Print Commentaar op Aldus sprak Zarathoestra, deel 1, uit als Word document (95 bladzijden).





Een uitleg van Aldus sprak Zarathoestra




Inleiding tot deel I


Op 1 februari 1883 schreef Nietzsche in een brief aan zijn vriend KŲselitz dat hij juist een klein boekje had geschreven van ongeveer 100 bladzijden. "Maar het is mijn beste boek, en met het schrijven ervan rolde een zware steen van mijn ziel af. Niets van wat ik ooit geschreven heb is zů zwaarwichtig, niets zů opgewekt; ik voel in het diepst van mijn hart dat het deze kleur is die de kleur van mijn karakter weergeeft."
Het manuscript waar hij het over had zou de titel krijgen Aldus sprak Zarathoestra. Nietzsche had het in tien dagen van koortsachtig schrijven op papier gezet. Hij schreef dat het een onderdeel was van een groter geheel. "Van nu af aan zal men mij in Duitsland onder de gekken rekenen. Het boek staat vol met preken over moraal." Op dezelfde dag schreef hij aan een andere vriend, Franz Overbeck, dat hij met zijn beste boek een beslissende stap genomen had, waarvoor hij lange tijd de moed niet had kunnen vinden. Twee weken later schreef Nietzsche aan zijn uitgever dat hij een 'nuttig' boekje had geproduceerd, "een poŽtisch werk, een soort vijfde evangelie, een boek van een soort waarvoor men nog geen naam heeft. Het is het zwaarwichtigste maar ook het opgewekste van al mijn werken, en voor iedereen te begrijpen." De laatste opmerking moet met een glimlach worden gelezen: het was een reclametruc en wishful thinking van een filosoof die weinig bekend was met de wereld van kruideniers en spoorwegbeambten.

KŲselitz was de eerste die het manuscript las (om het in het net uit te schrijven) en er als eerste commentaar op gaf: "De buitengewone expressie van jouw intelligentie, de kracht van jouw taal, de rijkdom van doordachtheid, tot in de kleinste details, de gloed en het majestueuze van je gevoelens, laten me achter met verbijstering, ze winden me op, ze laten me beven...Er bestaat niets vergelijkbaars..." Hij hoopte dat dit boek eenmaal net zo veel gedrukt zou worden als de bijbel, "iets wat waarschijnlijk pas aan het begin van de 21ste eeuw zal gebeuren".
De werkelijkheid had, zoals gewoonlijk, iets heel anders in petto dan het vervullen van menselijke illusies: Nietzsche's nieuwe boek ondervond om te beginnen al grote vertraging gedrukt te worden. De uitgever was koortsachtig bezig vůůr Pasen een verpletterend aantal van een half miljoen christelijke gezangenboeken te drukken! Later ontdekten de drukkers de God is dood frase op bladzijde drie, en dreigden ze het drukwerk te zullen staken! Blijkbaar werden ze uiteindelijk toch omgepraat, na een half jaar, toen deel II inmiddels ook al af was, verscheen deel I eindelijk, in de omvang van wel duizend boeken. Een paar jaar later kreeg Nietzsche bericht dat de verkoop van geen van zijn Zarathoestra boeken nog de honderd was gepasseerd...



De Titel

Waarom heet het hoofdwerk van Nietzsche Aldus sprak Zarathoestra? Werd hij een volgeling van een exotische godsdienst ofzo?

Nietzsche werd in zijn laatste jaren volledig in beslag genomen door een obsessieve gedachte: hij was niet slechts een begaafde denker met een heldere kijk op vele zaken, maar iets veel groters...Hij had in grote eenzaamheid al maar dieper in zijn eigen ziel gegraven, totdat hij -tegen de 40 aanlopend- wat inzicht betreft in hogere regionen verkeerde dan welk ander mens dan ook om hem heen. Hij besefte dat hij met uniek inzicht zowel het verleden als de toekomst van de mensheid overzag en doorgrondde, en hij als eerste met duidelijkheid inzag dat de mensheid op een beslissend kruispunt van twee volkomen verschillende tijdperken stond. Het tijdperk dat achter hem lag nam duizenden jaren geleden een aanvang met Zarathoestra, ook wel Zoroaster genaamd. Zarathoestra, een schimmige figuur uit het oude PerziŽ van ongeveer 900 voor Christus (hij is zelfs zo schimmig dat ik dateringen tot 600 voor Christus ben tegengekomen), wordt gezien als de uitvinder van vele gedachten waarin de gehele wereld sindsdien ondergedompeld werd, tot op de dag van vandaag. In de religie van Zarathoestra wordt voor het eerst de wereld gezien als een strijd tussen Goed en Kwaad, begrippen, die ook gezien kunnen worden als de uitdrukking van bovennatuurlijke wezens: er is een Goede God en een Tegenstander, in eeuwige strijd met elkaar. De mens is het slagveld, en hij heeft persoonlijke verantwoordelijkheid zijn keuze altijd op het goede te laten vallen. De tijd wordt in deze geschiedenis gezien als hebbende een begin en een eind (lineair). De strijd tussen goed en kwaad zal escaleren, en wanneer zij eens een climax bereikt zal de wereld, geschiedenis en de tijd ophouden te bestaan, en alle daden van alle mensen gewogen worden. Op basis daarvan zal men paradijselijke beloning of helse straf krijgen.
Deze gedachten -oud als ze zijn- klinken ons verrassend bekend in de oren. Ze deden bijvoorbeeld de ronde in het latere Babylonische rijk, waar de Joden naartoe waren getransporteerd, en waar grote delen van het Oude Testament werden geschreven. In het latere christelijke geloof werden deze zaken allemaal met huid en haar opgenomen. Ook de griekse filosofie eigende zich deze denkbeelden toe. Via de grieks-christelijke cultuur belandden de ideeŽn later ook weer in de Islam, en beheersen ze nu het denken van grote delen van de wereldbevolking.


Nietzsche ziet zichzelf nu aan de poort van een nieuw tijdperk staan. Hij zag in -zoals zo ongeveer alle hooggeschoolde mensen in zijn tijd- dat deze Goede Persoonlijke God, ook wel naief Onze Lieve Vader in de Hemel genoemd, en zijn kwade tegenstander Satan (die meer liefkoosnamen heeft dan op te sommen zijn) slechts hersenkronkels van de mens waren. Tot die kronkels behoren natuurlijk ook godswonderen, godsopenbaring en wetgeving op een berg, boze geesten, engelen, aartsengelen en hemelse heerscharen, goddelijke leiding, godmensen, heilige maagden, door God geroepen uitverkorenen, verzoening door bloedoffers, bij goden bedelen om zegeningen, derde en zevende hemels, goddelijke visioenen, vuurzeeŽn waar eeuwig gekweld wordt, en met goud belegde straten van Jeruzalem ergens daarboven. De mens is via de wetenschap opgegroeid en heeft eindelijk ingezien dat er geen redenen zijn allerlei mythische verhalen uit de oudheid serieus te nemen en nog minder volledig uit de lucht gegrepen metafysische denkbeelden en overtuigingen aan te blijven hangen. Maar met het wegvallen van de traditionele godsdiensten die duizenden jaren lang het denken beheerst hebben, ontstaat er in de wereld een gigantische leegte, bij velen een gevoel van desillusie. Hij noemt deze situatie nihilisme, en verwacht dat dit in de volgende eeuw voor enorme catastrofen en chaos zal zorgen, uitmonden zal in ongekende decadentie; apathie voor de ťťn en een zich overgeven aan lage instincten voor de ander. Drie jaar nadat hij deel 1 van Aldus sprak Zarathoestra geschreven had, schreef hij het vijfde deel van zijn boek De Vrolijke Wetenschap, dat begint met de volgende woorden:


De grootste recentelijke gebeurtenis -dat 'God dood is', dat het geloof in de christelijke God ongeloofwaardig is geworden- werpt zijn eerste schaduwen al over Europa...In het algemeen mag men zeggen: de gebeurtenis is veel te groot, te ver in het verschiet, te ver verwijderd voor het bevattingsvermogen van de massa's, zelfs om zich in te denken dat het tijdstip van de aankondiging ervan gearriveerd is. Nog minder zou men mogen veronderstellen dat veel mensen op dit moment al zouden beseffen wat de betekenis van deze gebeurtenis werkelijk is, en hoeveel in zal storten, nu geloof is ondermijnd, omdat zoveel op geloof gebouwd was, er door ondersteund werd, ermee vervlecht was; bijvoorbeeld de gehele Europese moraal. Deze lange uitgerekte aaneenschakeling van ontsporingen, vernietiging, ruÔnes en katastrofen die nu voor de deur staan -wie zou er vandaag de dag genoeg van raden om op te treden als leraar en verziende verkondiger van deze monsterlijke logica van terreur, als profeet van doem en een zonsverduistering van een omvang die de wereld nog nooit eerder gezien heeft? (343)


Nietzsche zag zich uiteindelijk genoodzaakt om zichzelf aan te stellen als gids voor de mensheid van de toekomst. Deze taak werd des te moeilijker naarmate hij de implicaties van het nihilisme in zijn eigen denken steeds scherper ervoer. Zijn boek Aldus sprak Zarathoestra is niet slechts een leerboek met antwoorden voor toekomstige generaties, maar ook het verslag van de persoonlijke worsteling van Nietzsche zelf, het verhaal dat telkens een antwoord moet zien te geven op denkprocessen die voortdurend aan verandering en ontwikkeling onderhevig zijn: Nietzsche is de eerste die zich deze toekomst bewust probeert voor te stellen; hij doorloopt daarbij ahw allerlei fases van het denken van toekomstige mensenlevens, door ze met zijn grote denkkracht zelf op te roepen en zich dan telkens te bezinnen op een reactie. Nietzsche begeeft zich in de persoon van Zarathoestra op een geestelijke ontdekkingsreis die een grote en allesvergende klim blijkt te zijn. Zijn boek heeft daarom wel vier delen en elk vervolgdeel is gecompliceerder dan het vorige. Waar het eerste deel mee aankomt is niet bepaald het laatste woord wat Zarathoestra te zeggen heeft.


Zarathoestra is in het boek van Nietzsche dus een stijlvorm om zichzelf mee aan te duiden, en om ermee aan te duiden dat het om de allergrootste zaken gaat: een boek dat de wereldgeschiedenis in tweeŽn zal splitsen. Hij laat Zarathoestra als het ware opnieuw in de wereld optreden. De oude Perzische profeet was de eerste die met revolutionaire nieuwe ideeŽn aankwam, en is dus de eerste mens die dit pad tot het einde toe beloopt en opmerkt dat ze niet bevredigend genoeg zijn. Voor hem is absolute eerlijkheid van denken een nog grotere waarde dan alle andere zaken waarin hij eventueel nog zou geloven. Waarheid spreken en goed met pijlen schieten, zijn de zaken die de oorspronkelijke Perzische Zarathoestra en Nietzsche aan elkander verbinden. Nietzsche schreef:


De zelfoverwinning van de moraal uit oprechtheid, de zelfoverwinning in mijzelf van de moralist op zijn tegengestelde-, dat betekent in mijn mond de naam Zarathoestra. (Ecce Homo)


Zarathoestra -met de ervaring van al die eeuwen die achter hem liggen- heeft dus een taak om de dingen recht te zetten. Hij komt nu met geheel andere ideeŽn aanzetten en kenmerkend voor deze nieuwe Zarathoestra is dat de leringen precies het tegenovergestelde zijn als voorheen. Hij wordt dus de aanklager van de oude leer -een leer die catastrofaal bleek te zijn-, en de brenger van een nieuwe, uiteraard verbeterde versie van godsdienst.


Het zal duidelijk zijn dat dit in de praktijk betekent dat Nietzsche in zijn boek Zarathoestra het christelijk geloof aanklaagt, en hiervoor een alternatief geeft. Nietzsche maakte dit enige jaren later nog duidelijker door een boek te schrijven met de naam De Antichrist, een synoniem voor Zarathoestra, en alweer een alias van Nietzsche zelf. Geen wonder dus dat Nietzsche de meest beschimpte filosoof uit de gehele geschiedenis is; de christenen doen al meer dan honderd jaar hun uiterste best hem elke dag uit te schelden, te verwerpen en te waarschuwen voor zijn 'verderfelijke' filosofie. Terwijl christenen tegenwoordig toch aan heel wat tegenwind gewend zijn en op kritiek op hun geloof vaak laconiek reageren, slaan bij hen in de regel alle stoppen door wanneer ze Nietzsche behandelen. Een goed voorbeeld vindt men op het internet The pillars of unbelief. Peter Kreeft, een spreekbuis voor het katholicisme, schrijft hier kort en bondig in zulke felle bewoordingen dat de argumenten hun kracht verliezen en bij de lezer wellicht een glimlach van medelijden met de schrijver opwekken. Maar we leren aan de hand van zo'n tekst wel duidelijk de reden waarom Nietzsche bij christenen een heel speciale plaats inneemt:


We zien nu in waarom Nietzsche als denker van zo'n beslissend belang is. Het is niet ondanks zijn waanzin, maar juist vanwege zijn waanzin. Niemand in de gehele geschiedenis, mogelijk met uitzondering van Marquis de Sade, heeft ooit zo duidelijk, openhartig en consequent een volledig alternatief voor het christendom geformuleerd...De geest van de Antichrist heeft nooit zo'n voortreffelijke bewoording gevonden. Nietzsche was niet alleen de favoriete filosoof van de Nazi's, hij is de favoriete filosoof van de hel.

Maar laten we Satan danken zo dom te zijn geweest zijn vermomming bij deze man geheel te vergeten aan te trekken. Net als met het nazidom, doet Nietzsche ons rillen van weerzin (Nietzsche may scare the hell out of us) en zo helpt hij er juist aan mee om onze beschaving te redden, of om onze zielen, opgewekt door afgrijzen, voor het tegendeel te laten kiezen voordat het te laat is.


Behalve dat het afschilderen van Nietzsche als een duivels monster een gemakkelijk aan te tonen monsterlijk grove verdraaiing van de feiten is, blijft deze denker ook zonder verdediging fier overeind staan omdat hij beschikt over een onoverwinnelijk wapen, een wapen dat de gelovigen in hun geestelijke wapenrusting volledig ontbreekt en hen daarom tot op hun bot treft: absolute intellectuele eerlijkheid. De waarde van deze eigenschap is des te groter omdat het hier gaat om een bijkans ongenaakbare intelligentie; slechts weinigen kunnen met Nietzsche in intelligentie wedijveren, zodat pijlen van ergernis over zijn gedachten, afgeschoten door mensen met slechts middelmatige denkkracht en uiterst bevooroordeelde opinies, in de regel werken als bewijzen van zijn gelijk.


Ik ben iemand die niets liever doet dan iedere dag enig geruststellend geloof te verliezen, iemand die zijn geluk zoekt en vindt in een dagelijks voortschrijdende bevrijding van geest. (Uit brief aan Louise Ott, 22 sept. 1876)


Bovenstaande zin schreef Nietzsche al zes jaar voor Zarathoestra, en dit is precies het omgekeerde van waar men een religieus gelovige altijd aan herkent.


Er is nog een andere geliefde manier waarop christenen Nietzsche behandelen. Gelovigen die onder de indruk van Nietzsche zijn, lijven hem zoveel mogelijk in, alsof hij een profeet was die alle zieke plekken in het christelijk geloof aanwees. Ze beschouwen zijn kritiek op de christelijke praktijk als terechte kritiek, maar slechts op een 19e eeuwse kleinburgerlijke vorm van het christelijk geloof, een versteend wetticisme, een verstard dogmatisme, een zwak moralisme enz., waar deze moderne christenen naar men mag aannemen boven staan. Het 'eigenlijke' christendom, dwz een levensideaal dat niet ťťn bepaalde vorm heeft, maar gezien moet worden als een 'levende realiteit' in het innerlijk van de gelovige, zou Nietzsche niet begrepen hebben. Dit is natuurlijk de meest handige redenering die de godsdienst altijd toepast: men past in iedere tijd de godsdienst aan de tijdgeest aan, wast zijn handen van het verleden, en maakt van de godsdienst een kameleon: welke kleur men ook geeft om de kameleon te beschrijven, men kan het eenvoudig ontkennen door te zeggen dat de kameleon 'in werkelijkheid' een andere kleur heeft. Maar Nietzsche doet juist weinig anders dan 'de levende realiteit' van het christelijk geloof, dus de psychologische, innerlijke aspecten van het geloof te ontbloten, en hij kijkt daarbij terug op 1800 jaar christelijke geschiedenis. Zijn eindconclusie is dat dit geloof op waan berust en voortkomt uit innerlijk ziek zijn van de mens. Maar al zou het zo zijn dat Nietzsche slechts over het ziek zijn van de moderne mens heeft, de mens die de modern-christelijke grootvader-God geschapen heeft, -ťťn die bestaat om zijn kindertjes maar zoveel mogelijk te vertroetelen- en dat die niet de werkelijke God van de bijbel is, terugkeren naar die echt bijbelse God (dus aangevuld met de trekken van de oud-testamentische Jahweh) zou een evenzo grote ramp betekenen voor de mensheid als een wereld overgeleverd aan de fundamentalistische islam, iets waar ik in het deel van Volwassen Geloof waarin ik de bijbel aan de kaak stel op heb willen wijzen. Er is in moderne tijden voor het christendom geen gezonde toekomst meer. Het is een keus tussen twee even onbevredigende uitersten: ůf je verschansen in een tiranniek denksysteem dat van mensen slaven maakt en de tijd altoos in de richting van bijgelovige middeleeuwen tracht terug te duwen, ůf de christelijke religie beleven als een zoet sausje op de hoofdmaaltijd van het leven: het leven baseren op rationeel denken, maar af en toe een paar religieuze rozijnen die je wel aanstaan -zo niet stiekem, dan toch behoedzaam en onopzichtig-, verorberen.
Fundamentalistische gelovigen redeneren in de regel dat Nietzsches geestelijke instorting en 'pervers denken' een automatisch gevolg zijn van een situatie waarin iemand God serieus zoekt, maar het ware evangelie pertinent niet wil aanvaarden. Zo iemand staat dan in de ban van de satan of zal de direkte straf van God ontvangen. Hier een voorbeeld van een 'christelijke behandeling' van Nietzsche:


De beschrijving van zijn confirmatie op Pasen 1861 toont ons het beeld van een zeventienjarige, overmand door religieuze emoties, maar wiens godsdienst vrijwel elke inhoud miste. Voeg daarbij de lectuur, die hij in Pforta moest verteren en waarin de noties van de Bijbel als Gods Woord en van Jezus als de enige Weg tot de Vader op quasi-wetenschappelijke wijze werden ontkend, en het moet ons niet verwonderen, dat de intelligente Friedrich het christelijk geloof vaarwel zegt, tot groot verdriet uiteraard van zijn ouders, die er totaal, maar dan ook totaal niets van begrijpen.
Hij gaat in Bonn studeren en breekt daar de theologische studie af na het lezen van Das Leben Jesu van David Friedrich StrauŖ, die in dat boek van het bijbelse getuigenis over Jezus geen spaander heel laat. Nietzsche trok uit dat werk de conclusie, dat het christelijk geloof had afgedaan en van geen enkele betekenis meer was in onze cultuur. Hij was kennelijk een heldere denker!
Nietzsche is een zeer intelligent, emotioneel en radicaal mens. Hij beseft dat, als hij het christendom afwijst, hij dat ook radicaal moet doen. In zijn geschriften komt dat steeds meer tot uiting. Er zitten hoogmoedige, neurotische trekken in Nietzsches houding. Hij verheft zich in zijn opvattingen boven alle mensen. En dat is geen psychisch gezonde instelling! M.i. heeft dat een rol gespeeld in zijn latere psychische verwarring.
Hij wijst af en toe op zichzelf als de anti-christ(!). De oude Ė christelijke Ė moraal haat hij vanuit de grond van zijn hart. Hij vindt dat maar een slavenmoraal, afkomstig van de Joden. Niet heersen, maar dienen! Wat een verachting van het grootse in de mens!! Wat heeft hij gefulmineerd tegen dat verachte slavenvolkje, dat de superieure cultuur van het oude Egypte door hun wraakzucht heeft willen vernietigen. Hij is er bijna in gestikt! Volgens Nietzsche moet er een nieuwe moraal komen, anders gaat de wereld ten onder. Wonderlijk, dat hij ziet, wat vele christenen ook heden ten dage nog weigeren te zien, nl. dat een moraal die die naam waard is, niet kan bestaan zonder God. Maar voor Nietzsche kan de drager van die nieuwe moraal niet God zijn. Want Die is immers dood verklaard. Dat het slechts de Ďgodí van de filosofen is, die is ontmaskerd, ontgaat Nietzsche, wonderlijk genoeg.
...Dus moet er een nieuw wezen komen, dat de mens overstijgt, een Uebermensch, het blonde beest, die zijn moraal vanuit zijn overmacht en zijn willekeur dwingend aan de samenleving oplegt. Dat wordt dan geen slavenmoraal, maar een Herrenmoral. Zijn wil is de nieuwe moraal.
In 1876 wordt het werk Nietzsche te veel. Hij geraakt geestelijk steeds meer in de war en kan tenslotte het werk niet meer aan. Hij vindt nergens rust en zwerft van het een naar het ander. Zijn geschriften worden steeds cynischer, feller en vijandiger. In 1889 vervalt hij tot krankzinnigheid. Zijn moeder neemt hem mee naar een psychiatrische kliniek in Jena, waar hij een jaar verblijft tot zij hem thuis in Naumburg opneemt. Als zij in 1897 overlijdt, neemt zijn zuster Elisabeth hem op in haar huis in Weimar, waar hij op 25 augustus 1900 overlijdt.
Nietzsche is Ė ondanks al zijn exotische invallen Ė een ziener geweest van wat komen ging. Hij leeft nog in de luwte, die aan de storm vooraf gaat. Hij ziet voor welke keuze de mens zonder God wordt geplaatst. Glashelder en messcherp. Paulus zegt, dat de mens zonder God in zijn verstand verduisterd wordt. Nietzsche geeft met zijn leven aan, dat de volle consequentie daarvan de krankzinnigheid is. Nietzsche deed de keuze, die hij als de enige zag en accepteerde dat hij daarbij ten onder zou gaan. Dus moet er een nieuw wezen komen, dat de mens overstijgt, een Uebermensch, het blonde beest, die zijn moraal vanuit zijn overmacht en zijn willekeur dwingend aan de samenleving oplegt. Dat wordt dan geen slavenmoraal, maar een Herrenmoral. Zijn wil is de nieuwe moraal. (Rinus Kiel)


Bovenstaande bevat een aaneenrijging van sterk eenzijdig gekleurde en enige pertinent onjuiste uitspraken over Nietzsche. Nietzsche krijgt een pluimpje omdat hij intelligent, emotioneel en een helder denker is, en niettegenspreekbaar een ziener is van wat komen gaat, dingen waar men als criticus niet omheen kan, maar alles wat gezegd wordt probeert juist het beeld te scheppen dat we met het tegendeel te maken hebben. Er wordt ons een lawine aan negatieve oordelen aangeboden, die de lezer aan het eind bewust achter wil laten met het idee van 'zielige gek en zieke mislukkeling', iets wat de christenen aardig gelukt is, want we zullen vele mensen tegenkomen die Nietzsche nooit gelezen hebben, maar wel genoemde conclusie over hem weten uit te spreken.

Laten we bovenstaande tekst eens doorwandelen:
-De school Pforta waar hij naartoe gaat is 'quasi-wetenschappelijk' en anti-christelijk: In werkelijkheid was deze school juist een christelijk bolwerk, en produceerde de school de knapste koppen, zoals Klopstock, Fichte, MŲbius, Schlegel, Ranke, Nietzsche en vele andere mannen van naam.
-Bij zijn confirmatie was Nietzsche 'overmand door religieuze emoties', maar vreemdgenoeg ontbreekt 'de inhoud' volkomen: Waar iemand het lef vandaan haalt zů onbeargumenteerd het geloof van iemand anders te bestempelen als onecht en inhoudsloos, is alleen begrijpelijk wanneer men een christelijk vooroordeel heeft dat 'waar geloof' onwankelbaar is.
-Nietzsche geeft zijn geloof op 'tot groot verdriet uiteraard van zijn ouders, die er totaal, maar dan ook totaal niets van begrijpen': Iets teveel van het goede, aangezien zijn vader nota bene al meer dan 15 jaar in zijn graf ligt...
-Nietzsche 'verklaart' God dood. In werkelijkheid concludeerde hij op grond van vele redenen dat God dood was en zag hij dit als een rampzalige gebeurtenis.
-De schrijver insinueert vervolgens een jodenhaat: Vele citaten kunnen echter worden gevonden die Nietzsche juist tot de enige Duitse felle anti-antisemiet maken die er in die tijd maar te vinden was, terwijl de antisemieten juist altijd als christenen door het leven gingen.
-Vervolgens loopt de schrijver het geijkte pad af dat al meer dan 100 jaar betreden is: men neme een paar krachttermen van Nietzsche -en late vooral de term 'blond beest' als synoniem voor de Bovenmens niet achterwege- en scheppe daarmee een soort weerzinwekkende nazi-ideologie: In werkelijkheid zag Nietzsche het ideaal van de Bovenmens het meest belichaamd in de personen Spinoza en Goethe.
-Dat Nietzsche 'slechts' de God van de filosofen afwees is een dooddoener, omdat er in het christelijk geloof helemaal geen andere God is dan de God die de filosofen van alle eeuwen gemaakt hebben. Juist omdat de bijbel een hele rits van godsvoorstellingen geeft, van een mensachtig wezen dat zich bezig houdt met boetseren van aarde om er een mooie vrouw van te maken, en af en toe afkoeling nodig heeft in de tuin van Eden, of uit de hemel neer moet dalen om te weten te komen wat de mensen uitrichten, of een hapje eet met Mozes en de 70 oudsten op een berg, tot aan een woedende verdelgingsgod of oorlogsgod, tot aan de wat latere God in de Profetenboeken, die helemaal geen offers meer wil, en tot aan de God die helemaal afwezig is in Prediker, of die nog weer later op het geweldige idee komt de mens opeens lief te hebben en zijn 613 wetten maar te vergeten, zelfs vergevingsgezind mens gaat worden in Jezus, en maar liefst Vader, Zoon en Heilige Geest genoemd wil worden enz., enz., dus juist vanwege dit goddelijk circus in de bijbel, hebben we alle eeuwen filosofen -lees denkers- nodig gehad die al het volkomen absurde, onbegrijpelijke en tegenstrijdige in de bijbel om kunnen toveren tot iets zinnigs. De 'God van de bijbel' bestaat dus helemaal niet; iedere tijd, ieder mens maakt zich een God, en de filosofen -dwz de grootste denkers- hebben de meest aanneembare goden geschapen. Anders gezegd: in het christendom hebben we alle eeuwen door te maken gehad met twee goden: de persoonlijke God van het geloofsleven van de vrome gelovige (de naieve invulling van God die de bijbel geeft, waarin men hem zoveel mogelijk ziet als een uitvergroot mens) en de God die voldoet aan de hoogste vereisten van het menselijk intellect, hetgeen uitloopt op abstract denken, en in de hoogste consequentie op God als symbolisch begrip. Het spreekt vanzelf dat de gelovige meestal de twee met woordgegoochel aan elkaar heeft geprobeerd te lijmen om hem zowel een daadwerkelijke realiteit te doen zijn als ook een geloofwaardig begrip. Indien men nu toegeeft dat die grootste christelijke denkers die het christendom gehad heeft allemaal de bijbel verkeerd begrepen, dan is het wel heel droevig gesteld met het christendom: wat overblijft is dan blijkbaar godsdienst voor de domsten, godsdienst voor mensen die de rede verachten en slechts behoefte hebben aan hun eigen stokpaardjes en bijgeloof.
-Vervolgens de veelgehoorde redenering dat Nietzsche een ongezond soort eigendunk had. Hoe weinig heeft dit om het lijf, wanneer we opmerken dat deze kritiek in de regel uit de mond van een christen komt, dus uit de mond van iemand die zelf nota bene een held bewondert die zich nog veel hoger verhief boven alle andere mensen dan Nietzsche. Jezus, althans in de mythologische versie van Johannes dat altijd het lievelingsevangelie van de christenen geweest is, is het toppunt van deze karaktertrek die men bij Nietzsche zo afkeurt: de vergoddelijking van zichzelf! Een christen zal hier wellicht tegenin brengen dat Jezus zichzelf bewees door wonderen te doen zoals de opwekking van Lazarus. Maar indien theologen als David Friedrich StrauŖ van zo'n verhaal in het evangelie van Johannes 'geen spaander heel laat' omdat zo'n kolossale gebeurtenis geheel niet vermeld wordt in de andere (vroegere) evangeliŽn en zoiets onvoorstelbaar zou zijn indien het waarlijk gebeurd was, zijn deze theologen dan niet eerder onbevooroordeeld en eerlijk dan 'quasi-wetenschappelijk'? Al evenvreemd is de christelijke aantijging dat Nietzsches schrijven "fel, cynisch en vijandig" is, terwijl diezelfde mensen altijd lovend spreken over hun Jezus die met dezelfde stijl tegen de FarizeeŽn, plus nog gewapend met een letterlijke zweep tegen goddeloos gepeupel in de tempel, ten strijde trok.
Maar bovendien is het juist de bedoeling Zarathoestra als tegenhanger van de bijbel te laten optreden. Dus voor Nietzsche is Zarathoestra grotendeels een bewuste creatie, een stijlvorm om het Nieuwe Testament naar de kroon te steken: Zarathoestra moet een persiflage van Jezus zijn, maar hem overtreffen in wijsheid; in bepaalde opzichten legt Zarathoestra dus vanzelfsprekend dezelfde karaktereigenschappen aan de dag als Jezus, daartoe behoort bijvoorbeeld de volkomen autonomie in zijn optreden (het scheppen van eigen wetten) en de gedachte aan ondergang, dwz het bewust geven van zijn leven ten dienste van het grotere. Zarathoestra is dus eenzelfde verschijning als Jezus, maar met volkomen tegengestelde leringen. Wat het aspect van de hoogmoed betreft, doet Nietzsche vaak zijn uiterste best te laten zien dat Zarathoestra slechts een mens onder de mensen is, en laat hem worstelen met zijn eigen menszijn en af en toe falen. Bovendien is het Nietzsches bedoeling dat iedereen tot dezelfde goddelijkheid uitgroeit, en zijn grootste wens is mensen te zien die Zarathoestra zullen overtreffen. Wat er aan eigendunk daarna nog overblijft zou men net zo goed een uiting van een gezond mens kunnen beschouwen, de uiting van iemand begiftigd met een geweldige overvloed aan talenten en een buitengewoon scherp inzicht, iemand die terecht zijn opmerkelijke plaats in de geschiedenis onderkent. Hoe zou zo iemand als Nietzsche zich ook kunnen voelen als jan-en-alleman? Hoe zou een hoogbegaafd individu die begaan is met het lot van de wereld en grootse visies heeft er iets beters van te maken, niet wanhopen aan de domheid, luiheid en onverschilligheid van de grote massa om hem heen? Alweer deed Jezus precies hetzelfde toen hij uitriep "O ongelovig geslacht, hoe lang nog moet Ik onder jullie optreden! Hoe lang moet Ik jullie nog verdragen!" (Marc. 9:19) Waarom klaagt niemand over de hoogmoed en het opgeblazen ego van Jezus? Ik stel voor de bizarre hoofdstuktitels in Ecce Homo ("Waarom ik zo wijs ben", "Waarom ik zo intelligent ben", "Waarom ik zulke goede boeken schrijf") eens een keer als humor van een intellectueel te lezen, en de reakties van de christelijke klagers over Nietzsches kijk op zichzelf eens te vergelijken met de reakties van de broers van Jozef toen die met zijn droom aankwam.
-Tenslotte, de gedachtengang die hierboven geopperd wordt dat Nietzsche met de jaren geleidelijk geestelijk ziek wordt, is absoluut in strijd met de feiten van Nietzsches leven. Zijn geestelijke instorting geschiedde op een dramatisch moment, op 3 januari 1889, met slechts een korte periode daarvoor waarin men sporen van wat ophande is zal kunnen bespeuren. Men zou inderdaad kunnen stellen wat Nietzsche ook zelf opmerkte, dat het jarenlang onophoudelijk filosofisch bezig zijn met de diepste levensvragen zowel geestelijk als fysiek uitputtend was. Maar 'waanzin', 'geestelijk in de war zijn', als de achtergrondkleur van al zijn schrijven van de laatste aktieve vijftien jaren neer te zetten, is onverantwoord en ingegeven door de wens hem niet serieus te hoeven nemen. Het opgeven van zijn baan tien jaar tevoren is geheel te rijmen met geestelijke gezondheid, wanneer men maar het eenvoudige feit inziet dat het hier gaat om een uitzonderlijk intelligent mens die zich bezig moet houden met een onbenullige werkzaamheid die al zijn tijd opeist. Al na twee jaar hoogleraar in de filologie te zijn geweest schreef hij een brief aan Wilhelm Vischer, het hoofd van de universiteit, waarin hij openlijk erover klaagt filologie te moeten geven, terwijl hij voelt een taak te hebben als filosoof (zie brieffragment hieronder). Een half jaar voor zijn geestelijke instorting schreef hij nog aan de Deense professor Brandes een terugblik op zijn leven (april 1888). Daarin vermeldt hij dat zijn gezondheid sinds 1876 inderdaad schrikbarend achteruit ging, niet vanwege 'geestelijk in de war zijn', maar vanwege


...uiterst pijnlijke en aanhoudende hoofdpijn die mijn krachten sloopte. In al die jaren werd het steeds erger en kwam het tot een hoogtepunt waarbij mijn voortdurende pijnen voor tweehonderd pijnlijke dagen per jaar zorgden. De ziekte moet geheel en al toegeschreven worden aan fysische oorzaken; elke neuropathologische oorzaak ontbreekt. Symptomen van geestelijk gestoord zijn heb ik nooit gehad.


Zelfs een paar maanden voor zijn instorting schreef Nietzsche in zijn autobiografie nog dat hij zojuist de mooiste herfst van zijn leven beleefde en gelukkig was, en met dankbaarheid terugkijkt op heel zijn leven. Vůůr 27 december 1888 (dus een week voor het beroemde incident waar Nietzsche in Turijn een paard om de hals vloog dat door een koetsier werd geslagen) is er weinig aanleiding om bij hem aan waanzin te denken. Zijn 'krankzinnig worden' was naar alle waarschijnlijkheid het gevolg van een vergevorderd stadium van syfilis, een ziekte die men in die tijd nog niet behandelen kon. Deze ziekte was ook verantwoordelijk voor zijn aanhoudende hoofdpijnen en geleidelijk blindworden en tastte op een heel specifiek tijdstip dramatisch zijn geestelijke vermogens aan. Later raakte Nietzsche nog verlamd aan de rechterzijde en tastte de ziekte ook zijn spraakvermogen aan. Sommigen denken daarom aan een hersentumor. De enige reden om zijn geestelijke instorting uit te leggen als het gevolg van zijn atheÔsme en aanvallen op het christendom ligt in het feit dat het de christenen zo prachtig uitkomt zo te redeneren. Het is een perfect voorbeeld van iets wat in de wereld in het geheel niet aan te wijzen is, namelijk dat je op straffe van goddelijke toorn niet mag spotten met de bijbelse God, of dat de duivel een realiteit is indien je je aktief verzet tegen het evangelie. En juist dat is een lievelingsonderwerp van alle evangelisten, want een beetje dreiging doet altijd wonderen; het moet altijd gepredikt worden om de gelovigen maar eeuwig in het gelid te laten lopen. De mythe dat Nietzsche door de satan bezeten was behoort thuis in dezelfde categorie als de onzin die altijd door christenen wordt opgelepeld over de vreselijke doodsangsten die beroemde atheÔsten zogenaamd altijd gehad hebben (zoals David Hume en Voltaire). Wanneer men zulke propaganda tegenkomt kan men er in de regel zeker van zijn dat het tegendeel waar is. [1]


Tezelfdertijd wil ik hierbij aantekenen dat er m.i. best veel waarheid schuilt in de stelling dat het veelal christenen zijn geweest die Nietzsche op een bijzonder diepzinnige wijze hebben begrepen. Maar het gaat dan altijd om een geheel ander slag mensen, en wel zeer ontwikkelde personen. Een goed voorbeeld hiervan is het beknopte, maar voortreffelijke en bijzonder leerzame boek van P. Veldhuizen, een Nederlands Gereformeerd predikant, Nietzsche en de kromme lijn. Het sleutelwoord tot een juist verstaan van Nietzsche is hem te zien als "de vroomste van allen die niet in God geloven". Dit gelukt juist mensen voor wie geloof in hun eigen leven meer een voortdurende worsteling is dan een antwoord, dus mensen die meer met oprecht zoeken bezig zijn dan met prediken van wat ze al gevonden hebben, iets wat in genoemd boek tot uiting komt in het niet echt uit de verf komen van het oude evangelie dat als alternatief op het denken van Nietzsche en Goethe wordt aangeboden en volgens de dominee een beter perspectief zou moeten bieden en leven zou moeten schenken.


Nietzsche kan overigens door vriend en vijand heel goed het predicaat Antichrist gegeven worden, zelf beschouwde hij het woord Antichrist als eretitel en is zijn gehele levensvisie juist bedoeld als een alternatief op het christelijk geloof. Paulus mag dan wel zeggen dat het verstand zonder God verduisterd is, maar Nietzsche merkt eenvoudig op dat het precies omgekeerd is:


Het laatste wat ik zou beloven te doen is de mensheid te 'verbeteren'. Ik richt geen nieuwe afgoden op; laat de oude afgoden eerst eens leren dat ze op voeten van klei staan. Het omverwerpen van afgoden is meer mijn werkgebied. Men heeft de werkelijkheid beroofd van zijn waarde, zijn betekenis en waarheid in dezelfde mate als men de leugen van de ideŽle wereld heeft verzonnen. (Ecce Homo)


In zijn visie (en dit wordt straks in alle kleuren uitgelegd) is het christendom zelf de gesel waar de wereld onder gebukt gaat, oorzaak voor de degradatie van cultuur, en een belemmering voor de ontwikkeling van de mensheid. De Antichrist is in zijn visie dus juist de redder van de cultuur: hij die anderen de schadelijke werking van het christelijk geloof onder ogen brengt bewijst de mensheid daarmee een grote dienst. Laat ik meteen opmerken dat het hier gaat om een geestelijke oorlog, een oorlog tussen tegengestelde gedachten die in het rijk der gedachten moet worden uitgevochten. Dat de Antichrist Zarathoestra (oftewel Nietzsche zelf) niets te maken heeft met waar christenen zelf altijd meteen aan denken (visioenen uit het boek Openbaring over een gruwelijke werelddictator, eindtijdverschrikkingen, wereldwijde christenvervolgingen enz.) zal voor een ieder die Zarathoestra bestudeert overduidelijk worden. Nietzsche heeft totaal niets met beestachtige mensheid te maken, maar, integendeel, juist met een poging op te stijgen tot hoog-geestelijke mensheid, een niveau dat het denken van mensen tot nu toe nog nooit heeft laten zien. Zijn leer is bedoeld voor mensen die de hoogstontwikkelde vorm van geestelijkheid willen bereiken. We komen hiermee op de kern van Nietzsches leer voor de mensheid van de toekomst:

De hoogwaardigste vorm van menszijn is het bestaan te willen zoals het is, zelfs te verlangen naar een eeuwige wederkeer van alle dingen.

Voor mij, iemand die jarenlang als christen door het leven is gegaan, en door en door bekend is met de christelijke gedachtengangen, is het niet moeilijk in te zien dat Nietzsche met bovenstaande zienswijze in feite de eerste mens is die ware godsdienst uitvindt, want God die voor de mens totaal verborgen is (en wiens grootheid ons volkomen te boven gaat, zodat we het woord God liever niet meer in de mond dienen te nemen) kan door de mens op geen enkele andere manier geŽerd worden dan door het eren van het godgegeven bestaan. De traditionele godsdiensten hebben juist de wereld en de menselijke natuur zoals die is altijd verfoeid en veracht, en God op allerlei manieren uitgelegd (=verkleind), en zijn dus altijd godslasterend bezig geweest.



De aard van het boek

Aldus sprak Zarathoestra is geen droge wetenschappelijke filosofische verhandeling, maar een boek met voornamelijk dichterlijke toespraken. Heel af en toe worden we getracteerd op enkele gebeurtenissen die zich zoal voordoen in het leven van de rondtrekkende Zarathoestra. Wat deze verhaallijn betreft kunnen we stellen dat men er met geen mogelijkheid een 'Hollywood action film' van zou kunnen maken. Afgezien van een leuk begin zou het ons spoedig allemaal in slaap doen vallen. Het was bepaald niet Nietzsches bedoeling de lezers een roman voor te schotelen. Voor de schrijver van een ongeŽvenaarde roman met grote filosofische diepgang moet u bij de Fin Mika Waltari en zijn boek Sinuhe de Egyptenaar wezen.


Men zou aan verscheidene redenen kunnen denken waarom Nietzsche zijn gedachten juist in de vorm van poŽtische literatuur goot. De meest voor de hand liggende reden is dat Nietzsche niet alleen een filoloog/filosoof was, maar tenminste evenzeer een kunstenaar (die zelfs muziek componeerde!). Maar de belangrijkste reden was ongetwijfeld dat hij zijn boek de flair van de oude bijbel, oftewel een heilig boek, wilde geven. Nietzsche deed hierop zijn uiterste best. De tekst van Aldus sprak Zarathoestra is de meest verhevene die men maar onder ogen zou kunnen krijgen, het is onovertroffen schoonheid van taal en het wemelt van veelzeggende stijlfiguren: metaforen (=beeldspraak; bijv. de slaaf, de kudde, de kameel, de draak, de schaduw), allusies (=zinspelingen; bijv. 'bloedige drankjes' voor christelijk geloof, 'het ezelsfeest' voor de religie van de toekomst) en interessante allegorische personificaties (bijv. de koorddanser, de doodgravers, de hogere mens, de bleke misdadiger, de tovenaar, de bedelaar uit vrije wil).
Om te laten zien hoe zijn leringen een alternatief zijn voor het oude evangelie is het boek van Nietzsche doorspekt met toespelingen op het Nieuwe Testament. We kunnen zelfs stellen dat het hele boek zijn inspiratie put uit het Nieuwe Testament, of, wellicht beter gezegd, een kritisch commentaar is op het Nieuwe Testament. Maar Nietzsche legt de verbanden op een bijzonder ingenieuze manier. Men moet door en door bekend zijn met de bijbel en er groot speurwerk voor verrichten om alles op te merken.


Een al even belangrijke reden zijn filosofie in fantasievorm te schrijven zal het feit geweest zijn dat voor de moderne mens niets zo moeilijk te pruimen is als iemand die zegt de waarheid in pacht te hebben. Het behoort tot de grootste waarheden van ons moderne wereldbeeld dat er geen waarheid is. Iedereen die zich opwerpt als profeet, als een nieuwe messias die spreekt met autoratieve stem waarnaar beslist geluisterd moet worden, wordt argwanend aangekeken, bespot en uiteindelijk altijd smalend verworpen. Door zijn filosofie als een kunstwerk uit te stallen, en alles in de mond van een schimmige figuur Zarathoestra te verpakken, alsof het om een roman gaat, kon Nietzsche de opgediende maaltijd tot iets smakelijks maken. Door extreme, dramatische omkering van alle waarden -die voor vele mensen, zeker in zijn tijd, heilig waren- in de vorm van een hoogstaand kunstwerk te gieten, werd het aanstootgevende en stuitende geraffineerd versluierd en getemperd. Omdat hier de meest radikale nieuwe leringen vermengd zijn met sprankelende lyrische stijl en buitengewone diepzinnigheid, werkt het boek als een grote verleider in plaats van als een kwaadaardige bomaanslag. Op die manier kon hij ook het beledigen van lezers voorkomen en veel efficiŽnter zijn doel bereiken. Ongetwijfeld begreep Nietzsche dat zijn boek een klassieker zou worden en alleen al vanwege het kunstige de tand des tijds zou doorstaan.


Tenslotte blijft er iets raadselachtigs in Nietzsches vereenzelviging met Zarathoestra en het verschijnen van een boek van het soort waar geen naam voor is; zo'n geheel onverwachte dramatische wending in Nietzsches leven.
…ťn of twee jaar na het schrijven van Zarathoestra schreef hij een gedichtje:


Sils-Maria
Ik zat daar te wachten, te wachten - op niets eigenlijk.
Voorbij goed en kwaad, genietend van het licht,

Dan weer de schaduw, dan weer het spel,
het meer, de middag, eindeloze tijd.

En toen opeens, mijn vriend, werd de ťťn twee-
Zarathoestra ging me voorbij.


Om te zien hoe Nietzsche jarenlang groeide naar Zarathoestra toe, werpen wel enkele gedeeltes uit brieven die hij schreef een treffend licht. Tevens krijgen we uit Nietzsches eigen woorden het beste beeld van zijn werkelijke persoon:


Ik heb hier te kampen met een eigenaardig conflict, en het is dit conflict dat me zo uitput en zelfs lichamelijk sloopt. Van nature ben ik geneigd iets homogeens op filosofische wijze te doordenken en in lange gedachtenreeksen onophoudelijk en ongestoord bij een probleem te blijven staan. Daarom voel ik me steeds door de dagelijkse, meervoudige beroepsbeslommeringen en de levenswijze die hieruit voortvloeit, heen en weer geslingerd en uit mijn gewone doen gebracht. Deze combinatie van pedagogium en universiteit kan ik op den duur nauwelijks volhouden, aangezien ik voel dat mijn eigenlijke taak, waaraan ik in het ergste geval elke beroepsaktiviteit zou moeten opofferen, mijn filosofische taak dus, eronder te lijden heeft, ja zelfs tot een nevenaktiviteit wordt gedegradeerd. (Brief aan hoofd van de universiteit, januari 1871)


'De filosoof', dwz mijn nog volstrekt onuitgebroed gedachtenei spookt de hele tijd door mijn hoofd, zo bont en begerenswaardig als een mooi paasei voor zoete kinderen. (Brief aan Erwin Rohde, 7 december 1872)


Mij lijkt dat u een diepgaande verandering van de opvoeding van een volk voor de belangrijkste zaak van de wereld houdt. Ook ikzelf ken geen hoger doel dan ooit een keer 'opvoeder' in de ruime zin van het woord te worden: maar ik ben nog erg ver van dit doel verwijderd. Intussen moet ik eerst al het polemische, afwijzende, hatende, kwellende uit me trekken; en ik ben er bijna van overtuigd dat wij dat allemaal moeten doen om vrij te worden: de totale, vreselijke balans van al datgene wat wij ontvluchten, vrezen en haten moet eerst worden opgemaakt. Maar daarna ook geen blik meer terug op het negatieve en onvruchtbare! Alleen nog maar terug op het planten, bouwen en scheppen! Dat is toch de betekenis van 'zichzelf opvoeden'! Maar wie is daar echt voortdurend toe in staat! En toch is het noodzakelijk en mag men op geen enkele hulp van elders hopen. (Brief aan Emma Guerrieri, 10 mei 1874)


De koortsachtige inspiratie voor dit schrijven overviel hem tenslotte als een unieke gebeurtenis, waar hij een beschrijving van geeft in zijn autobiografie Ecce homo. Hij voelde het zelf aan alsof het een gebeurtenis van wereldformaat was, nauwelijks geŽvenaard in de gehele opgetekende geschiedenis van de mensheid! In de introductie tot Nietzsches zarathoestraboek die zijn zus schreef in 1905, schrijft zij dat de figuur die later de naam Zarathoestra kreeg in dromen al lang aan hem bekend was, zelfs als jong kind had hij er naar zijn zeggen van gedroomd. Hij noemde deze figuur op verschillende tijdstippen van zijn leven bij verschillende namen, maar besloot uiteindelijk om de Perzen, en Zarathoestra als symbool ervan, te identificeren met het gedachtengoed van zijn eigen verbeelding, aangezien zij de eersten waren die de geschiedenis probeerden te ontsluieren door een achterliggend plan eraan te ontwaren. Zij geloofden ook dat er iedere duizend jaar een Saoshiant verschijnt (een Oogster, Verlosser of Grote Profeet). Zarathoestra gaf hem het perspectief zo'n sleutelfiguur te zijn in de geschiedenis. Met het groeien van zijn inzichten besefte hij steeds duidelijker de inluider van een nieuw tijdperk te zijn, het tijdperk dat volgt op het christelijke tijdperk. Nietzsche is de Antichrist in zoverre hij de verkondiger van de dood van de oude religie is, en een nieuwe Zarathoestra in zoverre hij de wereld nieuwe waarden, een nieuwe religie geeft. De beste bewoording om Nietzsches rijpe werk en laatste aktieve jaren op te sommen, vindt men in de aanvang van De Wil tot Macht, nagelaten notities in diverse schriften uit de jaren 1883-1888, die men na zijn dood tot boek gebundeld heeft:


Waar ik het relaas van doe is de geschiedenis van de volgende twee eeuwen. Ik beschrijf wat zal komen, wat niet meer te vermijden valt: de opkomst van het nihilisme. Men kan het nu al beschrijven, want noodwendigheid is aan het woord hier. De toekomst spreekt al in honderden tekenen in het heden, en overal wordt dit noodlot aangekondigd. Voor de muziek van de toekomst zijn de oren nu al gespitst. Sinds enige tijd is Europa als op weg naar een katastrofe, de spanning stijgt met het verstrijken van elk decennium; als een rivier dat de monding wil bereiken gaat de stroom voort: rusteloos, gewelddadig en hals over kop. Gelijk een stroom die naar het einde raast, die zich niet meer bezint, maar bang is om zich te bezinnen.
Hij die hier spreekt heeft echter niets anders gedaan dan nadenken. Hij heeft het instinct van een eenzame filosoof, hij is iemand die met opzet liever aan de zijlijn staat, er buiten staat, geduldig, voorovergebogen, achterblijvend. Als geest vol durf en aangetrokken tot experimenteren, heeft hij al kennis gemaakt met ieder labyrint van de toekomst: als een voorspellende vogelgeest die terugkijkt om te gaan vertellen over wat zal komen. Hij is de eerste volkomen nihilist in Europa, die het gehele nihilisme is doorgewandeld en tenslotte heeft achtergelaten, buiten zichzelf.
Laat men geen vergissing maken omtrent de titel van het evangelie dat de toekomst wil dragen: "De Wil tot Macht: een poging tot herwaardering van alle waarden". In deze formulering komt een tegenbeweging tot uiting, een beweging die op een gegeven moment in de plaats zal komen voor dit volkomen nihilisme, echter na het eerst doorleefd te hebben, zowel logisch als psychologisch; de tegenbeweging groeit er als gevolg uit. Waarom is de komst van het nihilisme noodwendig? Omdat de waarden die tot nu toe worden aangehangen in de laatste consequentie hier op afstevenen. Nihilisme is de ultieme en logische consequentie van onze grote waarden en idealen - omdat we nihilisme moeten ervaren voordat we erachter kunnen komen wat deze 'waarden' werkelijk waard waren. Op een gegeven moment zullen we nieuwe waarden nodig hebben. (Voorwoord, november 1887-maart 1888)





    




[1] Het is betreurenswaardig op het internet en in evangelisatieboekjes steeds weer de eeuwig van het ene christelijke boekje klakkeloos naar het andere gekopiŽerde leugens over de doodsangsten van Voltaire, Hume en anderen tegen te komen. Een beroep doen op angst en dreiging om het christelijk geloof te verspreiden is een goed voorbeeld van wat hierboven gekenschetst is als geen middel ongebruikt laten om het geloof te laten triomferen. In deze tijd van informatie werkt zoiets echter averechts, want het blijven herhalen van aantoonbare leugens laat uiteindelijk niet meer 'te verontschuldigen domheid' zien, maar kan uiteindelijk niet anders gezien worden dan als opzettelijke oneerlijkheid, dus kwaadaardigheid. Hier een forumtopic waar deze internetsites aan de kaak worden gesteld, en hier een site waar de uitspraken van christenen over de zogenaamde doodsangsten van grote denkers ontzenuwd worden.