Print "Aldus sprak Zarathoestra, deel 1" als Word document (95 bladzijden):




Aldus sprak Zarathoestra

Albert Vollbehr, augustus 2005





Ik vertel nu de echte geschiedenis van het geloof. Het woord 'gelovige' is al een misverstand. Ten diepste zijn er na Christus maar een paar gelovigen geweest, zoals Spinoza, Goethe en Nietzsche, dwz mensen die hun eigen bijbel schreven.

Albert Vollbehr



Woord vooraf

Volwassen Geloof is voor de Europeaan alles wat voortvloeit uit het ontgroeien aan het christelijk geloof. Het heeft zijn basis in geestelijk opgroeien en daaruit voortvloeiend inzicht. Inzicht staat gelijk aan de ontgoocheling, het rationeel doorzien van alle kinderlijk-naieve denksystemen, plus een alternatief dat men als waardevoller kan beschouwen dan de oude wijsheid. Het proces om op volwassen geloof te komen gaat gepaard met een allesvergende worsteling om zich van de ongelooflijk sterke ketenen te ontdoen waarmee het oude geloof de mens in haar greep houdt; eeuwendikke lagen van mos moeten weggeschrobt worden om eindelijk een helder zicht op de realiteit van het leven en zichzelf te krijgen, en eeuwenlang getrokken diepe sporen van geijkte banen van het denken moeten moeizaam een andere loop gegeven worden. De zoeker naar volwassen geloof komt allemaal stoplichten tegen die hun best doen zijn weg maar te belemmeren: irrationaliteit en tegenstrijdig denken, angsten, veel bijgeloof, vooroordelen, ook nostalgie en zucht naar gemak en geborgenheid, en tenslotte gevoelens van agressie tegen de oude waanreligies. Kortom, allemaal elementen in het menszijn waar men niet omheen kan maar die men noodzakelijkerwijs doorbreken moet om ze uiteindelijk allemaal achter te laten en er als volwassen mens ver boven te kunnen staan. De weg van volwassen geloof wordt bewandeld met en bestuurd door slechts ÚÚn heersende gedachte: dat er zowel voor het oude geloof als voor de oude gelovige iets hogers in de plaats moet komen. Bij de mensen wier gehele leven kan uitgedrukt worden als het gestaag belopen van de weg naar volwassen geloof, mondt het uit in het hoogste menszijn, dwz in de mens die het wezen van zichzelf en zijn bestaan voor zichzelf bepaald heeft in die zin dat hij zichzelf en al het andere in het leven kan zien als een uitdrukking van God zelf. 'Waar gelovige' zijn is het bestaan zˇ te ervaren dat men zijn eigen bijbel schrijft en de God is die men preekt.


Het komt mij tegenwoordig voor dat er in onze Europese geschiedenis maar weinig personen zijn geweest die bijzondere toppen van nieuwe landschappen hebben bereikt. Een zeer opmerkelijke lijn gaat via drie genieŰn die de herauten zijn van de moderne volwassen mens, de grondleggers voor het filosofisch denken van komende eeuwen: Spinoza, Goethe en Nietzsche. Deze drie wijzen hebben de westerse mens een nieuwe vorm van godsdienstig denken gegeven, bedoeld als geloofwaardiger alternatief op de oude openbaringsreligie, vormen die een inspiratie voor talloze hoog-ontwikkelde mensen zijn geweest, van Beethoven en Mahler tot aan Emerson en Albert Einstein. Het is niet gemakkelijk een naam te verzinnen voor dit soort mensen. Spinoza werd voor athe´st gehouden, Goethe voor heiden, en Nietzsche voor de ultieme goddeloze. Ze waren dit allemaal, indien men de zaak maar strikt bekijkt vanuit het oogpunt van de heersende christelijke religie. Maar ze waren natuurlijk ook nog wat anders. De innemelijke Einstein bedacht de eerbiedwaardige naam kosmische religiositeit voor deze vormen van godsdienst, en zo klinkt het meteen een stuk positiever.


Genoemde genieŰn zijn verwant aan elkaar: men zou ze kunnen omschrijven met het woord Panthe´sme, dwz zij zagen in dat God de totaliteit is van al het bestaande. In de panthe´stische visie houdt men dus op met het grof vereenvoudigen van de realiteit, en heft men om te beginnen het dualistisch denken op en het simplistisch denken over God alsof het om een uitvergroot mens gaat. De definitie van alle boekgodsdiensten zou kunnen zijn: een poging het begrip God zo klein en menselijk mogelijk te maken, zodat het geheel voldoet aan het menselijk begrip en vooral aan zijn behoeften. Genoemde denkers gaan in precies de omgekeerde richting: hoe meer je aan het begrip 'God' recht wil doen, des te meer verdwijnt de concrete invulling van het woord, uiteindelijk zozeer zelfs dat het woord 'God' niet meer gebruikt kan worden. Dus ook 'Panthe´sme' is uiteindelijk een hinkende beschrijving van de allerdiepste betekenis die voor religie gevonden kan worden. Beter kan godsdienst worden uitgelegd met de definitie die Albert Einstein in 1941 gaf:


Allereerst zou ik in plaats van me af te vragen wat godsdienst nu eigenlijk is, liever willen weten wat het streven van iemand die me religieus voorkomt karakteriseert. Voor mij is een waarachtig religieus persoon iemand die naar zijn beste vermogens zichzelf vrijgemaakt heeft van de boeien van ego´stische behoeften, en zich bovenal bezighoudt met gedachten, gevoelens en streven waarvan de waarde het persoonlijke te boven gaan. Naar mijn mening is de kracht van deze suprapersoonlijke inhoud en de diepgang van overtuiging wat betreft de overweldigende betekenis ervan, het belangrijkste in de godsdienst. Of deze dingen in verband worden gebracht met een goddelijk Wezen is van ondergeschikt belang; anders zouden we Boeddha en Spinoza geen religieuze denkers moeten noemen. Bijgevolg is een religieus persoon vroom in de betekenis dat hij geen twijfel heeft over de grootse waarden van deze suprapersoonlijke zaken; zaken die vanwege hun verhevenheid niet bewezen hoeven te worden, noch rationeel bewezen kunnen worden. Ze bestaan met dezelfde vanzelfsprekendheid als hijzelf. Godsdienst, zo opgevat, is de eeuwenoude poging ons voortdurend bewust te zijn en ons steeds sterker bewust te laten worden van deze waarden en doeleinden.


Met deze definitie geven we het religieuze de enige vorm die de moderne mens nog waardevol kan noemen. Bovenstaande is een simpele, voor iedereen te begrijpen en te accepteren, rationele benadering van religie. De implicatie is dat de moderne mens om gelukkig te worden niet meer uitkijkt naar 'openbaringen van gene zijde', 'uitverkoren gidsen', 'geesten', 'God', 'het bovennatuurlijke' enz, maar eenvoudig bezig is met het vorm geven aan de hoogste invulling van zijn menszijn. Maar dit impliceert dat de term 'godsdienstig' of 'religie' bijgevolg in de toekomst ook steeds meer afslijt, want het mondt -net als het Boeddhistische denken dat al lange tijd geleden deed- onherroepelijk uit in een godloze spiritualiteit.

Spinoza was de eerste die de sprong naar volwassen geloof maakte, een sprong zo groot dat het voor mij een raadsel blijft hoe hij op al zijn ideeŰn is gekomen; misschien is hij enigszins vertrouwd geweest met het diepste denken uit het verre oosten, of misschien is hij op zijn ideeŰn gekomen via de oude Griekse denkers Heraclitus, Thales en Zeno, of misschien via Meester Eckhart en andere mystieken. Goethe zegt zijn eigen richting gevonden te hebben na bestudering van Spinoza, en Nietzsche op zijn beurt vindt veel van zijn inspiratie uit het bestuderen van zowel Goethe als Spinoza. Misschien is het waar wat sommige Panthe´sten beweren, dat Panthe´sme de diepstgewortelde en meest natuurlijke expressie is van het religieuze. Wie weet begon de mensheid met deze godsdienst, en zal het ook weer de religie van de toekomst zijn. Al wat ertussen ligt -de openbaringsgodsdiensten- is waan, de verduistering en aanranding van godsdienst.


Wie weet leer ik Spinoza en Goethe de komende tien jaar nog grondig kennen, maar vooreerst houd ik me intensief bezig met Nietzsche. In Nietzsche staat het oude en nieuwe denken diametraal tegenover elkaar en is het strijdtoneel het heetst. Hij is de ultieme belichaming van de christen die zijn geloof opgeeft en zijn hele leven wijdt aan de vraag "Wat dan?"


Dit schrijven is het gevolg van een mengeling van gevoelens die ik ervoer toen ik me op 46-jarige leeftijd voor het eerst verdiepte in de teksten van Friedrich Nietzsche. Ik schaamde me dat ik dit alles nu pas las, en vroeg me daarna voortdurend af hoe het mogelijk was geestelijk zo lui geweest te zijn om aan deze hoogstaande denker nooit eerder aandacht te schenken. Eigenlijk was dit natuurlijk een retorische vraag, want iedere fundamentalistische christen weet dat je je als christen nooit bezig houdt met wat niet-christenen beweegt, inspireert of met wat zij te bieden hebben. Het is namelijk bij voorbaat allemaal kaf wat uit hun brein en mond komt. Op een gegeven moment -naar ik hoop- maakt een gelovig mens echter toch een emancipatie mee in zijn denken, een wedergeboorte die hem eindelijk weer zichzelf doet zijn. In deze nieuwe staat van zijn voelde ik op een gelukkige avond de drang hem te leren kennen. Ik bezocht een academische boekwinkel die mij twee dunne werkjes van hemzelf, en een dik boek over hem wist aan te bieden, en vulde de rest nog dezelfde avond aan via een bezoek aan de bibliotheek. Met het openslaan van Nietzsches boeken voelde ik vanaf de eerste zinnen een laaiend enthousiasme: Nietzsche was geheel anders dan alles waarmee ik bekend was. Hem te ontmoeten was als eindelijk thuiskomen van iemand die altijd dacht dat het leven synoniem voor zwerven was. Het was voor mij een ervaring voor het eerst zinnen te lezen die met een punt eindigen, en niet in vraagtekens. Het was als het eindelijk in de spiegel kijken naar mijn echte zelf, als het krijgen van een ultieme vriend. Kortom, ik werd overrompeld door een genie die de diepste roerselen in mij wist aan te snijden. Friedrich Nietzsche is niet slechts ÚÚn van de grootste intellectuelen die de wereld ooit heeft voortgebracht, hij was tevens iemand wiens denken uit het diepst van het hart opborrelt, iemand die in woorden uitspreekt wat de grootste componisten in muziek tot uiting brachten.


Ik ben zelf van kinds af aan grootgebracht op een bijbeldieet. En alle mooie bijbelverhalen ten spijt, het christelijk geloof liet mij jarenlang gespleten in het leven staan. Niets klopte, alles was krom, alles was maar half waar, en voor de andere helft een sprookje, of zelfs een gruwelsprookje. Achter elk uitroepteken stond tenminste ÚÚn vraagteken, achter elke zegening een vloek. Nietzsche lezen is voor mensen die eenzelfde ervaring hebben een hoogst interessante bezigheid. Het duurde niet lang of ik zag in dat ik Nietzsche niet begrepen zou hebben indien ik niet -net als hijzelf- eerst ondergedompeld was geweest in het christendom: zijn antwoorden eindigen in punten juist voor de ge´ndoktrineerde gelovige, omdat ze letterlijk de omkering zijn van alle christelijke waarden, waarvan zoveel vreemd en eenzijdig in de lucht zwiebert en zwabbert. Ik begreep ook zijn felheid, zijn drang consequent te zijn, zijn hardheid tegen zichzelf en begreep meteen dat dit slechts een middel tot een doel was, niet de kern van de persoon zelf: zonder deze eigenschappen kan men zich namelijk niet bevrijden van de loodzware last van duizenden jaren, of zich onttrekken aan de macht van een strikt gelovige omgeving waarin men leeft, of is men zelfs niet in staat weerstand te bieden tegen de verleiding die het christendom ons biedt maar gemakkelijk toe te geven aan allerlei zoetsappige waan waar ons menszijn zo naar dorst en wat het dus maar al te moeiteloos uitvindt en klakkeloos voor waarheid aanneemt.

Nietzsche deed ongelooflijk veel werk om alles stevig met gezonde benen op de grond te zetten. Zijn werk bestond uit twee onderdelen: het uitbannen van absurde metafysica en het begieten van het aardse leven met waardevolle spiritualiteit. Het is een adembenemende reis je in zijn denkwereld te verdiepen.

Natuurlijk heeft Nietzsche menselijke gebreken; de psycholoog Jung bekeek zijn leven (de eenzaamheid, de constante hoofdpijn, de dieten, slaappillen, het ronddolen om in het juiste klimaat te leven, het onvermogen een vrouwelijke partner en duurzame vrienden te vinden, het onvermogen om een betaalde baan uit te voeren, zijn levenseinde) en noemde hem pathologisch. Maar hij bewonderde Nietzsches Also sprach Zarathustra mateloos en hield maar liefst 5 jaren lang (1934-1939) lezingen over dit boek; hij was er beslist nog langer mee doorgegaan indien de oorlog niet was uitgebroken. Wat is dus de waarde van zo'n brandmerk 'pathologisch'? Overigens, wanneer ik Jungs lezingen over Nietzsche lees, kom ik overal Jung, Jung, Jung & Jung tegen, en moet ik naar wat Nietzsche bedoelde te zeggen zoeken met een vergrootglas. Ik kan het dan ook niet helpen in de lach te schieten wanneer ik hem telkens hoor waarschuwen voor het gevaar van 'inflatie' van een persoon! En toch beschouw ik Jung ook als gezond en interessant om te lezen. Voor iedereen kan men wel redeneringen aanvoeren om iemand als pathologisch te bestempelen. En iedereen die een beetje zichzelf kent zal dit stempel af en toe op zichzelf gedrukt zien (Nietzsche noemde zijn kluizenaarsbestaan 'pathologisch' in een brief, zie I.14). Wellicht moeten we tot de conclusie komen dat de mens per definitie een ziek dier is, zo komen we weer mooi uit op Nietzsche: dit is juist de mening die hijzelf toegedaan was.


Laten we om te beginnen dit opmerken: met Nietzsche hebben we het over een mens die ons van de hel bevrijd heeft, met Jezus over ÚÚn die hem introduceerde. Wie van de twee is pathologisch? Met Nietzsche hebben we het over een mens, die met zijn innerlijke duivels bloedig wilde vechten totdat hij ze overwon of eraan ten onder ging, met Paulus over ÚÚn die visioenen en een verlosser-held in hemelse regionen nodig had om zijn eigen ik te kunnen aanvaarden, en het dan ook nog een 'gekruisigd en gestorven' ik noemde. Wie van de twee is pathologisch? Mozes gaat een berg op en komt terug met een door God persoonlijk overhandigde wetgeving. Nietzsche laat een gefantaseerde Zarathoestra een berg op gaan en terugkomen met Nietzsches leringen. Welke persoon is pathologisch, Mozes of Nietzsche? Welke persoon is pathologisch, hij die Mozes op zijn woord gelooft, of hij die van Nietzsche onder de indruk is?
We vervolgen met het meest pathologische, houd u vast: Nietzsche was iemand die in zijn verbeelding (in de vorm van Zarathoestra) tot aan de sterren opklom, maar zich vandaar weer ledig maakte, en zich verwaardigde naar de aarde terug te komen en daar op te treden als profeet, om de gehele mensheid wakker te schudden, iemand die zo vermetel is geheel op eigen houtje de weg naar verlossing aan te wijzen, die zichzelf ziet als eersteling die over de brug naar het nieuwe gaat. Nietzsche zag zich als iemand die de geschiedenis in tweeŰn splitste, vˇˇr hem en na hem. Een zo'n zeldzame invulling van het leven dat alleen de vergelijking met Jezus mogelijk is. Het was dan ook heel bewust bedoeld als een imitatie van het evangelie. Vandaar ook dat men het pathologisch genoemd heeft. Maar is dit eerlijk? Wat als Nietzsche nu eens gelijk had? Praat niet na, maar oordeel zelf na met hem grondig te hebben kennisgemaakt.

Pathologisch of niet, Nietzsche heeft ÚÚn eigenschap die bij andere goddelijke leermeesters altijd ontbreekt, maar mij juist bovenal aanspreekt en mij al zijn gebreken eenvoudig links laat liggen: hij raadt zijn lezers aan hem te vergeten -omdat hijzelf er niets toe doet-, en raadt ze vervolgens aan zijn leer als het even kan nog te verbeteren! Nietzsche is iemand die tegen enthousiastelingen die in hem zeggen te geloven antwoordt:


"Wat doen gelovigen ertoe! Jullie hadden jezelf nog niet gezocht: toen vonden jullie mij. Zo doen alle gelovigen; daarom heeft geloof zo weinig om het lijf."


Nietzsche is iemand die boven al zijn eigen waarheden een nog grotere waarheid schrijft: "Zelfs indien we zo gek genoeg zouden zijn om van mening te zijn dat al onze opinies waar zijn, zouden we nog niet moeten willen dat zij alleen maar zouden mogen bestaan. Niets werkt zo afstompend en verstikkend als de Tirannie van Waarheid. Wanneer een bepaalde overtuiging universeel aangehangen wordt als enige waarheid, dan moet zij van haar voetstuk gestoten worden." Een man die schreef: "De overtuigde gelovige is het tegengestelde van een waarlijk religieus mens." Allemaal gezonde uitspraken als je het mij vraagt.


Jezus zal nog vele malen de revue passeren. Zich bezig houden met Hem, met God en het christelijk geloof was de voornaamste bezigheid die Nietzsche in zijn leven had. Nietzsche is zoals gezegd de enige mens in de gehele christelijke geschiedenis die het aangedurfd heeft zichzelf een rol aan te matigen die die van Jezus overtreffen wilde (nou ja, laten we de ongelukkige verspreking van John Lennon maar buiten beschouwing laten). Nietzsche nam het op zich de Tiran van Waarheid, dwz de boekgodsdiensten, te bestrijden en er iets beters voor in de plaats te scheppen. Nietzsches boek Aldus sprak Zarathoestra is de climax van deze rol, een poging de hoeksteen te zijn waarop alle toekomende tijden gebouwd zullen worden. Doet dit u niet watertanden? Om het nog duidelijker te zeggen: het is de bedoeling van dit boek de bijbel te vervangen, en de nieuwe bijbel voor de 21ste eeuw te zijn.


Was die man dus gek? Ja natuurlijk, net zo gek als ze indertijd van alle profeten (lees: pathologische figuren) dachten. Blijkbaar voegen slechts de gekken iets aan onze religie, filosofie en kunst toe dat eeuwen later nog gelezen, gezien of beluisterd wordt; de rest wordt vergeten; zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar. Ja, zal iemand zeggen, maar kijk nu eens op google en sla "bijbel" in: 789.000 sites! En sla voor de lol dan eens "zarathoestra" in: 948 maal vermeld op het internet! (Anno 2005) Zegt dit niet al genoeg? Wel, ten eerste kun je Zarathoestra ook onder de naam Zaratoestra en Zarathustra tegenkomen. En ten tweede, de Filistijnen dachten ook dat de strijd bij voorbaat al beslist was, toen ze met Goliat voor de dag kwamen! Maar zoals u zich herinnert werd de reus door een jochie met een nauwkeurig gemikt klein steentje onschadelijk gemaakt. De zaken liggen er heel anders voor dan men op het eerste gezicht zou denken. De bijbel is als een pyramide van Egypte: een monument waar niemand nog wat zinnigs mee doet of kan doen, maar goed voor eeuwig toerisme. Maar Nietzsche is de zwengel die de motor deed ontbranden en vaart gaf aan het vaartuig waarvan we allen passagier zijn in ons moderne denken en handelen. De meesten hebben er alleen geen weet van dat ze op vele manieren precies zo denken en doen als Nietzsche in de 19e eeuw al voorspelde of waar hij toe opriep. Zelfs mensen die zich christen noemen hebben zonder het te weten de helft van zijn redeneringen geslikt en bekijken hun pyramide nu vanuit het voertuig van Nietzsche. De meeste christenen van vandaag zouden net als Nietzsche een diepe geloofscrisis krijgen indien ze met hem wekelijks naar de kerk van 1865 zouden gaan. Als iemand die uit die wereld komt, en het over het orthodoxe christendom heeft, moeten we hem lezen. Google laat natuurlijk wel zien dat weinig Nederlanders en Vlamingen Aldus sprak Zarathoestra gelezen hebben. Wie weet hoeft het al niet meer: waar hij tegen vocht, de Kerk als alleenheersende draak, bestaat allang niet meer. Wie weet vinden ze het te moeilijk, wie weet zijn ze geestelijk allemaal net zo lui als ik eens was. Nietzsche schreef "voor de allerfijnste oren", dwz voor een aristocratisch ingesteld mens die zichzelf de grootste moeite wil getroosten om zich geestelijk en intellectueel tot het uiterste te ontwikkelen. Als ondertitel schreef hij: Een boek voor iedereen en niemand. Lees: eerst voor niemand, want hoog ontwikkelde zielen kwam hij niet of nauwelijks tegen, maar wanneer de mens eindelijk volwassen wordt in zijn denken, wie weet over honderd of tweehonderd jaar ofzo, wanneer de arme van geest zich beslist niet meer zalig zal verklaren, zal het een boek worden voor iedereen. En vervolgens, wanneer de mens van de toekomst de boodschap van het boek zal begrijpen -een volwassen geworden zelfstandig individu te zijn die zijn eigen zielsleven geheel zelf schept-, verandert het weer in een boek voor niemand, een boek van Nietzsche voor Nietzsche.
Voorlopig houd ik het op een boek voor iedereen, en spoor ik de lezer aan het nu maar eens uit de bibliotheek te halen of het boek via internet te bestellen, of de fiets op te stappen om naar de boekwinkel te gaan. Het is nu bijna 125 jaar geleden dat de woorden van Nietzsche werden opgeschreven, en het gaat zoals gezegd om het beste boek aller tijden, of, om het in de woorden van Nietzsche zelf te zeggen:


Boven al mijn schrijven torent mijn Zarathoestra hoog uit. In dit boek heb ik de mensheid het grootste geschenk gegeven dat het tot nu toe rijk is...Het is ook het diepzinnigste boek dat ooit geschreven is, geboren uit innerlijke onderdompeling in waarheid, een onuitputtelijke bron, waaruit iedere emmer vol goud en goedheid tevoorschijn komt. (Uit Nietzsches autobiografie Ecce Homo)


Als u het ooit al eens doorgelezen hebt en er toen geen touw aan vast kon knopen of veel ervan u toen ontging, doe het dan nog een keer, en laat mij met kinderlijk enthousiasme een gids zijn die alle bloemen in de tuin aanwijst en er een verhaaltje bij vertelt. Zoals u weet bewieroken gidsen overal op aarde de dingen waarvoor ze betaald worden, en hoe meer ru´nes, des te bedwelmender hun wierrook om er maar wat van te maken. Wat mijn uitspraken waard zijn moet u dus zelf maar uitmaken; ik kan u slechts zeggen dat ik voor mijn eigen plezier de voetstappen van Nietzsche naloop en dat dit voor mij het enige maar ook waardevolste loon is. Ik kan u ook zeggen dat Nietzsche in mijn eigen denken af en toe op zeer grote weerstand stuitte en ik niet bepaald alles van hem voor zoete koek kan slikken.
-'Hoe zou het ook anders', zie ik hem nu tegen mij grinneken, 'omdat ik gelijk heb, moet je je oude waan enigszins rechtvaardigen om je gezicht te bewaren; ik ken de mens'.
-'Ja', antwoord ik hem op al even ergerlijke toon, 'zo moest jij ook al je leringen de wereld in schreeuwen: je moest op alle mogelijke manieren maar bewijzen dat je geestelijk opgegroeid was; dacht je dat het pathologische daarvan mij ontging? Ik ken de mens ook, en by the way, je moet je nog steeds schamen voor de minachting waarmee je over de theologen Renan en Strauss schreef'.
-'Dacht je dat de wereld zich ooit iets had aangetrokken van mijn boodschap indien ik niet met mijn bloed geschreven had?', krijg ik als weerwoord te horen.
-'Goede vraag, die voorlopig mijn mond weer snoert', werp ik hem met een glimlach toe.

Omdat deze filosoof -of moet ik hem psycholoog noemen, of gewoon prater tegen zichzelf, kenner van zichzelf, zoveel snaren bespeelt die ik tot de kern van mijn eigen wezen reken, blijft hij voor mij het beste gezelschap dat ik me maar kan indenken, de enige filosoof (tot nu toe) die mij elke dag wat te bieden heeft, de enige die inspireert te leven, de enige filosoof voor wie filosofie een zaak van leven of dood is, en met wie het enerverend is om soms de degens te kruisen.

Wat Nietzsches gedachten in Zarathoestra betreft ben ik nog lang niet volleerd, ik lees zijn beroemdste boek pas voor de zevende maal. Ik zal voor de liefhebber vooral laten horen wat er zoal rondfladdert in een hoofd dat eens jarenlang volgestouwd werd met christelijk geloof, en dan opeens getrakteerd werd op een portie Nietzsche. Nietzsche is in de eerste plaats geschikte literatuur voor mensen met een affiniteit voor religieus geloof, maar die zich in een wereld waar religieuze denkbeelden het maatschappelijk klimaat bepalen voelen alsof ze in ballingschap zijn. Er staat nu nog niets op papier. Nietzsches boek heeft wel 81 hoofdstukken, en bestaat uit wel vier delen die elk een introductie verlangen. Het zal een enorme klus worden om de eindstreep te bereiken. Maar ik ga met zijn boek naar bed en sta er mee op; ik mˇet erover schrijven, ik loop er van over.