Robert Ingersoll: Enige vergissingen van Mozes
Hoofdstuk 13




Laten wij mensen maken

Vervolgens worden we door de schrijver van de Pentateuch onderricht dat God zei:


'Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken. En God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.


Indien dit verhaal al een betekenis heeft dan bedoelt het te vertellen dat de mens volgens het natuurlijk beeld, het uiterlijk van God geschapen werd. Mozes spreekt nooit anders van God dan van een wezen met een menselijke gedaante. Hij spreek van God als wandelende in de hof van Eden in de koelte van de avond, en dat Adam en Eva zijn stem hoorden. Hij vertelt voortdurend wat God zei en in duizenden aanhalingen maakte hij van Hem gewag als zijnde niet alleen in het bezit van een menselijke gedaante, maar ook handelend zoals een mens doet. De God van Mozes was een God met handen, met voeten en spraakvermogen; een God met hartstocht, die haat, liefheeft, wraakneemt en berouw heeft. Een God die fouten begaat! Met andere woorden, Hij was precies als een buitengewoon machtig mens.

De tekst zal toch niet betekenen dat Mozes het denkbeeld had, dat God de mens volgens zijn verstandelijk of zedelijk evenbeeld schiep. Er zijn er die beweren dat God de mens volgens zijn zedelijk evenbeeld schiep, omdat men gelooft dat de mens oorspronkelijk rein was. Reinheid kan men echter helemaal niet produceren, net zo min als een zedelijk karakter voor de mens door God gemaakt kan worden. Ieder mens moet zijn eigen zedelijk karakter zelf maken. Weer anderen beweren dat Adam en Eva volgens het verstandelijk evenbeeld van God geschapen werden. Als men hiermee bedoelt dat ze met gelijksoortig verstand, maar in mindere mate van ontwikkeling, geschapen werden, dan kunnen we zoiets best toegeven, maar we kunnen onmogelijk stellen dat het de bedoeling van Mozes was dit te zeggen. Mozes beschouwde de menselijke gedaante als het beeld van God en sprak nooit van God zonder die gedaante. Niemand zal de Pentateuch lezen zonder dat hij wel gedwongen wordt te concluderen dat de mens volgens de zichtbare gelijkenis van God geschapen werd. Lees hoe God eruit ziet: 'God zei Laten wij naar beneden gaan', God rook een lieflijke geur, God had berouw dat hij de mens gemaakt had, God wandelde, God sprak, God rustte uit. Al deze uitdrukkingen laten zien dat de persoon die de uitdrukkingen bezigde zich voorstellingen maakte van een God in menselijke gedaante. Het is voor de mens dan ook niet mogelijk zich een ander begrip te maken van een persoonlijke God dan hem in menselijke gedaante voor te stellen. Niemand stelt zich het oneindig wezen voor in de gedaante van een paard, een vogel of een dier, dus beneden de rang van mens. Het behoort tot de behoeften van het verstand de uiterlijke vormen met de verstandelijke eigenschappen te verenigen. De hoogste vorm waarvan wij ons een begrip hebben is de mens, en daarom is dat ook de enige vorm die wij in onze verbeelding aan een persoonlijke God kunnen geven. Alle andere vormen zijn volgens ons verstand aan een minder hoog ontwikkeld verstand verbonden. We zouden ons een persoonlijke God onmogelijk als een geest zonder vorm kunnen voorstellen. We mogen zulke woorden natuurlijk wel gebruiken, maar ze drukken volgens ons verstand geen bekend zijnde realiteit uit. Iedereen die zich een persoonlijke God voorstelt, stelt hem voor in mensengedaante. Neem van God al het menselijke weg, spreek van hem als een overal doordringende geest, dus als een allesdoordringende abstractheid, waaromtrent we niets weten, en het resultaat is wat men noemt Panthe´sme.

Wanneer we te horen krijgen dat God de mens maakte, komt bij ons natuurlijk de vraag op hoe dan wel. Was het via een proces, via evolutie, dwz geleidelijke ontwikkeling, door 'overbrenging van geleidelijk verkregen gewoonten', via 'overleving van de geschiksten', of was de nodige hoeveelheid 'klei' die vervolgens door Gods handen tot een vorm gekneed was de enige samenstelling. De moderne wetenschap leert ons dat de mens zich gedurende een tijdperk van eindeloze eeuwen uit lagere vormen heeft ontwikkeld; dat de mens het resultaat is van een bijna oneindig aantal werkingen, terugwerkingen, ervaringen, toestanden, behoeften en aanpassingen. Was Mozes van plan die bedoeling uit te drukken of meende hij, dat God eenvoudig maar een voldoende hoeveelheid stof behoefde te nemen om het tot een geschikt model te vormen en er daarna de levensadem in te blazen, om het af te maken? Kan een bijbelgelovige een verstandig verhaal maken van dit scheppingsverhaal? Kan men zich werkelijk van deze wijze van scheppen een duidelijke voorstelling maken? Kan een theoloog zich tevreden stellen met de bewering, dat de mens direct uit aarde geschapen werd? Kan hij beweren dat de mens op deze wijze zˇ gemaakt werd als hij n˙ is? Met alle ontwikkelde spieren, om te gaan en staan en om te spreken, en in staat om de verschillende menselijke handelingen uit te voeren? Waren zijn beenderen meteen gevormd zoals nu, waren alle zenuwverbindingen, de pezen, de hersenen volledig ontwikkeld zoals nu?

Indien we in de geschiedenis van het dierlijk leven terugkijken, vinden we de laagste en de hoogste vormen en een langzame en trapsgewijze opklimming. Er bestaat een zekere, maar duidelijke verhouding tussen behoefte en verschijningsvorm, tussen levenswijzen en uiterlijke vorm. De eenvoudigste diervormen hebben geen organen. Ze hebben als het ware een bouw zonder bouwvorm. Een kleine massa doorzichtige geleistof, dat zich kan uitdijen, intrekken en zich om het voedsel heen kan hechten. Het voedt zich zonder mond, verteert zonder maag, beweegt zich zonder voeten en vermenigvuldigt zich eenvoudig door tweedeling. Neemt men dit schepsel als beginpunt aan, dan kan men gemakkelijk de ontwikkeling van de organische bouw van alle levensvormen tot aan de mens toe, nasporen. Op die wijze kan men zich van elke spier, elk bot, elke verbinding tussen organen en vormen rekenschap geven. Op deze wijze, en slechts op deze manier, kan het bestaan van alle rudimentaire organen die we bezitten, verklaard worden. Wis uit het menselijk verstand alle denkbeelden over evolutie, overerving, aanpassing, het overleven van de geschiksten, waarmee we door Lamarck, Goethe, Darwin, Haeckel en Spencer verrijkt zijn, en alle feiten in de geschiedenis van het dierlijk leven raken zonder enige samenhang, en zonder enige betekenis.


Moeten wij alle kennis die wij met betrekking tot het organische leven ontdekt hebben, verwerpen, om de stellingen aan te nemen van iemand die leefde ten tijde dat de zon opging over een ruwe, barbaarse morgen? Mag iemand er genoegen mee nemen dat de mens een direkte en onafhankelijke schepping was, en er geen relatie bestaat en onderhouden wordt tot de dieren beneden hem? Het geloof hieromtrent moet in ieder geval door bewijzen gestaafd kunnen worden. Een mens kan niet zo maar geloven wat hij verkiest. Hij kan natuurlijk in woorden zeggen wat hij wil, maar zijn woorden en wil kunnen de weegschaal noch neerdrukken noch oplichten. Indien we het hÝerover oneens zijn, sja, dan zijn onderzoek, bewijs, oordeel en verstand slechts woorden zonder enige betekenis.


Ik vraag opnieuw: hoe werden Adam en Eva geschapen? Volgens het verhaal werden beiden, man en vrouw, tegelijk geschapen. In het volgende verhaal wordt Adam echter eerst geschapen, en een poos daarna wordt Eva pas gemaakt, uit een deel van Adams lichaam. Was het eenvoudig door een scheppingsbevel dat de rib van Adam zich langzaam uitstrekte, aangroeide en zich verdeelde in zenuw, band, kraakbeen en vlees? Hoe werd de vrouw uit een rib en hoe de man eenvoudig uit stof geschapen? Ik voor mij geloof hier niet aan. Ik moge er dan voor moeten boeten in het hiernamaals, en er een miljoen jaar later nog spijt van hebben dat ik dit onderwerp maar niet beter onderzocht had, en slechts eenvoudig het oordeel van al lang geleden gestorvenen maar had aangenomen, maar toch kan ik nog niet geloven dat God op deze manier te werk is gegaan.

Volgens mijn ervaring bestaat er een onverbroken proces tussen oorzaak en gevolg. Elk voorwerp is een noodzakelijke schakel van een oneindige keten en ik kan me niet voorstellen dat die keten, al ware het maar voor een ogenblik, opgeheven werd. Vˇˇr het begin van het eerste dier bestond er een oorzaak, en vˇˇr die oorzaak weer een andere, enzovoort, altijd en eeuwig doorgaand. Naar mijn inzichten kan er geen begin en geen einde zijn.


Maar goed, is het moza´sche verhaal waar, dan weten we ook hoe lang de mens op aarde bestaat. Want van dit verhaal kan afgeleid worden dat de eerste mens ongeveer 5895 jaar geleden geschapen werd. 1656 jaar werden alle bewoners -met uitzondering van acht personen- door een zondvloed verzwolgen. De zondvloed vond dus 4239 jaar geleden plaats. Volgens het bijbelverhaal -gesteld dat het waar is- waren alle overblijvenden dezelfde soort mensen. Want we moeten aannemen dat Noach en zijn huisgezin van dezelfde soort, ras en bloed geweest zullen zijn. Hieruit volgt dat alle verscheidenheid die we vandaag de dag onder de verschillende mensenrassen opmerken, in slechts 4000 jaar moeten zijn ontstaan. Is het verhaal van de zondvloed waar, dan werden sedert die gebeurtenis alle oude konkrijken op aarde gesticht en passeerden zij dus in een onmogelijk klein tijdsbestek alle trappen van wildheid, nomadenleven, barbaarsheid en half beschaafd leven, via steen-, brons- en ijzertijd tot de periode van handeldrijven, het beoefenen van kunsten, het bouwen van steden en tempels, het uitvinden van de schrijfkunst en het voortbrengen van literatuur. Van de voorstellingen op Egyptisch steen van meer dan 3000 jaar oud leren wij dat de zwarten toen even zo zwart, hun lippen net zo dik en hun haar net zo gekroesd was als thans. Wat het weten betreft weten wij dat er in die tijd eenzelfde verschil bestond tussen een Egyptenaar en een zwarte Afrikaan als nu. We weten ook dat in Egypte 4000 jaar voor onze jaartelling al prachtige beelden gemaakt werden. Op de wereldtentoonstelling was in de Egyptische Afdeling een standbeeld van Koning Cephren, daterend uit 4000 jaar voor Christus. Indien we Mozes moeten geloven zou dit niet waar kunnen zijn. Om maar iets anders te noemen, we weten met zekerheid dat er in Europa mensen tezelfdertijd leefden als de ruige mammoet, de neushoorn en de hyena. Men heeft tussen de beenderen van die dieren stenen bijlen en stenen pijlen van onze voorvaderen gevonden. In de grotten en holen waar ze leefden zijn resten van deze dieren gevonden. De dieren werden dus overwonnen, gedood en genuttigd, al honderdduizenden jaren geleden.

Zijn deze feiten waar dan heeft Mozes zich vergist in de tijdrekening. Ik voor mij stel oneindig meer vertrouwen in de hedendaagse ontdekkingen dan in de verhalen van een barbaars volk. Wat betekent de bewering dat mensen slechts 6000 jaar op aarde bestaan hebben? Zelfs met de grootste verbeeldingskracht is men nauwelijks in staat de tijd te berekenen die de mens nodig zou hebben om zich uit de barbaarse toestand -naakt en hulpbehoevend, omringd door veel sterkere dieren dan hij- te ontworstelen, vooruitgang te boeken en zich te ontwikkelen tot hoogbeschaafde maatschappijen van IndiŰ, Egypte en Athene. De afstand tussen de wilde mens en Shakespeare mag niet in luttele duizenden jaren gemeten worden maar heeft het ontelbaar veelvoudige hiervan nodig.