1 Van Rereformed, dienaar van de mensheid, evenals ieder ander mens geroepen tot hoogwaardig menszijn, vervuld met het verlangen de mensheid hiertoe op te roepen: dat de stem van het geweten, zoals die alle eeuwen in ieder mensenhart geklonken heeft, maar waarvoor velen doof geworden zijn, door het onvoorwaardelijk uit te leveren aan openbaringsgodsdiensten, daadwerkelijk in de moderne wereld gehoord mag worden. Mijn mond is volwassen geworden opdat ik een stem mag geven aan de jongste van alle deugden op aarde: absolute intellectuele eerlijkheid. Ik verkondig u de weg naar de wereld van de toekomst, de weg van mondigheid, inzicht en vrede, die alle mensen van het aardrond afleggen zullen, tot eer van het leven. Levenslust en vrede zij met u allen.

Allereerst ben ik dankbaar voor alle nieuwe kennis die er in de wereld verworven is sinds mijn vorig schrijven. De God van het hoogste denken, die ik vol overgave dien, is mijn getuige dat ik ten alle tijde begaan ben met het lot van deze wereld. Altijd vraag ik mij af of ik de wereld van de toekomst nog smaken mag, want ik verlang ernaar daarin te wonen, om van die wereld te leren en daardoor in dit leven bemoedigd te worden. U moest eens weten hoezeer ik verlang naar de Bovenmens, maar duizenden jaren lang ben ik verhinderd hem in mijzelf te zien. Ik sta nog steeds ten dienste van alle volken, van beschaafde en niet beschaafde, van geletterde en ongeletterde. Maar nu mijn inzicht is toegenomen, is het bovenal mijn wens diegenen die in heilige boeken verstrikt zijn het denken van de toekomst te leren.


Voor mijn nieuwe boodschap schaam ik mij niet, want de godsdienstige boodschappen van het verleden hebben in onze wereld tientallen eeuwen verdeeldheid en onverdraagzaamheid gezaaid, onschuldig bloed vergoten, van boeken en mensen afgoden gemaakt en bijgeloof uitgeroepen tot hoogste deugd. Mijn nieuwe boodschap is een reddende kracht voor allen die in dezelfde geest aan de slag willen gaan, allereerst voor de Europeanen, die al honderden jaren met verlicht denken bezig zijn, maar ook voor alle andere volken. Vroeger dacht ik dat God zich slechts aan uitverkorenen openbaarde, maar nu weet ik dat goddelijk licht in ieders mensenhart schijnt. Vriendschap met God is eenvoudig equivalent van liefde voor het leven, en vraagt om niets meer dan een oprecht hart. Al het andere, jaloersheid, boosheid en wraakzucht, onrecht en kwaad, onverschilligheid, gemakzucht, cynisme en fanatisme, gedachten aan een straffende en zich wrekende God, zogenaamde eisen, uitspraken en optreden van God in heilige boeken, tot dogma's uitgeroepen bijgeloof in bovennatuurlijke wonderen, en partij- en heerszucht, al dit andere zal de mensheid altijd het opstijgen beletten. Mensen die zo de waarheid geweld aan doen en het bestaan besmeuren zullen een wereld oogsten die ze zelf zaaien, dezelfde treurige wereld die we in onze eeuwenlange christelijke geschiedenis achter de rug hebben.


Gods onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn natuurwetten en de harmonie van al wat is. De natuur en God zijn n. De hoogste realisatie van de goddelijke essentie is het leven, de hoogste uiting in de natuur van goddelijke macht. En de hoogste uiting van het leven is de levensvorm die zich van het goddelijke bewust is. Er is daarom niets waar wij ons voor zouden moeten verontschuldigen, want het goddelijke heeft zich juist geopenbaard in onze menselijke geest, het verstand dat waarneemt en begrijpt. Ons inzicht in zowel onze innerlijke natuur als in de natuur om ons heen is met het verstrijken van vele eeuwen gaandeweg groter geworden. Terwijl wij mensen vaak in het duister tasten, zijn we toch veelal wijs en hebben we ondanks alle afschuwelijkheden die er in het leven plaatsvinden steeds het goddelijke weten te ontwaren. De weg van de mens gaat naar steeds hogere vormen van inzicht en kennis. De wet van het leven gebiedt van eeuw tot eeuw onze weg te gaan door onszelf opnieuw en opnieuw te overwinnen en te bevrijden. Wat wij ook scheppen en hoe innig wij het ook liefhebben, -alras moeten wij tegenstander hiervan en van onze liefde zijn: zo wenst het onze wil. Daardoor zijn talloze leugens de wereld uit verbannen en wordt steeds meer waarheid ontdekt. De goddelijke geest in de mens doet ons altoos verlangen naar het heilige, dwz naar toenemende kennis van het goddelijke. Dit uit zich in steeds eerbarer doelstellingen en steeds hoger ontwikkelde vormen van macht. Wij moderne mensen hebben afgodsbeelden en afgodsboeken van ons afgeschud. We hebben met pijn en moeite geleerd elkaar in onze verscheidenheid te verdragen, en zien eindelijk in dat andere ziens- en handelswijzen slechts verschillende trappen van zich ontwikkelende rationaliteit zijn, in overeenstemming met de veelkleurige wijsheid die we overal in de levende natuur aantreffen. De wereld is vol rechtvaardige en goedaardige mensen. Velen zijn in het geheel niet meer moordzuchtig en afgunstig. Zij zijn de dweepzucht volledig verleerd, en hebben hun zinnen op hogere doelstellingen gericht.


Hoewel wij moderne mensen nu weten dat er geen straffende en zich wrekende God bestaat zijn er jammergenoeg nog steeds die net als de oermens van duizenden jaren geleden in vrees, beven en bijgeloof op Hem zien. Sterker nog, deze mensen denken als enigen de hoogste menselijke waarden te kunnen vertellen en keuren alles af wat met hun uit de brons- en ijzertijd stammende godsdienstige zienswijzen niet overeenkomt.


2 Natuurlijk, u hebt geduld met deze mensen. U herinnert u zich maar al te goed hoe moeilijk het was om zelf op hoogwaardiger zienswijzen te komen. Daarom hoeden wij ons ervoor anderen te zeer te veroordelen; De dingen die wij niet graag zien, deden we eens zelf ook; weer andere zaken waar wij ons eens druk over maakten zijn volstrekt onbenullig. Maar weet ook dat onverschilligheid tegenover dwaasheid dwaasheid juist voedt. Vanwege die reden open ik mijn mond: Er is geen God die mensen beloont naar hun daden, maar ieder mens is de oorsprong van zegen of vloek voor zijn nageslacht. Wie zich overgeeft aan versten-liefde, aan absolute intellectuele eerlijkheid en wil tot de hoogste menselijke kennis zal een brug zijn voor de mens van de toekomst. Wie schept en het goede doet bereidt een betere wereld voor. Maar wie de waarheid niet eerbiedigt, zich niet laat leiden door de wetenschap, noch zichzelf opvoedt, maar met allang achterhaalde denkbeelden uit het verre verleden blijft rondlopen, zal het nageslacht laten zitten in armetierig bijgeloof, boosheid jegens anderen en angsten voor het leven. Iedereen die zo blijft leven wacht innerlijke benauwdheid en zelfgecreerde ellende, in de eerste plaats de Europeanen, die nu beter zouden moeten weten, maar ook alle andere volken. Iedereen die het hoogste nastreeft en zichzelf nooit spaart bereidt de aarde toe tot eer en glorie en vrede.


Allen die inzicht en wijsheid hebben opgedaan behoren daarnaar te leven. Niet wie deze dingen slechts aanhoort zal vrucht dragen, maar wie er daadwerkelijk conclusies en daden aan verbindt en zichzelf steeds overwint. Gelukkig zijn er weinigen die bovenstaande nog steeds niet begrijpen, omdat ieders modern denken deze dingen al helder genoeg uitlegt. Er zal dan ook een dag aanbreken waarop deze wereld een geheel ander aanzicht heeft dan nu.


En nu u die uzelf christen of moslim noemt, op uw heilige boeken vertrouwt en u op God laat voorstaan; u die zogenaamd Zijn wil kent en zo uitstekend weet waar het op aan komt, omdat u dagelijks wordt onderwezen door heilige teksten; u die ervan overtuigd is dat u zelf een leidsman van blinden bent, een licht voor hen die in het duister zijn, een opvoeder van onverstandigen, een leraar van onwetenden, omdat u in uw heilig boek de belichaming van de kennis en de waarheid denkt te hebben - u die anderen onderwijst, onderwijst u uzelf eigenlijk wel? U zegt lief te hebben, maar hebt nooit begrepen dat liefde niet verbonden kan worden aan loon en vergelding. U zegt dat men geen overspel mag plegen, maar vanwege het krampachtig verdringen van seksualiteit wordt uw innerlijk verteerd van sekszucht. U verafschuwt afgoden, maar hebt zelf van uw heilige boek de grootste afgod gemaakt die de wereld ooit gekend heeft. U laat u voorstaan op de Heilige Geest, maar hebt alle eeuwen door zelf niets anders gedaan dan Gods Geest tot een aanfluiting te maken. Er staat zelfs in uw eigen boek geschreven: 'Door uw toedoen wordt de naam van God onder de volken gelasterd.' En elders staat geschreven: 'Noem die namen Jezus en God niet; zij waren heilig en rein als priestergewaden en kostelijk als voedend koren, doch zij zijn tot draf geworden voor de zwijnen en tot narreklederen voor de dwazen. Noem hen niet, want hun zin is tot dwaling, hun wijding tot spot geworden.' U predikt eerlijkheid, maar vanwege de dogma's waar u in moet geloven bent u als gelovige in uw eigen denken nog nooit echt eerlijk geweest. Dat u gedoopt bent heeft geen enkele positieve zin, omdat uw doop gelijk staat aan het uitzaaien van verdeeldheid in de wereld. Wanneer iemand niet gedoopt wil zijn en niet aan uw bijgeloof deel wil nemen, besmeurt u zijn optreden door te zeggen dat hij God niet kent, of zelfs door hem goddeloos te noemen. De ongedoopte zal het oordeel over u christenen uitspreken, al hebt u nog zo'n geweldige bijbel en nog zo'n geweldig geloof. Gelovige zijn heeft namelijk niets met leringen uit boeken en rituelen te maken, maar is eenvoudigweg de levenshouding van iemand die ter ere van het bestaan wil leven, dwz in alles het hoogste zoekt dat hij of zij als mens bereiken kan.


3 Wat hebben christenen en moslims dan nog voor op anderen? Heeft het enig zin zich op een boek te beroepen dat haat, onbegrip, verdeeldheid en bijgeloof in de wereld veroorzaakt? Natuurlijk niet! Het zijn dus juist de joden, christenen en moslims die als laatsten het woord van God zullen verstaan. Wanneer gelovigen er dus z voorstaan, wat zullen wij dan zeggen? Maakt dit geen poppenkast van God? Geenszins. Zoals gezegd is God de afspiegeling van ons hoogste denken, en kunnen wij weinig anders dan er alle eeuwen naar luisteren. De grootsheid van de Schepping laat zien dat wij mensen van moderne tijden over God als entiteit volkomen dienen te zwijgen, en van nu af aan slechts naar ons verstand en geweten dienen te luisteren. Ons verstand onderwijst ons voortdurend met dieper inzicht in het goddelijke. We kunnen alle heilige boeken slechts aan de onkunde, goedgelovigheid en gebrek aan kennis van mensen toeschrijven. Moeten wij mensen met moderne inzichten anderen dan maar Is het dan onrechtvaardig van God dat Hij niet voortdurend ingrijpt, en mensen maar in hun armetierige gedachtenspinnenwebben laten zitten en geen pogingen doen om ze hogerop te trekken? Geenszins! Wij zijn de hoogste expressie van het goddelijke. Wij mensen hebben de volle vrijheid op te groeien tot verantwoordelijkheid en kennis, maar wij dienen elkaar aan te sporen en elkander te helpen met op te groeien. De wereld van het lijden en willen bestaat opdat de liefde en de eenwording ervaren kan worden. Sommige mensen beweren dat ik met het verkondigen van deze dingen het kwade voorsta. Ach, mensen die zo reageren hebben nog een lange weg te lopen. Ze worden vanzelf moe en beu van het in de goot schoppen van zichzelf, en hun aantijgingen zullen door de toekomst ontzenuwd worden. Ik heb u al gezegd dat ze slaven van boeken zijn en vastgekleefd zitten in een spinnenweb, waaraan ze zich maar niet kunnen ontworstelen. Maar zelfs in hun boek staat geschreven dat er rechtvaardigen waren die de dood zelfs niet hoefden te smaken, dat er velen verstandig waren, en duizenden God zochten. Nooit hebben allen zich aan domheid overgegeven, nooit is de gehele mensheid verdorven geweest. Er zijn gelukkig ten alle tijden velen die het goede doen. Vele kelen brengen de schoonste klanken voort, de tong van velen spreekt met de allergrootste wijsheid, in het hart van menige ziel ontkiemen de allermooiste gezichten en utopien, talloze boeken zijn geschreven bevattende de meest verheven gedachten, ontelbare handen strekken zich uit om te zegenen. Zo bouwen velen een betere wereld op, de weg van de vrede en de menselijke ontwikkeling is de passie geworden van ontelbare mensen. Angst voor God hebben deze mensen uit hun hart gebannen. Uiteindelijk zal inzicht en wijsheid ook aan alle soorten van bijgelovigen toebedeeld worden en zullen wij allen in verrukking tegenover de immense schepping staan.


Zo kom ik dan nu eindelijk op het onderwerp waarover ik u wilde schrijven. Lange tijd ben ook ik slachtoffer geweest van de primitieve boekgodsdienst. Opgegroeid aan de voeten van schriftgeleerden, werd ook ik van kinds af aan tot een slaaf van heilige boeken gemaakt. Mij werd een God opgedrongen geboetseerd volgens het denken en handelen van de mens uit de oudheid. Deze God was vooral streng en vertoornd op de mensheid. Fanatiek trachtte ik aan al Zijn eisen te voldoen. Geheel teneergeslagen kwam ik uiteindelijk tot de conclusie dat iedereen de nabijheid van God ontbeert vanwege ons ellendig menszijn. In deze ontredderde staat klampte ik me vast aan absurde ideen dat God bloed wilde zien om zijn toorn tot bedaren te laten komen. Mijn waanideen maakten van het droevige einde van Jezus Christus, die als onschuldige ter dood veroordeeld werd, een bloedoffer waar God mee in zijn schik was. En ik maakte de zaken nog bonter door te verkondigen dat een ieder die deze theorien maar geloofde, door God vrijgesproken zou worden. Hij zou op die manier van een strenge en straffende Koning veranderen in een zorgzame Vader. Ik maakte dit alles nog bonter door te verkondigen dat het zelfs Gods plan was, dat Hij Jezus aangewezen had als middel tot verzoening. Tenslotte randde ik de menselijke rede aan door te redeneren dat dit alles Gods rechtvaardigheid, verdraagzaamheid en goedheid, -ja, zelfs liefde- bewees. Zo haalde ik God omlaag tot iets banaals en primitiefs, maakte ik van de God van het heelal alleen de God van een klein groepje christenen, en van de godsdienstige mens een verwarde kluwe waanideen, absurditeiten en fanatisme.
Stel ik met mijn nieuwe verkondiging nu alle oude heilige schriften buiten werking? Uiteraard! Maar toch, ik heb via die schriften de primitieve menselijke natuur juist leren kennen en ben via die schriften ook tot de kern van de godsdienst doorgedrongen, ze helpen me zelfs om eenvoudig terug te gaan tot de gezonde basis.


4 Kijk naar onze stamvader Abraham, waarmee het traditionele geloof begon. We zien dat hij de stem van God in zijn binnenste hoorde, en vertrouwde op God. Dit werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend, nog wel vr hij besneden was en allerlei andere dingen dacht te weten over God. Dit laat zien dat een mens dus generlei perfectheid en zondenloosheid nodig heeft om de vriend van God te zijn, maar dat hij dit eenvoudig als geboortegeschenk van God ontvangt. Zo is Abraham de vader van ieder oprecht mens die naar de innerlijke stem van God wil luisteren. En de belofte dat hij de gehele wereld in bezit zou krijgen, geldt ieder mens die het godgegeven leven ervaart als een godsgeschenk. We zien dus dat Abraham en zijn nageslacht niet gezegend werd door de wet, of door bloedoffers of geloof in heilige schriften of een verlosser, maar eenvoudig door geloof in een God die goed is en zegent. Indien men op grond van geloof in heilige boeken door God gezegend zou worden, zouden we van Gods werk de stunteligheid zelve maken en zijn belofte volkomen ontkrachten. De bijbel en de koran impliceren dat God de wereld voor het merendeel aan zijn lot overlaat, zich slechts aan uitverkorenen openbaart, die uitverkorenen zegent met het vervullen van hun kinderachtige wensen, en dat Hij het merendeel van ons mensen zal straffen. De boekgodsdiensten scheppen zelfs bij hen die aan deze boeken gehoor schenken angst, want zij staan boordevol eisen en dreigementen. Maar het oerverhaal laat zien dat geloof heel eenvoudig vertrouwen op het leven is, het leven dat als godsgeschenk ervaren wordt. Abraham liet zien wat geloof betekent: hij vertrok uit zijn geboorteland en ging in vertrouwen op weg naar het volkomen onbekende; later, terwijl het onmogelijk toescheen dat hij nog een kind zou krijgen, bleef hij toch op God vertrouwen. Hij twijfelde eenvoudigweg nooit aan zijn geloof dat God met hem was. Getrouw aan de gewoonte van zijn tijd gehoorzaamde hij aan de wil van de voorouders, en ging hij op weg om zijn zoon aan God te offeren. Hij wilde het eigenlijk niet, maar kon niet anders, het moest nu eenmaal. Maar hebt u ooit begrepen, beste bijbellezers, dat Abraham tijdens die reis volwassen werd in zijn geloof? Op weg naar de offerplaats dacht hij voortdurend: 'Wat is dat voor een god die eist dat een man zijn enige zoon offert?; zo'n god kn niet bestaan, mg niet waar zijn, daar moet de vloer mee worden aangeveegd!' En op het laatste moment wist hij het: 'De ware God woont in de stem van ons eigen hart. De stem van mijn hart is de stem van God. Weg met die oude overlevering van de voorouders!'
Dit alles is geschreven opdat wij hieruit zouden leren k zo het leven te leven. Laten wij in onze godsdienst teruggaan naar dit oerbegin - vertrouwen op het leven, vertrouwen op de stem van ons eigen hart -, en al het latere, dat slechts verduistert, als overbodige ballast wegwerpen.


5 Wij zijn dus bij onze geboorte al aangenomen tot vrienden van God en mogen op grond van dit geloof in vrede leven met God. Ieder mens heeft zo vrij toegang tot Gods nabijheid. Zelfs in onze ellende mogen wij kracht putten uit dit geloof, omdat we weten dat ellende opbouwt tot volharding, volharding opbouwt tot standvastigheid, en standvastigheid hoop geeft. Deze hoop de aarde op te bouwen, te begieten en voortdurend nieuws te planten blijft voortleven, omdat die voortdurend gevoed wordt door Gods liefde die als geboortegeschenk in ons hart is uitgegoten. Gods Heilige Geest leeft in ons vanaf onze eerste ademtocht. Het is dan ook uitgesloten dat er in ons hart nog droefheid, angst en vijandschap zou leven. Er is niets dat angst en vijandschap ten opzichte van God zou moeten veroorzaken. Door God zelf is de mens die sommigen 'zondig' noemen, geschapen, door Hemzelf is de dood geschapen. De dood is sinds alle tijden een onderdeel van het leven geweest. Het heeft dus totaal niets te maken met straf van God, met zonde of vijandschap. Al die zaken die we niet willen zien zijn slechts onderdelen in de wet van de harmonie van het al, onderdelen in onze menselijke natuur. De dood laat ons zien dat we deel uitmaken met de natuur om ons heen, dat we letterlijk n geheel zijn met al het andere om ons heen. Net zo zeker als de dood behoort ook dit gegeven tot die harmonie: God heeft de eeuwigheid in uw hart gelegd. Hij zal u dan ook eeuwig zegenen, eeuwig zal uw geest als Gods geest in de schepping te zien zijn.


6 Betekent dit nu dat het niet uitmaakt hoe we leven? Natuurlijk niet! Hoe zouden wij die de grootsheid van het leven in ons hart ervaren, nog een armetierig leven leiden? Weet u niet dat u die met de menselijke rede bekleed bent met het licht en de warmte van de zon bent bekleed? Een ieder die de grootsheid van het leven in zijn hart ervaart is een sprankelend onderdeel van het universum en zal geen slaaf zijn van dom denken en handelen. Zelfs de dood heeft geen macht over ons, omdat we weten dat het goddelijke veel groter is dan de dood. Op ieder moment dat we leven, leven we ter meerdere glorie voor het bestaan. Z moet u uzelf zien. Daarom spoor uzelf aan om immer hoger op te stijgen. Stel uzelf niet in dienst van lage praktijken, maar in dienst van de wereld van ons nageslacht. Laat domheid en slaafse onderhorigheid aan zogenaamde heilige teksten niet over u heersen, want u leeft onder de zon. Wanneer u de vorst dient zal de vorst u laten verkleumen en bevriezen, wanneer u onder de zon leeft, zult u licht en warmte ontvangen en zelf stralen. Ik druk me zo gewoon mogelijk uit opdat boekgelovigen het eindelijk zullen bevatten. U maakte zich ooit een slaaf van leringen, eisen, rituelen en angsten, maar bent nu volkomen vrijgemaakt en opgegroeid tot Volwassen Mens. Toen wij nog slaaf van de bijbel waren, waren wij op honderd en n manieren vastgebonden. Wat hebben wij daarmee geoogst? Dingen waarvoor ik en u ons nu schamen. Maar nu, bevrijd van dit juk, en als opgegroeide mensen, oogst u toewijding aan het leven en een vruchtbaar leven. Het loon van slaafse onderhorigheid is domheid en verzuchtingen, maar het geschenk van God is een waardevol leven in vrijheid en blijheid en gewijd aan de hoogste menselijke hoop.


7 Weet u dan niet, u medemensen die aanhangers van heilige boeken bent, dat heilige boeken slechts net zolang gezag over een mens hebben zolang hij zich eraan slaafs onderwerpt? Wanneer er aan uw deur een evangelist van Apollo zou verschijnen, zou u uw tijd met hem verspillen? Maakt ook maar n haar op uw hoofd zich druk om de Upanishads? Doet ook maar n christen de moeite de heilige Koran te lezen, en zal hij het boek na het lezen ervan een ereplaats geven? Acht ook maar n moslim de Bijbel hoog? Vindt ook maar n uitgever het de moeite waard de Avesta uit te geven? Zijn er werkelijk mensen die in staat zijn aandachtig de Veda's door te worstelen? Kunt u uw lachen bedwingen wanneer u Het Boek van Mormon hoort aangeprezen worden? Indien op de rommelmarkt een boek met titel Tipitaka ligt, om gratis mee te nemen, zou u het meenemen? Wanneer een mens volwassen wordt, wordt hij bevrijd van gehoorzaamheid aan autoriteiten. Zolang iemand zich onderwerpt aan een boekgodsdienst, wordt iedere afwijking die hij aan de dag legt gebrandmerkt als dwaling. Maar nu u volwassen bent geworden behoort u uzelf toe en stelt u uzelf doelen. Uw eigen menszijn moet vrucht dragen in het leven. Toen we ons nog lieten leiden door oude heilige teksten, werd ons bestaan beheerst door kuddegeest en angst, die het heilige boek in ons opriep en droeg het alleen vrucht in onderlinge verdeeldheid en dood voor schenners van de tekst. We waren aan een boek geketend, en hadden ons overgegeven aan heldenverering -ja, tot aan vergoddelijking van n mens toe; en deze afgodenverering scheidde ons af van de rest van de mensheid. Maar nu zijn we bevrijd; we zijn nu dood voor alle heilige boeken, zodat we niet meer de oude orde van boekgodsdiensten dienen, maar de nieuwe orde van de volwassen menselijke geest in ons hart, die ons aanspoort de gemeenschap van alle mensen waar ook ter wereld, te dienen.


Moeten we hieruit concluderen dat alles wat met de bijbel en de koran te maken heeft hetzelfde is als dwaling en domheid? Natuurlijk niet! Maar wel kunnen we deze gevolgtrekking maken: ik ben me pas vanwege de heilige boeken bewust geworden van dwaling en domheid en menselijke armetierigheid! Ik zou immers niet weten iets beters te moeten zoeken indien het heilige boek niet zei: 'Wanneer iemand uw volle broer, uw zoon of uw dochter, of de vrouw die u bemint, of uw beste vriend u in het geheim probeert over te halen om andere goden te dienen, goden die u nog niet kende en ook uw voorouders niet, goden van de naburige volken, vlakbij of ver weg of waar ook ter wereld, luister dan niet naar zo iemand en geef niet toe; wees onverbiddelijk, heb geen medelijden met hem en houd hem niet de hand boven het hoofd. U moet hem ter dood brengen; samen met uw volksgenoten moet u hem stenigen tot de dood erop volgt, en zelf moet u de eerste steen werpen.' En ook: 'Zou ik niet haten wie u haten, HEER, niet verachten wie het anders doen en laten als ik het zie?' en 'Gelukkig hij die wraak zal nemen, en jou doet wat jij ons hebt aangedaan. Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt en op de rotsen verplettert.' En ook: 'Aan jullie is het geheim van het koninkrijk van God onthuld; maar zij die buiten staan, krijgen alles te horen in gelijkenissen, opdat ze scherp zien, maar geen inzicht hebben, opdat ze goed horen, maar niets begrijpen, opdat zij zich niet bekeren en hun vergeven worde.' En ook: 'U moet niet allemaal leraar willen zijn. U weet dat ons leraren een strenger oordeel te wachten staat.' En ook: 'Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet. Elia was een mens als wij, en nadat hij vurig gebeden had dat het niet zou regenen, is er drieneenhalf jaar geen regen gevallen op het land.'

De bijbel heeft ons in al deze absurde en schandelijke kleuren, en nog veel bontere, laten zien hoe het niet moet, om ons tot hoger denken te doen laten komen. Eens leefde de mens zonder heilige boeken, maar door de komst van die heilige teksten, kwam de zielsverduisternis in de wereld, en daardoor stikte onze menselijke geest en verloren wij onszelf. De godsdienst die tot leven had moeten leiden, bleek juist tot ons nadeel te werken. De godsdienst heeft op schandelijke wijze gebruik gemaakt van heilige boeken: ze heeft God tot een onbenulligheid en versteend mechanisme gedegradeerd en de mensheid misleid en ons door deze slavernij aan dogma's en leringen eeuwenlang verhinderd hoog te vliegen. Kortom, de godsdienst op zich is heilig en de mens is heilig, maar alles is eeuwenlang verdraaid. De boekgodsdienst is de zwaartekracht die ons eeuwig naar beneden trekt, ons eeuwig in de schoenen van de oermens wil laten lopen.


Dus de godsdienst is verantwoordelijk voor onze geestelijke dood? Natuurlijk niet! Het is de menselijke onvolwassenheid die zulk een buitensporig geloof aan absurditeiten schonk, die voor deze treurige situatie verantwoordelijk is. Om ons tot slaven te maken hebben sommigen de godsdienst -dus het goede- misbruikt. Door boekgodsdiensten uit te vinden laat de mens zien hoe primitief zij is, hoezeer zij haar eigen scheppende geest minacht, het liefst op stukgelopen zolen loopt en hoezeer zij doortrokken wordt van angst en krachteloosheid en zich als gevolg daarvan overgeeft aan magie en bijgeloof. Wij weten allemaal dat godsvrucht de werking is van Gods Geest in ieders hart. Maar in plaats daarvan hebben we de Heilige Geest een paar boeken laten schrijven, en zelfs dat uiterst gebrekkig. Hoe wij mensen inelkaar zaten, doorzagen we in het geheel niet: eeuwenlang deed ik niet wat ik eigenlijk wilde -het boven mijzelf uit scheppen- maar was ik een slaaf van angsten en haat, opgedrongen leringen en armetierige denkbeelden over God. Maar wanneer mijn daden en denken zo in strijd zijn met mijn eigenlijke wil, dan erken ik dat de oorspronkelijke godsdienst die geen heilige teksten kende juist goed is. En ook dat ik het niet was die zo handelde, maar de mij opgedrongen vreemde leringen en gedragingen. Immers, ik besefte dat in mij, in mijn eigen natuur, steeds de wil tot het goede aanwezig was. Ik wlde het goede wel, maar de godsdienst waar ik aan uitgeleverd was, belette het me zo te leven. Wat ik verlangde te doen en ervaren -vrede, harmonie, innerlijke rust, vrijheid van denken-, liet ik na. Wat ik wilde vermijden -angst, onenigheid, oorlog, partijzucht, gevangenschap van denken- daar zat ik tot over mijn oren in. Maar wanneer mijn daden en gevoelens zo in strijd zijn met wat ik eigenlijk wil, daar ben ik dan niet zelf de oorzaak van, maar de oorzaak was de gehoorzaamheid eisende en opjuttende godsdienst die in mij heerste. Men zal altijd de wetmatigheid ondervinden, dat het kwade zich juist aan ons opdringt, zodra het gehele bestaan in goed en kwaad wordt opgedeeld. Met ons allemaal ging het zo: innerlijk wilden we vol vreugde instemmen met het godgegeven bestaan, maar in alles wat we deden en dachten legde de godsdienst een domper op ons leven. De godsdienst liet mij altoos strijd voeren met denkbeeldige tegenstanders van God, maakte mijzelf iedere dag vies en zondig, maakte mij een gevangene van onnoembaar vele zonden, die men overal en altijd zag. Wie zou mij, ongelukkig mens, kunnen redden uit dit lamlendige bestaan, dat beheerst werd door de tirannie van boekgodsdiensten?

God zij gedankt, hebben we nu een antwoord: de menselijke gezonde rede! Met mijn verstand onderwerp ik mij nu aan de echte wetten van de realiteit: de natuurwetten, mijn verstandelijk inzicht en drop gebaseerde eigen geweten. Slechts met mijn in alle bochten en kronkels verdraaide gekweekte en gedresseerde natuur onderwierp ik mij aan de godslasterende godsdienst.


8 Dus wie volwassen geworden zijn, worden niet meer veroordeeld. De wet van de volwassen menselijke geest die in u is, heeft u bevrijd van slavendienst aan boekgodsdiensten die tot de geestelijke dood leidt. Waartoe deze godsdiensten niet in staat waren, machteloos als zij waren de ware natuur van de mens in een dwangbuis te leggen, heeft de rede van de mens zelf tot stand gebracht. Het heeft ons moed en inzicht geschonken naar de innerlijke stem in onszelf te luisteren, opdat we de vruchten dragen die de tirannieke godsdiensten niet konden produceren. Ons leven en het nieuwe Europa wordt immers niet langer beheerst door deze opgedrongen denkbeelden, maar door onze eigen vrije geest. Wie zich door boekgodsdiensten laat knechten is gericht op wat autoriteiten willen, maar wie zich laat leiden door de geest is gericht op wat de geest wil. Want autoriteiten brengen onderhorigheid en angst, maar wat de Geest wil brengt leven en vrede. Onze eigen wil staat nooit vijandig tegenover goddelijke zaken, want zij onderwerpt zich altijd aan natuurwetten en luistert naar het geweten dat het leven eert; zij heeft zich daar zelfs bij uitstek op toegelegd. Maar u leefde lang niet zo. U liet u leiden door vreemde dogma's en bijgeloof. Maar nu heeft de vrije en volwassen geest u leven geschonken.


Al mijn medemensen, we hoeven ons niet langer te laten leiden door boekgodsdiensten. Als u hier wel mee doorgaat, zult u als woestijnmens in het leven staan, geschreven als deze boeken zijn in die dorre en heetgebakerde cultuur. Als u echter opgroeit door te luisteren naar de goddelijke geest die in u leeft, zult u vrucht dragen, zoals de vruchtbaarste grond van Europa de wetenschap heeft voortgebracht. U hebt juist de beschikking over uw eigen geest om te voorkomen dat u als slaven in angst en dorheid zou leven. U hebt uw geest in u om het leven te kunnen aanspreken met 'mijn Geliefde' en het geschenk van het leven als van onschatbare waarde te beschouwen. Meer nog, de volwassen menselijke geest werkt in ons om ons te verzekeren zelf een deel van het goddelijke te zijn. Samen met ieder ander mens maken wij deel uit van alles wat goddelijk is. Ik ben ervan overtuigd dat alles wat we in dit leven ervaren in geen verhouding staat tot de luister die we eens in de toekomst geopenbaard zullen zien. De schepping is een ongelooflijk groot wonder, geen enkel detail ervan is prooi aan zinloosheid. Een steeds grotere glorie van deze schepping zal aan ons mensheid geopenbaard worden. Dit wetende zuchten en kreunen wij niet meer onder het slavenjuk van godsonterende en het leven verachtende leringen, maar kijken wij reikhalzend uit naar de dingen waarmee de mensheid in de toekomst nog gezegenend zal worden. Juist dit hopen op nog meer geeft ons leven zo'n prachtige glans. Want wie straalt glans uit die alles al heeft? De volwassen menselijke geest zal ons steeds aansporen tot hogere regionen. Wij hebben er zelf nog geen idee van welke schatten er in het heelal verborgen zijn, maar onze volwassen geest zal ons ooit tot verre zonnestelsels leiden. In afwachting daarvan gaan wij in goede moed op weg. Onze menselijke rede helpt ons in onze zwakheid. Tevoren wisten wij immers altijd precies waarom wij moesten bedelen bij God om onze zin te krijgen, en hoe we onze vlijerij aan Hem moesten voorleggen, het werd ons zelfs zo geleerd met toverformules; maar nu is bidden geheel overbodig geworden, want de volwassen geworden menselijke geest zelf bewerkstelligt onvermoeid ons willen en het streven, het hopen en het aanvaarden. Want wij weten dat voor wie het leven liefheeft, alles zal bijdragen aan het goede, en hoeven een denkbeeldige God dus helemaal niet meer om gunsten te verzoeken.


Wat moeten we verder hier nog aan toevoegen? Als menselijke rationaliteit voor ons is, welke godsdienst kan ons dan van een hoogwaardig menselijk bestaan afscheiden? Welke godsdienst zal nog het lef hebben de grootste schat van de mensheid, de menselijke rede, aan te klagen? Omdat wij mensen het product van onze rede zijn zal de menselijke rede ons logischerwijs allemaal vrijspreken. Wat zal ons dan scheiden van de liefde vor het leven? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het vuurwapen? Er staat op elke bladzijde van onze geschiedenis geschreven: 'Om niet werden zij gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.' Maar mensen, het ws niet om niet! Het was vanwege menselijke waanzin! Uiteindelijk zal de Volwassen Mens glansrijk zegevieren, omdat de menselijke rede ons daar onherroepelijk heen voert. Ik ben ervan overtuigd dat dood, noch leven, waanideen noch barbaarsheden, ziek verleden noch angstwekkende toekomst, noch ruimtereizen naar de verste plekken in het heelal, noch onvoorziene uitvindingen ons kunnen scheiden van de liefde voor het leven, omdat die in iedere cel van ons menszijn uitgestort is.


9 Omdat ik geestelijk opgegroeid ben en door de volwassen menselijke geest geleid wordt, ben ik oprecht diep bedroefd en word ik voortdurend door mijn verdriet gekweld. Omwille van mijn vroegere geloofsgenoten, de christenen met wie ik mijn afkomst deel, zou ik bijna bidden maar vervloekt te worden en van een goed leven gescheiden te zijn. Omwille van hen die kinderen van God willen zijn, die God zoeken en in zijn nabijheid willen leven, maar in werkelijkheid onder een slavenjuk leven en gebukt gaan onder een gespleten denken. Ik vraag hen: 'Waarom laat God in deze wereld alles z in de soep lopen? Niemand kon toch ingaan tegen zijn wil?' Ik heb hun God ook wel eens aangeklaagd: 'Waarom hebt u de wereld gemaakt zoals die er uitziet?' Natuurlijk heeft een pottenbakker de vrijheid om de klomp klei te vormen zoals het hem belieft. Maar van een Goede Pottenbakker mag toch een goed resultaat verwacht worden. Maar elke keer wanneer ik dit uitsprak, gaf mijn verstand mij dit antwoord: 'Indien het je niet aanstaat, doe Jij wat Ik nalaat! Maak Jij af wat Ik begon.' Wat kunnen we hieruit opmaken? Dat het van ons eigen denken en ons eigen handelen afhangt hoe we het leven zullen bezien. Zo zijn boekgelovigen gestruikeld over de steen die ze zelf neer hebben gelegd. Zij hebben nooit willen geloven zelf de goddelijke luister te moeten belichamen, maar hebben de zonde en het klagen, zuchten, steunen en het stille wachten aanbeden. In hun eigen boek staat: 'De god van Sion brengt een steen voort, waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot.' Zie, ik vertel u een geheimenis: deze steen -die blauwe plekken oplevert- is de godsdienst van het heilige boek, en het rotsblok -waaronder alles verstikt- de christelijke en moslimgeschiedenis van de afgelopen 2000 jaar. Wie zich hieruit bevrijdt, komt niet bedrogen uit!


10 Medemensen, ik wens uit de grond van mijn hart dat boekgelovigen uit hun eigen denken zullen worden gered. Ik kan van hen getuigen dat ze de mensheid vol toewijding willen dienen, maar het ontbreekt hen aan moed en inzicht en zij lijden aan een overmaat van bijgeloof en hang naar magie. Omdat zij in het diepst van hun hart niet geloven, proberen ze het juiste geloof aan te hangen en een buitenaardse werking op te merken in tekenen van magie. Juist omdat ze geen vertrouwen hebben in het leven en in de mens, verlaten ze zich niet op de menselijke rede. De wet vond zijn doel in Christus, en Christus vond zijn doel in de Volwassen Mens, zodat nu iedereen inzicht zal krijgen en door de rede rechtvaardig zal worden verklaard. Zelfs Mozes had het al door: 'Het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart.' Hij doelde op de boodschap die ik hier u verkondigd heb. Als u met uw mond belijdt dat de menselijke rede voor ons het hoogste richtsnoer is, en in uw hart enkel op de menselijke rede vertrouwt, zal uw leven stralen als de zon. Zelfs de oude godsdienst zegt: 'Wie de hoogste menselijke waarden nastreeft, zal niet bedrogen uitkomen.' en 'Ieder die de naam van de hoogste menselijke waarden aanroept zal worden gered.' Er zijn dus geen voorwaarden en er is totaal geen onderscheid tussen groepen, rassen, seksen en volken. Allen hebben we dezelfde geest. Maar dan vraag ik weer: hebben de boekgelovigen deze boodschap nooit begrepen? Wel, in hun boek staat al geschreven: 'Ik zal jullie afgunstig maken op volk dat niet wil behoren tot n volk, Ik daag jullie uit met een volk van verstand!' 'En bij Jesaja kan men zelfs lezen: 'Ik heb me laten vinden door de godmoordenaars, ik heb mij bekend gemaakt aan hem die filosofie met de hamer bedreef.' Over Gods volk zegt Jesaja: 'De hele dag heb ik mijn handen vergeefs uitgestrekt naar mijn slaafs gehoorzame en onderhorige volk.'


11 Dan is mijn volgende vraag: heeft God boekgelovigen soms verstoten? Beslist niet! Ik ben immers zelf een christen geweest, een nakomeling van tientallen geslachten christendom. Geen mens is verstoten en hopeloos reddeloos. Hoe haalt men het waandenkbeeld in zijn hoofd te denken dat er altijd maar een paar uitverkorenen zijn en de rest van de mensheid maar kan stikken! De menselijke geest werkt op ieder moment overal en in ieder mens. Welke conclusie mogen we dan wel trekken? Wat de christenen hebben nagestreefd, hebben ze niet bereikt. Degenen die het nog steeds niet inzien zijn onbuigzaam geworden. Hun eigen schrift laat het God zijn die hun geest als straf heeft verdoofd, hun ogen als straf blind heeft gemaakt en hun oren doof, en David voegt er geheel in de trant van hun heilig boek nog een gebed aan toe: 'Laat hun kerken een valstrik worden, een strop, een valkuil en een straf. Laat het licht uit hun ogen verdwijnen, krom hun rug voorgoed.' Maar nu vraag ik weer: zien ze, geconfronteerd met zulke dwaze uitspraken gedaan in hun heilig boek, nog niet hoezeer ze zijn gestruikeld en verstrikt in de meest belabberde leringen? Misschien zullen sommigen het zelfs na dit schrijven nog steeds niet willen zien, maar door deze hardnekkigheid zal de wereld des te beter kunnen zien welke gezonde keuze men zal moeten maken. Hun gevangenschap is dus eigenlijk een gave voor de wereld, hun falen spoort ons des te meer aan het in de toekomst anders te doen. Op de Volwassen Mens zullen zij tenslotte afgunstig worden. Maar laten wij ons niet boven hen verheffen. Houd slechts voor ogen dat de menselijke rede goed is en niet in de eerste plaats streng. De menselijke rede is bij machte hen opnieuw te planten. Medemensen, er is een geheimenis dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u slechts uw eigen inzichten roemt: Geheel de mensheid zal worden gered. Dit is het Eeuwige Verbond van de menselijke rede met de mens. De mens blijft iedereen liefhebben, hoezeer deze of gene ook moge zijn verdwaald. De genade die de menselijke geest ieder mens schenkt, neemt de mens nooit terug. De menselijke geest roept ons allemaal op tot volwassenheid, en zal dat roepen net zolang doen totdat we haar stem horen. Want ieder mens wordt geboren met dezelfde menselijke geest.


Hoe onuitputtelijk is de rijkdom van ons verstand, hoe eenvoudig zijn verstandelijke wegen!


Nieuwe Brief van Paulus aan de Korintirs



Albert Vollbehr, mei 2005