Robert Ingersoll: Enige vergissingen van Mozes
Hoofdstuk 15



Het tweede scheppingsverhaal


We moeten niet vergeten dat er in Genesis twee scheppingsverhalen voorkomen. Het eerste verhaal eindigt bij het derde vers van hoofdstuk twee. De hoofdstukverdeling in de bijbel berust op willekeur. In het oorspronkelijke Hebreeuws van de Pentateuch komt helemaal geen verdeling in hoofdstukken en verzen voor. Het Hebreeuws is zelfs zonder de punctuatie van klinkers. Het werd enkel met medeklinkers geschreven, en geheel zonder aanvullende leestekens.
De twee verhalen zijn verbluffend verschillend en kunnen allebei niet waar zijn. Laten we de verschillen opsommen:
Het tweede verhaal begint met het vierde vers van hoofdstuk twee en is als volgt:


In de tijd dat God, Jahweh, aarde en hemel maakte, groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, Jahweh, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; geen mensen om het land te bewerken (In het Hebreeuws is er hier en in het vervolg een woordspel tussen ’adam, ‘mens’, en ’adama, ‘land/aarde/aardbodem/akker’). Wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide.
Toen maakte God, Jahweh, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. God, Jahweh, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad. Er ontspringt in Eden een rivier die de tuin bevloeit. Verderop vertakt ze zich in vier grote stromen. Een daarvan is de Pison; die stroomt om heel Chawila heen, het land waar goud gevonden wordt. Het goud van dat land is uitstekend, en er is daar ook balsemhars en onyx. De tweede rivier heet Gichon; die stroomt om heel Nubië heen. De derde rivier heet Tigris; die loopt ten oosten van Assyrië. De vierde ten slotte is de Eufraat.
God, Jahweh, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. Hij hield hem het volgende voor: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’
God, Jahweh, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. Toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten. De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste. Toen liet God, Jahweh, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam hij een van zijn ribben weg; hij vulde die plaats weer met vlees. Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, Jahweh, een vrouw en hij bracht haar bij de mens. Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij,
mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees,
een die zal heten: vrouw,
een uit een man gebouwd.’
een die zal heten: vrouw,/ een uit een man gebouwd –
(In het Hebreeuws is er een woordspel tussen ’iesja, ‘vrouw’, en ’iesj, ‘man’).
Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt. Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.


De gang van zaken in het eerste scheppingsverhaal is als volgt:
1. Schepping van hemel en aarde en het licht.
2. Het uitspansel gemaakt en het scheiden van wateren en wateren.
3. De wateren in zeeën verzameld, het land drooggemaakt, het ontstaan van grasscheutjes, kruiden en vruchtbomen.
4. De schepping van zon, maan en sterren.
5. Het maken van vissen, vogels en walvissen.
6. Het maken van dieren, vee, kruipend gedierte, van man en vrouw.

De gang van zaken in het tweede scheppingsverhaal:
1.Hemel en aarde.
2. Een opstijgende nevel die de gehele aarde bevochtigt.
3. God schiep Adam uit het stof der aarde.
4. God maakt een tuin in Eden, in het oosten, en plaatste Adam daarin.
5. God schiep de dieren en vogels.
6. God schiep een vrouw uit een rib van Adam.


In het tweede verhaal was de mens gemaakt vóór de dieren en vogels. Is dit verhaal waar, dan kan het eerste verhaal niet waar zijn. Indien men met de moderne theologen moet aannemen dat een dag van Mozes wel duizenden eeuwen betekent, dan zou volgens het tweede verhaal Adam miljoenen jaren bestaan moeten hebben voordat eindelijk Eva gemaakt werd. En Adam moet 'een dag van Mozes' bestaan hebben voordat er bomen waren, en nog 'een dag van Mozes' voordat er dieren en vogels geschapen werden. Een predikant of theoloog zou dan wel zo vriendelijk moeten zijn om ons te vertellen wat Adam zoal at al die tijd.
In het tweede scheppingsverhaal wordt de mens gemaakt en het feit dat hij zonder hulp was viel "God, Jahweh" vreemd genoeg niet eerder op dan enige 'tijdsbestekken' later. En wanneer God eindelijk inziet dat Adam een hulp nodig heeft maakt hij allerlei dieren voor Adam, en probeert hij in alle ernst Adam te overreden één van hen als 'hulp' te nemen! Dat het God om een hulp voor Adam te doen was blijkt uit de pathetische eindfrase "maar hij vond geen helper die bij hem paste". Het schijnt dat Adam dus niets zag waar hij erg mee in zijn schik was. De fraaiste aap, de mooiste chimpansee, de beminnenswaardigste baviaan en de betoverendste orang-oetang en gorilla konden het eenzame hart van Adam niet stelen, en daar mogen we nog steeds heel blij om zijn! Indien hij op één van hen verliefd was geworden zou er nooit een vrijdenker op aarde zijn gekomen.
Dr. Clarck die deze merkwaardige situatie bespreekt zegt er het volgende van: "God liet alle dieren bij Adam brengen om hem aan te tonen dat er geen enkel dier geschikt was als gezellin voor hem. Hij zou dus in een toestand (van celibatie) moeten verder leven, wat echter niet goed voor hem was. In zijn overgrote goedheid liet de Schepper op deze manier zien hoezeer het schepsel alles aan Hem te danken had."
Over hetzelfde onderwerp weet Dr. Scott ons zo te beleren: "Voor het geluk van de mens was het niet bevorderlijk zonder medegevoelend gezelschap te blijven, iets dat ook onmogelijk in overeenkomst met het doel van de schepping zou kunnen zijn. Want zonder huwelijk zou de aarde niet gevuld kunnen worden. Adam schijnt via instinct of via openbaring beter met de verschillende eigenschappen der dieren bekend te zijn geweest dan de wijste geleerde sinds de val van de mensheid. Bij het tonen van alle dieren werd er echter geen één gevonden die zijn partner zou kunnen zijn of genegenheid opwekte, of die in zijn vreugde kon delen of zich met hem zou kunnen verenigen in het dienen van God.
Dr. Matthew Henry is ook van mening dat God de dieren tot Adam bracht om te zien of er een passende kameraad voor hem onder de dieren was. "Ze werden allemaal beoordeeld, maar Adam kon met geen van de dieren vriendschap sluiten. Daarom schiep God een nieuw wezen, dat wil zeggen een hulp voor Adam."

Wat het bouwen van de vrouw uit een rib van Adam betreft, vragen wij ons af of hij daartoe genoodzaakt was omdat de oorspronkelijk stof, "het niets", waarmee Hemel en Aarde gemaakt was, geheel op was. De mens zou opnieuw geboren moeten worden indien hem dit verhaal als iets zinnigs voorkomt. Hoe in de vrede zouden wij het ons moeten voorstellen: een God die een rib van Adam in zijn hand houdt, een ontwerp maakt voor de bouw van een vrouw en er lang over peinst of hij nu uiteindelijk beter een blondine of brunette zal maken.

Hier komen we natuurlijk op het geschikte punt om iedereen te waarschuwen om noch over deze, noch over andere geschiedenissen in de 'Heilige Bijbel', vooral geen grapjes te gaan maken. Mocht u komen te sterven, weet dan dat elke lach een doorn in uw kussen wordt. Wanneer uw eindstation komt en u uw leven nog eens overziet, dan komt het er niet zo op aan hoevelen u hebt benadeeld en aan hoeveel vrouwen u ontrouw bent geweest, voor dat soort zaken is altijd vergeving mogelijk. Maar indien u zich herinnert dat u de draak heeft gestoken met een enkele geschiedenis in Gods 'Heilig Boek', dan zult u door de duistere schaduwen des doods heen de vurige tongen van duivels en de loerende blikken van boze geesten waarnemen. Deze geschiedenissen zult u móeten geloven, anders kunnen we onmogelijk een begin maken met het proces van wedergeboorte. Het komt er niet zo op aan hoe goed en braaf u hebt geleefd, of u de naakten hebt gekleed, de hongerigen gespijzigd hebt en uw laatste cent aan de armen hebt uitgedeeld. Dit alles zal u niet baten, want u wandelt op de brede weg die ten verderve leidt indien u niet onvoorwaardelijk aan de Bijbel als het onfeilbare geïnspireerde Woord van God gelooft.

Laat mij u eens het resultaat van uw ongeloof laten zien. In gedachten bevinden we ons nu op de Dag des Oordeels, en luisteren we naar het Vonnis over de zielen. De secretaris of aangewezene die de kruisverhoren doet, vraagt aan de eerste ziel:
-Waar komt u vandaan?
-Ik kom van de aarde.
-Wie bent u?
-ik houd er niet zo van om over mezelf te spreken. U zult dat trouwens toch wel uit één van uw boeken kunnen naslaan.
-Neen, u dient te zeggen welk soort mens u was.
-Wel, ik was wat men een 'bovenstebeste kerel' noemt. Ik hield veel van mijn vrouw en kinderen. Mijn huis en haard betekende alles voor mij.
-Hoe behandelde u uw gezin?
-Ik zei tegen niemand een onvriendelijk woord; noch aan mijn vrouw, noch aan mijn kinderen heb ik ooit maar voor een ogenblik verdriet veroorzaakt.
-Hebt u uw schulden altijd afbetaald?
-Ik was bij mijn dood niemand een cent schuldig, en liet zelfs nog wat na om de begrafeniskosten te kunnen betalen en de honger van de deur van mijn dierbaren weg te houden.
-Behoorde u tot een kerkgenootschap?
-Nee, die waren mij te bekrompen, te kleingeestig, te kwezelachtig. Bovendien zou ik me met geen mogelijkheid gelukkig kunnen voelen indien ik zou moeten onderschrijven dat andere mensen verdoemd zouden kunnen worden.
-Gelooft u dus niet aan eeuwige bestraffing?
-Nee, volgens mij heeft God voor zijn wraak niet zoveel tijd nodig.
-Gelooft u de geschiedenis van de rib?
-Bedoelt u dat verhhaal over Adam en Eva? Om u de eerlijke waarheid te zeggen, dat was juist een beetje te veel voor mij om te verdragen.
-Weg met hem, de hel in!

Volgende!

-Waar komt u vandaan?
-Ik kom ook van de aarde.
-Was u aangesloten bij een kerkgenootschap?
-Jazeker, mijnheer, ik was zelfs lid van de christelijke jongerenvereniging.
-Welk beroep oefende u uit?
-Ik was kassier bij de spaarbank.
-Ging u er wel eens vandoor met geld van anderen?
-Niemand kon het bewijzen toen er eens een aanklacht tegen mij werd ingediend.
-Hier komt u er niet zo gemakkelijk van af. Beantwoord de vraag naar waarheid. Stak u wel eens wat vreemd geld in uw zak?
-Ja, meneer.
-Hoeveel?
-Honderdduizend euro.
-Heeft u nog wat anders op uw kerfstok?
-Ja, meneer.
-Wel, wat dan?
-Ik ging een relatie aan met de vrouw van de buurman. We zongen in hetzelfde koor.
-Had u geen eigen vrouw en kinderen?
-Ja, meneer.
-En liet u die in de steek?
-Ja meneer, maar mijn vertrouwen op God was zó groot, dat ik geloofde dat Hij wel in hun noden zou voorzien.
-Hebt u later nog iets van hen vernomen?
-Nee meneer.
-Gelooft u de geschiedenis van de rib?
-Ja, natuurlijk meneer, van ganser harte. Het heeft mij dikwijls zeer gespeten dat er geen moeilijker verhalen in de bijbel gevonden kunnen worden om mijn overvloed aan geloof te kunnen tonen.
-Dus u gelooft oprecht aan de geschiedenis van de rib?
-Echt waar meneer, van ganser harte.
-Geef hem een harp! Volgende!


Alhoewel ik zei dat God uit de rib van Adam een vrouw maakte, heb ik niet kunnen constateren hoe dit proces ten uitvoer werd gebracht, maar wel dat toen de vrouw klaar was, God haar aan Adam voorstelde. Adam was er tevreden mee en zij begonnen hun huishouding in de Hof van Eden.
Moeten we -teneinde goed, braaf en lief te zijn- nu echt geloven dat God bij de schepping van de vrouw een bijgedachte had? Moeten we ook nog geloven dat hij Adam er werkelijk toe probeerde over te halen zijn hulp te zoeken uit één van de dieren? En is het echt onmogelijk een eerlijk en gelukkig leven te leiden zonder aan die buitensporige fabels te geloven? Men beweert dat God op de berg Sinaï onder donder en bliksem de tien geboden gaf als gids en leidraad voor het mensdom - maar geen van die geboden zegt: "Gij zult de bijbel geloven".