Psalm 1 van de 21ste eeuw

Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie wedergeboren denkt te zijn.
die de weg van de ware gelovigen niet betreedt,
die bij vrome antwoordapparaten niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in altoos voor nieuwe raadsels te staan
en altijd recht wil doen aan zijn oprechte eigen menszijn,
of nu de zon schijnt, of de maan.

Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Iedere dag draagt hij vrucht,
zijn bladeren zijn altijd vers.
Alles wat hij aanraakt, komt tot bloei,
overal waar hij ademt is frisse lucht.

Zo niet de verlosten!
Zij zijn als kaf,
dat hier op aarde zaad van verdeeldheid rondpreekt,
dat in een hiernamaals betaald wil worden voor liefde,
en nooit verzuimt een God te prediken van straf.

Vromen houden niet stand in het gezelschap van waarachtig menszijn,
Bijbelaars niet waar eerlijkheid van denken heerst.
Zegen vindt men op de weg van de mens die zijn God kastijdt,
maar de weg van de deugdzamen loopt dood,
en die van de zekerweters is het hardleerst.





Psalm 2 van de 21ste eeuw

Waartoe leidt het woeden van de openbaringsgodsdiensten,
het rumoer van de evangelisten?
Tot niets.
De pausen, priesters, dominees, imams van de aarde komen in verzet,
de godsdienstige wereldmachten spannen samen
tegen God en de mens die het beeld van Hem is:
'Wij moeten God uitleggen en Hem in een boek opsluiten,
en de mens in boeien en banden vastbinden.'

God, die zeker niet 'in den hemel' troont, glimlacht,
God spot met dezen.
Als Hij al zou spreken zou Hij het doen in een bulderende lach,
en de Volstrekt Andere ieder mens verbijsteren:
'Ikzelf heb ieder mens gezalfd,
op de gehele aarde, mijn heilige planeet.'

Ben je al bekend met de enige hemel van God?
Hij spreekt in de gedachten van ieder mens:
'Jij bent mijn kind,
Ik heb je vandaag verwekt.
Vereenzelvig je met Mij
en Ik schenk je ooit de geheimen van het heelal,
de uitgestrektheden van het universum tot je bereik.
Verbreek altoos stenen tafelen,
schep voortdurend nieuwe, levende,
levensbomen van jouw wil en hoogste hoop,
en je zult alles opbouwen tot één grote schatkamer.'

Daarom, dwepers, word verstandig,
wees gewaarschuwd, godsdienstige leiders van de aarde.
Onderwerp u aan de wetenschap,
toon de Schepper van de realiteit uw ontzag,
breng God slechts met bloemen en intellect uw hulde.
En bewijs eer aan de medemens met een kus,
laat hem scheppen, anders kwijnt hij weg, en uw weg loopt dood.
Want een gevangen mens raakt ontmoedigd.

Gelukkig wie rust vinden bij de God van het scheppende denken.





Psalm 3 van de 21ste eeuw

God, hoe talrijk zijn de bijgelovigen,
velen vallen mij aan,
velen zeggen van mij:
'God zal hem verdoemen.'
Ik heb ze zelfs horen zeggen:
'De gelovige die het evangelie de rug toekeert,
zal vele malen zwaarder gestraft worden,
dan de ongelovige die nergens weet van had.'

Mijn hoogste menszijn en mijn hoogste inzicht is mijn god,
zij is mijn eer, zij houdt mij staande.
Wanneer ik daarop een beroep doe,
worden mij de eerlijkste, beste en waardevolste gedachten geschonken.

Ik ga liggen - en val meteen in slaap
en word ik wakker - de prachtige schepping nodigt mij uit!
Nee, ik vrees de talloze schaduwkanten niet
die mij aan alle kanten omringen.

Geen God hoeft mij ergens van te redden,
ook niet van de veroordelende vromen met verschroeid hart.
Maar als zo'n God zo nodig wat te doen wil hebben,
laat hem zich ontfermen over mensen zoals hem,
die voor het verleiden van zijn volgelingen,
met een molensteen om de nek in zee gegooid te worden
nog een genadige straf achtte.
Laat de stille stem van de schoonheid van hun eigen ziel
ooit eens hun schreeuwerige heilige teksten overstemmen.

Bij jullie, geweten en inzicht, is vervulling.
zegen rust op hem en haar die naar jullie luistert.





Psalm 4 van de 21ste eeuw

Antwoord mij als ik roep,
de kracht die mij levenslust schenkt.
Geef mij intellect en wijsheid als ik ontmoedigd word,
schenk mij liefde, laat mij jou vinden.

Boekgelovigen, hoe lang nog maakt u God en de wereld te schande,
is de schijn u lief, de leugen uw leidraad?
God is de zon die zijn gunst aan iedereen schenkt,
God spreekt tot ieder die ontzag heeft voor het bestaan,
Hij werkt in ieder mens die oprecht het leven wil eren.

Wees geen vreemdeling op aarde maar heb het leven lief,
bezin u in de nacht, zoek het hoogste en overdenk de Bovenmens.
Eer de aarde van uw kindskinderen,
heb vertrouwen in het leven.

Velen zeggen: 'Wie anders maakt ons gelukkig dan een God op papier?'
Ach, hoe zielig, een godje op een vodje papier!
een openbaring aan de uitverkoren gunstelingen van een stamgod
in de brons- en ijzertijd.
Waar heb ik openbaring voor nodig?
Mijn gehele wezen belichaamt goddelijkheid.
In ontzag voor het bestaan,
en in mijn scheppend vermogen
vindt mijn hart oneindig meer vreugde
dan zij in hun slaafzijn aan bijbel en koran.

In vrede leg ik mij neer
en meteen slaap ik in,
want ik weet mij een onderdeel
van een prachtige wereld.





Psalm 5 van de 21ste eeuw

Hoor mijn woorden, Aarde,
sla acht op mijn vermoeide leven.
Luister naar mijn hulpgeroep.

In de morgen, Leven, glimlachen jouw wonderen mij toe,
meteen bij het opstaan omringt jouw glorie mij.
Voor jou is elk mensenleven een schat,
maar in je onuitputtelijkheid zet je elk leven zo weer aan de kant,
en het menselijk grootse is voor jou gelijk het kronkelen van een worm.

Mensen steunend op heilige teksten, houden geen stand,
er komt een tijd
dat hun ogen eindelijk weer open zullen gaan voor jou, Aarde,
dat ze eindelijk zullen durven teruggaan naar zichzelf,
naar de bron,
om voor hun Leven een waardiger Godin te scheppen.

Aarde, je laat mensen die onrecht doen hun gang gaan,
want haat ken je niet.
Leugenaars laat je aan hun eigen denken ten gronde gaan,
zoals je ook mollen blind hun ondergrondse werk laat doen.
Maar wat zal jij denken, Leven,
van hen die zich mensen noemen
maar anderen bedreigen met hel
en van hen die in naam van jou bloed vergieten?

Aarde, ik mag overal op aarde een glimp van jouw grootsheid ervaren,
van ontzag vervuld mij buigen op iedere plaats die mij voor ogen komt.
Door het licht van wetenschap,
laat mij eeuwig groeien in goddelijkheid,
maak effen de weg die jij ons mensen mogelijk maakt.

Geest der wijsheid, leid mij ver langs boekgelovigen.
Onwaarheid komt uit hun mond,
eindtijdonheil koesteren ze in hun hart,
een open graf is hun keel,
gespleten is hun tong.

Geest der wijsheid, bevrijd hen uit hun negatief denken,
laat hen in hun bloedtheologie vastlopen,
ontferm je over hun kwalijke optreden,
want ook zij zoeken het uitbundige Leven,
...als vogels zonder vleugels.

Er is vreugde bij allen die rust vinden bij de God die Aarde heet,
eeuwige jubel omdat Jij in alles bent,
wie de naam Aarde werkelijk op zijn hart geschreven ziet staan,
juicht het leven toe, in alles wat zij te bieden heeft!

De Aarde zegent de rechtvaardigen en onrechtvaardigen,
Jouw geschenken strooi je overal uit met verkwistende hand.





Psalm 6 van de 21ste eeuw

Leven, verberg je niet voor mij,
laat mij niet ontmoedigd worden door het wegvallen van mijn waangeloof.
Heb erbarmen, Leven, want ik kwijn weg.
Genees mij, Leven, want ik leef onder een loodzware hemel,
soms voelt het alsof ik onder het onweer bezwijk.
Hoe lang nog, Leven, moet ik het met de kracht in mijzelf doen?
Hoe lang nog moet ik een schenker zijn zonder ooit te ontvangen?

Ach, dit onweer drijft wel weer over,
mijn ziel is een springfontein van licht.
Laat mij slechts een moment schuilen onder een sterke tak,
om straks weer opwaarts te vliegen, steeds hoger,
zodat ik boven elk ding zal staan als zijn eigen hemel.
Laat zien hoe hoog jij mijn gedachten kunt laten vliegen,
schenk mij onblusbare levenslust.
Want doden noemen jouw naam niet meer!
Wie in het dodenrijk kan je nog loven?

Moe ben ik van zuchten over het Leven,
elke nacht was mijn kussen nat,
mijn bed doorweekt van tranen.
Mijn ogen waren gezwollen van verdriet,
roodomrand van alles wat mij benauwde.

Maar nu wens ik de wereld te vervullen van hen die opbouwen!
Mijn eigen geest hoorde hoe luid ik weende,
De kracht van het Leven in mij hoorde mijn verlangen naar de Bovenmens,
Ik luisterde slechts naar mijn hoogste wens,
en mij werden vleugels geschonken.

Beschaamd kijkt de mens van de toekomst terug naar zijn verleden,
in een oogwenk zal men de oude godsdiensten doorzien.
Nooit zal men meer willen bukken voor dat wat vies en klein maakt.





Psalm 8 van de 21ste eeuw

God die mijn bestaan in het aanzijn heeft geroepen,
hoe ondoorgrondelijk is uw geheim,
het geheim van het gehele Universum.

God die ontelbare sterrennevels in het leven heeft geroepen,
hoe zou ik het in mijn hoofd halen
te denken dat U vijanden en tegenstanders zou kunnen hebben!
Of dat U behoefte heeft aan wraak, vergelding en verzoening!

Bezie ik de sterrenhemel, het werk van ondoorgrondelijke vingers,
al die zonnen en sterrenstelsels,
wat is dan de mens dat die vingers hem hebben voortgebracht,
een nietig mens als ik, dat God er oog voor zou hebben?

En toch is de mens als God zelf,
hij draagt op zijn best een kroon van glans en glorie,
hij kan zorgen voor alles waar men ooit eens een god voor nodig had,
hij legt alles aan zijn voeten:

De Maan, Mars, vele planeten,
en ook de bacteriën van de aarde,
radio- en röntgengolven,
electronische chips en veredeld graan.

God, de God die allen te boven gaat,
Een mens die over U denkt te kunnen spreken
is als de bacterie in de buik van de mens
die de mens denkt te kunnen doorgronden.
Hoe zou ik het lef hebben Uw naam nog langer te bezoedelen
door er het menselijke woord God voor te gebruiken.





Psalm 10 van de 21ste eeuw

Waarom, Allerheiligste, bent U voor zovelen afwezig?
Waarom verbergt U zich voor een wereld die U zo nodig heeft?
Overal hebben mensen een boek nodig om over U te komen weten,
Kunt U hun eigen gedachten geen allerheiligheid verschaffen?

De godsdienstige mens heeft U in zijn broekzak,
indien hij arm is, vervloekt en veracht hij de rijken.
Hij denkt in zijn waan: ik heb een vrijkaartje voor de hemel,
De Allerhoogste is aan mijn zijde - maakt hij zich wijs.
Hoezeer is de vrome mens gevangen in zijn talloze leringen!

Hij denkt dat het hem uiteindelijk zeer goed zal gaan,
als eerst het donkere tranendal van dit leven maar voorbij is,
want de schoonheid van Uw schepping raakt hem niet,
De aarde heeft hij aan een ingebeelde satan uitgeleverd.
Zijn tegenstanders beticht hij ten alle tijden van leugens,
in zijn hoogmoed beticht hij wijze denkers van goddeloosheid.
Hij denkt bij zichzelf: niemand weet het beter dan ik,
er is slechts één Allerhoogste, toevallig juist die oosterling in mijn heilig boek
- maakt hij zich wijs.

Met zijn leringen belastert hij heiligheid, en liegt hij over het goddelijke.
Hij wast zich in offerbloed, en merkt nooit op hoe vies hij wordt.
Zijn tong brengt waandenken en onwaarheid voort, en hij feliciteert zichzelf.
Op stille plaatsen ligt hij met zijn boek in hinderlaag,
op verborgen plekken stoot hij dwaalleraars uit,
zijn ogen spieden voortdurend naar weerloze mensen
om zijn teksten aan op te dringen.

Hij loert, verborgen als een leeuw in het struikgewas,
hij loert naar een jonge depressieve prooi en tracht hem te vangen,
hij vangt zijn prooi in een massabijeenkomst en sleurt hem mee-
wie later tegenstribbelt krimpt ineen,
valt in zijn klauwen,
krijgt de vervloekingen van zijn bijbel te voelen.
Hij denkt bij zichzelf: De Allerhoogste zal mij belonen voor mijn moed
dwaasheid te prediken.
Hij beziet zijn optreden en voelt geen schaamte.

Allerhoogste, heb erbarmen met deze domme wereld,
vergeet de dappere alleenstaande denkers niet,
de weinigen die dit beseffen:
de wereld is diep, dieper dan de dag zich dacht.
Hoe kan de boekgelovige U zo verachten,
en denken: Ik heb het Allerheiligste op een presenteerblad.

Toch ziet U de pijn en het verdriet op aarde,
U merkt het op, het is de pijn van Uw eigen hand.
Op U vertrouwen zij die zichzelf durven te zijn,
de ware ketters, U komt hun te hulp,
de weinigen die dit beseffen:
Gods pijn is dieper, o wonderlijke wereld!

Breek de macht van de boekgodsdiensten,
eis rekenschap van hun absurde dogma's,
ban het geloof in de hel uit.
Het Allerheiligste is de Schepper van alles en allen;
Heiligheid wil niet aanbeden worden
het allerminst door mensen die haar voor zichzelf hebben geannexeerd.

U, Allerhoogste, verhoort de wens van de oprechten,
De mens die het Allerhoogste in elke cel van zijn lichaam heeft geschreven staan,
U bemoedigt hen en luistert met aandacht,
U doet recht aan hun eerlijk denken.
U geeft hen lust die dieper is dan 't hart dat diep binnenin lijdt.
Geen mens kan de voortgang van hoogwaardig denken tegenhouden.





Psalm 11 van de 21ste eeuw

Schuilen doe ik bij de God die in mij leeft.
Van mij hoeft dan ook niemand te zeggen:
'Vogel, vlieg op, de hoogste bergen in!'
Vromen spannen hun theologische boog,
en leggen al hun heilige teksten op de pees,
om het oprechte kind in al zijn gedachten naar beneden te halen.
Wat kan een denker anders doen,
dan ze te laten zien hoe ze ook zouden kunnen leren vliegen?

De Heer zus, de Heer zo,
Hij heeft dezen lief, Hij wreekt zich over anderen.
De vrome weet het precies.
Hij laat zijn Heer op een troon in de hemel zitten,
en met grote aandacht hun offergaven bezien,
hij laat zijn Heer vooral iedere dag aan hem genade schenken,
en fronsend het doen en laten van anderen op aarde afkeuren.

Wie bijvoorbeeld hetzelfde geslacht liefheeft haat Hij,
vuur en zwavel stort Hij over zo iemand uit,
en storm drinken uit hun boek vol toverformules,
laten zij iedereen die zich hoogvlieger waant.
Door henzelf geschapen bergen verplaatsen ze het liefst,
om verpletterend op de ongelovigen te doen neerkomen.

Rechtvaardig is de mens wiens God geen vuur en zwavel nodig heeft,
die vuur en zwavel hoogstens voor zichzelf zijn werk laat doen.
Rechtvaardig is de mens die hoogwaardig denken zoekt,
in het gelaat van zulken zal men God aanschouwen.





Psalm 12 van de 21ste eeuw

Grijp in God! Bijna nergens vind ik gelovige denkers!
Geen boekgelovige spreekt waarheid,
in hun kerken en moskees beliegen ze elkaar allemaal,
vals en verraderlijk is hun woord.

God, maak een eind aan hun valse prediking,
snoer hun arrogante mond vol grootspraak over U.
Ze zeggen: 'Alleen met ons geloof ontvang je kracht,
ons heilig boek doet mirakels, wie kan ons aan?'

Denkers en wijzen zuchten onder het geestelijk geweld -
'Om dezen sta ik op', zegt God,
'Ik zal in hun gedachten de redding brengen die zij verlangen.'
De gedachten van de 21ste eeuw over God
zijn gelouterd door zicht op 40 eeuwen van waandenkbeelden en privégodjes.
En zij zullen uitbundig en tot in alle uithoeken
de wereld van de 21ste eeuw binnenstromen.

Behoed de alleenstaande hoge bomen, God,
bescherm hen steeds tegen de omzagers van het menszijn.
Overal sluipen vissers van mensen rond
met enge haken aan hun hengels,
overal tuiniers die armzalige boompjes laten groeien
met de kunstmest van het bijgeloof.





Psalm 13 van de 21ste eeuw

Hoe lang nog God, zult u mij als eenzame laten roepen,
hoe lang nog laat U Uw gelaat voor christenen en moslims verborgen zijn?
Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen over hen
en mijn hart door verdriet over hen overstelpt, dag aan dag?
Hoe lang nog houdt de domheid van boekgodsdienst de overhand?

Zie mij aan, geef mij antwoord, God die in mij leeft!
Verlicht mijn ogen, laat mij de zonovergoten toekomst zien,
dat ik niet in doodsslaap wegzink.
Laten amerikaanse soap-evangelisten niet roepen:
'We hebben hem verslagen',
de laatste europese vromen niet juichen omdat ik bezwijk,
en zij hun circustenten weer stampvol zwijmelaars in de geest krijgen.

Ik vertrouw op de liefde die in mij woont:
mijn hart zal juichen omdat ik mij red van de domheid in mezelf.
Ik zal nieuwe psalmen dichten voor God,
want ik ben gered uit de klauwen van het heilige boek.
Mijn geluk is me tot walging geworden,
mijn verstand verlangt naar weten
zoals een hongerige leeuw naar voedsel,
ik ben vuur en vlam.





Psalm 14 van de 21ste eeuw

Dwazen denken: ik heb een persoonlijke relatie met God.
Verdorven zijn ze, en gruwelijk in hun daden en denken,
geen van hen deugt.
God kijkt niet vanuit de hemel naar de mensen
Hij verdoet zijn tijd niet om te zien of er één verstandig is,
of er één is die het ware geloof heeft.
Met God praat je niet even voor het eten,
en je keurige gebedjes in de kerk:
armoe en vuil en erbarmelijk welbehagen zijn ze.
Met een eindeloze reeks
van 80 jaar lang opgelepelde verroeste formules
vermenigvuldigd en herhaald met miljoenen vrome monden,
is het grootste wonder wel dit:
dat Gods oren
nog steeds niet tuiten van ellende,
en zijn ogen
nog steeds dit mierengekrioel met interesse blijven bezien!

Allen zijn dom,
allen slechts een paar stappen verwijderd van de worm,
geen van hen is wat hij zijn moet, niet één.
Hebben ze dan geen inzicht, die vromen?
Ze verslinden hun duizenden alsof mensen hun brood zijn
en laten God te pas en te onpas diensten aan hen verlenen.
Uiterst tevreden zijn ze met hun Redder,
de Vis die hen altoos naar Amerika laat zwemmen,
zonder hen ooit zelf de kunst van het zwemmen toe te staan.

Nog even, en ze zullen de droeve waarheid over zichzelf zien,
uit kurkdroge woestijn vertrokken ze destijds in wanhoop,
in de onmetelijke oceaan kwamen ze uiteindelijk terecht,
daar proberen ze hun hoofd nu boven water te houden,
en indien ze een paar meter vooruit komen noemen ze dit
'zegen van Boven'.

God is met hen die eerlijkheid van geest in hun vaandel hebben staan,
en respect voor eigen geest als hoogste waarde hebben.
Zij bouwen op groene alpenweiden,
zij zien ver en ademen gezonde lucht.
Lach maar om het vertrouwen van de mens die gewoon zichzelf is,
Hij is het die Jezus vindt.

Ach, laat verlosten eindelijk verlost worden van hun redder.
Wanneer de Bovenmens deze aarde ten goede opbouwt,
zal de wereld juichen,
en wanneer de Bovenmens die ploeteraars een zwemplankje aan zal bieden,
zullen misschien zelfs de vroomsten zich op ingetogen wijze verheugen.





Psalm 15 van de 21ste eeuw

God, wie mag U ervaren in zijn hart,
wie leidt een gelukkig bestaan?

Hij die nooit de volmaakte weg gaat,
altijd antwoordt: 'Waarom noemt u mij goed?'
Hij die oprecht naar zijn eerlijke denken luistert.
Hij praat geen heilige boeken na,
hij heeft nooit een unieke absolute waarheid.
Hij benadeelt de ander niet,
maar laat hem hoogstens zien hoe de oude psalmen spraken,
en wat ze weglieten.

Hij veracht bijgeloof dat geen achting waard is,
maar eert al wie in oprechtheid ontzag heeft voor God.
Hij pleegt geen verraad aan zijn eerlijk denken,
al kost het hem zijn baan en de hemel.
Zijn gedachten strooit hij uit zonder winstbejag,
Hij houdt nooit collectes voor het onderhoud van predikers.

En al wordt hij gekruisigd:
wie zo doet, bouwt aan de wereld van de 21ste eeuw.