Aldus sprak Zarathoestra




I.11    Van de nieuwe afgod

Zarathoestra blijkt ook politieke opinies te hebben: hij is fel gekant tegen de nationalistische staat. 125 jaar later kunnen we niet anders dan constateren dat hij de schadelijke werking van de nationalistische staten scherper dan ieder ander persoon doorzag: via wat hij 'de nieuwe afgod' noemt heeft Europa de volgende eeuw twee wereldoorlogen en een wereldwijde koude oorlog veroorzaakt. Nationalisme noemt hij waanzin, en er komt geen eind aan de beschrijvingen van dit monster: 'de dood der volkeren', 'de koudste aller koude gedrochten', 'vernietigers', 'het boze oog', 'een brullend ondier', 'een ros des doods'. Een volk mag trots zijn op zijn taal, geloof, zeden, de zaken die de kracht van een volk zijn. Maar de staat op zich werkt als een 'wil tot dood'. Zij schept niets, maar steelt alles en is slechts belust op meer macht, meer geld, meer eerbewijzen, mensenoffers.


Op aarde is er niets groters dan ik: ik ben de ordenende vinger Gods.


Zarathoestra laat in bovenstaande zin zien hoe de staat gebruik maakt van het religieuze geloof. Toevallig staat in de bijbel de volgende uitspraak: "Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt" (Rom. 13:1). Van deze uitspraak kan zowel de godsdienst als de staat zijn voordeel trekken. De kreet 'God, Nederland en Oranje' kan men in andere landen dan ook in soortgelijke bewoordingen tegenkomen. In Finland was het 'Koti, Uskonto ja Isnmaa', Gezin, Geloof en Vaderland. Men werd letterlijk tot de oorlog toebereid: in de dertiger jaren van de vorige eeuw maakte Koskenniemi het 'Lied van onze vlag met het blauwe kruis' dat ieder jaar op dag van onafhankelijkheid gezongen werd: "Voor jou te leven en te sterven is onze hoogste wil." Overal in Europa kunnen we nog steeds de laatste uitingen van waanzinnig nationalisme tegenkomen. De huidige leider Putin begrijpt ook weer, hoe dom het was van de vroegere machthebbers de religie tegen te staan: men kan hem tegenwoordig af en toe vroom in de Russisch-Orthodoxe kerk zien meebidden. Hij zorgt dan altijd voor een camera die het later op TV laat zien. De Russisch-Orthodoxe kerk is er maar wat blij mee dat ze weer mee mag doen. Ze is nu weer druk in de weer met het oppoetsen van oude en nieuwe gouden koepels. Onlangs liet men op het Finse nieuws zien hoe de Russisch-Orthodoxe kerk de laatste jaren overal jongerenverenigingen opgericht heeft waar vooral jongens opgeleid worden voor de vernieuwde ideologie van 'Groot Vaderland en Juiste Geloof'. De clubs worden geleid door teams van geestelijken en experts van de geheime politie. "Ook jullie doorgrondt hij, o overwinnaars van de oude god! Moe werden jullie in de strijd en nu dient jullie moeheid nog de nieuwe afgod!"


Dat Zarathoestra ondanks zijn felle taal geen oorlogsheld is blijkt uit de volgende woorden:


Mijd toch de stank! Vlied de afgodendienarij der overtolligen!
Mijd toch de stank! Vlied de rook dezer mensenoffers!
Vrij staat aan grote zielen ook nu nog de aarde. Ledig nog zijn vele plaatsen voor eenzamen en tweezamen, om wie de geur van stille zeen waait. Vrij staat nog aan grote zielen een vrij leven.


Hij roept ons op tot afzondering, iets wat hij ook in de twee volgende hoofdstukken doet. Zo adviseert hij in het volgende hoofdstuk afzondering om grootse dingen te kunnen scheppen en niet alle krachten te verspillen door almaar het hoofd te moeten bieden aan allerlei minderwaardige zaken, en twee hoofdstukken verder de grote stad te ontvluchten om niet voortdurend geplaagd te worden door haar hitsigheid. Waar het om gaat is een vrij mens te zijn, je leven als uniek individu te kunnen leven, dus niet alleen je eigen passies te beheersen, maar ook vrij te zijn van externe machten, niet uitgeleverd te zijn -je ziel verkopen- aan autoriteiten of machten van kuddes die geheel beslag op je gaan leggen.
Alweer zien we in Zarathoestra een karaktertrek die hem verbindt met het godsdienstige. Het godsdienstige gemoed heeft ook altijd de afzondering gepredikt en beoefend. Het is de reactie van de mens die alles in het werk wil stellen om zich te kunnen overgeven aan het heilige ideaal.
Het hoofdstuk eindigt met een spreuk om te overdenken: waar de staat eindigt is de regenboog (=hoop) en de brug naar de Bovenmens.


In hoofdstuk I.15 komt Zarathoestra terug op landen en volken, om zijn altenatief uit te leggen: wij moeten onze duizend-en-n doelen omzetten tot n; wij moeten opgroeien tot mensheid en voor de mensheid als geheel n doel, dat van de Bovenmens, neerzetten.