Rechtvaardige verontwaardiging: je eigen toorn, in
tegenstelling tot de schokkende opvliegendheid van anderen.
Righteous
indignation: your own wrath as opposed to the shocking bad temper of others.
[Elbert V. Hubbard]

In het Oude Testament wordt als ik goed geteld heb 17 maal de doodstraf voorgeschreven voor bepaalde overtredingen. Zes maal voor seksuele overtredingen zoals homofilie en seks met dieren, zeven maal voor religieuze overtredingen, zoals afgoderij, vloeken, sabbatsschending en laten we vooral niet het maken van heilige zalfolie vergeten, tweemaal voor ongehoorzaamheid aan ouders en tenslotte de doodstraf voor kidnapping en moord. De doodstraf wordt uitgevoerd met gebruikmaking van zwaard, ophanging, verbranding of steniging.
De barbaarsheid van de vroomgelovige mensheid heeft zijn meest uitzinnige vorm gevonden in de vervolging van geloofsovertreders en valse leraren. Wanneer we soms een boek erover lezen hoe mensen in de ban geslagen werden, verbrand werden, onthoofd of opgehangen in eeuwenlange christelijke eeuwen, zullen we de moed moeten opbrengen dit niet als een perversie van de godsdienst te zien, maar juist als de vruchten van de godsdienst zelf. De bijbel staat namelijk overvol van gevallen van vervloeking en doodstraffen. Hoelang nog beschuldigen we de ‘middeleeuwse maatschappij’, en houdt onze cultuur de bijbel, die voor al deze gruwelen de inspiratie is geweest, in ere?
Lees Numeri 15: 32-36. Er werd iemand betrapt op houtsprokkelen op de
sabbatdag. Hij werd in bewaring gesteld omdat nog niet bepaald was wat met hem
gedaan zou worden. ‘Toen zei Jahweh tot Mozes: Die man zal zeker ter dood
gebracht worden; de gehele vergadering zal hem buiten de legerplaats stenigen.’ Er wordt ons dus in de bijbel verteld dat
God heel persoonlijk doodvonnissen uitspreekt, en de voltrekking ervan aan mensen
overlaat. OK, dit was maar een enkeling. In het volgende hoofdstuk hebben we
echter al een grote groep. Korach en 250 anderen stelden zich vóór Mozes en
klaagden erover dat hij zich verhief boven de anderen, terwijl zij van mening
waren dat allen heiligen waren, zodat in principe allen recht hadden om het
priesterschap te bekleden. Dit is dus wellicht de eerste keer dat in de groep
van gelovigen een valse leer werd verspreid. En indien we de bijbel net zo
zouden uitleggen als veel bijbelgetrouwe gelovigen het doen, zouden we er
ondeugend aan toevoegen dat hier een duidelijke voorafschaduwing is van het
Protestantisme in de latere christelijke kerk! En hoe loopt het af?
‘En de Here sprak tot Mozes en Aäron: Scheidt u af van deze vergadering, opdat ik haar in één oogwenk vertere. Toen wierpen zij zich op hun aangezicht en zeiden: O God der geesten van alle levende schepselen, als één man zondigt, zult gij dan tegen de gehele vergadering toornen? De Here dan sprak tot Mozes: Spreek tot de vergadering: Trekt u terug uit de omtrek van de woning van Korach, Datan en Abiram. En de oudsten van Israël volgden hem. En hij sprak tot de vergadering: Wijkt toch van de tenten dezer goddeloze mannen en raakt niets aan, dat hun toebehoort, opdat gij niet door al hun zonden wordt weggeraapt. Toen trokken zij weg uit de omtrek van de woning van Korach, Datan en Abiram, en Datan en Abiram traden naar buiten en stonden aan de ingang van hun tenten met hun vrouwen, zonen en kleine kinderen. Daarop zei Mozes: Hieraan zult gij weten, dat de Here mij gezonden heeft om al deze daden te doen, en dat het niet mijn bedenksel is: indien deze zullen sterven, zoals ieder mens sterft, en over hen bezoeking zal worden gedaan, zoals ieder mens bezocht wordt, dan heeft de Here mij niet gezonden. Maar, indien de Here iets nieuws zal scheppen, zodat de grond zijn mond zal opensperren en hen verzwelgen met alles wat hun toebehoort, zodat zij levend in het dodenrijk zullen dalen, dan zult gij weten, dat deze mannen Jahweh gesmaad hebben. Nauwelijks had hij al deze woorden uitgesproken, of de grond spleet onder hen, en de aarde opende haar mond en verzwolg hen met hun huisgezinnen en met alle mensen die bij Korach behoorden en met alle have. Zo daalden zij, met al de hunnen, levend in het dodenrijk. En de aarde overdekte hen. En alle Israëlieten die om hen heen stonden, vluchtten weg op hun geroep, want zij dachten: De aarde moest ook ons eens verzwelgen! Toen ging er een vuur uit van Jahweh en verteerde de 250 mannen, die het reukwerk geofferd hadden.’
In het bovenstaande hebben we op overduidelijke wijze gezien welke consequenties Gods heiligheid heeft voor de mens die zich niet aan de regels houdt. In de bijbelverhalen zien we dat Gods handelen -net als zijn 613 eisen- ons in bonte kleuren voorgeschoteld wordt. God handelt altijd grondig, in het bovengenoemde verhaal worden zelfs de kleine kinderen in het oordeel weggevaagd. Het is dan ook een volkomen logische stap naar het vervolg op deze verhalen in de latere geschiedenis: op dezelfde manier als God handelt hebben de eeuwen door allen die God liefhebben gehandeld met weerbarstige ketters/overtreders. Zolang een groep maar één soeverein leider heeft, vloeit het bloed nog maar in beekjes. Je durft namelijk bijna je mond niet open te doen. Maar zie wat er gebeurt wanneer de boekdrukkunst wordt uitgevonden. Opeens kunnen alle mensen de bijbel lezen. Opeens krijgen ze allemaal een mening over het juiste geloof, het ergste wat de boekgodsdienst kan overkomen. En zie, wanneer, zoals in de 16e eeuw, de kerk als gevolg hiervan scheurt, dan is het hek van de dam. Opeens krijgen we vele aftakkingen die allemaal het Ware Geloof voorstaan, en die elkaar allemaal met de dood bedreigen, omdat ieder die iets anders predikt, volgens het ware geloof God op een grove manier lastert. Als gevolg hebben we in onze eigen geschiedenis rivieren van bloed gezien. We spreken vaak van de ‘donkere middeleeuwen’, maar de grootste wreedheden en hysterie heeft zich afgespeeld in de drie eeuwen ná de middeleeuwen, ca. 1500-1800. Dít is de tijd van de heksenverbranding en ook de tijd dat de Spaanse inquisitie heeft bestaan. De eerste verbranding van ‘ketters’ in Spanje vond plaats in 1481. In de eerste twaalf jaar daarna werden 13.000 mensen zo om het leven gebracht. In de 300 hiernavolgende jaren nog 20.000 meer. Driehonderdduizend kregen andere straffen opgelegd. En dit zijn slechts de cijfers van Spanje. In Italië werd de inquisitie al in 1231 ingesteld en pas opgeheven in 1917. Alleen al in Finland (!) schat men het aantal heksen dat verbrand is op 2000. De lutherse professor Carpzov (1595-1666), ‘één van de vaders van de duitse strafrechtwetenschap’ beweerde 20.000 doodvonnissen tegen duivelaanbidders te hebben uitgesproken; hopelijk is het een grove overdrijving...(lees ‘begrijpen van het verleden’ en ook ‘inquisitie viel wel mee’ om te zien hoe christenen altijd weer zand over hun verleden in zowel de bijbel als in hun geschiedenis proberen te doen.)

Wederdopers (=aanhangers van de volwassendoop) werden
vaak veroordeeld
tot de verdrinkingsdood, 1592.
Zij werden vervolgd door zowel katholieken als andere protestanten.

Mennonietenvrouw wordt levend begraven onder toezicht
van geestelijken,
Brussel 1597.
Mensen
zijn ter dood veroordeeld omdat ze geloofden dat een God die één is niet een
God kan zijn die bestaat uit drie personen, omdat ze geloofden dat een baby de
hemel ingaat ongeacht of er water op het kleine hoofdje is gesprenkeld met de
woorden van de doop, omdat ze de geloofswaarheid van de hel niet wilden
onderschrijven, zelfs omdat ze niet konden geloven dat heksen echt kunnen
vliegen, of omdat ze vonden dat een enkele rib niet genoeg was om er een
goedgevormde vrouw mee te vervaardigen. Sommigen hebben het leven gelaten omdat
ze niet in predestinatie konden geloven, anderen omdat ze niet konden geloven
dat het brood van de eucharistie echt in het vlees van Christus veranderde.
Sommigen werden omgebracht omdat ze met een bijbel in de hand rondliepen,
anderen omdat ze juist de bijbel aan de kant hadden gelegd of enkel verklaard
hadden dat God geen gebeden verhoort, omdat ze er openlijk voor uit kwamen er
nooit iets van te merken.
Dit bloedvloeien hield pas op, niet omdat men zag dat vervolging van
ketters in strijd met de bijbel was, maar enkel en alleen toen men van lieverlee door ondervinding
door kreeg dat in een maatschappij met tweehonderd sekten genoeg ketters
rondlopen om het land volledig mensvrij te kunnen maken. Met het oprukken van
de humanistische maatschappij heeft de godsdienst zich dan ook steeds beter
gedragen.
Het verketteren binnen de kerk komt tegenwoordig nog steeds voor
natuurlijk, en zal ook altijd een hoofdingrediënt van het christendom zijn, omdat
de intolerantie inherent is aan het Christelijk geloof (en tussen twee
haakjes ook aan de andere boekgodsdiensten, het Jodendom en de Islam). Lees wat
ik anno 2002 op het internet op de homepage van de Russisch Orthodoxe Kerk
vond, en let op de woordenschat, typerend voor eeuwenlange tradities van
christendom.
Dit artikel is geschreven door een zekere Vader Evmeny in het tijdschrift ‘Svet Pechersky’. Van het
allerbelabberste engels heb ik een zo mooi mogelijke vertaling gemaakt zoals de
schrijver het waarschijnlijk bedoelt te zeggen:
‘Aanvallen van buitenaf bedreigen de kerk, die op de soliede grond van de
apostolische geloofsbelijdenis staat, niet. Maar een verderflijke ketterij van
‘neo-joodse vrienden’ is de kerk binnengeslopen via hooggeplaatste kerkelijke
ambtsbekleders. Sommige kerkleiders zeiden na een bezoek aan synagoges tegen de media dat wij en de
moordenaars van Christus met hun Talmoed een ‘gezamelijke hemelse Vader’
hebben!
Deze Jodenfielen moeten zich eens de uitspraak van de aartsbisschop Antony
Krapovitsky in 1908 in herinnering brengen:
‘Je kan zelfs een zelfde stamvader hebben, maar je moet dan wel je
kerkkleren uittrekken, en niet alleen die, maar ook je ondergoed en het kruis
om je nek, want voor de door de Joden Mishandelde en Gekruisigde hebben de
Joden geen respect.’
Maar deze geestelijken, zelf als Joden bekend, hebben hun kleren niet
uitgetrokken. Ze zijn niet overnachts tot deze ketterijen en afvalligheid
gekomen. Het is de vrucht van een heel leven van ‘peace-keeping’ en
‘ecumenische bewegingen’, en ze worden geinspireerd door de wereldwijde
beweging van de vrijmetselaars.
Pseudo-orthodoxe deelnemers aan de ecumenische beweging propageren het als
een middel tot wederzijdse verrijking en ook als een middel om Orthodoxe
propaganda te voeren. Maar de Universele Orthodoxe Kerk is in het bezit van de
volledige door God gegeven waarheid. En zij heeft geen gemeenschap nodig met
dwaalleringen van het kwaad. De waarheid heeft geen verrijking met leugen
nodig. Lieden die volharden in deze dienstbaarheid aan het kwaad, kunnen zelfs
het Christelijke Orthodoxe geloof niet eens begrijpen, hoeveel ‘ecumenische
eruditie’ ze ook mogen hebben. Orthodoxe theologie heeft te maken met
vroomheid, liturgie en de genadige invloed van God op mensen. Rationalisten
zijn niet in staat dit te bevatten.
Dit soort mensen, kerkverraders, vrijmetselaars, atheïsten en dergelijke,
geven uitleggingen van hun verraad aan het orthodoxe geloof zoals dat ze de
kerk redden met slimheid. Maar onze God zegt: ‘Wat baat het een man, indien hij
de hele wereld verkrijgt, maar zijn ziel verliest?’
Wat moet een gewoon orthodox christen doen, wanneer sommige hooggeplaatste
leden van de geestelijkheid de leer van de kerk ondermijnen? Alleen een
Algemene Kerkvergadering heeft het recht om zulke ketters te veroordelen. Voor
de ketterijen van deze Jodenfielen moeten we de banvloek eisen. Zoals die ook
geëist moet worden voor de theologen die de heersende macht van de orthodoxe
kerk hebben afgebroken met hun 20ste eeuwse vrijzinnige theologie. Vandaag de
dag is ons grootste probleem de afwezigheid van de gezalfde en soevereine
Tsaar. Dit hangt nauw samen met de wereldwijde afvalligheid van de kerk en de
komst van de antichrist. De hernieuwde oprichting van het instituut van de
Orthodoxe Tsaar als hoogste kerkelijke autoriteit is van het allergrootste
belang, om de Kerksynode te kunnen leiden, in de kerk schoon schip te maken met
afvalligen, en het volk tot één te binden. De aanstelling van een Tsaar als
gezalfde en soeverein vorst is geen politiek probleem maar een kerkelijk
probleem. Het probleem is ook zeer acuut met het oog op de komende Laatste Slag
tussen de krachten van de kerk en het kwaad.
We zijn van mening dat de ketterij van de Jodenfielen veel groter is dan
die van de Katholieke kerk en andere kerken. Samenwerking met de synagoge is
veel gevaarlijker dan samenwerking met de Roomse kerk. Ik ben dan ook van
mening dat hooggeplaatste geestelijken die zoiets aanhangen in de ban gedaan (geëxcommuniceerd) moeten worden.’
Zo spreekt de kerk van vandaag (nota bene een kerk die net 70 jaren van
zware geloofsvervolging achter de rug heeft en net zijn mond weer open mag doen!),
zo heeft de kerk van alle eeuwen gesproken. Bent u, evangelisch christen, nu
van mening dat uw kerk niet zo spreekt, dat u niet zo spreekt, dan is de
enige reden wellicht de volgende: u houdt zich stil omdat u in de kleine
minderheid bent, omdat de meerderheid in onze maatschappij beschaafder is en
andersdenkenden tolereert en u misschien daardoor ook deze denktrant hebt
overgenomen. Maar geef de kerk het zwaard van de meerderheid, en ze zal die
gebruiken totdat er geen tegenstander meer zijn mond opendoet. Net zoals de
Islam altijd de oorlog gevoerd heeft wanneer het zich machtiger voelde dan zijn
tegenstander. Want niets is zo erg als God lasteren.
Ik sla de Finse krant van vandaag op en vind meteen een ingezonden brief
van een bezorgde bijbelvaste christen:
‘De voormannen van ons geestelijk leven hebben tegenwoordig begrip voor
bijna al het mogelijke. De ontwikkeling van de laatste tijd is een sterk
afbrokkelen van zelfs de meest belangrijke principes die ons in de bijbel
voorgeschreven worden. Ik heb me in gedachten afgevraagd wat onze oude
theologen gezegd zouden hebben over het vervaardigen van een liturgie voor de
inzegening van homo- en lesbohuwelijken. Ik denk niet dat ze aan deze opdracht
zouden begonnen zijn, maar ze zouden zich afgescheiden hebben van de kerk die
dit van hen verlangt. Zo zijn er op dit moment vele dominees die zich afvragen
of ze nu uit hun ambt moeten stappen, wanneer de nieuwe liturgie ingevoerd
wordt.
Het respecteren van seksuele minderheden hoeft toch niet in te houden dat
we ook nog hun samenleven kerkelijk in moeten zegenen? Vele gelovigen leven nu
in een grote tweestrijd omdat hun geweten het niet toestaat aan deze nieuwe
denkrichtingen mee te doen. En wanneer men opkomt voor de waarheid, komt men al
gauw in botsing met autoriteiten uit de geestelijkheid. Maar zwijgen kunnen ze
ook niet, omdat de crisis zich dan in hun innerlijk vergroot. Hoever kan men
zijn geweten rekken en dingen maar gedogen? En zullen wij spoedig collectief
als kerk die God de rug toekeert, door God gestraft worden?
Jezus zei: ’De slaaf nu, die de wil van zijn heer kende en geen
toebereidselen getroffen heeft, of niet gedaan heeft naar de wil van zijn heer,
zal vele slagen krijgen. Wie echter de wil van zijn heer niet heeft gekend en
dingen heeft gedaan, die slagen verdienen, zal er weinig ontvangen. Van een
ieder die veel gegeven is, zal veel geëist worden, en aan wie veel is
toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd.’
De volgende kenmerken van het christelijk geloof komen hier naar voren:
1. De gelovige komt op voor ‘de waarheid’, en denkt dat deze hoogste
waarheid te vinden is in de bijbel.
2. Hij gebruikt ook zijn eigen verstand, en zegt als kind van zijn tijd: Ik
respecteer ook seksuele minderheden.
3. De schrijver van dit ingezonden stukje denkt dus respect en extreme uitingen van de bijbel te kunnen combineren. De bijbel spreekt over homofilie als ‘ een gruwel’, ‘schandelijke lusten’, ‘ontering van het lichaam’, ‘daardoor hun welverdiende loon ontvangend’. Als dit niet duidelijk genoeg is kunnen we in het Oude Testament lezen wat we met dit soort lieden moeten doen: ‘uitroeien uit het volk’ is de term die ervoor gebruikt wordt, zoals Hitler dat ook van mening was. Voor het geval dit gebod niet duidelijk genoeg is, kan erop gewezen worden dat de volgende woorden hierna volgen: ‘Zo zult gij het voorschrift dat Ik u geef, in acht nemen’. (Leviticus 15)
4. De gelovige (die blijkbaar gelooft dat je de wetten van het Oude
Testament tegenwoordig niet meer letterlijk hoeft toe te passen) vervolgt met
te zeggen dat hij seksuele minderheden respecteert, maar dat dit respecteren
niet kan betekenen ‘je zegen aan zo iemand te geven’.
Christenen bevinden zich immer in een warboel van tegenstrijdige gedachten
wat betreft het wel of niet geldig zijn van bepaalde voorschriften en handelingen,
vooral wat betreft de voorschriften die in het Oude Testament gegeven worden.
Ik zou er op willen wijzen dat de logica vereist dat iedere morele uitspraak die
zogenaamd door God in de bijbel gegeven
wordt tijdloos is omdat het vanzelfsprekend het karakter van God zelf weerspiegelt.
Of we dus in het Oude of Nieuwe Testament bladeren doet er niet toe bij
zulke zaken. Het gaat hier
over de dingen die God wel en niet waardeert en hoe God in een
bepaalde situatie zou handelen. De bijbel leert dus zonder meer dat je geen
respect behoort te hebben voor homofilie. Hoe komt de gelovige dan uit op bovenstaande
uitspraak, wel respect maar geen zegen? Wel, de oorzaak is heel eenvoudig in te zien: de bijbel
is tegenstrijdig. Zij roept op
tot doden en liefhebben van dezelfde persoon. Wat iedere gelovige dus nodig heeft is
gedachtenacrobatiek en de kunst om te fietsen in de lucht om tot harmonisatie te komen.
In het begin is staan zonder grond onder je voeten moeilijk -God heeft bijvoorbeeld homofielen
lief en wil dat ze allen behouden worden, maar heeft ze zoals we net lazen in de tekst uit de
Romeinenbrief ook prijsgegeven aan schandelijke lusten en ze zo hun verdiende straf gegeven-,
maar aangezien
je acrobatisch denken elke dag en bijkans bij ieder onderwerp moet aanwenden, word je er spoedig in
getraind en merk je het uiteindelijk zelf niet eens meer dat je fietsbanden geen bodem hebben
om op te rijden! En wat doet het ertoe. Het gaat bij gelovigen slechts om het flitsend draaien
van de wielen.
Ditmaal hebben we er de geweldige formule ‘de zondaar
liefhebben, maar de zonde haten’ voor uitgevonden om uit de benarde positie te komen.
De gelovige staat er nooit bij stil of deze zogenaamde
uitgesproken ‘liefde voor de zondaar’ ooit wel op de één of andere manier door
de zondaar daadwerkelijk gevoeld kan worden (want hoe zou het mogelijk zijn als je bijvoorbeeld
tegen de homofiel
zegt dat je homofilie haat en God er heel zeker ook zo over denkt), maar dat doet er in hun
religie niet
toe. Godsdienst heeft een hekel aan logica. Het is in de boekgodsdienst
slechts belangrijk te voldoen aan voorschriften. Ditmaal luidt die: Heb je vijand lief en haat de zonde!
We komen daarmee uit op een nietszeggende, zinloze formule
die als dooddoener te pas en te onpas door christenen gebruikt kan worden. De werkelijke
betekenis ervan wordt voor de christenen misschien alleen duidelijk wanneer de tegenpartij
hierop in dezelfde bewoordingen antwoordt: ‘En ik haat het christendom maar heb
de christenen lief’. Het positieve resultaat van deze algemene geweldige
uitstorting van liefde voor elkaar zal voor een ieder meteen duidelijk zijn!
Maar bleef het maar bij zulk onbegrip voor elkaar. Op die manier zou je nog kunnen redeneren dat
de liefde tóch uiteindelijk belangrijker was dan de haat en zouden we iets in handen hebben:
geweldloosheid. Maar geweldloosheid is jammergenoeg nooit een hoofdbestanddeel van het
christelijk geloof geweest.
Heel vervelend natuurlijk, want men zegt te geloven in een zogenaamd almachtige God die van
alles op aarde doet of in staat is te doen. In de praktijk kan deze christelijke God nooit zelf
orde op zaken stellen op aarde, maar moet de mens Hem daarbij altijd een handje helpen door
het kwaad uit te roeien.
De werkelijke instelling van de christen zoals de geschiedenis ons leert is dus een
uiterst tweeslachtige, soms zelfs het omgekeerde van wat ze zeggen, af en toe zie je "Ik haat
de zondaar, maar heb de zonde lief (omdat ik ook een zondaar ben)". Op andere tijden weer:
"Ik haat de zondaar (want God spreekt er de doodstraf over uit), maar
tolereer tot op zekere hoogte de zonde (omdat Hij me ook gebiedt de zondaar lief te hebben)", en
wanneer het maatschappelijke klimaat het toestaat en ons de meerderheid schenkt, zeggen we er
achteraan: "maar indien het de spuigaten uitloopt, dan zit er niets
anders op dan streng te straffen, desnoods te doden."
Had de godsdienst het beter kunnen doen? De wereld is nu eenmaal een mierennest van
tegengestelde opvattingen en zienswijzen en de zaken zijn nu eenmaal niet gemakkelijk
op te lossen. Wel, het had slechts een kleine stap in
een betere richting gevergd: eerlijkheid en iets concreets.
Indien men in de godsdienst iets waardevols had
willen bereiken zou men eerder precies de
omgekeerde levensinstelling kunnen hebben: "Ik haat de zondaar hartgrondig, maar
zal nooit bereid zijn hem daarom te doden of zelfs maar te straffen (dat laat
ik aan God over)!" Dit is logica, helderheid en eerlijkheid. Het is misschien nog niet veel om trots op
te zijn (want je blijft gefixeerd op haat), maar
dán zou de wereld er inderdaad concrete baat
bij hebben gehad en de overtuiging waardevol zijn. Bovendien zou God ook eindelijk iets op aarde
te doen hebben
om helemaal zelf op te knappen, bijvoorbeeld de vrome gelovige te beschermen tegen aanvallend kwaad
of het kwaad te straffen als het zo nodig gestraft dient te worden. Ieder eerlijk mens ziet natuurlijk meteen in
waarom de godsdienst op dit punt faalde: men durft niet echt te vertrouwen op een gefantaseerde God. De God van de realiteit deelt 'zegen' en 'straf' uit waar niemand een stevig moreel touw aan vast kan knopen.
Zo komen we automatisch op gegoochel met redeneringen. De christelijke gedachte dat men liefde
of respect kan verbinden aan deze
extreme bijbelse opvattingen over bijvoorbeeld homofilie of andersdenkenden is volkomen oneerlijk
en ontaardt zonder meer
in een tweeslachtige en innerlijk onbevredigende houding
die vele niet-gelovigen als huichelachtig of in ieder geval als volslagen
onduidelijk zouden betitelen. Het heeft niets met God te maken, maar alles met het
fabriceren van een God die in werkelijkheid niet bestaat, een zich onderwerpen
aan teksten ter creëring van innerlijk welbehagen. Indien christenen zich
soms afvragen waarom sommige
mensen moeite met hen hebben, laat men dit eens overdenken: voor een uitgesproken vijand
kun je nog respect hebben, vooral wanneer hij niet gewelddadig is, maar iemand
die zoete woorden van liefde uitspreekt, de liefde zelfs als hoogste leidraad uitroept,
en het woord ‘respect’ gebruikt,
maar tegelijkertijd innerlijk met haat rondloopt en teksten die de allergrofste
uitspraken bevatten als heilig beschouwt, en bovendien bereid is zonodig geweld te gebruiken
is onbegrijpelijk.
Een site op het internet
die deze kwestie op de orthodoxe manier behandelt komt als conclusie met deze
smakelijke opmerking, alweer een geliefde christelijke dooddoener:
"Bovengenoemde is vrij moeilijk uit te leggen. In het bijzonder aan mensen die geen relatie met God hebben. De bijbel zegt immers al dat een ongeestelijk mens het geestelijke niet kan bevatten (1Cor.2:14)."
In werkelijkheid is de christelijke positie in het geheel niet moeilijk uit te leggen. De visie
van de christen is
eenvoudig het logische gevolg van het aaneenknopen van
uiterst tegenstrijdige zaken. Dat hij zelf deze uitleg kan bevatten heeft totaal niets met een
goddelijke Geest te maken, maar is eenvoudig het gevolg van het
slaaf zijn van een denksysteem ("de bijbel is Gods woord, dus moeten we alles aannemen,
ongeacht wat er staat"). Het gelovige denken is juist zeer gemakkelijk te bevatten voor de
niet-gelovige. De uitspraak
‘bovengenoemde is vrij moeilijk uit te leggen’
wijst eerder op de verwrongen denkwereld waarin de gelovige zélf verkeert: zijn
uitleggingen van het christelijk geloof (haten van de homofilie, het te beschouwen als
niet naar Gods wil, als verdorven ziekelijk, als ontaarding enz, maar tegelijkertijd liefhebben van de homofiel)
is logischerwijs een onmogelijke zaak. De christen zal zich altijd in een benarde situatie bevinden
met betrekking tot zijn homofiele
naaste, en hij leeft met dit besef dat onophoudelijk aan hem knaagt. Uiteindelijk gaat het erom
welke kant je van de
onoplosbare tegenstrijdigheden in de bijbel beklemtonen wilt (de liefde of de veroordeling).
Het is dan ook geen wonder dat de christenheid
zich altijd in de grootste onderlinge tweestrijd verwikkeld ziet (zo kun je tegenwoordig lezen over
feministische theologie, zwarte theologie, homotheologie enz. om het christelijk geloof
weer aan te passen...)
Wat hier gezegd is over homofilie gaat op voor al het denken en handelen van christenen
en is de rode draad van vele hoofdstukken uit dit boek:
een bijzondere aaneensmeding van het begrip ‘liefde’ met ‘onverdraagzaamheid jegens
alles wat afwijkt’.
5. Geen christen kan een zaak aan de kaak stellen zonder er (meestal op het einde van zijn betoog) bij te vermelden dat ons anders de straf van God te wachten staat. Ook dit behoort tot de kern van het christelijk geloof. We zullen het nog vele malen tegenkomen.
We hebben in Genesis 38 al gezien dat God individuele mensen doodt vanwege hun zonden. Ook andere straffen kunnen door God uitgedeeld worden. Wanneer we in de bijbel verder lezen zullen we een bonte verzameling aan kunnen leggen van de meest uiteenlopende straffen van God.
In Numeri 11 staat het volk van Israël te klagen. De toorn van God ontbrandt op een letterlijke manier: ‘Het vuur des Heren ontbrandde onder hen en aan de rand van de legerplaats.’ Gelukkig bidt Mozes vanwege ‘het gekerm’ van het volk tot God, waardoor het vuur uitdooft. Nog geen 10 verzen verder klaagt het volk dat het altijd maar hetzelfde voedsel moet eten, dag in, dag uit. Nooit vlees. Menselijkerwijs gesproken zou je je kunnen indenken dat dit een heel redelijke klacht was. Stel je voor, jaar in jaar uit, altijd maar rice-crispies-manna, vooral ook wanneer je je bedenkt dat je met een almachtige God te maken hebt, die van alles lekkers zou kunnen maken, en die voor goed eten toch ook begrip kan opbrengen. Hij beloofde ze tenslotte naar een land ‘vloeiende van melk en honing’ te brengen. Maar nee, klagen mag beslist niet, dat is een axioma in godsdienst. ‘Toen ontbrandde de toorn des Heren hevig’. En let nu op hoe kleinzielig deze bijbelgod wordt uitgebeeld: God belooft vlees, zoveel dat ze er na een volle maand van zullen walgen, totdat het hun neusgaten uitkomt! Mozes, getrouw als hij is aan zijn geweldige heldhaftigheid, is zo vrij te twijfelen aan deze Almacht. Verrassend wordt God, grillig als Hij nu eenmaal is, ditmaal niet boos. Nee, ditmaal schenkt Hij al zijn gedachten aan indruk maken op het volk. God antwoordt als een jongen van twaalf uit de boeken van Harry Potter: Zou ik niet sterk genoeg zijn? Nu zul je zien of mijn woord aan jullie geschieden zal of niet! (vers 23) En zo komen er duizenden kwakkels. En let op wat er nu gebeurt: ‘Terwijl het vlees nog tussen hun tanden was, vóórdat het gekauwd was, ontbrandde de toorn des Heren tegen het volk en de Here sloeg het volk met een zeer zware slag’ (vers 33).
In het hoofdstuk hierop wordt Mirjam, de zuster van Mozes ‘naar aanleiding van de Ethiopische vrouw die hij genomen had’ jaloers op zijn positie als absoluut leider. Jahweh maakt zonder omwegen duidelijk dat zulk een praat straf verdient. Hij slaat Mirjam met een geheel passende straf, melaatsheid. Gelukkig bidt Mozes alweer en geneest zij. God laat wel dit nog weten: ‘Had haar vader haar openlijk in het gezicht gespuwd, zou zij dan niet gedurende zeven dagen te schande zijn? Laat haar gedurende zeven dagen buiten de legerplaats gesloten worden, en daarna mag zij zich er weer bijvoegen.’ Merkwaardig hoe deze licht ontvlambare God altijd ongelooflijk veel begrip kan opbrengen voor de heersende goede zeden en gebruiken van primitieve mensen.
Weer een hoofdstuk verder komen de verspieders terug van hun missie het beloofde land te verkennen. De Israëlieten worden bang voor de vijand, de volkeren die nu in Kanaän wonen, en die ze moeten verdrijven. Let nu op, we staan hier oog in oog met een uniek geval: De mens voert liever geen oorlog, maar God geeft er het bevel toe! Zien we hoe we in onze moderne tijd in een volledig omgekeerde wereld leven? Tegenwoordig laten we God altijd voor vredesduif spelen. Maar in de bijbel leven we altijd in een omgekeerde wereld. Vanwege deze bangheid van het volk wordt Jahweh volkomen ziedend. Hij vergeet volkomen zijn belofte de Israëlieten naar het beloofde land te voeren en zegt nu van plan te zijn het hele volk met de pest te slaan en het volledig uit te roeien! En Hij belooft uit Mozes een nieuw volk te maken, groter en machtiger dan dit. Iemand die de bijbel vanaf het begin gelezen heeft vraagt zich nu af of God het dan nooit leert. Altijd weer spreekt hij over uitroeien. Altijd is er nog net één man die genade krijgt (hoewel die net zo goed een man is als alle anderen). En altijd wil Hij weer opnieuw beginnen en denkt Hij ook nog dat het dan beter zal gaan. Vreemd, heel vreemd. Maar goed, het plan gaat dit keer niet door. Mozes bidt weer ten behoeve van het volk. Wat een held, deze Mozes! Hij wordt dan ook afgeschilderd als de zachtmoedigste man op de gehele wereld!(Num. 12:3). Wat een claim! Maar ook: Wat een onwaarheid! (Zie bijv. Ex 2:11-, waar hij in een woedebui een Egyptenaar doodslaat). Het gebed van Mozes doet het volk niet de straf van God ontgaan. In plaats van de dood met de pest laat God ze veertig jaar in de woestijn leven. ‘In deze woestijn zullen uw lijken vallen, namelijk net zoveel als er van u geteld zijn, naar uw volle getal, van twintig jaar oud en daarboven. Voorwaar gij zult niet komen in het land waarvan Ik gezworen heb u daarin te laten wonen’. God reageert als de sadistische vader die zijn ondeugend zoontje een week in een donkere kelder opsluit en voor de dichte deur nog tegen zijn zoon na staat te schreeuwen wat voor verschrikkelijke dingen hem nu te wachten staan.
We denken ons nu het lot van deze Israëlieten in, die zich maar jaar na jaar na jaar de woestijn door zagen slepen. Ze zullen zich afgevraagd hebben of dit niet onverdiend was. Ze zullen zich afgevraagd hebben of de eed van God ook maar iets waard is. God had hun toch het beloofde land beloofd?
Gods gedrag leert ons dat je niet op Zijn beloftes kunt rekenen. Ja,
natuurlijk, de godsdienst zal u altijd vertellen dat Zijn beloftes uitkomen.
Wanneer het erop lijkt dat dit niet zo is dan komt het enkel en alleen omdat
wij zo simpel menselijk denken. Voor de mens schijnt het alleen toe dat
de beloftes ongedaan gemaakt worden of niet uitkomen. Ze worden uitgelegd alsof
de belofte in werkelijkheid iets geheel anders bedoelde, of ze worden in Gods
tijdrekening gewoon naar de toekomst geschoven. Soms zelfs zover, dat de
toekomst altijd toekomst blijft. Maar ook dat is voor de godsdienst geen probleem.
Zo worden de gelovigen op de proef gesteld, iets wat God ook na Abraham
voortdurend doet (Richt. 3:1, 1 Kon. 13), om het kaf van het koren te scheiden.
En wie niet gelooft zal spotter genoemd worden, en u kunt raden wat God met
spotters doen zal! Zo mag de gelovige nooit maar dan ook nooit zich afvragen
hoe de bijbel kan eindigen met de belofte: ‘Zie Ik kom spoedig’, wanneer we
zien dat dit ‘spoedig’ al 2000 jaar lang wachten inhoudt. Wanneer hij dat toch
doet, spot hij met God. Dan heeft hij vergeten dat de bijbel zegt dat voor God
één dag is als duizend jaar. Maar wanneer we deze laatste uitspraak serieus
nemen mogen we weer niet zeggen ‘dan kan de komst van Jezus dus net zo goed nog
twintigduizend jaar op zich doen laten wachten’, want ook dit is spotten. Een
waar gelovige zal dus zeggen ‘Jezus komt spoedig’, en gelooft dat ‘spoedig’
alles kan betekenen wat God er maar van maken wil.
Het zou als het moet zonder de tekst te verdraaien kunnen betekenen ‘in een
UFO’.
(spoedig = met snelheid).([1])
En toch worden we op een gegeven moment vanwege een bui van eerlijkheid
helemaal radeloos. Misschien worden we zelfs woedend op God en klagen we God
aan: Niets dan straf en oordeel en grilligheid lees ik over U! Uw beloftes komt
U niet na en U laat de mensheid in angst voor U leven. U maakt van iedere vorm
van menselijkheid een zonde tegen U, zelfs de geboorte van een baby en de
menstruatie van de vrouw is voor U onrein. Op andere keren maakt U helden van
mensen die de grootste onmenselijkheid beoefend hebben. Ik zeg U in Uw gezicht:
Ontelbaar is het aantal van de mensen die door U gedood zijn, terwijl ikzelf
het nog nooit in mijn hoofd gehaald heb om ook maar iemand om het leven te
brengen! Wie van ons beiden is verdorven, wie van ons is goedertieren?
God luistert echter niet naar dit soort vermetele uitspraken. Hij stoort
zich tegenwoordig niet aan een nietig mens. Er zijn er tegenwoordig zoveel van.
Natuurlijk, in een kwade bui zal Hij me kanker kunnen geven om voor deze
woorden te boeten. Zo heeft de bijbel het ons zojuist geleerd in het verhaal
over de zus van Mozes. Als je het niet meteen gelooft, kun je in een ander
verhaal het nog eens lezen, en als dat nog niet overtuigend werkt, dan heeft de
bijbel nog voor de derde maal dezelfde lering. In 2 Kronieken 26 wordt koning
Uzzia door God met melaatsheid gestraft omdat hij het lef had in de tempel te
komen en daar te gaan offeren, alsof hij er recht op had voor priester te
spelen. Dit keer is er niemand die hem kan helpen. Hij blijft tot aan het einde
van zijn leven melaats.
Maar terug naar de beloftes van God. Ik kan niet anders dan in eerlijkheid de feiten maar onder ogen zien. Opnieuw de bijbel lezend, en ditmaal zonder de steun van vrome uitleggers, zie ik eindelijk hoe overduidelijk de bijbel voor zichzelf spreekt en hoezeer de traditionele godsdienst ons misleidt. De bijbelse lering over Gods beloften vinden wij in 1 Samuel 2. Tegen de priester Eli zegt God via de woorden van een man Gods: ‘Waarom veracht gij mijn slachtoffer en mijn spijsoffer, waarom eert gij uw zonen boven Mij, en doet u te goed aan het beste deel van elk spijsoffer? Daarom, luidt het woord van Jahweh, de God van Israël, Ik heb duidelijk gezegd: uw huis en uws vaders huis zullen voor altijd het priesterschap bekleden, maar nu luidt het woord van Jahweh: dit zij verre van Mij!’ 1 Koningen 2:26-27 vertelt ons hoe uiteindelijk het priesterschap van het huis van Eli weggenomen werd. Met behulp van dit voorbeeld zien we overduidelijk dat Gods beloften slechts gelden wanneer de mens zich houdt aan de regels. Op elk moment kunnen ze weer worden opgeheven. Net zoals God zich vaak ook niet houdt aan zijn eigen regel dat de zonde van de vader niet de zoon zal aangerekend worden. Lees bijvoorbeeld in 2 Koningen 5 hoe de man Gods, Elisa, voor de zoveelste maal in de bijbel weer eens met een vervloeking voor de dag komt. Gehazi, de knecht van de profeet vond het maar niks dat Elisa geen enkel geschenk van een rijk man, Naäman genaamd, wilde aannemen, nadat deze man verlost werd van melaatsheid. Zodoende gaat hij de man achterna, vertelt hem een leugentje en krijgt zo een klein geschenk. Dit verbergt hij, en hij liegt weer wanneer Elisa vraagt waar hij zoëven geweest is. Maar Elisa heeft in de geest alles gezien en spreekt de strafwoorden: ‘Daarom zal de melaatsheid van Naäman u en uw nakomelingen aankleven, voor altoos. Toen ging zijn knecht van hem weg, melaats als sneeuw.’
We gaan weer terug naar Numeri. God is namelijk nog lang niet klaar met het
uitdelen van doodsvonnissen. In Numeri 16 gaat de aarde open voor Korach en de
zijnen. We hebben met afschrik gezien hoe God de zondaren ‘verteerde’. We
kunnen ook lezen dat de bijbel deze mannen ‘goddeloos’ noemde. Een
sterke term wanneer we bedenken dat het ging om een theologisch dispuut
aangaande het priesterschap. Maar voordat we ons afvragen of zo’n sterke straf
nu verdiend was, lezen we verder in hetzelfde hoofdstuk en halen we verlicht
adem deze fatale gedachtengang gelukkig niet gevolgd te hebben. Zes verzen
verder wordt ons namelijk verteld dat het volk juist deze zelfde verdorven
gedachten had als die bij mij dreigden op te komen! En let op wat God met dat
soort tegenstribbelende mensen doet:
‘De volgende dag echter morde de gehele vergadering der Israelieten tegen
Mozes en Aäron, zeggende: Gij hebt het volk des Heren gedood. Toen nu de
vergadering tegen Mozes en Aäron te hoop liep, en zij zich naar de tent der
samenkomst wendden, zie, de wolk bedekte haar en de heerlijkheid des Heren
verscheen.
De Here dan sprak tot Mozes: Trekt u terug uit deze vergadering, opdat Ik
haar in één ogenblik vertere. Toen wierpen zij zich neder op hun aangezicht. En
Mozes zei tot Aäron: Neem een vuurpan, doe er vuur in van het altaar, leg er
reukwerk op, en ga haastig tot de vergadering en doe verzoening over hen, want de
toorn is van de Here uitgegaan, de plaag is begonnen; toen legde hij er
reukwerk op en deed verzoening over het volk. Toen hij tussen de doden en de
levenden stond, hield de plaag op. En zij die gestorven waren door de plaag,
waren veertienduizend zevenhonderd’.
En we lezen dat het aan Mozes’ kordaat optreden te danken was dat het
aantal van deze massamoord ‘maar’ 14.700 was! Mozes had meer genade dan God.
In hoofdstuk 20 begaat ook Mozes een doodzonde, hij mag als straf het
beloofde land niet in. (O wee, vraag niet waarom deze lankmoedigste man op
aarde er niet heen mocht!)
In hoofdstuk 21 zendt God vanwege ‘ongeduldigheid van het volk’ slangen
die velen bijten, ‘zodat er velen van Israël stierven’.
In hoofdstuk 25 vraagt God om Mozes’ hulp om de straf voor mensen die
meegedaan hebben aan de rites van de Moabitische godsdienst, uit te voeren. Dit
is trouwens al de tweede keer. In Exodus 32 worden er ook al 3000 vanwege deze
zonde van afgoderij omgebracht. Ditmaal moeten ze allemaal worden opgehangen. Tot
slot (hoofdstuk 31) neemt God op de gruwelijkste wijze wraak op de Midjanieten.
Ik laat dit hoofdstuk dat kandidaat staat voor de gruwelijkste heilige tekst aller
tijden volledig onbesproken. Er zijn uiteindelijk voor de onmenselijkheid van
de mensheid geen woorden. Maar wie het leest zal slapeloze nachten kunnen
krijgen wanneer hij zich bedenkt dat het Gods
opdracht was zo te doen, Gods wraak.
Is het een wonder dat aan het bijbelse geloof altijd de gedachte van straf
verbonden wordt? Het is een hoofdbestanddeel, we zouden zelfs kunnen opperen
het hoofdbestanddeel, van onze
godsdienst. Dit zien we het allerduidelijkst uitgebeeld in de laatste
hoofdstukken van Leviticus (26) en Deuteronomium (28).
In de godsdienst hebben
we te maken met twee alternatieven: óf overdadige zegen, óf gruwelijke vloek.
Wanneer je ze doorleest zie je dat het twee bijna onmogelijke extremen zijn. In
de godsdienst zijn ook helemaal geen middenwegen. Alleen extremen tellen mee.
Ook in het Nieuwe Testament zien we dit keer op keer. Jezus zegt geen vrede te
brengen maar een zwaard. Lauwe kerken worden uitgespugd (Openb. 3). Dit is de
diepste reden waarom sommige mensen, laten we ze de gevoeligste, de
allereerlijkste, de welwillendste, de oprechtste mensen noemen, hierdoor
psychisch volkomen in de war raken en soms belanden in ziekenhuizen
voor geesteszieken. Ze zijn niet in staat religie als een rationeel of
emotioneel sausje over hun leven te laten komen, als een appeltje voor wanneer
ze dorst hebben, maar nemen vanwege hun edele natuur alles zo serieus als een
mens iets maar serieus kan nemen, en worden vanwege dit proeven van de
godsdienstige vrucht gek of gestoord.
De zegeningen zijn verdacht, vanwege hun overdrijving tot in het
onmogelijke:
Voor de goedgelovigsten worden de
volgende zegeningen ons nog in het vooruitzicht gesteld:
De vloeken zijn bloemrijk uitgerekt tot in het bijna oneindige, alsof de
verteller er met volle teugen van geniet ze op te sommen. Hun aantal (de
rabbijnen tellen er traditioneel 98!), hun wreedheid en hun afschuwelijkheid
verzwelgen als het ware het delicate en vriendelijke karakter van de eerdere
zegen:
Na het lezen van de vijf boeken van Mozes komt er een kwaadaardige gedachte bij me op: We zouden een bloedrode poster kunnen maken met een ellenlange lijst van alle mensenlevens die door God persoonlijk gedood werden. De lijst bevat dan enkelingen, die bij naam genoemd worden, plus ontelbaren die kunnen variëren van ‘en zijn gehele huis’ via ‘een groep van 42 knapen’, ‘gehele legers’ en ‘gehele volken’ tot ‘gehele mensheid, afgezien van één familie’. En onder die lijst zouden we het zesde gebod kunnen schrijven: Gij zult niet doodslaan!
Is er ooit iets vreemders uitgevonden dan de bijbelse godsdienst?
Wel krijgen we nu enig inzicht in hoe de godsdienst werkt. Aangezien de bijbel een samensmeltsel is van aaneengeregen uitspraken en gedachten van vele schrijvers uit vele tijden, is het uiteindelijk geworden tot een boek met de hoogst denkbare innerlijke tegenstrijdigheden. We lezen letterlijk dat God een oorlogsheld is (Ex. 15:3, Ps. 18: 34, Ps. 144:1) en een God van vrede is (Rom. 15: 33, 2 Thess. 3:16). Ook lezen we letterlijk dat God soms berouw heeft van wat Hij zich voornam te doen (Ex. 32:14, Jona 3:10: Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet’) terwijl in een vers als Numeri 23: 19 exact het tegenovergestelde uitgesproken wordt: ‘God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?
Zelfs oudtestamentische passages die in het Nieuwe Testament worden aangehaald zijn veelvuldig in strijd met de oorspronkelijke tekst vanwege het feit dat de nieuwtestamentische schrijvers de passages aanhalen uit de (soms onzorgvuldige) griekse vertaling ervan of zelfs helemaal onnauwkeurig met de tekst omgaan.([3]) En op de één of andere manier, dwz met behulp van ongezonde gedachtenacrobatie, maakt het denken van de mens van de bijbel een eenheid. De mate waarin het lukt is te meten aan de mate waarin we goedgelovig blind en intellectueel lui door het leven gaan. Oneerlijkheid in je denken ook maar een moment in te zien bederft het spel.
Een andere gedachte komt bij mij op. Wanneer ik het Oude Testament lees zie
ik steeds parallellen tussen de maatschappij van Nazi-Duitsland en de
maatschappij van het verbondsvolk Israël. Nu heb ik het helemaal niet over
Hitlers beulen, de folteringen en de perverse haat. Ik bedoel de onderliggende
structuur van de twee maatschappijen. Deze gedachte noem ik niet kwaadaardig.
Als iemand van na de wereldoorlog staat mijn hele leven in het teken van die
ramp. Ik heb er een meter boeken over gelezen, urenlang films en documentaires
erover gezien, musea ervoor bezocht, het achtervolgt me, het blijft altijd zo
onbegrijpelijk. Als ik het hier dan heb over Nazi-Duitsland ben ik dan ook niet
bezig met zwartschilderen van de bijbel maar merk ik alleen koel en rationeel
op welke gedachten er als vanzelf bij me opkomen. Wellicht is dit voor een europeaan van deze tijd
een onvermijdelijke gedachte en is het juist vanwege deze recente geschiedenis van
de mensheid dat het afwijzen van de christelijke godsdienst op morele
gronden pas in recente tijden algemeen geworden is.
Maar om wat duidelijkheid te scheppen, de overeenkomsten zijn verbluffend, ik vind er
zo dertien:
Mozes viel echter op buitenlandse, zelfs zwarte vrouwen; hier loopt de
parallel natuurlijk duidelijk mank!
Nu heb ik veelvuldig de evangelische christenen in zo'n geval als dit de opmerking
horen maken: Satan doet niets liever dan het imiteren van God! Hitlers rijk was
demonisch.
Maar wanneer we zo gaan redeneren ontkomen we niet aan de conclusie dat de
werken van God in het Oude Testament nauwelijks van de werken van Satan zijn te
onderscheiden. En dat laatste is volstrekt onaanvaardbaar, willen we er enige
moraal op na houden.
Zo kunnen we ons tenslotte afvragen: Waarom is de massamoordenaar Mozes
(Ex. 32:25-, Num. 31) een held en Hitler een handlanger van de duivel? Het
antwoord van onze vraag laat niet lang op zich wachten: omdat Mozes via het
christendom uiteindelijk de wereld veroverde. Heel juist hebben velen opgemerkt
dat Hitler ook een held geworden zou zijn als hij maar gewonnen zou hebben. De
oorlogen en uitroeiingen zouden dan nu uitgelegd worden op dezelfde koele
manier als het Oude Testament door gelovigen van tegenwoordig: het was
pijnlijk, dat wel, maar noodzakelijk, en achteraf bezien een zegen voor de
mensheid. En bovendien was het een rechtvaardige straf voor al het kwaad. Denk
je eens in al die verfoeilijke praktijken van de Joden, de Bolsjewisten, de
decadentie van de westerse landen enz.
Dat het oudtestamentische bijbelse geloof op dezelfde benen staat als de moderne totalitaire
staten lezen we het duidelijkst in 2 Koningen 15:
‘En zij kwamen bijeen te Jeruzalem in de derde maand van het vijftiende jaar der regering van Asa, en offerden aan Jahweh op die dag van de buit die zij meegebracht hadden, zevenhonderd runderen en zevenduizend stuks kleinvee. Zij gingen een verbond aan, dat zij Jahweh, de God hunner vaderen, zouden zoeken met hun gehele hart en met hun gehele ziel; en ieder die Jahweh, de God van Israël, niet zou zoeken, moest ter dood gebracht worden, zowel klein als groot, zowel man als vrouw. Zij zwoeren Jahweh met luider stem en onder gejuich, en onder het geschal van trompetten en horens.’
Wanneer je dit leest zie je voor je ogen de Partijdag in Neurenberg, het
Rode Plein in Moskau op de eerste mei en de desbetreffende pleinen in Peking,
Pjongjang, Bagdad en waar al niet. Elie Wiesel laat ons dus beschaamd zijn over
ons Christendom, maar hij schijnt niet in te zien dat de wortel van dit kwade
handelen in de godsdienst van zijn eigen volk schuilt. Lees hoe Mozes de
problemen oplost:
‘Mozes ging staan in de poort van de legerplaats en zei: Wie is voor de Here? Die kome tot mij! En tot hem verzamelden zich al de Levieten. En hij zei tot hen: Zó zegt Jahweh, de God van Israël: Ieder gorde zijn zwaard aan zijn heup en ga heen en weer door de legerplaats van poort tot poort en dode , ieder zijn broeder en ieder zijn verwant en ieder zijn naaste. De Levieten deden naar het woord van Mozes en er vielen van het volk op die dag ongeveer 3000 man. Mozes zei: Weest heden Jahweh gewijd –want een ieder was tegen zijn zoon en zijn broeder- en wel om vandaag een zegen over u te brengen.’
In de godsdienst van Mozes kun je zelfs Gods zegen krijgen nadat je je
eigen broer en zoon gedood hebt! Iets gruwelijkers is niet voor te stellen.
PETER ANNET
Convicted and pilloried for Blaspheming, in Michaelmas Term, 1762
‘PETER ANNET, een Deïst, meer dan 70 jaar oud, werd schuldig bevonden bij de Koninklijke Rechtbank te Westminster in 1762, aan het uitspreken van verscheidene godslasterlijke opmerkingen ten aanzien van de vijf boeken van Mozes. De aanklacht tegen hem bleek volledig op waarheid te berusten en hij werd veroordeeld tot een maand gevangenisstraf in Newgate, gedurende welker tijd hij tweemaal aan de schandpaal gezet zal worden, eenmaal op Charing Cross en eenmaal bij de Koninklijke Beurs; voorts tot een boete, te betalen aan de Koning, van zes shillings en acht pence; tot gezonden te worden naar Bridewell om gedurende een jaar lang zware dwangarbeid te verrichten. Voorts, na vrijlating, tot gedurende de rest van zijn leven honderd pond aan middelen te verdienen om zijn goed gedrag te tonen.’ [Uit de Complete Newgate Calendar]

Religieuze non-conformisten worden onder handen genomen door puriteinen in Massachusetts
De Profanatie van het Heilige Sacrament te Brussel
De joodse gemeenschap van Brussel werd in 1370 beschuldigd en gestraft voor de profanatie van het H. Sacrament. Op Goede Vrijdag 1370 zou men in de Synagoge gestolen hosties met een dolk doorboord hebben. Volgens de legende zouden de hosties op miraculeuze wijze zijn begonnen te bloeden. De relieken werden sindsdien vereerd als het Sacrament van Mirakel.
Een zestal joden uit Brussel en Leuven werden op de brandstapel terechtgesteld, beschuldigd van diefstal en profanatie van het H. Sacrament. Men weet dat de joodse goederen verbeurd verklaard werden en dat van begin af aan geloof werd gehecht aan het mirakel van de bloedende hosties. De schuld van de Joden werd nooit bewezen, integendeel, het materiële feit van de hostieprofanatie werd nooit vastgesteld. Alleen het geloof in het zogenaamde mirakel van de bloedende hosties legitimeerde de terechtstelling. De Joden werden beschuldigd om het mirakel geloofwaardig te maken. Het zogenaamde mirakel bood een welkome gelegenheid om zich van de Joden te ontdoen. Tegelijk gold het voor de eenvoudige gelovigen als een materieel bewijs van de werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie. Gelijksoortige eucharistische bloedwonderen, gekoppeld aan de beschuldiging van Joden, kwamen in de Middeleeuwen ook elders voor in Europa. [Geschiedenis Sint-Michielskathedraal]
![]()
[1]
Het gebruik van Petrus’
argument (alweer in 2 Petrus) ‘Een dag is
bij de Here als duizend jaar en duizend jaar is als één dag’ om het
uitblijven van de spoedige terugkomst van Jezus uit te leggen is ronduit
verbijsterend. Hij verweert zich tegen spotters, maar hoe kan iemand die zijn
argument leest op een andere
gedachte komen dan dat hij zegt dat God eenvoudig geen klok kan kijken? En aangezien er voor
God na tweeduizend jaar nog maar twee dagen zijn verstreken, lijkt het erop dat goedgelovige
christenen deze redenering nog tenminste 100.000 jaar kunnen volhouden, voordat de laatste
profeet/evangelist er eindelijk toe komt in te zien dat hij het slachtoffer is van een van de
meest wrede grappen die er maar in omloop zijn. Hoe gehersenspoeld moet je zijn om zelfs het
eenvoudige woordje ‘spoedig’ niet meer te kunnen begrijpen?
Maar het argument van Petrus gaat geeneens op, omdat Jezus in duidelijke taal voorzegde terug
te komen tijdens het leven van de generatie tegen wie Hij sprak. Ook het andere
argument dat hij gebruikt ‘Doch de Here
talmt niet met de belofte...maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil,
dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen’ snijdt niet veel hout, omdat de
werkelijkheid overduidelijk juist het tegenovergestelde beeld geeft: hoe langer
Jezus wegblijft, des te groter wordt het aantal ongelovigen die verloren zullen
gaan, omdat zij alle eeuwen door in de wereld altijd veruit in de meerderheid
zijn geweest en zullen zijn.
[2]
Waarom als we zojuist lazen dat er vrede zal
zijn? Deze verspreking laat goed zien op welke manier de schrijver van de
teksten dacht: met ‘Vrede zal er zijn’ wordt bedoeld dat er geen vijanden op
Israël zullen afkomen die het volk zullen belagen. Aan de andere kant zal het
gelovige volk wél succesvolle oorlogen kunnen voeren wanneer het daartoe
redenen ziet.
[3] Op deze manier wordt bijvoorbeeld de afkomst van Jezus op vele foutieve manieren gefabriceerd door de evangelisten.
[V1]
Lev. 18: 22 Met een man mag u geen omgang hebben zoals met een vrouw; dat is een gruwel.
Lev 20:13 Als een man met een andere man omgang heeft zoals met een vrouw,
begaan beiden een afschuwelijke daad. Zij moeten ter dood worden gebracht;
zij hebben hun dood aan zichzelf te wijten.
[V2]Rom 1: 26, 27 Daarom heeft God hen prijsgegeven aan schandelijke lusten. Hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke. Eveneens hebben de mannen de natuurlijke gemeenschap met vrouwen opgegeven en zijn ze in lust voor elkaar ontbrand: mannen plegen ontucht met mannen. Zo ontvangen zij aan den lijve het verdiende loon voor hun afdwaling.
[V3]Dit zijn de volken die Jahweh met rust liet, om door hen de Israëlieten die de oorlog in Kanaän niet hadden meegemaakt, op de proef te stellen, 2 en om de generaties Israëlieten die geen oorlog hadden meegemaakt, de strijd te leren: 3 de vijf vorsten van de Filistijnen, al de Kanaänieten, de Sidoniërs en de Hethieten in het Libanongebergte, van Baäl-Hermon tot aan de weg naar Hamat. 4 Zij dienden om de Israëlieten op de proef te stellen. Zo zou duidelijk worden of zij de geboden wilden onderhouden, die Jahweh door Mozes aan hun voorvaderen had opgelegd.