Robert Ingersoll: Enige vergissingen van Mozes
Hoofdstuk 18



Nattigheid

"Zo kwamen er steeds meer mensen op de aarde, en zij kregen dochters. De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. Toen dacht Jahweh: Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets anders dan vlees; hij mag niet langer dan 120 jaar leven. In die tijd en ook daarna nog, zolang de zonen van de goden gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden. Jahweh zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het vee, want ik heb er spijt van dat ik ze gemaakt heb." (Gen. 6:1-8)


Volgens dit verhaal is het duidelijk, dat de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs niet die uitwerking had dat zij en hun nakomelingen zich beter gedroegen. Integendeel, zij werden hoe langer hoe slechter. Ze stonden wel onder direkt bestuur en heerschappij van God, maar niettemin ging de mens door allerlei boosheden te begaan. Veel bijzonders werd er overigens niet gedaan om dit te voorkomen. Geen scholen werden er gebouwd, er was nog geen bijbel geschreven, zelfs een geschreven taal bestond nog niet. Het ontwerp van de zaligmaking was dus nog een diep geheim. Ook omtrent de vijf hoofdpunten van het Calvinisme werd nog helemaal niets onderwezen. Zondagscholen bestonden nog niet. Kortom, voor de verbetering van de wereld werd door God totaal niets gedaan. God hield zijn eigen zonen niet eens thuis. Hij stond toe dat zij hun woonplaats verlieten en liefdesbetrekkingen met de dochters der mensen aanknoopten. Het resultaat was dat de aarde vol boosheid werd en er reuzen ontstonden, zodat God er spijt van kreeg de mensen op aarde gemaakt te hebben. Hij voelde zich diep gekwetst.
Natuurlijk wist God toen hij de mensen maakte dat hij er later spijt van zou krijgen. Hij wist maar al te goed dat die lui alleen maar steeds slechter kunnen worden, en het enige afdoende geneesmiddel een volledige verdelging zou moeten zijn. Hij wist ook dat hij iedereen, behalve Noach en zijn familie, zou moeten laten omkomen. Het is daarom onbegrijpelijk waarom hij Noach en zijn huisgezin niet het eerst maakte, en Adam en Eva maar gewoon 'stof' liet blijven. Hij wist tenslotte ook dat ze door de slang zouden worden verleid, en dat hij ze uit het paradijs zou moeten verdrijven, om ze te beletten van de boom des levens te eten. Hij wist dat alles verkeerd zou gaan, dat de Satan altoos zou blijven dwarsliggen, dat hij zijn volk toch niet hervormen kon, dat zijn eigen zonen aan de verderving van het mensenras zouden meewerken, en dat er tenslotte niets anders op zat dan, op Noach en zijn gezin na, de gehele aarde te laten verdrinken. Om welke reden maakte hij dus een Hof van Eden? Waarom kwam God pas 's avonds toen het koel was opdagen om naar zijn kinderen om te zien? Waarom nam hij ze niet overdag al bij de hand? Waarom vulde hij de wereld ook nog met zijn eigen zonen? Waarom leert diezelfde God mij met tal van geboden en verboden mijn kinderen op te voeden, terwijl hijzelf totaal passief was en zijn kinderen uiteindelijk maar liet verdrinken?
Opmerkelijk is het dat indien God de voorwereld wenste te verbeteren, hij niet op het idee van een hel kwam, noch op het idee van revivals en zomerkampen, noch tractaten uitdeelde, noch een Heilige Geest uitstortte, niet aan dopen deed en ook geen avondgebeden instelde. Hij deelde zelfs niet mee van het grote leerstuk van de Zaligmaking door het geloof! Wanneer de orthodoxen gelijk hebben, gingen alle mensen in die tijd dus naar de hel, zonder zelfs te weten dat er zoiets bestond. Had God die onnozele bengels niet moeten waarschuwen? In plaats van met vuur werden ze met water bedreigd. Is het niet vreemd dat God aan Adam en Eva ook totaal niets over het eeuwig leven vertelde, dat hij deze 'oneindige waarheden' maar voor zichzelf behield en miljoenen mensen liet sterven zonder enige hoop op een hemel en zonder vrees voor een hel? Weliswaar is het mogelijk dat de hel toen nog niet gemaakt was, en derhalve nog niet bestond. In de zes dagen van de schepping werd er niets omtrent zo'n bodemloze diepte gezegd, en ook de slang kwam pas na de schepping van man en vrouw pas tevoorschijn. Misschien werden hemel en hel wel op de eerste rustdag gemaakt, vandaar de strofe:


"En Satan nog altijd boosheid
Vindt voor luie hand immer iets te doen."


De heilige geschiedschrijver vergat ook te vertellen wanneer de Cherubim en het vlammend lemmer van hun zwaard gemaakt werden en hij zegt ook niets omtrent de twee afwezige personen van de drie-eenheid. Het zou veel beter geweest zijn Adam en zijn direkte afstammelingen hiervan op de hoogte te stellen. De wereld was toen nog maar ongeveer 1536 jaar oud, drie generaties hadden er nog maar geleefd. Adam was 606 jaar geleden gestorven en enige van zijn kleinkinderen leefden ongetwijfeld nog. Het is moeilijk te begrijpen waarom God niets deed aan het beschaven van mensen. Hij was nota bene almachtig en alwijs, en was in staat alle nodige middelen ter veredeling te verzinnen. Om welke reden moest God eerst de wereld met boze geesten vullen? Is dat goedheid? Waarom moest hij proeven nemen, hij, die wist dat ze zouden mislukken? Is dat wijsheid?
Volgens Mozes had God besloten niet alleen de mensen, maar ook al het gedierte, zowel het kruipend gedierte als de vogels, te verdelgen. Wat hadden die kruipende dieren en die vogels gedaan om Gods toorn op te wekken? Wat was de reden dat God berouw kreeg dat hij ze gemaakt had? Kan een christen ons hiervan opheldering geven? Een normaal mens zal een dier nooit zonder reden pijn doen. Hoe kunnen wij dan een God aanbidden die niet begaan is met de smarten van redeloze dieren, die hij zelf gemaakt heeft? Hij wist van tevoren dat hij ze zou verdelgen. Waarom had hij ze dan gemaakt? Schept God wellicht behagen in het veroorzaken van nutteloze pijn? Hij had de macht alle dieren, het kruipend gedierte en de vogels op zijn tijd en op zijn manier te maken, en wij kunnen niet anders veronderstellen dan dat Hij ze geheel naar zijn zin maakte. Hij zag dat ze goed waren. Waarom moest Hij ze dan verdelgen? Ze hadden toch geen enkele zonde begaan? Zij hadden van de verboden vrucht niet gegeten, zij hadden geen lendenschortjes van vijgebladeren nodig, ze hadden de Boom van de kennis van goed en kwaad zelfs niet aangeraakt. Toch verwoestte deze God in zijn onrechtvaardige toorn alle levende wezens op aarde.

Nadat Jahweh vast besloten had de aarde te laten verdrinken, beval Hij Noach een ark van goferhout te bouwen, vijftig el breed en driehonderd el hoog. deze ark had drie verdiepingen en van boven een venster van één el groot. Jahweh schijnt de ventilatie niet erg belangrijk te hebben gevonden, want stelt u eens zo'n schip voor, groter dan een modern stoomschip, met slechts één raampje dat de omvang van een el heeft (=ca. 45 cm.)! De ark had ook nog een deur aan de zijkant, met enkel een sluiting aan de buitenkant. Zodra het schip klaar was en goed voorzien van proviand kreeg Noach zeven dagen de tijd om de dieren in de ark onder te brengen.
Enige goed opgeleide theologen willen beweren dat de zondvloed slechts plaatselijk was, dus dat het water maar een klein gedeelte van de aarde bedekte, en dat er daarom niet zoveel dieren in de ark behoefden meegenomen te worden. Maar dit druist volledig in tegen de zo overduidelijke strekkuing van het geïnspireerde verhaal. Indien de vloed slechts plaatselijk was, waarom zegt God dan dat Hij al het vlees zal verdelgen waarin de levensgeest huist? De bedoeling van de schrijver is te verhalen van een algemene zondvloed, en hij zou het niet duidelijker hebben kunnen uitleggen. Waarom willen de moderne christenen God de roem ontnemen één van de verbazendste wonderen aller tijden te hebben verricht? Is het te moeilijk voor een Almachtige om zo'n stofdeeltje als de Aarde in zijn geheel te overstromen? Twijfelt men eraan of Hij machtig genoeg is, Hij iets aan wijsheid of rechtvaardigheid te kort komt? Wie aan wonderen gelooft moet ze niet willen verklaren. Om ze te verklaren staat ons slechts één middel ter beschikking: ze aan natuurlijk werking toeschrijven, maar dan is het geen wonder meer. Men moet een wonder dus nooit willen verklaren. Men hoeft zich niet uit het veld te laten slaan, als men aantoont dat het wonder onbegrijpelijk was. Hoe zou een wonder ook begrijpelijk kunnen zijn? Ook behoeft men niet ontmoedigt te worden, zelfs al toonde men de onmogelijkheid van het wonder aan; want alles wat mogelijk is is nu eenmaal geen wonder meer. Als een wonder te begrijpen zou zijn zou er geen beloning meer hoeven worden uitgekeerd ze te geloven. De ware christen is fatsoenlijk genoeg "te geloven" en laat "bewijzen" altijd aan de zondaars over. God heeft met het doen van een wonder al genoeg gedaan. Hij is niet geroepen ze ook nog eens nader te verklaren aan ongelovigen.

Enkele jaren geleden werd ieder wonderverhaal dat in de bijbel voorkwam heel letterlijk geloofd. Mocht iemand al aan een natuurlijk verklaring denken, dan was dat altijd een teken van verkapt ongeloof. Maar tegenwoordig zijn het redders van het geloof! de goedgelovigheid van de kerk gaat hard achteruit en de al te gekke wonderen moeten nu óf verklaard worden, óf via 'fouten van vertalers' uitgelegd worden, óf enkel en alleen als allegorie opgevat te moeten worden.

In het zesde hoofdstuk wordt Noach bevolen:


Van alle dieren moet je er twee in de ark brengen, om ervoor te zorgen dat die met jou in leven blijven. Een mannetje en een wijfje moeten het zijn.


In het zevende hoofdstuk wordt het bevel opeens veranderd en krijgt Noach de volgende opdracht:


Van alle reine dieren moet je zeven mannetjes en zeven wijfjes meenemen, van de onreine dieren moet je er twee meenemen, een mannetje en een wijfje, en van de vogels weer zeven mannetjes en wijfjes, om hun voortbestaan op aarde veilig te stellen.


Om het wonder nog enigszins te verkleinen hebben sommige bijbeluitleggers beweerd dat Noach niet bevolen werd zeven mannetjes en zeven wijfjes van elke reine soort mee te nemen, maar slechts zeven exemplaren in totaal. Er zijn dus christenen die al tevreden zijn als ze 3½ exemplaar van ieder geslacht van reine dieren in de ark meekrijgen.

Indien de tekst in het zevende hoofdstuk al iets betekent, dan is het toch overduidelijk dat het hier gaat om 14 stuks van elke reine soort, en twee stuks van iedere onreine soort, ieder geslacht evenveel aanwezig, plus nog 14 stuks van iedere vogelsoort. Eveneens is het duidelijk dat vers 19 en 20 uit hoofdstuk 6 maar over twee stuks spreekt van iedere soort (één mannelijk en één vrouwelijk exemplaar), en dat dit bericht overeenkomt met de verzen 7, 8, 9, 14, 15, en 16 van hoofdstuk 7. De volgende vraag is hoeveel dieren Noach nu in de ark meenam. Er zijn thans 12500 soorten vogels bekend en geclassificeerd. Bovendien zijn er nog uitgestrekte gebieden in China, Zuid-Amerika en Afrika die nog nooit onderzocht zijn. Nam Mozes nu 14 stuks van elke soort mee, volgens het derde vers van het zevende hoofdstuk? In dat geval fladderden er tenminste 175.000 vogels rond.
ik moet hier nog eens terugkomen op wat ik hierboven gesteld heb, dat de zondvloed niet een plaatselijke overstromimg geweest kan zijn., want in dat geval was het in het geheel niet nodig geweest ook maar één enkele vogel mee te nemen. naar mijn mening zijn vogels slim genoeg aan zo'n lokale overstroming te ontsnappen.

Er zijn vervolgens tenminste 1658 soorten van dieren bekend. Rekent men maar 25 reine soorten dan levert 14 stuks van elke soort 350 dieren op. Twee stuks van de overige soorten bedraagt 3266 dieren. Van kruipende dieren bestaan zo'n 650 soorten. Twee van elke soort bedraagt 1300 stuks. Tenslotten zitten we nog met de insekten. Wellicht een miljoen soorten, zodat Noach en zijn helpers tenminste twee miljoen bij elkaar moesten zien te vangen. Infusoriën laten we nu maar buiten beschouwing. er zijn waarschijnlijk enige honderdduizenden soorten hiervan, maar velen zijn onzichtbaar; Noach zal er zich een ongeluk naar hebben gezocht, en moest ze ook nog bij paren verzamelen. Weinigen zijn op de hoogte van alle moeite die Noach zich heeft moeten getroosten. daar komt nog bij dat er vele diersoorten waren die niet voorkwamen in de regio van Noach. Toch heeft hij ze naar de ark moeten brengen en later weer terug transporteren. Werd de bijzondere dierenwereld van Amerika via Azië door engelen overgebracht? Hoe zouden ze er anders kunnen komen? Verliet de ijsbeer zijn ijsvelden, en kwam hij uit eigen beweging naar de tropen? En wist hij precies waar hij moest wezen? O, daar hebben we een kangaroe! Liep, zwom of sprong die van Australië naar Azië? Trokken de giraffe, het nijlpaard, de antiloop en de orang-oetang uit verre oorden om de ark op te zoeken? Kan deze reeks dierabsurditeiten nog voortgezet worden? O ja. Wat hadden deze dieren op hun lange heenreis te eten? Wat aten en dronken ze in de ark? Toen de regen viel stroomden de rivieren in de zeeën, en de zeeën stegen zozeer dat ze tenslotte de gehele aarde overstroomden. Het water van de zee vermengde zich met die van de stortvloed en maakte al het water zout. Men heeft berekend dat men acht maal meer water nodig zou hebben dan er tegenwoordig in de zeeën voorradig is. Dus hoe zout het water werd is gemakkelijk te berekenen: men neme 8 delen zoet water en voege daar één deel zeewater bij. Zulk water verwekt dorst, in plaats van die te lessen. Noach moest dus voor alle dieren vers water meenemen. ook moest hij voor iedere soort geschikt voer meenemen. Het verblijf in de ark duurde 377 dagen. Bereken eerst het voer voor de monsters uit de voorwereld. Acht personen deden al het werk en verzorgden de behoeften van 175.000 vogels, 3266 dieren, 1300 kruipers en ca. twee miljoen insekten en laat de infusoriën weer buiten berekening...


Nadat alles in orde was sloot Noach het venster, en sloot God de deur van buiten en begon het meteen te regenen. Het regende 40 dagen. Het water steeg ongeveer acht kilometer.