Hoofdstuk 14, De haute cuisine van gebakken spinnenpoten

We komen nu op wat misschien het dieptepunt is in de verhandeling van Ouweneel, en wat ik daarom tot een hoogtepunt in mijn betoog wil maken. In zeven bladzijden zet Ouweneel even neer dat de Bijbel het Woord van God is. Hij doet dit op een wijze die ik beslist een intelligent mens onwaardig zou noemen. De redenering gaat als volgt:


Ik acht het voor de hand te liggen dat, als er een God is die Zich aan de mens wil openbaren, Hij Zich niet alleen steeds weer opnieuw aan heel verschillende mensen op heel verschillende manieren openbaart, maar ook aan de hele mensheid op een wijze die aannemelijk en eenduidig is voor alle mensen die ervoor openstaan.


Kan een argumentering nog meer strompelen?

1. Indien we de Bijbel moeten geloven heeft God zich nooit geopenbaard aan "de mensheid". Van Noach tot aan Abraham liet Hij het gehele menselijke geslacht aan zijn lot over zonder van Zich te laten horen. Ten tijde van Abraham hield Hij zich bezig met één persoon, later één familie, terwijl Hij alweer de gehele rest van de wereld zonder openbaring liet. Weer wat later hield Hij zich bezig met één volk (hetgeen Hij overigens ook al weer 400 jaar aan zijn lot overliet zonder er ook maar enig belang in te stellen), en alweer liet Hij de rest van de wereld volkomen aan zijn eigen lot over. Ten tijde van het christendom liet Hij zich zien aan een handvol mensen; Hij werd bovendien opeens geïnteresseerd in het lot van de gehele mensheid, en zelfs dat was in het begin nog maar een twijfelachtige zaak waarover druk geredetwist werd, en alweer liet Hij het merendeel van de wereld eeuwenlang wachten op de openbaring, de amerikanen zelfs 1500 jaar. Bepaalde volken hebben zelfs tot op de dag van vandaag nog steeds nooit iets van Hem vernomen! En dan heeft Ouweneel het lef te praten over "zich openbaren aan de gehele mensheid"??
2. Tot overmaat van ramp zitten we via deze manier van openbaren (via de mond van mensen) met het onoplosbare probleem te moeten uitzoeken wat nu weer wel en wat nu weer niet een goddelijke openbaring is. De abrahamitische godsdienst puilt uit van de mensen die zogenaamd Godsopenbaringen kregen, en waar we dan ons gehele leven over kunnen redetwisten of ze nu wel of niet geïnspireerd zijn, zoals een Mohammed, een Jozef Rulof of Joseph Smith of een boek van Henoch, een evangelie van Thomas, een Apocalyps van Petrus.
3. Zelfs wanneer men het erover eens is wat tot de openbaring behoort, dus zelfs binnen één boekgodsdienst, hebben we weer een waaier van verschillende opvattingen over de juiste interpretatie van het heilige woord, en zit men elkaar eeuwenlang in de haren, kan men zelfs niet door één en dezelfde kerkdeur naar binnen gaan. Wie, terugkijkend op het christelijk geloof alleen al, kan wat anders doen dan somber zijn hoofd schudden dit door de boekgodsdienst gecreëerde primitieve menszijn en gekrakeel aan te zien?
4. Indien een lezer nóg niet door heeft dat de boot van Ouweneel volledig lek is, dan hier nog het volgende argument: wat tot "openbaring" of "het Woord van God" is uitgeroepen door de tak van geloof die hij representeert, staat vol met geschriften die niet eens de claim maken door God geïnspireerd te zijn, denk alleen maar eens aan Ruth, Hooglied, Spreuken, Psalmen, Klaagliederen, Prediker, Ezra, Nehemia, Ester, sommige brieven van Paulus en waarschijnlijk nog meer boeken die ik over het hoofd zie! Kan de boot nog lekker zijn?


Bovenstaande feiten overziend vraagt iedereen zich werkelijk af waar in vredesnaam Ouweneel het gezond verstand vandaan haalt om een boek en openbaringen aan bepaalde uitverkoren individuen "voor de hand" te zien liggen als goddelijke manier van communiceren. Hij merkt natuurlijk meteen op dat de Koran gemakkelijk te ontmaskeren is als een verdraaiing van de Bijbel, wie weet zegt hij van Lou de Palingboer hetzelfde, maar van de orthodoxe en zeer geletterde Jood die van het christelijke Nieuwe Testament zegt dat het een verdraaiing is van het Oude Testament komt hij nooit af met redeneringen, hoe intelligent die redeneringen ook zouden zijn. Zoals Kuitert eens schreef in zijn boek over Jezus: "Als toevoeging aan de godkennis van het jodendom is Jezus voor geen enkele jood noodzakelijk of profijtelijk". Boekgodsdienst is eenvoudig het beste recept voor één en al ellende en tweestrijd in de wereld. Hierover is zoveel geschreven, en de argumenten voor deze stelling zijn zó onvoorstelbaar zwaarwegend en talrijk, dat ik niet eens de moeite neem de stelling hier verder te verdedigen. Iemand die het niet ziet is ofwel geestelijk ingeslapen ofwel niet voor rede vatbaar.


Vervolgens gaat Ouweneel op de toer van het karikaturiseren van atheïsten:


Atheïsten hebben strikt genomen ook geen behoefte aan rationele argumenten voor of tegen het goddelijk karakter van de Bijbel. Zij geloven toch al niet in het bestaan van God, dus een vermeend goddelijk karakter van de Bijbel zegt hun bij voorbaat al helemaal niets. Goed, dat kan ik begrijpen. Maar wat ik niet kan begrijpen én niet kan aanvaarden, is dat atheïsten eens in de Bijbel geneusd hebben, er stukken in gelezen hebben, stukken die hun niets zeiden of die ze zelfs veroordeelden -zonder in staat te zijn die stukken in het geheel van de Godsopenbaring te evalueren- om vervolgens het vermeende goddelijke karakter van de Bijbel ronduit belachelijk te maken door te wijzen op allerlei 'tegenstrijdigheden', 'immorele' elementen, 'ridicule' leringen, of ongegronde conclusies uit de Bijbel. Gewoonlijk zijn dit soort tegenwerpingen gebaseerd op de eigen onkunde. Ze horen 'valse noten' zonder iets van muziek te begrijpen.


1. Het is denk ik in de discussie met geen enkele ongelovige lezer bevorderlijk hem/haar uit te maken voor iemand die uit onkunde praat en enkel uit is op ridiculisering. Indien Ouweneel hoopte dat hij een vruchtbaar gesprek zou kunnen aangaan met een atheïst, dan heeft hij het op dit moment wel onmogelijk gemaakt. Het staat ongetwijfeld buiten kijf dat er wel atheïsten zullen zijn die weinig of niets van de Bijbel weten, net zo goed als er mensen zoals Ouweneel zijn die er blijk van geven weinig of niets begrepen te hebben van atheïsme, en net zo goed als we kinderen om ons heen hebben die nog nooit van Sibelius hebben gehoord en lachen wanneer ze een operazanger voor tien seconden aanhoren. In een discussie moet men onkunde m.i. opmerken en rechtzetten op het punt waar men het tegenkomt, zoals ik ergens opmerkte dat Ouweneel weinig of geen kaas gegeten heeft van Feuerbach en Nietzsche, en in bovenstaande passage laat zien dat hij überhaupt van atheïsten weinig idee heeft. In een algemene uiteenzetting waarom men theïst of atheïst is moet men zich echter enkel meten met de meest deskundige tegenstanders. Ouweneels boek zou pas interessant geweest zijn wanneer hij zich de denkwereld van de Essentie van het Christelijk Geloof van Feuerbach en De Antichrist en Zarathoestra van Nietzsche volledig had eigen gemaakt, zoals een pianist zich de Hammerklaviersonate van Beethoven eindeloos heeft eigen gemaakt voor hij het ten gehore geeft aan publiek en dan na afloop van zo'n concert het publiek tóch kan zeggen en laten horen dat er wel betere muziekstukken bestaan. Als Ouweneel dat gedaan had, dán zou ik mijn pet voor hem hebben afgenomen met zeer diep respect.
2. Ik lees het vervolg van Ouweneels betoog en hoor dat hij verstand heeft van de grondtekst, elk vers kent, de zaken al 50 jaar bestudeerd heeft, over elk hoofdstuk gepreekt heeft, professor in de dogmatiek is, en zich dus de haute cuisine van het Bijbelse gerecht volledig eigen heeft gemaakt, plus nog Bruckner, Mahler, en Bourgogne, en begin nu de irritatie van Henk Hoksbergen beter te begrijpen. Moet ik nu ook in de zandbak gaan spelen en met m'n emmertje zand en schopje parmantig als een kefhond tegen hem zeggen dat ik theoloog ben en musicus, en het Johannesevangelie ooit uit m'n hoofd kon opzeggen en zelfs weet in welk jaar Ravel zijn pianotrio in a-kleine terts en Sjostakowitsj zijn pianotrio in e-kleine terts geschreven heeft, Mika Waltari in de grondtekst lees en zelfs weet dat 'zandbak' in het Fins 'hiekkalaatikko' is, het geheim van Esa-Pekka Salonen ken en een liter Finse volle melk per dag drink? Ik vind het jammer tot zoiets gedwongen te worden en kan het daarom nu niet laten hem te zeggen dat ik over elk hoofdstuk in zijn boek diep teleurgesteld ben. Ieder hoofdstuk is een niemandalletje van een paar bladzijden over een zaak die hij tien maal zo lang had moeten behandelen om serieus genomen te kunnen worden. Zijn perikopen en grondteksten hebben hem geen jota geholpen in zijn boek, als er iets is wat opvalt in Ouweneels betoog is het wel dat hij in het hele boek bijbelteksten zoveel mogelijk gemeden heeft. Ook kom ik nergens antwoorden tegen op een meer dan tweehonderd jaar lange stroom van theologen van naam die zeer verontrustende zaken aan het licht hebben gebracht aangaande die bijbel. Kan een intelligente christen echt deze bibliotheek aan inzichten zonder blozen en blikken volkomen negeren? Blijkbaar wel als het hem enkel te doen is om voor eigen parochie te spreken en hij enkel in een schijngesprek met ongelovigen gewikkeld is. Handig. Dan kun je net doen alsof de tegenpartij helemaal nooit wat te melden heeft.
Als mijn muziekcarrière me iets heeft bijgebracht is het wel dit: voordat je publiek ook maar één muziekstukje ten gehore brengt, laat het iets zijn wat door jezelf onovertroffen is, waar je geest tot de laaste druppel in zit. En een componist doet het zoals Sibelius het deed: twintig jaar worstelde hij met zijn achtste symfonie. En toen het af was bekeek hij het nog eens, woog het en vergeleek het met zijn vorige prestaties. En op een sombere avond midden in de oorlog ging hij voor het haardvuur zitten, scheurde de partituur bladzijde voor bladzijde los en gooide het in het vuur. Pas wanneer iemand begrijpt dat je zo hard tegen jezelf moet zijn is hij een schepper en heeft hij iets begrepen van het goddelijke. De conservatoriumdiploma's zijn enkel een bijkomstigheid en komen eenvoudig nooit ter sprake.
3. Het feit dat de bijbel tot zo'n haute cuisine behoort, een boek is uit een vervlogen cultuur die de moderne mens niet meer kan bereiken, geschreven is in talen die inmiddels dood zijn, en een wereldbeeld ademt dat geen enkel raakvlak meer heeft met de tegenwoordige wereld, is een reden te meer in te zien dat de goddelijke zaken niet in een boek neergezet kunnen worden. Wat is nou een schaapherder voor Eskimo's, wat weten Finse vrouwen over zwijgen en de man als hun hoofd, wat moet een werknemer bij Nokia die net gehoord heeft dat de CEO van Nokia vorig jaar 3,4 miljoen euro in eigen zak stak, nu met Paulus' vermaningen over de slaven, wat moeten wij moderne mensen met bloedoffers, besnijdenissen, een 'eniggeboren zoon van God' en een duivel van een moeilijke soort om uit te werpen? Wat moet een modern mens met "Rijdend op een lichte wolk spoedt Jahweh zich naar Egypte, de goden van Egypte zullen voor Hem beven"? Wat in vredesnaam moet een modern mens met "Profetie over Duma. Vanuit de Seïr roept men naar mij: 'Wachter, hoe lang nog duurt de nacht? Wachter, hoe lang nog duurt de nacht?' En de wachter antwoordt: 'De morgen komt en ook de nacht. Wilt u iets vragen, kom dan nog eens terug en vraag het"?? Wat bezielt een gelovige iedere dag een boek te lezen waarin zulke dingen staan als: "Jahweh verwoest de aarde en slaat haar kaal, Hij ontwricht haar en verstrooit haar bewoners. De aarde wordt geheel verwoest en volkomen leeggeplunderd, want Jahweh heeft aldus gesproken. Ze hebben de voorschriften overtreden, hebben haar eeuwig verbond verbroken. Daarom moeten haar bewoners boeten." Aan welk een ziekte moet men lijden om zoiets als het volgende tot Gods Woord uit te roepen? "Wee Ariël, Ariël, stad waar ooit David zich legerde. Rijg de jaren aaneen, vier de kringloop van feesten. Maar Ik zal Ariël in het nauw drijven. Je zult roepen diep onder de grond. Want Jahweh van de hemelse machten zal ingrijpen, met donder, aardschokken en oorverdovend lawaai, met wervelende stormen en een verterende vlammenzee. Als een angstdroom, een visioen in de nacht..." Hoe bizar hoofdstuk na hoofdsstuk in dit braaksel van de menselijke geest te willen zwemmen? "Jahweh zelf komt van ver, in brandende toorn: uit Zijn neus stijgt dichte rook omhoog, vervloeking ligt op Zijn lippen, zijn tong is als een verterend vuur, zijn adem als een kolkende watervloed...in grimmige toorn, met wolkbreuken, stortbuien en hagelstenen. Zijn stem zal Assyrië verlammen...als een stroom van zwavel steekt de adem van Jahweh hem in brand." "Beef, jullie zorgelozen, sidder, jullie die vol vertrouwen zijn." "De volken zullen branden als in een kalkoven, in vlammen opgaan als weggekapte doornstruiken." "Jullie die ver weg wonen, hoor wat Ik gedaan heb, en jullie die dichtbij wonen, erken Mijn kracht. De zondaars in Sion sidderen, de goddelozen door angst bevangen: "Wie van ons kan wonen in verterend vuur? Wie kan wonen in vuur dat eeuwig brandt?" "Jahweh zal optrekken als een krijgsheld, als een aanvoerder wakkert Hij de strijdlust aan. Hij blaast alarm, Hij slaakt een strijdkreet. Heldhaftig verslaat Hij zijn vijanden." Er is één zin die ik vind (alle teksten waren uit het heilige boek Jesaja) die ik de gelovigen inderdaad als een wijsheid aan kan bieden: "Doven, luister! Blinden, open je ogen en zie! Is er ooit iemand zo blind bevonden als Mijn dienaar, zo doof als de bode die Ik gezonden heb?"
Ouweneel eet wat de haute cuisine betreft graag weer van twee walletjes, want even later merkt hij weer op dat de Bijbel juist ook zo toegankelijk is voor de onopgeleide mens. Nu luidt het opeens weer dat intellectuele bagage ook een barrière kan zijn. Het moest zeker even geschreven worden zodat de evangelische achterban zonder hoge opleiding aan de haute cuisine geen aanstoot zou nemen en ook een puntje meekrijgt.
4. Maar nu de crux: juist omdat de Bijbel voor mij de haute cuisine was, het hoogste van het hoogste, waarin ik me met al mijn kracht en al mijn intelligentie en al mijn liefde jarenlang op stortte, juist omdat de Bijbel het boek der boeken moest zijn, de onovertroffen hoogste traptrede van menselijk filosofisch en visionair denken, de goddelijke openbaring, dwz datgene wat ál het menselijk denken veruit overtreft, de beste menselijke moraal, dwz waar niemand in alle eeuwen ooit meer iets aan zou kunnen verbeteren, de meest fantastische intellectuele zaak waarmee je in je leven bezig kan zijn, dwz waar geen mens ooit nog iets van belang aan zou kunnen toevoegen, juist omdat ik dat alles volkomen geloofde en me er tientallen jaren trouw aan overgaf en in verdiepte, totdat iedere haak en oog en jota eruit mij bekend was, kortom, juist omdat ik een muziekexpert ben, dáárom is de bijbel zo daverend naar beneden gevallen en klaag ik de bijbel aan als de hoogste godslastering die men in onze tijd maar kan bedenken, klaag ik de christelijke godsdienst aan met zo'n dik dossier aan materiaal en zo'n intense aanklacht dat het me al zes jaar lang dag en nacht bezig houdt en niets anders te doen geeft, en ik een soortgelijke Hammerklaviersonate tot nog toe door geen enkele nederlandse atheïst heb zien voordragen. Ik ben het wél in Nietzsche tegengekomen. Juist omdat ik en hij in ons leven fijnproevers waren, en de hele denkwereld van het menselijk denken bij langs zijn gegaan op zoek naar goede gerechten en fantastische muziekstukken, ook het atheïsme waar u aan voorbij bent gegaan, en alle voorradige klanken en smaken geleerd hebben te verstaan en te leren eten, dáárom stijgen mensen zoals wij boven u uit en hebben we een veel wijdser uitzicht, en laten we u in het spinnenbos achter met uw heilige bijbel. U mag dan het idee hebben dat u met een haute cuisine van doen hebt, maar wij zien u opgesloten zitten in een heel klein keukentje met spruitjeslucht, waarin enkel zout en gebakken spinnenpoten als kruid dat de smaak wat moet vergroten, voorhande is.


Als laatste punt van dit hoofdstuk gaat Ouweneel over op de stijl van de propagandist die op de kansel staat:


Als je alleen geestelijk brood wil om van te leven -lees de Bijbel. Als je jezelf wilt onthalen op het grootste geestelijk-culinaire festijn -lees de Bijbel. Het eerste kan zelfs het kleine kind in het geloof; voor het tweede is een behoorlijke training nodig. De pasbekeerde kan zó beginnen te 'eten' -en de diepst ingewijde lezer zal altijd weer nieuwe gerechten ontdekken, die men soms moet leren eten, maar die dan ook de grootste voldoening opleveren.


Tsja, ik heb ook wel eens zo gelogen toen ik tegen Nederlanders over het 'prachtige' Finland en haar 'heerlijke' gerechten vertelde. De Goddelijke Komedie is zo groot als de behendige uitgedoste hansworst in Nietzsches Voorrede van Zarathoestra maar kan opvoeren. Er staat beneden altijd wel een meute zich te vergapen aan je acrobatiek.
Als voorbeelden van bijbels meesterschap noemt Ouweneel het boek Job en de brief aan de Romeinen. Wat het laatste betreft schrijft hij -lyrisch als de beste dominee- iets wat ik wel aardig vind:


Het was het bijbelboek dat die grote geest, Augustinus, van een heidense losbol tot de grootste van alle christelijke denkers uit de oudheid maakte. Het was het bijbelboek dat in de geleerde monnik Maarten Luther een geweldige ommekeer teweegbracht, die uiteindelijk leidde tot een religieuze én culturele revolutie in heel Noordwest-Europa, en van daaruit in de hele wereld...Wellicht zal er eens weer een nieuwe generatie opstaan die dankzij een geniale geest opnieuw op geheel frisse wijze door dit boek geïnspireerd zal worden.


Ik nodig Ouweneel uit om hier te gaan kijken voor zo'n frisse aanpak van de Romeinenbrief die Noordwest-Europa nog niet eerder onder ogen heeft gehad. Uiteraard hoef je er niet geniaal voor te zijn, net zo min als de oorspronkelijke schrijver geniaal was; het enige wat benodigd was, was iemand die de brief las door een atheïstische bril en hem daarom dieper kon verstaan dan ooit alle gelovigen verstonden.