De vrouw in de bijbel
Modern Uitleggen en Aanpassen
Opvoeden van Kinderen
Enkele goddelijke voorschriften
Volwassen Geloof                                                                                   Hoofdstuk 4

        



‘The feminist agenda is not about equal rights for women. It is about a socialist, anti-family political movement that encourages women to leave their husbands, kill their children, practice witchcraft, destroy capitalism and become lesbians.’ [Fundraising letter from christian fundamentalist Pat Robertson that was an in-kind contribution to the Iowa Committee to Stop ERA, as reported in The Washington Post, August 23, 1993]











De vrouw in de bijbel

In Genesis wordt de vrouw allereerst als een hulp voor de man beschreven. We lazen ook dat de man vanwege de zondeval over de vrouw heersen zal. De vrouw sprak haar man dan ook aan met het woord ‘heer’ (=ba’al, meester, eigenaar), zoals men ook sprak over een ‘heer des huizes’, ‘heer van een akker’. Zij is letterlijk ‘het bezit’ van de man (Gen. 20:3, Dt. 22: 22). ‘Huwen’ betekent letterlijk ‘eigenaar worden van’. Men moest een vrouw dan ook kopen van haar vader. De gemiddelde prijs voor een vrouw was ongeveer dezelfde als voor een os of een slaaf (ongeveer 30 sikkels zilver).

Al ver voordat Paulus de bekende redeneringen over de vrouw opschrijft hebben de Joodse rabbis al veel uitgewijd over deze ondergeschikte positie van de vrouw. Tekenend voor wat ze erover zeiden is het dankgebed van de vrome Joodse man, waarin hij God dankt dat Hij hem man gemaakt heeft. Het apocriefe boek van Jezus Sirach, hetwelk we in katholieke bijbels kunnen lezen, staat vol met uitspraken die de vrouw bijna behandelen alsof erover de hond gesproken wordt:


"Een vrouw neemt iedere man aan, maar de ene dochter is schoner dan de andere." "Zie niet op de schoonheid van enig mens, en zit niet in het midden der vrouwen, want van de klederen komt de mot voort, en van de vrouw de boosheid der vrouw. De boosheid van een man is beter dan een goeddadige vrouw, namelijk een vrouw die beschaamd maakt tot versmaadheid."


De vrouw kon niets erven van het bezit van haar man na diens overlijden, noch een dochter van haar vader, behalve wanneer de man geen mannelijke nakomeling had. In Numeri 30 leren we dat een vrouw ook heilige beloften kan doen of een eed kan zweren, maar haar vader of man moet dan altijd nagaan of deze uitspraken wel verantwoord zijn. Zo niet, dan verklaart hij ze gewoon ongeldig, en zal niets van wat ze ‘in haar onbezonnenheid’ gezegd heeft van kracht zijn, en de Here zal het haar vergeven!


Om kort te zijn: in het Oude Testament heeft God tegen de vrouw weinig of niets te zeggen. Alleen de mannen zijn de dragers van het verbond met God. De gehele mozaïsche wet wordt aan de man gegeven; het teken van het verbond met God is de besnijdenis van mannen; het offeren aan God wordt gedaan door de man en slechts van de man wordt verwacht dat hij verschijnt voor God (in de tempel). De vrouw hoort erbij via de man, als zijn dochter of als zijn echtgenote. In de tempel was er een 'voorhof' tot waar de vrouwen mochten komen voor het geval ze meekwamen.


Een detail dat goed laat zien hoezeer we in de bijbel in een mannenmaatschappij zitten, is te lezen in Deuteronomium 25:11,12:


‘Wanneer mannen met elkaar vechten en de vrouw van de een komt tussenbeide om haar man te bevrijden uit de handen van degene die hem slaat, en zij steekt haar hand uit en grijpt hem bij zijn schaamdelen, dan zult gij haar hand afkappen; gij zult haar niet ontzien.’


Alleen in een obsessieve mannencultuur zou zo iets voorgeschreven kunnen worden als zijnde Gods wetten. Een ander detail dat de heersende cultuur kenschetst lezen we in Richteren 19. Het is een verhaal van een man en zijn bijvrouw op reis, wanneer ze te gast zijn bij iemand.


‘Terwijl zij zich te goed deden, omsingelden de mannen der stad, nietswaardigen, het huis, bonsden op de deur en zeiden tot de oude man, de heer des huizes: Breng de man, die in uw huis gekomen is, naar buiten, opdat wij gemeenschap met hem hebben. Toen ging de man, de heer des huizes, naar hen toe, buiten en zei tot hen: Nee, mijn broeders, doet toch geen kwaad; nu deze man in mijn huis gekomen is, moet gij deze schandelijke dwaasheid niet begaan. Zie, mijn dochter, die een maagd is, en zijn bijvrouw wil ik wel naar buiten brengen; verkracht haar en doet met haar wat gij wilt, maar met deze man moet gij deze schandelijke dwaasheid niet begaan. Maar de mannen wilden naar hem niet luisteren. Toen greep de gast zijn bijvrouw en bracht haar bij hen buiten, waarop zij gemeenschap met haar hadden en de gehele nacht met haar bezig waren tot de morgen toe. Bij het aanbreken van de dag lieten zij haar gaan.’


Het gruwelverhaal heeft nog zijn vervolg, maar wie heeft zin deze weerzinwekkende literatuur te lezen? Op dezelfde brandstapel als waar Harry Potter in gegooid wordt, zou men het boek Richteren moeten gooien. Om dit Gods woord te noemen is godslasterlijk.  In feite is het gehele boek Richteren een volslagen dieptepunt in de bijbel. God, die van tijd tot tijd heel aktief is om oordeel te vellen is op andere tijden, zoals in dit verhaal, volledig afwezig. Zoals God ook volkomen afwezig is wanneer Jefta zijn dochter ten brandoffer voor de Here offert, terwijl Hij toch zelfs twee maanden de tijd had om in te grijpen (Richt. 11:30-). In feite is Hij dan ook niet afwezig, maar geeft Hij de overwinning aan Jefta op de vijand. En juist dit is het sterkste bewijs van Zijn instemming (zie hoofdstuk 6). Moet ik er nog op wijzen dat de bijbel zelfs geen moralistische veroordeling uitspreekt over Jefta? Integendeel, hij wordt in het Oude Testament een dapper held genoemd, en zijn barbaarse gelofte –‘Toen deed Jefta Jahweh een gelofte en zei: Indien Gij de Ammonieten in mijn macht geeft, dan zal hetgeen mij uit de deur van mijn huis tegemoet komt, wanneer ik behouden van de  Ammonieten terugkeer, Jahweh toebehoren, en ik zal het ten brandoffer brengen.’-  staat één vers verder dan de uitspraak: ‘Toen kwam de Geest des Heren over Jefta’ (Richt. 11: 29-30). In het volgende boek herinnert Samuël het volk eraan hoe de Here Jefta schonk als leider. En in het Nieuwe Testament wordt Jefta, net als de barbaar Simson, ons als geloofsheld voorgesteld (Hebr. 11).


Nu zullen er meteen gelovigen opstaan om ons te vertellen dat dit alles in de bijbel staat om ons te laten zien hoe volslagen verdorven de mens is, ook mensen die door God gebruikt worden. Maar de eerlijkheid zal ons gebieden dat we dat er nu juist helemaal niet in kunnen lezen, want er wordt met geen woord op gezinspeeld. Het gaat hier juist om de verrichtingen van een man die de Geest Gods over zich krijgt.  Voor een modern lezer is het volkomen onbegrijpelijk en volslagen vreemd dat Gods Geest niet tot iets beschaafder in staat is te inspireren! Aan de andere kant, als het zou gaan om de moralistische strekking van verhalen: alsof we dit soort bijbelverhalen ervoor nodig hebben om te leren dat zoiets als wat hier beschreven staat zondig is! Geen cultuur op aarde, van Adam tot de toekomstige wereld van gekloonde mensen, zul je ooit zoiets behoeven uit te leggen. Maar welk een cultuur zegt ‘raak niet deze man aan, maar neem toch mijn dochter en zijn bijvrouw, doet met hun wat gij wilt’? (en dit is al de tweede keer dat zoiets gezegd wordt in de bijbel! De eerste keer werd iets soortgelijks gezegd door een man die, zoals we lazen, Petrus later ‘rechtvaardig’ noemt.) En welke cultuur laat een man zien die zonder schroom een bezoekje aflegt aan een hoer, en even later, wanneer een vrouw beschuldigd wordt van hoererij, haar veroordeling tot de verbrandingsdood eist? (Gen. 38) Juist de cultuur van het Midden-oosten, die de vrouw ziet als mannelijk bezit, de cultuur van de bijbel die tot op de dag van vandaag door velen in ere gehouden wordt.


Leviticus 12 laat horen dat wanneer een vrouw moeder wordt van een mannelijk kind, zij zeven dagen onrein zal zijn. Indien zij echter een kind van het vrouwelijk geslacht baart, zal zij twee weken onrein blijven. Zo denkt God over de vrouw.









Modern Uitleggen en Aanpassen

Tegenwoordige theologie zal zijn uiterste best doen om u een positief beeld van de status van de vrouw in de bijbel te geven. Omdat de moderne wereld de gelijkwaardigheid van de seksen aanvaardt als vanzelfsprekend, zal een moderne theoloog zoveel mogelijk voorbeelden aanhalen uit de bijbel om te laten zien dat de vrouw een prominente rol speelde. Zulke verhalen kunnen natuurlijk gevonden worden, maar de bezigheid omzeilt het probleem waar we voor staan: de bijbel laat duidelijk van begin tot eind zien dat de vrouw ondergeschikt staat aan de man op dezelfde manier als dat de man ondergeschikt staat aan God. Als we terugkijken op onze joodse en christelijke geschiedenis en dit op duizend en één manieren opmerken, dan moet ons dit niet verbazen; zo heeft de bijbel het ons geleerd. Lees hoe de dochter van Jefta reageert, wanneer ze hoort dat ze geofferd moet worden:


‘Vader, als u tegenover de Here een woord gesproken hebt, doe mij dan naar wat u beloofd hebt, nu de Here u volledig wraak verschaft heeft over uw vijanden, de Ammonieten. Verder zei zij tegen haar vader: Dit worde mij vergund: geef mij twee maanden uitstel om heen te gaan, het gebergte in te trekken en met mijn vriendinnen  mijn maagdom te bewenen’.(Richt. 11: 36, 37)


Aan deze uiterste vroomheid kun je als gelovige vrouw een voorbeeld nemen.


De gelijkwaardigheid van de vrouw is op dezelfde manier ontdekt als de onmenselijkheid van de slavernij: door geschoolde, ontwikkelde en intelligente mensen die op grond van hun eigen rede tegen de door de bijbel ingestelde regels ingingen, omdat ze zagen dat die regels niet strookten met ontwikkelde menselijkheid. Zij is niet ontdekt door schriftstudie. Het probleem was alleen, dat de eerste modern-ontwikkelde mensen, zoals Erasmus (de eerste in Europa, die vond dat vrouwen ook net zo goed konden leren lezen als mannen en voorstelde ze les te geven!), niet alleen humanisten, maar ook gelovigen waren, en zij daarom de ondankbare taak hadden de nieuwe inzichten zoveel mogelijk aan de oude inzichten aan te passen, in te voegen of glad te strijken. Een manier om dit te doen is het je beroepen op de hoogste waarden die de bijbel oproept te volgen. Wanneer we bijvoorbeeld leren dat in Christus geen onderscheid is tussen meester en slaaf, man en vrouw, Jood en Griek, dan leert de bijbel dus impliciet dat het beter is de slavernij af te schaffen, de gelijkwaardigheid van de geslachten en verschillende volkeren te onderschrijven. Op deze manier kan de moderne mens zowel nieuwe denkbeelden als het oude boek aanhangen, maar dan moet hij wel z’n ogen dicht doen voor al die duidelijke uitspraken over slavernij en de ondergeschikte behandeling van de vrouw die we in de bijbel tegenkomen. Ook krijgen we dan te maken met pijnlijke vragen zoals waarom die dingen daar in staan, als de volheid van Gods wil toch geheel anders is? Zo komen we op een alweer ingenieus ontwikkeld concept door gelovigen: de progressieve inspiratie. Men redeneert als volgt: We moeten alles in de historische context lezen. God had met een hele primitieve mensheid te doen, en Hij kon ze dus niet alles uitleggen zoals het eigenlijk is en zou moeten.  Geleidelijk krijgt de mens steeds meer inzicht in de wil van God, krijgt hij als het ware steeds meer licht.

Dit klinkt aardig, maar alles valt meteen door de mand wanneer je er slechts even over nadenkt.  Ten eerste mag men zich afvragen waarom het bijna tweeduizend jaar duurde voordat men in het christendom deze impliciete leringen pas begon in te zien.  Ten tweede, waarom heeft God de mens eerst tot primitiviteit laten verzinken?  Zou het echt onmogelijk zijn geweest voor God om de eerste mens al uit te leggen dat de scheppingsdagen nu niet als letterlijke dagen opgevat moeten worden?  En dat wanneer we het over de cosmologie hebben ‘de beide grote lichten’ (Gen. 1 :16) die je vanuit de aarde kunt bezien, nu niet bepaald een goede uitdrukking is om de feiten weer te geven, maar de zaken wel even wat anders liggen. Het lukt mij ook om dit aan 5-jarigen uit te leggen. En hoe kan God het nalaten een zo fundamentele onmenselijkheid als het bezitten van andere mensen als je eigendom recht te zetten in zijn goddelijke wetgeving? Het was toch zijn bedoeling een heilig volk te stichten? Ten derde, ook klinkt het ronduit verbijsterend te denken dat God eerst alleen uitroeiing van goddeloze mensen, of zelfs hele volkeren als beste middel ziet om zijn volk maar te behoeden voor de zonde, en pas veel later uitlegt, dat zijn eigenlijke bedoeling was dat mensen in liefde met elkaar omgaan, en God dus eigenlijk pacifist is. Ook had hij in de tijd van Lamech (de vader van Noach en de eerste die in de bijbel aan polygamie deed) al kunnen uitleggen dat de impliciete strekking van het scheppingsverhaal is dat elke man maar één vrouw heeft, want zo werden ze geschapen. Hij zegt hierover echter geen woord, ook niet tegen de onberispelijke Noach.  In de gehele bijbelse tijd was polygamie normaal (voor de rijkeren), en tot op de dag van vandaag leven sommige Joden in arabische landen nog steeds in polygamie, zoals ook de Islam deze bijbelse gebruiken handhaaft. In feite staat er de volgende uitspraak in de bijbel over verstandig handelen:


Rechabeam had achttien vrouwen en zestig bijvrouwen genomen en verwekte achtentwintig zonen en zestig dochters...Hij handelde verstandig en verdeelde een aantal van zijn zonen over al de streken van Juda en Benjamin, over al de vestingsteden; hij gaf hun spijze in overvloed en zocht voor hen een menigte vrouwen.’ (2 Kron. 11: 22-23).  


Het is duidelijk dat we in de bijbel geleidelijk naar meer ontwikkelde tijden gaan. Het eigenaardige is alleen dat dit gelijk opgaat met de groei van de civilisatie in de wereld in het algemeen. Nooit kunnen we zeggen dat God met zijn wetten de morele toon aangeeft, een lichtend voorbeeld, waar de hele wereld zich maar beter naar kan schikken. De wet van het Oude Testament vindt zijn parallellen in de wetten van de omgeving van Israël (bekend is de oudere wetgeving van Hammurabi), en dan hebben we het niet alleen over parallellen in de morele wetgeving, maar ook in de reinheids- en onreinheidswetten. De morele ideeën van het Nieuwe Testament vinden we in de denkers van de hellenistische wereld. En op het eind van de bijbel zitten we nog steeds met slavenarbeid, straffen van God en mannen die over vrouwen heersen. Willen we aan deze dingen een einde maken, dan moeten we onszelf maar ‘progressief inspireren’, want de inspiratie van het woord van God houdt helaas op. Zo zitten we tegenwoordig met het probleem dat Gods woord ophoudt ver vóórdat de volheid van Gods wijsheid ooit door God bekend gemaakt is. En het lijkt er bovendien heel erg op dat alles wat in de bijbel staat meer de ideeën van de mens over God zijn dan de dingen die God ons te vertellen heeft. Zo is ons moderne geloof heel lief en aardig, is God niet Naijverig meer, is de geloofsvervolging opgehouden te bestaan, alleen omdat de humanistische mens langzamerhand de overhand heeft gekregen en de kerk de macht verloor, en het christendom zijn denkbeelden heeft moeten aanpassen.









Opvoeden van Kinderen

Deze laatste uitspraken in het voorgaande doen nogal agressief aan, maar laten we als voorbeeld slechts twee geboden van God nemen, en ons afvragen of dit werkelijk de woorden van God kunnen zijn:



‘Wanneer een man een opstandige, onhandelbare zoon heeft, die naar zijn vader en moeder niet wil luisteren, en hun niet gehoorzaamt, hoewel zij hem hardhandig bestraffen, dan zullen zijn vader en moeder hem grijpen en naar de oudsten van zijn stad brengen, in de poort van zijn woonplaats, en zij zullen tot de oudsten van zijn stad zeggen: Deze zoon van ons is opstandig en onhandelbaar, hij wil naar ons niet luisteren, hij is een nietsnut  en een drinker. Dan zullen alle mannen van zijn stad hem stenigen, zodat hij sterft. Zo zult gij het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. Het hele volk van Israël moet erdoor worden afgeschrikt.’ (Dt. 21:18-21)


‘Gij zult u niet kleden met een kleed van tweeërlei stof, wol en linnen tezamen.’ (Dt. 22:12)


Wanneer je je dan afvraagt wat is een ‘nietsnut’, dan kun je er in andere bijbelvertalingen naar op zoek gaan. Hij wordt ook ‘doorloper’ genoemd, een ‘moedwillige’, in een engelse bijbel een ‘veelvraat’, in een andere een ‘hardnekkige’, in een finse bijbel een hoerenloper, in een andere ‘vetnekkig en hardorig’. Je kan hem ook wetteloos noemen, weerspannig, ‘koppig en opstandig’ (de katholieke Willibrordvertaling en Het Boek geven voor de zekerheid ook twee beschrijvingen), of feestvierder, of losbandig, liederlijk, ontuchtig, wulps. De nieuwste vertaling kiest voor ‘losbol’. Wellicht is ‘karnevalsvierder’ de beste protestantse vertaling. Pik eruit wat je aanstaat en klaag je zoon van 15 aan! Wat je zoon van 15 betreft, ieder bijbelgetrouw christen zal weten hoe er in het boek Spreuken met grote, door God geinspireerde wijsheid geadviseerd wordt kinderen op te voeden.


Spreuken 13: 24 ‘Wie de roede spaart, haat zijn zoon, maar wie hem liefheeft tuchtigt hem al vroeg.’


Spreuken 19: 18 ‘Kastijd uw zoon wanneer er nog hoop is, maar laat u niet verleiden hem te doden.’ In de finse vertaling staat: ‘maar pas op dat u niet te ver gaat door hem dood te slaan’. Deze moeilijke tekst wordt in een vrome engelse bijbel als volgt vertaald: ‘Kastijd uw zoon wanneer er nog hoop is, en laat uw ziel hem niet ontzien (=houdt er niet mee op) vanwege zijn huilen.’ Zo tracht men de tekst ietwat af te zwakken, maar doet men dit door de tekst ons op te laten roepen tot doorgaan met slaan!


Spreuken 22: 15: ‘Is dwaasheid vastgehecht in het hart van de knaap, de tuchtroede zal haar vandaar verdrijven.’


Spreuken 23: 13,14: ‘Onthoud de tucht niet aan de knaap; sla je hem met de stok, dan sterft hij er niet van. Je slaat hem wel met de stok, maar redt zijn leven van de dood.’


Spreuken 29: 15 ‘Roede en bestraffing geven wijsheid, maar een aan zichzelf overgelaten knaap maakt zijn moeder te schande.’

‘Kastijden’, ‘tuchtigen’, ‘de tuchtroede geven’ betekent straffen met de zweep of met een stok (zie bijv. 1 Kon. 12: 11, 2 Sam. 7: 14). Op dezelfde hardhandige manier moet men omgaan met zijn slaven:


‘Met woorden wordt een slaaf niet in tucht gehouden...wie zijn slaaf van jongs aan verwent, voor die zal het einde weerbarstigheid zijn.’ (Spreuken 29:19)


Nu kunt u zich afvragen of het zin heeft de verordeningen van deze God na te volgen. Als dit godsdienst heet, bent u er dan nog steeds van overtuigd dat godsdienst iets te maken heeft met het navolgen van hoge ethische maatstaven? Wanneer we de boeken van Charles Dickens lezen, zullen we moeten toegeven dat de weerzinwekkende echtgenoten, vaders, schoolmeesters en werkgevers in die tijd zich in hun handelen altijd op de bijbel konden beroepen en in hun eigen gedachten altijd een voorbeeldig christelijk leven leidden. En wanneer u er zich mee van af maakt door te zeggen dat het Nieuwe Testament het Oude Testament annuleert, waarom in vredesnaam werden zij niet al in de tijd van Mozes geannuleerd? Bovendien, het Nieuwe Testament heeft het Oude nooit geannuleerd. Het Nieuwe Testament zegt van het Oude dat de wet van God perfekt en goed is. We hoeven het dan niet allemaal meer op te volgen, maar zullen als gelovigen toch wel de uitmuntende volmaaktheid van deze wetgeving moeten onderschrijven, dat zullen zelfs de dispensationalisten moeten doen. Wanneer u moeite heeft met dit soort uitspraken van God, dan komt dat omdat u een modern humanistisch mens bent die de bijbel als hoogste autoriteit allang afgeschreven heeft. U durft er misschien alleen niet voor uit te komen.









Enkele goddelijke voorschriften

Wij gaan verder op zoek naar deze perfekte wet van God met betrekking tot de vrouw. Numeri 5:11-31:


Jahweh zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Stel dat iemands vrouw hem ontrouw is geweest door overspel te plegen, dat een ander gemeenschap met haar heeft gehad; haar man weet er niet van, het is niet aan het licht gekomen dat ze zich verontreinigd heeft, omdat ze niet betrapt is en door niemand is aangeklaagd. Wanneer zo’n man zijn vrouw, die zich verontreinigd heeft, in een vlaag van jaloezie wantrouwt, of wanneer iemand uit jaloezie zijn vrouw wantrouwt zonder dat ze zich verontreinigd heeft, dan moet die man met zijn vrouw naar de priester gaan en als offergave voor haar een tiende efa gerstemeel meenemen. Hij mag er geen olijfolie over gieten en er geen wierook op leggen, want het is een graanoffer dat uit jaloezie voortkomt, een graanoffer dat een zonde in herinnering brengt. De priester laat de vrouw naar voren komen en brengt haar voor Jahweh. Hij vult een kom met heilig water en vermengt dat met stof dat op de vloer van de tabernakel ligt. Nadat de priester de vrouw voor Jahweh heeft gebracht, maakt hij haar hoofdhaar los en legt hij het herinneringsoffer, het graanoffer van de jaloezie, op haar handpalmen. Zelf heeft hij het bittere, vloekbrengende water in zijn hand. Dan spreekt de priester deze bezwering over de vrouw uit: ‘Als niemand anders dan uw eigen man gemeenschap met u heeft gehad, als u zich als gehuwde vrouw niet verontreinigd hebt door overspel te plegen, dan zal dit bittere, vloekbrengende water u niet deren. Maar als u zich als gehuwde vrouw verontreinigd hebt door overspel te plegen, als een ander dan uw eigen man gemeenschap met u heeft gehad, ‘dan’ – zo spreekt de priester de bezwering en vervloeking over de vrouw uit – ‘zal Jahweh maken dat uw naam genoemd wordt in de vervloekingen die er bij uw volk worden uitgesproken: hij zal uw schoot laten verschrompelen en uw buik laten opzwellen. Wanneer dit vloekbrengende water in uw ingewanden komt, zwelt uw buik op en verschrompelt uw schoot.’ De vrouw zegt hierop: ‘Amen, amen.’ Dan schrijft de priester deze vervloeking op een blad en lost hij het geschrevene op in het bittere water. Dat bittere, vloekbrengende water moet hij de vrouw te drinken geven, zodat het in haar lichaam komt en zijn bittere uitwerking heeft. De priester neemt het graanoffer van de jaloezie van haar handen, biedt het Jahweh als offergave aan en brengt het naar het altaar. Hij neemt er een handvol van af en verbrandt dat als teken van de hele offergave op het altaar. Vervolgens geeft hij de vrouw het water te drinken. Als ze zich verontreinigd heeft en ontrouw is geweest aan haar man, zal het vloekbrengende water dat hij haar te drinken geeft in haar lichaam zijn bittere uitwerking hebben. Haar buik zal opzwellen en haar schoot verschrompelen, en de naam van die vrouw zal bij haar volk genoemd worden wanneer men iemand vervloekt. Maar als de vrouw zich niet verontreinigd heeft, als ze rein is, blijft ze ongedeerd en kan ze nog zwanger worden. Dit is het voorschrift voor gevallen van jaloezie, als een gehuwde vrouw zich verontreinigt door overspel te plegen, of als een man zijn vrouw in een vlaag van jaloezie wantrouwt. De man moet de vrouw voor Jahweh brengen en de priester moet dit voorschrift nauwgezet volgen. De man gaat vrijuit, de vrouw moet boeten voor wat ze misdaan heeft.”


Deze tekst is in mijn moderne ogen zo volstrekt onaanvaardbaar, dat het alle kenmerken vertoont van een primitieve woestijncultuur, en ik het met geen mogelijkheid Gods woord kan noemen. En toch vinden we in het land waar de meeste ‘born again christians’ zijn, de Verenigde Staten, zelfs groeperingen die de theonomie (staatsbestel waar de wet van God in al zijn perfekte details uitgevoerd zal worden) vandaag de dag nog aanhangen, om eindelijk paal en perk te stellen aan de goddeloze handelingen van de moderne maatschappij. Is het een wonder dat een mens volkomen in de war raakt wanneer hij met fundamentalistische godsdienst in aanraking komt? Hij krijgt God lief en heeft berouw van alles, en wordt vervolgens onbegrijpelijk voor zijn medemens.


In Deuteronomium 22: 13-21 kunnen we lezen over een ander barbaars zwaard van Damocles dat boven het hoofd van een jonge vrouw hangt:


Het volgende kan zich voordoen: Een man trouwt een vrouw, slaapt met haar en krijgt dan een afkeer van haar. Hij begint haar vals te beschuldigen en leugens over haar rond te strooien: ‘Ik ben met deze vrouw getrouwd, maar tijdens de huwelijksnacht ontdekte ik dat ze geen maagd meer was.’ Laten haar vader en moeder dan met het bewijs van haar maagdelijkheid naar de oudsten in de stadspoort gaan. De vader van het meisje moet de oudsten vertellen: ‘Ik heb mijn dochter aan deze man ten huwelijk gegeven, maar hij heeft een afkeer van haar gekregen. Nu beschuldigt hij haar er ten onrechte van dat ze geen maagd meer was. Maar hier is het kleed dat bewijst dat mijn dochter nog wel maagd was.’ En vervolgens moeten de ouders het kleed voor de stadsoudsten uitspreiden. De oudsten moeten die man hardhandig bestraffen en hem een boete van honderd sjekel zilver laten betalen aan de vader van het meisje, omdat hij twijfel heeft gezaaid over de maagdelijkheid van een Israëlitisch meisje. Verder zal hij haar als zijn vrouw moeten aanvaarden, en zolang hij leeft mag hij niet van haar scheiden. Maar als het wél waar is en de maagdelijkheid van het meisje niet kan worden aangetoond, moet zij naar haar ouderlijk huis worden teruggebracht en daar voor de deur door de andere inwoners van de stad worden gestenigd tot de dood erop volgt. Want zij heeft onder het volk van Israël een schanddaad begaan door met iemand te slapen terwijl ze nog bij haar vader thuis woonde. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.


Deze verfoeilijke praktijken vinden nog steeds plaats in delen van de moslim wereld. Begrijpt u nu waarom vrouwen opgesloten worden in Saoedie-Arabië?

Moeten we er ook nog op wijzen dat dit soort straffen of rechten van jaloersheid op mannen helemaal niet bestaan wanneer het gaat om de rechten van de vrouw? Een man die een meisje aanrandt en ontdekt wordt, krijgt als straf haar te moeten trouwen (wanneer het meisje haar best heeft gedaan om te zeggen of schreeuwen dat ze niet op de geslachtsgemeenschap prijsstelt en dus onschuldig is). Als het een slavin van een ander was hoeft, zoals we al eerder lazen, zelfs dat niet. Sorry hoor, ik heb er spijt van, nog even een schuldoffertje; zo dat is afgehandeld.


Opgevat als puur menselijke wetgeving en manier van leven is deze gang van zaken in het Oude Testament natuurlijk vrij eenvoudig en logisch te verklaren. Zo ongeveer de gehele geschiedenis door was ontrouw van de getrouwde vrouw altijd zwaarder dan dat van de man, omdat haar belangrijkste taak was het baren van kinderen, en zware straf op ontrouw het enige middel was voor de man om er zeker van te zijn dat de gebaarde kinderen van hem waren. Ontrouw van de getrouwde man werd nooit als een onrecht gezien ten opzichte van zijn vrouw, -want ze kon net zo goed kinderen van hem krijgen, al had hij twintig vrouwen-, maar alleen een onrecht indien het werd aangedaan aan een andere man, namelijk haar echtgenoot indien ze getrouwd was, of haar vader (of oudste broer indien de vader overleden was), aangezien ze dan in waarde verminderd was op de huwelijksmarkt. In het laatste geval werd hij gedwongen ermee te trouwen, slechts in het eerste geval was er sprake van een grove overtreding. Sex buiten het huwelijk van een man met een slavin of prostitué werd als normaal beschouwd.
Maar opgevat als goddelijke wetgeving is alles wat we te lezen krijgen in de bijbel over de vrouw beneden de meest bedroevende maat, zelfs geen glimp van iets wat op een hoger ontwikkeld denken lijkt.

Geheel in overeenstemming met deze trant van denken en handelen die enkel en alleen rekening houdt met de man, heeft een vrouw dan ook geen rechten om te scheiden, maar een man wel. In het Oude Testament voor welke reden dan ook (Dt. 24:1,2).


We bladeren nog wat verder in de perfekte wet van God:


Voordat u een stad aanvalt, moet u eerst een vredesregeling aanbieden. Als men op het voorstel ingaat en de poorten voor u opent, moeten alle inwoners van de stad tot herendienst worden gedwongen. Als ze echter geen vrede willen sluiten en liever de strijd met u aangaan, beleger ze dan en Jahweh, uw God, zal u de belegerde stad in handen geven, en u moet alle mannelijke inwoners ter dood brengen. Maar de vrouwen en kinderen en het vee en alles wat er aan goederen in de stad is mag u buitmaken. (Dt. 20:10-14).


Let wel, dit gaat alleen op voor de steden die niet tot de volkeren van Kanaän behoren, maar ‘op grote afstand van u liggen’. Maar uit de steden van de volkeren van Kanaän, ‘zult gij niets wat adem heeft, in leven laten’, zegt het vervolg.

En wanneer ik met m’n zakbijbeltje in m’n hand ‘goddelozen van tegenwoordig’ van het evangelie moet vertellen, draag ik al deze teksten mee! En nog tientallen anderen van dezelfde strekking. Je kan nog boekenlang doorlezen in het Oude Testament. Je kan mooie verhalen lezen over ‘de man naar Gods hart’, die de voorhuiden van honderden gedode Filistijnen verzamelde om een vrouw te kunnen trouwen, een nazireeër Gods (iemand die door belofte aan God gewijd is) die, aangedreven door de kracht van de Geest Gods, met een ezelskaak duizend man ‘ezelstuig’ versloeg, een man in wiens naam nog steeds duizenden bijbels gratis in hotels worden afgeleverd, die in de naam van Jahweh tienduizenden verslaat en nog het lef heeft een altaar op te richten met de naam: ‘Jahweh is vrede’. En dan noem ik deze teksten nog het woord van God ook! Ik krimp ineen van schaamte. Hoe heb ik ooit in dit alles kunnen geloven? Hoe heb ik ooit een goed woord erover kunnen denken? Hoe heb ik van zwart wit kunnen maken? U kunt de verhalen nalezen, avond na avond. Ja, ik herinner me dat ik er moeite mee had toen ik ze al twintig jaar geleden tegenkwam. Maar ik had toen niet de moed om mijn eerlijke gedachten te uiten. Ik had angst voor deze God, hoewel ik ook die gedachte niet uit durfde te spreken, want ook dan ben je geen goed gelovige. Uiteindelijk wordt een gelovige totaal psychisch verwrongen. Wanneer ik er met welwillende gelovigen over spreek, leggen ze meteen uit dat God zo heilig is dat we allemaal de dood verdienen enz. enz. Je kijkt ze aan en ziet dat het niet uitmaakt wat je tegen ze zegt. Ze luisteren niet, ze zijn er zeker van dat de bijbel Gods woord is, al zou God hun lieve moeder doodslaan, hun kleine kind straffen; ‘t is uiteindelijk ons verdiende loon! Wat een tragedie voor de mensheid is dit denken! Een grotere ramp is de mensheid niet overkomen.










Uitspraken van christenen


In de christelijke geschiedenis werd de doodstraf voor echtbreuk algemeen voorgeschreven, maar naar het schijnt zelden toegepast. Een goed voorbeeld uit de geschiedenis is een berucht geval uit de tijd van de puriteinse Cromwell. In 1650 kwam een ketterse dominee Thomas Webbe voor het gerecht. Het schijnt een man geweest te zijn die van dansen en muziek hield, hoogst onchristelijke zaken in die tijd, en, nog erger, met de kerk en alle leringen een loopje nam. Hij bleef echter populair aangezien hij de gemeenteleden beloofde geen tienden van hen te eisen en bij het volk in de smaak vallende grapjes maakte: "Er is geen hemel behalve in de schoot van een vrouw te liggen, en geen hel behalve het huwelijk." De rechtzaak tegen hem werd aangespannen omdat hij echtbreuk gepleegd had en bovendien gezegd had boven de wet te staan en het recht te hebben met iedere vrouw naar bed te gaan. Hij werd niet veroordeeld, maar zijn vijanden schijnen hem uiteindelijk wel hebben kunnen verbannen.


Ik heb het mijn gehele leven amusant gevonden op te merken hoe vele mensen godsdienst kunnen verlagen tot kwesties als "moet ik een hoedje op?", "mag ik wel kort haar?", "mag een vrouw wel een broek aan?". Hoewel de absurditeit van dit soort dingen overduidelijk is, blijven deze dingen de gelovigen achtervolgen, omdat er goddelijke autoriteit aan de cultuuruitingen van antieke tijden gegeven moet worden; de dingen staan er nu eenmaal en ze worden in Gods mond gestopt. Zo moeten moderne gelovigen zich altijd in allerlei bochten wringen om de bijbel maar op een andere (eigentijdse) manier uit te leggen dan de overduidelijke boodschap is. Gelovigen zijn er zo goed in dat ze zelf de oneerlijkheid van hun denken nooit inzien.

Er is echter geen enkel aspect van het geloof zó overduidelijk als dit: de bijbel is geschreven door mannen voor mannen. De brieven die in het Nieuwe Testament staan bijvoorbeeld richten zich uitsluitend tot 'broeders'. Men behoeft slechts de geschiedenis door te gaan om deze stelling door talloze uitspraken van christenen onderstreept te zien:


‘Mannen van Israël, hoort deze woorden: ...
Mannen broeders, ...’ (Petrus toespraak in Hand. 2)

‘Mannen van Israël,...en nu broeders, ik weet...God zal u een profeet doen opstaan uit uw broeders, ...Gij zijt de zonen van de profeten en het verbond dat God met uw vaderen gemaakt heeft...’ (Petrus toespraak in Hand. 3)

‘En het getal der mannen die gelovig werden werd ongeveer 5000.’ (Hand. 4)

.

‘De man is niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man’ (Paulus)

.

'Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer, want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat hij gered heeft.' (Paulus)



‘Laat jullie vrouwen stil zijn in de kerken, want het is hen niet toegestaan te spreken. Het is hen bevolen om gehoorzaam te zijn. En als ze iets willen leren, laten ze het thuis aan hun echtgenoten vragen, want het is een schande voor vrouwen om in de kerk te spreken’ (Paulus).



‘Iedere vrouw zou vervuld moeten zijn van schaamte bij de gedachte dat zij een vrouw is’. (Clemens van Alexandrië, kerkvader 2e eeuw)



‘En weet je niet dat je een Eva bent? Het oordeel dat God over deze sekse uitsprak betreft deze tijd. Bijgevolg moet de schuld hierover ook in deze tijd gevoeld worden. De vrouw is de invalspoort waardoor de duivel tot ons komt. De vrouw heeft de boom aangeraakt, zij is de eerste die van de goddelijke wet afweek, zij verleidde hem waartoe de duivel zichzelf niet kundig genoeg achtte. De vrouw heeft het beeld van God verdorven. Vanwege de val van de vrouw moest zelfs de Zoon van God sterven.’ (Tertullianus, kerkvader, begin 3e eeuw)



‘Want wij moeten geloven dat de vrouw zelfs voordat ze gezondigd had gemaakt was om door de man overheerst te worden.’ (Augustinus, begin 5e eeuw ).



585 Concilie van Macon: Er werd gestemd over de vraag of een vrouw een ziel had. (na een debat van twee dagen!)



‘Aangezien in de oorspronkelijke staat niets onvolkomens geschapen zou moeten worden, zou de schepping van de vrouw achterwege hebben moeten blijven.’ (Thomas van Aquino, 13e eeuw)



‘De godsdienstige onreinheid van vrouwen komt het duidelijkst voor de dag wanneer Jezus Maria verbiedt hem aan te raken terwijl hij tegelijkertijd Thomas aanmoedigt zulks te doen.’ (anonieme theoloog).



‘De verleide persoon was een vrouw. Ze was alleen en bevond zich op afstand van haar man, en blijkbaar dicht bij de verboden boom. Het was de listigheid van de duivel om het zwakkere geslacht met zijn verleidingen te overvallen. Ongetwijfeld was zij de mindere van Adam in kennis, kracht, en tegenwoordigheid van geest.’ (Dr. Henry, 19e eeuw, aangehaald door Ingersoll in Enige vergissingen van Mozes)



De maatschappij en goed bedoelde boeken dwingen ons misschien onze kijk hierop te herzien en de taken anders in te vullen...maar vergeet dan niet dat we tegen de ingestelde scheppingsorde van God ingaan. (De plaats van de vrouw, internet)



Het christelijk geloof is de blauwdruk voor de gehele patriarchale denkwereld. Hoe kan het subliemer gedaan worden dan door de hemel te laten bereiken via geloof in het driemanschap de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? De vrouw heeft in dit verhaal slechts de betekenis van heilige maagd te zijn, een a-sexuele geboortegeefster die zich voor de rest stil moet houden, ‘Vrouw, wat heb ik met u van node?’ (Joh. 2). Via de man komt onsterfelijk leven, via de vrouw slechts dit verfoeilijke aardse leven.

Tegenwoordig horen we vrouwelijke theologen graag spreken alsof de Heilige Geest vrouwelijk is. Het hebreeuwse woord voor geest, Roeach, heeft een vrouwelijk lidwoord. Deze gedachte is al heel oud, het komt voor het eerst voor in het Evangelie van de Hebreeën, een evangelie dat verloren is gegaan, maar door kerkvaders meerdere malen wordt aangehaald. Er heeft een vers in gestaan met de volgende woorden: En de Heer zei: 'de Heilige Geest, mijn moeder, heeft mij vastgegrepen bij één van mijn haren.' Men beseffe dat dit vers dat goddelijkheid aan het vrouwelijke toebedeelt, dat wel doet ten koste van Jezus' aardse moeder, die met zo'n uitspraak al helemaal aan de kant gezet wordt! Deze pogingen om de theologie bij te sturen lijken dan ook net zo vergezocht als dat verloren gegane evangelie in het woestijnzand ver te zoeken is, of net zo vergezocht als uit te leggen waarom in het nederlands woorden als 'politie', 'winst', 'creatuur', 'tirade', 'filosofie', 'wandeling' -en niet te vergeten 'slang'- vrouwelijk zijn.


Het blijft trouwens een interessante kwestie dat het christelijk geloof ondanks deze patriarchale traditie van millennia tegenwoordig meer vrouwen dan mannen aanspreekt. In sommige landen zoals Skandinavië is dit zelfs zo geprononceerd dat vrouwelijke voorgangers -duizenden jaren met een overduidelijk beroep op de bijbel geweerd uit het ambt- over enkele jaren al in de meerderheid zullen zijn en als de trend doorzet er over enkele decennia vrijwel geen mannelijke dominees meer over zullen zijn in de Lutherse kerk! We hebben hier weer een voorbeeld van aanpassen van de godsdienst. De godsdienst is zelden of nooit gebaseerd op de feiten maar slechts op de wensen, fantasieën en behoeften van de tijd. En wanneer onze ideeën veranderen, dan veranderen we gewoon de bijbel. De nieuwste bijbelvertaling is de illustratie bij uitstek van hoe gewiekst men dit kan doen. Men verandert bijvoorbeeld de veelzeggende uitdrukking de God van onze voorvaderen (Hand. 3:13) heel listig in de God van onze voorouders; het "Mannen, broeders" (Hand. 2:29) wordt valselijk vertaald met "Broeders en zusters", het "Mannen van Israël" (Hand. 2:22) met "Israëlieten", het "het getal der mannen die gelovig werden groeide" (Hand. 4:4) met "het aantal gelovigen groeide", het "Broeders" van Handelingen 3:17 met "Volksgenoten"! Deze valse vertalingen worden consequent ook doorgevoerd in de brieven van het Nieuwe Testament, zodat Paulus, zich gedragend als modern verlichte man zijn brieven tegenwoordig ook aan de zusters schrijft, en we mogen veronderstellen dat hij nu blijkbaar ook de was ophangt en de kinderen naar pianoles en voetbaltraining wegbrengt. Zo hebben voorbeeldige mannen nu een mooi gladgestreken bijbelvertaling gemaakt van het verhaal van Juda en Tamar (Gen 38): het Hebreeuwse "hij nam haar" wordt keurig tot "hij trouwde haar" vertaald. Het Griekse "zij diende hem" in het verhaal van Marta en Maria is prachtig veranderd in "helemaal in beslag genomen door de zorg voor hem", en zullen vrouwen in de toekomst nooit achter de waarheid van het christelijk geloof komen.
Men heeft christelijk geloof geleidelijk omgetoverd tot het tegendeel van wat het eens was. Moderne godsdienst zou men tegenwoordig kunnen omschrijven als ‘het zoeken van de vrouwelijke kant van het bestaan’, te rangschikken onder cultuur en kunst. In die geest heb ik mezelf ook altijd goed kunnen vinden in het beleven van de godsdienst. In vele opzichten kan men Jezus ervaren als het optreden van iemand met de idealen van de vrouw in een wereld gedomineerd door zich superieur wanende mannen. Uiteindelijk zijn mijn ogen opengegaan: het christendom (zoals ook Jezus zelf) blijft, hoezeer ze haar leer ook probeert te moderniseren, altijd halfslachtig verzeild in antiek mannelijk denken, waar men slechts via geweld aan de teksten te doen vanaf kan komen. Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat vrouwen in onze tijd nog steeds niet en masse het christendom de rug toegekeerd hebben. Wie weet is de reden dat vele niet-christelijke mannen het leven voor vrouwen nog moeilijker maken dan de gelovige mannen het doen. Wanneer een man bevrijd wordt van het geloof wordt hij er tenslotte niet automatisch beter op, maar dat is een ander verhaal...Laten we bovendien niet vergeten dat het moderne geloof (dat strenge monogamie predikt) de vrouw een formidabel wapen geeft om hem braaf te laten zijn, zijn wilde sexualiteit in te tomen en hem altijd door en door schuldig te laten voelen.




BBC News, 4 juni 2000

"Rellen braken uit in Jeruzalem tussen ultra-orthodoxe joden en de politie, toen liberale joodse vrouwen op de traditionele mannenmanier bij de klaagmuur, de heiligste plek van het jodendom, gebeden opzegden. De vrouwen maakten gebruik van hun in mei door het Hoogste Gerechtshof toegekende recht op bidden. Ultra-orthodoxe joden zijn het hier niet mee eens en zeggen dat het gebruik van gebedsriemen en opzeggen van gebeden uit de Torah door vrouwen de door God ingestelde verdeling van rollen tussen man en vrouw schendt. De orthodoxe mannen probeerden het bidden van de vrouwen te overstemmen met geschreeuw en gefluit. De vrouwen werden uitgemaakt voor lesbiënnes en niet-joden, en werden aangeraden naar een kerk te gaan. "Het probleem met deze vrouwen is dat ze geen enkel respect hebben voor God, het Joodse geloof of ieder ander, ze respecteren slechts zichzelf", zo zei één van de protesteerders, Michael Kaufman. De politie arresteerde vier mannen die met eieren op zak liepen om ze naar de vrouwen te gooien.
Vorige week dienden de ultra-orthodoxen bij het israelische parlament een nieuw wetsontwerp in dat het bidden van vrouwen bij de klaagmuur op de traditionele mannenmanier met zeven jaar gevangenisstraf wil bestraffen. De tegenstellingen tussen de wedijverende groeperingen verscherpen zich voortdurend als gevolg van een toenemende polarisatie binnen het joodse geloof."




Traditioneel christelijke opvatting


Modern gegoochel met bijbelteksten om ze het tegengestelde te laten zeggen


De moeizame dialoog tussen christendom en feminisme


Opstandige katholieken


Zeven discriminaties van de vrouw in de islam















Wist u dat

70% van 's werelds armste mensen vrouwen zijn?

64% van 's werelds analfabeten vrouwen zijn?

van de 15 miljoen vluchtelingen op aarde 80% vrouwen en kinderen zijn?

94% van 's wereld ministers en 90% van 's werelds parlamentariërs mannen zijn?

(bron: Unifem, United Nations Development Fund for Women)








            














[A1] 15‘...en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. 16 God maakte de twee grote lichten,...