijnt vandaag heerlijk en er is zoveel te zien vandaag. De daglelies zijn voor het eerst uitgekomen, en de viooltjes geuren met hun unieke geur. Er is ook zo’n heerlijke frisse lucht hier.

-OK, ik zal dan maar even komen kijken, omdat jij het van me vraagt, als je dat dan zo graag wil, zei de krokodil. Ik houd tenslotte van je.

Hij kwam na een tijdje argwanend en voorzichtig naar buiten. Hij wist wel dat hij niet tegen zonlicht kon, en had dan ook uit voorzorg een zonnebril opgedaan.

Mevrouw krokodil liet trots haar tuin zien. Ze stond er glunderend naar te kijken en wees hem op allerlei bijzonderheden.

-Kijk die stokroos eens, hoe hoog hij gegroeid is. Ik heb hem elke dag verzorgd en vaak mest gegeven. En ruik toch die mooie roos eens, maar pas op voor de stekels! Deze godgegeven tuin is werkelijk fantastisch. Ik begrijp niet hoe ik de Grootse Schepper van het Al hiervoor kan bedanken en hoe ik Hem anders zou moeten eren dan door mij er onophoudelijk over te verbazen en met vreugde in mijn tuin te lopen en de bloemen maar te begieten.

-O hemel! Schreeuwde de krokodil, alle bloemen en planten en bomen en bladeren staan in wanorde. Sommige bladeren zijn zelfs uit de boom gevallen! Overal staat weer wat anders. En dan dat onkruid overal! Foei wat een bende en wanorde! En pas op, die boom staat scheef, straks waait hij nog om! Pas op dat je er niet onder loopt.

De krokodil spoedde zich meteen in paniek terug naar zijn slaapkamer, nog een Rereformedmug doodmeppend die hem tot het laatst achtervolgde.

Gelijk toen hij zijn vertrouwde slaapkamer weer zag en de deur dicht deed voelde hij zich weer opgelucht en kwam hij tot rust. Hij deed zijn zonnebril af en kon eindelijk weer goed en helder zien. Hij ging weer lekker liggen in zijn bed, rook de vertrouwde geur van nooit verschoonde lakens en staarde naar zijn schitterende bloemetjesbehang.

-Aah, dit leven is vééél beter dan zo’n wilde tuin. Daar buiten hebben krokodillen het traditionele godsbeeld vervangen door een zelfgebreid concept van een hogere macht. Ik weet dat ik normatief denk, maar ik kan het niet anders zien dan dat leven buiten mijn slaapkamer maar te betitelen als een verschraling van de grote rijkdom die mij gegeven is. Het leidt tot ontzieling van mijn slaapkamer me hieraan ooit nog bloot te stellen. Wat geeft deze bloemenpracht op de wanden van mijn slaapkamer mij toch rust en vrede en een heerlijk veilig gevoel! Het gaat tenslotte heel letterlijk om ziel en zaligheid, dat zal ik altijd moeten blijven inzien.


Vanaf die tijd kwam de krokodil nooit meer zijn bed uit. Hij lag daar maar in zijn gerieflijke bed en glimlachte naar de wanden van zijn slaapkamer. Hij investeerde al zijn tijd in het zoveel mogelijk diepgang krijgen in zijn leven. Hij was buitengewoon verstandig en zo dankbaar voor zijn leven!


Hij verbleekte ook steeds meer totdat hij er uiteindelijk heel vaalgroen uitzag, maar hij bemerkte het nooit want er was geen spiegel in zijn slaapkamer.
[Een aangepast sprookje van Arnold Lobel]




*        *        *




Rereformed wachtte op de reactie van de Echte Christen, maar die bleef uit. Hij was namelijk vertrokken en had slechts een klein briefje achtergelaten, waarop stond:


Rereformed, we kunnen altijd wel door blijven discussiëren, maar worden het toch niet eens. Ik houd er mee op. God zegene je. Aju.


Rereformed glimlachte. "Ik houd er mee op" betekent slechts "Ik houd op met denken, want ik kan het niet verwerken"...Je bent liever vaalgroen dan veeleisend van je denken. Maar bewustwording is toch waar het om gaat. Zo schrijf je op het afscheidsbriefje bijvoorbeeld een zin die je vast volkomen gewoontegetrouw om de haverklap uitspreekt: "God zegene je", maar ik durf te wedden dat je er nooit over nagedacht hebt wat je hiermee nu eigenlijk bedoelt. Het is maar een aangeleerde holle frase.
Bedoel je er soms mee dat God niet gewoon is mensen te zegenen, maar daar af en toe door jou aan herinnerd moet worden en het dan pas doet? Of bedoel je ermee dat God het leven van een ieder van ons van moment tot moment met grote belangstelling volgt en voortdurend beslist of Hij ditmaal wat zegen over ons uitstrooit of nu maar weer eens straf, en dat jij met je uitspraak God kan doen overhellen naar zegen?
En wat is zegen voor mij? Dat mijn schrijven via het internet in iedere Nederlandse huiskamer terecht komt? Ik neem aan dat je eerder het omgekeerde bedoelt, dat je hoopt dat ik de zegen krijg me ooit weer eens tot de bijbelse waarheden te bekeren, en hoopt dat ik al mijn schrijven verbrand. Maar zo eerlijk ben je niet om je uit te spreken. Je laat het liever heel vroom aan "Gods zegen" over om te bepalen hoe het verder moet. Wel, in dat geval heeft die vrome zegen geen enkele betekenis. Zoals iedereen weet is die christelijke zegen namelijk goed voor letterlijk alles wat er in het leven gebeurt. In de bijbel is Gods zegen materieel (bijv. Deut. 11:26, Spr. 10:22, 28:20, Jes. 19:24), maar in geval van het ontbreken van materiële zegen -en ja, die gevallen zijn er nog wel eens-, geen nood, dan komt de zegen heel zeker in de vorm van "geestelijke overvloed". Een geweldige vondst in het Nieuwe Testament! Maar wat als de diepgelovige een lijdensweg aangeboden krijgt, bijvoorbeeld de brandstapel opgaat of zoals mijn schoonzuster dat voorgeschoteld kreeg in haar leven -11 jaar had zij een gevecht op leven en dood met kanker, voordat de kanker het uiteindelijk won-, wel, in dat geval zeggen we heel vroom (zoals in een voetnoot van de Weymouth New Testament): "Mensen kunnen uiterlijk te beklagen zijn, maar vanuit een hoger en daarom juister perspectief, kunnen ze zo gezegend zijn dat they are to be envied, congratulated and imitated." In dat geval retourneer ik je zegen per expres-post en heb ik die liever niet.
Ik kan me trouwens best indenken dat een mens op een punt kan komen dat hij het gehele leven aanvaardt, de dalen en de bergen, en heb daar juist het allergrootste respect voor. Maar wat heeft het dan voor nut om iemand zegen te wensen of om zegen te vragen? Want in dat geval is alles toch zegen.
Het bijbelse zegenen is dan ook iets geheel anders. Het uitspreken van zegen houdt automatisch in dat er een keerzijde van zegen bestaat. Die wordt in de bijbel vloek genoemd. In de bijbel worden de twee vaak gecontrasteerd. (Gen. 27:12, Deut. 11:26-28, 23:5, 28:2, 33:23). En omdat ik niet in Gods vloek geloof, heb ik ook niets aan Zijn zegen. Ik leef liever het leven zoals het is en zoals het komt.
Maar wellicht bedoelde je er slechts heel oprecht mee dat ik me gelukkig moge voelen. Als je het zo bedoelt dan bedank ik je voor de opmerking, maar vraag ik je om de volgende keer niet meer Gods naam ijdel te gebruiken.

En net had Rereformed dit uitgesproken of hij kreeg een tekstbericht op z'n mobiele telefoon. De Echte Christen schreef heel uitgelaten: "Net m'n rijbewijs gehaald!! Halleluja!!!" Rereformed ging vermoeid op z'n bed liggen en deed z'n ogen dicht. 'Het heeft geen nut', mompelde hij, 'Alles in het leven is vergeefse moeite...', vrome voetballers zullen altijd kruisjes blijven slaan wanneer ze een doelpunt gemaakt hebben. Mensen willen niet opgroeien...

"Prijst Jahweh" voor het behalen van het rijbewijs (of maken van een doelpunt) is christendom in een notendop. Het is de hoogste vorm van godsverduistering, de hoogste vorm van godslastering: het belachelijk maken van God. Het is de absurditeit van het menselijk denken op het hoogtepunt. Prijs Daimler-Benz als je zo nodig iemand moet prijzen; zíj hebben ons de verbrandingsmotor geschonken. Prijs Henry Ford voor de massaproduktie als je er dan zo blij mee bent. Prijs Hitler voor de Autobahnen en de Volkskar, prijs de Saoedie-Arabiërs die vlijtig de olie uit hun grond pompen als je echt denkt dat ze dat uit pure goodwill doen, prijs de chemici die je een tabletje aanboden dat je slikte om je zenuwen tijdens het rijexamen onder controle te houden. Prijs de goedwilligheid van de examinator die een paar foutjes van jou door de vingers zag. Prijs in hemelsnaam je eigen kwaliteiten eens als je na veel zwoegen een kunst onder de knie hebt.
Maar om God er hier bij te halen is de meest bedroevende levensinstelling die er in de wereld te koop is. Prijs Hem liever wanneer je gezakt bent en Hij het je belet ooit auto te rijden. Hij heeft ons namelijk niets te zeggen over auto's, Zijn schepping was al af (perfect) toen Hij Adam op aarde zette. Indien Hij er al iets over te zeggen heeft dan is het op grond van jouw bijbel eerder zo, dat Hij ertegen is. Hij verzette zich ertegen dat de mens kennis van goed en kwaad zou opdoen. Hij haat techniek. En heeft Hij niet gelijk? Auto's en snelwegen vervuilen onze aarde, zijn oorzaak voor de dood van miljoenen. En jij prijst Hem daarvoor ook? Prijs je Hem ook morgen wanneer je vriend vanwege een auto-ongeluk om het leven komt? Houdt toch op met het ijdel gebruiken van Gods naam. Begin eindelijk eens met het Opbouwen van de Aarde. Prijs de mens voor zover hij de aarde en het menselijk bestaan opbouwt, en geef hem de menselijke zweep indien hij bezig is met onzin, met afbreken en vuilmaken. Geef aan God slechts wat aan God toekomt dwz wees stil over God.

Maar opeens verscheen er een ander persoon, een Anonieme Lezer, die het volgende uitsprak:


-Oja wat achtergrondinformatie; ben christelijk opgevoed, bij vlagen echt heel erg overtuigd van alles geweest, maar de laatste tijd nogal ‘dwalende’. Ik weet niet meer wat waar is wat betreft het christelijk geloof. Hele tijd gewoon zo weinig mogelijk over nagedacht, maar dat had ook niet zoveel zin. Misschien dat ik daarom echt geinteresseerd ben in dit boek.


Wat heerlijk klinkt dat toch, dat geloof dat jij gevonden hebt... het lijkt me ontzettend ontspannen leven met deze gedachten. Je ‘moet’ niks geloven, je hoeft nergens bang voor te zijn... van ‘wat als God toch vindt dat...’. Het spreekt me erg aan, maar in mijn hoofd zit de gedachte ‘wat als het toch allemaal waar is wat in de bijbel staat...’ Lijkt me ook geen vreemde gedachte voor iemand die gewend is aan het christelijk leven. Maar ik heb nu begrepen dat het noodzakelijk is hier helemaal mee te breken, dat je dan pas echt bevrijd wordt. Vraag is dan of je dat wilt, of eigenlijk of je dat durft. Wat mij bovenal aan het christelijk geloof vasthoudt is het idee ‘wat als het toch waar is...’. Angst dus inderdaad. Maar angst is een slechte raadgever... Ik pluis geloofszaken juist graag uit... ik weet niet zeker of dat positief of soms negatief is trouwens. Uiteindelijk ga je alleen maar meer beseffen dat je eigenlijk niets weet, of je daar nou op vooruit gaat is maar de vraag... soms is het gewoon zo makkelijk om in die waan te blijven dat het allemaal wel waar zal zijn... je van de domme houden eigenlijk. Je serieus afvragen of het christendom wel het goede is is veel moeilijker. Dan zou het namelijk zo kunnen zijn dat je uiteindelijk met niets overblijft en dat is niet zo’n zekere gedachte. Maar misschien moet ik het boek dan nog maar eens een keer lezen.


Rereformed:

Je hebt met die paar zinnen dit boek tot op de bodem begrepen. Dat komt omdat je dezelfde nachtmerrie doormaakt als die ik achter de rug heb. Je ervaart precies dezelfde dingen, gaat dezelfde vragen langs, komt op dezelfde kruispunten, als die ik ervaren heb, langsgegaan ben, op aankwam. Het is de tragiek van alle christenen die zich in de dingen willen verdiepen.

Mijn woorden voor jou zijn: Besef dat een godsdienst die je angst geeft geen zegen voor je is maar een vloek. Vertrouw hierop: God schenkt je het leven en brengt jou precies op de plaats van bestemming. Zet de bijbel aan de kant en zie God werken in jouw eigen gedachten, vertrouw daarop. Je bent juist verre van dwalende, je begint eindelijk voor het eerst de juiste richting op te lopen.


Gebruik van dit boek wat je goeddoet, maar meer nog: vul het geloof voor jezelf in. Geloof is een proces, geen stukje papier met stellingen waar je je handtekening onder zet. Mijn geloof groeit in dezelfde mate als ikzelf groei. Het verandert net zoals ik als mens steeds verander. Precies zo gaat het met ieder ander mens. Onze boekgodsdiensten hebben ons alles voorgeschreven. Het gevolg hiervan was dat we onszelf verloren. Ga terug naar jezelf: God woont in jouw eigen gedachten. Word volwassen en zie dat je er mag zijn als een volwassen mens, als iemand die niet aan anderen hoeft te vragen of je een snoepje mag, of je zus of zo moet doen/denken/geloven. Zie dat de angst voortkomt uit het opleggen van iemands anders gedachten (de bijbel) aan jou, aan jouw eigen kindzijn. Het is niet wat je wilde, waar je om gevraagd had. Je wilt vrijheid, rondlopen als volwassene die wanneer hij naar bed gaat zonder angst het licht uitdraait. Welnu, dát is jouw waarheid over jouw God: God wil vrijheid in ‘s mensen gedachten, geen boeien en banden, geen angst, geen ‘moeten’. Dat brengt je tot de waarheid over God. God komt alleen tot zijn recht in jouw gedachten.

Zie ook dat lijden, pijn en moeite in de wereld noodzakelijkheden zijn. Het heeft niets met een kinderachtige voorstelling van een half-goddelijke tegenwerker van God te maken.
Ik schrijf dit op het moment dat mijn vader overlijdt. En meer dan ooit voel ik liefde voor hem. Het lijden is er opdat de liefde tot uiting komt. Zonder zijn einde zou ik de hoogste liefde voor hem nooit hebben kunnen ervaren. Het lijden wat mijn vader op dit moment moet doorstaan en het afscheid van hem is het instrument waarmee ik opgebouwd word en inzichten krijg. ‘Alles vergeven om niet’ is de hoogste menselijkheid en je één weten met de ander het grootste geluk dat je kunt vinden.


Wanneer je met deze inzichten verder gaat op zoek naar God zul je uiteindelijk op deze laatste waarheid komen: God is


en daar houd je op (je zet er zelfs geen punt achter), omdat je weet dat alles wat je verder zou gaan zeggen om dit of dat uit te leggen afbreuk aan God doet; het is de tragiek van de bijbel.
Wees er ook niet bang voor niets te weten. Door deze wetenschap word je werkelijk weer mens en vinden wij mensen overal op aarde eindelijk de eenheid van de gehele mensheid weer terug.


Een gedachte die mij veel heeft beziggehouden is de volgende:

Fundamentalistische (bijbelgetrouwe) gelovigen zijn eigenlijk helemaal geen gelovigen. Ze zijn de negatie van het aardse leven, dwz ze geloven juist niet in het leven. Daarom hebben ze juist ‘een geloof’ nodig, daarom zijn ze in hun fundamentalistische geloof verstrikt geraakt dwz in een heel denkstelsel dat alles wat er niet is uitroept tot werkelijkheid terwijl ultieme waarheid en de wereld die ze kennen, die er is, waarin ze in werkelijkheid leven, wordt verguisd, veracht, voor zondig verklaard, in de ban van de satan gelegd, spoedig door God geoordeeld zal worden enz. ‘Geloof’ in de traditionele boekgodsdienstbetekenis is juist het beledigen van de God die dit leven geschapen en aan ons geschonken heeft. Om deze God eer aan te doen moet men de aarde eren, dit leven. Men moet inzien dat God wel degelijk perfect is, en dat Hij daarom geen tegenstander kan hebben, er geen zonde en doel missen kan zijn.


Wat een mens voortdurend kan doen in zijn leven is zich af te vragen hoe hij van zaadje kan uitgroeien tot de mooiste bloem. Geef jezelf water en voedsel, laat je inspireren, laat je bespelen tot er een mooi muziekstuk uit groeit, wees altijd eerlijk in je denken. Doe zoveel mogelijk kennis van de wetenschap op om zoveel mogelijk de juiste beslissingen te maken.


Terwijl hij nog aan het schrijven was kwam er een anonieme brief bij Rereformed binnenvallen:


-Ook een reactie van mij. Ik heb deze gesprekken een paar bladzijden meegelurkt en ik vond het zeer interessant. Het punt is dat ik laatst heb beseft dat ik het geloof dat ik als kind heb meegekregen heb losgelaten. Alleen hoe ik nu mijn leven invul is de vraag.

Ik denk dat ik eerst moet afdalen (stijgen?) tot agnost. Alleen dingen aannemen die vast-bewezen zijn (ik ben vrij wetenschappelijk ingesteld). Zaken die niet vaststaan niet ontkennen (dat doet een atheïst), maar ook niet erkennen. Dat lijkt me een mooie basis om op verder te gaan.

Ik zou kwaad kunnen zijn op alle angst en waandenkbeelden die me zijn ingegeven, maar dat ben ik niet. Ik denk dat ik er ‘groter’ mee geworden ben dan als ik zonder streng geloof was opgevoed. Ik begrijp ook veel standpunten van christenen waarmee ik gesprekken heb gehad, maar ik zie ook af en toe de zinloosheid ervan in. Zoveel mensen die met een enkele bijbeltekst mensen proberen te overtuigen. Bij christenen werkt dat soms, maar niet bij christen-bashers. Ook zie ik in hoe ‘arm’ de mensen zijn die alleen maar zeggen ‘God bestaat niet, het is allemaal crap, punt uit’, de standaard reactie van de pubers op een behandeling van de godsdienst.

Van jongs af aan ben ik behoorlijk geïndoctrineerd. Nog steeds zou ik niet negatief over God of de bijbel kunnen praten vanwege een geconditioneerd respect (angst?). Maar ik zie wel langzamerhand in, dat mijn geloof zoals ik het vroeger had nu geen stand meer kan houden. Al kan ik wel fel uithalen als mensen iets negatiefs zeggen over christenen. Raar is dat.

Nou ja, dat moest ik even kwijt. Het is waarschijnlijk een beetje een warrig verhaal, maar ik wilde toch even van me laten horen. Rereformed, als je boek klaar is, dan zou ik het graag willen kopen, al zegt mijn hart diep van binnen: verboden boek! lees het niet!".


Rereformed:

Tegen jou zou ik zeggen: zet jezelf voortdurend aan om tot duidelijkheid te komen in je denken. Blijf een lange tijd doorlopen op het pad waarop je nu de eerste stappen pas zet. Je agnost noemen is namelijk afdalen en niet bepaald het eindpunt. Het betekent dat je slechts genoeg vraagtekens voorgeschoteld hebt gekregen om uiteindelijk te zeggen 'ik weet het niet meer'. Het lijkt wijs, een soort alle deuren open zetten en eerlijk zijn. Maar in werkelijkheid is het slechts óf de eerste aanzet tot iets hogers wat komen gaat óf een blijven staan in stilstaand water, in niemandsland. 'Agnostisch' is slechts een je schouders ophalen, een passief blijven, het denken van je afzetten, aan wal blijven zitten, blijven afwachten. Blijf je ook zo open staan voor het bestaan van elven en kabouters, en noem je zoiets redelijk? 'Agnost' is een term uit de 19e eeuw toen de zaken nog niet geheel en van alle kanten grondig doorgespit waren. Probeer in te zien dat we nu de 21ste eeuw tegemoet gaan en het daarom niet genoeg is. Wetenschappelijk gesproken is er onmogelijk wat te zeggen over het bestaan van God, en dat zal altijd zo blijven. Maar creatief gesproken, dwz als interpretatie van ons zicht op de werkelijkheid is God er wel degelijk, en leidt het denken over God tot het hoogste menszijn. De weg die mijn schrijven voorstelt is deze:
-Je bent wel degelijk atheïst wanneer het gaat over de bijbelse God. Deze God bestaat namelijk niet, en godsdienst die zulke gevoelens van angst bij je inboezemt mag geeneens de naam godsdienst hebben, maar is dwingelandij, mensenkwelling.
-Je bent wel degelijk godsdienstig, een Deïst, een gelover in God. Godsdienstig zijn betekent heel eenvoudig dat jouw menszijn het niet accepteert aan grenzen gebonden te zijn. Jij wil erbovenuit vliegen. Jij wil zoveel mogelijk eer doen aan het leven, aan jezelf, aan ieder ander die op je weg komt, aan dieren en aan de geschapen natuur. Je weet jezelf een nietig onderdeel van het Geheel. Dit dienen van het Geheel, het Grote, het Hoogste, noemen wij godsdienst, en het Geheel dat gediend wordt en het denken en de gevoelens die in ons opborrelen, wanneer wij ons kleine zelf overschrijden, noemen wij God. In de 21ste eeuw moeten wij volwassen mensen niet met een mond vol tanden blijven staan als agnost of nihilist. Als je niets te zeggen hebt ben je erger af dan de christen die alles denkt te weten. Het is trouwens in de letterlijke betekenis van het woord immoreel, want je bouwt er niets mee op. Integendeel, als agnost help je bovendien mee aan de voortgang van alle waanideeën over God, want je stelt het niet aan de kaak. Nee, je moet aan de slag met je denken; je moet het gewoon duidelijk maken dat je met God iets totaal anders bedoelt dan de God uit de bijbel. Godsdienst is de uiting iets schoons te willen maken met je gedachten. En die schone gedachte verbind je aan schone handelingen.
Je ziet dat er uiteindelijk geen behoefte is aan het woord 'agnost'. Agnost is een synoniem voor niet-denker en niet-kunstenaar.

Tenslotte je opmerking: Al kan ik wel fel uithalen als mensen iets negatiefs zeggen over christenen. Raar is dat. Heel goed dat je met die opmerking komt. Ze komt voort uit het feit dat jezelf als christen door het leven hebt gelopen en ze dus kan begrijpen. Je ziet godsdienstige mensen als mensen eender aan jezelf, mensen die het goede na willen streven en hebt daarom een gevoel van voor ze op te moeten komen. Ik heb dezelfde gevoelens, zodat het voor mij bijna onmogelijk was dit boek te schrijven. Maar uiteindelijk is hetgeen ik hier geschreven heb een opkomen voor mezelf, is het wel degelijk een bezig zijn met het opbouwen van de wereld, is duidelijkheid en eerlijkheid willen scheppen eer aan God willen doen. Boekgelovigen zijn namelijk slachtoffers wie het in hun leven is belet hoog te vliegen. Mijn gedachten over het christendom op een rijtje te zetten en duidelijkheid te verschaffen in de dingen waar het om gaat in het leven, bewustwording, is de enige manier geweest waarop ikzelf geholpen kon worden. En ik ben alle denkers die het christendom tegen stonden en er wat beters voor wilden schenken die ik op mijn reis maar ben tegengekomen, dankbaar voor hun scherpzinnige opmerkingen en inzichten. Probeer ook eens fel uit te halen wanneer je mensen iets negatiefs over atheïsten hoort zeggen. Probeer ook hen eens te begrijpen als dezelfde mensen die we allemaal zijn.


En nog kwam er een reaktie:


-Rereformed, jij hebt met je boek voor mij vorige week een hemel der herkenning doen openen, soort EUREKA, zo is het, zo moet het, zo hoort het, zo zou het moeten worden; als iedereen zo zou denken, dan pas zouden wij allen één zijn.









Na een geheel boek lang -dat twee jaren nodig had om geschreven te worden- dapper gestreden te hebben tegen de satan, legde Rereformed zich eindelijk weer neer op z’n bed. Zijn boek was af. Voordat hij insliep zag hij de Glansvlieg weer zitten. Het was alsof die zei:


-Gefeliciteerd met je verjaardag en het afsluiten van dit laatste hoofdstuk. Mocht je ooit weer aan een nieuw boek beginnen, zal ik graag als figurant weer door je verhaallijn komen dwarrelen.


Rereformed bedankte hem voor zijn bijdragen en viel al gauw vermoeid in diepe slaap. Het verwonderde hem eigenlijk niets meer toen hij opeens merkte weer naar de hemel getransporteerd te worden. Daar aangekomen stond hij ditmaal met gebogen hoofd voor de troon van God.


-Ik weet het, ik heb ruzie gemaakt met de christenen. Ik ben zondig. Vergeeft U het mij.


-Heb je er spijt van, heb je berouw?


-Ja,...maar het geloof dat mij verkondigd is begon.


-Dat dacht ik al, zei God, ik ken dat verhaal...Zo zie je maar, die bijbel, daar staan toch wel wat koeienwaarheden in, niet?..Maar als je nu straks weer naar de aarde teruggaat, heb je nu wat van deze strijd geleerd?


-Als ik eerlijk ben, antwoordde Rereformed, moet ik dankzij mijn olifantengeheugen bekennen dat ik niets geleerd heb wat ik ook als achtjarige niet al wist...


-Betekent dat antwoord dat je heel wijs bent of juist heel dom?


-Ik heb er geen moeite mee om voor God te staan en me dan dom te noemen. Net zoals ik trouwens tegenwoordig ook mezelf in de spiegel kan kijken en mezelf een goed mens kan noemen. Ik ben gewoon mens. Hebt U daar overigens nog steeds moeite mee?


Hierop moest God even goedgeluimd lachen.


God, mag ik deze gelegenheid even benutten om U nog iets te vragen? Die Nietzsche, had die nu gelijk of niet? Ik bedoel, ik deed in het boek zoals hij het mij leerde: dat wat meelijwekkend is, zielig, op sterven na dood, klagend, nihilistisch, verdorven, krachteloos, niets te zeggen heeft of met foute zienswijzen aankomt moet vermorzeld worden. Daarvoor in de plaats moet je een imposant gebouw optrekken, iets waar het nageslacht zich nog lang aan vergapen zal.

-En, lukte het? Vroeg God.


-Jazeker, ik liet geen spaan van het christendom heel, het werd begraven onder metersdikke laag van glory and power van de moderne intelligente mens.


-En voelde je de euforie van overwinnaar te zijn, ging je door de arc de triomphe?


-Nou nee, het christendom is onverbeterlijk, in de gedachten van gelovigen wordt alles omgedraaid. Ze zien niet eens dat ze verslagen zijn, maar zien de neergang van hun geloof zelfs als teken van hun gelijk; het is zogenaamd allemaal voorspeld. Ze kijken meewarig naar mij en blijven hardnekkig bidden dat ik het licht ooit weer zie...En wanneer alles gezegd is komt er een echte christen die zegt dat hij het toch anders zal blijven zien.

Nu ik er nog eens over nadenk weet ik dat hij inderdaad gelijk had, die pientere Nietzsche, hij had namelijk goed het Oude Testament gelezen. En daarin leert U het juist zo te doen: alles wat voor U een gruwel is moet volledig uitgeroeid worden. Alles wat een smet op heiligheid en zuiverheid legt moet uit ons midden verwijderd worden. Zolang Uw volk dat deed liep alles op rolletjes. En het Oude Testament laat ook goed zien waar het anders op uitloopt: het verderfelijke tast het heilige aan, corrumpeert het en doet het uiteindelijk in jammerlijke chaos en krachteloosheid ondergaan.


-Maar waarom voelde je je dan zondig achteraf? vroeg God met een akelig glimlachje.


-Ik eehh, ik had medelijden omdat ik de traditionele godsdienst zo finaal afgemaakt had.


-Waar heb je medelijden van geleerd? vroeg God.


-Nou, dat weet U best, waarom vraagt U me dat?


-Ik wil weten of jij Nietzsche nu gelijk geeft of Jezus. Ik vraag ditmaal wat aan jou, Rereformed, zei God op besliste toon.


-Wel, Jezus heeft gezegd dat je goed moet doen aan je vijand, dat je die ziekelijk arrogante mensen die een jas van je opeisen ook nog vrijwillig je hemd moet afgeven. Dat je die mensen die je op de ene wang slaan ook nog de andere wang moet toekeren. Dat je die mensen die jou honen en voor zielige slappeling of zondaar uitmaken of bedreigen met hel en verdoemenis, terwijl je aan het kruis genageld bent, maar gewoon stil moet laten brallen. Zo deed Jezus het. Hij ging zelf als een mak lammetje naar de slachtbank.


-En, is dat een betere weg? Ik heb nog steeds je antwoord niet.


-Ja maar God, dat moet U juist zeggen. Dat wil ik nu juist van U horen! Ik ben maar een mens. U moet rechtspreken, antwoordde Rereformed vertwijfeld. Het leven is te gecompliceerd voor mij. Ik kan dat Oude en Nieuwe Testament niet aan elkaar lijmen. Ook niet het Nieuwe Testament en de Moderne Wereld. Ook snap ik niets van Jezus, de Goede Herder die dan weer met de hel dreigt, dan weer levend water aanbiedt, dan weer mens is en dan weer eens zichzelf tot God uitroept...


Er ging opeens een daverend gelach door de hemel, want zo ervaart men dit als men in de hemel de lach van God hoort.


-Ik moet Rechtspreken? Rechtspreken? Hoe zou men kunnen Rechtspreken dat wat Krom is? Probeer het eens. Ga je finse bos in, neem een kromme tak, leg hem op de operatietafel en ga net zolang tegen hem spreken totdat hij recht is! Het leven is niet recht te spreken, noch krom te spreken, maar is juist Het Leven!


-O, zei Rereformed, nu begrijp ik het. U bedoelt wellicht: Geen woorden, maar daden. Dat ken ik goed, dat zingen we op aarde elke week in de voetbalwedstrijden. Alleen met daden kun je iets wat krom is recht krijgen! Bedankt God, da’s een goeie van U!
Maar eehh, die Jezus deed toch niets? Die ging toch als een lam dat zijn mond niet opendoet naar de slachtbank?


-Beste Rereformed, zei God, toen Ik je de wereld in stuurde gaf Ik je zoveel hersens mee dat Ik wist dat je er later gek van zou worden. Daarom liet Ik je een keer als kind uit het raam vallen; op je hoofd natuurlijk, zodat de getalenteerdheid tot betere proporties werd teruggebracht. Tot nu toe heb Ik altijd gedacht dat Ik het perfect gedaan had, juist genoeg hersens voor je om redelijk het leven door te komen, maar nu begin Ik toch te twijfelen. Kun je, beste jongen, niet zien wat Jezus deed juist toen hij niets deed? Waarom hebben de mensen van de wereld altijd meer begaafdheid dan de onnozele gelovigen? Zie je niet dat juist omdat Jezus de laatste 24 uur van zijn leven zijn mond dichthield alles wat hij daarvoor met af en toe uitzonderlijke felheid gezegd en gedaan had werd tot dynamiet? Zolang hij sprak werd hij uitgemaakt voor de overste der duivelen, zolang hij goed deed werd hij uitgemaakt voor Beëlzebub. Maar toen hij zijn mond dichthield en ter slachting ging, langzaamaan doodgemarteld werd, toen werd hij uitgeroepen tot de grootste held die de mensheid kent. Begrijp jij, Rereformed, niets van wijsheid, van inzicht, van doordenken? Begrijp jij niets van het leven?


-O God ik word er zo moe van...Moet ik dan het christendom in dertig verschillende uitdrukkingen per dag altijd maar weer laten zeggen dat ik zielig en zondig ben, dat God straft, de duivel overal loert? Of op een ander moment opeens weer opkomt met de ontkenning van al het mooie op aarde, eeuwig ‘het einde is nabij’ predikt, eindeloos maar herhaalt: ‘we leven in de dagen van Noach en Lot’, altijd maar weer aankomt met een naief God doet hier een wonder en daar een wonder?


-Wel, Rereformed, toen je Dodelijke Zelfkritiek sprak was er meteen een Schone Vrouw, iemand die jou goed kent, die een woordje voor je sprak. En wat voor woordje! Dat deed ze toch perfect? Je zag toch meteen dat het niet nodig was zelf ook maar één woord verder aan Dodelijke Zelfkritiek te verspillen? Zo is het met zoveel zaken.


-Ja, maar het hielp niet. Christenen tegen wie ik spreek worden ook alleen maar nog feller wanneer ik tegen ze in ga.


-En nu jij dit boek geschreven hebt komen ze allemaal tot de allerhoogste inzichten?
Wel, beste Rereformed, het zal je misschien verbazen, maar ik heb weet van veel dingen waar jij niets van afweet. Om te beginnen zijn ook vele andere mensen -om preciezer te zijn: alle mensen- klanten van mij. Die zal ik straks als ik jou heb afgehandeld ook allemaal stuk voor stuk in hun slaap naar boven halen voor een gesprek. Ik wil je niet kwetsen, maar de eerlijkheid gebiedt me tevens te zeggen dat er mensen in je leven rondlopen die op een nog veel hoger peil staan dan waar jij nu op gekomen bent.

Laat andere mensen van nu af aan maar met rust; zij en Ik klaren alles wel onder elkaar op...

Wel wil ik dit nog zeggen, de bijbel begint op dat punt in de menselijke geschiedenis waarop mensen individueel met God worstelen. Je kunt het lezen van Abraham en Jacob tot aan Job en de Psalmen en tot aan de gelijkenis van Jezus over de onrechtvaardige rechter (Lukas 18:1-5). Iemand heeft het eens zo gezegd: ‘Geloof in God (met een grote G) begon toen een individu voor het eerst het lef had het bestaan ter verantwoording te roepen. In zijn woede riep hij uit: Ik klaag je aan! En zo ontstond God’ (Don Cupitt). Wat dat betreft is jouw boek wel heel bijbels. Maar let op: dit vraagteken en dit klagen is blijven staan in het joodse geloof, het is met de holocaust zelfs groter geworden. Het christendom heeft de fatale blunder gemaakt altijd slechts antwoorden te geven en twijfel te verbieden. Daarom is het christendom ontspoord en zal het sterven als ze zich geen ander gezicht geeft, want haar zicht op God is ongeloofwaardig en zonder contact met de realiteit.


-En hoe moet ik nu weer terug naar de aarde?


-Wel, dat lijkt me nogal duidelijk: als iemand die wijzer is geworden door zijn onwijsheid in te zien.


En zo ging Rereformed terug. Hij ontwaakte, keek het raam uit. Hij voelde zich herboren, fris, vol nieuwe energie. De wereld zag er mooier uit dan ooit tevoren.



*        *        *



En het geschiedde, dat de Born Again Christen op het matje werd geroepen. En niet zomaar op het matje, maar op het matje van God.


- Zo, zo, sprak God op lichtelijk vermanende toon, wat is Mij over u ter oren gekomen? Hebt gij Mijn naam ijdel gebruikt, en uit naam daarvan zelfs Rereformed vervloekt?...


De Christen, helder genoeg om te weten dat je God geen smoesjes op z’n mouw kunt spelden, haastte zich snel deze grove misstap op te biechten...


- Welnu, sprak God reeds op een mildere toon, Ik weet -God weet namelijk bijna alles- dat de vurigheid van het hart en geest gewoonlijk gepaard gaat met ziekte van hoofd en oordeel. Wie prijs stelt op de gezondheid van hoofd en oordeel, weet wat hem te doen staat: afkoelen.


Het was toen, dat De Christen voor korte tijd in een diep gebed verzonk, en eenmaal daaruit ontwaakt zich tot God wendde en zei:


-Vergeef mij m’n deugden, want ze deugen niet!


-Ho, ho, ho sprak God op besliste toon, zo’n vaart zal het niet lopen... Ik weet namelijk waar u op doelt, maar wees onbezorgd - Ik zal u niet bestraffen, immers dat doen mensen op aarde al goed genoeg...


De Christen, nog steeds niet geheel gerustgesteld met Gods eigen woorden, slaakte met diepe droevenis de volgende kreet:


-Ik heb Rereformed met mijn onredelijkheid en kortzichtigheid een diep lijden bezorgd, en zijn aards geluk onherstelbaar vernietigd... En zelfs toen ik het -ondanks mijn begane dwaasheid- over m’n hart kon verkrijgen mijn onredelijkheid ten overstaan van hem een beetje toe te geven, had hij er geen oren naar. U moet namelijk weten dat ik vrees dat het, na de harde woorden die ik zo vaak heb gesproken, over hel en de unieke boodschap waarin geloofd moet worden, Gods straf, de onfeilbare bijbel enz en het onverkwikkelijke tafereel dat dit heeft veroorzaakt, tussen mij en Rereformed nooit meer goed zal komen...


-Tja, was alles dat God hierop zei, en verzonk in een onpeilbaar diep gepeins, dat een lange poos aanhield. Uiteindelijk sprak hij wederom tot De Christen en zei:


-Meent gij dan dat uw vrijwillig boeten opweegt tegen dat wat Rereformed, De Afvallige, aan geluk heeft moeten inboeten?...


De Christen, door deze vraag tamelijk van z'n stuk gebracht verzuchtte, en sprak:


-Ja dat meen ik uit de grond van mijn hart!


God echter, niet voor één gat te vangen, wilde hier vooralsnog niets van weten. Weet gij dan niet sprak Hij, dat Rereformed nog altijd zit opgezadeld met zijn diep lijden, en dat uw boetedoening voor hem niets vertroostends heeft, dat gij jegens hem onredelijk, kortzichtig en onbuigzaam blijft...


De Christen, bepaald niet wraakzuchtig, kon maar niet begrijpen dat er na zijn boetedoening nog iets te vereffenen zou zijn.


-Hoe, zo vroeg hij zich af, kan ik nog meer in het stof bijten dat ik zelf heb doen opwaaien?


God zag dit toch anders en sprak op bedeesde toon:


-Laat ons niet meer zoveel denken aan straffen, vermanen en verbeteren! Rereformed zullen we amper tot andere gedachten over Het Christendom kunnen brengen. Mocht ons dit toch lukken, dan is ons zeker ook iets anders gelukt: U en Ik zullen door hem zijn veranderd!...


En andermaal zette Gods woorden De Christen aan tot een diepe overpeinzing... Uiteindelijk vroeg hij God om een advies:


-Moet ik er soms voor zorgdragen dat mijn invloed, met alles wat over mij door Rereformed wordt afgeroepen, tegen zijn woorden opweegt en zwaarder doorweegt? Blijven Rereformed en De Christen dan niet worstelen, en in een rechtstreeks gevecht verwikkeld waarmee zij, over en weer, de ander willen terechtwijzen, vermanen en verbeteren?...

Zeg mij dan God, zo vroeg De Christen zeer bedremmeld, hoe te voorkomen dat wij met ons licht de ander verblinden, of zelfs verduisteren?...


God, duidelijk in zijn schik met zulk een woordspeling, liet deze vraag in volmaakte gelatenheid over zich heen komen en sprak toen op gedecideerde wijze:


-Zie toe dat het u zelf niet verblindt en verduistert, immers dat zou pas echt een zonde zijn... Sla liever uw heldere blikken op de arme, onwetende en door blindheid geslagen mensheid, die nog voor een groot deel in de duisternis van het ongeloof, en in de schaduw van de dood ondergedompeld ligt. Schenk, en laat uw licht der wijsheid in zijn volle glans en glorie over haar schitteren. Gaat heen, Christen, en verlicht de onwetenden met uw leven en behoudt uw vurige ijver voor de goede zaak!... En weet, dat de neiging u te laten kleineren, bezoedelen, voorliegen en uitzuigen, gelijk de schaamte is van een God onder de mensen - zijt gij immers niet licht en verlicht genoeg om zulks manmoedig te kunnen dragen en verdragen?...


Tot slot vroeg De Christen aan God hem de kracht te schenken, om bij het herzien van zijn mening over Rereformed, het ongemak dat dit hem zal berokkenen, niet alsnog Rereformed aan te rekenen...


Terwijl De Christen zich weer opmaakte voor zijn reis naar de aarde, kon hij nog net horen hoe God zei:


-We zullen zien, en de tijd zal het ons leren... Echter gaat nu heen, immers God is met alle mensen...



*        *        *



De meest algemene vorm van leven is nachtmerries te vermijden. We doen dat op de volgende manier: de dingen die we willen zien roepen we uit tot de dingen die er zijn. De dingen die we niet willen zien, die ons het gevoel van nachtmerrie geven -voor All-Bright bijvoorbeeld de mannelijke God in de bijbel- zien we ook totaal niet, en als iemand die aan ons voorlegt noemen we het gezwam.

De hoogmoed van de mens is niet het begrijpen van alles, want dat is tenslotte het doorstaan van nachtmerries. De hoogmoed van de mens is de gemakzucht waarmee hij voor de helft van het leven zijn ogen sluit, het niet bereid zijn nachtmerries te zien, te ervaren, te doorlopen, gevecht te leveren tegen nachtmerries, die je tot bloedens toe verwonden, maar zich liever een genoeglijk leven wenst te geven in een kleine denkhoek van het bestaan.

Een nachtmerrie moet je doorstaan. Van begin tot eind. En wanneer je er middenin bent dan is er nog maar één strohalm waar een mens zich aan vast kan houden. Men noemt het geloof.


Ook wel hoop.


En in mindere mate liefde, want wat betekent liefde op zo’n moment?

Trouwens, vraag je op zo'n moment ook niet af wat geloof betekent...

En vul ook hoop maar niet in...


Doe in het midden van de nachtmerrie net of je ‘erin’ gelooft, alsof hoop zou bestaan, alsof het geen illusie is...




*        *        *




En zo, in een redeloze vlaag van een schamel hoopje hoop dat hem er de kracht voor verleende, sloeg Rereformed zijn ogen op; en ergens op het illusoire gebied zag hij een projektie, een visioen, een schimmig tafereel. Hij zag dat wat niet bestaan kon: een verblindend licht genaamd Het Christendom dat een getalenteerd gesprek met God heeft.

En toen hij aan het licht wende en geleidelijk wat duidelijker begon te zien en grootse woorden opving, zag Rereformed dat De Christen de tranen van Rereformed huilde, de pijn van Rereformed voelde. Hij zag hem ook in het stof liggen, op precies dezelfde plaats voor God waar hij gelegen had.

En God keek Rereformed aan, en Rereformed wreef zijn ogen uit. Want tot de meest elementaire basisbegrippen van het moderne leven hoort tenslotte deze waarheid:


‘Het enkele feit dat iemand denkbeeldige gesprekken met God opschrijft, bevestigt de stelling dat God niets meer of minder is dan projectie.’


-Het alles kan niet waar zijn, het is allemaal een hopeloze illusie, de vlucht in de domme fantasie van iemand die het leven niet aankan, mompelde Rereformed...niemand heeft meer kaas gegeten van illusies dan ik; hoewel ik nooit in mijn leven dronken ben geweest, nooit drugs uitgeprobeerd heb, ben ik opperheer van illusies...dit tafereel is wel het beste bewijs ervan...

Maar God bleef hem maar aankijken.

-Herinner je het je niet meer Rereformed? Die opmerking van de Vlinder waar je mee opgescheept zat, die je mooi probeerde te verdoezelen en nooit beantwoordde?


‘Je schildert God wel af als een depressieve man moet ik zeggen, is het niet mogelijk dat Hij toch ergens vreugde in vindt??’


Welnu, hier is je antwoord. Je krijgt het antwoord wanneer je maar de moed hebt dichterbij te komen. Kom maar, Come on, ik weet dat je het kunt! Tule jo, tämä muuttaa elämäsi, als je het slechts in het fins kunt verstaan.


En Rereformed kwam schuchter en met tranen in zijn ogen naderbij, kwam voor De Christen te staan. Rereformed keek even God aan.
-En mijn heilige eed dan, dat ik nooit meer...?

-Wel, gooi die het raam maar uit, zei God, die tenslotte boven alle heiligheid uitstijgt en zoiets kan zeggen.

-O, voegde God er aan toe, vergeet je handschoen niet uit te trekken...

Gehoorzaam gooide Rereformed de handschoen uit het hemelraam, om voor altijd te verdwijnen in het oneindige niets (hoewel ook zoiets niet bestaat).

En Rereformed gaf De Christen een hand. Hij keek hem in de ogen en zag tezelfdertijd dat hij in zijn eigen ogen keek.


-Niemand is een grotere vijand dan voor zichzelf, hoorde hij iemand zeggen.

En Rereformed was gelukkiger dan ooit tevoren. Van nu af aan wist hij dat illusies waarheid zijn, zelfs bestaan! Zelfs de grootste illusie van wat niet kan bestaan, liefde, bestaat toch!


En Rereformed en De Christen klommen een tijd een hele hoge berg op. Ze klommen steeds hoger en merkten niet eens hoe zwaar de tocht was.


-Ik eeh, die harde woorden, de strenge leer...de onbuigzaamheid, dat onverkwikkelijk tafereel..., zei De Christen...kun je het echt allemaal vergeven en vergeten?

-Vergeven en vergeten?, antwoordde Rereformed verbrouwereerd. Iets te vergeven heb ik niet, ik ben het die om vergeving moet vragen, de ene dag voor mijn zieligheid en de andere dag voor mijn arrogantie en besserwisserei, en vergeten wil ik het beslist niet. Jij hebt mij namelijk het mooiste geschenk gegeven in mijn leven. God zelf heeft tegen je gezegd: ‘U en Ik zullen door hem zijn veranderd!’ Hoe zou ik nog meer kunnen wensen van het leven? Hoe zou ik nog gelukkiger kunnen zijn?




*        *        *




Toen Rereformed God voor het laatst vaarwel had gezegd en weer naar de aarde nederdaalde, bleef God Hem nakijken. Hij moest erg lachen om één van Rereformeds laatste woorden. Nota bene op het moment dat hij denkt Volwassen Mens beginnen te worden komt hij met een vraag aan God hoe hij iets nu moet doen! God wist natuurlijk hoe het af zou lopen en een gevoel van geluk stroomde door Hem heen. Juist daarom had Hij alles geschapen, om dit te voelen, de mens die ja zegt tegen het leven, de mens die geheel uit eigen wil op alles het antwoord van God zelf, het antwoord van liefde en de harmonie geeft!


God riep zijn engelen bijeen en vertelde hen dat Rereformed zowel de kwestie van de vreemde slang had opgelost als de question die die beroemde schrijver op dat winderige eiland eens in naam van de gehele mansheid had uitgesproken.


Goed te zijn of Kwaad te zijn was voor duizenden jaren de grote probleemstelling van de mens geweest. Er bestond niets anders dan deze probleemstelling. Maar Nietzsche had de sleutel gevonden: er is een gene zijde van goed en kwaad.


Rereformed was goed en kwaad in zijn geheel voorbij gegaan. Hij had de vrucht van de boom der kennis tot zich genomen en als mens volledig verteerd. En daarmee was hij als God geworden, geheel zoals de slang gezegd had. Hij had zich vereenzelvigd met God en had daarmee het hoogste liefdesprincipe ontdekt. Aan liefhebben van God is pas voldaan indien men dag en nacht liefheeft, hitte en koude. Hij had daardoor zijn onschuld teruggekregen en begreep dat hij met zijn gedachte van ‘Alles vergeven om niet’ zondeloos was geworden, of beter gezegd: de volle prijs voor de zonde betaald had. Natuurlijk bestaat zonde, maar het bestaat op dezelfde manier als 'verkeerde temperatuur'.


De vraag van Shakespeare was inderdaad zoals hij uitgesproken werd. Gods naam is Ik Ben. ‘te zijn of niet te zijn’, dat is inderdaad waar het om gaat. En als je kunt zeggen ‘ik denk dus ik ben’, draag je automatisch Gods naam. De mens is door God geschapen en op zijn weg terug schept de mens God.


Rereformed raakte de aarde weer aan en stromen van levend water gingen door hem heen. Ik heb het onuitsprekelijke ervaren, hoe kan ik het verwoorden? Het is onmogelijk. Alles wat ik zeg zal men hier op aarde krom praten, alles zal men verbranden en vies vinden, alles zal men opblazen en verdraaien, men zal mij kruisigen, men zal mij aanbidden, men zal om mij lachen, men zal slechts vraagtekens of een zielige grap horen.


En hij ging weer terug naar zijn verborgen plek in het Finse bos en zweeg vanaf die tijd.


Zoals Aldous Huxley al eens gezegd had: Afgezien van de Stilte kan alleen Muziek het onuitsprekelijke uitspreken.




En Jezus zei:
Iedereen die de betekenis van deze woorden vindt,
zal de dood niet smaken.
En hij zei:
Laat hij die zoekt voortgaan met zoeken
totdat hij vindt
en wanneer hij vindt
zal hij geschokt zijn
en geschokt zijnde
zal hij zich verwonderen
en hij zal koning zijn over het Al.
En koning zijnde zal hij zijn rust hervinden.

[Thomas Evangelie, vers 1 & 2]





De Brief van Rereformed aan de christenen