Een uitleg van Aldus sprak Zarathoestra




IV.17    De Opwekking

1

Het vorige hoofdstuk was een analyse van de Europese cultuur. Centraal daarin stond de tweeslachtigheid waarin de Europese mens verkeert: "Ik weifelaar, trek het echter in twijfel, want ik kom per slot van rekening uit Europa, dat weifelzuchtiger is dan alle bejaarde wijfjes." Nietzsche bereidde op die manier dit volgende hoofdstuk voor, waarin hij voorspelt in welk denken de Europese toekomst uit zal monden. Als hint dat het weer om de tijd gaat nadat hijzelf van het toneel is verdwenen, "glipt hij weer naar buiten". In een gesprek met zijn dieren analyseert hij nu de reacties van de hogere mensen, die de bijeenkomst voortzetten. Hij merkt op dat als gevolg van zijn optreden de hogere mens de Geest der Zwaarte eindelijk schijnt te verliezen. Men wordt opgewekter. Maar het is niet dat soort vrolijkheid waar Zarathoestra toe trachtte te inspireren, maar één die gevoed wordt door een soort vertier, verdoving, 'erbarmelijk welbehagen'. Het is alsof Nietzsche onze eigen tijd voor ogen ziet. Hij ziet de maatschappij zich vrolijk maken, ogenschijnlijk de Geest der Zwaarte van het christelijk geloof van zich afschudden, maar het vorige hoofdstuk liet zien dat de moderne mens losgeslagen is en zich doelloos ziet ronddobberen. Zarathoestra moet daarom weer frisse lucht happen, en bekijkt de zaak met enige spot en wrevel. Maar buiten aangekomen probeert hij het van de beste kant te bekijken. Wellicht is deze vrolijkheid niet de vrolijkheid die hij op het oog had, wie weet is ze geboren uit oppervlakkigheid en onbekwaamheid tot diep denken (hetgeen te zien valt aan dat Zarathoestra/Nietzsche inmiddels ook een voorwerp tot spot en grapjes geworden is), maar wat doet het ertoe, is de conclusie. Het is in ieder geval een feit dat het oude tijdperk van de Geest der Zwaarte voorbij is, en daar is Zarathoestra mee in zijn schik. Even later hoort hij weer geschreeuw en gelach uit de grot komen. Zarathoestra's reactie is dat men bijt aan zijn lokaas (men neemt zijn leringen ter harte). Hij hoort ze om zichzelf lachen. Hij ziet het als een gevolg van de mannenkost dat hij hen geschonken heeft. De walging aan het leven wijkt uit het denken van de mens van de toekomst, men is weer dankbaar voor het aardse leven, en leert weer feest te vieren. Tenslotte verklaart Zarathoestra hen voor genezenden. Maar onmiddellijk hierop krijgt Zarathoestra een verrassing van jewelste!



2

In het volgende gedeelte volgt de tekst waar Nietzsches zuster en sommige vrienden, nadat zij de manuscripten in handen kregen en moesten besluiten over de publicatie ervan, het meest aanstoot aan gaven. De tekst was de meest choquerende en godslasterlijke tekst die in de lange christelijke geschiedenis te boek staat:


'Wat is er aan de hand? Wat zijn ze aan het doen?' vroeg Zarathoestra zich af en sloop naar de ingang om zijn gasten, onopgemerkt, te kunnen gadeslaan. Maar wie had dat gedacht! Wat moest hij met eigen ogen aanschouwen!


De 'wereld van de hogere mens' heeft in de toekomst kennis gemaakt met Nietzsche, maar in plaats van de religie opgeven, maakt ze eenvoudig een nieuwe versie van religieus geloof!


'Ze zijn allemaal weer vroom geworden, ze bidden, ze zijn dol!', sprak hij en verwonderde zich bovenmatig. En warempel, al deze hogere mensen, de twee koningen, de paus in ruste, de boze tovenaar, de bedelaar uit vrije wil, de voetreiziger en schaduw, de oude waarzegger, de gewetensvolle des geestes, en de afstotendste mens: ze lagen allen als kinderen en gelovige oude vrouwtjes op hun knieën, in aanbidding van de ezel.


'In aanbidding van de ezel', oftwel gedompeld in een nieuwe vorm van religie, nog dommer dan de religie ooit geweest is. Vervolgens wordt er een litanie uitgesproken die de inhoud van deze religie duidelijk maakt. Zij wordt uitgesproken door de Afstotelijkste mens, oftewel de lelijkste mens. De Afstotelijkste mens was de mens die de moord op God op zijn geweten heeft, dus het goddelijke, al het mooie en grootse van het bestaan de das heeft omgedaan, en eindigde op de meest naargeestige plek, in een gedachtenwereld van afstervende groene slangen (wijsheid die slechts tot levensvijandigheid en levensmoeheid leidt), een doodse verlatenheid. Aangezien dit de ergste toestand van de mens is waarin hij zich geestelijk kan bevinden, is de lelijkste mens de uitvinder van de nieuwe godsdienst, zoals godsdienst altijd uit de ziekte van de mens voortspruit.
De tekst die de Afstotelijkste mens uitspreekt is een spottende persiflage op de meest heilige teksten uit het christelijk geloof:


En juist begon de afstotelijkste mens te rochelen en te snuiven, alsof iets onuitsprekelijks in hem naar buiten wilde; maar toen de woorden hem werkelijk op de lippen lagen, zie, toen was het een vrome en zonderlinge litanie ter verheerlijking van de aanbeden en bewierookte ezel. Deze litanie nu klonk als volgt:

Amen! En lof en eer en wijsheid en dank en heerlijkheid en kracht zij onzer god, in alle eeuwigheid!
-En de ezel balkte I-a.
Hij draagt onze last, hij komt in de gedaante van een dienstknecht, hij is lankmoedig en zegt nooit neen; en wie zijn god liefheeft, die kastijdt hem.
-En de ezel balkte I-a.
Hij spreekt niet, behalve om tegen de wereld die hij schiep steeds ja te zeggen, zo prijst hij zijn wereld. Het is zijn sluwheid die niet spreekt: zo krijgt hij nooit ongelijk.
-En de ezel balkte I-a.
Onopvallend gaat hij door de wereld. Grijs is de lijfkleur waar hij zijn deugd in hult. Zo hij geest bezit, dan verbergt hij deze; doch iedereen gelooft aan zijn lange oren.
-En de ezel balkte I-a.
Welk een verborgen wijsheid, dat hij lange oren draagt en enkel ja en nooit nee zegt! Heeft hij de wereld niet naar zijn beeld geschapen, namelijk zo dom mogelijk?
-En de ezel balkte I-a.
Jij bewandelt rechte en kromme wegen, het kan jou weinig schelen wat ons mensen recht of krom toeschijnt. Aan gene zijde van goed en kwaad is jouw rijk. Het is jouw onschuld, dat jij niet weet wat onschuld is.
-En de ezel balkte I-a.
Want zie, niemand verstoot jij bedelaars noch koningen. De kinderkens laat je tot jou komen, en als kwajongens jou sarren, zeg je onnozel gewoon I-a.
-En de ezel balkte I-a.
Jij houdt van ezelinnen en van verse vijgen, jij bent een alleseter. Een distel kietelt je hart als je toevallig honger hebt. Daarin schuilt de wijsheid van een god.
En de ezel balkte I-a.



Daarna hoorde ik het geluid van een groot aantal engelen rondom de troon, de wezens en de oudsten; het waren er oneindig veel, tienduizend maal tienduizenden, duizend maal duizenden. Met luide stem riepen ze: ‘Het lam dat geslacht is, komt alle macht, rijkdom en wijsheid toe, en alle kracht, eer, lof en dank.’ Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’ De vier wezens antwoordden: ‘Amen,’ en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer.


De 'oudsten' die zich in aanbidding neerwerpen voor 'het geslachte lam' zijn bij Nietzsche 'de hogere mensen' die zich voor een Ezel neerbuigen, en het 'Amen' wordt door de Ezel zelf gedaan.


Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.


Nietzsches kritiek is uiteraard niet maar spot; hij zag in deze leer van de bijbel dat het godzijn omlaag wordt gehaald tot het niveau van de ezel, en de mens dáárvoor het meeste respect heeft en dáármee het meest in zijn schik is, want het ontslaat hem van zelf enige moeite te hoeven doen om naar het goddelijke niveau (de Bovenmens) te streven, het laat hem sudderen in welbehagen met zichzelf. Nietzsche wilde dát aan de kaak stellen.


De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. Er staat namelijk geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen.’ Waar is de wijze, waar de schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld? Heeft God de wijsheid van de wereld niet in dwaasheid veranderd? Want zoals God in zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld hem niet door haar wijsheid gekend, en hij heeft besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging. De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen. De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God. Waar wij over spreken is Gods verborgen en geheime wijsheid, een wijsheid waarover God vóór alle tijden besloten heeft dat wij door haar zouden delen in zijn luister. Geen van de machthebbers van deze wereld heeft die wijsheid gekend; zouden ze haar wel hebben gekend, dan zouden ze de Heer die deelt in Gods luister niet hebben gekruisigd. Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’ God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God. Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen. Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken. Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke. Een mens die de Geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid. Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden beoordeeld. Maar een mens die de Geest wel bezit, kan alles beoordelen, en zelf wordt hij door niemand beoordeeld. Er staat immers geschreven: ‘Wie kent de gedachten van de Heer, zodat hij hem zou kunnen onderwijzen?’ Welnu, onze gedachten zijn die van Christus. (1 Cor. 1 en 2)


Nietzsche merkt hier nu op: "Welnu, de gedachten van de christen zijn exact die van de Ezel! Hij voegt er kostelijk spottend aan toe: inderdaad, de uitspraak van de bijbel dat de mens naar het beeld Gods geschapen is (Genesis), is volkomen waar: namelijk zo dom mogelijk!


Wat Zarathoestra dus opmerkt is dat de mens doorzien heeft dat God dood is, maar met het eropvolgende nihilisme niet kan leven, en daarom religieus blijft. Hij buigt het slechts om tot een ander soort van geloof, hij past het religieuze aan. Aangezien het allemaal nepwaarheden zijn waar de moderne religieuze mens zich aan overgeeft maakt Nietzsche dit duidelijk op de meest schokkende manier: de moderne religieuze mens aanbidt de ezel! Nietzsche was ongetwijfeld bekend met de spotprent die al uit de Romeinse tijd dateert waarin men een omgekeerde ezel gekruisigd ziet: de vergelijking is dus al zeer oud. Maar vandaag de dag actueler dan ooit! Niets heeft meer invloed in onze tijd dan deze vorm van religieus geloof. Wat 125 jaar geleden het toppunt van blasfemie toescheen, is vandaag de dag eenvoudig de feitelijke inhoud van talloze kerkelijke richtingen en religieuze mensen, het christelijke geloof van miljoenen. Voor mij is deze tekst daarom totaal niet kwetsend en grof, maar een tekst die meer dan alle anderen aantoont over welk een buitentengewoon scherp inzicht Nietzsche beschikte. Hij wist de moderne mens beter te ontmaskeren dan welk ander mens ook.


Een kostelijke illustratie van zulk religieus geloof stond in Trouw van 5 juli 2007. Het religieus geloof van een professor in de wiskunde:


We waakten bij Jezus, ik had er nog wel uren willen zitten
religieuze belevenissen

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Ronald Meester.

Wat hebt u meegemaakt?

„Elke zondag maak ik de oecumenische kerkdienst bij de Leidse Studenten Ekklesia mee. Daar kijk ik naar uit. Het is het mooiste moment van de week, en de rest van de zondag is er om heen gebouwd. Tijdens zo’n kerkdienst voel ik dat de mensen iets meer willen dan het over koetjes en kalfjes hebben. Tegelijkertijd gaan we het niet hebben over wat je tijdens de dienst zoal beleeft en voelt. Dat is een publiek geheim, iets dat verborgen moet blijven. Het onder woorden brengen ervan lukt namelijk nooit, je vervalt gauw in clichés.

Ik herinner mij de dienst op paasavond van vorig jaar nog heel goed. Een volle kerk waar de spanning en spiritualiteit bijkans doorheen knetterden. Er heerste een verstilde sfeer en er was slechts gedempt licht. We waakten bij het lichaam van Jezus. Niet letterlijk natuurlijk, maar toch zag ik het lichaam bijna voor me, nog steeds hangend aan het kruis in de stilte en de kou van de nacht. We lazen teksten uit Genesis en Baruch, en we zongen woedende regels over onrecht. De teksten en liederen verbonden het ontstaan van alles met het leven en de dood van Jezus, en uiteindelijk ook met ons eigen leven. Mijn gedachten dwaalden af naar het leven van Jezus. Ik kreeg tranen in mijn ogen toen ik dacht aan de drievoudige verloochening door Petrus en voelde mededogen met Judas de verrader en de laffe Pilatus. Aan het einde van de dienst – veel te vroeg voor mij, want ik had hier nog uren willen zitten – werd de paaskaars aangestoken. Vanuit dit ene lichtpunt gaven we het licht aan elkaar door en na enkele minuten baadde de kerk in het licht van honderden kaarsjes. Ik realiseerde mij dat we nu allemaal met elkaar verbonden waren. Het was een ontroerende, milde gedachte. Het was tot haar kern teruggebrachte religie.’’

Kon u hierin God ervaren?

„Jawel. Ik zing in het koor, samen met mijn vrouw en zus. Als we dan met elkaar staan te zingen, ontroert dat. Zelfs mensen met wie ik wel eens een conflict heb gehad, staan mee te zingen. Dat stemt mild. Het brengt geestelijke rust.

Ik heb een drukke baan, kinderen en andere bezigheden. Ik ben boos, gelukkig, een baasje dat belangen moet verdedigen. Maar om al die zaken gaat het uiteindelijk niet. Dat besef ik in de kerk. Als ik me opgenomen voel in de mensheid om me heen. In de verbondenheid met anderen wordt God zichtbaar.’’

Wordt God voor u ook in andere zaken zichtbaar?

„Als ik piano speel gebeurt het soms dat het spel een religieuze belevenis wordt. Dat is onafhankelijk van techniek, en het gebeurt ook weer in de interactie, nu tussen degene die speelt en het publiek. Dan gebeurt er iets. Dan kun je soms het gevoel krijgen dat de genade je toevalt, dat God zichtbaar wordt.

Ik geloof dat God in Jezus het meest zichtbaar is geworden. Als geen ander kende Jezus het leven en het leven kennen is God kennen.’’

Kan God dan ook in het gemeenschapsgevoel bij voetbal zichtbaar worden?

„Ik ben een groot voetbal liefhebber. Zondagsavonds zitten we altijd met zijn allen op de bank met het bord op schoot voor de tv naar voetbal te kijken. Ook de meiden vinden dat heerlijk. Misschien is op onze bank God dan wel zichtbaar.

Vroeger was ik de grootste atheïst die op aarde rond liep en deed ik ook in het voetbalstadion mee aan de waves. Met terugwerkende kracht moet ik nu ik wel gelovig ben – in ieder geval niet ongelovig – erkennen dat ook in de verbondenheid daar God misschien wel voelbaar was.’’

Uw God kan zichtbaar en voelbaar zijn. Kan hij nog meer?

„Ik geloof niet in een God die kan ingrijpen of in een God die ons eeuwig leven geeft. Ook in tijden van wanhoop heb ik nooit tot God gebeden om een andere loop van de gebeurtenissen of zelfs maar om steun. Wel zeggen we voor het eten aan tafel een gebed of spreuk op. ‘De aarde deed het bloeien, de zon deed het groeien. Lieve zon en lieve aarde, dat u ons nooit vergeet’ – een tekst afkomstig van de vrije school van de kinderen. Dat geeft het gevoel van samenzijn, is bedoeld om tot inkeer te komen, je te beseffen dat we het goed hebben met elkaar. Een echte religieuze beleving dus.’’

Ronald Meester (43) is hoogleraar wiskunde. Onlangs verscheen van zijn hand ‘De man die God kende. Christelijke spiritualiteit voor niet-ongelovigen’.


Indien het de lezer niet duidelijk is om wat voor soort religie het gaat, hier mijn analyse ervan ter verduidelijking:


"Ik zette me even neer op een bankje naast de Kurkentrekker Roller Coaster, en zou hier nog uren willen zitten; ik had bovendien mijn suikerspin nog niet gekocht"
religieuze belevenissen

Zonder diepgevoelde emoties geen religie – wellicht is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: de religieuze Meestergoochelaar.

Wat hebt u meegemaakt?

-Elke zondag ga ik naar een pretpark. Daar kijk ik naar uit. Het is het mooiste moment van de week, en de rest van de zondag is er om heen gebouwd. Tijdens zo'n rondgang voel ik dat de mensen iets meer willen dan het over koetjes en kalfjes hebben. Tegelijkertijd gaan we het niet hebben over wat je in de diverse emotie-attracties zoal beleeft en voelt. Dat is een publiek geheim, iets dat verborgen moet blijven. Het onder woorden brengen ervan lukt namelijk nooit, je vervalt gauw in clichés.

Ik herinner mij een rit in de Trombi op paasavond van vorig jaar nog heel goed. Een vol pretpark waar de spanning en spiritualiteit letterlijk doorheen knetterden. Er heerste een uitbundige sfeer en er was slechts bijzonder gekleurd licht van een ondergaande zon en flitsende lampen, en opwinding gierend van onderbuik tot keel. We stonden hoog in de lucht boven een onmetelijke afgrond even stil, met ons hoofd naar beneden, en beseften het zijden draadje waaraan ons leven hing. Niet letterlijk natuurlijk, maar toch zag ik de dood van het lichaam bijna voor me, na nog een paar seconden vliegen in een vrije val naar beneden waar de zwijgende en koude rotsen mij opwachtten. We gingen naar het bizarre en wrede Spookhuis, en bekeken de verdraaide, verwrongen en onrechtvaardige wereld van de Lachspiegels. Alle attracties verbonden ons met elkaar, verbonden ons met de diepste gevoelens van ons menszijn, onze sterfelijkheid en de wereld boordevol van duizelingwekkende mogelijkheden. Mijn gedachten dwaalden af naar het leven van mijn metgezellen. Ik kreeg tranen in mijn ogen toen ik dacht aan hoe Pieter alweer drievoudig de ballen misgooide, en voelde mededogen met Joop die niet meer meedurfde in de Jet-Star, en de laffe Pontus die zich boven alle pretparken verheven zegt te voelen. Aan het einde van de rondgang – veel te vroeg voor mij, want ik had hier nog uren willen zitten en mijn suikerspin nog niet gekocht – gingen we touwtjes trekken. Om beurten trok een ieder van ons aan een touwtje, en hengelden we met een zalige glimlach een klein niemandalletje op. Meestal gaven we zo'n 'buit' met glimlach aan een ander, een lichtpuntje van intermenselijkheid, en op het eind bereikte de sfeer van menselijke solidariteit haar hoogtepunt. Ik realiseerde mij op een uniek moment dat we nu allemaal met elkaar verbonden waren. Het was een ontroerende, milde gedachte. Het was tot haar kern teruggebrachte religie.’’

-Ik geloof niet dat het bestaan bewust ingrijpt in mijn leven, of in een Wezen dat ons eeuwig leven geeft. Ook in tijden van wanhoop heb ik nooit tot zo'n God gebeden om een andere loop van de gebeurtenissen of zelfs maar om steun. Wel zeggen we voor het eten aan tafel een gebed of spreuk op. ‘De aarde is een bloemen- en graftuin, de zon doet alles groeien en verschroeien. Lieve en Wrede Zon, en Lieve en Wrede Aarde, bij het aanzien van jullie aanschouw ik mezelf – een tekst afkomstig van de vrije school van Rereformed. Dat geeft het gevoel van samenzijn, is bedoeld om tot inkeer te komen, je te beseffen dat we het goed hebben met elkaar. Een echte religieuze beleving dus.


Het zal duidelijk zijn dat het hier niet meer om religie gaat, maar eenvoudig om behoefte aan intense emoties. Religie is hetzelfde als volkomen overgave aan klassieke muziek tijdens een concert, geheel opgaan in een dramatische film in de bioscoop, of opwindende gevoelens beleven in een pretpark. Religie is het jezelf troostende, opwindende en prettige gevoelens geven. Met de waarheidsvraag aangaande de realiteit is men niet meer bezig. Men kan het naar believen invullen.