Wanneer iemand met 'het Goede Nieuws' aankomt, pas dan maar op.
Het gaat dan altijd om iets wat al 2000 jaar oud is.





Spreken over God is verzilverde onzin, zwijgen over God is wijsheid van goud.





Het zaad van openbaringsgodsdienst valt nooit in goede aarde. Zij ontkiemt enkel op aversie tegen het aardse.





Gelovige: iemand die het lef heeft tegen God te zeggen: Aap, wat heb je mooie jongen!






Het doel heiligt de middelen,-
dacht God volgens alle gelovigen.





Een beer op de weg is altijd nog beter dan een spook in je hoofd.





Wie a zegt hoeft, indien hij de juiste taal maar spreekt, geen b te zeggen.






Al draagt de aap een gouden ring, men zal hem toch gemakkelijk van de mens kunnen onderscheiden aangezien hij niet bijgelovig is.





Hoe is het mogelijk: juist de creationisten houden de mens voor aap!






Niet Christus is de steen des aanstoots, maar rationaliteit die Christus ontmaskert.





Als het godsdienstig getij verloopt, verzint men een nieuw baken.





Van water in de wijn doen weten christenen alles.
Men presteert het zelfs puur water voor wijn door te laten gaan.





Had Jezus de christelijke geschiedenis gekend, dan zou hij zich wel tweemaal bedacht hebben alvorens de spreuk 'aan de vruchten herken je de boom' uit te spreken.





Met alle winden kunnen meewaaien is een vereiste voor iedere Heilige Geest die enig succes wil hebben.




Wie wind zaait zal storm oogsten. Wie storm luwt zal een godsdienst oogsten.






Geen troebel water heeft zoveel vissen opgeleverd als de bijbel.





Een christen is een arbeider die beweert zijn loon niet waard te zijn, maar ondertussen wel zijn zinnen op de hoofdprijs in de loterij heeft gezet.





Als de priester de passie preekt, mens pas op je geestelijke gezondheid.





Dominee: Alle goede dingen bestaan in drien.
Toehoorder: Zoals het eeuwige onbegrip tussen de abrahamitische godsdiensten?





Als men van de duivel spreekt, is hij zo nabij als je hem maar kan krijgen,
aangezien hij slechts een woord is.




'Bij de duivel te biecht gaan', dwz je tot een godsdienst bekeren.






De mens wikt of hij God laat beschikken of het toch maar beter zelf kan opknappen.





Een babylonische spraakverwarring is een kleinigheid vergeleken met de godsdienstige verwarring in de wereld.






Wie kaatst met de bijbel moet verwachten met de bijbel om de oren te worden geslagen.





Alle begin is moeilijk, behalve dat van de bijbel.





Een goed begin is zeker niet het halve werk.
Het eerste duurde namelijk maar twee hoofdstukken.





Nieuwe bezems vegen schoon, behalve in de bijbel en de koran.






Bergen en dalen ontmoeten elkaar niet, wetenschap en godsdienst evenmin.





Berouw komt niet slechts meestal te laat, ze komt meestal ook nog voor nop.






Het zijn sterke benen die godsdienst kunnen ontlopen.





Iemand iets betaald zetten is nu net precies wat ieder vroom mens van God verwacht.





Er zijn veel zaken die beslist niet door de beugel kunnen,
behalve wanneer ze zijn opgenomen in een Heilig Boek.





Tegenwoordig loopt de bijbel in adamskleren.






Met ieder boek dat aan de bijbel werd toegevoegd ging men buiten zijn boekje.





Het bloed kruipt nooit waar het niet gaan kan, maar juist in de godsdienst.





Je kinderen bont en blauw slaan mag niet;
je mag ze wel reinigen in het bloed van Christus.





De mens leeft niet van brood alleen,
maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van zijn verbeelding.




'Een blok aan het been hebben', is een verouderde 16e eeuwse uitdrukking;
tegenwoordig zou men zeggen 'met bijbel of koran in de hand rondlopen'.





In het land der blinden is de priester koning.






Van christenen en mohammedanen is het zeer gemakkelijk een boekje open te doen.





Leven als God in Frankrijk is nog wel eens iets anders dan leven als Calvinist in Nederland.






Gestolen goed gedijt niet, behalve gestolen gedachtengoed in de bijbel en koran.






Nergens gedijt gestolen goed zo goed als in het kerstfeest.





'Zo waarlijk helpe mij God almachtig', zei de mens die nederigheid wilde voorwenden, -
maar in werkelijkheid juist de meest fatale grootheidswaan aan de dag legde.





Heilige boeken tot het hemd toe uitkleden is altijd nog beter dan mensen met ze te indoktrineren.





Ten hemel schreien is nog nooit iemand gelukt. Godgeklaagd is ook teveel van God gevraagd.







Wie een hond wil slaan vindt licht een bijbel- of korantekst.





Teveel hooi op zijn vork nemen is al zo oud als het openbaringsgeloof.





Vandaag Hosanna, en morgen viert men alweer de kruisiging.






Elk christelijk huis heeft zijn kruis.





Zich op glad ijs wagen, en niet over ijs van n nacht gaan, was totaal onbekend in het midden oosten. Vandaar dat ze de bijbel en de koran presteerden te schrijven.





Stel je eens voor wat de Israelieten in de woestijn aan hun sandalen konden lappen. Die waren tenslotte onverslijtbaar. (Deut. 29:5)




Men moet het ijzer smeden als het heet is, en dus niet nu nog christen of mohammedaan willen zijn.




Het is gemakkelijker voor een kameel door het oog van de naald te gaan,
dan dat een rijkelijk met heilige schriften gezegend mens opmerkt
dat er aan zijn god en koninkrijk der hemelen een paar steekjes los zitten.






Hoe meer zielen, hoe gemakkelijker domheid regeert.






Het is zaliger te geloven dan de waarheid te kennen.






Tegen windmolens vechten levert behoorlijk meer resultaat op dan schermen tegen fundamentalisten.





Wie het eerst lacht ontvangt slechts woede en onbegrip.






Lachen als een dominee die weet dat zijn geloof niet waar is.





Lachen als een athest die slechts gelovigen om zich heen heeft.






Ws ledigheid maar des duivels oorkussen.





Nood leert bijgelovig te worden.






Overal tuiniers die armzalige boompjes laten groeien met de kunstmest van het bijgeloof.





De dwaas denkt in zijn hart: ik heb een persoonlijke relatie met God.





De vroomsten zullen de laatsten zijn -
die het doorhebben.





En mooi verhaal in een heilig boek maakt nog geen zomerse openbaring.





Een boodschap die het hart niet raakt verveelt de menselijke geest.
Ze kan echter nog steeds de waarheid zijn.





Een mooie voorgevel verhult menig afgetakelde godsdienst.





'Een arme mag een brood stelen', zei een bisschop.
'Zoals hij zich ook een godsdienst mag verzinnen', liet hij achterwege.





Een goede godsdienst is de godsdienst die je te laat bedenkt




Goethe zei dat niemand ooit verdwaalt op een rechte weg.
Alle boekgelovigen zijn dan ook verdwaald toen ze hun eerste stap deden.





Wat het zwartst is moet het eerst van de weegschaal.





Al verspreidt het openbaringsgeloof zich nog zo snel,
de waarheid achterhaalt haar wel.





De gedachten van de 21ste eeuw over God zijn gelouterd door zicht op 40 eeuwen van waandenkbeelden en privgodjes.




Vergeef mij,
ik stond bij hen zelfs vr in de rij,
ook mij treft blaam,
te lang was ik domheid en slavernij gehoorzaam.








En tot slot, vergeet niet:
Wie een kuil graaft voor een ander wordt moe.











Albert Vollbehr, december 2006