Robert Ingersoll: Enige vergissingen van Mozes
Hoofdstuk 14



Zondag


Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.


Het grote werk was dus af, de aarde, de zon en de maan en sterren des hemels waren afgewerkt; de aarde prijkte met een groen kleed, de zeeŽn wemelden van dieren, het vee graasde langs de beken en bontkleurige vlinders vlogen in het luchtruim rond. Adam en Eva maakten kennis met elkaar en God rustte uit. Hij keek toe op wat hij in een week voor elkaar had gekregen. Omdat God op de zevende dag rustte, heiligde hij die, en dat is de reden waarom de joden die dag als heilig beschouwen. Indien God nu slechts die dag rustte, behoort het verhaal te vervolgen met wat hij de volgende maandag uitvoerde, maar daarover horen we niets. Heeft hij op die dag soms ook gerust? Zo niet, wat deed God dan nadat hij volkomen uitgerust was? Heeft God na die zaterdagavond dat zijn schepping klaar was ooit nog wel iets uitgevoerd??
Nog een vraag. De wetenschappelijke christenen beweren gewoonlijk dat men onder de dagen der schepping geen gewone dagen van 24 uur moet verstaan, maar dat het daarentegen zeer uitgerekte tijdsperioden waren. Welnu, indien ze gelijk hebben, hoe lang was dan wel die zevende dag, de dag dat God uitrustte? Was dit ook een geologisch tijdperk? Maar dit is onmogelijk, aangezien Adam en Eva de dag tevoren waren geschapen en er sindsdien maar zo'n 6000 jaar zijn verstreken. Precies kan de tijd niet worden opgegeven, er zijn namelijk wel meer dan 140 verschillende redeneringen omtrent de tijd tussen de schepping der wereld en de geboorte van Jezus Christus, maar wij weten volgens de bijbel wel heel zeker dat de schepping van Adam in ieder geval niet meer dan 6000 jaar geleden was. Hieruit volgt dat de zevende dag geen geologische tijdsperiode was, maar een periode van hoogstens 6000 jaar, waarschijnlijk een tijdsbestek van 24 uur.
De theologen die zich met deze dingen bezighouden, moeten een keuze doen. Nemen zij aan dat de dagen perioden van 24 uur waren, dan zal de geologie hen overtuigen dat het gehele verhaal dient te worden verworpen. Stemmen zij echter toe dat de dagen uitgestrekte tijdsperioden waren, dan houdt de heiligheid van de sabbat op.

Er wordt in de bijbel geen gewag gemaakt dat er ook maar het geringste verschil tussen de dagen bestond. Van alle dagen wordt op dezelfde wijze gesproken. Men zou nog kunnen zeggen dat onze vertalingen niet correct zijn. Maar ware dat het geval dan hebben slechts de oorspronkelijke hebreeuwssprekenden slechts een godsopenbaring gehad en worden wij bedrogen.
Hoe is het trouwens mogelijk om een tijdsbestek te zegenen? Is rust heiliger dan arbeid? Als er geen verschil in dagen bestaat, behoren dan niet juist de dagen waarop nuttige arbeid werd verricht als de beste worden beschouwd?

Van alle bijgelovigheden van het mensdom is de krankzinnigheid van de 'heilige sabbat' wel de grootste. Wat een denkbeeld, om zich tot plicht te stellen, eenmaal in de zeven dagen plechtig en treurig zijn! Hoe kan een mens menen dat het Gode welgevalliger is wanneer zij in een duistere en sombere kamer blijven in plaats van in de heerlijke buitenlucht een wandeling te doen? Hoe kan God de mens haten als Hij ziet dat deze gelukkig is? Hoe kan het zijn toorn opwekken als hij een eensgezind huisgezin in een bos, of bij een kabbelende beek lachend en zingend aantreft? De natuur is op die dag toch ook in werking. Draait de aarde soms niet, stromen de rivieren dan niet? De bomen groeien ook, de knoppen springen net zo goed open en de vogeltjes zingen even uitbundig. Waarom zouden wij mensen dan een zuur gezicht moeten zetten en over de dood en de hel nadenken? Waarom moet die dag dan in treurigheid en waarom niet in vreugde worden doorgebracht? Een arme werkman, de gehele dag in stof en geraas doorwerkende, heeft de rustdag nodig om zich buiten in familiekring te ontspannen en om nieuwe kracht te verzamelen voor komende werkzaamheden. Ook zijn vrouw heeft behoefte aan zonnige buitenlucht, ver van het stadsgewoel.

De sabbat is het overblijfsel van een kluizenaarsbegrip, van een afkeer van vreugde, van dweepzucht, van onwetendheid, van priesterlijke zelfzucht. Deze dag werd gedurende duizenden jaren aan bijgeloof, aan verspreiding van dwalingen en aan het verkondigen van leugens toegewijd. Er is geen enkele reden voor een vrijdenker om deze dag niet als een gewone dag te beschouwen. Hij zou deze dag zoveel als mogelijk is moeten ontrukken aan de sombere kerk en ze teruggeven aan vrijheid en vrolijkheid. De vrijdenkers dienen deze dag tot een dag van ontspanning en genoegens te maken, een dag om van de familie te genieten, een dag om te spelen, te lezen, te dromen, een dag om verse bloemen te leggen op het graf van dierbaren. Zondag dient een dag te zijn van herinnering van hoop, liefde en werk.
Waarom zouden wij in deze eeuw ons door de doden laten overheersen? Waarom zouden barbaarse joden van 3000 jaar geleden ons de wet moeten voorschrijven? Waarom moeten wij ons nog bekommeren om het bijgeloof van mensen die de sabbat beginnen met nagels te knippen: eerst de vierde, dan de tweede, vervolgens de vijfde, dan de derde en eindelijk de duim. Hoe blij zal God met deze operatie geweest zijn! En allen die hun nagels op de grond lieten vallen waren uit de boze, omdat de Satan ze in hun macht had om kwaad op aarde te doen. Men geloofde ook dat de zielen op sabbat uit het vagevuur mochten komen, om hun brandende kelen met water af te koelen. De kachels mochten niet opgestookt en niet uitgedoofd worden. En grote zonde was het op sabbat wonden te verbinden. De lamme mocht een stok gebruiken, maar de blinde weer niet. De sabbat werd zo precies gehouden, dat indien een jood ergens overvallen werd, waar deed er niet toe, hij moest gaan zitten en wachten tot de gehele dag voorbij was. Viel hij in de modder, dan moest hij blijven liggen in die modder tot de dag voorbij was. Voor het schenden van de sabbat bestond de doodstraf, want slechts het bloed van de overtreder kon de godheid bevredigen. In het Oude Testament worden voor dit staken van alle bezigheden twee redenen gegeven: vanwege het uitrusten van God en vanwege de bevrijding van de joden uit Egypte.

Sedert de stichting van het christelijk geloof is de dag veranderd. De christenen houden deze dag niet meer voor zo heilig. De christelijke zondag of de Dag des Heren werd wettelijk vastgesteld door keizer Constantijn, omdat men meent dat Christus op die dag verrezen is. Het is voor christenen niet gemakkelijk te verklaren waarom zij wel recht hebben om het direkte bevel van God te minachten en op de dag die God zegende te werken, terwijl zij een andere dag waarop Hij de mensen beval te werken juist weer voor heilig houden. In ieder geval is de sabbat zaterdag; zo men een dag voor heilig wil houden is het deze dag en niet de zondag.
Maar beter nog is het deze bijgelovigheden te verwerpen en betere en edeler redenen te verzinnen. Elke dag kunnen we heiligen door een menslievende daad uit te voeren, door het geluk van mensen te bevorderen, en door het aankweken van edele gedachten. We kunnen alle dagen heiligen met ongelukkigen te helpen, gevallenen weer op te trekken, somberheid te verdrijven, vooroordelen uit te roeien, hulpelozen te verdedigen en licht en liefde in onze huiskamers te verspreiden.