Christelijk geloof is te gênant





De grootste bedreiging van het Godsgeloof in deze tijd is dat we ons ervoor generen.

[Prof.dr. Anton Houtepen, februari 2005]





Christenen baseren hun geloof op een heel dik boek, om precies te zijn op 66 boeken. Maar iedereen die met christenen praat zal opmerken dat je ze nooit moet aanspreken op het merendeel van al die boeken, namelijk de boeken van het Oude Testament. Veel christenen hebben die op een aantal spannende verhalen na nooit in hun geheel gelezen, en bovendien weet men vaak niet wat men er mee aan moet, grote delen eruit zijn zelfs voor hen te gênant. Wanneer je gelovigen bestookt met morele en theologische dilemma's die het Oude Testament bijna op iedere bladzijde aan ieder modern mens presenteert, wordt al het moeilijke, ongerijmde en absurde door christenen het liefst opgelost met één zwiep van de staart die het gehele Oude Testament eenvoudig van tafel veegt: 'Jezus Christus is de vervulling van het Oude Testament', ook wel 'de vervulling van de Wet'. Zie met welk een dartelende sprong een gelovige voor wie de bijbel 'een poging is om een godsgevoel onder woorden te brengen, op de wijze waarop ook dichters iets onzegbaars proberen te vatten' het Oude Testament luchthartig in één zin kan opsommen (lees: volledig negeren): "De diepere boodschap van wat God zijn volk oplegt in het Oude Testament is voor mij - die die wetten niet letterlijk neemt, net zo min als de sprekende slang of in het boek Leviticus het verbod om varkensvlees te eten - dat je als mens wetten en normen nodig hebt." (Christophe Vekeman). Stel je voor, God had 1300 bladzijden nodig om ons iets te leren wat de mens overal en altijd al wist, en dichters verspillen 1300 bladzijden aan een gevoel over iets wat onzegbaar is! Ik heb ook andere, indien mogelijk nog hilarischer onderbouwingen van het Oude Testament uit het internet opgevist waar gelovigen mee schermen: "Het Oude Testament laat zien hoe men het niet moet doen" en deze: "Om het uit te leggen blijf ik typen. Daar heb ik geen zin in en geen tijd voor. Ik zal eens naar een boektitel kijken die een uitleg geeft hierover. Daarnaast is er bij een groot aantal teksten uitleg te geven die de boel verduidelijken. Ik moet wel zeggen dat ik het verhaal van Lot ook niet begrijp. Maar zoals iemand ergens zei: Dit gaat naar de denkzolder. Misschien (hopelijk) komt er een keer een uitleg." Hier nog één (nav een contradictie in de bijbel): "Ik weet niet wat ik moet denken. Ik weet slechts dat de bijbel onveranderlijk is en alleen de waarheid spreekt."

Kortom, een christen uit onze tijd is iemand die zit opgescheept met het Oude Testament, maar die gelooft in het Nieuwe Testament, of om het in de woorden van een vrome christen op het internet te zeggen "Christenen zijn geraakt door Jezus, en omdat hij het OT zo hoog acht, zit je er als christen ook aan vast". (Maar ik geef deze raad: mocht je ooit een voorbeeldige christen tegenkomen die geen enkele onoverkomelijke hindernis tegenkomt bij het lezen van het Oude Testament, pas dan maar op!)


Welnu, wat ís nu de kern van het Nieuwe Testament? Wat is de kern van de christelijke theologie? Let op dat ik het hier nu niet heb over de ethiek van goeddoen, liefzijn voor anderen, 'christelijk verdelen' enz., zaken die we net zo goed in allerlei niet-christelijke overtuigingen tegenkomen. Ik ga op zoek naar de kern van het gelovige theoretische (dogmatische) denken, en ik wil de grootste karpers opvissen uit het meer. Het boek Volwassen Geloof gaat langzaam en gestaag met een sleepnet dat hele meer rond om een hoop kwalijk riekends naar boven te krijgen, maar dit is vermoeiend, lastig, uitermate tijdrovend en bovendien nauwelijks een bezigheid waar ieder gezond mens zich mee wil bezighouden. De kern van het christelijk geloof moet toch ook zonder veel moeite wat korter omschreven kunnen worden om er een helder oordeel over te vellen. Welnu, hier volgen de naar mijn mening doorslaggevende argumenten om niet mee te doen aan het christelijk gezelschapsspel.


Toen ik via de documentaire "The God who wasn't there" (op internet te bezien) enkele beelden zag van Mel Gibsons film "The Passion of the Christ", drong de kern van het christelijk geloof op een unieke manier tot me door. Ik werd overweldigd door het bewustzijn dat het de uiting is van de zieke menselijke geest. De gehele film zou ik met geen mogelijkheid kunnen gaan bekijken. Ik beschouw mijzelf als beschaafd, en het wel of niet kunnen bekijken van zoiets is een maatstaf die ik hanteer. Zoals men weet is de film van begin tot eind een aaneenschakeling van de meest afschuwelijke en barbaarse bloederige scènes. Onophoudelijk wordt de Zoon van God door de mens gemarteld, bespot en verwond. Zelfs een vogel doet nog mee om nog een oog van het goddelijke slachtoffer uit te rukken - een detail dat de perversiteit van de filmmakers wel zeer goed uit de doeken doet. De film heeft geen enkele relatie met de werkelijkheid, want in werkelijkheid zou een mens na tien minuten Mel-Gibson-film al bewusteloos of morsdood zijn. Maar in de film gaat het martelen en verwonden wel twee uur lang door. Om een idee van de sfeer te krijgen: in de Groene van maart 2004 schrijft Gawie Keyser onder de titel "De horror van Christus" de volgende woorden:


The Passion of the Christ zou antisemitisch en onnodig gewelddadig zijn en theologisch gezien rammelen. Niets daarvan. Mel Gibsons Jezusverhaal is een schitterende film.
In de schaduw van het maanlicht in de tuin van Getsemané staat een prachtige jongen met dode ogen. Zijn gelaat is bleek. Zijn blik is nieuwsgierig en tegelijk vol leedvermaak. Tegenover hem een man met gebogen hoofd die bloed zweet, letterlijk. Het druppelt uit de poriën in zijn gezicht. Trillend van angst zegt hij: «Laat deze beker aan mij voorbijgaan.» De jongen grijnst. Dan verandert hij in een witte slang. En de man verbrijzelt hem met een krachtige trap van zijn sandaal. In het bloedige The Passion of the Christ van Mel Gibson is dit het enige moment waarop Jezus van Nazareth (Jim Caviezel) zich verzet tegen de krachten van het kwaad. Na de openingsscène in Getsemané berust hij in het feit dat hij op elke denkbare manier zal worden bespot en gemarteld en uiteindelijk genageld aan het kruis zijn laatste adem zal uitblazen. Aangezien het verhaal drijft op mystieke elementen betekent dat evenwel niet het einde. Want op de derde dag herrijst hij uit de dood. Door het bovennatuurlijke is The Passion een hoogst plezierige en zelfs inspirerende ervaring, zeker na alle ophef die de film in Amerika heeft veroorzaakt. The Passion zou antisemitisch zijn, a-spiritueel, en één lange, nietszeggende geweldsorgie. Niets van dit alles. Het is vooral een schitterend werk, een horrorfilm van de bovenste plank. De eerste scène met de mooie, haarloze jongen — de homme fatale als Satan — is onvergetelijk. En regisseur Mel Gibson houdt deze sfeer van gotische horror gedurende de hele film vast. Zo verschijnt de vreemde jongen vier keer op cruciale punten in de vertelling. Zijn rol is niet zozeer het verleiden van de man die men de Mensenzoon noemt, eerder kijkt de jongen, die het Kwaad belichaamt, tevreden toe terwijl de Romeinen Jezus afranselen. Mel Gibson liet zich bij het uitbeelden van deze lichaamshorror niet inspireren door de evangeliën, maar door een onderzoek dat in 1986 verscheen in The Journal of the American Medical Association, getiteld On the Psysical Death of Jesus Christ. In dit «autopsieverslag» stellen de onderzoekers dat het zweten van bloed, zoals Jezus in Getsemané, wel degelijk mogelijk is. Ook bespreken zij het Romeinse martelinstrumentarium en de marteltechniek: «De man werd uitgekleed en zijn handen werden vastgebonden aan een paal. Vervolgens sloegen een of twee soldaten de man op de rug, billen en benen. Deze slagen leidden ertoe dat de huid aan flarden scheurde. Ook scheurden de onderhuidse spieren.» Dit alles is gedetailleerd te zien in The Passion. En de horror is functioneel. Het lijden van Christus — om wille van het vergeven van de zonden van de mensheid — moet immers majestueus zijn. Zijn dood moet zijn zoals Shakespeare schrijft in zijn eigen horrorverhaal, Macbeth: «Nothing in his life became him/ like the leaving of it.» Halverwege de marteling, als de Romeinse beulen buiten adem raken, trekt Jezus zijn gebroken lichaam met een ultieme krachtsinspanning rechtop, alsof hij wil zeggen: kunnen jullie echt niet beter dan dit? Dat kunnen ze, helaas. Nu hebben ze zwaardere zwepen: lange repen leer met daaraan vastgebonden puntige ijzeren ballen en scherpe stukjes schapenbot. En dan begint het lijden weer van voren af aan: er worden stukken uit Jezus’ lichaam gereten, zodat het uiteindelijk bestaat uit niet veel méér dan een bloedige massa vlees...
Gibson is erin geslaagd de essentie van het lijdensverhaal vast te leggen. Dat doet hij niet met gratuit geweld. Overigens, wie enigszins aan de moderne populaire cinema gewend is, weet dat The Passion wat dit betreft allerminst grenzen overschrijdt. Eerder is Gibsons film puur cinema: het dwingende ritme van het redigeren, dat het verhaal onherroepelijk stuurt in de richting van het rampzalige einde, de beeldschone fotografie en de poëtische vervreemding die voortvloeit uit de slechts Latijn en Aramees sprekende personages. Het is een grote film. Gelovig ben ik niet. Nooit geweest. Toch vind ik het eigenaardig hoe aantrekkelijk de Jezusfilm nog altijd is. Na The Last Temptation is The Passion het mooiste voorbeeld van het genre, om de hierboven genoemde redenen. Maar misschien zit de kracht meer nog in het feit dat het overkoepelende thema de strijd tussen goed en kwaad is. En daar hebben gelovigen geen alleenrecht op. Bovendien: als literaire figuur is Jezus fascinerend. Terecht stelt Pilatus de vraag wat de waarheid over Jezus is. Wie weet was hij een waanzinnige met een bijzonder hoge pijndrempel. Maar kijkend naar de film, eerst in alle onschuld door de camera de schaduwrijke tuin in geleid samen met de bange man en de vreemde, blonde jongen, en daarna huiverend vanwege de close-ups van monstrueuze, spelende kinderen met scherp gevijlde tanden die de verrader Petrus achtervolgen, ben je blij dat er in elk geval in dit fictieve verhaal een personage is met de naam Jezus Christus.


Dat de wereld vol is van zieke mensen die één of andere kick krijgen uit het bezien van horror en zoiets "schitterend", "inspirerend", "van de bovenste plank", "groots", "aantrekkelijk", "een hoogst plezierige ervaring" kunnen noemen en met het aanprijzen ervan zelfs nog geld kunnen verdienen en in een gerenommeerd tijdschrift kunnen komen, is iets wat ikzelf nooit begrepen heb in het leven en ik de tragedie van het menszijn noem. De meest schokkende details hiervan kan men lezen op een engelse internet site van The Guardian. Hoezeer de mensheid doortrokken is van deze aantrekkingskracht tot het gruwelijke kan men nu ook afmeten aan het oorverdovende kassucces dat de film opleverde. Maar dat miljoenen christenen in staat zijn geweest "vroom en eerbiedig" die perverse film te gaan bekijken is voor mij wel het toppunt van triestheid, omdat ik vroeger altijd leefde in de waan dat de godsdienst iets humaans doet voor het menselijk bestaan. Hoe blind was ik! Hoe zat ik er naast. Al die miljoenen vrome christenen zijn het allergrootste bewijs dat de geest van christenen gedijt op het zien van bloed, marteling en ellende, en mijlenver onder een gezonde menselijke geest staat. Er is inspiratie van een door en door Zieke Geest voor nodig aleer ik vrijwillig zo'n snuffmovie zou gaan bekijken. De heilige geest die de christen naar Mel Gibsons film laat gaan is exact dezelfde geest als die antieke Romeinen naar de bloedige gladiatorgevechten in het Colosseum dreef. Ik kan me dan ook geen ongerijmder denkbeeld voorstellen dan dat van vele christenen die opmerkten dat de Heilige Geest deze afschuwelijke film als middel gebruikt om mensen zich tot God te laten wenden. Juister zou het zijn om hier over de Onheilige Geest van het christendom te spreken: de geest die de eeuwen door geen enkel vies middel ongebruikt heeft gelaten om het christelijk geloof maar te laten triomferen. Zoals Nietzsche al schreef: wanneer men het christelijk geloof behandelt moet men handschoenen aantrekken om zich niet te bevuilen. Het christelijk geloof is de ultieme verheerlijking van de zieke menselijke geest.


De Passion of the Christ -gemaakt door een vroom gelovige Katholiek- is natuurlijk een extreem voorbeeld van de kern van christelijke geloofsbeleving. Maar ga een museum binnen, bekijk oude schilderijen en beelden: hoeveel bloed zullen we niet het gelaat en lichaam van Christus zien afdruipen?


19e eeuws Lithauen


Of sla op google "bloed van Christus" op en je kan op 50.000 sites je hart erover ophalen; in het engels levert "blood of Christ" zelfs een miljoen sites op. In de moslimwereld heeft deze drang bloed te zien ook een plaats. Af en toe viert men een herdenkingsfeest waar een trieste gebeurtenis in het grijze verleden betreurd dient te worden, en dan ziet men mannen hun ontbloot bovenlijf met een zweep slaan totdat het geheel met bloed besmeurd is. Ook sommige Hindoes verzinnen hun redenen om hieraan te doen. Het bloed willen zien zit dus heel diep in de mens, iets wat het Oude Testament en de gehele menselijke geschiedenis ons natuurlijk al uit den treure leert. Christenen presteren het zelfs uit te spreken dat zij "zich wassen in het bloed van Christus"!


"Zien lijden is weldadig, anderen doen lijden nog weldadiger -dat is een harde uitspraak maar niettemin een oud, machtig, menselijk, al te menselijk axioma, dat trouwens ook al door de apen zou zijn onderschreven: want men zegt dat zij in het verzinnen van bizarre wreedheden de mens al rijkelijk aankondigen en als het ware voorspelen. Zonder wreedheden geen feest: dat leert ons de oude lange geschiedenis van de mens - en ook de straf heeft voor de mens zoveel feestelijks!" (Nietzsche, Genealogie van de moraal).


Met deze uitspraak komen we op het ziekelijke van de traditionele godsdiensten. Was het maar waar dat we hier slechts met de ziekte van de mens te doen hadden, en dat de godsdienst ons iets geheel anders, veel beters, zou aanbieden! Dan zou er voor de mens nog een mogelijkheid zijn dat men geleidelijk op een hoger niveau zou komen. Dan zou men zich nog kunnen voorstellen dat er van Godswege nog hoop zou zijn. Maar dit bloedvloeien is juist de kern van alle godsdienst! Met name de kern van de christelijke godsdienst: zij leert ons dat God zelf bloed wil zien! Anders gezegd, het waandenkbeeld van een persoonlijke God die bloed eist (om verzoening tot stand te brengen) is het middel met behulp waarvan de mens zijn eigen diepgewortelde brute natuur camoufleert en slinks omzet in iets waarvoor hij zich niet behoeft te schamen. De christelijke godsdienst is het zware anker verbonden aan het schip mensheid dat de naam 'Brute Savage' draagt.
Het christelijk geloof is in essentie gelijk aan alle oude heidense religies die aan bloedoffers deden. Het is slechts een psychische omzetting van oeroude barbaarsheid, gruwelijkheid en waanzin van de mens, tot iets wat een graadje hoger ontwikkeld mens -dus iemand uit de ijzertijd- acceptabel, zelfs verheven en groots kan noemen. Anders gezegd, men heeft het schip 'Brute Savage' een onderhoudsbeurt gegeven die slechts bestaat uit een glimmende laklaag. De christelijke religie doet dit op drie geraffineerde manieren. Ten eerste worden de oude praktijken verbeterd door het bloedoffer te concentreren tot één geval. Zodoende wordt het een stuk klinischer, hoeven we het niet meer letterlijk tot in het oneindige te herhalen (zoals het eindeloos offeren van dieren in het Oude Testament, of het herhalen van mensenoffers zoals in nog oudere tijden). Het barbaarse van dit ene bloedoffer wordt vervolgens zoveel mogelijk verdoezeld met behulp van taalgegoochel, namelijk door zoveel mogelijk de gedachte te mijden dat het een bloedoffer ten behoeve van de godheid was, maar in plaats daarvan zich te concentreren op het het effect dat het offer heeft voor de gelovige mens: de 'verzoening', de 'vergeving der zonden', 'vriendschap met God', 'verlossing', het 'eeuwige leven' dat erdoor verkregen wordt, -allemaal heerlijke zaken die een mens wel kan waarderen. Tenslotte wordt de schuld van het bloedoffer zoveel mogelijk in de schoenen van de mens geduwd. Het is één van de meesterlijke gedachtenkronkels van de religie dat men zowél de achterliggende theologische gedachte predikt dat het een godgewild, door God vereist bloedoffer was -een volkomen onschuldig persoon, het enige offer dat voor God echte waarde zou hebben, moest geofferd worden ter verzoening, en Jezus bood zich vrijwillig aan als slachtoffer- als tezelfdertijd óók predikt dat de mens schuldig is het onschuldige te offeren aan God, alsof God het eigenlijk helemaal niet gewild had. De eerste redenatie dient om de theologie benen te geven waarop het staat, de tweede redenering om het afschuwelijke ervan weer te verdonkeremanen.


Maar laten we nu juist onze aandacht richten op het eerste, iets waar hedendaagse gelovigen nauwelijks of nooit over denken (volgens een onderzoek in de Verenigde Staten staat 'De Verzoening, The Atonement' voor Amerikaanse christenen in de rangorde van belangrijke dogma's pas op de tiende plaats, Time April 2004), maar waar we met Gibsons film nu met de neus op worden gedrukt: Waarom heeft God in de bijbel bloed nodig om met de mens 'verzoend' te worden? Zelfs een kind begrijpt dat dit juist het allermenselijkst is wat we in ons zielig mensdom alle eeuwen aantreffen. Het antwoord dat men in alle vrome boekjes van christenen kan lezen: 'Straf is het noodzakelijk gevolg van zonde'. Op een christelijke site voor jongeren wordt de vraag zo behandeld:


Waarom moest Jezus dood, God is toch almachtig? Goeie vraag! Alleen je kan God niet in stukjes opdelen. Als je stelt dat God almachtig is dan heb je helemaal gelijk. Maar God is nog veel meer dan alleen almachtig. Hij is ook rechtvaardig, trouw, liefde en nog veel meer. Je kan dat allemaal niet los van elkaar zien. God heeft alles gemaakt en daarbinnen een zogenaamde 'scheppingsorde' gelegd. Dat betekent dat Hij zaken op een bepaalde geregeld heeft. (Denk bijvoorbeeld aan: vrouwen krijgen kinderen, mannen niet.) Dat zijn keuzes van Hem geweest. Zo heeft Hij ook gekozen om de mens te maken. Die mens moest er dan uit vrije wil voor kiezen om een relatie met God te hebben. Het lukte de duivel om de mens te verleiden zelf tegen God te kiezen. Hierdoor ontstond een probleem. Wij maken fouten en God kan alleen met een perfect foutloos wezen een liefdesrelatie hebben. Het was dus nodig binnen deze scheppingsorde dat er een ‘offer’ van een perfecte mens zou komen. God is tenslotte rechtvaardig...zou God een bypass (omweggetje) hebben verzonnen, dan zou Hij niet meer trouw zijn aan Zijn – eerdere - Woord. Als er iets fout gaat, dan moet het ook weer goed gemaakt worden. Er is geen mens perfect dus moest God zelf mens worden. Dat is dus Jezus, Gods Zoon. Die deed helemaal wat God wil en had dus werd er voldaan aan Gods eis. Dat het niet op een andere manier mogelijk was blijkt wel uit Mattheus 26:39 "Hij ging een paar stappen verderop en knielde met Zijn gezicht op de grond en bad: 'Vader! Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet wat Ik wil moet gebeuren, maar wat U wilt.' Opnieuw zonderde Hij Zich af en bad: 'Vader! Als deze beker niet kan voorbijgaan, zonder dat Ik hem leegdrink, laat dan Uw wil uitgevoerd worden." En God de Vader wilde dat Hij doorging. Uit liefde voor de mens. En uit trouw aan zichzelf. Wetende dat dit de enige mogelijkheid was om wat de duivel had verziekt weer ongedaan te maken.


Laat ik de onzin over de duivel, en het optreden van fouten en het ontstaan van een probleem voor God, en de absurditeit om de relatie tussen twee perfecte wezens een 'liefdesrelatie' te noemen nu verder geheel overslaan (ik heb daar elders over geschreven, zie hoofdstuk 10 en 21a van Volwassen Geloof), maar me concentreren op de 'scheppingsorde'. Bovenstaande christen legt het eerst uit als een bepaalde 'keus' van God, maar dit is oneerlijk, het omzeilt de noodzaak ervan, en dit laatste is juist wat de uitlegger aan de vragensteller moet uitleggen. De vraagsteller wist al dat God deze keus maakte, maar vroeg waarom Hij juist deze keus maakte. Op het eind van zijn betoog moet de christelijke uitlegger dan ook opbiechten wat alle eeuwen door gepredikt is: het móest wel zo gaan, er wás geen andere mogelijkheid. Wie van de christenen ziet ooit de logische consequenties van dit denken onder ogen? 1) God is gebonden aan een wet boven Hem, die Hem verplicht te straffen, op zonde bloedvloeiing te eisen! 2) Erger nog: de mens doet volgens de christelijke theologie God 'leed' aan, dit heeft 'schuld' tot gevolg, en deze schuld moet dan 'afbetaald' worden door de gedupeerde, God, het genoegen te verschaffen de zondaar fysiek te zien lijden.

Theologen hebben alle eeuwen door deze zaken uitgelegd met mooie benamingen, al naar gelang men de klemtoon op een bepaald aspect van het christelijk geloof wil leggen: losprijstheologie (Origenes), satisfactietheologie (Anselmus, de meest eminente uiteenzetter van het basisgegeven van het christelijk geloof: "Waarom God mens werd", 1098), substitutietheologie (Luther), straftheologie (Calvijn). Hoe erbarmelijk, hoe menselijk, hoe zielig, hoe heidens, al deze opvattingen! Natuurlijk heb je met miljoenen aanhangers en twintig eeuwen oefenen op het verdoezelen van barbaarsheid allerlei verschillende gradaties waarin de waarheid over het christelijk geloof te zien is. Als duimregel kan je de theologische denkwereld en de geestelijke ontwikkeling -of moet men spreken van theologische gewiekstheid- van het gelovige volk afmeten en raden door naar het interieur te kijken van de kerk die je binnenloopt: bij de meest authentieke geloofsbeleving moet je bijna je kleine kinderen de kerk uitsturen vanwege de bloederige scènes die je ziet (de Katholieke MelGibson geloofsbeleving); in kerken die de verlichting zijn doorgegaan zie je een schoongepoetste Jezus op een kruis hangen, met nog net een beetje rood om de spijkergaten, nog verlichtere kerken hebben slechts een leeg kruis op de muur hangen, en de allermodernste gelovigen roepen eenvoudig 'halleluja' in een kerk met geen enkele symbolen meer! Voor hen is dit alles slechts de theorie, voornamelijk lui liggend op de denkzolder, waarmee men zijn geloof rationeel, logisch onderbouwt, en de ware boodschap van het bloed ontgaat hen volkomen, het verdwijnt eenvoudig in het niets, oftewel het dringt nooit tot hun denkcellen door. Moderne christenen maken zich van het bloedoffer dat God eist veelal met één of twee zinnen af in een zin als: 'God is liefde, en wil dat niet één verloren gaat, maar Hij is óók rechtvaardig'. 'In het begrip straf komt slechts Gods rechtvaardigheid tot uiting en het aloude een oog voor een oog is eenvoudig de perfecte uitvoering van recht, en zo is de dood de perfecte straf op de zonde'. Zoals men ziet zijn deze redeneringen volkomen schoongepoetst van bloed.
Maar goed, laten we deze gedachte van straf als noodzakelijkheid nu eens aannemen, hoe absurd ze ook is wanneer we het over God hebben (tenzij Gods natuur net zo primitief is als die van de wraakzuchtige en bloeddorstige mens, maar waarom zou Hij in dat geval te vereren zijn?). Indien straf en dood rechtvaardig is, hoe kan iemand anders, en nog wel een volkomen onschuldig persoon, een straf ondergaan voor iets wat wij verdienen? Dit is een vraag die niet alleen geen theoloog ooit heeft kunnen ophelderen, maar die christelijke overtuigingen in een zeer pover hemd laten staan, want het is juist de hoofdgedachte van het christelijk geloof en het geeft het doorslaggevende argument om de christelijke godsdienst te verwerpen. Thomas Paine liet zijn gedachten er meer dan tweehonderd jaar geleden zo over gaan:


Er zijn goede redenen om aan te nemen dat het allemaal opgemaakte redeneringen zijn, aangezien de christelijke theorie over de verlossing niet gebaseerd is op morele rechtvaardigheid, maar op de regels van financiële verplichtingen: Indien ik iemand geld verschuldigd ben en hem niet kan betalen, zal hij mij bedreigen met gevangenisstraf. In zo'n geval kan iemand anders de schuld van mij voldoen, door het in plaats van mij te betalen. Maar indien ik een misdaad begaan heb, staat alles er geheel anders voor. Morele rechtvaardigheid kan niet toestaan dat de onschuldige in plaats van de schuldige berecht wordt, zelfs indien de onschuldige zoiets aan zou bieden. Indien dit wel zou kunnen zouden we van rechtvaardigheid een aanfluiting maken en het principe waarop rechtvaardigheid gebouwd is volkomen vernietigen. Het zou niet langer rechtvaardigheid zijn. In dat geval zou het gewoon wraakneming zijn. Deze kleine overdenking is genoeg om ons te laten zien dat het dogma van verlossing slechts gebaseerd is op het idee van geldelijke schuld, die door iemand anders kan worden voldaan. En aangezien dit geheel in overeenkomst is met de andere praktijken die de kerk ter verlossing aanbiedt -geven van geld om vergeving voor zonden te krijgen- laat het goed zien dat dezelfde personen beide theorieën hebben uitgedokterd.


Als aanvulling op Paine merk ik op dat het niet slechts in overeenkomst met de praktijk van de vroegere katholieke kerk is, maar het mensenoffer in Leviticus al kan worden afgekocht door het mensenleven om te rekenen in geldelijke waarde, en dat bedrag aan God (lees: priesters) te overhandigen! (zie Bizarre tekst). Zo scherp als Paine zijn opmerkingen plaatste hebben trouwens maar weinigen hem in de 200 jaar daarna nagedaan. Hij merkte bijvoorbeeld heel eenvoudig op dat voor een goddelijk wezen zoals Christus, juist lang te leven op aarde een toepasselijke straf zou wezen, en niet vroeg doodgaan en lekker meteen weer die hemel in! Dit brengt ons op de volgende vraag: waarom was het voor God niet goed genoeg dat Jezus op zijn oude dag rustig in zijn sterfbed overleed? Waarom ligt verzoening nu juist in bloedvloeien, in slachten? De uitspraak dat bloed verzoening schenkt komt uit Leviticus, maar er wordt geen uitleg bij gegeven.
Nietzsche in zijn Genealogie van de moraal overdacht ditzelfde probleem van bloedvloeien en kwam met de enige logische conclusie, tegelijk ook de doodsteek voor het christelijk geloof: het denkbeeld dat lijden schuld teniet kan doen is alleen mogelijk indien degene die recht heeft op de uitvoering van straf plezier heeft (voldoening, genot ervaart) in het zien van lijden op zich. De benadeelde krijgt als compensatie een buitengewoon tegengenot: het doen lijden. Indien het er in principe niet toe doet wie de straf ondergaat, maar iemand plaatsvervangend kan lijden, dan hebben we te maken met een strafeiser aan wie we bovendien nog de benaming 'sadist' kunnen geven. Niet de mens is ziek, maar God zelf! De God van de christenen is een God die naar de film van Mel Gibson kijkt, uitroept dat het prachtig is en net wat Hij nodig heeft om erdoor met de mens verzoend te worden! En dan wordt het ons bovendien nog afgeleerd om het pervers en ziek te noemen, en moeten we er ons hele leven op oefenen er juist het tegendeel van te maken: hierin komt Gods ongeëvenaarde liefde tot uiting!


Hoe voert de christelijke theologie dit ongelooflijke staaltje goochelarij uit? Door de absurditeit en aaneenrijging van godslasteringen nog verder te laten gaan: het redeneert eerst dat de menselijke schuld hopeloos groot is, en ook niet door de mens voldaan kán worden. Er heerst zogenaamd een vervreemding tussen God en de mens, een breuk die voor de mens onoverbrugbaar is. En die breuk is er al op het moment dat we het leven binnentreden (erfzonde), dus niemand kan zich aan dit droevige lot onttrekken! Een opzettelijk gecreëerde uiterst trieste benadering van het leven. Maar zelfs al zou het zo wezen, zelfs al zouden we allemaal gebukt gaan onder de zonde, dan is het probleem nog steeds niet groter dan het leven dat alle mensen op aarde zowiezo te gaan hebben: een deels barre en deels redelijke tocht, die eindigt in de dood. Dus ieder mens betaalt wel degelijk zijn prijskaartje, iedereen ondergaat het lot dat God ons aanzei in Genesis 3, en de prijs voor de zonde is na ons sterven geheel betaald. Zelfs wanneer God met zijn 613 wetten aankomt en het volk Israël die regels aan hun -vanwege Gods voorzienigheid onverslijtbare Deut. 29:5- sandalen lappen, ondergaan zij de straf ervoor in dit leven en is de zaak daarmee afgehandeld.
Maar let op, nu komt het christendom! Eerst nam men de in heidense godsdiensten uitgevonden hemel en hel begrippen over, en vergrootte men die hel nog totdat het de meest afgrijselijke pijnen omvatte en eeuwigdurend was. Door vervolgens het hiernamaals onophoudelijk te prediken en de mens op aarde tot hopeloosheid te conditioneren (ieder mens verdient de hel), wordt de weg vrijgemaakt voor het unieke aanbod van het christelijk geloof: God zelf ondergaat deze vers verzonnen straf die voor de mens in het recentelijk uitgevonden hiernamaals bestemd is! Een lering zó absurd dat sommigen de absurditeit ervan zagen als het doorslaggevende bewijs dat de lering wel juist moest zijn! En door dit ongelooflijke verhaal nu aan te nemen ('geloof in Christus') ontvangt de gelovige vrijstelling van het oordeel dat automatisch op hem lag.
De almachtige God schept dus eerst een schepping waarvan Hij weet dat het in de soep loopt, omdat een mens nu eenmaal als mens geschapen is, dwz denken en ervaren wil, en nooit verboden en geboden zomaar klakkeloos voor lief kan nemen; stelt vervolgens de ongehoorzame mens en de door God geschapen Tegenstander ervoor verantwoordelijk (en rekent erop dat de domme mens ook alle droogten, stormen, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, ziektekiemen en muggen voor eigen zonderekening zet), betaalt vervolgens de schuld zelf en aan Hemzelf (de gedupeerde). En dit doet Hij omdat Hij de zondige, verdorven, mislukte mens zo innig liefheeft maar tegelijkertijd ook hopeloos gevangen is in een primitief menselijk denkbeeld van rechtvaardigheid -daterend uit de oertijd- dat bloed eist. Merk op hoe hilarisch: eerst vertelt men ons van een onoverbrugbare kloof tussen de hopeloos zondige mens en de oneindig superieure God, en dan laat men God juist optreden in de meest primitief-menselijke kleuren die maar mogelijk zijn: Hij wil een bloedoffer! Een vreemdere lering heeft men in de wereld nooit gezien. Maar meer nog dan adjektieven als 'bespottelijk' en 'belachelijk achterhaald' voor de christelijke overtuigingen zou ik het woord 'schokkend' willen gebruiken. Het is schokkend dat mensen zich in de 21ste eeuw nog steeds aan deze geestelijke duisternis willen overgeven, en schokkend wanneer men mensen tegenkomt die zich niet generen voor zo'n primitief godsgeloof.

Let op dat de theologie op de koop toe ook nog deze twijfelachtige denkbeelden meegeeft:

1) Een christen moet geloven in een mens, die tot de status van God verheven wordt, en begaat daarmee de grootste godslastering gezien vanuit het oogpunt van het originele oudtestamentische geloof.

2) Aan de andere kant worden de aanhangers van het oorspronkelijke geloof al vanaf Paulus onder de goddelijke toorn geplaatst, en sinds Melito, de bisschop van Sardes (120-185) zelfs Godsmoordenaars genoemd. En als reaktie op de christelijke godslastering zit de wereld enkele eeuwen later met weer een nieuwe religie opgescheept, de Islam, die voor het 'oorspronkelijke' monotheïsme beweert op te komen. En de Islam zit weer opgescheept met zowel het christelijke als het Joodse geloof waarvan het een zo overduidelijk valse verbastering en stamppot is, en de Joden blijven met hun zielige waan rondlopen het enige uitverkoren volk van God te zijn. Wat een wereld hebben wij gecreëerd uit menselijke waanzin! Om slapeloze nachten van te krijgen.

3) God eist dit nieuw-testamentische offer voor een totaal verzonnen onbetaalde schuld, want zoals gezegd gaan we al dood, en is alle theologische schuld daarmee theologisch gesproken al betaald. Ik gebruik het woord 'verzonnen' hier omdat het in het christendom gaat om een volledig ingebeelde, oftewel verzonnen straf en hiernamaals, aangezien er voor beide begrippen geen enkele godsopenbaring wordt gegeven in de bijbel! Sla de lege bladzijde tussen het Oude en Nieuwe Testament om en je kijkt je ogen uit: de wereld is opeens vol van satan, demonen, hel, hemel, laatste oordeel, eeuwig leven enz.

4) Er vindt een 'heiliging' van de gelovige mens plaats; de gelovige is door het aannemen van het evangelie zogenaamd 'een nieuwe schepping', 'wedergeboren'. Deze 'heiliging' van de gelovige kan men uitleggen als een gevolg van 'de dankbaarheid' die de gelovige dient te ervaren of zien als het in de kracht van de Heilige Geest vervullen van de plichten van de nieuwe status van de gelovige. Maar tezelfdertijd blijft hij net zo'n hopeloze zondaar en prutser als hij tevoren was en als alle ongelovigen. Sterker nog, de christelijke geschiedenis is er één waarvoor iedere christen zich moet doodschamen, reden waarom praktisch geen christen zich daar dan ook mee bezighoudt. Christenen die de geschiedenis van de werking van de Heilige Geest (lees: de kerk) hebben bestudeerd zijn wellicht daarom zo uitermate zeldzaam, omdat er weinig zijn die hun geloof daarbij hebben behouden. Aan de andere kant zijn alle 'vruchten van de Heilige Geest' die men zogenaamd via 'wedergeboorte' (=tot geloof komen) krijgt (liefde, empathie, nederigheid, lankmoedigheid, medeleven, zich opofferend voor het goede en grotere, standvastigheid, moed, oprechtheid, eerlijkheid, vlijt enz. enz.) te vinden in alle ethisch ontwikkelde mensen, inclusief atheïsten, waar ook ter wereld.
De kracht van God is iets dat niet van God afkomstig is maar wat mensen zichzelf aanpraten. Het is in ons zolang als we doorgaan met onze fantasieën. Het is als in het verhaaltje van Godfried Bomans over Pa Pinkelman en Tante Pollewop op de noordpool. Wanneer er ijsjes worden verkocht en ze zich daarover verbazen, vertelt iemand dat je je moet indenken dat het héél warm is. Als je dat maar goed genoeg doet krijg je opeens trek in een ijsje. De christelijke godsdienst werkt op dezelfde manier. Het is volkomen anders dan het jodendom en de islam. Die laatsten zijn gebaseerd op navolging van bepaalde wetten, voorschriften en regels waaraan iemand zich overgeeft omdat ze volgens zulke mensen logisch klinken en goed zijn. In het christendom hebben we nooit met logica te maken. Christendom is een voelen, een beleven van een ingebeelde liefdesverhouding tot Jezus. 'Tot geloof komen' is exact hetzelfde als tranen in je ogen krijgen bij het beluisteren van Simon & Garfunkel's onovertroffen mooie lied Bridge over Troubled Water. Zwemiger kan het niet, maar het christendom is daarom ook minder geloofwaardig. Het bloeit op wanneer we als een verliefdheid tot geloof komen, maar het sterft af wanneer we tot ons gezond verstand terugkeren.

5) God kan helaas niet iedereen met dit offer helpen, hoewel Hij nota bene Zichzelf offerde, en hoewel hij nota bene almachtig en perfect is. Sommigen willen het aanbod nu eenmaal niet aannemen (die mensen zullen daar tot in alle eeuwigheid voor moeten boeten). Daar valt dus niets aan te doen, aangezien de mens vrije wil heeft. En dan komt de theologie ook nog met de slagroom op deze misbaksel-taart en stelt dat de mens tezelfdertijd door God ook voorbeschikt is tot het ene of het andere lot. Het christelijk geloof heeft deze ongerijmdheden (vrije wil versus voorbeschikking) nooit weten op te lossen. Natuurlijk niet, want het één heeft men nodig om God almachtig te laten zijn, en het ander om de mens weer de schuld te kunnen geven van alles wat mis gaat. De christelijke godsdienst heeft er dus alle baat bij dat dit dilemma nooit opgelost wordt. Wel is er in de 16e en 17e eeuw, toen de mens eindelijk zijn verstand begon te gebruiken, eindeloos over geredetwist, ook in Nederland, het theologenland. In de katholieke kerk laaide de twist zo op dat beide partijen (de Thomisten -predestinatie- en de Molinisten -vrije wil-) elkaar voor atheïsten uitmaakten, en zag paus Clement VIII in 1607 zich genoodzaakt te verbieden hierover nog enige discussie te voeren, aangezien deze leidde tot de onvermijdelijke conclusie dat de christelijke God logischerwijs niet kan bestaan.

6) Het christelijk geloof heiligt wraakgevoelens van de mens in de vorm van Gods wraak op de 'in zonde levende mensheid in de eindtijd', en eeuwige helstraf voor de ongelovigen na een laatste oordeel. Deze menselijke haat en wraakgevoelens weet men slinks de naam van gerechtigheid te geven. Dat een mens zijn denken tot zulke laagheid kan laten verdraaien, zonder dat hij het minste besef heeft van het (om het in de trant van Nietzsche te zeggen) apenniveau ervan, is het allerdroevigst op aarde.

7) Het christendom is een geloof volledig gebaseerd op en afhankelijk van historische gebeurtenissen, maar niets is zo vol van talloze contradicties, onwaarheden en opgemaakte en gemakkelijk door te prikken fantasieën als de ettelijke christelijke verhalen, waarvan het overgrote deel niet eens is opgenomen in de bijbel, maar zelfs door christenen als vals bestempeld wordt! (Zie hoofdstuk 13 van Volwassen Geloof). Alle zogenaamd uitgekomen profetieën over Jezus zijn ronduit bedriegerij(8). En geen stilte is zo groot als de niet-christelijke bronnen van informatie over Jezus.

8) De moraal van de christen heeft zijn basis in een naieve ethiek van beloning en straf. Dit is de manier waarop wij mensen kleine kinderen opvoeden, en het is dan ook de kinderlijke manier waarop de mensheid in een minder ontwikkeld stadium haar denken steun gaf, maar in onze moderne tijd is deze moraal kinderachtig en immoreel. Iemand die zich aan de verkeersregels houdt om maar geen bekeuring te krijgen, en iemand die zijn baan uitvoert om aan het eind van de maand maar een vet salaris te krijgen, heeft nog niets van ethiek begrepen. Op dezelfde manier zijn uitspraken van Jezus zoals "Leent zonder op vergelding te hopen en uw loon zal groot zijn", "Wanneer die dag komt, groot zal uw loon zijn in de hemel", "Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt", van zeer pover ethisch gehalte. Paulus' kijk op het leven, het te beschouwen als een wedloop die gelopen moet worden om de prijs in de wacht te slepen, is al even belabberd. Loon en straf zijn zaken die het leven verzuren en ons afhouden van de grootste vervulling ervan: straf en dreiging laten ons in angst en boosheid leven, en loon weerhoudt ons ervan de ware betekenis van liefde ooit te ontdekken.

9) Een christen is hopeloos verstrikt in bijgeloof, dwz geloof in wonderen die absoluut ongegrond zijn. Wat de bijbelse wonderen betreft, zijn ze ook nog voor een groot deel lachwekkend. Zijn wereld is de volkomen antithese van onze moderne wereld die gebouwd is op de wetenschap. Wat wonderen betreft zou ik willen opmerken wat David Hume al 250 jaar geleden opschreef:


Een wijs mens laat zijn geloof afhangen van bewijskracht. Geen enkel getuigenis kan een wonder geloofwaardigheid geven, tenzij het getuigenis van dien aard is dat het ontkennen ervan een groter wonder zou zijn dan het wonder waarvan het getuigt. Wanneer iemand mij dus vertelt dat hij een dode tot leven zag komen, vraag ik me onmiddellijk af wat aannemelijker is: dat deze persoon bedriegt of misleid wordt, of dat wat hij vertelt waar is. Ik weeg het ene wonder tegen het andere af. Op basis van wat aannemelijker is, baseer ik mijn opinie, dwz ik wijs altijd het grotere wonder af. [An enquiry concerning human understanding, 1758]



Zoals men ziet, men moet of zeer goed kunnen schipperen of uiterst dom zijn om als christen psychisch alles op een rijtje te krijgen!
Uiteindelijk lukt zoiets nooit. Behalve voor de christenen van het slag dat ik vandaag ontmoette. Ik vroeg drie christenen die ik betrapte op een gesprek over hoe geweldig de kleuren van de tabernakel in het Oude Testament al symbolisch op het christelijk geloof wijzen, of ze ooit een stevig boek door hadden geworsteld dat de christelijke religie beargumenteerd als vals aanklaagt. Nee, dat hadden ze nooit. Dat was niet nodig, omdat ze de werking van God in hun individuele leven ervaren hadden, en dat bewijs genoeg was. Hoe droevig is het gesteld met de mens! Eeuwenlang was de vraag of de mens kwaad (Paulus, Augustinus) of goed (Rousseau) was. Gelukkig kwam Nietzsche deze zaak voorgoed ophelderen: de mens is goed noch verdorven, maar slechts middelmatig, zielig, geestelijk lui, erbarmelijk, iets waarvoor de Bovenmens van de toekomst zich zal schamen. De benaming 'ziek dier' is wellicht het geschikst voor hem.


De waarheid over het christelijk geloof is dat men van het gebruik van de rede volkomen bevrijd wordt, maar voor de rest totaal nergens van. Christelijk geloof transporteert een mens van de ene diepe put naar de andere. Eerst predikt men de ondraaglijke zondelast van de mens, daarna biedt men hem verlossing aan, maar deze verlossing bestaat weer uit een nieuwe ondraaglijke last: ditmaal worden we emotioneel gechanteerd door ons een onmogelijke last van dankverschuldiging op te leggen. Hoe kan een mens ooit dankbaar genoeg zijn voor zo'n onovertrefbare 'daad van liefde', God die Zichzelf opoffert? Hoe kan men ook maar een sprankje geluk in zijn leven ervaren wanneer men serieus moet leven met de gedachte dat een ieder van ons zó zondig is dat hij de godsmoord zelf uitgevoerd heeft?


T'en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u cruysten,
Noch die verradelijck u togen voort gericht,
Noch die versmadelijck u spogen int gesicht,
Noch die u knevelden, en stieten u vol puysten,

T'en sijn de crijghs-luy niet die met haer felle vuysten
Den rietstock hebben of den hamer opgelicht,
Of het vervloecte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwen rock tsaem dobbelden en tuyschten:

Ick bent, ô Heer, ick bent die u dit hebt gedaen,
Ick ben den swaren boom die u had overlaen,
Ick ben de taeye streng daermee ghy ginct gebonden,

De nagel, en de speer, de geessel die u sloech,
De bloet-bedropen croon die uwen schedel droech:
Want dit is al geschiet, eylaes! om mijne sonden.

Jacob Revius


Het resultaat van deze vrome geloofsbeleving kan men nu bezien in de film van Gibson. Er is in het christelijk geloof totaal geen manier om onze schulden zelf te vereffenen, en nadat we toch een manier aangeboden krijgen om met God in het reine te komen, is er totaal geen manier om ooit dankbaar genoeg te zijn voor de schuldvereffening. Alles in het christelijk geloof is verwrongen, alles geforceerd, alles is onnatuurlijk, alles is extreem, alles is ziekelijk. Geen enkele hoeveelheid kwellingen is genoeg om het geweldige offer van de Zoon van God uit te beelden: de mens moet zich tot in het extreme onwaardig, schuldig, verdorven en zondig voelen. Hij moet zich heel persoonlijk verantwoordelijk voelen voor het martelen en vermoorden van Christus. Wij mensen, wij allemaal, doen niets anders dan het kwellen van God. Wij martelen Hem, verwonden Hem, genieten van het zien van bloed, en het horen van pijn- en angstkreten, en vermoorden God.


En omgekeerd bezien, stel je voor hoe onmetelijk groot die zonde is van het afwijzen van dit geweldige bloederige aanbod van Gods liefde; in het religieuze denken is dit het toppunt van schuld, de allergrootste zondigheid, verdorvenheid en goddeloosheid.


Ziehier, de zieke mens ten voeten uit: wij worden in het christelijk geloof tweemaal tot op de bodem schuldig gemaakt, tweemaal opgezadeld met een leugen waaraan we helemaal geen deel hebben, tweemaal psychisch volkomen ziek gemaakt, geestelijk kapot gemaakt. Het is voorwaar geen geheimenis waarom de christelijke geschiedenis de meest bloedige geschiedenis van alle volken en tijdperken heeft laten zien. En ook geen wonder dat juist via dit ziekelijke christendom dat zo de rede veracht, het rationalisme en van daaruit de wetenschap groeide: na de allergrootste verkrachting van de menselijke geest komt uit walging de grootst denkbare tegenbeweging. Als ik terugkijk op de geschiedenis, dan zie ik dit als de grootste verdienste van het christendom.


Nietzsche noemde deze godsdienst 'mentale wreedheid', 'waanzin van de wil', 'waanzin van de geest'. Hoe blij ben ik dat hij dit alles zo vlijmscherp doorzag en de weg naar bevrijding wees. Tegenwoordig wanneer iemand tegen mij zegt dat hij of zij christen is heb ik de neiging te reageren met "Gecondoleerd" of "I'm so sorry for you!" Wanneer ik ze dan verbrouwereerd zie kijken denk ik eraan hoezeer ikzelf ooit ook aan deze mentale wreedheid heb meegedaan, en hoe oneindig lang het duurde om uit deze diepe put van menselijke waan te klimmen. Hoe zouden ze mij ook kunnen begrijpen alvorens eerst een evenzo lange weg te belopen? U die zich nog christen noemt, overdenk dit: 21ste-eeuws christendom is indien mogelijk nóg bizarder als dat uit Dantes tijd:


The Passion of the Christ van Mel Gibson is een film die aan de kunst voorbij gaat. Met schoonheid wordt afgerekend alsof het een hindernis is, iets dat in de weg staat van waar het werkelijk om gaat. Johan Huizinga schrijft in Herfsttij der Middeleeuwen dat Dante de duisternissen en gruwelijkheden van de hel met schoonheid aanraakte. Je zou kunnen zeggen dat hij de hel zo minder gruwelijk maakte. Dat is een probleem, of een zegen, die veel grote kunst kenmerkt. Gibson heeft er geen last van. Hij is eerder te vergelijken met een volgens Huizinga veel slechter auteur als de monnik Dionysius de Kartuizer: ,,Zijn proeve om door gedetailleerde beschrijving en opzettelijke verbeeldingen ter benauwing de vrees voor zonde, dood, oordeel en hel tot het allersmartelijkste aan te scherpen, mist haar ijzingwekkende werking niet, misschien juist door haar ondichterlijkheid.''

The Passion of the Christ mist zijn ijzingwekkende werking zeker niet. Twee mensen bezweken na een hartaanval in de bioscoop. Twee misdadigers biechtten na afloop hun zonden op. Ook minder heftige reacties zijn mogelijk. Walging. Verveling. Verwondering. Ik wil wedden dat de gestorvenen en de misdadigers allen christenen zijn of zijn geweest. Voor kijkers die niet in dit geloof zijn opgevoed, al leven zij in een cultuur die er tweeduizend jaar mede door is bepaald, is The Passion of the Christ een tamelijk onbegrijpelijke film. Twee uur lang zien hoe een man geslagen, gegeseld, vernederd, vermoord wordt, en telkens vergat ik waarom dat gebeurt. Waarom?

Het christelijk geloof wordt door The Passion op de eerste plaats een heel bizar geloof. De film is een preek voor eigen parochie.

[Bianca Stigter, NRC Handelsblad 31 maart 2004]


Tenslotte, waarom moet ik zo nodig hieraan een internet site wijden, en er vijf jaar op werken om het allemaal op te schrijven? Sommigen denken dat ikzelf een traumatische godsdienstervaring heb uit mijn jeugd, en me dáárom zo tegen het christelijk geloof verzet. In werkelijkheid was ik er lange tijd zeer tevreden mee, zoals men telkens weer dat mooie lied van Paul Simon kan beluisteren en er geheel tevreden mee kan zijn. Alles ging best goed zo voor de sensitieve, broze persoon die ik was, totdat ik geestelijk opgroeide, totdat ik ging denken in plaats van voelen. Wat ik bovenal beoog is niet belachelijk te maken, niet te jammeren, niet 's mensen denken en doen te verachten en tegen te staan, maar het menselijke te begrijpen om bezig te kunnen zijn met het inspireren tot een hoger ontwikkelde mensheid. Mijn Volwassen Geloof bestaat uit de hoop, waaraan ik probeer vast te houden, dat het mogelijk is op een verstandelijk hoger ontwikkelde mensheid te komen. Nog mooier zou ik mijn geloof kunnen omschrijven door de woorden van Ingersoll aan te halen:


Ik geloof in de godsdienst van de rede - in het evangelie van deze wereld, in de ontwikkeling van de menselijke geest, in de vermeerdering van intellectuele kennis, met als doel dat de mens zich moge bevrijden van bijgeloof en angst, en de natuurkrachten ten bate van hemzelf lere aan te wenden, om de mensheid te voeden en te kleden. (Why am I an agnostic, 1889)


Of in de nog grootsere woorden van Nietzsche:


Maak de boeien van je oren los: luister! Op! Op! Hier zijn donderslagen genoeg om zelfs graven te leren luisteren! Wis de slaap en alle stompzin en blindheid uit je ogen! Mijn stem is een geneesmiddel nog voor de blindgeborenen. Ik, Zarathoestra, voorspraak van het leven!...Want ik heb jou lief, o eeuwigheid!


Heb de aarde lief! Heb het leven lief, het licht en de duisternis, de schoonheid, het genot en de worsteling en pijn. Dat is pas de grootse vervulling van ons bestaan. Vind lust dieper nog dan 't hart dat lijdt; zó verdwijnt de pijn! Wat mij betreft mag bij het verstand en hartstocht ook een God en idealen horen. Maar indien we recht willen doen aan het begrip God dan zal het in de eerste plaats altijd inhouden: 'recht doen aan het verstand'. Dus ga op je knieën voor de God die dit bestaan, de realiteit, geschapen heeft. En laat de idealen van een modern godsgeloof waar een mens in zijn leven mee speelt een rozentuin zijn, vol rozen die je zelf plant, begiet, opkweekt en veredelt, en geen in steen gehouwen wetstafel; er is geen enkele reden waarom de metafysische denkbeelden die mij op de been houden in de wereld nu per sé zo waar zouden moeten zijn. Het zijn slechts de kleren die ik bij de 21ste eeuw vond passen. We moeten iets om ons lijf hebben, en ik verzon niets beters op het moment; maar ik zal me meteen omkleden wanneer ik iets beters tegenkom of verzin! Dat is de hoogste spiritualiteit. De rare gelijkstelling van 'geloof' en 'dit is de unieke waarheid' is één van de meest fundamentele verdraaiingen van het menselijk denken die de openbaringsgodsdiensten ons hebben opgedrongen. Mijn geloof -het leven te ervaren als een godsgeschenk- dient slechts als mijn innerlijke bron van inspiratie in het leven. De realiteit van deze eeuw zou echter best geheel tegengestelde resultaten kunnen opleveren, en dit is de uiteindelijke reden voor al mijn schrijven: ik dacht vroeger dat godsdienst een opbouwende kracht was, één die de mensheid beschaving heeft geleerd en de mens voortdurend aanspoort tot het zoeken van het hogere. De waan waarin ik leefde bleek de grootste leugen te zijn, 9/11 opende definitief mijn ogen. 'God' heeft de eeuwen door gediend als de menselijke uitvinding om 's mensen barbaarsheid en primitiefheid voor zichzelf verborgen te houden. Daarenboven bereikt de genoegzaamheid, arrogantie, domheid en onbeschaamdheid van de mens juist met behulp van de begrippen God en godsdienst zijn hoogtepunt (voor een illustratie hier een discussie: Als je niet gelooft ben je in de macht van de duivel.)
Ik denk dat er een zeer grote mogelijkheid is dat de wereld deze eeuw op een gigantische catastrofe aanstevent, één die veroorzaakt zal worden door de terugkomst van fanatische geloofswaanzin in het jodendom, de islam en het christelijk geloof, de geloven die alles over God denken te weten. [1] Ik ben van mening dat de moderne tijd op intellectuele én morele gronden voorgoed dient af te rekenen met alle antieke openbaringsgodsdiensten; boekreligies zijn in onze moderne tijd zowel de grootste godslastering als aardelastering.

Alle drie genoemde openbaringsgeloven worden tegenwoordig opgehitst door 'het einde is nabij'-prediking, die de mens geestelijk volkomen ziek maakt -dwz zonder levensblijheid over het hier en nu en zonder enig verantwoordelijkheidsgevoel voor de toekomst van de aarde. Dit eindtijddenken laat mensen het bestaan griezelig in extreme zwart-wit kleuren ervaren. Eindtijdprediking is met name in het christendom zo populair, omdat het één van de weinige strohalmen is met behulp waarvan deze godsdienst die bezig is af te sterven in de ontwikkelde landen, nog nieuwe recruten kan maken. Door kreten te lanceren als "éénderde van de bijbel bestaat uit profetieën, en 90% daarvan is nog niet uitgekomen, maar spitst zich juist toe op onze tijd" scoort men punten op dezelfde manier als de Yellow Press in Engeland schatrijk wordt. Het 'éénderde van de bijbel bestaat uit profetieën' is al een gigantische leugen, maar zelfs al zou het zo zijn dan is de gezonde conclusie over het geloof in de bijbel deze: indien zelfs supergelovigen moeten toegeven dat 90% van de bijbelse profetieën nooit is uitgekomen, is daarmee de onzin van de bijbelse profetieën definitief aangetoond. Maar ook díe aantijging wist het geloof te omzeilen: ga een eeuw en alle christelijke eeuwen terug, en je zult zien dat in díe tijden alle christenen er van overtuigd waren dat álle oudtestamentische profetieën in de kerk waren vervuld. Aangezien dit ook reine onzin was voor iedereen met nog een greintje objectief denkvermogen, gooiden de gelovigen dit alles maar al te graag over boord toen ze daartoe via het opnieuw oprichten van de staat Israel de kans kregen. Met de bijbel kun je dus alle kanten op, in theologie zijn alle antwoorden goed, en in iedere tijd zijn er jammergenoeg miljoenen die in weer een nieuw opgezette val lopen om in de verkeerde richting te gaan. Profetieën (= door God geopenbaarde toekomst aan een individu) zijn altijd leugens omdat ze per definitie geen goddelijke werkwijze kunnen zijn:


Het is met profetie al precies zo als het is met wonderen: zelfs al zou het waar zijn zou het geen doel dienen. Indien het geprofeteerde in de verre toekomst zou uitkomen zouden de mensen waartegen de profetie uitgesproken werd onmogelijk kunnen vertellen of de man profeteerde of loog, of het aan hem geopenbaard werd of dat het slechts zijn eigen waandenkbeelden waren. Indien het geprofeteerde al zou uitkomen tijdens hun leven, zouden ze ook nooit weten of hij het nu van te voren geopenbaard kreeg of het slechts geraden had, of dat het een toevalstreffer was. Een profeet is dus zowel nutteloos als onnodig. Om gezond door het leven te gaan moet men juist altijd op zijn hoede zijn geen geloof te hechten aan zulke personen. [Thomas Paine]


Vroeger gebruikte de kerk dwang, tegenwoordig wordt men er met sensatie ('Left Behind') en emotie ('Persoonlijke Relatie met Jezus') ingeluisd. Maar eenmaal gevangen in het waan- en doemdenken zit de mens gevangen in een donkere, sombere wereld, waarin het enige lichtpuntje is dat Jezus 'spoedig' zal komen, een belofte die aan mensen 2000 jaar geleden gegeven werd, en waar volgens de bijbelse prediking bovendien nog de donkerste periode die de mensheid ooit gekend heeft aan vooraf gaat! Evenals het trieste bloeddenken waar ik in dit artikel op gewezen heb, is eindtijddenken, doemdenken, een uiting van de ziekelijke menselijke geest. Eschatologie en christelijk geloof horen dan ook onafscheidelijk bij elkaar en bloeien op in de mens die de weg van waandenken kiest om zich te bevrijden van depressiviteit. Men kan hier meer over lezen in hoofdstuk 12 en 17 van het e-boek Volwassen Geloof, maar het zou nog veel gedetailleerder moeten om al de absurde dwalingen van moderne gelovigen aan de kaak te stellen. Wie weet kom ik daar ooit nog aan toe.





Albert Vollbehr, februari 2006





Van de hiernamaalsgangers


Van de meedogenden


Van de priesters







[1] Sheik Yousef Al-Qaradhawi: Onze oorlog met de Joden is in de naam van Islam.
Qatar TV 25 februari 2006
Yousef Al-Qaradhawi: Onze oorlog met de Joden gaat over het land, mijn broeders. Laat ons dit goed beseffen. Indien ze ons land niet hadden geplunderd, zou er geen oorlog tussen ons zijn.
[...]
We strijden tegen hen in de naam van de Islam, omdat de Islam ons gebiedt ten strijde te trekken tegen eenieder die ons land afneemt en ons gebied in bezit neemt. Alle scholen van Islamitische rechtspraak -de Sunnieten, de Sjie'ieten en de Ibadhiya- en alle zowel oude als moderne scholen van rechtspraak, zijn het er met elkaar over eens dat wanneer een moslimland binnengevallen wordt, wanneer er ook maar een centimeter land bezet wordt, er verzet dient te worden gepleegd. De moslims van dat land moeten verzet leveren, en de rest van de moslimgemeenschap moet hen steunen. Indien het volk van dat land hiertoe niet in staat is, of ervoor terugschrikt, moeten de andere moslims vechten om het land voor de Islam te behouden, zelfs als de plaatselijke moslims het opgeven.
Men moet niet toestaan dat de Islam ook maar een centimeter land ontnomen kan worden. Dit is de reden waarom wij de Joden bevechten. We strijden tegen hen... Onze godsdienst geeft hier opdracht toe... Wij vechten in de naam van onze godsdienst, in de naam van Islam, die deze Jihad (heilige oorlog) tot een individuele plicht maakt, waaraan de gehele natie deel moet nemen. Wie er ook maar omkomt in deze heilige oorlog is een martelaar. Daarom deed ik de uitspraak dat zelfmoord akties ("martelaar operaties") toegestaan zijn, want men pleegt zelfmoord (commits martyrdom) voor Allah, men offert zijn ziel op ten behoeve van Allah.
Wij scheiden de Islam niet af van de oorlog. Integendeel, de Islam zien als gescheiden van de oorlog is de reden voor ons verlies. Wij vechten juist in de naam van de Islam.
[...]
Zij bevechten ons met Judaïsme, dus wij vechten terug met Islam. Zij bevechten ons met de Torah, dus wij vechten terug met de Koran. Indien zij 'tempel' zeggen, dan moeten wij 'de Al-Aqsa moskee' zeggen. Indien zij de Sabbat heiligen, moeten wij de Vrijdag heiligen. Zo moet het zijn. De godsdienst moet de inspirator van de oorlog zijn. De godsdienstige oorlog is de enige oorlog die we kunnen winnen.


(Vertaling van tekst van video-clip te zien op Memri TV)

[V1]Veertig jaar lang heeft hij u door de woestijn geleid en in al die tijd raakten uw kleren en uw sandalen niet versleten.