Psalm 23 van de 21ste eeuw

[Het lied van een thuisgekomene]

Mijn geweten is mijn herderin,
het ontbreekt mij aan niets.

Zij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,
zij geeft mij altijd kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van haar.

Ik ben gegaan door een donker dal,
en vreesde vele door de godsdienst opgedrongen angsten,
maar jij was altijd met mij,
zonder stok en staf
inspireerde jij mij tot moed
slechts naar jou te luisteren.

Nu zit ik elke dag aan een feesttafel,
vijanden ken ik niet meer.
Jij zalft mijn hoofd met kostbare olie,
mijn drinkbeker vloeit over.

Innerlijk geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven.

Nooit zal ik meer terugkeren
tot het huis van slavernij
waar men eens Gods naam op geschreven had,
en jouw heerlijkheid besmeurde.





Psalm 25 van de 21ste eeuw

Naar jou, het verstand dat in de mens leeft, gaat mijn verlangen uit,
naar meer, naar hoger, naar dieper inzicht,
daarop heb ik mijn zinnen gericht.

Alleen jij maakt het leven tot een feest.
In jouw nabijheid bestaan geen hemel of hel,
geen benauwdheid en geen dwaasheid.
Zij die op de god van het verstand hopen en bouwen worden nooit beschaamd.

Beschaamd worden zij die het verstand achteloos verraden,
die waarheid tot een paar antieke teksten omlaag halen
en laten verstenen.
God hebben zij uitroepen tot auteur van bespottelijkheid
en woestijnwijsheid,
tot liefhebber van bijgeloof en blinde gehoorzaamheid,
tot minachter van menselijk verstand,
fijnproever van bloedoffers.


Laat verstand in mij tot bloei komen,
alleen zij leert mij iets wat lijkt op een goddelijke weg in te slaan.
alleen zij wijst mij de weg naar iets wat waarheid zou kunnen zijn;
alleen zij leert mij mijn diepste zelf en mijn leven te doorgronden.
Zelfs al ga ik tenonder,
alleen van haar blijf ik het verwachten, elke dag van mijn leven.

Laat mij een ruime woning zijn voor jou, een plaats waar je je thuisvoelt,
ik heb jou meer lief dan geloofhoopenliefde.
Je hoogste inzichten zijn altijd onoverwinnelijk,
het verstand heeft van alle menselijke woorden altijd het laatste woord.


Goed en overvloedig schept het verstand,
iedere waarheid betwijfelt zij,
zó laat ze hen die in de ogen van zweverige fantasten strompelaars zijn,
als enigen juist ware waarheid vinden.
Hij wiens innerlijk oprecht naar haar luistert leidt zij in het rechte spoor.
Ze zal de mens uiteindelijk zelfs zijn al te menselijkheid doen verleren.


Ik weet dat mijn geweten al mijn fiasco's verontschuldigt en opvrolijkt,
want het geweten te gehoorzamen is een peuleschil
in vergelijking tot luisteren naar het verstand.
Zoals geloven in God en openbaring,
in uitverkiezing, troost en wensdromen,
in wonderen en goddelijk ingrijpen,
zoveel gemakkelijker is dan te aanvaarden wat het verstand leert.

Het verstand zal afmaken wat godsdienst en geweten eeuwig nalieten,
Zij is de ware alfa en omega,
slechts met behulp van haar zullen kinderen in een betere wereld leven.
de mens het woord 'goddelijk' in leven kunnen laten houden.

In den beginne was de onzin en de onzin was God.
Te lang heerste de fantasie, de angst en het gevoel.
Het bijgeloof deed iedere plant bloeien,
iedere tragische gebeurtenis met een verhaaltje als troost passief ondergaan;
ingebeelde machten waren de adem die ieder leven schonk.

Slechts de Rede bevrijdt daadwerkelijk uit alle nood,
wanneer het gevoel eenzaam, zielig en ellendig maakt,
wanneer de fantasie een loopje met de realiteit maakt,
wanneer het hart overloopt van radeloze angst,
wanneer hartstochten alleenheersers willen zijn.

De Rede kent geen benauwenis en leugen.
Zij zegent het leven en het scheppen.
O verstand dat in ieders mensenhart flikkert,
alleen in jou ervaart een mens rust en vrede.

Moge de onschuld en oprechtheid van een kind in mij bewaard blijven,
de gevoelige de pianist en de tedere minnaar hun kamertjes stil blijven bewonen,
maar moge mijn verstand eeuwig blijven groeien.

O Verstand, verlos deze wereld van menselijke domheid.





Psalm 26 van de 21ste eeuw

Geef mij zielsrust, jij Vertrouwer op het leven die ergens in mij leeft,
want in slaap sussend bijgeloof heb ik opgegeven.
Met absoluut vertrouwen op het leven,
wil ik mijn weg ferm voortgaan.

Wat jou betreft, beste Vertrouwer, je doorgrondt mij en kent mij volkomen,
je peilt de diepten van mijn hart en gedachten,
je weet dat mij altijd liefde, schenken en scheppen voor ogen staat,
en dat ik slechts de weg van waarheid wil bewandelen.

Bedriegende heilige boeken heb ik voorgoed afgezworen,
het geloof van huichelende gelovigen wil ik niet meer delen,
in de kring van kerkgelovigen,
zet ik me niet meer neer aan het avondmaal van mensenbloed en -vlees.

Niettemin zal ik mijn handen nooit in onschuld wassen,
en mij nooit tot de hoogste God uitroepen,
Ik wil slechts een loflied op het wonderlijke leven dichten,
en van de veelkleurige schepping verhalen.

Nog iets heb ik ontdekt in mijn diepste zelf,
de Opstandige wiens mond niet te snoeren is.
Omdat jij, Vertrouwer op het leven, blijkbaar wil dat alles is zoals het is,
zal ik alles liefhebben,
maar dan ook het vechten, het worstelen en de vijandschap
de afspiegeling van jouw glorie noemen.

Maar Verstandige in mij, ik wil liever mijn weg zonder dwalen gaan,
verlos jij mij dus van menselijke domheid,
Laat mij de Opstandige in mij in de hand mogen houden
en laat mij overal waar ik oprechte menselijkheid zie,
enkel Vertrouwen op het Leven prijzen,

om dubbelwijs te zijn.





Psalm 31 van de 21ste eeuw

[Een psalm van Rereformed]

Bij U, God, schuil ik,
help mij zo lang ik leef.
Of laat mij weer teruggaan naar U,
want ook dat is evengoed.
U bent mijn geboorte en mijn dood,
mijn rots, mijn toevlucht,
mijn vesting, mijn gids,
mijn verleden, mijn toekomst.

Toen ik viel, toen ik de straat overstak,
lag mijn leven in Uw hand,
meer nog: U was met mij voordat ik geboren werd,
en zult er zijn nadat ik weer weg ben.

Wie armzalige bijbel- en korangodjes vereren,
ach, laat ze mij in hun psalmen maar haten,
ik vertrouw op de God die in mij leeft!

Ik verblijd me, ik juich over het leven dat u mij geeft,
U bent Licht in mijn nood, Warmte in mijn plezier,
U laat niet toe dat zij mij blijven benauwen,
U geeft mijn vleugels steeds meer spanwijdte.

Het lukt me nooit lang in zelfmedelijden te zwemmen,
mijn ogen zijn nooit lang gezwollen van verdriet,
mijn ziel en lichaam zijn buigzaam en verderlicht.
Ik kom U overal tegen, waar ik ook loop,
met een lach en een traan slijt ik al mijn dagen.

Maar bij velen die mij lezen
wek ik afkeuring en verbijstering;
sommigen die mij en de oude psalmen kennen
wenden zich af en ontvluchten mij.

Eenzaam leef ik, als geknakt riet, ver van mijn vaderland,
vergeten en afgedankt als een gebroken aardewerk.
Ik hoor de mensen over mij fluisteren,
van alle kanten hoor ik hoe ik het beter kan doen.
Sommigen steken hun hoofden bijeen,
en smeden plannen om mijn mond te snoeren.

Maar ik vertrouw op U, God,
ik zeg: 'U bent de Zon,
in deze hand liggen mijn lot en mijn leven,
U hebt mij bevrijd van het evangelie en gehoorzaamheidseisers.
Laat het licht van Uw gelaat in mij stralen,
toon mijn broze innerlijk Uw gedachten.'

Zegen al die anderen,
laat ze het leven eren op hun manier.
Maar zwijgen moeten zij die hoogmoedig en vol verachting
in naam van heilige boeken andersdenkenden beschuldigen.

Hoe groot is het stralen
dat U heb weggelegd voor wie U in hun eigen hart zoeken.
Hoe groot het geluk voor hen die U daar vinden,
heel de wereld wordt door hen opgebouwd.

Geprezen zij God om zijn trouw,
Hij heeft een wonder voor mij verricht,
Hij ontzette mij als een belegerde stad.
In mijn angst had ik gezegd:
'Ik wil niet leven in een wereld met zo'n bijbelgod'.
Maar U hebt mijn smeekbede gehoord, en liet U vinden,
toen ik mijn blik richtte op de Zon.

Getrouwen van God, heb slechts het leven lief
God zal U alles schenken,
Hij lacht om hoogmoedige schriftuitleggers.

Allen die zonder bijbel slechts stil vertrouwen,
die elke dag de zegenende Zon stil zien opgaan:
wees sterk en houd moed.