Robert Ingersoll: Enige vergissingen van Mozes
Hoofdstuk 7




Dinsdag: God woont op een gewelf

Mozes vertelt ons vervolgens:


God zei: 'Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa's van elkaar scheidt.' En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven.


Wat bedoelde de schrijver met het woord gewelf (uitspansel)? De theologen vertellen ons, dat hij er een uitgestrekte ruimte mee bedoelt. Dit is onmogelijk. Een uitgestrekte ruimte kan geen scheiding maken tussen water en water, want het water boven zou naar beneden vallen. Klaarblijkelijk beschouwde Mozes het gewelf als een vaste massa. Op die massa woonde God en werd het water vastgehouden. Dit is ook de reden waarom men pleegt te bidden om regen. Men veronderstelde dat een engel een luik kon openen met een hefboom, en de hoeveelheid vocht die men nodig had eruit kon laten. Met het water van dit gewelf werd de wereld onder water gezet toen de poorten, of sluizen van de hemel geopend werden. Op dit gewelf leefden de zonen van God, die zagen dat de dochters van mensen mooi waren en die zij zich tot vrouwen namen als zij er maar zin in hadden. Het resultaat van deze huwelijken was de geboorte van reuzen en de machtige mannen die oud en beroemd werden (Gen. 6).


Het is dus duidelijk dat Mozes 'het gewelf' als een uitgestrekte solide massa beschouwde, die water van water scheidde, en waarbovenop God woonde, omringd door zijn zonen. Een andere reden waaraan hij de regen moest toeschrijven, waar het water anders vandaan zou moeten komen, wist hij niet. Van de wetten der verdamping wist hij niets. Hij wist niet dat de zon met zijn verzengende stralen de golven van de zee laat verdampen en het water onzichtbaar naar boven doet stijgen. Boven aangekomen verandert de damp in waterdruppels en vallen ze als regen terug op de aarde. Mozes' denkbeeld dat het uitspansel de woonplaats van God was, vinden we meerdere malen in de Pentateuch terug.


"Maar toen daalde Jahweh af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren. Dit is één volk en ze spreken allemaal een en dezelfde taal, dacht Jahweh, en wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik. Welnu, laten we naar hen afdalen en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkander niet meer verstaan." (Gen. 11).

"Toen kreeg hij een droom. Een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen. Ook zag hij Jahweh bij zich staan, die zei: 'Ik ben Jahweh, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak." (Gen. 28).


Bovenstaande is voldoende om aan te tonen, dat de persoon die dit schreef in de veronderstelling verkeerde, dat God boven de aarde op het gewelf woonde. Hetzelfde denkbeeld heeft de Psalmist voor de geest, toe hij zei: "God boog de hemelen en kwam naar beneden." Zodoende kon God dan ook gemakkelijk iemand met lichaam en al naar de hemel transporteren. De afstand was niet zo groot. Zo werd Henoch meegenomen door God. Ook de berichten in de bijbel van de hemelvaart van Elia, Christus en Paulus zijn ontsproten uit dit denkbeeld dat het gewelf boven de aarde de woonplaats van God is.


Het is bij deze schrijvers nooit opgekomen dat wanneer dit gewelf op tien, vijftien kilometer afstand lag, Henoch en al de anderen wel stijf bevroren zouden aankomen. Behalve Elia natuurlijk, want we lezen dat hij 'in een stormwind, door een wagen van vuur, met paarden van vuur ervoor' naar de hemel werd meegevoerd.
De waarheid is deze: Mozes maakte een hoop vergissingen en op die foute denkbeelden bouwden de christenen hun hemel en hun hel. De telescoop maakte een eind aan het gewelf als een woonplaats, deed de hemel van het Nieuwe Testament als sneeuw voor de zon verdwijnen, en maakte de hemelvaart van 'Onze Heer' en zijn Moeder tot een onmogelijkheid. De telescoop vernietigde ook de poorten en straten van het nieuwe Jeruzalem, en gaf de mens daarvoor in de plaats de aanschouwing van een oneindig aantal nieuwe werelden.