Een uitleg van Aldus sprak Zarathoestra




II.21    Van de mensen-wijsheid

Dit hoofdstuk sluit direkt aan op de laatste gedachten uit het vorige hoofdstuk: het dilemma van het verstrikt zijn in een paradox.


Niet de hoogte is vreselijk, maar de (steile) helling! De helling waar de blik omlaag stort en de hand omhoog grijpt. Daar duizelt het hart van zijn dubbele wil.


De dubbele wil van Zarathoestra geeft hem een ogenschijnlijk onmogelijk dilemma: aan de ene kant eist zijn wil het scheppen van de Bovenmens (deel I), hetgeen een onvoorwaardelijk vertrouwen in en liefhebben van de mens vereist. Aan de andere kant eist zijn wil een totale eerlijkheid de realiteit van het bestaan onder ogen te zien (deel II), hetgeen hem alle zicht op de Bovenmens ontneemt. Hij moet leven alsof de realiteit van de mens hem totaal onbekend is. Hetzelfde dilemma doet zich voor in het leven van iedere idealist. Zo eist de wil van de religieus gelovige onvoorwaardelijk vertrouwen op God, maar doet absolute eerlijkheid van geest God verdwijnen als sneeuw voor de zon. Of verdwijnen de idealen van de communist naar de mate waarin hij oog heeft voor de praktijk van zijn systeem. Of bloedt de magie van een liefdesrelatie dood wanneer iemand zijn luchtkasteel willens en wertens omlaag trekt om de werkelijke kwaliteiten van zichzelf en zijn partner onder ogen te zien... Maar idealen behoren tot ieders mensenleven, omdat het een voorwaarde is voor het leven, de basis voor hoop. Zoals Zarathoestra in het vorige hoofdstuk uitriep: "Ik zou niet weten hoe te leven, als ik niet ook een ziener was van wat komen moet". Aangezien eerlijkheid en wijsheid automatisch het onder ogen zien van de objektieve realiteit inhoudt, staan deze zaken gelijk aan het inkijken van een peilloze diepte, dat met alle idealen de vloer aanveegt. En een peilloze diepte invallen (totaal nihilisme) staat gelijk aan de negatie van het leven.


Een paradox is een onoplosbaar probleem: twee waarheden die elkaar uitsluiten zijn toch allebei waar. De enige oplossing voor deze paradox in het mensenleven is te doen 'alsof'. Bijvoorbeeld zelfs indien men gelooft in volledig determinisme, zal men leven alsof men volledig vrije wil heeft. Het determinisme kan de vrije wil niet elimineren, en de vrije wil kan het determinisme niet elimineren. Wanneer de paradox betekking heeft op idealen dan leeft een wijs en eerlijk mens alsof ze waar zijn, en beziet hij de realiteit alsof ze niet waar is:


En opdat mijn hand haar geloof aan wat vast is niet geheel verliest (=mijn idealen niet geheel de grond in worden geboord), daartoe leef ik blind onder de mensen; alsof ik hen niet ken. Ik ken jullie niet, mensen: deze duisternis en vertroosting ligt dikwijls om mij uitgespreid.


Merk op het woordje 'dikwijls': het is het spel van de mens om zijn leven te spelen; het is als een knop die je geheel bewust aan en uit kan schakelen. Indien je de realiteit wil zien draai je de knop op aan, indien je wil leven zet je hem uit. Of in plaats van een knop in- of uitschakelen is het als het bewust openen en sluiten van je ogen. Indien je de realiteit wilt ontwaren, loop je rond met open ogen, indien je wil leven, doe je ze bewust dicht. Om zichzelf een dienst te doen en de gelukzaligheid van zijn idealen te kunnen proeven heeft Zarathoestra vier wijsheden uitgedacht die realiteit de mond snoeren.

1. Hij laat zich altijd bedriegen, dwz leeft zo dat hij geen moment denkt dat iemand hem wel eens zou kunnen bedriegen. Deze houding heeft het voordeel dat hij overal alleen maar met oprechte mensen te maken heeft. Bedriegers bestaan dus niet in zijn wereld. Indien hij op zijn hoede zou zijn voor mensen, de mens steeds als een mogelijke bedreiging zou zien (dus aan de realiteit van het bestaan gehoor zou geven), hoe zou hij dan ooit in de Bovenmens kunnen geloven! Dus het ideaal van de Bovenmens houdt logischerwijs in dat hij voorzichtigheid moet opgeven: "deze voorzienigheid zweeft boven mijn lot". Voorzichtigheid zou men 'verstandig' kunnen noemen, maar Zarathoestra's onvoorzichtigheid om een groter geluk te kunnen proeven (de hoop op de Bovenmens) 'verstandiger'.
Een andere vorm van dezelfde wijsheid is dat hij als axioma heeft dat ieder glas dat hem wordt voorgeschoteld drinkbaar is, en ieder water waarmee hij wordt gewassen schoon genoeg is om ermee gewassen te worden. Indien je zó leeft, dan zul je nooit je neus hoeven optrekken vanwege vies water, maar ervaar je enkel en alleen troost, positieve gevoelens: "Hoe is het mogelijk! Een ongeluk verzuimde je te treffen: geniet ervan als van jouw geluk!"

2. De tweede mensen-wijsheid is dat hij de negatieve realiteit van 's mensen persoonlijkheid altijd weet om te draaien tot een positieve zaak. Mensen zijn allemaal ingenomen met zichzelf, maar je kan ze verdelen in twee groepen: de mensen die ingenomen met zichzelf zijn, de trotsen, en mensen die slechts toneelspelers zijn en zich voordoen als geslaagde figuren, de ijdelen. De trotsen kun je gerust krenken. Er zijn er maar weinig van, het zijn de sterken, en vanwege deze laatste eigenschap kan er uit hun gekrenkte trots hoogstens iets nóg beters komen. Maar de grote meute mensen behoort tot de ijdelen, mensen die toneelspelen "en willen dat men hen gaarne gadeslaat, -al hun wil is in deze wil." Voor deze akelige realiteit moet men volledig zijn ogen sluiten. Je moet dit zielige tafereel in gedachten omdraaien tot het beste wat er in het leven maar is: ze laten je een prachtig toneelspel zien, prettig om te zien, zoals conferenciers je opgewekt maken! "Ze zijn artsen voor mijn zwaarmoedigheid, ze genezen mij van zwaarmoedigheid!" Er zit zelfs nog meer positiefs aan. Hun hele persoonlijkheid is een bedelen om gezien en gehoord, geprezen en gestreeld te worden. Hun hele persoonlijkheid is gespecialiseerd in het ontvangen van leugens. Dus de kern van dit leven is dat een ijdel persoon niet gelooft in zichzelf, dat hij oneindig maal uitspreekt: 'Wat ben ik!' En zoiets is de allerhoogste deugd, want de ware deugd is de deugd die van zichzelf geen weet heeft! Hij ziet de prachtige waarheid -oneindige bescheidenheid- over zijn eigen persoon niet eens in!

3. De derde mensen-wijsheid is dat hij geen kwade, verdorven mensen kent. Hij hoeft dus nooit bevreesd te zijn voor boosheid en boze machten. Boze machten scheppen eenvoudig iets anders, ook interessant om te zien, zoals de hete zon een ander landschap schept, met palmbomen, tijgers en ratelslangen, of de bittere kou een sprookjeslandschap van sneeuwdekens, ijsberen en stilte schept. Zarathoestra roept lachend uit dat het zelfs bedroevend gesteld staat met het kwaad, want in de regel weet het weinig meer te verzinnen dan muggenprikken. Wat hem betreft kan er nog wel een schepje bovenop. Hij zegt zelfs zeker te weten dat dat ook gebeuren zal, want indien er ooit een Bovenmens verschijnt zal er als wet van het leven ook een Bovendraak verschijnen die hem waardig is. Opdat de Bovenmens een goede jacht zal hebben moeten katten tot tijgers worden en giftige padden tot krokodillen uitgroeien. Aan 'de boze' zit bovendien nog een andere kant: veel van wat de goeden en rechtvaardigen voor kwaad, verdorven en duivel uitroepen is slechts lachwekkend en onbenullig. "Zo weinig zielsverwant zijn jullie met wat groot is, dat de Bovenmens jullie vreselijk zou voorkomen in zijn goedheid!" Op dezelfde manier zouden de voor wijs bekend staande mensen op de vlucht slaan voor de zonnebrand der wijsheid (dus voor de hoogste wijsheid), de hete wijsheid waarin de Bovenmens heerlijk naakt ligt te zonnebaden.


O hoogste mensen die mijn oog ontmoet heeft! Dit is mijn twijfel aan jullie en mijn heimelijk lachen: jullie zouden, gis ik, mijn Bovenmens duivel noemen!


Zarathoestra heeft daarom geen enkele binding meer met wat in de wereld doorgaat voor de hoogsten en de besten. Hun hoogte is hem niet hoog genoeg, hij ziet ze naakt staan en bij het aanzicht ervan kan hij enkel dromen over wegvliegen naar verre toekomsten waarin iets beters verschijnt.


Naar verdere toekomsten, naar duidelijker Zuidens, dan ooit een beeldhouwer droomde: daarheen waar goden zich voor alle kleren schamen!


De laatste opmerking maakt het duidelijk voor het geval de lezer het nog niet heeft opgemerkt: Zarathoestra's mensen-wijsheid is in alles precies de omgekeerde wijsheid die het christelijk geloof leert.


4. Zarathoestra's laatste mensen-wijsheid is dat hij bewust zichzelf en alle anderen in vermomming wil zien, opdat beiden miskend worden. Zarathoestra miskent de mensheid opdat hij zijn geloof in de Bovenmens behoude, en wil miskend worden door anderen, omdat indien de mensheid hem zou begrijpen zijn ideaal van de Bovenmens niet hoog genoeg zou zijn, maar ook maar 'menselijk, al te menselijk'.