1 Rereformed door de wil van het geweten. Aan alle boekgelovigen, hen die denken uitverkoren en geheiligd te zijn in de naam van hun idool, en ook aan alle anderen die de naam van God aanroepen, waar dan ook. Wijsheid en vrede van God, de Vader van alle mensen, zij met u allen.


Ik kan niet meer zeggen dat ik God dank voor u, gelovigen van het boek. U die denkt genade te hebben ontvangen hebt u op talloze manieren verarmd. Alles wat u zegt, en al uw vermeende geestelijke kennis bewijst dat het om ingestudeerde woorden gaat, en uw hardnekkig wachten op de wederkomst van uw verlosser -iets wat al duizenden jaren geleden had moeten plaatsvinden- laat zien dat het u aan werkelijk inzicht van de Geest ontbreekt. Uw dogma’s verzekeren u dat u tot het einde toe geen blaam zal treffen, op de dag van de afrekening die u uzelf -in slaafse onderwerping aan anderen vóór u- ingebeeld hebt, maar de boodschap één te zijn met God hebt u nooit aan willen nemen.


Medemensen, in de naam van God roep ik u op om allen eensgezind te zijn, om beschaamd te zijn over uw duizenden kerkrichtingen en geloofsovertuigingen. Wees in uw denken en overtuigingen volkomen één met elkaar. Er is namelijk geen grovere manier om God te lasteren dan deze eenheid, die de gehele mensheid omvat, te loochenen. Ik bedoel dat de één zegt: ‘Hij heeft zich in het Oude Testament geopenbaard’, en de ander ‘Hij heeft zich ook in het Nieuwe Testament geopenbaard’, en weer een ander: ‘Nee, Hij heeft zich in de Koran geopenbaard’. Heeft God slechts met een paar mensen van doen? Is niet ieder mens naar Zijn evenbeeld gemaakt? Is niet iedere menselijke geest een straal van Gods Geest, ieders lichaam niet een deel van Gods Lichaam? Goddank heb ik me ontworsteld aan uw absurde spel dat zozeer het leven onteert. Want ik verspil mijn tijd niet meer met de haarkloverij en absurditeiten van uw antieke teksten, maar verkondig de boodschap van de 21ste eeuw: richt u op wat werkelijk belangrijk is, de eenheid van de gehele wereldgemeenschap, en sta op het fundament van de wetenschap om de aarde op te bouwen en haar een oord van genezing te maken. Bijgevolg, werp uw heilige boeken -de wolven in schaapskleren- met flinke kracht van u af.


De boodschap van het kruis is dwaasheid omdat niets zo reddeloos is als de geest van hen die denken via het aannemen van een godsdienst verlost te zijn. En de boodschap van de halve maan is dwaasheid omdat niets zoveel redding nodig heeft als zij die zich eerst angsten en laatste oordelen fantaseren en hun leven doorgaan met zich te onderwerpen aan onophoudelijke dreigementen. En de boodschap van de davidster is dwaasheid, omdat niets zo reddeloos is als een mens die gelooft dat God bepaalde mensen boven alle anderen uitverkiest. Er staat geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van een wereld ondergedompeld in godsdienst vernietigen, het verstand van hen die denken godsopenbaringen te hebben beschaamd maken.’ Waar is heden ten dage de gelovige, waar is de schriftgeleerde, de evangelist van deze wereld? Heeft God de wijsheid van overgeleverde godsdiensten niet tot een grote dwaasheid gemaakt? Want zoals God in Zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld Hem niet door boekgodsdiensten leren kennen, en heeft Hij besloten de gehele mensheid te redden door de kracht van de verstandelijke ontwikkeling en een eenvoudige gezonde leer die ieder mens, waar ook op aarde, in zijn hart kan onderschrijven. De Katholieken en Evangelischen vragen om wonderen, de Reformatorischen zoeken rechtzinnigheid, de Luthersen ontmythologisering, de Orthodoxen mystiek, de Moslims eisen onderwerping, en allen noemen zij dit wijsheid, maar wij verkondigen Rationaliteit en de Bovenmens, voor christenen een godslastering, en voor moslims een dwaas begrip. Maar voor wie zijn verstand wil respecteren, welke achtergrond iemand ook moge hebben, is het mondige denken Gods kracht en de grootste wijsheid. Want de menselijke gezonde rede is wijzer dan de wijsheid van alle heilige boeken, en het zwakke van een moreel systeem gebaseerd op vrijheid van geest sterker dan ieder godsdienstig systeem gebaseerd op dogma’s en slaafse gehoorzaamheid.


Denk, christenen, toch eens aan uw eigen weg tot geloof. Onder u waren er niet veel die maatschappelijk geslaagd waren, die zich krachtig hadden ontwikkeld. Omdat u depressief en negatief in het leven stond, gaf u zich over aan een zogenaamde godsopenbaring, om de ontwikkelden en sterken de baas te zijn en uw tranendal te verlichten. 'Het Ik dient verafschuwt te worden' herhalen de predikers waarnaar u luisterde eindeloos, totdat dit denken de zee was waarin u zwom. Wat in de ogen van u succesvol was, werd door u in naam van uw godsdienst veracht, wat vloog haalde u naar beneden, wat iets voorstelde dankte u af, waar genot was vond u zonde, waar u zag lachen dreigde u met later wenen. U had slechts één dwaze gedachte: Alles wat ik niet ben, dat is voor mij God en deugd. Alles wat niet natuurlijk is, dat is het goddelijke. U maakte een bespotting van het leven door te stellen dat niemands geest in staat is tot iets waar hij zich op zou kunnen beroemen. U maakte van Gods Geest een bespotting door Hem slechts te laten spreken in een paar paar mensen die wat opschreven in de oudheid. U maakte uzelf één met hun gedachten aan ondergang, doem, laatste-oordeel en straf, demonen en satan. U riep uzelf uit tot een voorwerp geschikt voor goddelijke toorn en verdoemenis, u noemde zich zelfs verdorven en noemde deze zogenaamde nederigheid hoogwaardig menszijn. U liet u vervolgens redden door een God die doodstraffen en bloedoffers nodig heeft om verzoend te worden, en noemde dit hoogste liefde. Maar het enige waar u zich werkelijk in verlustigde was dat uw ingebeelde God u dagelijks over uw hoofd aaide en dat u beloond zult worden voor uw voorbeeldigheid; u wilt bovenal dat u ontzien wordt.

Waardevol geloof en ware wijsbegeerte is iets geheel anders: wij mensen zijn de glorie en de afspiegeling van Gods grootheid, liefde tot God bestaat uit het bewustzijn van de eenheid van alles, de bewustwording dat het bestaan de uitdrukking is van het goddelijke, en wij mensen de uitdrukking van Gods Geest. Hierin ligt alle menselijke verlossing en gelukzaligheid. Daarom kwam een nieuw woord voor een cultuur die 2000 jaar doof was geweest: Denkt toch de liefde uit die niet alleen straf draagt, maar ook alle schuld! Denkt toch de gerechtigheid uit die iedereen vrijspreekt, behalve hem die rechtspreekt! Op anderen wacht ik, op mensen die hoger zijn, sterker, zegenrijker, blijmoediger, lachende leeuwen!'



2 Alle boekgelovigen, toen ik mij ertoe zette om de waarheid over uw leringen uit de doeken te doen, beschikte ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. Ik had besloten geen andere kennis te brengen dan mijn eerlijkheid –mijn gekruisigde zelf. Ik begon eraan in al mijn zwakheid en gebrokenheid en ik was angstig en onzeker. De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, want ieders geloof moet slechts op menselijke wijsheid steunen, menselijke wijsheid die synoniem is voor harmonie met de gehele schepping, de kracht van God. Zo is wat ik verkondig wijsheid voor wie volwassen is in het geloof. En de zogenaamde wijsheid die uw heilige boeken leren zullen deze eeuw ten onder gaan. Waar ik over spreek is geenszins een verborgen en geheime goddelijke wijsheid, een wijsheid die God aan weer een nieuwe profeet heeft geopenbaard. Nee, het is de wijsheid die in ieders hart voor het oprapen ligt, omdat u allen deelt in Gods luister. Gelovig zijn is slechts de bewustwording van God zelf in onze eigen geest. Geen van de vromen van het boek heeft naar deze wijsheid geluisterd, zouden ze dit wel hebben gedaan, dan zou het meteen afgelopen zijn met hun boek vol orakels. Maar zoals het in hun boek geschreven staat: ‘Wat hun oog nooit opmerkte, waar hun oor doof voor was, wat in het hart van geen enkele gelovige opkwam, dát is de waarheid die God in ieders hart geplant heeft.’ God openbaart zich in de menselijke geest, want de geest doorgrondt alles, zelfs de diepten van God. Wie is in staat zichzelf te kennen dan hij die recht doet aan zijn eigen geest? Zo zal ook ieder God vinden die luistert door Gods Geest te herkennen in de menselijke geest. Wij hebben niet een spookachtige pinkstergeest van boven ontvangen -en anderen die we als Gods tegenstanders zien hebben geen duivels spook uit de afgrond in zich-; er is slechts één geest, de Geest van God, en die woont in ons allen vanaf onze eerste ademtocht. De Geest is een deel van ons, opdat we het leven zouden leiden dat God toebereid heeft. Zo spreken wij over het leven niet meer op de manier die ons door antieke overgeleverde heilige teksten onderwezen wordt, maar zoals de Geest zelf het ons leert: wij verklaren al het geestelijke met onze eigen menselijke geest. Een mens die zijn eigen geest veracht, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want hij beschouwt zichzelf als dwaas en zondaar. Hij kán het ook niet begrijpen, omdat hij eerst moet leren zijn eigen geest te respecteren. Een christelijk mens aanvaardt ook niet hetgeen de waarheid over de realiteit is, want ook dat is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat hij de realiteit veracht en bovendien omdat het slechts met eerlijk denken zonder bijgeloof te beoordelen is. Maar een mens die zijn eigen geest wél eer aandoet, zijn eigen geest bezit, kan alles beoordelen, en zelf wordt hij door niemand beoordeeld. Er staat immers geschreven: ‘Wie kent de gedachten van de Heer, zodat hij aan zou kunnen komen met een speciale godsopenbaring?’ De realiteit is eenvoudiger: de gedachten van God kunnen gevonden worden in ieders eigen denken: Hij is ons hoogste menszijn. God is dat wat ons altoos aanspoort tot Bovenmens uit te groeien.


3 Jarenlang durfde ikzelf ook niet te spreken als een geestelijk volwassen mens. Ik liet me leren als een kind, en had de gedachten van een kind. De heilige boeken waren de melk waarmee ik me voedde, en aan vast voedsel kwam ik nooit toe. U die zich nog steeds verbindt aan heilige boeken komt daar nog steeds niet aan toe. Wanneer u aan de verdeeldheid in de wereld mee blijft doen en in de waan blijft leven de enige juiste godsdienst aan te hangen, dan bent u als een klein kind gebonden aan een autoriteit die u een verdraaide wereld opdringt en afbreuk doet aan het leven. Wanneer u zegt christen te zijn, bent u niet anders als de mens die zegt moslim of hindoe te zijn. Al deze leren kunt u gerust opgeven, ze zijn tot ons nadeel en volkomen onbelangrijk. Alleen God is belangrijk, want Hij doet alles groeien. Laat dus al wie als planter en begieter aan de gang wil zijn slechts één doel hebben: dat alles moge groeien. Laat hem inzien dat het niet om zijn leer gaat, noch om uitmuntendheid en beloning, maar dat allen zowel medewerkers van God zijn als Zijn akker.


Wij gehele mensheid zijn een bouwwerk van God. Laat niemand zo dom zijn te denken er een fundament voor te moeten leggen. Het fundament waarop een ieder kan gaan bouwen staat bij onze geboorte al op ieders hart geschreven, en een ander fundament is er niet. We kunnen er met goud, zilver, en edelstenen op bouwen. Boekgodsdiensten hebben ons gezonde fundament kapotgemaakt. Hoezeer het fundament waarop ze wilden bouwen geboren was in stro en stierf op hout, hebben duizenden jaren die het maaien van hooi hoger achtten dan het laten groeien van groen gras, nu overduidelijk gemaakt: de 21ste eeuw is voor hen dan ook de dag van hun oordeel. Hun bouwwerk is grotendeels vervallen, als een ijspaleis dat onherroepelijk wegsmelt bij het naderen van de zomer, en op te knappen valt hun gebouw niet meer.


Weet dat u geboren wordt als de expressie van Gods Geest, en dat dit uw onvervreembaar mensenrecht is. Gods Geest is dan ook onmogelijk te vernietigen, of op een bijzondere manier te verkrijgen, slechts systemen die deze waarheid ontkennen gaan ten gronde. Laat niemand van u gelovigen zichzelf nog langer bedriegen door zich altijd als zondig en dwaas te beschouwen. Laat een ieder eerst zichzelf liefhebben en opgroeien tot wijze, want dán kan hij pas een begin maken met zijn menselijke dwaasheid in te zien. Wat namelijk in deze wereld godsdienstige wijsheid is, is volslagen dwaasheid bij God, want er staat geschreven: ‘Hij vangt de vromen in hun zelfingenomenheid.’ Er staat ook geschreven. ‘De Heer kent de gedachten van de vromen, Hij weet dat hun leringen niet meer dan lucht zijn.’ Niemand moet zich laten voorstaan op leringen van een ander, of die nu van Paulus, Mohammed of een Goeroe is. Wereld, leven of dood, heden of toekomst, het álles is al van u allen. U bent namelijk allen uit God zelf geboren.


4 Veel zou ik u nog kunnen schrijven, maar laat ik kort zijn en slechts het belangrijkste zeggen: beschouw u als dienaren van God aan wie het beheer over de geheimen van de gehele schepping is toevertrouwd. Van iemand die deze taak vervult, wordt verlangd dat hij zich schoolt in wetenschappelijk rationeel denken. Alle boekgeloven zijn het produkt van kinderachtige en nutteloze dweperij van warhoofden die liever over God, wereld en de mens grenzeloos fantaseren naar het hun wordt ingegeven door het gevoel dan met enig verstand. Hoe één of andere godsdienst over mij oordeelt interesseert me niet, en hoe mijn gevoel een oordeel over mezelf uitspreekt telt al evenmin. Ieder mens dient weliswaar zo te leven dat hij zich van geen kwaad bewust is, maar wellicht zou er op elk van ons wel wat ten laste kunnen worden gelegd. Maar God houdt zich helemaal niet bezig met oordelen. Houd dus zelf ook op te oordelen en maar eindeloos te wachten op de dag van het oordeel die nooit komt. Breng zelf alles aan het licht wat in het donker verborgen is. Onthul zelf wat in uw innerlijk zich heimelijk beweegt en voed uzelf op. Uw verstand is het hoogste vermogen waarover wij beschikken. Wees in uw denken over de hoogste levensvraagstukken zo nuchter, zo onbevooroordeeld, zo koel, zo onbevreesd voor de uitslag, zo absoluut eerlijk, als de wiskundige is bij het denken over cirkels, rechte lijnen en driehoeken. Eerst wanneer u uzelf tot die hoogte hebt opgewerkt, staat de weg voor u open tot wijsheid, inzicht, liefde voor het leven en geluk. En Gods rol is deze: Hij zal het zijn die ieder lof zal geven die hem toebehoort.


Gelovigen van het boek, ik schrijf af en toe over mijzelf. Dit doe ik omdat ik lange tijd één van u was. Ik doe het dus om juist u aan te spreken. Ik schrijf aan de hand van de bijbelse woorden waarmee u zeer vertrouwd bent, opdat u het goed zult kunnen begrijpen, niet om u te beschamen of om de draak te steken met de bijbel. Maar wacht u ervoor van mijn teksten een nieuw heilig boek te maken. Voor u die zich gemakkelijk uitlevert aan heilige boeken geldt eerder de volgende regel: houd u nooit aan wat er geschreven staat, maar maak uzelf belangrijk. Geloof niet in iets, maar wees het. Hoe haalt u het in uw hoofd uzelf altijd te beschimpen en te minachten, en te denken dat zoiets godsdienst mag heten? Alles is u geschonken, dus waarom zou u het niet aannemen, alsof het verboden zou zijn? Geloof mij: u bent al verzadigd, u bent al rijk, u bent koning en koningin, geheel zonder mijn toedoen, zoals ik het ook ben zonder het van iemand anders ontvangen te hebben. Het heeft niets te betekenen wie veel geleden heeft of wie superieur inzicht heeft. Voor hoog en laag, rangen en standen, beter en zwakker, respect en minachting hebben wij geen oog meer. Er valt niet mee te verdienen u als het uitschot van de wereld te beschouwen, of als één van de weinigen met inzicht. Laat uw opvoeder uzelf zijn, beschouw uzelf als kind en als vader. Als kind dat onschuldig in het leven staat en een lange groeitocht voor de boeg heeft, en als vader die over moed en wijsheid beschikt en weet in welke richting hij vol vertrouwen afstevent. Slechts om u vrij te maken roep ik u op mij na te volgen. Want het koninkrijk van God bestaat niet uit teksten uit een heilig boek, maar uit innerlijke kracht. Dus zoek voor uzelf uit wat werkt, een brief als deze of wijsheid uit andere bron.



Albert Vollbehr, juni 2005