Devotieliteratuur bij uitstek
Hedendaagse oudtestamentische godsdienst
Innerlijke gespletenheid
Het gelovige denken
Volwassen Geloof                                                                                 Hoofdstuk 7

        



Print "Haat in de Bijbel" als Word document (14 bladzijden):




Ik heb geen enkel medelijden met heksen. De brandstapel op met zulke mensen!

Wat zullen we doen met de Joden?...hun huizen zouden neergehaald moeten worden, vernietigd...hun synagoges en scholen zouden in brand gestoken moeten worden, en dat wat niet brandt zou bedekt moeten worden met vuilnis zodat niemand er ooit nog iets van zal zien. [Maarten Luther]









Devotieliteratuur bij uitstek

Ik heb de uitdrukking ‘haat- en angstgodsdienst’ in het voorgaande één keer gebruikt en u zult toen uw hoofd geschud hebben. Nou, nou, moet het allemaal zo op de spits gedreven worden?

Nu we het Oude Testament wat nader bekeken hebben komen we hier nog eenmaal op terug. De godsdienst heeft de schijn de liefde en de rechtvaardigheid aan te bieden, maar is tezelfdertijd vervuld van haat, ja, zelfs dronken van bloedwraak. De religieuze mens in de bijbel is in staat te haten en doden in naam van het goede, zoals we in de verbondseed in 2 Kronieken 15 al lazen. 

Hoe men doortrokken is van haatdenken om het goede te dienen, zien we het duidelijkst in de Psalmen. Zie hoe de vrome David, in zovele psalmen vervuld van Gods goedheid, spreekt in Psalm 139:


‘O God, dat gij toch de goddelozen ombracht - gij, mannen des bloeds, wijkt van mij - die arglistig van u spreken en Uw naam tot leugen gebruiken, Uw tegenstanders. Zou ik niet haten, Here, wie U haten, niet verafschuwen wie tegen U opstaan? Ik haat hen met een volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.’ (19-22)


En dit schrijft de man ‘naar het hart van God’, een man, die toch ook met recht een ‘man des bloeds’ genoemd kan worden, tel ze op, de tienduizenden door hem verslagen.

Lees in Psalm 109 nogmaals de gedachten van David over de goddelozen:


‘Moge zijn dagen weinige zijn, moge zijn kinderen wezen worden, zijn vrouw weduwe;
moge zijn kinderen overal ronddolen en bedelen, en opgejaagd worden uit hun puinhopen... vreemden mogen plunderen al wat hij met moeite verwierf, hij hebbe niemand die hem liefde blijft bewijzen, niemand ontferme zich over zijn wezen, zijn nakroost zij ter uitroeiing, in het volgende geslacht worde hun naam uitgewist.
De ongerechtigheid van zijn vaderen blijve bij de Here in gedachtenis en de zonde van zijn moeder worde niet uitgewist...Dit zij van de Here het loon van mijn belagers en van hen die kwaad tegen mij spreken.’


Precies dezelfde reaktie na ondervinding van eigen rampspoed zien we in de woorden van de ongelukkige Jeremia:


‘Zal goed met kwaad vergolden worden? Want zij hebben mij een kuil gegraven. Gedenk hoe ik vóór U gestaan heb om te hunnen gunste te spreken, om uw gramschap van hen af te keren.
[Maar omdat zij niet willen luisteren] Geef daarom hun kinderen aan de honger prijs, lever hen over aan de macht van het zwaard, zodat hun vrouwen en kinderen beroofd en weduwen worden, hun mannen slachtoffers van de dood, hun jongens geslagen door het zwaard in de strijd. Laat geschreeuw worden gehoord uit hun huizen, als U plotseling vijandelijke scharen hen doet overvallen... maak geen verzoening over hun ongerechtigheid, en delg hun zonde niet uit van voor Uw aangezicht; maar laat hen nedergeveld worden voor Uw aangezicht; handel alzo met hen, ten tijde Uws toorns. ’ (Jer 18:20-23)


Ook Asaf kan flink klagen over de verwoeste tempel en de voorspoed van de goddelozen. Let op de afgunst op mensen die zich niet bekommeren om de 613 wetten van God en lees hoe deze man zijn troost verkrijgt:


‘Zie, zo zijn de goddelozen, altijd onbezorgd vermeerderen zij hun bezit, maar tevergeefs heb ik mijn hart rein gehouden...ik tobde erover om dit te begrijpen, een kwelling was het in mijn ogen...totdat ik op hun einde lette...gij doet hen instorten tot puin,...want zie, wie verre van U zij, gaan te gronde, Gij verdelgt al wie overspelig U verlaat.’ (Psalm 73)


Een paar dagen later bij wijze van spreken, wanneer het er niet op lijkt dat God de goddelozen straft en doet instorten tot puin, bidt Asaf het volgende gebed van de vrome man:


‘Waarom o God, verstoot Gij voor altoos, brandt uw toorn tegen de schapen die Gij weidt?...Hoelang nog zal de tegenstander honen, o God? Zal de vijand voor altijd uw naam versmaden? Waarom houdt Gij uw hand, ja uw rechterhand, terug? Trek ze uit uw boezem, VERDELG!(Psalm 74).


In de volgende psalm troost hij zich in zijn ongeduldig wachten op Gods wraak met de gedachte:

‘Wanneer Ik het tijdstip gekozen heb, dan zal Ik oordeel vellen...Want in des Heren hand is een beker [van Gods toorn] en de wijn bruist daarin, overvloedig gemengd; Hij schenkt daaruit tot de droesem toe, alle goddelozen op aarde moeten hem slorpende drinken.’ (Psalm 75)


Wanneer Jeruzalem verwoest is reageert hij door te bidden om wraak:


‘Hoelang nog Here zult gij voortdurend toornen? Zal uw naijver branden als een vuur? Stort uw grimmigheid uit over de volken die U niet kennen, en over de koninkrijken die uw naam niet aanroepen, want zij hebben Jakob verslonden, en zijn woonstede verwoest.’


Als vroom man wist hij natuurlijk ook wel dat de verwoesting gekomen was vanwege Israëls eigen zonden. Maar hiervoor vraagt hij gewoon vergeving:


Reken ons de ongerechtigheid der voorvaderen niet toe...red ons en doe verzoening over onze zonden om uws naams wil. Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God? Laat voor onze ogen onder de heidenen bekend worden de wraak over het vergoten bloed van uw knechten...vergeld onze naburen in hun boezem zevenvoudig...dan zullen wij U voor altoos loven’ (Psalm 79).


Zagen we met welk een mooie beloftes hij voor de dag komt, en met welk een ingenieuze reden hij voor de dag komt om zijn wraak maar te krijgen? Meestal zien gelovigen niets van de diepe haat die hier aan het woord is. Boven de volgende haatpsalm van Asaf schrijft het nederlands bijbelgenootschap heel vroom als titel: ‘Gebed om hulp tegen vijanden’. En dan krijgen we het volgende te lezen:


‘Doe onze vijanden als Midjan, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison, die bij Endor vernietigd werden, tot mest werden voor het land.’ (Psalm 83)


Wij misleiden onszelf dan ook wanneer we uitspraken als ‘Gij die Jahweh liefhebt, haat het kwade’ (Psalm 97:10) interpreteren als een temperamentvolle oosterse manier van schrijven. Wat ermee bedoeld wordt kunnen we vele malen lezen in de bijbel maar laten we volstaan met het noemen van een paar voorbeelden.

Laten we beginnen met het volledige dieptepunt van de bijbel, als we het nog niet in Richteren gevonden hebben. Dit komt in Psalm 137:


‘Aan Babels stromen, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij Sion gedachten. Aan de wilgen aldaar hingen wij onze citers...
Reken o Here, de kinderen Edoms de dag van Jeruzalem toe; hun die zeiden: Breekt af, breekt af, tot op de grond ermee!
Gij, dochter van Babel, ter verwoesting bestemde, gelukkig hij die u zal vergelden hetgeen gij ons hebt aangedaan;
gelukkig hij, die uw babies zal grijpen en tegen de rots verpletteren.’


De psalmen zijn de eeuwen door beschouwd als devotie-literatuur bij uitstek. Vaak worden voor christenen zakbijbeltjes gedrukt, kleine uitgaven van het Nieuwe Testament waar de psalmen ook staan, blijkbaar omdat ze als hoogtepunt van vroom leven worden beschouwd. Hoe vreemd! In feite zijn de psalmen voor een groot deel oorlogsliteratuur waar de haat en wraak centraal staat en het bloed van af druipt. De haat in de Psalmen komen we veelvuldig tegen.


Psalm 2:9 ‘Gij zult de volken verpletteren met een ijzeren knots, hun stukslaan als pottenbakkerswerk.’


Ps. 11:6 ‘Hij regent op de goddelozen vurige kolen en zwavel, schroeiende wind is het deel van hun beker, want Jahweh is rechtvaardig, en Hij heeft rechtvaardigheid lief.’


Ps. 18 ‘Gods weg is volmaakt, des Heren woord is zuiver...Hij oefent mijn handen ten oorlog, zodat mijn armen een koperen boog spannen...Ik vervolgde mijn vijanden om hen te achterhalen en liet niet af, eer ik hen had vernietigd; ik verpletterde hen...mijn haters verdelgde ik. Zij riepen om hulp maar niemand redde, ze riepen tot Jahweh, maar Hij antwoordde hun niet, toen vermaalde ik hen als stof voor de wind. Ik goot hen uit als slijk van de straten...Jahweh leeft, gij zijt mijn Rots..de God die mij wraak heeft verleend...Daarom loof ik U, o Here...en wil ik u psalmzingen.’


Ps. 21 ‘Uw hand zal al uw vijanden vinden, uw rechterhand zal uw haters vinden. Gij zult hen maken als een vurige oven...In Zijn toorn zal Hij hen verslinden, het vuur zal hen verteren, hun kroost zult Gij van de aarde verdelgen.’


Ps. 58 ‘O God, verbrijzel de tanden der goddelozen...De rechtvaardige zal zich verheugen wanneer hij de wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten wassen in het bloed van de goddeloze. En de mensen zullen zeggen Toch is er loon voor de rechtvaardige, Toch is er een God die recht doet op aarde.’


Ps. 59 ‘God van Israël, ontwaak en straf alle volken,
heb geen genade met verraad en onrecht...
U, Jahweh, zult om hen lachen,
U drijft de spot met alle volken...
God, die trouw is, zal mij te hulp komen,
God zal mij met vreugde doen neerzien op wie mij aanvallen.
Dood hen nog niet -mijn volk mag niet vergeten-,
laat hen ronddolen en sla hun dan neer,
met Uw kracht, Jahweh, ons schild...
Vernietig hen in Uw toorn, sla vernietigend toe.
Tot aan de einden der aarde
zullen zij weten dat God over Jacob heerst.’


Ps. 60 ‘Wie voert mij de vesting binnen,
wie zal ons naar Edom leiden?
Bent U het niet, God, U die ons verstoten had?
Voert U niet, God, onze legers aan?
Sta ons bij tegen de vijand,
de hulp van mensen is vergeefs,
Met God zullen wij triomferen,
Hij zal onze vijanden vertrappen.’


Ps. 64 ‘Dan schiet God zijn pijl op hen af,
onverhoeds worden ze zwaar verwond,...
de mensen zijn van ontzag vervuld,
en roemen wat God heeft gedaan,
zij beseffen dat het zijn werk is.’


Ps. 68: 22-24 ‘God verplettert de hoofden van zijn vijanden...
Jahweh zegt: 'Ik haal jullie vijanden uit Basan,
Ik haal ze uit de diepten van de zee:
jullie voeten zullen waden in hun bloed
met hun tong zullen jullie honden ervan likken.’


Enzovoort, enzovoort. tot aan het einde:


Ps. 144: ‘Geprezen zij Jahweh, mijn rots, die mijn handen oefent ten strijde, mijn vingers tot de oorlog...die volken aan mij onderwerpt.’


Ps. 149: ‘Israel verheuge zich in zijn Maker, laat het volk juichen over hun Koning... want Jahweh heeft een welbehagen in zijn volk, Hij kroont de vernederden met de zege... Laat de vromen juichen in triomf, jubelen als zij te ruste gaan, met lofzang voor God uit hun kelen, en een tweesnijdend zwaard in hun hand, om wraak te oefenen aan de volken, bestraffingen aan de naties; om hun koningen met ketenen te binden en hun hooggeplaatsten met ijzeren boeien; om het beschreven vonnis te voltrekken. Dat is de glorie voor al Zijn getrouwen. Halleluja.’


De gelovigen hebben trouwens een slinkse nieuwe methode gevonden om de zaken te verdoezelen: maak om de haverklap nieuwe vertalingen, en behandel de teksten met balmolie, en gij zult zelfs de slimsten om de tuin leiden. In de nieuwste vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap verandert men de uitdrukking om wraak te oefenen aan de volken in om volken te laten boeten en vonnis te voltrekken in recht te voltrekken. Het Vernietig hen wordt vertaald met Sla toe.

Psalm 110 geeft ons nog het volgende te lezen over goddelijk optreden. Deze psalm is de favoriet van de nieuwtestamentische schrijvers: ze wordt wel 21 keer aangehaald! De priester-koning-generaal waar het hier om gaat wordt namelijk zo geïnterpreteerd alsof hier wordt gesproken over Christus:


‘Jahweh strekt van Sion uw machtige scepter uit: heers te midden van uw vijanden....gij zijt priester voor eeuwig...Jahweh is aan uw rechterhand. Hij verplettert koningen ten dage van zijn toorn; Hij houdt gericht onder de heidenen, hoopt lijken op, verplettert hoofden op het wijde veld.’


Ach, en tezelfdertijd zul je de gelovigen altijd horen zeggen dat het Nieuwe Testament zo vredelievend is, dat het Nieuwe Testament afdoet met het Oude, dat het geestelijke in de plaats kwam voor het aardse, Jezus een Goede Herder is die zich om arme schaapjes ontfermt enz...
Wanneer we ons afvragen hoe deze wraakgedachten zo in de bijbel komen moeten we teruggaan naar de wetgeving van Mozes. Vlak voordat Mozes sterft, wanneer hij al zijn werk gedaan heeft, voorspelt hij in Deuteronomium 32 de afvalligheid van het volk Israël.


Daarom zal na verloop van tijd onheil over u komen, wanneer gij doet wat kwaad is in de ogen des Heren’.


Daarna heft hij een lied aan waarin het volgende beeld van God gegeven wordt:


Toen de Here dat zag heeft Hij hen verworpen...een vuur is in mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk, het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten der bergen. Ik zal rampen over hen ophopen, al mijn pijlen tegen hen afschieten. Als zij uitgeput zijn van honger en verteerd van koortsgloed en dodelijke ziekte, dan zal Ik de tanden der wilde dieren tesamen met het venijn van wat schuifelt in het stof, tegen hen loslaten. Buitenshuis zal het zwaard verdelgen, en binnenskamer de ontzetting, jongens zowel als meisjes, de babies zowel als de ouden van dagen.’


Omdat de God van Israël dit wrede karakter heeft, volgens deze tekst zelfs met nog meer straffen komt wanneer iemand al in de hoogste doodsnood verkeert, is ook het verdere verloop hiermee in volkomen overeenstemming:


‘Ziet nu dat Ik, Ik het ben, daar is geen God, behalve Mij. Ik dood en doe herleven, Ik verbrijzel en Ik genees. Niemand is er die redt uit mijn macht. Voorwaar, Ik hef mijn hand ten hemel en zeg: Zowaar Ik in eeuwigheid leef: als Ik mijn bliksemend zwaard wet, en mijn hand grijpt naar het gericht, dan zal Ik wraak oefenen aan mijn tegenstanders en vergelding brengen over wie Mij haten. Ik zal mijn pijlen dronken maken van bloed, en mijn zwaard zal vlees verslinden: het bloed der verslagenen en der gevangenen, de harige hoofden der vijanden. Jubelt gij natiën, om zijn volk, want Hij wreekt het bloed van zijn knechten. Hij oefent wraak aan zijn tegenstanders en verzoent zijn land, zijn volk.’









Hedendaagse oudtestamentische godsdienst

De bijbel roept ons dus in niet mis te verstane bewoordingen op tot jubelen wanneer God dronken van bloedlust wraak neemt, iets wat de Islam overgenomen heeft en de tegenwoordige terrorist Bin Laden dan ook vroom doet.

Als er iets is wat de studie, hetwelk ik nu doe om dit boek te schrijven, mij duidelijk maakt dan is het wel de onoplosbaarheid van de onverzoenlijkheid tussen Joden en Arabieren. In de boekgodsdiensten hebben we niet alleen te maken met Heilige Oorlog maar ook met Heilige Haat en Heilige Wraak. Ze worden als heilig gezien omdat oorlog, haat en wraak gezien worden als de uitvoering van goddelijke rechtvaardigheid. En rechtvaardigheid wordt gelijkgesteld aan de eis tot bloedvergieten, ‘uitroeien van het kwaad’.

Omdat oa Hitler al ‘dat kwaad’ uitgeroeid had, en welk kwaad dan ook natuurlijk maar hardnekkig voort blijft bestaan, zou de Islam bijvoorbeeld hieruit hebben moeten leren en zouden 500 miljoen moslims door een klein stukje halfwoestijn aan hun broeder te geven hebben kunnen laten zien wat het betekent in ‘Allah de barmhartige’ te geloven. Het feit dat ze dit niet kunnen maakt van ‘barmhartig’ een loze kreet en bijgevolg ook hun godsdienst failliet.

Ook vele christenen doen aan deze Heilige Haat en Heilige Wraak mee. In dezelfde oudtestamentische geest is namelijk ook het denken van al de eindtijdprofeten van het evangelische christendom die Gods bloedige wraak op miljarden mensen voorspellen, verstrikt. Het enige verschil is dat deze moderne bijbelgetrouwe christenen niet daadwerkelijk God een handje helpen bij de wraak, maar het gelukkig geheel aan Hem overlaten. Het overgrote deel van haar geschiedenis heeft de kerk echter altijd laten zien dat zij het beeld is of de uitvoerder van de Naijverige God. Het ligt daarom voor de hand haar passiviteit en ‘gedogen van het kwaad’ op dit moment van de geschiedenis te zien als een doorwerken van niet-christelijke idealen in de maatschappij en zowel innerlijke als maatschappelijke zwakte van het hedendaagse christendom.
Met bedroevend gemoed concludeer ik dat alles wat uit de stam van Abraham groeit de wereld tot bloedvergieten aanzet en oproept. Het is het automatische gevolg van het ‘haten van het kwaad’. En wanneer we dat zien komen we ook tot de onvermijdelijke conclusie dat Auschwitz en de onoplosbare crisis in het Midden-Oosten eigenlijk het failliet gaan van de bijbelse God zelf aankondigt. 









Innerlijke gespletenheid

Vele christenen zullen bij het lezen van deze site zeggen dat ze zichzelf absoluut niet herkennen in de kenschetsing van het geloof zoals ik die hier naar voren breng. Op precies dezelfde manier als veel moslims zeggen zich niet te herkennen in het optreden van de moslimfundamentalisten. En op precies dezelfde manier als ikzelf als fundamentalistisch christen zou hebben opgemerkt pakweg twintig jaar geleden.
Aangezien ik mezelf goed ken geloof ik deze gelovigen graag en feliciteer ik de maatschappij algemeen op zulke verlichte gedachten gekomen te zijn. Gelukkig herkent bijna niemand van ons zich in de oudtestamentische godsdienst. Maar denk na op welke manier deze dingen dan toch doorwerken in de gedachten van de gelovige christen. Hij distancieert zich van het Oude Testament, maar houdt het tezelfdertijd voor het geïnspireerde woord van God. Dit mondt uit in allerlei goocheltoeren om het geloof intellectueel aanvaardbaar te maken. Zie op welke volstrekt ongeloofwaardige manier het gedaan wordt:


"Pas heb ik in een kerkdienst per ongeluk een vers uit Psalm 137 laten zingen, over kinderen die op een rots te pletter zullen worden geslagen. Na afloop zeiden meerdere mensen dat je dat toch eigenlijk niet meer kunt zingen. Maar wij leven niet bij losse teksten, maar bij de context van de woorden. Er is in die psalmen telkens sprake van een situatie van oorlog en van een oproep aan God om de vijanden te verslaan. In het Nieuwe Testament heeft die oorlog plaatsgemaakt voor een geestelijke strijd om het geestelijke Jeruzalem. Dat is een essentieel verschil tussen het Oude en het Nieuwe Testament. En bovendien: in de oorlog hebben de kerken toch ook gebeden dat de geallieerde piloten hun bommen kwijt mochten raken en weer veilig mochten terugkeren?" (Prof. Dr. Selderhuis in het Reformatorisch Dagblad, juni 2002)


We lezen hier over "per ongeluk laten zingen", maar meteen erachteraan "een context van oorlog" die de tekst weer vergoelijkt. Vervolgens huppen we weer als gekooide vogeltjes op het tweede stokje dat we ter beschikking hebben om op te zitten en schaft het Nieuwe Testament opeens de oorlog af. De oorlog wordt "essentieel" veranderd in een geestelijke strijd. Wat een geweldige boodschap! Nooit is de wereld zulk een ethiek voorgelegd. Maar wanneer de tweede wereldoorlog komt is het toch maar handig dat Oude Testament maar weer bij de hand te hebben, want dan doe je natuurlijk niets met een God van liefde en genade en dat je andere wang toekeren en de vijand wanneer hij om je fiets vraagt ook nog je jas erbij cadeau te geven. Dan mogen wij dus heel duidelijk weer wél bidden dat de geallieerden maar zoveel mogelijk bommen kwijt mogen raken en weer veilig door God geleid terug mogen komen. Hoe in vredesnaam is het mogelijk dat iemand met het predicaat hoogleraar ons tracteert op zo'n stamppot van tegenstrijdige redeneringen?
Hoor hoe de bovengenoemde hoogleraar in hetzelfde krantenartikel (naar aanleiding van de uitspraak van Imams dat het geoorloofd is in bepaalde gevallen vrouwen te slaan) het christelijk geloof boven de islam verheft:


"Maar er is een essentieel onderscheid. Christenen hebben nooit opgeroepen tot fysiek geweld tegen vijanden of vrouwen. Er is geen kerk in Nederland waarin de gelovigen worden opgeroepen om de vijanden van het kerkvolk te lijf te gaan. In de huidige situatie rust op christenen de verantwoording een positief gezicht te laten zien. Wij worden blijkbaar gezien als mensen met achterhaalde opvattingen, die vooral op heel veel dingen tegen zijn. We moeten minder defensief zijn, want daar isoleren we onszelf alleen maar mee. We moeten in deze situatie laten zien dat de God van de Bijbel als de God van liefde en genade volstrekt anders is dan Allah. Vooral in onze omgang met islamieten moeten we dat duidelijk maken."


Je vraagt je dan af of zo'n professor ooit een boekje over christelijke geschiedenis heeft doorgelezen. Maar laten we niet meer bij uitspraken van christenen stilstaan, zij zijn altijd volkomen blind voor dat wat er in Christus' naam alle eeuwen door gedaan is en laten het altijd doen voorkomen alsof het niets met hun geloof te maken heeft. Laat ik dus maar slechts bij de uitspraken van de bijbel blijven en ze dáárop aanspreken. Want we zullen opmerken dat de bijbel in zijn gespletenheid niet onderdoet voor die sinistere christelijke geschiedenis: Alle boekgodsdiensten zijn namelijk een vreemde mengeling van zowel verheven teksten als de grofst mogelijke uitspraken. Je kunt er alle kleuren van de regenboog uit vissen, maar uiteindelijk zit iedere gelovige met een meer of minder weggedrukte innerlijke gespletenheid, op precies dezelfde manier als dat hij zit met het weggedrukte christelijke verleden.

Wat de haat- en wraakgedachten betreft die naast de wil tot goeddoen leven, is het natuurlijk gemakkelijk in te zien dat de bron voor deze gespletenheid de hang is naar bovennatuurlijk ingrijpen van God op aarde (en het opgedrongen geloof dat God voortdurend daadwerkelijk ingrijpt), terwijl de realiteit dit op elk moment van de geschiedenis tegenspreekt: God zwijgt in alle toonaarden en mensen worden 'bestraft' of 'beloond' op basis van de grillen van de natuur. Voor de gelovige mens blijft niets anders over dan zelf maar af en toe het goddelijk oordeel uit te voeren of zich maar te bevredigen aan wraakgedachten, aan een zich verlustigen in Gods toekomstige oordeel. Bovendien, zo redeneert men, zou het tenslotte een belediging aan het adres van God zijn al dat kwaad maar te gedogen. We geven toe, meevechten in de tweede wereldoorlog is nu niet iets wat bij het christelijk geloof past, maar wanneer we de overwinning behaald hebben zeggen we toch heel vroom dat God ons gered heeft in Duinkerken, en in de slag om Engeland, in de Finse winteroorlog en in alle andere gebeurtenissen natuurlijk ook, en dat maakt een hoop goed. Natuurlijk is God ook niet zo in zijn schik om aan die tweede wereldoorlog mee te doen, en aan welke goddeloze kant Hij nu eigenlijk stond in de slag om Stalingrad zal voor altijd een raadsel blijven, maar gelukkig is God altijd na enige onderhandeling voor ons gedachtenkarretje te spannen en is Hij tenminste aan onze kant!


Iemand die de psalmen als geheel doorleest zal overweldigd worden door deze rode draad: het oud-testamentische geloof is een naief nuttigheidsgeloof, waarin slechts één gedachte overheerst: alles is ondergeschikt aan het egoïsme van de hebreeuwse gelovige. Voor de egoïst is het een pijnlijke zaak dat alles niet op rolletjes loopt, en de bevrediging van zijn wensen en behoeften niet altijd onmiddellijk plaatsvindt. Om van deze pijn af te komen maakt hij psalmen waarin hij zijn eigen onschuld betuigt, en zichzelf ophitst tot het geloof dat hij gezegend zal worden, omdat hij door God uitverkoren is. Zijn egoïsme is zo grenzeloos dat hij Jahweh korte metten laat maken met de gehele rest van de wereld! Wanneer Jahweh geprezen wordt als de grootste en machtigste is het altijd opdat Hij ten dienste kan zijn de wensen van de gelovige te vervullen. Een goed voorbeeld is Ps. 8 waar de dichter mijmert over Gods grootsheid en er in één adem achteraan zegt dat Hij de mens doet heersen over alles en hem met glans en glorie kroont; of Ps. 25 waarin het Op U vertrouw ik meteen vervolgd wordt met deze woorden: maak mij niet te schande, laat mijn vijanden niet triomferen! En altijd loert de wraak op de achtergrond. Zelfs wanneer de mooie psalm 23 gedicht wordt, en de dichter door Jahweh voor een feestmaaltijd wordt uitgenodigd, moet er nog het genot aan worden toegevoegd dat de vijand dit met ledige ogen moet toezien.
Ach, er ligt aan de basis van het christelijk geloof zoveel menselijks. Het begint al met het prehistorische idee dat Gods rechtvaardigheid genoegdoening eist door bloedvloeiing. Dit klinkt tegenwoordig natuurlijk vreemd, want daar zijn we veruit bovenuit gegroeid. Maar we moeten het in de godsdienst toch tot in het oneindige meeslepen in ons denken. Aan deze gedachte mag niet getornd worden, het is namelijk de basis waarop de gehele traditionele godsdienst staat. Als uiteindelijke oplossing biedt het christelijk geloof vervolgens de gedachte aan dat het uiteindelijk God Zelf is die zijn eigen bloed laat vloeien om de schuld te vereffenen. Gegoochel met taal doet de grootste wonderen, zo klinkt het al veel aangenamer; dit is zelfs een ingenieuze gedachte. We kunnen er meteen mooi op doorborduren: met deze gedachte zet het een duidelijke streep door al het bloedvloeien dat de mens de andere mens aandoet en kan het de claim maken de wet van de liefde te laten zien. Zo kunnen we weer leven met de godsdienst. Maar aan de andere kant laat men God weer staan als de doder, straffer, wreker, vernietiger. We zitten dus in het christelijk geloof met deze eeuwige brainteaser: aan mensen wordt gepredikt dat men het kwaad niet kan overwinnen door het uit te roeien, maar het kwaad overwonnen dient te worden door het goede te doen. Maar God zelf lukt het niet zich aan deze regel te houden! Dít nu levert ons een gespleten innerlijk op en is één van de grootste redenen voor de crisis van het traditionele geloof. Het lukt namelijk vele moderne mensen wél om zich zo hoog te ontwikkelen. De mooie kant van het geloof is de gedachte die we zonder meer ook humanisme kunnen noemen, waar bijna iedereen tegenwoordig goed mee kan leven. Voor zover het christendom déze gedachte verspreidt heeft niemand er iets op tegen. Maar dit is bepaald niet de gehele boodschap van de bijbel. Vanwege de keerzijde van het geloof (de bijbelse uitspraken over wreken, doodstraffen, verdoemenis, vernietigen, uitroeien) is de gelovige constant bezig het mooie van zijn ziel te vertroebelen en vuil te maken. De christen zit wat dit betreft in hetzelfde vaarwater als de moslim, ondanks zijn ingebeelde "essentiële onderscheid".
De zaken die op deze site aan de orde komen mogen dan eenzijdig deze donkere kanten van de godsdienst aanstippen, ze zijn toch allemaal stuk voor stuk wezenlijke onderdelen van het bijbelse geloof, waar hedendaagse gelovigen veelal willens en wetens hun ogen voor sluiten of goedkoop verdoezelen. Of dit zo is mag iedere gelovige lezer voor zichzelf overdenken.

Het is onder christenen de gewoonte het eeuwig falende christendom altijd goed te praten door de schuld ervan te geven aan de mens, die de gevolgen van de liefdeswet maar nooit scherp ziet, die het basisgegeven van het christendom maar niet begrijpt. Iets wat het christendom dan ook onophoudelijk doet om haar falen uit te leggen is het gegeven van menselijke ellende en falen te gebruiken om aan te tonen hoe gelijk ze heeft wanneer ze de verdorvenheid van de mens predikt. Iets wat best overtuigend zou klinken indien we slechts een antwoord zouden willen krijgen op de ellende en aard van niet-christenen. Maar we vroegen hoe het zit met het falende christendom, dwz falende verloste mensen, volgens hun eigen zeggen 'nieuwe scheppingen'. Hieruit weet het geloof zich echter weer te wringen door op te merken dat er veel naamchristenen zijn, mensen die wel zeggen christen te zijn maar het in werkelijkheid niet zijn. Je zou je ten eerste kunnen afvragen of zoiets inderdaad voorkomt en waarom, maar vervolgens beland je op de kwestie hoe serieus we 'de werking van de Heilige Geest' dan wel moeten nemen als Hij zo stuntelig werkt. Op ieder moment dat er iets verkeerd gaat zijn wij mensen er weer verantwoordelijk voor (desnoods vanwege de macht van de satan) maar op elk moment dat het goed gaat mogen we het weer voor rekening van God zetten en in geen geval onszelf een pluim geven... Op precies dezelfde manier bestempelt de gelovige al het geweld, vernietigen en wraak. Wanneer het door mensen gedaan wordt is het zonde en fout, maar wanneer de bijbel het door God laat doen of men in de bijbel van godswege geboden wordt tot uitroeien, verdelgen, wraak en doodstraf, dan is het goed en rechtvaardig!

Het lijkt mij toe dat het veel logischer en eerlijker is de oorzaak van het falende christendom te zoeken in deze tegenstrijdigheden in het denken, in de onmogelijkheid de liefdesboodschap in de bijbel aan de boodschap van de bijbel in zijn geheel te koppelen.
Het christendom laat overduidelijk het Oude Testament als geïnspireerde heilige schrift en ook gedachten over de wrekende en straffende God volledig intact, ja, doet er zelfs nog een schepje bovenop door met straffen voor de eeuwigheid aan te komen -iets waar het Oude Testament, hoe wreed en primitief het ook is, ons voor bespaart- [1] en zit daarom uiteindelijk vol met de allergrootste onoplosbare tegenstrijdigheden. Juist deze tegenstrijdigheden in het bijbelse denken getuigen er met klem van dat we de christelijke godsdienst niet vrijuit kunnen laten gaan. Iets wat krom is kun je slechts met kunst en vliegwerk rechtpraten, en dan nog alleen overtuigend voor de luien van geest.
De zaak staat er nog droeviger voor: in feite is een boodschap die er prat op gaat de liefde te verkondigen maar tevens met zulke overduidelijke elementen van het tegendeel zit, een verraderlijke val voor miljoenen om de werkelijke betekenis van de liefde nooit in te zien of het leven door te gaan met een vreemd beklemmend gevoel van innerlijke onwaarachtigheid. De sterkte van innerlijke beklemdheid hangt af van de mate waarin men zich gedwongen voelt de bijbel als woord van God te beschouwen, omdat de bijbel in dat geval nooit tegengesproken mag worden. Hoogstens kan men proberen de onoplosbare tegenstrijdigheden aanneembaar te maken voor de moderne geest met behulp van intellectuele acrobatie waar de eigen psyche intuimelt .
Wat de doorsnee gelovige betreft: de bijbel is een waar doolhof waaruit een ieder zo goed of kwaad als hij het maar ziet zijn eigen conclusies moet proberen te trekken, en voor de uitkomst waarvan we deze goedgelovige aanhangers toch eigenlijk niet kunnen beschuldigen. Ze hebben allemaal op hun manier, van hun kant bezien, gelijk, Simon Stylitus die 30 jaar op z'n paal zat, Jean d'Arc, Filips II, de mennonieten, de hervormden, de herhervomden, de herherhervormden..., de monniken, de oosters-orthodoxen, de baptisten, de kruisvaarders, de charismatischen, de puriteinen, de Finse aanhangers van Lestadius, de jehova-getuigen enz enz. Allemaal in naam van het gedachtengoed uit de bijbel. Ze verschillen alleen van elkaar omdat ze in hetzelfde labyrint van 66 boeken een andere zijtak zijn ingegaan. We treffen in het christendom dan ook op honderd en een gebieden een houding aan die ik ‘schizofreen’ zou noemen, zoals we in hoofdstuk 9 zullen zien.









Het gelovige denken

Hier volgen enige typische denktranten van gelovigen op internet forums. Denk erover na hoe gemakkelijk mensen met een halve waarheid of drogreden (=redeneringsfout) komen om iets te aanvaarden, hoe in het gelovig denken God altijd wordt gezien als aktief ingrijpend in onze geschiedenis en na dit leven als rechtvaardige straffer, vergelder van het kwaad, terwijl tegelijkertijd de manier waarop God te werk gaat in het Oude Testament in gevallen wanneer het ons tegen de borst stuit altijd volledig op rekening van de falende mens wordt geschoven. Merk ook op hoe mensen het tegenwoordige denken overhevelen naar de oude heilige teksten, terwijl ze tezelfdertijd het belang van historische contekst opeens weer goed zien wanneer ze van lastige teksten af willen komen; merk ook op hoe mensen altijd met tegengestelde teksten aankomen alsof dat ons van het dilemma zou verlossen; merk vervolgens op hoe sommige mensen liever hun humaan liefdevol denken opgeven dan hun heilige teksten verwerpen ; merk ook op hoe gemakkelijk ze vervallen in beschuldigingen aan het adres van anderen; merk tenslotte de overeenkomsten tussen moslims en christenen op:



Om deze droevige opvattingen psychologisch te kunnen begrijpen nog enkele citaten, waar christenen zichzelf uitleggen en de kern van de zaak blootleggen:



Een andere christen zegt hetzelfde in andere bewoordingen:



Hier volgt nog een stukje uit een preek om te zien hoe een hedendaagse theoloog fantasievol met heilige teksten om kan gaan en hoe ze mooi van toepassing kunnen zijn op alles wat maar handig uitkomt, bijvoorbeeld op de schrijver van deze internetsite.



Tenslotte nog een stukje theologie van een moderne Israelische rabbi, een waardevolle aanvulling op mijn verzameling goddelijke toorn die voortdurend over deze aarde uitgegoten wordt:



Ik kan het niet nalaten meteen een antwoord te geven op de vraag van de christen ‘waar kies je dan voor’. Heel eenvoudig: voor een moraal en kijk op het leven die ver boven deze trieste wereldbeelden, belabberde godsbeelden, de zielige levenshouding en de naieve denkbeelden van dit soort bijbelgelovigen uitstijgt. Wat kan het mij tegenwoordig benauwen dat al bovenstaande voor godsdienst doorgaat! Godsverduistering zou wel eens een veel juistere benaming kunnen zijn, maar meer nog heeft dit alles te maken met waanideeën en beschadigen van 's mensen ziel.






            



















[1]Wat betreft straffen in dit leven: In Romeinen 1:24-32 bijvoorbeeld staat duidelijk beschreven dat homofilie een straf van God is omdat men de waarheid heeft verruild voor de leugen: 'Daarom heeft God naar de lusten van hun hart hen prijsgegeven aan onreinheid, zodat ze hun eigen lichamen onteren. Ze hebben de waarheid van God tegen de leugen geruild, en liever het schepsel geëerd en gediend dan de Schepper, die geprezen moet worden in eeuwigheid. Amen. En daarom heeft God hen overgeleverd aan onterende driften. Want hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang met de tegennatuurlijke verwisseld; en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met de vrouw laten varen, zijn in lust voor elkander ontvlamd, en mannen plegen ontucht met mannen. Zo hebben ze in zichzelf het verdiende loon voor hun afdwaling ontvangen.’

Vergelijk het volgende typische krantebericht: ‘Het uitbreken van mond- en klauwzeer is een oordeel Gods. Dat zegt de hervormde predikant De Jong uit Staphorst. ‘We achten de veeziektes een gesel over Europa. Een kardinaal legt de vinger bij de wonde, namelijk dat onze regering een God-loze regering is; het volk wil het zo!’ (ANP, Mrt 2001)

Later zullen we hier op terugkomen.


[A1] En zij kwamen bijeen te Jeruzalem in de derde maand van het vijftiende jaar der regering van Asa, en offerden aan Jahweh op die dag van de buit die zij meegebracht hadden, zevenhonderd runderen en zevenduizend stuks kleinvee. Zij gingen een verbond aan, dat zij Jahweh, de God hunner vaderen, zouden zoeken met hun gehele hart en met hun gehele ziel; en ieder die Jahweh, de God van Israël, niet zou zoeken, moest ter dood gebracht worden, zowel klein als groot, zowel man als vrouw. Zij zwoeren Jahweh met luider stem en onder gejuich, en onder het geschal van trompetten en horens.