In the literature of the world there is nothing more heartless, more infamous, than the 109th Psalm.

Robert Ingersoll



Gebed om vergeving

God, over ons ellendig menszijn hebben we tegen U nooit gezwegen,
vergeef ons het dichten van psalm 109.
Vergeef ons ook het eeuwig opnieuw herdrukken
van haatpsalmen die we al eeuwenlang geleden uit het boek hadden moeten rukken.
Vergeef ons dat we ze tot het woord van God dachten te kunnen rekenen,
en nooit inzagen hoe ze meehielpen deze wereld wanstaltig te vertekenen.

Vergeef ons onze zielige wraakgedachten,
onze gekrenktheid wanneer anderen slechts om ons lachten.
Onze buitensporige nijd
afgewisseld met emmers vol zelfingenomenheid.
Onze eeuwige afgunst op de sterken,
zonder onze eigen waangedachten ooit zelf op te merken.

Onze zucht naar wraak
gaven we U tot grootste taak.
Ons medelijden met onszelf, hoe cru!,
zagen we als rechtgevend op zegen en loon van U.

Vergeef ons allen, vergeef ook mij,
ik stond bij hun zelfs vůůr in de rij,
ook mij treft blaam,
te lang was ik domheid en slavernij gehoorzaam.

Laat mij als vluchtige schaduw weer van de aarde verdwijnen,
als het moet als een nietige sprinkhaan op het veld wegkwijnen,
nochthans wil ik U nu beloven,
dat ik U nooit meer in bijbelse kleren zal loven.
De kleren van de toekomst wil ik dragen.
De kleuren van de oude godsdienst kunnen mij niet langer behagen.
Slechts de kleuren van een paradijsvogel en koraalvis,
zullen de ingrediŽnten zijn van mijn resterende levensdis.






Psalm 110 van de 21ste eeuw

God sprak tot ieder mens:
'Neem plaats aan mijn rechterhand,
Ik maak van mijn gehele schepping,
een bank voor je voeten.'

In uw innerlijk reikt God u
de goddelijke scepter van inzicht en macht,
u zult de natuur doorgronden en erover heersen,
Eenieder zal uitgroeien tot Volwassen Mens.
Eens zal de mens opgroeien tot zijn volle wasdom.

Want God heeft gezworen, en komt op zijn eed niet terug:
'Jullie zijn allemaal priesters voor eeuwig,
zoals vroeger slechts enkelen waren.'

God is aan uw rechterhand,
Hij zal u alle obstakels uit de weg doen ruimen,
Hij zal u inzicht geven in alle dingen,
wijsheid en kennis zal zich babeltorenhoog opstapelen,
onderweg zult u telkens gelaafd worden,
en met opgeheven hoofd uw lange pad vervolgen.






Psalm 112 van de 21ste eeuw

Gelukkig de mens die naar zijn innerlijke God luistert,
en bovenal inzicht en wijsheid liefheeft,
Haar nageslacht beŽrft de gehele aarde,
en hij zal een zegen zijn voor zijn nageslacht.

Rijkdom en weelde zal de wereld van de toekomst laten zien,
opgebouwd en in stand gehouden door mensen als zij en hij,
hij straalt in zijn omgeving als een licht in het duister,
zij is genadig, liefdevol, rechtvaardig en wijs.

Het gaat haar die genadig en vrijgevig is niet altijd goed,
en hij ziet zijn vijanden niet altijd verslagen,
maar standvastig blijft haar oog gericht op haar hoogste geluk,
en hij geeft nooit op zich voor de toekomst in te zetten.

Gul deelt hij uit aan minderbegaafden,
overal waar zij zich ophoudt werkt haar optreden aanstekelijk,
voortdurend doet hij anderen stijgen in aanzien en eer.
Kwaadwilligen zijn er niet in haar nabijheid,
ze druipen eerst af, maar vatten spoedig geheel nieuwe moed,
met inspirerende, opbouwende plannen vervolgen zij hun levenspad.






Psalm 114 van de 21ste eeuw

Toen Europa wegtrok uit de middeleeuwen,
het bijgelovige volk die memento-mori-tijd achter zich liet,
werd gaandeweg het aanzien van de gehele wereld anders,
kreeg de gehele wereld een godsgeschenk.

De zee woedde en werd getemd
de ziekten delfden het onderspit,
de bergtoppen schrokken toen ze vliegtuigen over zagen vliegen,
de zwart-witte koe gaf zijn melk overal op aarde.

Waarvoor, zee, nam je de vlucht,
bacteriŽn en virussen, geven jullie je gewonnen?
Waarvoor Mars, laat je ons je rode aarde zien,
de oceanen, je diepzeeleven?

Voor het aanschijn van de wetenschap, -juich aarde!-
voor inzicht in the Mind of God.
Zij verandert de rots in microchips,
hard gesteente in een stroom van weldaden.






Psalm 115 van de 21ste eeuw

Laat niet onze papieren god,
niet de god van zogenaamde openbaringen,
maar Gods schepping Gods eer zijn.
En laat de mens Gods trouw en liefde belichamen.

Waarom zeggen die boekgodsdiensten:
'Waar is die zogenaamde God zonder naam?'

Wij antwoorden hen dit:
'Onze God is zo groot dat je over Hem moet zwijgen!
Hij is die Hij is.'

Hun goden zijn gemaakt van papyrusvellen,
gevouwen door bijgelovige mensenhanden.
Hun goden praten, maar met de mond van de primitieve mens,
ze hebben ogen, om dingen af te keuren,
ze hebben oren, om vlijerij aan te horen.
Ze hebben zelfs een neus
waarmee ze de lieflijke geur van bloedoffers opsnuiven!

Hun handen kunnen flink slaan,
hun voeten kunnen meedogenloos vertreden,
dreigpreken komen onophoudelijk uit hun keel.
Zoals zij, zo worden dan ook hun makers,
en ieder die op boekgodsdiensten vertrouwt.

Moderne mens, vertrouw op de God die in u woont,
uw inzicht is uw hulp, de wetenschap uw schild.
Bewoners van de aarde, vertrouw slechts op uzelf,
wie eer doet aan het leven, doet eer aan God.

Niet hij, met zijn ellenlange opgeblazen teksten, vindt God,
maar wie afdaalt tot hij de allergrootste stilte ontmoet.






Psalm 129 van de 21ste eeuw

Dikwijls werd ik gekweld, van mijn jeugd af aan,
-vrije mensen, blijf het herhalen-
dikwijls werd ik gekweld, van mijn jeugd af aan,
maar gebroken heeft het bijbelse geloof mij niet.

Men trok hun bijbelploeg diep over mijn onderdanige rug,
tallozen maakten lange voren, van Genesis tot Openbaring.
Maar God woonde niet in heilige boeken,
ik vond eerlijkheid en sneed de riemen van de vrome drijvers door.

Beschaamd deinzen in deze eeuw terug
allen die de vrije geest haten,
ze zijn als gras op de daken,
gras dat verdort nog voor het bloeit:

de moderne maaier vult er zijn hand niet mee
noch de ontwikkelde schovenbinder zijn armen,
geen achteloze voorbijganger zal zeggen:
'moge God uw bijgeloof waar het bloed van af druipt zegenen'.

Ik ben rechtop gaan staan,
en zegen het mondig denken van de 21ste eeuw.





Psalm 131 van de 21ste eeuw

God, niet trots is mijn hart,
niet hoogmoedig mijn woorden,
ik zoek niet wat te groot is voor mij
en te hoog gegrepen.

Nee, ik ben slechts eerlijk geworden,
ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder,
als een onschuldig kind is mijn ziel in mij.

Weerloos kind in mij,
blijf altijd trouw aan jezelf.





Psalm 135 van de 21ste eeuw

Loof de aarde, dienaren van God,
u die staat op de planeet die God geschapen heeft.

Loof het aardse leven, want het is goed,
want het is uit Zijn hand gekomen.
God heeft de mens uitverkozen,
als woning voor Hem.

Natuurlijk weet ik het: God is niet kenbaar,
de ware God overtreft ons bevattingsvermogen.
God heeft het gehele universum geschapen,
laat het overdenken dŠŠrvan je voedsel zijn.

De godjes van boekgelovigen zijn van muf papier,
stuntelig gevouwen door bijgelovige mensenhanden,
ze hebben een grote mond, juist die van de primitieve mens,
ze verlustigen zich dan ook in menselijk machtsvertoon.

Ze doen in koelen bloede mens en dier vergaan in een zondvloed,
ze treffen meedogenloos de eerstgeborenen van Egypte,
het lukt ze tot ons vermaak stokken in slangen te veranderen,
en water in bloed -of nog beter, in wijn.

In hun toorn vagen ze hele volkeren weg,
in hun zieligheid doden ze een man die zaad verspilt.
Hun eigen volk laten ze
-eigen schuld natuurlijk-
in de woestijn ronddolen tot ze erin sterven,
en een land van melk en honing? -
zijn ze niet in staat zonder heilige oorlog te schenken.

Ze hebben zogenaamd oren,
maar laten eeuwenlang niet van zich horen.
Wel komt een stroom van beloften uit hun mond,
maar voor het nakomen ervan
is duizend jaar nog maar ťťn dag wachten.

Precies zoals die boekgoden
zijn dan ook hun tentenmakers en ezeldrijvers,
en ieder die zijn geloof op die woestijnzandboeken bouwt.

Vrije mensen, prijs God,
prijs Hem die zijn woning op een rots in u heeft.





Psalm 137 van de 21ste eeuw

Aan de oevers van Europese rivieren,
daar zaten wij eeuwenlang treurend
en overdachten wij in het geheim onze talloze fantasieŽn.
In de wilgen op de oever
hingen onze verboden lieren.

Daar kwamen wekelijks onze bewakers
vragen om een psalm en gezang op hele noten,
daar eisten zij die zich herders van kuddedieren noemden:
'Biecht je zonden van vandaag op,
kleed je ingetogen,
spoel je mond,
neem een ijskoude douche,
smeek om ontferming,
bid op je knieŽn om genade.

Maar hoe zouden wij zingen
een lied van een naijverig Heerschap
gekweekt op vreemde woestijngrond?

Als ik jou vergeet, mijn groene vruchtbare Zelf,
laat dan mijn hand alle snaren maar vergeten.
Laat mijn tong aan mijn gehemelte kleven
als ik van jou een gedweeŽ slaaf maak,
als ik mijn eigen oprechte geest in een boek opsluit
en niet meer stel boven alles wat mij verheugt.

Goddank voor de dag van de val van De Stad Gods,
goddank voor het optreden van verlichte mensen die opstonden en zeiden:
'Neer met die godsverduisterende leringen, neer!
Ban de heiligboekterreur met behulp van de gezonde rede de wereld uit.'

Boekgodsdiensten, de 21ste eeuw is getuige van uw einde.
Gelukkig hij die grootsere gezichten ziet,
en jou laat voor wat je was,
gelukkig hij die jouw laatste kinderen laat zien
dat zij honderdmaal waardevoller zijn.