Robert Ingersoll: Enige vergissingen van Mozes
Hoofdstuk 11




Vrijdag

Men vertelt ons verder dat God een dag later zei:


Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen. En God schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: 'Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.'


Terwijl het droge land met grasscheutjes, kruiden en vruchtdragende bomen bedekt was, bleef de oceaan dus geheel zonder leven, volgens sommige uitleggers wel miljoenen jaren lang. Neemt men aan dat Mozes met het woord dag slechts 24 uur bedoelde, dan komt het er weinig op aan op welke van de zes dagen de dieren geschapen werden. Verstaat men echter met dit woord 'dag' een tijdsbestek van miljoenen jaren, gedurende welke tijd het leven zich langzaam van het infusiediertje tot de mens ontwikkelde, dan is het bericht zeer kinderachtig en onbegrijpelijk. Geen wetenschappelijk mens van slechts eenvoudige opleiding zal beweren dat op aarde de vruchtbomen zich al zouden hebben ontwikkeld voordat het eerste infusiediertje verscheen in de Laurentijnse zeeŽn. Niemand zal ook een grasscheutje laten verschijnen voordat de zon haar goudzee van licht over de aarde had uitgestort.

Waarom moeten wij mensen dan toch in naam van de godsdienst de tegenspraak die tussen de Natuur en het Boek bestaat in overeenstemming trachten te brengen? Waarom moeten wijsgeren de dupe worden, wanneer ze meer vertrouwen schenken in hetgeen ze weten, dan in hetgeen hun via een overlevering wordt aangepraat? Als er een God bestaat, dan is het begrijpelijk dat Hij de wereld maakte, maar het is nog lang niet zeker dan Hij dan ook de schrijver van de bijbel was. En zelfs indien God zowel de wereld maakte als ook het boek schreef, dan is het nog altijd een vreemde zaak dat ons heil en zaligheid afhangt van het feit of we geloven in de avonturen van kapiteit Jona en het diŽet van EzechiŽl, terwijl het toch minstens zo belangrijk is iets te weten over het zonnestelsel en de natuurlijke historie van de aarde. Ik voor mij geef de voorkeur aan kennis van alle resultaten van het wetenschappelijk onderzoek, boven de hoge 'inspiratie' van Mozes. Zelfs met de veronderstelling dat de bijbel de eigenlijke waarheid bevat, waarom is het voor vrijdenkers zoveel slechter en bozer om dit te loochenen, dan het voor priesters is de evolutieleer en de natuurkunde te ontkennen? Waarom worden wij verdoemd vanwege ons lachen om Simson en zijn vossen, terwijl anderen die de wolkentheorie minachten direkt naar de hemel gaan? Volgens mij is het geloven in de resultaten van de wetenschap even goed geschikt voor de zaligmaking als het geloof aan de bijbelse voorstellingen die de Kerk voorstaat. We worden immers onderwezen dat iemand door God evengoed wordt aangenomen, al zou hij zelfs de bolvormigheid van de aarde, de ontdekkingen van Copernicus, de drie wetten van Kepler, de onvernietigbaarheid van de materie en de aantrekkingskracht van de aarde ontkennen. Men leert ons dat het er totaal niet toe doet of men omtrent deze vraagstukken gelijk heeft of niet, maar dat men voor eeuwig verloren is indien men niet gelooft aan het ontwerp van de zaligmaking.