Robert Ingersoll: Enige vergissingen van Mozes
Hoofdstuk 16



De Hof van Eden

In het eerste verhaal wordt ons verteld: "dat God de mens schiep; man en vrouw schiep hij ze. Hij zegende hen en zei tegen hen: 'Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag."
In het tweede verhaal wordt slechts de man geschapen en in een hof geplaatst om die te bewerken en erover te waken". Adam wordt niet gezegd de aarde te onderwerpen, maar om een tuin te bewerken en te bewaren.
In het eerste verhaal wordt de mens elk kruid dat zaad draagt en de vrucht van elke boom als voedsel gegeven, en in het tweede verhaal slechts de vruchten van alle bomen die zich in de hof bevinden, met uitzondering van de boom van de kennis van goed en kwaad, die een dodelijk gif bevatte.
Uit deze hof kwam een rivier die zich splitste in vier stromen. De naam van de eerste rivier is Pison, die stroomt om heel Chawila heen, de naam van de tweede rivier is Gihon, die om heel NubiŽ heen stroomt, de derde rivier heet Hiddekel, ten oosten van AssyriŽ. De vierde rivier is de Eufraat. Waar zijn die rivieren thans? Ontdekkingsreizigers hebben elke zee bezocht, de grond van elk klimaat is betreden door onvermoeibare reizigers, maar nergens heeft men de plaats waar al deze rivieren ontspringen gevonden. De Eufraat zendt zijn water nog altijd naar de (Perzische) Golf. Waar vinden we de Hiddekel, Pison en de Gichon? Alle vier rivieren zouden we door de Eufraat maar stroomopwaarts te varen moeten kunnen vinden, of de oude beddingen zouden aangewezen moeten kunnen worden. Iemand die dit boek met "de vergissingen van Mozes" nog eens beantwoordt, zou ons misschien kunnen zeggen waar deze rivieren waren of zijn. [De Hiddekel is inmiddels door de nieuwste, blijkbaar zeer verlichte bijbelvertalers in de Tigris veranderd, vert.] Wij hebben de bronnen van de Nijl ontdekt, de Noordpool zal wel spoedig bereikt worden, maar die drie rivieren ontspringen nog steeds op onbekende bergen, stromen nog altijd door onbekende landen en monden nog altijd in onbekende zeeŽn uit.

De vermelding van deze rivieren noemt de Eerw. Heer David Swing een 'geografisch verdichtsel'. De orthodoxe geestelijkheid probeert dit alles te bedekken met de mantel van 'allegorie', en de wetenschappelijk georiŽnteerde christenen spreken van beroeringen, opheffingen, aardbevingen en verplaatsingen van de aardkorst.
De vraag die zich hierbij voordoet is deze, waar in de laatste zesduizend jaar zulke verheffingen of verplaatsingen hebben plaatsgevonden. Men moge spreken van langdurige scheppingsperioden voorafgaand aan de schepping van de mens, maar die mens werd dan toch uiteindelijk zo'n 6000 jaar geleden geschapen, en Mozes geeft nauwkeurig de geslachtsregisters van Adam tot zijn tijd aan en die kunnen niet weggeredeneerd worden.
Volgens het tweede scheppingsverhaal gaat het over rivieren die Adam gezien heeft, en zij moeten dus binnen zesduizend jaar verdwenen zijn. Kunnen wij deze tegenspraak, ongerijmdheid en leugen niet eenvoudiger verklaren en zeggen dat, ofschoon de schrijver zijn best gedaan heeft, hij zich danig vergiste omdat zijn kennis te beperkt was, hij door de overlevering misleid werd, en te onvoorwaardelijk vertrouwde op de juistheid van zijn verbeelding. Is zo'n conclusie niet verstandiger dan te beweren dat die dingen tůch waar moeten zijn en dit staande te houden alsof de wetenschap van generlei betekenis is?

Kan men een reden geven waarom het eten van de boom van kennis van goed en kwaad verboden was? En om welke soort van boom ging het wel? En indien alles slechts een allegorie is, welke waarheid moet uit deze mededelingen dan gezocht worden? Waarom zou God er op tegen zijn dat die vrucht door de mens gegeten werd, en waarom plaatste Hij die boom midden in de hof? Er was ruimte genoeg op aarde buiten de tuin. Indien het echt zijn wens was dat de mens moest afblijven van de boom, waarom bracht Hij ze dan bij elkaar? En waarom werd de mens uit de tuin verdreven nadat hij ervan gegeten had? Het enige antwoord wordt in de bijbel zelf aangegeven:


Toen dacht God Jahweh: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. Daarom stuurde Hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken waaruit hij was genomen.


Zal een predikant of iemand anders de goedheid hebben ons te zeggen wat de bedoeling hiervan is? Of zijn wij verplicht te geloven zonder er iets van te begrijpen? Zo het een openbaring is, wat openbaart het dan? Verbiedt God de opvoeding, scholing en kennis en is dat soms de reden van de nog altijd vijandige houding van theologen tegen de wetenschappelijke waarheid? Was er in de tuin ook een boom des levens, waarvan Adam en Eva ook zouden hebben kunnen eten om onsterfelijk te kunnen worden? Is het echt waar dat God, nadat Hij Adam en Eva verdreef uit de tuin, Hij het nog nodig vond aan de oostkant Cherubim te plaatsen met een heen en weer flitsend, vlammend zwaard, om de weg naar de boom des levens af te sluiten? Bewaken ze trouwens deze weg nog steeds of is de boom al verrot en groeien er slechts, zoals de Eerw. Heer Robert Collyer opmerkte, "een perk met bosviooltjes"? Welke reden kan God tegen onsterfelijkheid van mensen gehad hebben? Dit verhaal laat slechts weten hoe we onsterfelijkheid verloren. Dit geeft maar weinig troost, want nergens in de MozaÔsche boeken komen we te horen hoe we weer een ander Eden kunnen verdienen. Natuurlijk weet ik dat de christenen veel te vertellen hebben over een ander Eden, waar alle gelovigen eens bij elkaar zullen komen om van hun onuitsprekelijke zaligheid te zullen genieten bij het aanzien van de ongelovigen die dan in de hel zullen branden; maar zij zeggen ons niet waar dat Eden te vinden is.
Enige bijbelkenners zijn op het idee gekomen de tuin van Eden naar de derde hemel te verplaatsen, anderen hebben het over de vierde hemel. Weer anderen hebben het zelfs op de maan gezet, weer anderen in de lucht, buiten de aantrekkingskracht van de aarde. Sommigen blijven op aarde. Men kan horen spreken over de Noordpool, over de Zuidpool. Enigen hebben het over Tartarije, weer anderen over China. Sommigen hebben Eden op de oevers van de Ganges gezet, sommigen op Ceylon, anderen in ArmeniŽ, in Afrika, onder de evanaar, in MesopotamiŽ, in SyriŽ, in PerziŽ, in ArabiŽ, Babylon, AssyriŽ, Palestina en in Europa. Nog anderen namen er genoegen mee dat het onzichtbaar was, en dat men het geheel als allegorie en geestelijk moet opvatten. Maar of u de verhalen nu begrijpt of niet, geloofd moeten ze worden. Het kan zijn dat men u uitlacht om de bewering dat God Adam in een diepe slaap liet vallen en uit zijn rib een vrouw maakte, maar in een hiernamaals zult u een kroon krijgen en beloond worden. daar zult u het genoegen hebben de lieden die hier lachen te horen huilen. Het is u niet veroorloofd wraak te nemen, u kunt slechts glimlachend uw gehele berusting in de wil van God uitspreken. Maar waar het nieuwe Eden is? Niemand weet het. Het ene is verloren en het andere nooit gevonden.

Is het waar dat een mens volmaakt zuiver en onschuldig was en dat hij door een daad van ongehoorzaamheid verdorven werd? Neen! De waarachtige waarheid is, en de geschiedenis bewijst dit, dat de mens vooruit is gegaan. De gebeurtenissen kunnen evenals de slinger van de klok heen en terug gaan, maar de mens is evenals de wijzers van de klok vooruit gegaan. De mens wordt edeler. Hij ontaard niet. Mensen falen en sterven om plaats te maken voor hogere vormen. De verstandelijke horizon van de aarde breidt zich steeds uit. De idealen worden zuiverder en edeler. Het verschil tussen rechtvaardigheid en genade wordt steeds minder. De vrijheid steeds groter en de liefde duurzamer. de eeuwen van geweld en vrees, van wreedheid en onrecht zijn achter ons en het ware Eden ligt vůůr ons. Men zegt, de begeerte naar kennis deed ons het Eden van het verleden verliezen, maar waar of niet, die begeerte zal ons eenmaal het Eden van de toekomst doen bereiken.